2022-15b. Nota Zienswijzen Cederhof Nota Zienswijzen Cederhof def
Tekst van het document
Antwoordnota Zienswijzen en ambtshalve aanpassingen Bestemmingsplan “Nieuw Cederhof Kapelle” Gemeente Kapelle
Vastgesteld in de raadsvergadering van 24 mei 2022
1. INLEIDING Het bestemmingsplan regelt de bouw van nieuwe woonzorg appartementen en de daarbij behorende voorzieningen zoals parkeren. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 20 januari tot en met 2 maart 2022 en is daarnaast aan de wettelijk overlegpartners toegestuurd voor een overlegreactie. Er zijn 10 identieke zienswijzen ingediend, allen door bewoners van het tegenovergelegen appartementengebouw ‘Bruëlishof’. Hiervan zijn 2 zienswijzen buiten de termijn ontvangen. Daarnaast is nog een zienswijze ingediend door de VvE van dit appartementengebouw. Ook deze zienswijze is buiten de termijn ingediend. Er zijn dus 3 zienswijzen buiten de termijn ingediend. Inhoudelijk gaan ze over dezelfde onderwerpen en daarom is in deze Nota zienswijzen wel een antwoord erop gegeven. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is door de gemeente een gesprek aangeboden aan de bewoners die een zienswijze hebben ingediend. Dit gesprek had als doel om hen de gelegenheid te geven vragen te stellen en de zienswijze te verduidelijken. Hiervan is een verslag gemaakt. In het kader van de privacywetgeving is dit verslag hier niet bijgevoegd.
2. ZIENSWIJZEN 2.1
Zienswijze 1 t/m 10
Inhoud: Parkeren a. Indieners geven aan in de huidige situatie al een tekort aan (invaliden)parkeerplaatsen te ervaren. Indieners vrezen in de toekomstige situatie een tekort aan parkeerplaatsen. b. Er is overlast van parkeerders op het eigen terrein van de Bruëlishof Hoogte nieuwbouw c. De nieuwbouw geeft te veel schaduwwerking d. Verlies aan privacy door de nieuwbouw omdat de nieuwbouw dichterbij een deel van het Bruëlishof komt. e. Het bestaande uitzicht op Cederbos vanuit de woning wordt belemmerd door de beoogde bebouwing. Reactie: Parkeren a. Naar aanleiding van de zienswijzen en gesprekken met bewoners van het Bruëlishof is een parkeeronderzoek uitgevoerd naar de parkeerdruk in de straten rondom de beoogde ontwikkeling (bijlage 2). Hieruit blijk dat de parkeerdruk in het totale gebied nooit hoger dan 58% is. In de Bruëlisstraat is de parkeerdruk in het noordelijke deel (ten noorden van de Flat), op een aantal momenten maximaal 80%. Op overige momenten is deze altijd lager en in de rest van de Bruëlisstraat is deze lager. Dit is nog onder 85% die als acceptabel wordt geacht in een woonwijk. De invalidenparkeerplaatsen zijn slechts een enkele keer bezet gezien. Het onderzoek concludeert dat op alle dagen dat er onderzoek is uitgevoerd er voldoende vrije plaatsen beschikbaar zijn binnen het onderzoeksgebied.
Met de realisatie van het plan, worden extra parkeerplaatsen aangelegd. Daarnaast wordt met het personeel van het Cederhof interne afspraken gemaakt. Zij parkeren zoveel als mogelijk aan de kant van de Cederlaan. Het laden en
lossen van de maaltijdvoorziening gaat ook naar de kant van de Cederlaan. Met deze maatregelen is de verwachting dat ook in de toekomstige situatie er sprake zal zijn van voldoende parkeerplaatsen in de Bruëlisstraat. Daarnaast geldt, op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State dat eventuele bestaande parkeerproblemen niet met de toekomstige ontwikkeling opgelost hoeven te worden. b. De gemeente neemt voor kennisgeving aan dat de situatie op het eigen terrein van het Bruëlishof tot overlast leidt, echter heeft de beoogde nieuwbouw hier geen negatief effect op noch kan deze ontwikkeling deze overlast oplossen. Hoogte nieuwbouw c. Uit de bezonningsstudie blijkt dat er sprake is van enige schaduwwerking op de omliggende woningen. De schaduwvorming op de bebouwing aan de noordzijde vindt plaats in de winter, te zien op de studie in december. De extra schaduwvorming beperkt zich op deze gebouwen dan ook tot ook tot de winter. In het najaar is er in de ochtendperiode sprake van extra schaduw op de gebouwen ten westen van de nieuwbouw (te zien in de studies december 9.00 uur en maart 9.00 uur). In de overige perioden van het jaar is geen sprake van schaduwtoename op omliggende bebouwing.
