2021-49a. D21.258632 Klimaatadaptatiestrategie Zeeland 2021-2026 - definitief
Tekst van het document
Laag 2: ruimtelijke inrichting De Zeeuwse primaire keringen zijn op orde. Desondanks kan een dijk bezwijken met een overstroming als gevolg. Het bestaande stelsel van secundaire keringen voorkomt, vertraagt of beperkt in sommige gevallen die overstroming. Door zeespiegelstijging worden specifieke gebieden in Zeeland die snel en diep overstromen steeds
2 Brzo-inrichtingen zijn inrichtingen waar gewerkt wordt met een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen. Brzo staat voor Besluit risico’s zware ongevallen.
28
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
kwetsbaarder (zie kaart 1). Voorkomen moet worden dat de gevolgen van een overstroming in deze gebieden in de toekomst voor nog meer schade, slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting zorgen. Voor nieuwe ontwikkelingen in de gebieden die snel en diep overstromen geldt een expliciete afweging of vitale en kwetsbare functies en functies waar veel mensen verblijven op de betreffende locatie noodzakelijk zijn. Concreet gaat het hier om de functies zoals beschreven in paragraaf 4.3 Vitale en kwetsbare infrastructuur en essentiële functies voor het functioneren van de samenleving Afspraken: (bijvoorbeeld ziekenhuizen, brandweer), kwetsbare functies (bijvoorbeeld verzorgingshuizen, gevangenissen) en gebieden waar - We werken aan integrale planontwikkeling dijkversterkingstrajecten t.b.v. brede een groot aantal mensen wonen, werken en verblijven (bijvoorbeeld waterkerende landschappen woonwijken en bedrijventerreinen). Afspraken: • We wijzen gebieden aan waar de ontwikkeling van Als geen alternatieve locatie gevonden kan worden, vinden ü Onderzoek naar mogelijkheden voor innovatie, meervoudig ruimtegebruik van de kwetsbare functies wordt voorkomen of waar aangepast maatregelen plaats zodat schade en slachtoffers zo veel mogelijk primaire waterkeringen en gebiedsgericht maatwerk, randvoorwaarden bouwen ofzodat inrichtingsmaatregelen noodzakelijk zijn worden vermeden.
Dit wordt gedaan door de locatie aangepast in • Bij regulier beheer, onderhoud en renovatiemaatregelen van te richten (bijvoorbeeld op hoogte plaatsen van functies, aanleggen algemeen geaccepteerd worden als aanvulling voorzieningen op de waterveiligheidsfilosofie in overstromingsgevoelige gebieden treffen ringdijk, evacuatieroutes) en aangepast te bouwen (bijvoorbeeld we maatregelen vitale onderdelen op de eerste verdieping). Hier ligt een belangrijke - Aanvullende reserveringszones o.b.v. inzicht versterkingsopgaven worden aangewezen en relatie met laag 3: crisisbeheersing. vastgelegd Voor bestaande bebouwing en infrastructuur in de benoemde Laag 3: crisismanagement gebieden geldtlobbyen dat door derichting beheerderhet of eigenaar bij regulier en - We Rijk voor integrale benadering en planontwikkeling dijkversterking Communicatie voorafgaand, tijdens en na een overstroming is grootschalig beheer, onderhoud en renovatie tevens bovengenoemde cruciaal om schade, slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting (inrichtings-) maatregelen worden getroffen. Ook hier ligt een te voorkomen. Het opstellen van een handelingsperspectief door de belangrijke relatie met laag 3: crisisbeheersing.
Voor vitale Veiligheidsregio Zeeland is een belangrijke eerste stap om te komen objecten wordt verwezen naar paragraaf 4.3 Vitale en kwetsbare tot meer duidelijkheid over de te nemen acties bij een eventuele infrastructuur. Laag 2: ruimtelijke inrichting overstroming.
Kaart 1: Deze kaart toont de theoretische maximale waterdieptes bij een dijkdoorbraak die op kunnen treden bij een buitenwaterstand die eens in de 4000 jaar voorkomt. Dit is een fictief worst-case
Kaartscenario 1: overstromingsdieptes Zeelanddie1kunnen optreden, mocht er een dijkdoorbraak plaatsvinden. en is bedoeld inzicht te geven inin waterdieptes
De Zeeuwse primaire keringen zijn op orde. Desondanks kan een dijk bezwijken met een overstroming als gevolg. Het bestaande stelsel van secundaire keringen voorkomt, vertraagt of
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
29
Een groot gedeelte van Zeeland is overstromingsgevoelig waardoor veel gebieden preventief geëvacueerd moeten worden. Voor (preventieve) evacuatie moet het wegennet op orde en beschikbaar zijn vooraf, tijdens en na een overstroming. Naast het Rijkswegennet kan de lokale en regionale infrastructuur een belangrijke rol spelen in evacuatie, hulpverlening en wederopbouw. Dit geldt naast overstromingen ook voor andere rampen. Een Zeeuws breed onderzoek is nodig naar het benodigde wegenstelsel in de verschillende fases voor, tijdens en na een overstroming. De resultaten daarvan zijn de basis voor een (aangewezen) stelsel van wegen en voorwaarden voor inrichting, stabiliteit en capaciteit. Nadere afspraken over verantwoordelijkheden en middelen zijn noodzakelijk. Bij de uitvoering liften we zoveel mogelijk mee met gepland beheer en onderhoud. Evacuatie buiten Zeeland is niet in alle gevallen noodzakelijk of mogelijk. Lokale of regionale opvanglocaties kunnen hulp bieden en dienen als crisislocaties. Bij de ontwikkeling van (nieuwe) overheidsobjecten of maatschappelijke objecten wordt daarom verkend of deze kunnen worden benut als opvanglocatie (binnen en buiten Zeeland) en voor (verticale) vluchtlocatie. De bereikbaarheid van deze locaties wordt hierin meegenomen.
Afspraken: • We versterken de communicatie en het bewustzijn rondom crisisbeheersing op basis van een handelingsperspectief • We starten een Zeeuws breed onderzoek en de uitvoering van een wegenstelsel ten behoeve van crisisbeheersing • We verkennen het benutten van (nieuwe) objecten voor opvang bij crisisbeheersing
4.3. Vitale en kwetsbare infrastructuur 4.3.1. Toekomstbeeld Vitale functies zijn cruciaal voor een veilige, fijne en gezonde leefomgeving en de economie in Zeeland. Zeeuwse partners en de organisaties van de 13 vitale en kwetsbare functies (binnen 7 hoofdgroepen, zie figuur 4) zijn zich bewust van klimaatextremen en nemen daarom maatregelen om deze basis op orde te hebben. Ditzelfde geldt voor de grote havens en industriegebieden van Zeeland. Nieuwe ontwikkelingen vinden plaats op veilige en geschikte locaties en worden klimaatadaptief ontwikkeld. Innovatieve oplossingen en technieken bieden daarnaast kansen voor adaptieve maatregelen. Door mee te liften op regulier beheer, onderhoud en herstructurering worden bestaande functies op natuurlijke momenten klimaatadaptief gemaakt. Vitale en kwetsbare functies Energie: (a) elektriciteit, (b) aardgas, (c) olie Telecom/ICT: (a) basisvoorzieningen voor communicatie t.b.v. respons bij een overstroming, (b) publiek netwerk Waterketen: (a) drinkwater, (b) afvalwater Gezondheid Keren en beheren oppervlaktewater: gemalen Transport: hoofdinfrastructuur Chemisch en Nucleair: (a) chemie, (b) nucleair, (c) infectueuze stoffen / genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) Figuur 4: De vitale en kwetsbare functies verdeeld in 7 hoofdgroepen
Figuur 5 Toekomstbeeld thema vitale en kwetsbare infrastructuur
30
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
4.3.2. Opgave in de huidige situatie Het urgentiebesef groeit, maar tegelijkertijd vindt nieuwbouw van vitale en kwetsbare functies plaats op onveilige plekken of worden onvoldoende maatregelen getroffen om een veilige en robuuste situatie te borgen. Zeeuwse overheden en bedrijven zijn het op papier eens dat deze functies ten alle tijden moeten blijven functioneren, maar tegelijkertijd spelen grondpolitiek, inkomsten en werkgelegenheid in specifieke situaties of locaties een rol. De uitval van vitale en kwetsbare functies kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Het is daarom cruciaal om de risico’s, die gevolgen hebben voor heel Zeeland, op Zeeuwse schaal af te wegen. Hiervoor wordt bij nieuwe ontwikkelingen het (nog te ontwikkelen) afwegingskader gehanteerd. De 13 vitale functies zijn specifiek aangewezen door het Rijk, waarbij primair de verantwoordelijkheid voor het klimaatrobuust maken van bestaande objecten en netwerken bij het Rijk en de eigenaren/ beheerders ligt. Onderdelen van de netwerken kunnen bij uitval wel leiden tot grote overlast zodat ook de regio (provincie, gemeente en Veiligheidsregio) een rol voor zichzelf ziet weggelegd. Als het gaat om aanpassingen aan bestaande objecten en assets, zijn al stappen gezet door de inventarisatie van risicovolle infrastructuur door klimaatstresstesten en 3D simulaties voor het thema overstromingen.
