CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-15a. ontwerpbestemmingsplan Nieuw Cederhof

Raadsvergadering 24 mei 2022, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Nieuw Cederhof19.871 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Binnen de beleidscategorie 4 geldt onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte groter dan 0,40 m eter beneden maaiveld en een verstoringsoppervlakte groter dan 250 m². Voor de zone met beleidscategorie 2 geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen groter dan 0,4 meter onder maaiveld en een verstoringsoppervlakte groter dan 50 m². Onderzoek Om de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied te onderzoeken is archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor de locatie van het beoogde woonzorgcentrum (bijlage 7). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied een archeologisch potentieel heeft en er een middelhoge archeologische verwachting is op het aantreffen van resten uit de volle en Late Middeleeuwen in de top van het Laagpakket van Walcheren. Ten behoeve van de voorgenomen

35/333

bouwplannen is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Vooralsnog wordt de geldende archeologische dubbelbestemming overgenomen in onderliggend bestemmingsplan. 4.8.3 Overige cultuurhistorische waarden De cultuurhistorische hoofdstructuur in Zeeland is door de Provincie Zeeland weergegeven op de CHS kaart. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle aspecten aanwezig. In de directe omgeving van het plangebied ligt een historische boerderij aan de Biezelingestraat. De ontwikkeling heeft geen invloed op de cultuurhistorische waarden van deze boerderij. Ook in de omgeving van het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen (zoals bijvoorbeeld molens) aanwezig die door de ontwikkeling bedreigd worden.

Figuur 4.8.1 Uitsnede kaart cultuurhistorische hoofdstructuur (Bron: Geoweb provincie Zeeland) Conclusie Het aspect cultuurhistorie staat de ontwikkeling niet in de weg.

4.9

Ecologie

Wet natuurbescherming Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving,

36/333

zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden: Natuurnetwerk Nederland (NNN) en, Natura 2000-gebieden. De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Voor ieder Natura 2000 gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn) opgesteld. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn, soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de bescherming van overige soorten.

De provincie kan ontheffing verlenen van de verboden voor overige soorten ofwel soorten van de lijst Nationaal beschermde soorten behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. In de provincie Zeeland geldt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud een vrijstelling voor een groot deel van de “overig” beschermde soorten. Het betreft de meest algemene soorten amfibieën en zoogdieren. Voor de Europees beschermde soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn) is er geen beleidsruimte en is de bescherming onveranderd. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 (zie figuur 4.9.1). Het plangebied maakt ook geen deel uit van Natuurnetwerk Zeeland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Yerseke en Kapelse Moer', ligt op een afstand van circa 1,8 kilometer. Het dichtstbijzijnde NNZ gebied bevindt zich rond de Ambachtsherenwegeling ten oosten van het plangebied (zie figuur 4.9.2) op een afstand van circa 700 meter.

37/333

Figuur 4.9.1. Plangebied (rode cirkel) t.o.v. Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)

Figuur 4.9.2. Plangebied (rode cirkel) t.o.v. NNZ. (bron: Provincie Zeeland) Om te bepalen of er door de ontwikkeling sprake is van een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden is in AERIUS Calculator een berekening gemaakt (bijlage 3). Uit berekeningen

38/333

voor de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebied. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Hoewel deze wet nog niet in werking is getreden heeft de beoordeling door de wetgever plaatsgevonden en heeft deze een partiële vrijstelling voor de bouwfase van het project vastgesteld. Voor projecten die niet leiden tot een toename van depositie is geen vergunning conform de Wet natuurbescherming nodig. De uitkomsten van de berekening dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle kan worden aangetoond dat dit aspect is onderzocht. Soortenbescherming Om te onderzoeken of de ontwikkeling strijdig is met de WnB is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De bebouwing in het projectgebied en bomen met holtes in het projectgebied en binnen de invloedssfeer bieden mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen kunnen verblijfplaatsen hebben in de spouwmuren en achter de dakrand.

Boombewonende vleermuizen kunnen verblijfplaatsen hebben in de bomen met holtes. Als gevolg de werkzaamheden worden mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aangetast en vernield. Individuen van vleermuizen kunnen worden verstoord en gedood. Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden is mogelijk een jaarrond beschermd nest in een boom aanwezig. Gedurende de werkzaamheden wordt mogelijk een jaarrond beschermd nest aangetast en kunnen individuen van vogels met jaarrond beschermde nesten worden verstoord en gedood. Gedurende het broedseizoen (globaal 15 maart t/m 15 juli) kunnen broedgevallen van algemene broedvogels aanwezig zijn. De nestlocaties kunnen worden aangetast en vernield en individuen kunnen worden verstoord en gedood. Individuen van algemene zoogdieren en amfibieën worden mogelijk gedood bij het verwijderen van groenstructuren. Overige beschermde soorten worden door het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht voor te komen. Naar aanleiding van de resultaten van de quickscan is aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten is uitgevoerd (bijlage 6) De conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek worden hierna kort weergegeven: "In het projectgebied zijn geen nestlocaties van de huismus aangetroffen. In het projectgebied zijn geen individuen van de huismus waargenomen.

In het projectgebied is één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis vastgesteld. Er zijn geen vaste vliegroutes of essentieel foerageergebied van vleermuizen in het projectgebied vastgesteld. Binnen het projectgebied zijn foeragerende en passerende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Tevens is binnen het projectgebied een passerend individu van de laatvlieger waargenomen. In de nabije omgeving van het projectgebied zijn nestlocaties van de sperwer en de ekster aangetroffen. Deze nestlocaties vallen beide buiten de invloedssfeer van de in het projectgebied beoogde ingreep.

