CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-02a. D21.261643 Nota van zienswijzen Dijkversterking DEF

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan dijkversterking6.754 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert

Datum : 3 december 2021 Versie : definitief Corsanummer: 2021036024

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert

Inhoudsopgave 1

Inleiding .............................................................................................. 3 1.1 Aanleiding ....................................................................................... 3 1.2 Terinzagelegging ............................................................................... 3 1.3 Vervolgprocedure .............................................................................. 3

2

Zienswijzen .......................................................................................... 4 2.1.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet) .............................................. 4 2.1.2 Beantwoording ............................................................................... 4 2.2.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet) .............................................. 5 2.2.2 Beantwoording ............................................................................... 5 2.3.1 Inhoud zienswijze (bestemmingsplan Kapelle) .......................................... 5 2.3.2 Beantwoording ............................................................................... 5 2.4.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet, bestemmingsplan Kapelle) .............. 6 2.4.2 Beantwoording ............................................................................... 6 2.5.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet) .............................................. 7 2.5.2 Beantwoording ............................................................................... 7 2.6.1 Inhoud zienswijze (ontwerp dijkverzwaring: projectplan Waterwet) ................ 8 2.6.2 Beantwoording ............................................................................... 8 2.7.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet) ..............................................

8 2.7.2 Beantwoording ............................................................................... 8 2.8.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet, bestemmingsplan Kapelle) ............ 10 2.8.2 Beantwoording ............................................................................. 11 2.9.1 Inhoud zienswijze (bestemmingsplan Reimerswaal) .................................. 12 2.9.2 Beantwoording ............................................................................. 12 2.10.1 Inhoud zienswijze (bestemmingsplan Reimerswaal)................................. 13 2.10.2 Beantwoording ............................................................................ 13

3

Ambtshalve wijzigingen .......................................................................... 14

2

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De waterkering bij Hansweert is bij de laatste beoordelingen op hoogwaterveiligheid afgekeurd. In eerste instantie op binnenwaartse stabiliteit en deels op de kwaliteit van de dijkbekleding aan de buitenzijde. Na toepassing van een nieuwe normering, die rekening houdt met zwaardere stormen, blijkt er ook sprake van een aanzienlijk kruinhoogtetekort (tussen 80 cm en 290 cm ontwerphoogte). De waterkering zal versterkt moeten worden over een lengte van 5.150 m tussen de dijkpalen met de nummers 244,5 en 296, inclusief de aansluiting richting het sluizencomplex van Hansweert en de steenbekleding rond het slibdepot. Doel van het project dijkversterking Hansweert is om uiterlijk in 2028 een waterveilige, toekomstbestendige en goed beheersbare waterkering te realiseren die voldoet aan de nieuwe normering. Het dagelijks bestuur van het waterschap Scheldestromen heeft voor dit project op 1 juni 2021 het ontwerpprojectplan Waterwet vastgesteld. Dit ontwerpprojectplan Waterwet beschrijft de maatregelen die worden uitgevoerd voor het voldoen aan de nieuwe normering. Voor het uitvoeren van dit project is door zowel de gemeente Kapelle als de gemeente Reimerswaal een ontwerpbestemmingsplan opgesteld. Daarnaast is voor het project een milieueffectrapport opgesteld.

Tot slot is door Gedeputeerde Staten van Zeeland een ontwerpvergunning Wet natuurbescherming, inclusief passende beoordeling, opgesteld. 1.2 Terinzagelegging Het ontwerpprojectplan Waterwet, de ontwerpbestemmingsplannen, de ontwerpvergunning Wet natuurbescherming, het milieueffectrapport en bijbehorende stukken hebben van 8 juli 2021 tot en met 18 augustus 2021 ter visie gelegen. De bekendmaking is gepubliceerd in het Provinciaal Blad, de Staatscourant, de lokale huis aan huis bladen in zowel de gemeente Kapelle als Reimerswaal en op de website van de provincie Zeeland, waterschap Scheldestromen en de gemeenten Kapelle en Reimerswaal. De ontwerpbestemmingsplannen zijn tevens gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl. De stukken hebben ter visie gelegen op het provinciehuis, de gemeentehuizen van Kapelle en Reimerswaal en de kantoren van het Waterschap in Middelburg en Terneuzen. 1.3 Vervolgprocedure Het ontwerpprojectplan Waterwet, beide ontwerpbestemmingsplannen Dijkversterking en de ontwerpvergunning Wet natuurbescherming zullen, nadat de ingediende zienswijzen inhoudelijk zijn beoordeeld, aan de bevoegde gezagen ter vaststelling worden voorgelegd. Het projectplan Waterwet behoeft daarna goedkeuring van Gedeputeerde Staten. De definitieve besluiten worden gelijktijdig gepubliceerd.

In die publicatie wordt ingegaan op hoe beroep ingesteld kan worden bij de Afdeling bestuursrechtspaak van de Raad van State.

3

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert

2 Zienswijzen Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn er tien zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend. Omdat tegen de ontwerpbesluiten eenieder een zienswijze in mag dienen betekent dit alle zienswijzen ontvankelijk zijn. De volgende zienswijzen zijn binnengekomen: Nr

Naam

Datum

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Indiener 1 Indiener 2 Indiener 3 Indiener 4 Indiener 5 Indiener 6 Indiener 7 Indiener 8 Indiener 9 Indiener 10

27 juli 2021 28 juli 2021 2 augustus 2021 3 augustus 2021 5 augustus 2021 11 augustus 2021 11 augustus 2021 17 augustus 2021 15, 17 augustus 2021 18 augustus 2021

Zienswijze op: Projectplan BP Kapelle BP Vergunning Waterwet Reimerswaal Wnb X X X* X X* X X X* X* X X* X* X* Hele project dijkversterking, geen ontwerpbesluit genoemd** X X X X X* X* X X*

MER

X*

* de zienswijze heeft betrekking op dit ontwerpbesluit, echter blijkt uit de zienswijze dat er geen inhoudelijke gronden tegen dit ontwerpbesluit ingediend zijn. Door de gecoördineerde voorbereiding is er daarom vanuit gegaan dat de zienswijze ziet op de andere – in de betreffende regel - aangekruiste ontwerpbesluiten. ** de zienswijze heeft betrekking op het project, er is geen specifiek ontwerpbesluit genoemd in de zienswijze. Door de gecoördineerde voorbereiding is de zienswijze wel beoordeeld en op de inhoudelijke gronden van de zienswijze geconcludeerd dat deze ziet op het ontwerp-projectplan Waterwet.

