2022-08a. D22.262805 Advies juridische werkgroep GR de Bevelanden over harmoniseren subsidies
Tekst van het document
Advies Juridische werkgroep GR de Bevelanden aan het PoHo WIZ over harmoniseren subsidie verlenen voor armoedebestrijding en inburgering Aanleiding De Bevelandse gemeenten hebben enkele jaren terug het openbaar lichaam GR de Bevelanden opgericht. In de gemeentelijke regeling zijn in artikel 5 de taken en bevoegdheden van deze regeling opgenomen. Armoedebestrijding is geen taak of bevoegdheid die in de gemeentelijke regeling is opgenomen. Inburgering is in artikel 5D onder e wel overgedragen. De bevoegdheid van het Algemeen Bestuur om voor deze taak een subsidieverordening vast te stellen is in artikel 9 niet overgedragen. De Bevelandse gemeenten hebben GR de Bevelanden wel gevraagd deze taken namens hen te coördineren zodat de deelnemers een gelijkluidend subsidiebesluit kunnen nemen. Dit is nu niet mogelijk omdat elke deelnemer subsidieaanvraag moet beoordelen aan de eigen subsidieverordening. Omdat deze verschillend zijn, moeten er ook andere proces gevoerd worden en verschillende subsidiebesluiten genomen worden. Dit is niet wenselijk. Tot nu toe worden er wel vijf gelijke subsidiebesluiten genomen, maar dit is onrechtmatig. Wens tot harmoniseren Het PoHo WIZ en de colleges hebben de wens om de uitvoering van armoedebestrijding en inburgering te harmoniseren. In dit advies worden de mogelijkheden en de voor- en nadelen aangegeven. Nr 1
Mogelijkheid Zonder voorwaarden de bevoegdheid delegeren om subsidie te verlenen voor armoedebestrijding en inburgering
Voordelen GR kan zelf subsidie verlenen voor armoedebestrijding en inburgering.
2
Algemene subsidieverordeningen aanpassen
Als de vijf algemenen subsidieverordeningen geharmoniseerd zijn, moet de GR nog steeds vijf subsidieaanvragen toetsen aan de vijf subsidieverordeningen, maar zal de uitkomst gelijk zijn.
3
Specifieke subsidieverordening armoedebeleid vaststellen
Er komen vijf specifieke subsidieverordeningen. Omdat een specifieke verordening voorgaat op een algemene verordening kan WIZ de specifieke verordening toepassen.
Nadelen Om dit mogelijk te maken moet het bestuur van GR de Bevelanden aan de vijf colleges vragen om de gemeenschappelijke regeling aan te passen. Dit moet voor een zienswijze aan de raden voorgelegd worden. Het is niet zeker of alle raden bereid zijn om deze taken en bevoegdheden volledig over te dragen om de gewenste harmonisatie te realiseren. Ook al zijn ze hiertoe bereid dan geldt in beginsel nog het kader van de Algemene subsidieverordening van de betreffende gemeente. De raden moeten dus expliciet bepalen dat deze niet gelden. Het vaststellen van een subsidieverordening is een autonome bevoegdheid van de raad. Hoewel de verordeningen grotendeels op het model van de VNG zijn gebaseerd, zijn er meerdere verschillen tussen de verordeningen. Het gaat om de indieningstermijn, wel of geen vermogenstoets, normbedragen voor direct vaststellen, in termijnen betalen, verantwoording, accountscontrole etc. Het is niet zeker of alle raden bereid zijn om de eigen algemene subsidieverordening aan te passen voor de gewenste harmonisatie. De vijf colleges kunnen in plaats van de algemene subsidieverordening aanpassen, de raden ook verzoeken om voor de gewenste harmonisatie een specifieke subsidieverordening vast te stellen. De raden kunnen alleen ja of nee zeggen, want het vaststellen heeft alleen zin als de vijf verordeningen gelijk zijn.
Vooraf moet dan wel politieke besluitvorming plaatsvinden over belangrijke kwesties zoals wel of geen vermogenstoets opnemen in de specifieke subsidieverordening. Goes en N-B kennen deze wel, Borsele, Kapelle en Reimerswaal niet. Compromis kan b.v. zijn om de lichtere vermogenstoets van N-B toe te passen. Hiervoor kan een nader advies opgesteld worden.
Advies Optie 3 is haalbaar. Optie 3 lijkt het meest haalbaar en staat ook het meest in verhouding tot het probleem. Voorwaarde is wel dat vooraf een standpunt ingenomen wordt over een aantal belangrijke zaken zoals wel of geen vermogenstoets, de indieningstermijn en vanaf welk bedrag verantwoording afgelegd moet worden en het overleggen van een accountantsverklaring met wel of geen verslag van bevindingen. Advies is daarom te kiezen voor optie 3.