39/333

In het projectgebied is één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis vastgesteld. Tijdens het amoveren van de bebouwing in het projectgebied gaat deze verblijfplaats verloren en kunnen individuen worden verstoord en gedood. Hiermee worden de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming overtreden. Het is noodzakelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen voor de verbodsbepalingen uit artikel 3.5. Aan een ontheffing kunnen bepaalde voorwaarden verbonden zijn, zoals het treffen van mitigerende maatregelen. Deze zullen door een deskundige op het gebied van vleermuizen moeten worden vastgelegd in een activiteitenplan en werkprotocol. In het algemeen is aan te bevelen de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels uit te voeren (globaal 15 maart – 15 juli). Ieder broedgeval is beschermd en mag niet worden verstoord of vernietigd. Daarnaast is in het algemeen te bevelen geen gebruik te maken van nachtelijke verlichting. Alle vleermuissoorten zijn beschermd en kunnen door nachtelijke verlichting worden verstoord tijdens het foerageren of volgen van een vliegroute " Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. Mits de noodzakelijk ontheffing van de Wet Natuurbescherming is verleend, hiervoor zullen mitigerende maatregelen getroffen worden.

Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.10 Kabels en leidingen Planologische relevantie Planologisch relevante leidingen dienen in het bestemmingsplan te worden geregeld (lees: te worden beschermd). Deze zijn namelijk van groot maatschappelijk of bedrijfseconomisch belang. Deze leidingen hebben een relatief grote invloed op het gebruik van gronden in de directe omgeving of dienen te worden beschermd tegen invloeden van buitenaf. In ieder geval zijn buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen die vallen onder het Besluit en de Regeling externe veiligheid buisleidingen planologisch relevant. Deze leidingen hebben externe veiligheidscontouren. Toetsing en conclusie Er zijn geen planologisch relevante leidingen in het plangebied aanwezig. Het aspect staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.

4.11 M.e.r.-beoordeling Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden

40/333

betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op; een oppervlakte van 100 hectare of meer, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling betreft een ontwikkeling van 77 zorgappartementen. De ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde.

Alhoewel de beoogde ontwikkeling onder de drempelwaarde blijft, wordt door middel van een aanmeldingsnotitie onderzocht of sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten. Uit deze notitie (bijlage 8) blijkt dat hiervan geen sprake is. Op 11 januari hebben burgemeester en wethouders van de gemeente Kapelle besloten geen milieueffectrapport te laten opstellen.

41/333

Hoofdstuk 5

5.1

Toelichting op de juridische regeling

Wettelijk Kader

In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is van belang voor bestemmingsplannen.

5.2

Opzet van de bestemmingsregeling

Ten aanzien van de opzet van de bestemmingsregeling (verbeelding en planregels) is het volgende van belang. 5.2.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt met bestemmingen en dubbelbestemmingen aangegeven welk gebruik is toegestaan en of er ten behoeve van die bestemmingen mag worden gebouwd. Door middel van hoofdletters wordt de bestemming aangeduid, zoals A voor 'Agrarisch', V voor 'Verkeer' en G voor 'Groen'. Naast enkelbestemmingen die met een kleur worden aangeduid, is er een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2, deze is op de verbeelding herkenbaar aan arceringen. 5.2.2 Regels De regels zijn opgedeeld in hoofdstukken, volgens de bepalingen uit SBVP2012: Hoofdstuk 1 (inleidende regels): hierin worden de in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald; Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels): hierin worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven; Hoofdstuk 3 (algemene regels): dit hoofdstuk bevat regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals algemene afwijkingsregels of wijzigingsbevoegdheden, de anti-dubbeltelbepaling etcetera; Hoofdstuk 4 (overgang- en slotregel): dit hoofdstuk geeft het overgangsrecht weer voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing. Tevens is de titel van het plan opgenomen.

De artikelen in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn als volgt opgebouwd: bestemmingsomschrijving: hier wordt aangegeven welk gebruik binnen de bestemming is toegestaan; bouwregels: deze zijn onderverdeeld in de toelaatbaarheid van bouwwerken, bouwhoogte, oppervlakte en inhoud; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden: beschreven wordt of voor het uitvoeren van specifieke werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning benodigd is. Het gaat dan bijvoorbeeld om het afgraven of ophogen van grond, werkzaamheden aan beschermde stoepen. Niet ieder bestemmingsartikel hoeft al deze elementen te bevatten. Dat is afhankelijk van de aard van de

42/333

bestemming. Alle bestemmingsartikelen bevatten in ieder geval een bestemmingsomschrijving en bouwregels.

5.3

Gehanteerde bestemmingen

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de gehanteerde bestemmingen en wat binnen deze bestemmingen is toegestaan met betrekking tot bouwen en gebruik. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Maatschappelijk Verkeer; Waarde Archeologie -1 Artikel 3 Maatschappelijk De bestemming 'Maatschappelijk' is afgestemd op het geldende bestemmingsplan. Het gebouw moet binnen het bouwvlak worden gebouwd. De aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - zorgwoning' geeft aan dat er tevens zorgwoningen zijn toegestaan, in de specifieke gebruiksregels is geregeld dat hier, voorsorterend op de toekomst, 86 zorgwoningen zijn toegestaan. De bouwhoogte is 13,5 meter. Hiermee is de bouwhoogte hoger dan de bouwhoogte van het bestaande gebouw (8 meter) maar lager dan de maximale bouwhoogte van naastgelegen de Flat (20 m). Ter plaatse van het hoofdtrappenhuis waar zich tevens de lift bevindt is de maximale bouwhoogte 15,5 meter. Voor bijgebouwen geldt een maximale goot- en nokhoogte van respectievelijk 3,5 en 7 meter, waarmee deze ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw. Artikel 4 Verkeer De ruimte rond het gebouw heeft de bestemming verkeer gekregen. De gronden kunnen worden gebruikt voor de realisatie van parkeerplaatsen en groen.

Artikel 5 Waarde - Archeologie 1 Door middel van de bestemming Waarde - Archeologie 1 zijn de eventueel voorkomende archeologische waarden veilig gesteld. Voor grondwerkzaamheden dieper dan 30 centimeter en een oppervlakte groter dan 100 m2 moeten door een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden worden verleend.

