2021-23c. D21.251949 4a 4 Concrete voorstellen Top 10 beleidskeuzes Wmo
Tekst van het document
Top 10 keuzes beleidsversobering en kostenbeheersing Wmo
GR De Bevelanden 18 december 2020
1. We verstrekken geen maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden meer voor korte duur (<6 maanden) na bijvoorbeeld een ziekenhuisopname. Algemeen: Bij de beoordeling of er een compensatieplicht is vanuit de Wmo onderzoeken we of de gevraagde ondersteuning langdurig noodzakelijk is. Voor kortdurende ondersteuning zijn er namelijk andere wetten zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw). Een uitzondering hier op is hulp bij het huishouden; op basis van de Wmo moeten we ook kortdurende hulp bij het huishouden inzetten als iemand verder aan de voorwaarden voldoet. Wat is nieuw? Voor de invulling van de term langdurig noodzakelijk gaan we een stapje verder: we zetten geen hulp bij het huishouden in voor periodes korter dan 6 maanden. We stellen dat inwoners in kortdurende situaties zelf hulp bij het huishouden regelen. Bijvoorbeeld door hun netwerk in deze kortdurende situaties hulp bij het huishouden te laten verzorgen. En we verwachten dat iemand vanuit eigen verantwoordelijkheid en kracht reserveert voor de kosten van een particuliere hulp wanneer hij geen beroep kan doen op zijn netwerk. Hiervoor zoeken we de juridische grenzen op. Fictieve casus 1A: Cliënte is opgenomen in het ziekenhuis voor een knie operatie. Na ontslag uit het ziekenhuis heeft zij beperkingen van voorbijgaande aard. Zij vraagt hulp bij het huishouden aan voor 5 maanden.
Nieuwe situatie: We verstrekken geen voorziening hulp bij het huishouden. 2. Wij gaan inkomen en vermogen onderzoeken bij meldingen hulp bij het huishouden en wij melden ons aan bij de VNG als proefgemeente. Algemeen: Gemeenten zijn verplicht om niet zelfredzame burgers te ondersteunen. Op 23 november 2020 is er een ledenbrief verzonden waarin de VNG gemeenten oproept maatregelen te treffen om de gevolgen van het abonnementstarief tegen te gaan. De maatregelen richten zich in eerste instantie op hulp bij het huishouden. Doel van deze maatregelen is het verder uitdiepen van het begrip 'eigen kracht'. De VNG is bereid gemeenten te ondersteunen die hiermee willen experimenteren, ook bij de juridische gevolgen. Deze beleidskeuze kent een juridisch risico. Jurisprudentie heeft tot nu toe uitgewezen dat gemeenten op geen enkele manier rekening mogen houden met financiële draagkracht anders dan via de eigen bijdrage. Nieuwe situatie: Aanvragen van inwoners met financiële zelfredzaamheid wijzen we af of plaatsen we op een wachtlijst. Of we stellen inkomensgrenzen aan de voorziening hulp bij het huishouden. De verwachting is dat dit inwoners motiveert om hun eigen particuliere hulp aan te houden en de melding in te trekken.
Fictieve casus 2A: Een ouder echtpaar dat in een ruime villa woont op 2500m2 eigen grond heeft al jaren particulier een hulp in de huishouding, glazenwasser en tuinman. Mevrouw meldt zich bij het Wmo-loket voor ondersteuning in de vorm van hulp bij het huishouden. Als reden geeft zij aan: “Ik betaal en regel zelf al de glazenwasser en de tuinman. Dan wil ik de hulp in de huishouding vanaf nu vergoed krijgen via de Wmo.” Tot voor kort had het echtpaar een particuliere hulp, dus een oplossing op eigen kracht. Nieuwe situatie: We verstrekken geen voorziening hulp bij het huishouden.