Er zijn echter leemtes in kennis van met name de effecten van neerslag, hitte en droogte. Ook voor het onderdeel industrie (koelte en energiebehoefte, brandgevaar) mist de nodige kennis. Het is van belang dat hier meer inzicht in komt. Dit wordt gezamenlijk opgepakt door bedrijven, gemeenten, provincie Zeeland, North Sea Port en de Veiligheidsregio. De eerste stap is om in andere regio’s (havengebieden) kennis op te doen. De verwachting is dat via het spoor van vergunningen (onderdeel milieu) in combinatie met een grote verantwoordelijkheid van
de bedrijven zelf (voor veiligheid en continue processen) de noodzakelijke aanpassingen beperkt zullen zijn en mee kunnen liften met gepland beheer, onderhoud en renovatie. 4.3.3. Strategie en afspraken Het is van cruciaal belang dat vitale en kwetsbare functies niet uitvallen. Dit omdat uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur en functies kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Om dit te voorkomen worden Zeeuwse afspraken gemaakt. Bij nieuwe vitale en kwetsbare infrastructuur, objecten en functies vindt een expliciete afweging plaats of deze met het oog op de gevolgen van weersextremen op een veilige plaats en robuuste wijze ontwikkeld worden. Een concrete uitwerking van dit principe vindt plaats in het ‘afwegingskader klimaatadaptatie’ (zie paragraaf 6.5). Een belangrijk uitgangspunt binnen het afwegingskader is aandacht voor de belangenafweging en de mogelijkheden voor systeemredundantie en aangepaste objectinrichting. Het kan namelijk zijn dat er andere belangen zijn waardoor niet naar een alternatieve locatie kan worden uitgeweken. Of dat bij de uitval van één object, andere objecten dit op kunnen vangen en systemen niet volledig uitvallen (systeemredundantie). Tot slot kunnen vaak (innovatieve) maatregelen worden getroffen om de bouw of aanleg dusdanig uit te voeren dat de locatie veilig wordt.
Bij de expliciete belangenafweging voor vitale en kwetsbare functies geldt de volgende redeneerlijn: 1. De locatie is veilig: nieuwbouw is mogelijk; 2. De locatie is onveilig: nieuwbouw is onder voorwaarden mogelijk, omdat klimaatadaptieve maatregelen de risico’s van veranderende klimaatomstandigheden wegnemen;
Figuur 6 Huidige situatie thema vitale en kwetsbare infrastructuur
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
31
3. De locatie is onveilig: nieuwbouw is vanuit het oogpunt van klimaateffecten op de beoogde locatie niet wenselijk. Er zijn dan twee opties: a. Er zijn andere maatschappelijke opgaven waarom de nieuwbouw niet elders kan of er is sprake van specifieke vestigingsfactoren. Hiervoor wordt een afwegingskader geformuleerd, waarbij financiën in beginsel geen reden zijn bij de locatiekeuze. Tevens worden risico’s zoveel mogelijk weggenomen en wordt inzichtelijk gemaakt wat het risico inhoudt. De uitkomsten en de risico’s worden expliciet aan het algemeen bestuur voorgelegd met de keuze om al dan niet toch nieuwbouw toe te staan; b. Er zijn geen andere maatschappelijke opgaven of specifieke vestigingsfactoren en nieuwbouw vindt dus op een alternatieve locatie plaats.
Afspraken: • Bij nieuwe vitale en kwetsbare functies krijgt klimaatadaptatie een nadrukkelijke rol in het besluitvormingsproces
Voor alle bestaande vitale en kwetsbare infrastructuur, objecten en functies zijn primair het Rijk en de eigenaren/beheerders verantwoordelijk. Maar ook als regio zien wij een rol voor ons weggelegd. Het gaat dan om onderdelen van de netwerken die bij uitval leiden tot grote overlast. Daarvoor gaan we een klimaatstresstest uitvoeren. De uitkomsten van de klimaatstresstest zijn de basis om bij regulier beheer, onderhoud en renovatie klimaatadaptieve maatregelen te treffen. Hierover worden afspraken gemaakt met de desbetreffende beheerders en bedrijven. We starten een pilot om aan te haken bij geplande fysieke uitvoering van werken. Daarbij wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij bestaande systemen en samenwerkingsverbanden. Aanbevelingen die gelet op ernst en urgentie om dringende uitvoering van maatregelen vragen worden zoveel mogelijk uitgevoerd. Indien dit door kosten of technische (on)mogelijkheden niet kan, wordt een bestuurlijke afweging gemaakt waarbij
32
inzichtelijk is gemaakt wat de consequenties zijn op het moment dat weersextremen optreden en waarom maatregelen niet mogelijk zijn. Gezien de omvang van de vitale en kwetsbare functies in Zeeland, heeft de regio een voorkeur dat in het geval van prioritering door het Rijk wordt gestart met de sectoren Elektriciteit en Telecom/ICT. Vervolgens worden alle andere van de 13 in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie genoemde functies (zie figuur 4 in paragraaf 4.3.1) en een aantal aanvullende grote kwetsbaarheden verkent. Aanvullende kwetsbaarheden zijn bijvoorbeeld zettingschade aan kabels en leidingen, drinkwater en beschikbaarheid van alle infrastructuur (naast de hoofdinfrastructuur). Hiernaast wordt voor en door de Zeeuwse havens en industrie een verdiepingsslag gemaakt met gemeenten, bedrijven, North Sea Port, Ondernemersnetwerk(en), Rijkswaterstaat, Waterschap en de Veiligheidsregio. Tot slot is de verwachting dat enkele effecten vooral lokale problemen veroorzaken, die niet leiden tot maatschappelijke ontwrichting maar wel tot overlast. Het gaat hier bijvoorbeeld om het niet functioneren van bruggen in de zomer als onderdeel van de hoofdinfrastructuur. Bij dit soort functies kan aanpassing plaatsvinden bij renovatie. Tot die tijd kan gekozen worden voor een handelingskader bij calamiteiten, zoals het koelen met water.
De beheerders van vitale en kwetsbare functies hebben te maken met landelijk beleid. We stemmen daarom actief af met het Nationale Deltaprogramma en bijbehorende aanpak.