43/333

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

In het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is bepaald dat in de toelichting op het bestemmingsplan in ieder geval 'de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan' moeten zijn opgenomen. Dit volgt uit artikel 3.1.6 Bro. Het gaat daarbij over de financiële uitvoerbaarheid, waaronder de vraag of voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om het plan te realiseren. Er wordt een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. De uitvoerbaarheid is hiermee andersinds verzekerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient inzicht te worden gegeven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij zowel om de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de planvoorbereiding zijn betrokken alsook om de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro. Omwonenden zijn schriftelijk (15 oktober 2020) geïnformeerd over de beoogde plannen doormiddel van een brief. In deze brief is tevens verwezen naar een website waarop een presentatie over het initiatief is gepubliceerd. Het ontwerpbestemmingsplan Nieuw Cederhof Kapelle met planidentificatie NL.IMRO.0678.kapbiezHZ013-OW01 zal met bijbehorende onderliggende stukken gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage liggen. Tijdens de termijn van terinzagelegging heeft een ieder de mogelijkheid een zienswijze in te dienen op het bestemmingsplan. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met besturen van gemeenten, met rijks- en provinciale diensten, etc. Dit plan wordt toegestuurd aan: provincie Zeeland; Waterschap Scheldestromen. Veiligheidsregio Zeeland

44/333

Bijlagen toelichting

45/333

46/333

Bijlage 1

47/333

Bezonningsstudie

2006 Bezonningsstudie Cederhof Kapelle De bezonning is voor de bestaande en nieuwe situatie weergegeven in bovenaanzichten en daar waar relevant, 3d-vogelvluchten op de volgende data en tijdstippen: 22 december

09:00 - 12:00 - 15:00 - 18:00 is donker

21 maart

09:00 - 12:00 - 15:00 - 18:00

21 juni 09:00 - 12:00 - 15:00 - 18:00 - 20:00 23 september

09:00 - 12:00 - 15:00 - 18:00

22 december 22 december 09:00 uur - nieuw

22 december 12:00 uur - nieuw

22 december 15:00 uur - nieuw

22 december 09:00 uur - bestaand

22 december 12:00 uur - bestaand

22 december 15:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

22 december 22 december 09:00 uur - nieuw

22 december 12:00 uur - nieuw

22 december 09:00 uur - bestaand

22 december 12:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

22 december 22 december 15:00 uur - nieuw

22 december 18:00 uur - nieuw

22 december 15:00 uur - bestaand

22 december 18:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

21 maart 21 maart 09:00 uur - nieuw

21 maart 12:00 uur - nieuw

21 maart 15:00 uur - nieuw

21 maart 09:00 uur - bestaand

21 maart 12:00 uur - bestaand

21 maart 15:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

21 maart 21 maart 09:00 uur - nieuw

21 maart 15:00 uur - nieuw

21 maart 09:00 uur - bestaand

21 maart 15:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

21 maart 21 maart 18:00 uur - nieuw

21 maart 18:00 uur - nieuw

21 maart 18:00 uur - bestaand

21 maart 18:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

21 juni 21 juni 09:00 uur - nieuw

21 juni 09:00 uur - nieuw

21 juni 09:00 uur - bestaand

21 juni 09:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

21 juni 21 juni 12:00 uur - nieuw

21 juni 15:00 uur - nieuw

21 juni 18:00 uur - nieuw

21 juni 12:00 uur - bestaand

21 juni 15:00 uur - bestaand

21 juni 18:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

21 juni 21 juni 20:00 uur - nieuw

21 juni 20:00 uur - nieuw

21 juni 20:00 uur - bestaand

21 juni 20:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

23 september 23 september 09:00 uur - nieuw

23 september 09:00 uur - nieuw

23 september 09:00 uur - bestaand

23 september 09:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

23 september 23 september 12:00 uur - nieuw

23 september 15:00 uur - nieuw

23 september 18:00 uur - nieuw

23 september 12:00 uur - bestaand

23 september 15:00 uur - bestaand

23 september 18:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

23 september 23 september 15:00 uur - nieuw

23 september 18:00 uur - nieuw

23 september 15:00 uur - bestaand

23 september 18:00 uur - bestaand

2006

Bezonningsstudie Cederhof Kapelle 22-12-2021

Bijlage 2

61/333

Watertoets

Watertoetstabel De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in uw ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen

De ontwikkeling is niet gelegen binnen de kernof beschermingszone van een primaire of regionale waterkering. De ontwikkeling vormt daarom geen belemmering voor de waterveiligheid. Vermeld de totale oppervlakken (in m2) van:

Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Voorkomen overlast door oppervlaktewater

Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

huidige situatie

na realisatie

dakoppervlak

1.380 m²

1.970 m²

1

dichte bodemverharding

300

430

2

doorlatende bodemverharding

-

-

3

wateroppervlak

-

-

4

•

Ten gevolge van de ontwikkeling zal er naar verwachting sprake zijn van toename van de verharding van ongeveer 720 m². Het huidige appartementencomplex zal worden gesloopt, en worden vervangen door een nieuw complex, waardoor de toename verhard oppervlak beperkt blijft.

•

Voor toename in verharding zal 75 mm waterberging per m² verharding moeten worden gerealiseerd. Door toename in verharding zal het oppervlakte water versneld worden afgevoerd binnen het plangebied. In het aangrenzende park zal hiervoor voldoende waterberging mogelijk gemaakt worden in on de opgave van 5,4 m3 te voldoen.

Het plangebied is niet gelegen binnen een infiltratiezone of een kwetsbaar gebied. Er is geen sprake van grondwateroverlast.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking (vervang toelichtingen door uw gegevens)

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater

Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Grondwaterkwantiteit en verdroging

Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Hemelwater en vuilwater wordt gescheiden afgevoerd op het bestaande gemeentelijk riool.

De ontwikkeling voorziet niet in het oppompen van grondwater, of extra infiltratie van hemelwater ten opzichte van de huidige situatie. Ten opzichte van de huidige situatie zal er geen (negatief) effect optreden. De bodem ter plaatse is overigens zettinggevoelig en bevat weinig eigenschappen voor infiltratie.