In het navolgende wordt per zienswijze eerst samengevat welke inhoudelijke zienswijzen aangevoerd worden, waarna in de volgende paragraaf tot de beantwoording daarvan wordt overgegaan. 2.1.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet) De bereikbaarheid van het windpark Willem Annapolder II ten behoeve van ontmanteling en bouw van windturbines met zwaar materieel en zeer lange en/of ook zware lading dient ten alle tijden via de Weg langs de Zeedijk geborgd te worden. Dit dient vastgelegd te worden in een overeenkomst tussen het waterschap en indiener. 2.1.2 Beantwoording Uit hoofdstuk 7.3 van het ontwerpprojectplan Waterwet blijkt welke wegen - waaronder de Weg langs de Zeedijk - tijdens de werkzaamheden aan de dijk worden afgesloten, daarnaast staat in dit hoofdstuk vermeld: “Ook de bereikbaarheid van landbouwpercelen, EKOZ en windmolens in dijksectie Landelijk Gebied blijft gewaarborgd tijdens de aanlegfase. De totale fasering wordt zo ingestoken dat de afsluiting van de wegen nabij de dorpskern Hansweert zoveel als mogelijk beperkt blijft. Voor lokaal verkeer worden omleidingsroutes ingesteld. De afsluitingen hebben tevens invloed op de recreatieve routes. Voor de bereikbaarheid van woningen, lokale horeca en/of bedrijvigheden (waaronder landbouwverkeer) aan de dijk, worden tijdelijke bereikbaarheidsvoorzieningen getroffen. Hulpdiensten worden geïnformeerd over de omleidingen.

Bij calamiteiten waar de bestemming van de calamiteit langs de dijk ligt, kan gebruik worden gemaakt van de transportroutes en mogelijk de dijk.” Belangrijk hierin is dat tussen belanghebbende en het waterschap afspraken worden vastgelegd. Het waterschap regelt dit voorafgaand aan de uitvoering met de indiener en legt de afspraken vast in een overeenkomst. De aannemer zal, namens het waterschap, de coördinatie van deze afspraken op zich nemen. De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de ontwerpbesluiten.

4

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert 2.2.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet) a) Het ontwerpprojectplan Waterwet gaat in tegenstelling tot het ontwerpbestemmingsplan niet in op het vergunde project van twee windturbines. Verzocht wordt dit alsnog in het ontwerpprojectplan Waterwet op te nemen; b) Het is van groot belang dat er zekerheid is dat de bouwlocaties goed bereikbaar zijn zodat de bouw en exploitatie van het project ongehinderd plaats kan vinden. Dit dient vastgelegd te worden in een overeenkomst tussen het waterschap en indiener; c) Verzocht wordt om bij de aan te passen legger rekening te houden met de locaties van de reeds vergunde bouw van de windturbines zodat hiervoor geen vergunningsplicht van kracht is. 2.2.2 Beantwoording a) De vergunde windmolens zijn niet vermeld in het projectplan Waterwet. Voor het projectplan Waterwet is dit, in tegenstelling tot het bestemmingsplan, niet het juiste juridische kader. Het projectplan Waterwet beschrijft de wijzigingen aan de primaire waterkering. Tijdens de uitvoering wordt echter wel rekening gehouden met de vergunde windmolens, dit blijkt ook uit een verbrede inrit ter plaatse van de oostelijke windmolen en de passage over bereikbaarheid (hoofdstuk 7.3).

b) Uit hoofdstuk 7.3 van het ontwerpprojectplan Waterwet blijkt welke wegen - waaronder de Weg langs de Zeedijk - tijdens de werkzaamheden aan de dijk worden afgesloten, daarnaast staat in dit hoofdstuk vermeld: “Ook de bereikbaarheid van landbouwpercelen, EKOZ en windmolens in dijksectie Landelijk Gebied blijft gewaarborgd tijdens de aanlegfase. De totale fasering wordt zo ingestoken dat de afsluiting van de wegen nabij de dorpskern Hansweert zoveel als mogelijk beperkt blijft. Voor lokaal verkeer worden omleidingsroutes ingesteld. De afsluitingen hebben tevens invloed op de recreatieve routes. Voor de bereikbaarheid van woningen, lokale horeca en/of bedrijvigheden (waaronder landbouwverkeer) aan de dijk, worden tijdelijke bereikbaarheidsvoorzieningen getroffen. Hulpdiensten worden geïnformeerd over de omleidingen. Bij calamiteiten waar de bestemming van de calamiteit langs de dijk ligt, kan gebruik worden gemaakt van de transportroutes en mogelijk de dijk.” Belangrijk hierin is dat tussen belanghebbende en het waterschap afspraken worden vastgelegd. Het waterschap regelt dit voorafgaand aan de uitvoering met de indiener en legt de afspraken vast in een overeenkomst. De aannemer zal, namens het waterschap, de coördinatie van deze afspraken op zich nemen.

c) Het vaststellen van de legger (na inwerkingtreding Omgevingswet “beperkingengebied”) is een later te nemen besluit van het waterschap, wat formeel los staat van de onderhavige procedure. Ter plaatse van de windmolen wijzigt de dijk zeer minimaal omdat dit alleen de aansluiting met de verhoogde dijk verderop betreft. De legger zal op deze locatie niet aangepast moeten worden door impact vanuit de dijkversterking. De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de ontwerpbesluiten. 2.3.1 Inhoud zienswijze (bestemmingsplan Kapelle) Indiener eist een robuuste volledige verbreding van de Langeweg voordat de Weg langs de Zeedijk wordt afgesloten zodat een onbelemmerde en veilige doorgang van de verkeersbewegingen van en naar het bedrijf gegarandeerd is. 2.3.2 Beantwoording Uit hoofdstuk 7.3 van het ontwerpprojectplan Waterwet blijkt welke wegen - waaronder de Weg langs de Zeedijk - tijdens de werkzaamheden aan de dijk worden afgesloten, daarnaast staat in dit hoofdstuk vermeld: “Ook de bereikbaarheid van landbouwpercelen, EKOZ en windmolens in dijksectie Landelijk Gebied blijft gewaarborgd tijdens de aanlegfase. De totale fasering wordt zo ingestoken dat de afsluiting van de wegen nabij de dorpskern Hansweert zoveel als mogelijk beperkt blijft. Voor lokaal verkeer worden omleidingsroutes ingesteld. De afsluitingen hebben tevens invloed op de recreatieve routes.