Afspraken: • We brengen de klimaatopgave specifieker in beeld: - Uitvoeren stresstest bij bestaande V&K functies met betrokken partners - We maken de bestaande situaties bij nutsbedrijven inzichtelijk • We koppelen klimaatadaptatie aan de beheer- en onderhoudscycli van bestaande V&K functies • Gezamenlijk stellen we een uitvoeringsprogramma voor V&K functies op en we werken gezamenlijk aan de uitvoering ervan
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
4.4. Natuur 4.4.1. Toekomstbeeld Grote gevarieerde natuurgebieden en landschappen, verbonden door brede natte en droge ecologische verbindingszones, vormen de ecologische ruggengraat van Zeeland. De Zeeuwse natuur is robuust op ecosysteem- en soortenniveau. De ecosystemen in Zeeland zijn weerbaar tegen weersextremen en bieden soorten de kans om te migreren en te interacteren. Deze systemen zijn goed bestand tegen externe invloeden zoals bemesting, verzuring en recreatiedruk. Zowel de omvang van gebieden, de diversiteit van gebieden en aangepaste beheer- en inrichtingsmaatregelen dragen bij aan de robuustheid. Het regionaal grond- en oppervlaktewatersysteem levert de noodzakelijke hoeveelheid water van de juiste kwaliteit. Het systeem is zodanig hersteld dat sprake is van een autonoom biodiversiteitsherstel in combinatie met andere functies. In de buurt van droogtegevoelige natuurgebieden wordt in principe geen grondwater onttrokken. Verzilting biedt kansen voor nieuwe zilte soorten en habitats. Natuur, landbouw, recreatie en overheid werken (gebiedsgericht) nauw samen bij het oplossen van knelpunten en het realiseren van het beschreven toekomstbeeld. Dit vanuit de overtuiging dat de Zeeuwse natuur ook een belangrijke basiswaarde is voor het welzijn van mens en samenleving.
De samenwerking draagt bij aan een klimaatadaptief, aantrekkelijk, maar ook economisch en functioneel landschap voor mens, flora en fauna. Klimaatadaptatie gaat gelijk op met andere maatschappelijk belangrijke doelen, zoals de aanpak van stikstof, leefbaarheid,
realiseren van economische ruimte, verdienmodellen en een natuurinclusieve3 samenleving. Buiten het “donkergroene” natuurnetwerk is verwevenheid van functies het uitgangspunt bij de inrichting van landelijk en stedelijk Zeeland. Dit biedt volop ruimte voor vestiging en kolonisatie van inheemse planten- en diersoorten. Buitendijkse slikken en schorrengebieden bewegen mee met de stijgende zeespiegel. Meegroeiende vooroevers (building with nature) beschermen buitendijkse natuur waarbij ze tevens bijdragen aan de stabiliteit van Zeeuwse dijken en het achterland. Gezien de processen die al plaatsvindende en de stijging van de zeespiegel, zal de omvang van de buitendijkse natuur op plaatsen afnemen. Ondanks alle inspanningen is in de huidige situatie duidelijk dat natuur niet of nauwelijks in staat is de snelheid van de huidige klimaatverandering te volgen. Natura2000 beleid is hierop aangepast. 4.4.2. Opgave in de huidige situatie Door verschuiving van leefgebieden naar het noorden, versterkte verdroging, (zoet)waterproblematiek, periodieke vernatting, toenemende dynamische omstandigheden en zeespiegelstijging zal de Zeeuwse natuur er anders uit gaan zien. De genoemde effecten van klimaatverandering hebben grote gevolgen voor de Zeeuwse natuur en zullen leiden tot verdere verarming van de Zeeuwse biodiversiteit.
Voorkomen moet worden dat ecosystemen op de korte en lange termijn instorten en daarbij ook leiden tot onomkeerbare economische gevolgen. De (zoet)waterproblematiek en de achteruitgang van de biodiversiteit dienen dan ook door alle partijen te worden erkend als een overall maatschappelijk probleem en waarbij partijen ook maatschappelijke verantwoordelijkheid
Figuur 7 Toekomstbeeld thema natuur 3 Natuurinclusief is een vorm van duurzaamheid waarbij gebruik wordt gemaakt van – én een bijdrage wordt geleverd aan – lokale biodiversiteit en natuurwaarden.
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
33
opnemen. Anticiperen en inzetten op het geschetste gewenste toekomstbeeld vraagt dan ook om investeringen en inzet van veel partijen. De mogelijkheid om financieringsstromen samen te brengen, is een belangrijke randvoorwaarde om te komen tot de gewenste integrale gebiedsgerichte oplossingen. De aanpak vraagt om wet- en regelgeving die gericht is op anticiperen op wat komt. Bij lokale overheden en de samenleving is klimaatverandering en de vergaande gevolgen daarvan op de natuur en natuurwaarden nog onvoldoende een thema. Het vereiste bewustzijn en draagvlak daarvoor moet worden vergroot. Goede voorbeelden van natuurinclusief inrichten zijn aanwezig, maar zijn als algemeen ontwikkelingsperspectief nog onvoldoende omarmd. 4.4.3. Strategie en afspraken De Zeeuwse natuur is van grote waarde voor flora en fauna maar ook voor het welzijn van mens en samenleving. Een gezond en vitaal natuurlijk systeem (bodem, water, flora, fauna) vormt de leidraad voor de toekomstbestendige inrichting van Zeeland. Veel van de doelstellingen voor natuur staan op de agenda van reeds lopende programma’s (Natuurvisie, Programma Natuur, stikstof, Kaderrichtlijn water, Bosopgave, Deltaplan Zoet water, Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta). De Klimaatadaptatiestrategie dient deze programma’s te ondersteunen en of aan te vullen.
De Zeeuwse klimaatadaptatiestrategie heeft vooral een aanvullende waarde door: • Het (breed) agenderen van het grote maatschappelijke belang van het klimaatrobuust maken van de Zeeuwse natuur • Het (breed) agenderen van de gezamenlijke inspanningen die nodig zijn voor het klimaatrobuust maken van de Zeeuwse natuur • Het stimuleren en ondersteunen van integrale gebiedsgerichte, natuurinclusieve en klimaatadaptieve acties en activiteiten (onderzoek, innovatie, kennisbundeling, inzet extra middelen) • Het stimuleren van functionele (agro)biodiversiteit4 binnen de landbouw
Robuust Zeeuwse natuur(netwerk) Door het tijdig realiseren van het Natuurnetwerk Zeeland kunnen de negatieve klimaateffecten op de Zeeuwse natuur beter worden opgevangen. Dit netwerk bestaat uit (grote) vlakvormige gevarieerde natuurgebieden die onderling zijn gekoppeld door natte en droge ecologische verbindingszones. Daarbij is tevens noodzakelijk dat het natuurlijke (grond)water- en bodemsysteem wordt hersteld evenals behoud en versterking van geomorfologie, geologie en de bodem. Dit gaat verder dan enkel binnen de begrenzing. Het robuuster inrichten van een regionaal water- en bodemsysteem helpt bij het opvangen van extremen. Maatregelen met betrekking tot het regionaal bodemwatersysteem vragen om een brede samenwerking en gebiedsgerichte, integrale aanpak. Hier komen natuur, recreatie, klimaatadaptatie, circulariteit en de ketengedachte concreet samen. Tot slot kunnen juiste klimaatadaptieve inrichtings- en beheermaatregelen negatieve gevolgen van klimatologische maatregelen afremmen of deels stopzetten.
Afspraken: • We zetten een plus op het versneld afronden van het provinciale Natuurnetwerk • We herstellen en richten een robuust bodem- watersysteem in door het opstarten van een integrale gebiedsgerichte aanpak • We optimaliseren inrichting en beheer van bestaande en nieuwe natuurgebieden • We bouwen meer kennis en inzicht op over klimatologische effecten op soorten en leefgebieden
Verbinden van de Zeeuwse natuur Ecosystemen en leefgebieden van soorten strekken zich uit over de grenzen van natuurgebieden.
Figuur 8 Huidige situatie thema natuur 4 Functionele agrobiodiversiteit (FAB) is het versterken van het natuurlijke vermogen om ziekten en plagen te beheersen in cultuurgewassen door de biodiversiteit te stimuleren. Bij FAB gaat het over alle biodiversiteit op en rondom het bedrijf, die direct of indirect een rol speelt bij de ondersteuning van teelten.