2

Grondwaterkwaliteit

Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit

Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Volksgezondheid

Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling

Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur

Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Evenals bij het voorgaande aspect geldt voor de grondwaterkwaliteit dat tijdens zowel de bouwfase als de gebruiksfase geen uitlogende materialen wordt gebruik. Negatieve effecten op het grondwater worden daarom niet verwacht. Zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase worden geen uitlogende materialen gebruikt. Daarom heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de oppervlaktewaterkwaliteit.

De ontwikkeling heeft geen watergerelateerde consequenties voor de volksgezondheid.

Het gebied is sterk zettingsgevoelig hiermee dient rekening gehouden te worden in de bouwfase In de nabije omgeving van de ontwikkeling is geen natte natuur aanwezig. Daarom vormt de ontwikkeling hier geen belemmering voor. De aanwezige tertiaire watergang in het naastgelegen park wordt aan de noordzijde wat naar het oosten verlegd om de bebouwing mogelijk te maken. Rondom de aan te passen tertiaire watergang in het naastgelegen park blijft voldoende ruimte aanwezig voor onderhoud zoals ook in de huidige situatie het geval is.

Onderhoud oppervlaktewater

Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder

Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

De ontwikkeling wordt niet gerealiseerd nabij waterschapsobjecten. Dit aspect vormt dan ook geen belemmeringc.

Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing)

* in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?

nee Ja, de toename aan verkeer is 94 mvt/etmaal. Hiervoor is voldoende ruimte op de bestaande wegen. Zie voor een uitgebreide toelichting ook

3

het bestemmingsplan.

* na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

Tot slot

Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: of info@scheldestromen.nl postbus 1000, 4330 ZW Middelburg.

Via de bestaande wegen nee Ja er worden 24 parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien waarmee kan voorzien worden in de toename aan parkeerbehoefte ten opzichte van de huidige situatie nee

Bijlage 3

65/333

Memo stikstofberekening

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

18 mei 2021 400011_20191619 Lotte ten Braak

PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N)

Cederhof Kapelle Ouderenzorg Kapelle

STIKSTOFBEREKENING Inleiding Aan de Bruëlisstraat in Kapelle wordt deel van een woonzorgcentrum vernieuwd en vergroot. De ontwikkeling leidt tot een toename van verkeer die zou kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De ligging van de locatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden is weergegeven in figuur 1. Met het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekeningsresultaten zijn als bijlage toegevoegd aan deze memo.

Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (paarse stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: calculator.aerius.nl/calculator)

Gevolgen ontwikkeling in de gebruiksfase In de beoogde situatie is geen sprake van gebouwemissies, het woonzorgcentrum wordt gasloos. De nieuwe zorgwoningenveroorzaken wel een toename van verkeersbewegingen. Verkeersintensiteit huidig en toekomstig In de bestaande situatie zijn in het hoofdgebouw 60 eenheden intramuraal aanwezig en 20 aanleunwoningen. In de nieuwbouw worden 76 eenheden intramuraal gerealiseerd en blijven 40 wisselkamers aanwezig. Zorgwoningen Voor het berekenen van de verkeersgeneratie zijn voor verpleeg en zorgwoningen volgens CROW publicatie 381 geen kencijfers bekend. Worst-case wordt daarom aangesloten bij het kencijfer voor een aanleuningwoning / serviceflat. De parkeerkencijfer voor deze woningen is 2,6 per woning. Op basis van dit uitgangspunt genereren zorgwoningen in de nieuwe situatie ongeveer (76+40) x2,6 = 302 mvt/etmaal weekdag. In de huidige situatie is sprake van een verkeersgeneratie van (60+20) x 2,6 = 208 mvt/etmaal weekdag. De verkeersgeneratie neemt hiermee toe met ongeveer 94 op een weekdag. Het verkeer gaat op in het heersende verkeer op de Biezelingsestraat. Uit een berekening met AERIUS Calculator blijkt dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden.

Conclusie Uit berekeningen blijkt dat er zowel in de aanleg als gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebied. Er is geen vergunning conform de Wet natuurbescherming nodig. De uitkomsten van de berekening dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle kan worden aangetoond dat dit aspect is onderzocht.

2/3

BIJLAGE 2: BEREKENING GEBRUIKSFASE

3/3

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S1nHPKAeYP9y (18 mei 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Stichting ouderenzorg Kapelle

Bruëllisstraat , 4421 CP Kapelle

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Cederhof Kapelle

S1nHPKAeYP9y

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

18 mei 2021, 17:00

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

3,43 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase uitbreiding zorgwoningen

Situatie 1

S1nHPKAeYP9y (18 mei 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

3,43 kg/j

S1nHPKAeYP9y (18 mei 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Bron 1 55992, 388969 3,43 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

94,0 / etmaal NOx NH3

3,43 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

S1nHPKAeYP9y (18 mei 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

S1nHPKAeYP9y (18 mei 2021) pagina 5/5

74/333

Bijlage 4

75/333

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Cederhof te Kapelle (2101/270/SH-01, versie 0)

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (toetsing Wet geluidhinder)

in opdracht van Rho Adviseurs T.a.v. mevrouw L. ten Braak Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM betreffende locatie Cederhof Kapelle documentkenmerk 2101/270/SH-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 2 april 2021

opgesteld door:

gecontroleerd door:

ing. S. Vissers

ir. R.A.C. van de Voort

Projectleider geluid & bouwfysica

Senior projectleider geluid & bouwfysica

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Uitgangspunten

2

2.1

Locatiegegevens

2

2.2

Gegevens wegverkeer

2

2.3

Modellering

3

3

Wet- en regelgeving

4

3.1

Berekeningsmethode

4

3.2

Randvoorwaarden Wgh

4

3.2.1 Inleiding

4

3.2.2 Geluidzones

4

3.2.3 Artikel 110g

4

3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied

5

3.2.5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012)