Voor de bereikbaarheid van woningen, lokale horeca en/of bedrijvigheden (waaronder landbouwverkeer) aan de dijk, worden tijdelijke bereikbaarheidsvoorzieningen getroffen. Hulpdiensten worden geïnformeerd over de omleidingen. Bij calamiteiten waar de bestemming van de calamiteit langs de dijk ligt, kan gebruik worden gemaakt van de transportroutes en mogelijk de dijk. 5

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert Belangrijk hierin is dat tussen belanghebbende en het waterschap afspraken worden vastgelegd. Het waterschap regelt dit voorafgaand aan de uitvoering met de indiener en legt de afspraken vast in een overeenkomst. In deze overeenkomst worden afspraken over de verbreding van de Langeweg vastgelegd. De aannemer zal, namens het waterschap, de coördinatie van deze afspraken op zich nemen. De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de ontwerpbesluiten. 2.4.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet, bestemmingsplan Kapelle) a) Indiener vindt dat er te makkelijk is gekozen om de dijk binnendijks te versterken gevolg is namelijk dat indiener grond moet afstaan; b) Indien er toch binnendijks versterkt wordt dan wil indiener de garantie dat het alternatief, dat hen door het waterschap is aangeboden, niet door de voorliggende plannen wordt doorkruist; c) Indiener vindt de begripsbepaling van intensieve veehouderij in het bestemmingsplan Dijkversterking van de gemeente Kapelle niet toereikend omdat zij wel degelijk afhankelijk zijn van grond; d) De mogelijke schade is naar het idee van indiener niet volledig benoemd en daar waar schade aan de orde is zal dit volledig moeten worden vergoed waarbij een schadeloket handig zou zijn.

2.4.2 Beantwoording a) Buitendijks versterken leidt tot oppervlakteverlies op het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe en dan met name op het habitattype Estuaria (H1130). De huidige instandhouding van het habitattype is zeer ongunstig. Voor het habitattype in het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe geldt dan ook het instandhoudingsdoel “uitbreiding van oppervlakte en verbetering van kwaliteit”. Bij een eventuele buitendijkse variant om de dijk te versterken zou er sprake zijn van een aanzienlijke oppervlakteverlies op dit habitattype met significante negatieve effecten als mogelijk gevolg. Hierdoor zou een buitendijkse versterking getoetst moeten worden op grond van de ADC-toetsing, welke gebaseerd is op Europese regelgeving. Eenvoudig verwoord betekent dit dat gekeken moet worden naar Alternatieven, Dwingende omstandigheden en Compensatie. De volgorde is daarin van belang. Er is bij de dijkversterking Hansweert wel gekeken naar buitendijks versterken, maar vanwege de aanzienlijke natuurschade die daarbij zou optreden op de beschermde Natura 2000-waarden, met name op het habitattype Estuaria (H1130) is gekozen voor het alternatief binnendijks versterken, aangezien dat een alternatief is, die tot minder schade aan beschermde natuurwaarden leidt. b) Over het alternatief is nog geen overeenstemming tussen indiener, het waterschap en een derde partij.

Het alternatief gaat over het anders aanleggen van een sloot, zodat er een andere perceelverdeling ontstaat. Zowel het projectplan Waterwet als het bestemmingsplan sluiten een andere ligging van de sloot niet uit. Hierdoor is er geen belemmering om het projectplan Waterwet en het bestemmingsplan vast te stellen. In het projectplan Waterwet en het bestemmingsplan is daarom dezelfde situatie opgenomen als in de ontwerpplannen. Getracht wordt vóórafgaand aan de uitvoering overeenstemming te hebben bereikt tussen indiener, het waterschap en de derde partij. c) De begripsbepaling onder Artikel 1.7, lid b sub 3 van het bestemmingsplan Dijkversterking is identiek aan die van Artikel 1.9, lid b sub 3 het bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening. Het bestemmingsplan Dijkversterking levert geen planologisch verschil op voor indiener. In aanvulling op bovenstaande blijkt uit onderzoek dat het bedrijf niet (deels) is overgeschakeld naar een agrarisch bedrijf waar afhankelijkheid van grond een rol speelt. De bedrijfsvoering van het bedrijf is sinds de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening niet gewijzigd. Ook is de milieuvergunning van het bedrijf niet tussentijds gewijzigd.

Er is dan ook geen aanleiding om nu in dit bestemmingsplan voor de dijkverzwaring, dat slechts voor een beperkt deel van de bedrijfsgronden van toepassing is, een andere begripsbepaling op te nemen dan die in het bestemmingsplan waarin het bedrijf voor het overgrote deel is gelegen. d) In het ontwerpprojectplan Waterwet is in hoofdstuk 7.8 opgenomen: “Voor schade die een gevolg is van (op zichzelf rechtmatige) besluiten of rechtmatig feitelijk handelen, kan iedereen een verzoek tot schadevergoeding bij het waterschap doen op grond van artikel 7.14 van de Waterwet. Een 6

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert belanghebbende komt voor een vergoeding in aanmerking, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins verzekerd is. Voorbeelden van nadelen die voor (geheel of gedeeltelijke) vergoeding in aanmerking komen zijn: waardevermindering van gronden en opstallen, inkomensschade en kosten van onder meer schadebeperkende maatregelen. Verzoeken of aanvragen voor nadeelcompensatie worden conform de Verordening nadeelcompensatie waterschap Scheldestromen afgehandeld. Deze regeling kan worden geraadpleegd op de website van het waterschap (www.scheldestromen.nl/nadeelcompensatie). Het verzoek tot vergoeding van de schade dient een motivering van het verzoek en indien redelijkerwijs mogelijk een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde schadevergoeding te bevatten.” In het geval van schade/hinder kan hiervoor contact opgenomen worden met waterschap Scheldestromen. De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de ontwerpbesluiten.

