CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-58d. D21.252917 Bijlage 3 nadere uitleg alcoholwet 04052021-lbr-21-032

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente KapelleBij agendapunt: Wijziging Algemene plaatselijke verordening met betrekking tot invoering Alcoholwet en actualisatie artikel lachgasverbod2.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 bij VNG ledenbrief Alcoholwet Nadere uitleg Alcoholwet Hieronder komen eerst de wijzigingen aan bod die gemeenten de bevoegdheid geven één en ander bij verordening te regelen. Vervolgens komen de overige wijzigingen aan de orde. Tot slot wordt kort ingegaan op het overgangsrecht en de aanpassing van de Model-APV. Wijzigingen waaraan een verordenende bevoegdheid is verbonden Inrichtingseisen (artikel 10 en 25a, derde lid, Alcoholwet) Het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet komt te vervallen. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het Bouwbesluit1. Wel blijft de eis van een verbindingsruimte tussen een slijterij en een ruimte waar andere bedrijfsactiviteiten plaatsvinden (de zogenaamde neringruimte) bestaan. Daarnaast moeten een horecalokaliteit en een slijterslokaliteit, zoals nu in het Besluit geregeld, nog steeds een minimale vloeroppervlakte hebben. Dit blijft minimaal 35 m2 voor een horecalokaliteit en 15 m2 voor een slijterslokaliteit. Bij een horecalokaliteit kan de burgemeester afwijken van dit vereiste als sprake is van een Rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. Gemeenten kunnen bij verordening hogere eisen stellen aan de minimale vloeroppervlakte van horecaen slijterslokaliteiten.

Betaalde proeverijen bij slijters (artikel 25e Alcoholwet) Betaalde proeverijen bij slijters zijn nu niet toegestaan, maar de Alcoholwet maakt het straks mogelijk dat gemeenten bij verordening bepalen dat slijterijen proeverijen mogen organiseren. Gemeenten kunnen deze keuze maken, maar zijn hiertoe niet verplicht. Indien gemeenten proeverijen toestaan, dan geldt dit voor alle slijterijen in de betreffende gemeente. Het Alcoholbesluit zal nadere voorwaarden bevatten waaraan een proeverij moet voldoen. De proeverij mag alleen plaatsvinden buiten de normale openingstijden van de slijterij, maar wel binnen de tijden waarop de slijterij bij of krachtens de Winkeltijdenwet geopend mag zijn. De slijterij moet gedurende de proeverij gesloten zijn voor klanten. Er mag per slijterij slechts één proeverij per dag worden georganiseerd en maximaal drie proeverijen per week. De kosten voor deelname moeten voorafgaand aan de proeverij door een leidinggevende bij het slijtersbedrijf zijn vastgesteld. Ook de deelnemers moeten bekend zijn bij het slijtersbedrijf voordat de proeverij plaatsvindt. De slijterij mag tijdens of na afloop van de proeverij alleen die drank voor thuisgebruik verkopen die tijdens de proeverij wordt geschonken. De verkoop van andere soorten drank tijdens of na afloop van de proeverij is dus uitdrukkelijk niet toegestaan.

Aanwijzen van alcoholoverlastgebieden (artikel 25f Alcoholwet) In sommige gemeenten waar zich een grote concentratie van alcoholverkooppunten bevindt, veroorzaken bezoekers onder invloed van alcohol overlast. Het kan daarbij gaan om allerlei vormen van overlast, zoals geluidsoverlast, agressief gedrag of verstoring van de openbare orde. Om 1 Het Bouwbesluit wordt vervangen door het Besluit eisen bouwwerken leefomgeving, dat vermoedelijk

per 1 januari 2022 in werking zal treden. 1

gemeenten een extra instrument te geven om hiertegen op te treden, bevat de Alcoholwet de mogelijkheid tot het bij verordening aanwijzen van een alcoholoverlastgebied. De gemeente kan dan bepalen dat de verstrekking van zwakalcoholhoudende drank vanuit bepaalde verkooppunten verboden of beperkt wordt, of dat er geen vergunningen in dat gebied worden verleend, of dat er bepaalde verboden of beperkingen gelden, zoals bijvoorbeeld het verbod op happy hours. Dit betekent onder meer dat een gemeente kan bepalen dat binnen het aangewezen alcoholoverlastgebied op basis van de in artikel 25f van de Alcoholwet genoemde gronden geen (horeca- of slijters-) vergunning wordt verleend. Hiermee worden de reguliere weigeringsgronden, zoals geregeld in artikel 27 van de Alcoholwet, voor deze specifieke situatie uitgebreid. Zie hiervoor het tweede lid, onder b, van artikel 25f van de Alcoholwet. Hoe artikel 25f en de artikelen 25a, 25b en 25d van de Alcoholwet zich precies tot elkaar verhouden. zullen wij nog nader onderzoeken.