5

3.2.6 Normen geluidbelasting

6

3.3

Geluidbeleid gemeente Kapelle

6

4

Rekenresultaten en toetsing

7

4.1

Geluidbelasting wegverkeerslawaai

7

4.2

Cumulatieve geluidbelasting

7

4.3

Geluidwering gevels (GA;k)

8

5

Samenvatting en conclusie

9

Bijlagen Bijlage 1:

Situatietekening van het plan

Bijlage 2:

Verkeersgegevens wegverkeer

Bijlage 3:

Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

Bijlage 4:

Grafische weergave akoestisch model wegverkeerslawaai

Bijlage 5:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

1 Inleiding In opdracht van Rho Adviseurs heeft Tritium Advies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling aan Bruëlisstraat 111 te Kapelle. Het plan betreft de uitbreiding van het bestaande woonzorgcomplex Cederhof. Om plaats te maken voor de nieuwbouw zullen de ter plaatse aanwezige aanleunwoningen gesloopt worden. Het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. In onderhavige rapportage is deze zogenaamde “Nieuwe situatie” beoordeeld in het kader van een goed woon- en leefklimaat, waarbij aansluiting is gezocht bij de normstelling van de Wet geluidhinder (verder: Wgh) en is aangegeven wat hiervan de consequenties zijn. De aspecten spoorweglawaai, luchtverkeerslawaai en industrielawaai zijn in het onderhavige onderzoek niet beschouwd.

pagina 1 van 9

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

2 Uitgangspunten 2.1 Locatiegegevens Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van Kapelle. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen. Het plan is gelegen aan de 30 km/uur weg Bruëlisstraat. Dit type weg vormt een afwijkende categorie binnen de Wgh. Formeel kan voor deze weg geen hogere waarde worden aangevraagd of verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig is. Echter voor de waarborging van een goed akoestisch woon- en leefklimaat dient de geluidbelasting op de gevels van nieuw te bouwen woningen nabij 30 km/uur wegen alsnog te worden bepaald. Derhalve is in het onderhavige akoestisch onderzoek de geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uur weg Bruëlisstraat inzichtelijk gemaakt.

2.2 Gegevens wegverkeer De verkeersgegevens van de bovengenoemde weg zijn verstrekt door de gemeente Kapelle. Conform opgave wordt de huidige etmaalintensiteit ingeschat op 1000 motorvoertuigen. Aangezien hierbij een lichte groei is te verwachten richting het maatgevende jaar 2031 is deze etmaalintensiteit met 1% per jaar opgehoogd. Hierbij is ‘worst-case’ tevens rekening gehouden met de verkeersgeneratie van het plan zelf. Conform opgave van de opdrachtgever bedraagt dit 101 motorvoertuigen per weekdagetmaal. Voor de verdeling van lichte, middelzware en zware motorvoertuigen over dag-, avond- en nachtperiode is gebruik gemaakt van het door het ministerie van VROM uitgegeven rapport “bepaling van verkeersgegevens ten behoeve van de Wet geluidhinder”, GF-DR-35-01. De Bruëlisstraat is als een “buurtontsluitingsweg” beschouwd. Alle verstrekte verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 2. De verkeersinvoergegevens inclusief de maximumsnelheid en wegdektype worden gepresenteerd in navolgende tabel 2.1. Tabel 2.1: gegevens wegverkeer Bruëlisstraat Bruëlisstraat maximumsnelheid: 30 km/uur wegdek: elementenverharding in keperverband jaar: 2021

etmaalintensiteit: 1000 mvt.

jaar: 2031 excl. verkeersgeneratie van het plan zelf

etmaalintensiteit: 1105 mvt.

jaar: 2031 incl. verkeersgeneratie van het plan zelf

etmaalintensiteit: 1206 mvt.

dag

avond

gemiddeld per uur (%)

6,48

3,73

nacht 0,92

lichte mvt. (%)

84,96

92,23

84,31

middelzware mvt. (%)

10,65

6,17

10,89

zware mvt. (%)

4,38

1,61

4,79

pagina 2 van 9

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

2.3 Modellering Voor de locatie en afmetingen van de appartementen is uitgegaan van de in bijlage 1 opgenomen situatietekening. Als maatgevende toetshoogte voor de nieuwe appartementen is gerekend met de in tabel 2.2 weergegeven hoogten. Voor alle punten is gerekend met invallend geluid. Tabel 2.2: toetshoogten bouwlaag

toetshoogte (m)

begane grond

1,5

1e verdieping

4,5

e

2 verdieping

7,5

3e verdieping

10,5

In de berekeningen is als rekenparameter bodemfactor 0,00 (akoestisch hard) aangehouden met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden. De ingevoerde bodemgebieden zijn als akoestisch zacht (bodemfactor 1,00) en akoestisch half hard/zacht (bodemfactor 0,50) gemodelleerd. De akoestisch zachte bodemgebieden betreffen groenvoorzieningen. De akoestisch half harde/zachte bodemgebieden betreffen tuinen. Voor het lokale maaiveld is 1,0 meter +NAP aangehouden. Er zijn geen significante hoogteverschillen in de omgeving aanwezig. Derhalve zijn in het rekenmodel in de omgeving van het plangebied geen hoogteverschillen in het maaiveld opgenomen. Gebouwhoogtes van de bestaande omliggende bebouwing zijn conform de hoogtegegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. Er hoeft ter hoogte van het plangebied geen hellingcorrectie of optrekcorrectie te worden toegepast. Tevens zijn er geen akoestisch relevante kruispunten of rotondes in de directe omgeving van het bouwplan aanwezig.

pagina 3 van 9

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

3 Wet- en regelgeving 3.1 Berekeningsmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaardrekenmethode 2” zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De invoergegevens van het akoestisch model wegverkeerslawaai zijn weergegeven in bijlage 3. Een grafische weergave van deze invoergegevens is weergegeven in bijlage 4.