34
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
Ook daarbuiten moet in natuur geïnvesteerd worden om ecosystemen overeind te houden en de achteruitgang van biodiversiteit te stoppen. Dit vraagt om een natuurinclusieve benadering van de andere aandachtsvelden in de KasZ en het “verweven” van functies en sectoren. Dat gebeurt in combinatie met bijvoorbeeld zoetwaterbeschikbaarheid, herstel van cultuurlandschappen en aanwezige natuurwaarden binnen het landelijke en stedelijke gebied, maar ook inzet op een verdere vergroening van bebouwd gebied. Vergroening van het bebouwd gebied draagt in belangrijke mate bij aan de biodiversiteit en de robuustheid van ecosystemen. Daarnaast is het ook een belangrijke maatregel tegen wateroverlast, droogte en hittestress. Door het verbinden van de Zeeuwse natuur hebben soorten de kans om zich te verplaatsen en weersextremen op te vangen. Een mogelijkheid om verbindingen te maken is de samenwerking met andere sectoren. Het koppelen van andere adaptieve maatregelen leidt tot een kwaliteitsverbetering van bestaande en nog nieuwe te realiseren natuur. Zoetwaterbeschikbaarheid, realisatie van volhoudbare landbouw5 en extensieve recreatiefuncties leiden tot zachtere overgangen tussen natuur en andere functies. Zachte overgangen tussen natuur en andere functies bevordert de veerkracht van de Zeeuwse natuurgebieden, waarbij tevens de gewenste natuurinclusieve samenleving vormgegeven kan worden.
Binnen het Uitvoeringsprogramma Landelijke Gebied zal daarom ook experimenteerruimte worden gecreëerd om ervaring te kunnen opdoen met deze gewenste natuurinclusieve functie invulling. Specifieke focus ligt vooral op niet begrensde overgangszones rondom stikstof overbelaste Natura2000-gebieden waarbij sprake is van het hanteren van bestaande bestuurlijke afspraken zoals medewerking van grondeigenaren op basis van vrijwilligheid.
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
Afspraken: • Een Natuurinclusieve benadering wordt voor overheid en private partijen een vast onderdeel bij (plan)ontwikkeling en beheer • We versterken natuur buiten het provinciale natuurnetwerk en we verbinden noodzakelijke bestaande natuurgebieden binnen Zeeland • We realiseren overgangszones rondom bestaande en nieuwe natuur • We stimuleren agrarische functionele (agro)biodiversiteit
Buitendijkse natuur Buitendijkse natuur, zoals de slikken en de schorren, kan door allerhande technische ingrepen en innovaties behouden blijven op de plekken waar dit langetermijnperspectief biedt. Buitendijkse natuurgebieden bewegen bijvoorbeeld mee met de stijgende zeespiegel. Meegroeiende vooroevers (building with nature) beschermen buitendijkse natuur waarbij ze tevens bijdragen aan de stabiliteit van Zeeuwse dijken en het achterland. Behoud van buitendijkse natuurwaarden vraagt om nieuwe innovatieve oplossingen.
Afspraken: • We behouden buitendijkse natuur en ontwikkelen alternatieven
35
4.5. Landbouw 4.5.1. Toekomstbeeld De Zeeuwse landbouw is in 2050 volhoudbaar5, ondanks weersextremen en veranderende omstandigheden. Dit betekent dat een bedrijf op lange termijn bestaansrecht en een verdienmodel heeft en produceert in evenwicht met de (natuurlijke) omgeving. Als gevolg van een integrale gebiedsgerichte aanpak is het landelijk gebied en het agrarisch bedrijf ingericht om extreme weersituaties op te vangen. De landbouw trekt hier samen op met andere functies, zoals natuur, recreatie en waterveiligheid. Een goede bodemkwaliteit en een robuust watersysteem vormen de basis voor een klimaatadaptieve en volhoudbare landbouw in Zeeland. De kansen voor het vasthouden, bufferen, bergen en aanvoeren van zoet water ten behoeve van de landbouw worden optimaal benut. Daarnaast bestaat het besef dat de grenzen van een betaalbaar regionaal watersysteem niet oneindig zijn. In een aantal gebieden in Zeeland zijn extremen, zoals verzilting en wateroverlast, zodanig dat de landbouw hier niet (in alle vormen) ondersteund kan worden. In deze gebieden zijn andere agrarische en innovatieve verdienmodellen of nieuwe functies ontstaan.
Op bedrijfsniveau speelt de agrarische sector in op de lokale omstandigheden. De sector zet in op teeltveredeling, nieuwe teelten, zuinig watergebruik en waarborgt een goede bodemkwaliteit. Oogst-, teelt-, en bodemstructuurschade als gevolg van weersextremen blijven hierdoor beperkt. De sector wordt hierin ondersteund door kennisontwikkeling, -ontsluiting en transitiegerichte subsidie- en stimuleringsmaatregelen. 4.5.2. Opgave in de huidige situatie De landbouw wordt geconfronteerd met een veelvoud aan transities. Klimaatadaptatie is één van de transities die specifieke aandacht vraagt. Weersextremen, verzilting en de manier van grondbewerking leiden tot gewas- en oogstschade en hebben negatieve effecten op de voor de landbouw gewenste bodemstructuur. Daarnaast maakt geleidelijke temperatuurstijging (een aantal) huidige teelten minder geschikt. Ook is er een toenemende vraag naar zoet water. De landbouw is primair afhankelijk van een robuust watersysteem en goede bodemkwaliteit. Door de geringe externe aanvoer van zoet water is Zeeland vrijwel geheel afhankelijk van regenwater, waardoor zoet water ten tijde van langdurige droogte schaars is. De beschikbaarheid van zoet water verschilt sterk in Zeeland. Ondanks alle inspanningen is het faciliterend vermogen van het huidige watersysteem begrensd.
Zie voor dwarsdoorsnede met externe watertoevoer bijlage 1
Figuur 9 Toekomstbeeld thema landbouw
5 De ambitie voor volhoudbare landbouw definiëren wij als volgt (bron: voorontwerp Omgevingsvisie); het creëren van zoveel mogelijk meerwaarde. Meerwaarde die ontstaat door een samenhangende integrale benadering van bodem (vruchtbaarheid), beheer (zoet) water, biodiversiteit en landschap in combinatie met het (kosten-)efficiënter boeren.
36
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
De gevolgen van klimaatverandering versterken de beperkingen. Zo kunnen ondergrondse zoet waterbellen versneld uitgeput raken. Daarnaast kan extreme neerslag niet altijd direct worden afgevoerd. Wanneer hier onvoldoende op wordt ingespeeld, leidt dit tot een situatie, waarbij de grenzen van het watersysteem bereikt worden en een niet haalbare en niet betaalbare situatie ontstaat. De manier waarop de Zeeuwse overheden en de landbouwsector hierop inspelen is cruciaal. De opgaven van wateroverlast en zoetwaterbeschikbaarheid - in relatie tot andere transitieopgaven, zoals energietransitie, biodiversiteit en stikstof - worden nog niet gezamenlijk of integraal opgepakt. Hierdoor wordt niet effectief en efficiënt ingespeeld op de actuele en toekomstige opgaven en mogelijke kansen. Een robuust systeem is niet de enige uitdaging. De verantwoordelijkheid om te zorgen voor een bedrijfsvoering en kwaliteit van de bodem die bestand is tegen weersextremen, ligt primair bij de agrarische ondernemer. Dit vraagt om investeringen die aansluiten op veranderende omstandigheden. De agrarische bedrijfsvoering is in de huidige situatie van wereldwijde concurrentie veelal gericht op opbrengstmaximalisatie en overleving op de wereldmarkt. De bedrijfsvoering staat al flink onder druk. Hierdoor is beperkt ruimte voor investeringen in de veranderende
omgeving. Wanneer niet voldoende geïnvesteerd kan worden in aanpassingen aan de veranderende omgeving, zal de gevoeligheid voor klimaatverandering en het risico op oogst-, teelt- en bodemstructuurschade toenemen. De strategische keuze ligt voor op welke manier de agrarische sector wordt ondersteund om een aantal grote transities, waaronder veranderende weersomstandigheden, te doorlopen. Cruciale elementen zijn een robuust watersysteem, een goede bodemkwaliteit en een klimaatadaptieve bedrijfsvoering. 4.5.3. Strategie en afspraken De landbouw staat voor een aantal forse transities. Het ambitiedocument ‘Samenwerken aan het Zeeuwse platteland’ geeft hier invulling aan. Klimaatadaptatie is één van die transities. Het is cruciaal dat de sector de randvoorwaarden krijgt om deze transitie – stapsgewijs – te kunnen maken. Watersysteem Het Zeeuws beleid ten aanzien van de beschikbaarheid van zoet water is primair gericht op zelfvoorziening. In het kader van het Zeeuws Deltaplan Zoet Water worden per gebied specifieke kansen, knelpunten en aanpakken verkend. Hieruit blijkt met welke
Zie voor dwarsdoorsnede met externe watertoevoer bijlage 1
Figuur 10 Huidige situatie thema landbouw
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
37
maatregelen en in welke gebieden een robuust watersysteem duurzaam, haalbaar en betaalbaar is. De bestaande systematiek van de Planmatige Wateropgave wordt hierbij betrokken. Beide vragen om uitwerking en uitvoering in een gebiedsgerichte aanpak waarbinnen de uitgangspunten en de begrenzingen van het natuurlijk systeem centraal staan (zie paragraaf 6.4: Gebiedsgerichte aanpak).