2.5.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet) a) Het waterschap heeft een vergadering belegd waarbij niet elke belanghebbende was uitgenodigd; b) De belangen van agrariërs zijn niet voldoende meegenomen in het project; c) Ontsluitingen tijdens de werkzaamheden zijn nog niet geregeld en hier is nog niet over gecommuniceerd; d) Afspraken die gemaakt zijn staan foutief in het plan; e) De verslagen van de vergaderingen laten lang op zich wachten; f) Bevindingen van de grondmakelaar worden niet gecommuniceerd; g) De resultaten uit het verleden lijken niet tot verbetering in de toekomst te gaan leiden. 2.5.2 Beantwoording a) Het waterschap wil voorkomen dat belanghebbenden niet meegenomen worden in een project. Juist daarom hebben we afgelopen jaren meerdere overleggen georganiseerd, zowel individueel als in groepsverbanden met meerdere agrariërs. Om dit te kunnen bereiken is door het waterschap contact gelegd met een agrariër die als ‘ambassadeur’ kon fungeren. Deze agrariër heeft het eerste overleg georganiseerd, waarbij u inderdaad niet uitgenodigd bent. Op dat moment liepen had indiener reeds contact met het waterschap over dit project. Na het eerste overleg met de agrariërs is met indiener besproken dat zij vanaf dan gezamenlijk met de andere agrariërs geïnformeerd ging worden (zie gespreksverslag 20 augustus 2019 tussen waterschap en indiener).

Hierdoor wordt iedereen uit dezelfde doelgroep van dezelfde informatie voorzien. De zienswijze ziet verder niet inhoudelijk op de ontwerpbesluiten. b) Gesteld wordt dat de belangen van agrariërs ondergeschikt zijn aan het voorliggende plan van de dijkversterking. Het waterschap betreurt deze stelling. Afgelopen jaren is er veelvuldig contact geweest tussen het waterschap en de diverse belanghebbende partijen, waarbij de belangen van deze partijen duidelijk naar voor gebracht zijn en zorgvuldig meegewogen zijn. Dit blijkt uit de diverse gespreksverslagen van de overleggen met agrariërs. Het waterschap is echter genoodzaakt om met in achtneming van alle belangen een veilige dijk te realiseren. De zienswijze ziet verder niet inhoudelijk op de ontwerpbesluiten. c) Het waterschap is in samenspraak met de aannemer bezig met het opstellen van een verkeersmaatregelenplan (BLVC-plan). In hoofdstuk 7.3 van het ontwerpprojectplan Waterwet wordt hier onder andere naar verwezen. De stelling dat dit nog niet gereed is klopt daarmee, zodra hier meer over bekend is, wordt daarover gecommuniceerd. d) De dam van het betreffende perceel staat niet op de juist positie ingetekend, hierover is tijdens de terinzagelegging al gecommuniceerd dat dit aangepast gaat worden. De zienswijze leidt niet tot een ander standpunt, in de tekeningen bij het projectplan Waterwet zal dit worden aangepast.

e) Het waterschap probeert afgelopen jaren alle stakeholders betrokken te houden bij de voorbereiding van de dijkversterking Hansweert. Uit de interpretatie van de zienswijze lijkt het dat indiener dit anders ervaart. Het waterschap neemt dit mee in de komende overleggen met indiener, om de verwachtingen tussen waterschap en indiener transparanter te maken. f) Zie beantwoording sub e. 7

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert g) Zie beantwoording sub e. De zienswijze leidt tot aanpassing van de definitieve besluiten: de gewijzigde situatie als bedoeld in sub d hierboven wordt opgenomen in het projectplan Waterwet. Voor het overige leidt de zienswijze niet tot aanpassing. 2.6.1 Inhoud zienswijze (ontwerp dijkverzwaring: projectplan Waterwet) Indiener stelt dat door de kap van bomen en het wandelpad aan de oostzijde van de woning te projecteren er geen sprake meer is van privacy. Verzocht wordt om het bestaande wandelpad tussen grasveld en Boomdijk in stand te laten. 2.6.2 Beantwoording Uit de zienswijze blijkt dat indiener vreest in zijn privacy geschaad te worden. Daarom hebben het waterschap en de gemeente Reimerswaal besloten het wandelpad 3 meter op te schuiven, zodat er tussen het wandelpad en de tuin van indiener een groenstrook van 3 meter komt te liggen. Dit is besproken met indiener, waarbij indiener heeft aangegeven dat deze oplossing akkoord is. De zienswijze leidt daarom tot aanpassing van het ontwerpprojectplan Waterwet.

2.7.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet) a) Waarom wordt de eerste jaren niet gemonitord of de situatie overeenkomt met wat is berekend; b) Wie is aansprakelijk indien de berekeningen niet overeenkomen met de praktijk; c) Waarom wordt de kwelsloot niet aangelegd langs het groene talud; d) Is er geen andere oplossing voor de kap van bos en andere bomen; e) In het ontwerpprojectplan Waterwet staat dat er bij de rotonde Boomdijk/Kanaalstraat 23 bomen moeten worden gekapt terwijl de ontwerptekeningen in de bijlage van 'MER fase 2 Hoofdrapport' een ander beeld laten zien; f) Het nut van de aanleg van de rotonde Boomdijk/Kanaaldijk wordt door indiener betwist nu het vrachtverkeer van de buitendijks gevestigde aannemer een andere route neemt en het openbaar busvervoer met kleinere voertuigen gaat rijden g) De Schoorse Zeedijk komt ca. 10-20 meter dichterbij de woningen aan het Mastgat te liggen wat voor geluidsoverlast zorgt.