3.2 Randvoorwaarden Wgh 3.2.1 Inleiding De maat voor de geluidbelasting van een weg wordt uitgedrukt in de Lden-waarde. Lden is de geluidbelasting in dB op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00 - 19.00 uur, van 19.00 - 23.00 uur en van 23.00 - 07.00 uur van een jaar, zoals omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189).

3.2.2 Geluidzones Volgens de Wgh hebben wegen een zone die zich aan weerszijden van de weg uitstrekt vanaf de as van de weg (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: •

ligging binnen een woonerf;

•

een maximumsnelheid van 30 km/uur.

In tabel 3.1 is de breedte van de geluidzones weergegeven. Tabel 3.1: breedte van de geluidzones langs wegen soort gebied stedelijk

buitenstedelijk

aantal rijstroken

breedte geluidzone (m)

1 of 2

200

3 of meer

350

1 of 2

250

3 of 4

400

5 of meer

600

3.2.3 Artikel 110g Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproductie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst redelijkerwijs is te verwachten, bij de berekening en meting van de geluidbelasting op de gevel van pagina 4 van 9

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

woningen of op andere geluidgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidgevoelige terreinen op het resultaat een door hem bepaalde aftrek van niet meer dan 5 dB wordt toegepast. Conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 bedraagt voornoemde aftrek:

a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wgh 56 dB is;

b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wgh 57 dB is;

c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden;

d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wgh. De voornoemde aftrek van 5 dB voor overige wegen is tevens gehanteerd voor 30 km/uur weg Bruëlisstraat. Uit technische overwegingen zijn er geen argumenten waarom de aftrek bij 30 km/uur lager zou zijn dan bij 50 km/uur. De meest logische werkwijze is derhalve om aan te sluiten bij de aftrek zoals die voor 50 km/uur wegen bestaat.

3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied Binnen de Wgh is de toetsing van de geluidbelasting afhankelijk gesteld van de ligging van het bouwplan. Volgens artikel 1 van de Wgh wordt onderscheiden: •

Stedelijk gebied:

het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII van de Wgh, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

•

Buitenstedelijk gebied:

het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van de hoofdstukken VI en VII, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

3.2.5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012) Binnen het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is middels artikel 3.5 de mogelijkheid geboden om voor wegen met een snelheidsregime van 70 km/uur of meer rekening te houden met de toekomstige effecten van Europees bronbeleid. Artikel 3.5 schrijft hierover het volgende: •

bij de berekening van het equivalent geluidniveau vanwege een weg wordt, voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, 2 dB in mindering gebracht op de wegdekcorrectie bepaald overeenkomstig bijlage III bij deze regeling of als het wegdek bestaat uit dicht asfaltbeton, in afwijking van het gestelde in paragraaf 1.5 en 2.4.2 van bijlage III een wegdekcorrectie van 2 dB in rekening gebracht;

pagina 5 van 9

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

•

in afwijking van het eerste lid wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen: a.

Zeer Open Asfalt Beton;

b.

tweelaags Zeer Open Asfalt Beton, met uitzondering van tweelaags Zeer Open Asfalt Beton fijn;

c.

uitgeborsteld beton;

d.

geoptimaliseerd uitgeborsteld beton;

e.

oppervlakbewerking.

3.2.6 Normen geluidbelasting Artikel 82 tot en met 85 van de Wgh geven nadere uitleg met betrekking tot de geluidbelasting in zogenaamde “Nieuwe situaties” (er dient een ruimtelijke procedure te worden gevolgd). De zogenaamde voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. Is de geluidbelasting lager dan 48 dB dan legt de Wgh geen restricties op aan het onderhavige plan. Wordt deze voorkeursgrenswaarde overschreden dan kan door de gemeente een hogere waarde worden vastgesteld. Indien de geluidbelasting lager is dan de maximale ontheffingswaarde, kan de gemeente ontheffing verlenen indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB onvoldoende doeltreffend zijn dan wel op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In navolgende tabellen 3.2 en 3.3 worden de normen uit de Wgh weergegeven. Tabel 3.2: normen geluidbelasting in stedelijk gebied normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in een stedelijk gebied voorkeursgrenswaarde

48 dB

maximale ontheffingswaarde

63 dB

maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw

68 dB

Tabel 3.3: normen geluidbelasting in buitenstedelijk gebied normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in een buitenstedelijk gebied voorkeursgrenswaarde

48 dB

maximale ontheffingswaarde

53 dB

maximale ontheffingswaarde; agrarische bedrijfswoning

58 dB

maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw, buiten de bebouwde kom

58 dB

maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw gelegen binnen de bebouwde kom, binnen de zone langs

63 dB

een autoweg of autosnelweg

In onderhavig onderzoek wordt enkel een niet zoneplichtige weg beschouwd. Derhalve is er formeel geen sprake van toetsing aan bovenstaande normen.

3.3 Geluidbeleid gemeente Kapelle De gemeente Kapelle heeft geen eigen geluidbeleid met betrekking tot het verlenen van hogere waarden vastgesteld.

pagina 6 van 9

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

4 Rekenresultaten en toetsing 4.1 Geluidbelasting wegverkeerslawaai In de navolgende tabel 4.1 zijn de berekeningsresultaten van de toetspunten samengevat weergegeven. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 4.1: geluidbelasting t.g.v. het wegverkeer op de Bruëlisstraat (30 km/uur) toetspunt

t01 t/m t12

toetshoogte

geluidbelasting

voorkeurs-

maximale ontheffings-

(m)

incl. artikel 110g Wgh

grenswaarde1

waarde

(dB)

(dB)

(dB)

48

n.v.t.

alle

≤48

1,5 en 10,5

52

4,5 en 7,5

53

alle

53

1,5 t/m 7,5

53

10,5

52

alle

53

1,5 t/m 7,5

53

10,5

52

1,5

49

4,5 t/m 10,5

50

t13

t14

t15

t16

t17 en t18

t19 Opmerking bij tabel 4.1: 1)

Voor 30 km/uur wegen is een voorkeursgrenswaarde conform de Wgh niet aan de orde. In het kader van een goede ruimtelijk ordening wordt de bijbehorende waarde van 48 dB als richtwaarde beschouwd.