De agrarische ondernemingen moeten deze aspecten bevorderen. Het pakket van maatregelen uit de Kaderrichtlijn Water blijft noodzakelijk om uitspoeling van nutriënten uit de bodem te voorkomen. Om tegemoet te komen aan de blijvende behoefte aan innovatie, kennisdeling en –ontwikkeling, wordt ingezet op een platform waar publicaties, onderzoek over bodemkwaliteit en kennis over volhoudbare landbouw gedeeld kunnen worden.
In gebieden met zoet waterbellen is het uitgangspunt dat deze tenminste behouden blijven en waar mogelijk vergroot worden. Een concretisering en operationalisering (van de handhaving) hiervan vindt plaats in het Zeeuws Deltaplan Zoet water. Inzichten uit het Zeeuwse Deltaplan Zoet Water kunnen leiden tot de strategische keuze om voor delen van Zeeland in te zetten op externe aanvoer. Dit mogelijke besluit versterkt de Zeeuwse afhankelijkheid van externe factoren. Het besluit zal daarom gepaard moeten gaan met een lobby richting het Rijk om de onzekerheden rondom de externe afhankelijkheid zoals de Nationale verdringingsreeks water tot een minimum te beperken.
Afspraken: • We blijven inzetten op het maatregelenpakket Kaderrichtlijn Water • We zetten een kennisplatform op voor bodemkwaliteit en volhoudbare landbouw • We zetten in op het verbeteren van de bodemstructuur t.b.v. het opvangen van weersextremen
Daarnaast zal in het Deltaplan inzicht ontstaan in welke gebieden er een vergrote onbalans in de vraag en het aanbod van water zal ontstaan. In gebieden waar traditionele vormen van landbouw of teelten niet ondersteund kunnen worden, is een transitie naar een andere innovatieve bedrijfsvoering of andere functie noodzakelijk.
Afspraken: • We richten watersystemen robuust in door het opstarten van een integrale gebiedsgerichte aanpak op basis van de uitkomsten van het Zeeuws Deltaplan Zoet water • We concretiseren en operationaliseren het ten minste behouden en waar mogelijk vergroten van zoetwaterbellen • In gebieden waar specifieke vormen van bedrijfsvoering of teelten niet ondersteund kunnen worden is een transitie naar een andere innovatieve bedrijfsvoering of andere functie onvermijdelijk
Bodemkwaliteit De kracht van de Zeeuwse bodem is een belangrijke pijler voor een toekomstbestendige en duurzame landbouw in de provincie Zeeland. Landbouwgronden met een goede bodemkwaliteit bevatten de onderstaande elementen:
[Fysisch] Goede bodemstructuur doorlatendheid, doorworteling [Chemisch] Goede bodemvruchtbaarheid mineralen/organische stof Geen verontreiniging uitspoeling meststoffen, pesticiden [Biologisch] Rijk bodemleven mineralisatie, graafgangen
Fysisch
Chemisch
Biologisch
Bodemkwaliteit
38
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
Adaptieve bedrijfsvoering De verantwoordelijkheid om te zorgen voor een bedrijfsvoering die bestand is tegen weersextremen, ligt primair bij de agrarische ondernemer. Dit vraagt om investeringen voor de aanpassing aan veranderende omstandigheden. Concreet gaat dit om bodembeheer, teeltveredeling, andere gewassen, zorgvuldig watergebruik, gecontroleerd draineren, aandacht voor dierenwelzijn tijdens warme dagen, functionele agrobiodiversiteit en natuurinclusieve landbouw. De overheid ondersteunt de agrarische sector in de transitie naar een volhoudbare en duurzame vorm van landbouw. Het systeem van vergoeden op basis van behaalde maatschappelijke doelen komt steeds meer in beeld. In het kader van het nieuwe Europees Gemeenschappelijk Landbouw. Beleid wordt gewerkt aan een systeem van Ecoregelingen. Ondernemers die meer duurzaamheidsinspanningen toepassen krijgen een hogere vergoeding uit het landbouwbeleid uitgekeerd. Door het Zeeuwse stimuleringsbeleid voor de agrarische sector
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
actief te koppelen aan klimaatadaptieve maatregelen wordt actief en effectief ingezet op een volhoudbare landbouw. Deze instrumenten zijn meetbaar en waardeerbaar in de vorm van Kritische Prestatie Indicatoren (KPI) gekoppeld aan systeemdiensten en brengen de transitie in de landbouwsector in een versnelling
Afspraken: • We verankeren klimaatadaptatie en (eco-)systeemdiensten in agrarisch stimulerings- en studiebeleid • We verkennen de mogelijkheden voor een klimaatadaptieve aanpak van de Zeeuwse grondbank
Ook worden de mogelijkheden verkend of instrumenten, zoals de Zeeuwse grondbank, mogelijkheden bieden. Op deze manier wordt actiever en effectiever bijgedragen aan een volhoudbare landbouw en toekomstbestendig systeem.