h) Niet alleen de woningen aan de Pluimpot, Mastgat en Keeten die met de tuin aan de dijk grenzen maar ook door anderen kan een beroep worden gedaan op de regeling voor schadevergoeding; i) Zorg er voor dat de aannemer zich bij de werkzaamheden aan de SBR trillingsrichtlijn A houdt en monitor dit goed; j) Welke eigenaren van panden, waar een kans op schade door trillingen bestaat, worden geïnformeerd en waar wordt een bouwkundige opname gedaan; k) De woonkwaliteit wordt niet alleen negatief beïnvloed door een hogere dijk maar ook door andere factoren. 2.7.2 Beantwoording a) De berekeningen zijn gebaseerd op peilbuizen die binnen het projectgebied geplaatst zijn, waarin continue de wintergrondwaterstanden gemeten worden. De zomergrondwaterstanden zijn afgeleid van de wintergrondwaterstanden. Uit de analyse van het grondwatermodel blijkt dat er geen significante effecten verwacht worden. Tussen de ter inzage legging en het vaststellen van de definitieve besluiten heeft het waterschap besloten om tijdens en 2 jaar na uitvoering van de dijkversterking (exacte periode nog nader te bepalen na evaluatie van de grondwaterstanden tijdens de uitvoering en 1 jaar na uitvoering) de grondwaterstanden jaarrond te monitoren. Dit is opgenomen bij de ambtshalve wijzigingen (zie hoofdstuk 3).

b) De grondwaterstanden zijn gemeten door Fugro, een onderzoeksbureau op het gebied van peilbuismetingen. De berekeningen en de hieruit afgeleide conclusies zijn uitgevoerd door hydrologen van adviesbureau Witteveen+Bos en geven geen aanleiding om te twijfelen aan de uitkomsten hiervan. De gemeente is het eerste aanspreekpunt met betrekking tot de 8

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert

c)

d)

e) f)

g)

h)

i)

grondwateroverlast. De gemeente zal eventuele klachten hierover in ontvangst nemen en doorsturen naar het waterschap, omdat het waterschap beheerder is van het watersysteem en verantwoordelijk is voor het project van de dijkversterking. Langs het talud is nu een speelplekje voorzien, hierdoor is ervoor gekozen om de kwelsloot meer noordelijk langs de woningen te positioneren. Verder is de sloot zo gepositioneerd dat grondwater nabij de woningen beter kan afgevoerd worden dan in de huidige situatie. Verder voorziet het ontwerp erin dat het hemelwater uit een deel van de oude kern (Waalstraat e.o) afstroomt via de kwelsloot. Hierdoor ontstaat er een doorstroming die die stankklachten van stilstaand water beperken. Het kappen van bomen is noodzakelijk voor de uitvoering van het project, omdat o.a. de dijk breder wordt. Het waterschap en de gemeente vinden een groene leefomgeving belangrijk. Mede daardoor is in het inrichtingsplan opgenomen dat er bomen terug geplant worden, om ook na uitvoering van het dijkversterkingsproject uiteindelijk weer een groene leefomgeving te creëren. Kwaliteits- en kwantiteitseisen en maatregelen op de aanplant van bomen zijn nog niet verder uitgewerkt. Dit gebeurt tijdens het opstellen van het uitvoeringsontwerp en zal nader beschreven worden in de nog aan te vragen omgevingsvergunning(en) voor de activiteit kappen.

In het ontwerpprojectplan Waterwet staat inderdaad een niet correct aantal bomen. Dit aantal is minder en wordt aangepast in de definitieve besluiten. Op pagina 32 van het ontwerpprojectplan Waterwet staat aangegeven waarom de rotonde verplaatst moet worden: “In de huidige situatie is een rotonde aanwezig aan het zuidelijke uiteinde van de Boomdijk. Deze dient als keerlus voor het OV en vuilniswagens, om het dorp te kunnen verlaten via de Boomdijk in noordelijke richting. In de nieuwe situatie is de rotonde ruimtelijk niet inpasbaar en om landschappelijk redenen niet wenselijk. De rotonde wordt verplaatst naar het kruispunt Boomdijk - Kanaalstraat - Eendracht”. Uit deze passage blijkt dat de rotonde ook door vuilniswagens en vergelijkbare voertuigen wordt gebruikt. Zo het al juist is dat het openbaar vervoer met kleinere voertuigen gaat rijden dan betekent dit niet dat uitgesloten is dat in de toekomst grotere voertuigen worden ingezet of andere grote voertuigen deze ruimte nodig hebben. In hoofdstuk 5.5 van het ontwerpprojectplan Waterwet is getoetst wat de impact is van de dijkversterking op het aspect geluid. Hoewel uit de berekeningsresultaten blijkt dat de geluidsbelasting toeneemt, blijft deze ruim onder de voorkeurgrenswaarde van de Wet geluidhinder.

In het ontwerpprojectplan Waterwet is in hoofdstuk 7.8 opgenomen: “Voor schade die een gevolg is van (op zichzelf rechtmatige) besluiten of rechtmatig feitelijk handelen kan iedereen een verzoek tot schadevergoeding bij het waterschap doen op grond van artikel 7.14 van de Waterwet. Een belanghebbende komt voor een vergoeding in aanmerking, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins verzekerd is. Voorbeelden van nadelen die voor (geheel of gedeeltelijke) vergoeding in aanmerking komen zijn: waardevermindering van gronden en opstallen, inkomensschade en kosten van onder meer schadebeperkende maatregelen. Verzoeken of aanvragen voor nadeelcompensatie worden conform de Verordening nadeelcompensatie waterschap Scheldestromen afgehandeld. Deze regeling kan worden geraadpleegd op de website van het waterschap (www.scheldestromen.nl/nadeelcompensatie). Het verzoek tot vergoeding van de schade dient een motivering van het verzoek en indien redelijkerwijs mogelijk een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde schadevergoeding te bevatten.” In het geval van schade kan hiervoor contact opgenomen worden met waterschap Scheldestromen. Dit geldt voor alle belanghebbenden.