Fictieve casus 2B: Een alleenstaande man met AOW en een heel klein pensioentje vraagt hulp bij het huishouden aan vanwege de toenemende medische beperkingen die hij ervaart. Nieuwe situatie: We verstrekken geen voorziening hulp bij het huishouden. 3. We passen het primaat verhuizen consequent toe en als zoekgebied hanteren we het totale gebied van de vijf Bevelandse gemeenten met een straal van 10 kilometer er om heen. Algemeen: Op dit moment is de grootte van het zoekgebied voor verhuizing niet vastgelegd in beleid. Dat betekent dat het juridisch lastig is om te verplichten dat iemand verhuist buiten het eigen dorp of stad. Als we hiervoor kaders stellen kunnen we dit strikt hanteren. Het gevolg hiervan is dat inwoners in voorkomende gevallen ook moeten verhuizen naar woningen buiten de gemeente. Nieuwe situatie: We stellen als zoekgebied de vijf Bevelandse gemeenten met een straal van 10 kilometer daar om heen. Als er geschikte woningen binnen dat zoekgebied beschikbaar zijn, verwachten we dat iemand verhuist naar die geschikte woning. We kennen geen maatwerkvoorziening toe. Fictieve casus 3A: Een ouder echtpaar is al jaren beperkt in de mobiliteit. Ze wonen in een huurwoning in één van de Bevelandse dorpen.
Er is in een gesprek over een aanvraag regiotaxi van een aantal jaren geleden met het echtpaar al besproken dat verhuizen naar een gelijkvloerse woning een oplossing is voor de problemen die zij in de woning ervaren. Er komen regelmatig gelijkvloerse woningen beschikbaar in alle Bevelandse kernen via de woningcorporatie, maar het echtpaar wil niet verhuizen en reageert niet op het passende woning aanbod. Nieuwe situatie: We verstrekken bij een nieuwe aanvraag geen woonvoorziening. Fictieve casus 3B: Voor een gezin met een zoon van 7 jaar dat beperkingen heeft is de huidige woning niet meer passend omdat hun zoon steeds zwaarder wordt en zij hem niet meer kunnen dragen. Zij wonen in een huurwoning in Kruiningen en vragen een woningaanpassing aan in de vorm van een aanbouw. Er staat een aangepaste woning te huur in ’s Heerenhoek. Verhuizen naar deze woning is de goedkoopst adequate oplossing en het primaat van verhuizen is van toepassing. Met de urgentieverklaring die zij hebben komen zij direct in aanmerking voor deze woning. Nieuwe situatie: We verstrekken geen woonvoorziening. 4. De cliënt is verantwoordelijk voor zijn eigen gemaakte keuzes, hiermee houden wij rekening met de te verstrekken ondersteuning.
Algemeen: We houden rekening met het gegeven wanneer iemand met een medische beperking verhuist naar een ongeschikte woning en daarna een aanvraag doet voor een woningaanpassing. We wijzen deze aanvraag af op grond van de Wmo en huidige verordening. Het verstrekken van een woonvoorziening had namelijk niet nodig geweest als iemand verhuisd zou zijn naar een geschikte woning. Ook houden we nu rekening met de keuze van cliënt om alleen door zijn partner of volwassen kind verzorgd te worden, terwijl persoonlijke verzorging vanuit de Zvw ingezet kan worden. Om rekening te kunnen houden met andere soorten keuzes die iemand maakt is de huidige ‘kanbepaling’ in de verordening onvoldoende.