39
4.6. Bebouwd gebied 4.6.1. Toekomstbeeld De Zeeuwsen steden en dorpen zijn een prettige en comfortabele omgeving om in te wonen, werken en verblijven. In de openbare ruimte is wateroverlast door hevige regenval tot een minimum beperkt door water tijdelijk vast te houden in waterpartijen, infiltratievelden, wadi’s en op straat waar dat kan. Waar het kan infiltreren we water in de bodem. Hierdoor blijft het risico op (zettings-)schade door langdurige droogte klein. Het stedelijk groen en de manier van bouwen zorgt voor voldoende schaduw en verkoeling langs wegen en parken. Hierdoor warmt het openbaar gebied tijdens de hete zomers niet te veel op. De beplanting zorgt daarbij ook voor een aantrekkelijke woon- en werkomgeving en het behouden en vergroten van de biodiversiteit. In de Zeeuwse woonwijken zijn de particuliere percelen overwegend groen, inclusief groene daken en gevels. Dat geldt niet alleen voor percelen van de inwoners, maar ook voor terreinen van bijvoorbeeld zorginstellingen, scholen en overheidsinstanties. Verharding is zoveel mogelijk beperkt en is waterdoorlatend of loopt af naar een groen gebied. Om infiltratie te bevorderen, wordt de waterdoorlatende verharding afgewisseld met groenstroken. Zo
wordt water (tijdelijk) vastgehouden en is er in tuinen plaats voor schaduwrijke en verkoelende beplanting. Ook de verharding van bedrijfspercelen op bedrijventerreinen is grotendeels doorlatend waar dat mogelijk is. De platte daken van loodsen zijn uitgevoerd als groen dak en worden gebruikt voor energieopwekking. Ook worden groene gevels toegepast. Innovaties vanuit onder andere de bouwwereld worden zo veel mogelijk benut. Zeeuwse woningen en bedrijfspanden worden klimaatadaptief gebouwd. Ze staan voldoende hoog om wateroverlast te voorkomen en zijn zodanig ontworpen dat hittestress wordt tegengegaan. De inwoners van Zeeland houden in hun dagelijkse doen en laten ook rekening met het veranderende klimaat. Tijdens droge periodes wordt zuinig omgegaan met drinkwater en wordt het opgevangen regenwater gebruikt voor de tuin. Tijdens een hittegolf doen bewoners rustig aan en wordt ’s nachts, als het koeler is, goed geventileerd. Tijdens extreme weersomstandigheden zorgen bewoners niet alleen goed voor zichzelf, maar ook voor anderen. 4.6.2. Opgave in de huidige situatie In het bestaande bebouwd gebied zorgt het huidige klimaat met enige regelmaat voor schade en gezondheidsproblemen. Extreme neerslag met meer dan 60 mm regen in één uur komt de laatste jaren steeds vaker voor. Ondanks de vele inspanningen van de gemeenten en het
Figuur 11 Toekomstbeeld bebouwd gebied
40
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
waterschap, zorgt dit ervoor dat in Zeeland jaarlijks nog waterschade in woningen optreedt. De extreme buien zullen in de toekomst nog vaker voorkomen. Dit geldt ook voor extreem lange periodes van droogte. Dit zorgt voor zettingsschade aan infrastructuur en gebouwen en schade aan stedelijk groen, waaronder ook sportvelden. Bij droogte is ook de kans op brand en de beschikbaarheid van voldoende bluswater een belangrijk aandachtspunt. Door de droogte neemt ook de verzilting in delen van het Zeeuwse bebouwde gebied toe, wat nadelig is voor het stedelijk groen. De slechte conditie van het groen beperkt het verkoelende effect dat het groen heeft in periodes van hitte. Hitte zorgt jaarlijks voor slechte nachtrust, onaangename en onwerkbare situaties, gezondheidsproblemen en een toename van sterfgevallen die vermeden hadden kunnen worden. Het warmere klimaat gecombineerd met hittegolven zorgt ook een groter risico op het gebied van plaagdieren, slechtere waterkwaliteit en opwarming van de drinkwaterleidingen. In de komende 30 jaar moet het bebouwd gebied stevig worden omgevormd om Zeeland klimaatbestendig in te richten. Dit geldt voor zowel de kernen als de bedrijventerreinen. De grootste opgave ligt in het bestaand bebouwd gebied, omdat de uitbreiding van het bebouwd gebied in de komende dertig jaar beperkt zal zijn.
In het bestaande gebied is de voornaamste uitdaging om voldoende fysieke ruimte te vinden voor het opvangen van weersextremen. Uiteraard moeten de nieuwbouwlocaties ook klimaatbestending worden uitgevoerd.
Klimaatbestendigheid is niet de enige opgave. Ook voor opgaven zoals de energietransitie en een toekomstbestendige woning- en bedrijvenvoorraad leggen een druk op het bebouwd gebied. De druk op het bebouwd gebied is daarom groot. Het koppelen van opgaven is daarom geen keuze, maar is noodzakelijk om de klimaatopgave te realiseren. Dat biedt gelukkig ook voordelen, zoals het kunnen benutten van financiële middelen vanuit meerdere opgaven en de kansen om met één maatregel meerdere doelen te halen. Het vergroenen van de bebouwde omgeving draagt bijvoorbeeld ook bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. 4.6.3. Strategie en afspraken Opgave in beeld De klimaatopgave voor het volledige bebouwd gebied in Zeeland is nog niet in alle gevallen tot op locatieniveau volledig in beeld gebracht. Het thema wateroverlast wordt actief opgepakt in de vorm van de beleidslijn Stedelijke Wateropgave (SWO). Hierbinnen wordt de opgave in beeld gebracht en wordt de inspanningsverplichting voor het oplossen van wateroverlast verder ingevuld. Grondwateroverlast wordt daar ook in meegenomen, zij het in beperkte mate. Over de klimaatthema’s droogte en hitte is nog minder bekend.
Figuur 12 Huidige situatie bebouwde omgeving
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
41
Daarom brengen we deze opgave deze eerste beleidscyclus beter in beeld. De bodem in Zeeland is op veel locaties erg gevoelig voor zettingen door droogte. Omdat de kennis over dit onderwerp in het stedelijk gebied van Zeeland erg beperkt is, is gericht onderzoek en het uitvoeren van pilots noodzakelijk. Monitoring van grondwaterstanden is nodig om meer inzicht in lokale verschillen en de omvang van de opgave in beeld te krijgen. Dit draagt ook bij aan het in beeld brengen van de opgave op het gebied van grondwateroverlast. Ondanks dat de klimaatopgave nog niet overal over de volle breedte in beeld is, is wel al voldoende kennis aanwezig om een aantal ‘altijd goed’ maatregelen en uitgangspunten toe te passen. Hierbij valt onder andere te denken aan minimum oppervlak groen en water, het beschermen van het bestaande stedelijk groen en het verminderen van oppervlakteverharding. Daarnaast wordt (indien van toepassing) bij evenementen opgenomen hoe te handelen bij hitte en extreme neerslag en wordt onderzocht of lokale hitteplannen effectieve instrumenten zijn om in te zetten in onze regio. Deze worden doorgevoerd in het beleid en in de uitvoering van projecten van de gemeenten, waterschap en provincie.
Afspraken: • We zetten de beleidslijn Stedelijke Wateropgave voort binnen de SAZ+ • We zetten een onderzoeksprogramma op om meer inzicht te krijgen in de risico’s van hitte en droogte in relatie tot stedelijk groen en zettingen in het stedelijk gebied • In regioverband brengen we binnen deze eerste beleidscyclus de klimaatopgave in het stedelijk gebied in beeld • We ontwikkelen ‘altijd goed’ maatregelen en zetten deze in, wanneer de volledige klimaatopgave in een gebied nog niet in beeld is gebracht.
Klimaatbestendig inrichten van de buitenruimte Het klimaatbestendig maken van het gehele bebouwde gebied is een zeer grote opgave. Het vraagt dus om een lange adem en een effectieve aanpak, mede gezien de investeringen die dit meebrengt. De meest voor de hand liggende aanpak is aanhaken bij geplande ingrepen in het bebouwde gebied. Op hoofdlijn zijn dit het herstructureren van bestaand stedelijk gebied en de uitvoering van onderhoudsmaatregelen (groot en klein) in de openbare ruimte, ingrepen vanuit andere opgaven zoals de energietransitie en het realiseren van nieuw stedelijk gebied. Uit onderzoek en uit ervaring binnen Zeeland is gebleken dat met deze aanpak de klimaatmaatregelen niet of nauwelijks tot meerkosten leiden (zie tekstkader). Om dit te bereiken wordt in het beleid van alle Zeeuwse overheden opgenomen dat de klimaatopgave en bijbehorende maatregelen standaard worden meegenomen bij alle ingrepen in het stedelijk gebied.
Voor alle nieuwe ontwikkelingen, binnen en buiten het bestaand bebouwd gebied betekent dit dat de klimaatopgave verplicht wordt meegenomen in de brede (o.a. ruimtelijke) afweging tijdens de ontwikkeling van de plannen. Het uitgangspunt is dat de ontwikkeling in eerste instantie vanuit zichzelf klimaatbestendig moet zijn. Daarnaast moet afgewogen worden of de ontwikkeling bij kan dragen aan het oplossen van de klimaatopgave van het gebied waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt. Ook bij grotere onderhoudsprojecten moet het oplossen van de klimaatopgave standaard worden meegenomen. In de voorbereiding van het (groot) onderhoud wordt daarom het nog te ontwikkelen ‘Afwegingskader klimaatadaptatie’ ook een verplicht onderdeel. Voor de uitvoering van kleine onderhoudsmaatregelen gaat een verplicht afwegingskader te ver, maar moet wel worden nagegaan of met kleine aanpassingen toch een bijdrage kan worden geleverd aan het oplossen van de klimaatopgave. Vanuit de in beeld gebrachte klimaatopgave zijn er echter locaties waar niet gewacht kan worden en waar eerder ingrijpen noodzakelijk of gewenst is. Op basis van urgentie, projectplanningen en (financiële) haalbaarheid bepalen gemeenten, waterschap en provincie zelfstandig voor hun eigen areaal de prioritering en planning voor het uitvoeren van de noodzakelijke maatregelen.