Voor wat de woningen van Pluimpot, Mastgat en Keeten betreft gaan wij er voor alsnog vanuit dat een verdergaande belemmering van het uitzicht alsmede verdergaande aantasting van de privacy door versmalling van de groenstrook en verkeersoverlast in de vorm van geluid en licht niet het wettelijk forfait van het maatschappelijk risico zoals verwoord in artikel 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening te boven gaat. Op pagina 97 van het ontwerpprojectplan Waterwet is het aspect trillingen benoemd en wordt ingegaan op het stappenplan om schade door trillingen te voorkomen. Stap 2 luidt: “op basis van de verwachte bouwtechnieken een indicatieve berekening uitvoeren en de resultaten toetsen aan 9

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert de SBR Richtlijn deel A (fase 2 )”. De opdrachtnemer is gehouden de richtlijnen na te leven. j) Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt bepaald van welk pand in potentie schade door trillingen te verwachten zou kunnen worden. Welke panden dit betreffen wordt gebaseerd op basis van de invloedssfeer van de betreffende specifieke werkzaamheden. Op basis van dit criterium worden de panden bouwkundig opgenomen de zogenaamde nulopname. Verwezen wordt naar de uitgebreidere tekst in paragraaf 7.1 en 7.7 van het ontwerpprojectplan Waterwet. k) In het ontwerpprojectplan Waterwet en hierboven onder h is ingegaan op schade en hinderaspecten en het zoveel mogelijk voorkomen ervan. De in de zienswijze genoemde gronden leiden niet tot een andere conclusie. Op pagina 88-89 van het MER is onder andere aangegeven hoe het waterschap negatieve effecten op de woonkwaliteit tegen gaat: “In de Inpassingsvisie Aanvulling op het Ruimtelijk kwaliteitskader (RKK) HWBP Zuid-Beveland West (Hansweert) staan aanvullende maatregelen beschreven om de kwaliteit van het ontwerp te verhogen. Dit leidt niet direct tot een betere beoordeling, maar het ontwerp is wel beter ingepast. De terugplant van bomen kan de parkzone in dijksectie Dorpsrand Werfdijk, na verloop van jaren, weer een meer besloten karakter geven.

[…] Zoals aangegeven is het voornemen om de damwand in dijksectie dorpsrand Werfdijk te duwen, in plaats van heien of trillen. Hiermee wordt de overlast beperkt. Indien er op korte afstand (<10 m) een woning aanwezig is waar toch met een geluidbelasting van meer dan 80 dB(A) is, zullen er aanvullende maatregelen getroffen moeten worden, zoals het lokaal afschermen van de activiteiten met bijvoorbeeld akoestische matten. […] Voor de bereikbaarheid van woningen, lokale horeca en/of bedrijvigheden (waaronder landbouwverkeer) aan de dijk, worden tijdelijke bereikbaarheidsvoorzieningen getroffen. Daarnaast wordt een verkeersmaatregelenplan opgesteld.” Hierdoor worden negatieve invloeden op de woonomgeving zoveel mogelijk voorkomen. De zienswijze leidt tot aanpassing van de definitieve besluiten: de gewijzigde situatie als bedoeld in sub e hierboven wordt opgenomen in het projectplan Waterwet. Voor het overige leidt de zienswijze niet tot aanpassing.

2.8.1 Inhoud zienswijze (projectplan Waterwet, bestemmingsplan Kapelle) a) In artikel 1.55 van het bestemmingsplan dijkversterking Kapelle moet opgenomen worden dat ook parkbekabeling en de kraanopstelplaats voor een windturbine onderdeel uitmaken van de genoemde begripsbepaling; b) Voordat het bestemmingsplan dijkversterking Kapelle vastgesteld kan worden moet duidelijk zijn of de bestaande windturbines gehandhaafd kunnen worden; c) Nergens in het bestemmingsplan blijkt dat er ten aanzien van de voorgenomen werkzaamheden rekening is gehouden met de ligging van de middenspanningskabel (10kV) van het huidige windpark; d) Verzocht wordt, door de verlegging van de Schoorse Zeedijk, onder artikel 20.1 op te nemen dat ter plekke ook een kraanopstelplaats en/of een deel van een fundament van een windturbine verwezenlijkt mag worden; e) Met het oog op de bouw van een windturbine is het wenselijk dat de exacte en definitieve locatie van de Schoorse Zeedijk duidelijk is voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld; f) Afgesproken is dat het talud van de dijk nabij perceel S430 zo wordt ingericht dat indiener zelf gemakkelijk voor een versteviging ten behoeve van een afrit kunnen zorgen.

Dit staat nergens verwoord en verzocht wordt dit alsnog op te nemen; g) Uitgegaan wordt dat de initiatiefnemer tot de dijkversterking in zijn rol als wegbeheerder eventuele overdraai van windturbines over de verlegde Steenweg accepteert; h) Nu de dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering geen overdraai van rotorbladen toestaat wordt er vanuit gegaan dat dit met de bestemming Waterstaat afdoende geregeld is; i) Verzocht wordt de herbouw van het te vervangen dijkmagazijn planologisch mogelijk te maken; j) De bereikbaarheid van de bestaande windturbines en voor het boomgaardperceel (perceel S316), moet ten alle tijden geborgd worden.

10

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert 2.8.2 Beantwoording a) De begripsbepaling onder Artikel 1.55 van het bestemmingsplan Dijkversterking is identiek aan die van Artikel 1.91 het bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening. Het bestemmingsplan Dijkversterking levert geen planologisch verschil op voor indiener. b) Het bestemmingsplan borgt dat de bestaande windmolens bij rechte toegestaan zijn en kunnen daarmee ruimtelijk gehandhaafd blijven. c) De middenspanningskabel is een niet ruimtelijk relevante kabel en daarom niet opgenomen in het bestemmingsplan, net zoals deze kabel niet is opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening van de gemeente Kapelle. De projectorganisatie onderkent echter wel het belang van de kabel, hierover is de projectorganisatie in overleg met de kabeleigenaar/beheerder. d) Artikel 20.1 is alleen van toepassing voor gebieden met de aanduiding “vrijwaringszone windturbine”. Op de percelen van indiener is deze aanduiding niet opgenomen. Hierdoor is er geen noodzaak om dit op te nemen. Het bestemmingsplan Dijkversterking levert geen planologisch verschil op voor indiener. e) In bijlage V van het ontwerpprojectplan Waterwet zijn tekeningen opgenomen met daarop aangegeven de positionering van de weg. f) De afspraak is bekend bij het waterschap, en vastgelegd in onder andere gespreksverslagen.