Verstrekking alcoholhoudende drank op vervoermiddelen (artikel 25g Alcoholwet) Gemeenten kunnen bij verordening bepalen dat op vervoermiddelen die bestemd zijn voor het vervoer van personen en waarop bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, een medewerker aanwezig zal moeten zijn die beschikt over voldoende kennis en inzicht in sociale hygiëne. Deze verplichting kan worden beperkt tot bepaalde vervoermiddelen, bepaalde delen van de gemeente en bepaalde tijdstippen. Deze nieuwe bevoegdheid is vooral bedoeld om bijvoorbeeld overlast van bierfietsen en partyboten en -bussen te beperken. Als een gemeente besluit dit onderwerp inderdaad in een verordening te regelen, dan heeft dit gevolgen voor het toezicht. Op de vervoermiddelen waarvoor de voornoemde verplichting van toepassing is, houdt niet langer de NVWA toezicht, maar komt de verantwoordelijkheid voor het toezicht en de handhaving bij de betreffende gemeente te liggen. Als de gemeente deze verplichting bij verordening heeft geregeld, moet hiervan melding worden gedaan bij de NVWA. Overige wijzigingen Wederverstrekking (artikel 45a Alcoholwet) De wederverstrekking (het kopen van alcohol door iemand van 18 jaar of ouder die bestemd is voor iemand die jonger is dan 18) wordt strafbaar gesteld.

Het was al strafbaar om bedrijfsmatig of anders dan om niet alcohol te verstrekken aan personen van wie niet is vastgesteld dat zij 18 jaar of ouder zijn. Ook zijn minderjarigen die op publieke plekken alcohol bij zich hebben strafbaar. Deze regels worden nu aangevuld met de strafbaarstelling van wederverstrekking. Als sprake is van wederverstrekking kunnen zowel de meerderjarige als de minderjarige een boete krijgen. De hoogte van de boete wordt nog door het OM bepaald. Tevens beslist het OM of aan deze overtreding een feitcode wordt verbonden. Het ministerie van VWS zal door middel van een publiekscampagne extra aandacht vragen voor dit verbod. Toegangsverbod slijterij voor minderjarigen zonder begeleiding (artikel 20, tweede lid, DHW) Het verbod op toegang tot een slijterij voor minderjarigen zonder begeleider van 21 jaar of ouder vervalt. Zeker nu wederverstrekking strafbaar wordt gesteld, is dit verbod niet langer nodig. Bovendien kan dit verbod als onbedoeld neveneffect hebben dat een jonge ouder tussen de 18 en 21 jaar niet met zijn of haar baby of peuter naar binnen mag.

2

Minderjarige testkopers bij toezicht (artikel 45, tweede lid, sub b, Alcoholwet) Gemeenten en de NVWA mogen bij het toezicht op de naleving van de leeftijdsgrens 16- en 17-jarige testkopers inzetten. Nu mogen minderjarige testkopers de bestelde drank niet aanraken. Dit valt op bij de verstrekkers van drank en zo kan de identiteit van de testkoper makkelijker worden onthuld. Straks mogen de minderjarige testkopers de verstrekte drank wel aannemen, maar (uiteraard) niet nuttigen. Zo kunnen gemeenten en de NVWA effectiever toezicht houden en wordt de aanvaardbaarheid van sancties vergroot. Schenken alcoholhoudende drank aan speeltafels (artikel 14, vierde lid, Alcoholwet) Gemeenten blijken van mening te verschillen over hoe artikel 14, vierde lid, van de huidige DHW moet worden uitgelegd. Dit artikellid regelt het schenken van alcoholhoudende drank in casino’s met speeltafels. Het is toegestaan in casino’s met speeltafels in dezelfde ruimte alcoholhoudende drank te verstrekken als waarin de speeltafels staan. Het vierde lid van artikel 14 is op dit punt in de Alcoholwet verduidelijkt. Definitie leidinggevenden (artikel 1, eerste lid, Alcoholwet) In de definitie van leidinggevende in artikel 1 komt het derde onderdeel, te weten ‘de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van zodanig bedrijf in een inrichting’, op termijn te vervallen.