Toetsingsinstrumenten op het gebied van klimaatadaptatie voor ingrepen in het bebouwd gebied bestaan nog niet. Hoewel de watertoets al bestaat, dekt deze (nog) niet de volledige scope van Klimaatadaptatie. Vanuit de KasZ wordt gezamenlijk een afwegingskader klimaatadaptatie ontwikkeld (zie paragraaf 6.5: Afwegingskader Klimaatadaptatie).
Afspraken: • We voeren alle ingrepen in het bebouwd gebied klimaatbestendig uit en geven invullen aan de bestaande klimaatopgave • We haken bij het oplossen van de klimaatopgave zoveel mogelijk aan bij natuurlijke momenten. Vanuit de eigen bevoegdheden wordt afgewogen waar eerder ingegrepen wordt • We ontwikkelen samen een Zeeuws ‘Afwegingskader Klimaatadaptatie’ voor alle nieuwe ontwikkelingen, inclusief herstructurering, groot onderhoud en renovatie • We doen een klimaatcheck bij kleine onderhoudsmaatregelen
Kosten en baten van een klimaatbestendige buitenruimte Het is ook belangrijk om te kijken naar de meerkosten die het klimaatbestendig maken van het bebouwde gebied met zich meebrengt ten opzichte van de baten. Onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam (‘De Klimaatbestendige stad, inrichting in de praktijk’) toont aan dat in veel gevallen een klimaatbestendige inrichting meer oplevert dan het kost en dat klimaatbestendige inrichting relatief eenvoudig en vaak voordelig is te realiseren.
42
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
Meekoppelkansen Maatregelen die uitgevoerd worden om de klimaatopgave op te lossen, zijn vooral gericht op het creëren van meer ruimte voor de opvang van weersextremen. Vaak krijgt dit vorm door het vergroenen van die ruimte. Dit biedt veel meekoppelkansen met andere opgaven op het gebied van een gezonde leefomgeving, ruimtelijke kwaliteit, (klimaat-)veiligheid, energietransitie, biodiversiteit, wooncomfort, vestigingsklimaat en toekomstige waarde van vastgoed in het stedelijk gebied. Wanneer één ingreep meerdere doelen dient, ontstaat meer draagvlak en kunnen financiële middelen worden samengevoegd. Het verkennen van meekoppelkansen wordt een vast onderdeel in de voorbereiding van klimaatadaptatiemaatregelen.
Afspraken: • We gaan bij maatregelen voor klimaatadaptatie altijd na of er meekoppelkansen zijn vanuit andere opgaven
Privaat terrein en het invullen van de klimaatopgave Particulieren en bedrijven hebben een grote impact op de opgave in het bebouwd gebied. Een groot deel van het bebouwd gebied is namelijk privaat terrein. Dit varieert landelijk tussen 50% tot 70% van de totale oppervlakte van het bebouwd gebied. Vele kleinschalige maatregelen op privaat terrein beperken niet alleen overlast en schade voor henzelf, maar beperken ook de noodzakelijke maatschappelijke ingrepen en kosten in de openbare ruimte. Het is daarom belangrijk om particulieren en bedrijven te motiveren en te stimuleren in het opvangen van regenwater en het vergroenen van het eigen perceel. Om dit te realiseren gaan we onderzoek doen naar een Zeeuws breed stimuleringspakket van maatregelen voor particulieren. In het kader van informeren
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
en bewustwording is in 2020 de bewustwordingscampagne ‘Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee’ van start gegaan. Deze zetten we voort. Naast bewustwording is het stimuleren van maatregelen nodig. Indien noodzakelijk kan in een later stadium gebruik worden gemaakt van de al bestaande wet- en regelgeving om het opvangen van regenwater te verplichten. Woningbouwcorporaties zijn belangrijke spelers in het bebouwd gebied. Daarom gaan zij klimaatadaptieve maatregelen meenemen bij groot onderhoud en in nieuwe plannen. Zij maken hierover prestatieafspraken met de gemeenten. Op Zeeuws niveau verkennen we in hoeverre dit gezamenlijk kan worden opgepakt. Naast woningen moeten ook scholen in 2050 klimaatadaptief zijn. Hierbij zijn met name de schoolpleinen een punt van aandacht. Het vergroenen van schoolpleinen draagt bij aan het halen van de doelstellingen voor een klimaatadaptieve omgeving, helpt mee bij bewustwording, stimuleert groen en goed gedrag en biedt daarnaast de mogelijkheid voor het creëren van een buitenleslokaal. Kinderen die les krijgen op een school met een groen schoolplein zien de voordelen van groen in de omgeving en nemen dit vervolgens mee naar huis of naar hun eigen toekomstige huis. Zo creëren we een klimaatbewuste generatie!
Afspraken: • We gaan door met particulieren bewust te maken en te stimuleren maatregelen op eigen terrein te nemen. Op Zeeuws niveau vindt hierover afstemming plaats • We gaan in regioverband in gesprek met de woningbouwcorporaties om afspraken te maken over het invullen van de klimaatopgave • We blijven het vergroenen van schoolpleinen ondersteunen
43
4.7. Recreatie 4.7.1. Toekomstbeeld Het (toekomstige) Zeeuws Mediterraans klimaat maakt Zeeland een bijzondere en aantrekkelijke vakantiebestemming. Ondernemers zijn ingespeeld op het nieuwe klimaat. Zij maken dankbaar gebruik van een verlengd seizoen, maar hebben ook oog voor de weersextremen en de gezondheid van de toeristen. Zij richten hun bedrijven daarop in met fysieke maatregelen om brandgevaar, wateroverlast, watertekort en hittestress te voorkomen. Ook bij de organisatie van activiteiten wordt rekening gehouden met weersextremen zoals hittestress. Dit vraagt om een omslag in denken van de ondernemer en biedt mogelijkheden voor nieuwe en innovatieve concepten. De Zeeuwse stranden ondervinden geen hinder van de zeespiegelstijging. Hiervoor is een goed afgewogen suppletieprogramma dat zowel de waterveiligheid als toeristische belangen dient. Daarnaast is er ruimte voor het ontplooien van economische activiteiten op het gebied van dagrecreatie. De Zeeuwse overheden en recreatieondernemers nemen ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid maatregelen voor de gasten en inwoners. Door de aangepaste inrichting van de omgeving en terreinen is er groot gevoel van comfort tijdens perioden van weersextremen. Deze klimaatbestendige inrichting voorkomt ook
gezondheidsrisico’s bij kwetsbare groepen onder de toeristen en eigen inwoners. De toerist wordt door de overheid en ondernemers goed en éénduidig geïnformeerd over weerextremen en bijbehorend handelingsperspectief. Hierbij is speciale aandacht voor de buitenlandse toerist. Maatregelen worden zodanig uitgevoerd dat toeristen tijdens hun bezoek kunnen zien hoe Zeeland op klimaatverandering inspeelt en het als kans benut. Hierdoor zijn bezoekers en inwoners van Zeeland zich bewust van het veranderende klimaat en is Zeeland een ‘Unique selling point’ voor een klimaatadaptieve vakantiebestemming. 4.7.2. Opgave in de huidige situatie De (natuurlijke) Zeeuwse omgeving is het (ecologisch) toeristisch kapitaal. Recreatieondernemers en de Zeeuwse overheden hebben kansen om ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid klimaatadaptieve maatregelen te treffen voor de toerist, de inwoners en de (natuurlijke) omgeving. De provincie Zeeland is een populaire bestemming voor dagtoeristen en verblijfsrecreatie. Het aantal ‘inwoners’ van Zeeland verdriedubbelt in het hoogseizoen. Seizoen verlenging wint de laatste jaren aan populariteit en wordt ondersteund door de stijgende temperaturen in noordwest Europa. De gehele Nederlandse kust, en zeker ook Zeeland, zal volgens prognoses van het NBTC6 (Perspectief 2030) tot 2030 een groei van bezoekers van 56% doormaken.