Bij de ontwikkeling is gepoogd zoveel mogelijk rekening te houden met schaduwvorming op omliggende bebouwing door de bebouwing zo ver mogelijk naar achter te verplaatsen terwijl eveneens een steden(bouwkundig) aanvaardbar situatie behouden blijft. De schaduwhinder wordt in onderhavig geval niet onaanvaardbaar geacht, omdat schaduwwerking in zeer beperkte mate zal optreden in een beperkte periode. d. De nieuwe bebouwing zal aan de westzijde de kortste afstand hebben tot de overliggende bebouwing. Namelijk 28 meter. In de huidige situatie is deze afstand 22 meter. De nieuwe bebouwing komt aan de westzijde ruim 6 meter verder van de bestaande bebouwing af te liggen dan in de bestaande bebouwing. De afstand tot de appartementen van de Bruëlishof is daarmee in de toekomstige situatie niet kleiner dan in de huidige situatie en zelfs groter dan het huidige bestemmingsplan toelaat. Er is voor gekozen om de afstand tot overliggende bebouwing groter te maken, omdat de beoogde bebouwing hoger wordt en op deze manier meer diverse woningen te maken en een betere stedenbouwkundige situatie te laten ontstaan. Daarbij is rekening gehouden met een acceptabele afstand voor het aspect privacy. De afstand tot de omliggende bebouwing is ten minste 28 meter. Dat is een aanvaardbare en gebruikelijke afstand in stedelijke gebieden gezien de situering en de hoogte van de betreffende bebouwing. e.
De gemeente en Cederhof hechten net als indiener waarde aan de groene inrichting van de omgeving. Daarom is door de initiatiefnemer een groenplan opgesteld voor de inrichting van het openbaar gebied aan de straatzijde van de nieuwe bebouwing. Daarbij is uitgegaan van een groene uitstraling door een goed te onderhouden inrichting. Het ontwerp is opgenomen in bijlage 1. In het groenplan is te zien dat parkeerplaatsen zoveel mogelijk groen worden ingepakt en dat het grasveld behouden blijft. Ook worden er bomen tussen de parkeervakken geplaats. De ontwikkeling is in het kader van het principeverzoek stedenbouwkundig beoordeeld en aanvaardbaar geacht. Er bestaat daarnaast volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (ABRvS) geen recht op blijvend vrij uitzicht. Al meermalen heeft immers de ABRvS uitgemaakt dat er geen recht bestaat op een onveranderd woon- en leefklimaat. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Dus het gegeven dat het uitzicht voor de indiener verandert, maakt niet dat de raad moet afzien van de vaststelling van de voorgenomen planologische regeling.
Kortom: niemand heeft de garantie dat zijn/haar woonomgeving tot in lengte van dagen ongewijzigd blijft én aan een geldend planologisch regime kunnen geen blijvende rechten worden ontleend.
2.2
Zienswijze 11
Indiener geeft aan dat er in de huidige situatie al sprake is van een tekort aan parkeerplaatsen en dat vooral in de Bruëlisstraat een toename van tekort wordt verwacht, met name omdat hier de hoofdingang voorzien is. a. Reactie: Naar aanleiding van de zienswijzen en gesprekken met bewoners van het Bruëlishof is een parkeeronderzoek uitgevoerd naar de parkeerdruk in de straten rondom de beoogde ontwikkeling. Hieruit blijk dat de parkeerdruk in het totale gebied nooit hoger dan 58% is. In de Bruëlisstraat is de parkeerdruk in het noordelijke deel (ten noorden van de Flat), op een aantal momenten maximaal 80%. Op overige momenten is deze altijd lager en in de rest van de Bruëlisstraat is deze lager. Dit is nog onder 85% die als acceptabel wordt geacht in een woonwijk. De invalidenparkeerplaatsen zijn slechts een enkele keer bezet gezien. Het onderzoek concludeert over de gehele dag een ruime hoeveelheid aan vrije plaatsen beschikbaar is binnen het onderzoeksgebied en dat ook in de toekomstige situatie sprake zal zijn vol doende vrije plaatsen. Met het personeel worden afspraken gemaakt over parkeren aan de Cederlaan. Hier blijft de hoofdingang van het woonzorgcentrum en het personeel behouden. Conlusie: De zienswijzen geven geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
3. AMBTSHALVE AANPASSINGEN Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zijn de volgende ambtshalve aanpassingen aangebracht. Toelichting - Paragraaf 4.9 Gebiedsbescherming tekstuele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Wet Stikstofreductie en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) - Bijlage 3. Naar aanleiding van de nieuw beschikbare Aerius-Calculator 2022 is een nieuwe stikstofberekening gedaan. - Bijlage 5. Het beleid in de quickscan ecologie is t.a.v. de vrijstelling van nationaal beschermde soorten bij ruimtelijke ontwikkeling geactualiseerd. Deze ambtshalve aanpassingen leiden niet tot een formele gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan
Bijlage 1 Inrichtingsplan Bijlage 2 Parkeeronderzoek