Voor de Bruëlisstraat geldt dat de geluidbelasting de richtwaarde met maximaal 5 dB overschrijdt ter plaatse van de gevels van de appartementen aan de noord-, oost- en westgevel van gebouw gb002. Echter kan voor een 30 km/uur weg geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze weg niet zoneplichtig is. Derhalve is een procedure hogere waarde niet aan de orde.

4.2 Cumulatieve geluidbelasting Ten behoeve van de procedure hogere waarde dient conform artikel 110f Wgh de cumulatieve geluidbelasting te worden bepaald, indien sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron. Allereerst dient vastgesteld te worden of sprake is van een relevante blootstelling door verschillende geluidbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die te onderscheiden bronnen wordt overschreden. Conform de Wgh dienen voor de cumulatie de zoneplichtige wegen en spoorwegen en de geluidbelasting ten gevolge van industrie en/of luchtvaart meegenomen te worden. De cumulatieve geluidbelasting dient bepaald te worden conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (bijlage I, hoofdstuk 2 ‘Rekenmethode cumulatieve geluidsbelasting’). De correctie conform artikel 110g Wgh met betrekking tot wegverkeer wordt hierbij niet toegepast.

pagina 7 van 9

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

Dit betekent dat in onderhavige situatie de cumulatieve geluidbelasting niet bepaald hoeft te worden.

4.3 Geluidwering gevels (GA;k) Volgens het bouwbesluit dient de karakteristieke geluidwering van de gevel G A;k voor verblijfsgebieden in een woning minimaal de in het vastgestelde besluit hogere waarde opgenomen hoogst toelaatbare geluidbelasting minus 33 dB te bedragen. Een gevel van een nieuwbouwwoning dient bovendien minimaal een GA;k van 20 dB te hebben. Ondanks dat voor onderhavig plan geen hogere waarde aangevraagd kan worden, wordt in het kader van een goed woon- en leefklimaat voor de appartementen aan noord-, oost- en westgevel van gebouw gb002 alsnog geadviseerd een aanvullend onderzoek uit te voeren ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Een dergelijk onderzoek kan tevens worden geëist door de gemeente. Geadviseerd wordt aan te sluiten bij voornoemde nieuwbouweis waarbij voor de hogere waarde de geluidbelasting op de gevel kan worden aangehouden. Hierbij wordt opgemerkt dat wanneer er sprake is van een zorgfunctie met bedgebieden de eis 5 dB strenger is dan voor andere verblijfsgebieden. De karakteristieke geluidwering van de gevel dient dan minimaal de geluidbelasting op de gevel minus 28 dB te bedragen.

pagina 8 van 9

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

5 Samenvatting en conclusie In opdracht van Rho Adviseurs heeft Tritium Advies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling aan Bruëlisstraat 111 te Kapelle. Het plan betreft de uitbreiding van het bestaande woonzorgcomplex Cederhof. Om plaats te maken voor de nieuwbouw zullen de ter plaatse aanwezige aanleunwoningen gesloopt worden. Het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. Het plan is gelegen aan de 30 km/uur weg Bruëlisstraat. Voor de Bruëlisstraat geldt dat de geluidbelasting de richtwaarde met maximaal 5 dB overschrijdt ter plaatse van de gevels van de appartementen aan de noord-, oost- en westgevel van gebouw gb002. Echter kan voor een 30 km/uur weg geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze weg niet zoneplichtig is. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde. Ondanks dat voor onderhavig plan geen hogere waarde aangevraagd kan worden, wordt in het kader van een goed woon- en leefklimaat voor de appartementen aan de noord-, oost- en westgevel van gebouw gb002 alsnog geadviseerd een aanvullend onderzoek uit te voeren ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Een dergelijk onderzoek kan tevens worden geëist door de gemeente.

Geadviseerd wordt aan te sluiten bij voornoemde nieuwbouweis waarbij voor de hogere waarde de geluidbelasting op de gevel kan worden aangehouden. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Hierbij wordt opgemerkt dat wanneer er sprake is van een zorgfunctie met bedgebieden de eis 5 dB strenger is dan voor andere verblijfsgebieden. De karakteristieke geluidwering van de gevel dient dan minimaal de geluidbelasting op de gevel minus 28 dB te bedragen.

pagina 9 van 9

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

Bijlage 1:

Situatietekening van het plan

Uitbreiding Cederhof, Kapelle Cederhof, Kapelle Projectleider Projectleider

Onderwerp

Fase

Situatie nieuw

Projectnummer

Tekeningnummer

2006 VO-SI ADOMI / ARKEY - ASD Tekenmethodiek

www.rvdw.nl

Status

Gewijzigd

SO

Voorlopig

A B

L

Schaal

Map

C

M

1:500

'Werkmap'

D

N

E

O

K

Getekend

Filenaam

F

P

mvel

VO-SI

G

Q

H

R

Formaat

Datum

I

S

A1

15-02-2021

J

T

BUREAU

WEIJDEN

Paul van der Weijden

ARCHITECTEN

Projectarchitect

Lloydstraat 198 3024 EA Rotterdam +3110 212 15 88

RUTTEN VD

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

Bijlage 2:

Verkeersgegevens wegverkeer

Susan Vissers | Tritium Advies Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Susan Vissers | Tritium Advies vrijdag 2 april 2021 09:04 Susan Vissers | Tritium Advies FW: aanvraag verkeersgegevens Cederhof te Kapelle