De afspraak moet in een nader op te stellen overeenkomst tussen waterschap en indiener opgenomen worden. De afspraak is daarmee voldoende geborgd en daarom niet opgenomen in het projectplan Waterwet. g) Na afstemming met de afdeling Wegen van het waterschap blijkt dat eventuele overdraai van de bestaande windturbines over de verlegde Steenweg acceptabel is. Voor nieuw op te richten windturbines geldt dit niet direct, indiener dient haar initiatief nader af te stemmen met het waterschap, deze afstemming staat buiten de procedure van de dijkversterking. Dit is echter geen onderdeel van de voorliggende vergunningen en ook niet noodzakelijk om daarin op te nemen. h) In de dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering is een bouwverbod – met bijbehorende afwijkingsbevoegdheid – opgenomen om het oprichten van bouwwerken binnen de dubbelbestemming te kunnen beperken. De dubbelbestemming biedt geen beperking in het gebruiksrecht van gronden. Het overdraaien van rotorbladen is een gebruiksrecht, waardoor de dubbelbestemming dit niet beperkt. De stelling van indiener – dat de overdraai afdoende geregeld is – klopt daarmee. i) Uit onderzoek blijkt dat herbouw van een dijkmagazijn binnen het bouwvlak van het nieuwe bestemmingsplan mogelijk is.

Een herbouw van het dijkmagazijn op een ander perceel van indiener, valt buiten de scope van het project van de dijkverzwaring en van dit bestemmingsplan dijkverzwaring. j) Uit hoofdstuk 7.3 van het ontwerpprojectplan Waterwet blijkt welke wegen - waaronder de Weg langs de Zeedijk - tijdens de werkzaamheden aan de dijk worden afgesloten, daarnaast staat in dit hoofdstuk vermeld: “Ook de bereikbaarheid van landbouwpercelen, EKOZ en windmolens in dijksectie Landelijk Gebied blijft gewaarborgd tijdens de aanlegfase. De totale fasering wordt zo ingestoken dat de afsluiting van de wegen nabij de dorpskern Hansweert zoveel als mogelijk beperkt blijft. Voor lokaal verkeer worden omleidingsroutes ingesteld. De afsluitingen hebben tevens invloed op de recreatieve routes. Voor de bereikbaarheid van woningen, lokale horeca en/of bedrijvigheden (waaronder landbouwverkeer) aan de dijk, worden tijdelijke bereikbaarheidsvoorzieningen getroffen. Hulpdiensten worden geïnformeerd over de omleidingen. Bij calamiteiten waar de bestemming van de calamiteit langs de dijk ligt, kan gebruik worden gemaakt van de transportroutes en mogelijk de dijk.” Belangrijk hierin is dat tussen belanghebbende en het waterschap afspraken worden vastgelegd. Het waterschap regelt dit voorafgaand aan de uitvoering met de indiener en legt de afspraken vast in een overeenkomst.

De aannemer zal, namens het waterschap, de coördinatie van deze afspraken op zich nemen. De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de ontwerpbesluiten.

11

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert 2.9.1 Inhoud zienswijze (bestemmingsplan Reimerswaal) a) De groenvoorziening wordt kleiner en de rijbaan komt dichter bij de woning van indiener. Dit is volgens indiener in strijd met de vigerende bestemming; b) Er is sprake van een sloot in plaats van een duiker bij de sloot die de vijver achter de Pluimpot verbindt met de vijver aangrenzend aan het voetbalveld (Mastgat). Indiener ziet alsnog graag ter plekke een duiker zoals afgesproken is op de informatieavond; c) Door het bestemmingsplan dijkversterking van de gemeente Reimerswaal is er sprake van waardevermindering van het onroerend goed aan het Mastgat 24. d) Ook overlast van de rijbaan die dichterbij ons huis komt en geen vrij uitzicht meer. 2.9.2 Beantwoording a) De stelling dat delen van het project dijkversterking Hansweert in strijd zijn met het vigerende bestemmingplan klopt. Daarom heeft het waterschap de gemeente(n) verzocht een nieuw bestemmingsplan vast te stellen voor het project, zodat de dijkversterking daarmee in overeenstemming is. b) De bedoelde sloot is opgenomen ter bevordering van de ontwatering van het gebied. Het opnemen van een duiker is niet wenselijk, omdat een dergelijke lange duiker zorgt voor opstuwing en minder afvoercapaciteit heeft tijdens bijvoorbeeld heftige regenbuien.

In aanvulling hierop heeft de sloot een afwaterende en drainerende functie, een duiker kan deze twee functies niet overnemen. Daarnaast staat het beleid van het waterschap een dergelijke duiker niet toe. c) Als door het vaststellen van een bestemmingsplan, dat opgesteld wordt om het dijkversterkingsproject (dat in het kader van de waterbeheersing wordt uitgevoerd) planologischjuridisch mogelijk te maken, een situatie optreedt waardoor onroerend goed minder waard wordt, heeft de wetgever hiervoor de systematiek opgenomen in de Waterwet. In het ontwerpprojectplan Waterwet is in hoofdstuk 7.8 opgenomen: “Voor schade die een gevolg is van (op zichzelf rechtmatige) besluiten of rechtmatig feitelijk handelen, kan iedereen een verzoek tot schadevergoeding bij het waterschap doen op grond van artikel 7.14 van de Waterwet. Een belanghebbende komt voor een vergoeding in aanmerking, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins verzekerd is. Voorbeelden van nadelen die voor (geheel of gedeeltelijke) vergoeding in aanmerking komen zijn: waardevermindering van gronden en opstallen, inkomensschade en kosten van onder meer schadebeperkende maatregelen. Verzoeken of aanvragen voor nadeelcompensatie worden conform de Verordening nadeelcompensatie waterschap Scheldestromen afgehandeld.

Deze regeling kan worden geraadpleegd op de website van het waterschap (www.scheldestromen.nl/nadeelcompensatie). Het verzoek tot vergoeding van de schade dient een motivering van het verzoek en indien redelijkerwijs mogelijk een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde schadevergoeding te bevatten.” In het geval van schade kan hiervoor contact opgenomen worden met waterschap Scheldestromen. Dit geldt voor alle belanghebbenden. d) In het ontwerpprojectplan Waterwet is in hoofdstuk 7.8 opgenomen: “Voor schade die een gevolg is van (op zichzelf rechtmatige) besluiten of rechtmatig feitelijk handelen, kan iedereen een verzoek tot schadevergoeding bij het waterschap doen op grond van artikel 7.14 van de Waterwet.” In het geval van schade kan hiervoor contact opgenomen worden met waterschap Scheldestromen. Dit geldt voor iedereen. De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de ontwerpbesluiten.