Figuur 13 Toekomstbeeld thema recreatie
6 NBTC staat voor Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen
44
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
Klimaatverandering heeft echter ook een keerzijde door de toename van weersextremen en zeespiegelstijging. Door zeespiegelstijging en kusterosie neemt de buitendijkse ruimte voor recreatie in de toekomst af. Extreme weersituaties doen zich steeds vaker voor. Bij piekbuien komt het water op straat te staan en/of stroomt het bij recreatieobjecten naar binnen. Naast overlast en schade brengt water op straat ook een gezondheidsrisico met zich mee omdat dit vaak vuil water is dat uit de riolering komt. Droogte leidt tot verdorring van groen. Hierdoor neemt het verkoelende effect tijdens hitte af en gaat dit ten koste van de uitstraling van de verblijfsomgeving. Ook verhoogt dit de kans op brandgevaar. Langdurige warme periodes en hittegolven zorgen voor een groter risico op ziekteverwekkers in de leefomgeving, zoals legionella, malaria en andere exotische ziektes. Ook zorgen langere hittegolven voor gezondheidsrisico’s, de toenemende wens voor koeling en bijbehorende energievraag.
de (recreatieve) toekomst van de Zeeuwse kust. Daadwerkelijke bewustwording over de gevolgen van klimaatverandering is bij overheden, ondernemers én toeristen echter nog beperkt aanwezig.
Het veranderende klimaat zal voor de sector in de huidige omvang tot meer overlast leiden. Wanneer de sector verder groeit, zullen ook de gevolgen van weersextremen een grotere impact hebben. Dit kan de positieve beleving van Zeeland als prettige vakantiebestemming schaden. Het klimaatadaptatief inrichten vraagt daarom om aanvullende inzet. Dit geldt voor zowel aanpassingen aan de inrichting van de fysieke ondernemingen (o.a. recreatieterreinen, horeca, jachthavens) en omgeving, de private eigendommen, als de activiteiten die plaats vinden. Ook afspraken over de aanvullende strandsuppleties voor de toeristische sector zijn cruciaal voor
Klimaatadaptieve sector De fysieke inrichting van recreatieve sector zal klimaatbestendig moeten worden gemaakt om extreme weersomstandigheden het hoofd te kunnen bieden. Dit geldt voor zowel de recreatieterreinen, bebouwing, recreatieve eenheden, de omliggende openbare ruimte en recreatieve routes. Daarbij geldt dat bij de uitvoering zoveel mogelijk wordt aangehaakt bij natuurlijke momenten zoals nieuwe ontwikkelingen, renovatie, herstructurering en/of onderhoud. Het afwegingskader dat wordt ontwikkeld biedt hierbij ondersteuning in het maken van de juiste keuzes.
4.7.3. Strategie en afspraken Het (toekomstige) Zeeuwse Mediterrane klimaat maakt Zeeland een bijzondere en aantrekkelijke vakantiebestemming, mits wordt ingespeeld op veranderende weersextremen. Koplopers binnen de recreatieve sector zijn zich bewust van de uitdagingen van klimaatverandering en spelen hierop in. Voor het overgrote deel van de ondernemers is aanvullende inzet noodzakelijk om Zeeland klimaatadaptief en ook in de toekomst een onderscheidend ‘Unique selling point’ te maken. Om Zeeland klimaatadaptief te maken is de samenwerking tussen overheden en ondernemers van groot belang. Inzicht in te nemen maatregelen en pilotprojecten zullen kennis vergroten.
Figuur 14 Huidige situatie thema recreatie
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
45
Voor een klimaatadaptieve sector is het van belang dat duidelijk is wat de mogelijkheden zijn voor klimaatadaptieve maatregelen. Ook dient inzichtelijk te zijn waar de fysieke inrichting of bedrijfsvoering niet klimaatbestendig is. Op basis hiervan kunnen door de ondernemers of door de Zeeuwse overheden gerichte maatregelen getroffen worden. Om te voorzien in de kennisbehoefte wordt vanuit de recreatieve sector en Zeeuwse overheden ingezet op kennisdeling en –ontwikkeling. Een dergelijk initiatief kan ondernemers inspiratie geven om hun eigen onderneming klimaatbestendig en waterrobuust te maken. De concrete aanpassing van de onderneming wordt ondersteund door het bestaande aanjaagprogramma voor de recreatieve sector te verbreden met het aspect klimaatadaptatie.
benoemd wordt. Deze strategie is een essentieel onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering van de sector en communicatie vanuit de Zeeuwse overheden.
Afspraken: • We koppelen de campagne ‘Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee’ aan bewustwording binnen de toeristische sector
Daar waar de openbare ruimte rondom recreatiebedrijven wordt aangepakt worden klimaatadaptieve maatregelen uitgevoerd. In dit proces betrekken de Zeeuwse overheden de sector om te verkennen welke gezamenlijke maatregelen uit te voeren zijn. Een voorbeeld hiervan is de gezamenlijke aanpak om de kwaliteit en veiligheid van zwem- en drinkwater te waarborgen. Hierdoor wordt een stap gezet in bewustwording én een integrale gebiedsaanpak. Naast de fysieke aanpassing binnen de sector is ook aandacht voor de bedrijfsvoering en het organiseren van activiteiten en evenementen noodzakelijk. Zo kunnen negatieve effecten van bijvoorbeeld hitte en extreme neerslag worden verminderd of voorkomen door het aanpassen van het dagprogramma, openingstijden en het zorgen voor (tijdelijke) schuilmogelijkheden, verkoeling, etc. Zeeuwse evenementen(vergunningen) bewegen daarom mee met het veranderende klimaat. Gemeenten onderzoeken hoe maatregelen die bijdragen aan het verminderen van de gevolgen van extreem weer bij evenementen kunnen worden opgenomen in het gemeentelijk beleid waarop vergunningen worden verleend.
Afspraken: • We maken een overzicht van maatregelen die bijdragen aan een klimaatadaptieve inrichting en bedrijfsvoering • We helpen ondernemers in te spelen op het nieuwe klimaat: - We starten pilotprojecten voor het klimaatadaptief inrichten van de buitenruimte - We brengen de opgave in beeld en vertalen dit naar de wensen en eisen van de recreatieve sector - We stellen een programma op voor kennisdeling en – ontwikkeling voor klimaatadaptief handelen - We verbreden het aanjaagprogramma met het onderdeel klimaatadaptatie • We waarborgen de kwaliteit van zwem- en drinkwater • We onderzoeken hoe maatregelen die bijdragen aan het verminderen van de gevolgen van extreem weer bij evenementen kunnen worden opgenomen in het gemeentelijk beleid waarop vergunningen worden verleend.
Bewustwording gasten Het is belangrijk dat de toeristen goed worden geïnformeerd over de weersomstandigheden en hoe zij het beste kunnen handelen tijdens extreem weer. Veel toeristen zijn in Zeeland in een nieuwe omgeving en spreken een andere taal. Een heldere, gerichte en éénduidige manier van communicatie is daarom cruciaal. Vanwege het belang van de recreatieve sector in Zeeland zetten de Zeeuwse overheden, de Zeeuwse Marketing Organisatie i.o. en recreatieve sector zich in voor het opstellen van een gezamenlijke communicatiestrategie waarin ook de verdeling van de verantwoordelijkheden duidelijk
46
KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE ZEELAND 2021-2026) Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee
Beschikbaarheid droogstrand-zand De beschikbaarheid van droogstrand-zand is cruciaal voor het toeristische sector en het imago van Zeeland. In de Zeeuwse Kustvisie zijn afspraken gemaakt om de mogelijkheden van recreatief suppleren te verkennen. Recente inzichten van versnelde zeespiegelstijging bevestigen de noodzaak tot deze verkenning en daadwerkelijke uitvoering van aanvullende suppleties. Dit vraagt om een gezamenlijke (financiële) inspanning van de recreatieve sector en Zeeuwse overheden richting het Rijk. Concrete afspraken worden gemaakt in het kader van de Stuurgroep Zeeuwse Kustvisie.