Geachte mevrouw Vissers, De verdeling is wat mijn betreft akkoord wat uurverdeling dag/avond/nacht. Zwaar vrachtverkeer ligt in de rest van de kern rond de 1%. Dus dat is te verlagen eventueel. Maar misschien beter voorzichtige prognoses aannemen -> voorstel is akkoord. Met vriendelijke groet, Beleidsadviseur Verkeer ------------------------------------------------------------------------------Beste heer, Bedankt voor de reactie. Hebben jullie als gemeente zelf standaardverdeling die gehanteerd zouden kunnen worden? Zo niet dan zou ik voor willen stellen om gebruik te maken van het door het ministerie van VROM uitgegeven rapport “bepaling van verkeersgegevens ten behoeve van de Wet geluidhinder”, GF-DR-35-01. De Bruëllistraat is als een “buurtontsluitingsweg”, wat resulteert in onderstaande verdeling:

licht middel zwaar

% dag % avond % nacht 6,48 3,73 0,92 84,96 92,23 84,31 10,65 6,17 10,89 4,38 1,61 4,79

Komt dit overeen met uw verwachting? Ik hoor het graag. Met vriendelijke groet, ing. S. (Susan) Vissers Projectleider geluid en bouwfysica

M. 06 82 01 31 75 T. 088 44 02 900 E. s.vissers@tritium.nl W. ma, di, do en vrij

Bodem | Water & lucht | Geluid & bouwfysica | Kwaliteit, arbo en milieu | Ruimtelijke ordening | Asbest ARKEL » NEER » NUENEN » PRINSENBEEK » RIJKEVOORT Schrijf u hier in op onze nieuwsbrief | Op dit e-mail bericht is een disclaimer van toepassing.

Geachte mevrouw Vissers, Excuus voor de late reactie. We hebben geen exacte tellingen van deze woonstraat. Aantallen zijn beperkt en zullen onder drempelwaarden liggen. Hierbij antwoord op de vragen inclusief schattingen 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7)

maximum snelheid; 30 km per uur evt. obstakels (verkeerslicht, rotonde, verkeersdrempels, etc.); Enkele drempels/pleteaus aanwezig verdeling lichte, middelzware en zware voertuigen over de dag-, avond- en nachtperiode; Standaard verdeling etmaalintensiteiten; Geen telling beschikbaar, ongeveer 1.000 per etmaal wegdektype; elementen ophogingspercentage telgegevens naar het maatgevende jaar 2031 (of prognose intensiteiten 2031); lichte groei geen ontwikkelingen in de omgeving

geplande herinrichtingen. Niet van toepassing

Met vriendelijke groet, Beleidsadviseur Verkeer

1

documentkenmerk: 2101/270/SH-01, versie 0

Bijlage 3:

Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Rapport: Model:

2101/270/SH-01 bijlage 3

Lijst van model eigenschappen wegverkeer

Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode

wegverkeer sh #2|Wegverkeerslawaai|RMW-2012|

Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met

sh op 1-4-2021 sh op 2-4-2021 Geomilieu V2020.2

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Zoekafstand [m] Max. reflectie afstand tot bron [m] Max. reflectie afstand tot ontvanger [m] Standaard bodemfactor Zichthoek [grd] Maximale reflectiediepte Reflectie in woonwijkschermen Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0

07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 1 4 Groepsresultaten Groepsresultaten ---0,00 2 1 Ja Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen

2-4-2021 10:17:57

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Model: Groep:

wegverkeer (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam w01 Bruel

Omschr. Bruëlisstraat

Type Verdeling

Hbron 0,75

Helling 0

Wegdek W9a

Wegdek Elementenverharding in keperverband

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen

2101/270/SH-01 bijlage 3

V(LV(D)) 30

V(MV(D)) 30

V(ZV(D)) 30

Totaal aantal 1206,00

%Int(D) 6,48

2-4-2021 10:18:13

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

2101/270/SH-01 bijlage 3

Model: Groep:

wegverkeer (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam w01 Bruel

%Int(A) 3,73

%Int(N) 0,92

%LV(D) 84,96

%LV(A) 92,23

%LV(N) 84,31

%MV(D) 10,65

%MV(A) 6,17

%MV(N) 10,89

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen

%ZV(D) 4,38

%ZV(A) 1,61

%ZV(N) 4,79

Cpl False

Cpl_W 1,5

2-4-2021 10:18:13

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Model: Groep:

2101/270/SH-01 bijlage 3

wegverkeer (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam t01 t02 t03 t04 t05

Omschr. toetspunt t01 toetspunt t02 toetspunt t03 toetspunt t04 toetspunt t05

Maaiveld 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

Hoogte C 7,50 7,50 7,50 7,50 7,50

Hoogte D 10,50 10,50 10,50 10,50 10,50

Hoogte E ------

Hoogte F ------

Gevel Ja Ja Ja Ja Ja

t06 t07 t08 t09 t10

toetspunt t06 toetspunt t07 toetspunt t08 toetspunt t09 toetspunt t10

1,00 1,00 1,00 1,00 1,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

7,50 7,50 7,50 7,50 7,50

10,50 10,50 10,50 10,50 10,50

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

t11 t12 t13 t14 t15

toetspunt t11 toetspunt t12 toetspunt t13 toetspunt t14 toetspunt t15

1,00 1,00 1,00 1,00 1,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

7,50 7,50 7,50 7,50 7,50

10,50 10,50 10,50 10,50 10,50

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

t16 t17 t18 t19

toetspunt t16 toetspunt t17 toetspunt t18 toetspunt t19

1,00 1,00 1,00 1,00

Relatief Relatief Relatief Relatief

1,50 1,50 1,50 1,50

4,50 4,50 4,50 4,50

7,50 7,50 7,50 7,50

10,50 10,50 10,50 10,50

-----

-----

Ja Ja Ja Ja

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen

2-4-2021 10:18:51

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Model: Groep:

2101/270/SH-01 bijlage 3

wegverkeer (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam b01 b02 b03 b04 b05

Omschr. groen tuinen tuinen tuinen groen

Bf 1,00 0,50 0,50 0,50 1,00

b06 b07 b08 b09 b10

tuinen tuinen tuinen tuinen tuinen

0,50 0,50 0,50 0,50 0,50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11487781/1