Dit betekent dat dagelijkse leidinggevenden niet langer hoeven te worden bijgeschreven op het aanhangsel bij de vergunning en er dus ook geen toetsing meer van deze categorie leidinggevenden plaatsvindt. Wel moeten personen die de dagelijkse leiding hebben minimaal 21 jaar oud zijn en in het bezit zijn van een diploma sociale hygiëne. Voordat deze aanpassing van de definitie van leidinggevende in werking treedt, zal het ministerie van VWS eerst onderzoeken wat de impact is van deze wijziging. Daarnaast regelt artikel 30b van de Alcoholwet, dat bij AMvB wordt bepaald voor welke categorieën van personen werkzaam in welke categorieën van horeca- of slijtersbedrijven de verplichting tot bijschrijving op het aanhangsel bij de vergunning van overeenkomstige toepassing zijn. Stage 14- en 15-jarige vmbo’ers (artikel 24, vijfde lid, Alcoholwet) De Alcoholwet maakt het mogelijk dat ook 14- en 15-jarige leerlingen tijdens een horecastage in het kader van hun vmbo-opleiding alcoholhoudende drank kunnen verstrekken. In de DHW ligt de grens nu nog bij 16 jaar. In artikel 24, vijfde lid, van de Alcoholwet staat opgesomd voor welke horecaopleidingen deze mogelijkheid van toepassing is.

Verkoop op afstand (artikel 19 en 20a Alcoholwet) De Alcoholwet bevat een uitgebreidere regeling voor de verkoop van alcohol op afstand, dit om de naleving van de leeftijdsgrens van 18 jaar te vergroten en de aankoop van alcohol door minderjarigen te ontmoedigen. Met verkoop op afstand wordt bedoeld de mogelijkheid alcoholhoudende drank via internet of telefoon te bestellen en vervolgens te laten afleveren op een door de koper genoemd adres of afgiftepunt. Zowel koper als verkoper moeten in Nederland gevestigd zijn. Op het moment van aankoop èn bij aflevering van de bestelling moet de leeftijd van de koper worden gecontroleerd. Voor het moment van aankoop moet gebruik worden gemaakt van een leeftijdsverificatiesysteem. De verkoper moet zorgen voor een geborgde werkwijze: de alcoholhoudende drank kan alleen worden afgeleverd bij een huisadres of erkend afgiftepunt. Bij aflevering moet de leeftijd van de koper worden gecontroleerd aan de hand van een geldig identiteitsdocument. 3

Ambtenaren die toezicht houden op de verkoop op afstand zijn bevoegd tot het sluiten van een verkoopovereenkomst onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens voor wat betreft hun naam, adres en leeftijd, voor zover dit dringend noodzakelijk is voor de vervulling van hun taak. Het toezicht en de handhaving in dit kader gaan over van gemeenten naar de NVWA. De NVWA zal uiterlijk 1 juni 2021 het interventiebeleid publiceren en op haar website plaatsen. De groep lokaal opererende ondernemers is echter zodanig omvangrijk en veranderlijk, dat de kans groot is dat niet alle bedrijven bij de NVWA in beeld zullen zijn. De signaalfunctie van gemeenten naar de NVWA is daarom van groot belang. Gemeenten kunnen hierover nadere afspraken maken met de NVWA. Ook heeft de NVWA hiervoor een meldingensysteem beschikbaar. Dit systeem is bereikbaar via de site van de NVWA: https://www.nvwa.nl/over-de-nvwa/contact/melding-doen. Als het niet lukt om een melding online door te geven, dan kan het ook telefonisch: 0900-03 88. Prijsacties (artikel 2a Alcoholwet) Op grond van de Alcoholwet kunnen slijters voor een periode van een maand of korter niet meer dan 25% korting geven op de prijs die gewoonlijk wordt gevraagd voor alcoholhoudende drank. Deze beperking geldt zowel voor fysieke als voor online verkooppunten. Het maakt hierbij niet uit of het verkooppunt deze prijs gewoonlijk hanteert.