12

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert 2.10.1 Inhoud zienswijze (bestemmingsplan Reimerswaal) a) Indiener is tegen het plaatsen van een sloot tussen de twee vijvers vlak langs de woningen. b) Indiener maakt zich zorgen over de verwachte grondwaterstandverlaging voor de woonpercelen. c) Indiener is tegen het openstellen van de nieuwe verbindingsweg vanaf de nieuwe Tsplitsing(Boomdijk) tot achter de voetbalvelden voor gemotoriseerd verkeer. 2.10.2 Beantwoording a) De bedoelde sloot is opgenomen ter bevordering van de ontwatering van het gebied. Het opnemen van een duiker is niet wenselijk, omdat een dergelijke lange duiker zorgt voor opstuwing en minder afvoercapaciteit heeft tijdens bijvoorbeeld heftige regenbuien. Daarnaast staat het beleid van het waterschap een dergelijke duiker niet toe. b) Uit de zienswijze blijk niet waaruit de zorg van indiener vandaan komt. In het MER op pagina 77 zijn de effecten op grondwater beschreven. Hierin staat dat nabij de sloot lokaal een beperkte daling van de grondwaterstand optreedt (5 - 10 cm) en vanwege de huidige hoge grondwaterstanden de verlaging van de grondwaterstand lokaal een positieve uitwerking kan hebben. Tussen de ter inzage legging en het vaststellen van de definitieve besluiten heeft het waterschap besloten om tijdens en 2 jaar na uitvoering van de dijkversterking de grondwaterstanden jaarrond te monitoren.

c) Uitgangspunt voor de dijkversterking is dat de bestaande wegenstructuur met bijbehorende functionaliteit zoveel mogelijk teruggebracht wordt. De door indiener aangegeven weg is daarom beoordeeld op toename van de genoemde effecten in hoofdstukken 5 en 6 van het MER. Gebleken is dat de toename van effecten niet leiden tot onacceptabele effecten. In het ontwerpprojectplan Waterwet is in hoofdstuk 7.8 opgenomen: “Voor schade die een gevolg is van (op zichzelf rechtmatige) besluiten of rechtmatig feitelijk handelen, kan iedereen een verzoek tot schadevergoeding bij het waterschap doen op grond van artikel 7.14 van de Waterwet.” In het geval van schade kan hiervoor contact opgenomen worden met waterschap Scheldestromen. Dit geldt voor iedereen. De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de ontwerpbesluiten.

13

Nota van zienswijzen Project Dijkversterking Hansweert

3 Ambtshalve wijzigingen Er zijn negen ambtshalve wijzigingen doorgevoerd op basis van een eigen nadere afweging na overleg met belanghebbenden. Onderstaande tabel geeft hiervan een overzicht. Aanpassing opbouw aanlegvoorzieningen Westerschelde In de ontwerpbesluiten en bijbehorende bijlagen is sprake van aanlegvoorzieningen in de Westerschelde: “Losvoorzieningen bestaan uit een dam van, bijvoorbeeld, stortsteen, die haaks op de dijk wordt gesitueerd”. In de verdere uitwerking door de aannemer van de dijkversterking blijkt dat het beter is om deze dam op de kop uit te voeren met damwand, zodat schepen hier beter kunnen aanleggen. Hoewel dit niet in strijd is met de eerdere passage, wordt dit aangepast om verrassingen tijdens de uitvoering te voorkomen. Dit heeft ook positief effect op bijvoorbeeld ruimtebeslag op het Natura-2000 gebied. In de definitieve versie van de documenten is dit aangepast. Archeologie In de relevante stukken wordt opgenomen dat het waterschap voor uitvoering van de dijkversterking op een aantal plaatsen proefsleuvenopgravingen uitvoert. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat het waterschap de beleidcyclus omtrent archeologie gevolgd heeft en dit geen belemmering vormt voor de de vaststelling van de bestemmingsplannen of de uitvoering van de dijkversterking.

Monitoring grondwaterstanden Tussen de ter inzage legging en het vaststellen van de definitieve besluiten heeft het waterschap besloten om tijdens en 2 jaar na uitvoering van de dijkversterking de grondwaterstanden jaarrond te monitoren. Hiermee kan actief gestuurd worden op problemen die door grondwaterstanden kunnen ontstaan en kan achteraf getoetst worden of het effect van de dijk op de grondwaterstanden overeenkomstig de verwachting uit de modellen is. Toegangsdammen agrarische percelen Aanpassen dammen agrarische percelen naar aanleiding van de gesprekken die met agrariërs geweest zijn. Gemaal waterschap Ter plaatse van het gemaal De Schore zal de huidige dijk opgehoogd moeten worden. De dijkversterking heeft een groot raakvlak met het gemaal; de leidingen van het gemaal liggen in het profiel van de ophoging, welke invloed zal hebben op de leidingen. Hiervoor is een sterkteberekening uitgevoerd, de resultaten van de sterkteberekening laten zien dat de persleidingen van gemaal De Schore niet bestand zijn ten de belasting vanwege de ophoging van de waterkering. Dit raakvlak is verder uitgewerkt, hieruit blijkt dat de gehele HDPE leiding moet worden vervangen voor een sterkere stalen leiding. Schoorse Oudedijk In de ontwerp is de Schoorse Oudedijk verbreed. Dit leidt tot diverse knelpunten (o.a. verleggen kabels en leidingen).

Hierop is het ontwerp aangepast naar geen extra ruimtebeslag, waardoor de knelpunten opgelost zijn. Buitendijkse woning Het waterschap heeft een buitendijks gelegen woning aangekocht, waar veel overlast te verwachten was tijdens de uitvoering van de dijkversterking. Op verzoek van de gemeente Reimerswaal is dit perceel toegevoegd aan het bestemmingsplan, waarbij de aanduiding bedrijfswoning verwijderd is. Update planning In de definitieve stukken is de planning van de uitvoering geactualiseerd. Diverse tekstuele wijzigingen Tussen de ontwerpbesluiten en bijbehorende bijlagen zijn kleine tekstuele aanpassingen doorgevoerd om onderwerpen beter te beschrijven.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11174023/1