Ook is het verboden alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse aan te bieden waarbij de indruk wordt gewekt dat de prijs lager is dan 75% van de prijs die gewoonlijk wordt gevraagd. Artikel 25d, eerste lid, sub b, van de nu vigerende DHW biedt gemeenten nog de mogelijkheid om prijsacties waarbij een maximale korting van 30% is toegestaan, bij verordening te regelen. Bij inwerkingtreding van de Alcoholwet komt deze mogelijkheid te vervallen. Het toezicht op en de handhaving van de prijsacties gaat van gemeenten over naar de NVWA. Als daar aanleiding toe is, zal de NVWA de prijsontwikkeling monitoren. Hierbij zal de NVWA de reguliere prijs van het specifieke product als uitgangspunt nemen. Indien de actie bestaat uit het aanbieden of verstrekken van een extra groot volume, mag dat extra volume niet meer dan 25% bedragen. Ook de waarde van premiums of cadeaus die bij alcoholhoudende drank zullen worden gegeven, zullen worden meegerekend om te bepalen of er sprake is van meer dan 25% korting. Dit verbod op prijsacties geldt ook voor restantverkopen. Ook in het kader van prijsacties is de signaalfunctie van gemeenten belangrijk en wordt gemeenten verzocht bij mogelijke overtreding van de Alcoholwet melding te doen bij de NVWA. Zoals hiervoor al genoemd bij het onderdeel ‘Verkoop op afstand’ publiceert de NVWA uiterlijk 1 juni het interventiebeleid.

Landelijke commissie sociale hygiëne en nieuw register (artikelen 11a t/m 11f Alcoholwet) Er komt een landelijke commissie sociale hygiëne. Deze commissie krijgt als taak: • het erkennen van diploma’s sociale hygiëne • het registreren van personen in het Register sociale hygiëne en het afgeven van de Verklaring kennis en inzicht sociale hygiëne aan deze personen • het voor eenieder raadpleegbaar maken van het Register sociale hygiëne op basis van achternaam, voorletters en geboortedatum. De erkenning van een diploma als bewijsstuk geldt voor een periode van vijf jaar. De Landelijke commissie sociale hygiëne brengt de kosten die samenhangen met • het erkennen van een diploma als bewijsstuk; • het inschrijven in het Register sociale hygiëne en 4

• het afgeven van een Verklaring kennis en inzicht sociale hygiëne in rekening bij de aanvrager. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Overgangsrecht (artikel 48b e.v. Alcoholwet) Vergunningen en ontheffingen die op basis van de huidige DHW zijn verleend blijven hun geldigheid behouden als de Alcoholwet in werking is getreden. Ze hoeven dus niet te worden aangepast. Ditzelfde geldt voor de geldigheid van diploma’s sociale hygiëne die behaald zijn vóór inwerkingtreding van de Alcoholwet. Personen die staan ingeschreven in het in artikel 8, vijfde lid van de DHW bedoelde register worden na inwerkingtreding van de Alcoholwet ingeschreven in het Register sociale hygiëne. De Alcoholwet is, voor zover relevant, in overeenstemming gebracht met de Omgevingswet. Als de Alcoholwet eerder in werking treedt dan de Omgevingswet, is in de Alcoholwet hiervoor overgangsrecht opgenomen. Aanpassing Model-APV De in de Model-APV opgenomen artikelen, voor zover relevant, en de daarbij behorende toelichting zijn technisch aangepast aan de Alcoholwet. In bijlage 1 en 2 zijn hiervoor een was-wordt tabel en een model raadsbesluit opgenomen. Alle wijzigingen in de toelichting zijn te raadplegen via de Kennisbank Decentrale Regelgeving (www.decentraleregelgeving.nl). Eventuele beleidsmatige aanpassingen volgen, indien gewenst, in een later stadium.

Graag vernemen wij van gemeenten of en welke onderdelen waarvoor de Alcoholwet een verordenende bevoegdheid gaat geven, van essentieel belang zijn. Op basis van de reacties willen wij bezien voor welke onderdelen een bepaling in onze Model-APV gewenst is. U kunt uw informatie doorgeven aan het Informatiecentrum van de VNG (070-3738393 of e-mail: info@vng.nl). Ook voor vragen over de ledenbrief kunt u bij het Informatiecentrum terecht.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10905527/1