Wat is nieuw? We maken een dwingende bepaling van het artikel in de verordening zodat we met alle keuzes die iemand maakt rekening mogen houden. Fictieve casus 4A: Een ouder echtpaar dat in een ruime villa woont op 2500m2 eigen grond heeft al jaren particulier een hulp in de huishouding, glazenwasser en tuinman. Mevrouw meldt zich bij het Wmo-loket voor ondersteuning in de vorm van hulp bij het huishouden. Als reden geeft zij aan: “Ik betaal en regel zelf al de glazenwasser en de tuinman. Dan wil ik de hulp in de huishouding vanaf nu vergoed krijgen via de Wmo.” Tot voor kort had het echtpaar een particuliere hulp, dus een oplossing op eigen kracht. Nieuwe situatie: We verstrekken geen voorziening hulp bij het huishouden. 5. We compenseren alleen vanuit de Wmo tot aanvaardbaar niveau als er geen andere oplossingen zijn. En we leggen hiervoor kaders vast in beleid. Algemeen: Het is een wettelijke verplichting voor gemeenten om inwoners te compenseren in zelfredzaamheid en participatie als daarvoor geen andere oplossingen zijn. Er zijn grenzen aan de compensatieplicht vanuit de Wmo. Wanneer iemand zodanig veel (kwantitatief en kwalitatief) vraagt om te compenseren, bepalen we per individuele situatie of er sprake is van "aanvaardbare maatschappelijke participatie". Bij het invullen van het begrip aanvaardbaar niveau hebben we soms ook te maken met ethische kwesties.
Kun je bijvoorbeeld van een man van 45 jaar met beperkingen door krachtverlies in de spieren verwachten dat hij incontinentiemateriaal gaat dragen zodat hij geen woningaanpassing nodig heeft voor de toiletgang? Wat is nieuw? We stellen kaders voor het begrip aanvaardbaar niveau en leggen dat vast in beleid. We dragen het nieuwe beleid uit naar inwoners en ketenpartners. Daarnaast wordt motivering van een besluit op een aanvraag concreter en eenvoudiger. Fictieve casus 5A: Een vader vraagt voor zijn zoon van 11 jaar, met beperkingen, een duofiets aan. Fietsen werkt heel ontspannend voor zijn zoon. De vader beschikt ook over een auto voor de noodzakelijke vervoersbehoefte. Nieuwe situatie: We verstrekken de duofiets niet. 6. We gaan consequent de Wlz en Zvw als voorliggende voorziening hanteren. Algemeen: Inwoners melden zich bij voorkeur eerst bij het Wmo-loket in plaats van bij het Centraal Indiatieorgaan Zorg (CIZ) voor een Wlz-aanvraag. Dit omdat zij ‘bang’ zijn voor opname in een instelling, de noodzaak niet in kunnen inzien door beperkingen zoals dementie of niet geconfronteerd willen worden met een hoge eigen bijdrage. Bij aanspraak op de Zvw kiezen inwoners er vaak voor om de persoonlijke verzorging zelf op zich te nemen en om dan ondersteuning aan te vragen voor hulp bij het huishouden.
Wat is nieuw? De verantwoordelijkheid en actie voor het aantonen dat iemand wel tot de doelgroep Wlz behoort komt bij cliënt te liggen. Als de verantwoordelijkheid en actie bij cliënt ligt levert dat tijd voor de klantmanagers op en bespaart het kosten voor medische advisering. Na het overleggen van een afwijzing vanuit de Wlz of Zvw, nemen we de aanvraag verder in behandeling.
Fictieve casus 6A: Een jongvolwassene man die voor bijna alles is aangewezen op hulp en ondersteuning van anderen vraagt een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden voor 6 uur per week en begeleiding voor 10 uur per week aan. Uit onderzoek blijkt dat een indicatie voor zorg en ondersteuning vanuit de Wlz waarschijnlijk aan de orde is. Nieuwe situatie: Cliënt moet eerst een aanvraag Wlz indienen. Fictieve casus 6B: Een jongen van 17 jaar met een Wlz indicatie die hij thuis verzilvert automutileert (zelfbeschadiging). Zijn moeder vraagt fixatiemateriaal aan zodat ze hem kan fixeren in situaties waarin hij zichzelf pijn zou gaan doen. Nieuwe situatie: Cliënt moet eerst een aanvraag Zvw of Wlz indienen. 7. We verstrekken geen maatwerkvoorzieningen meer voor sportbeoefening. Gemeenten treffen hier een algemene voorziening voor. Algemeen: Gemeenten zijn verplicht om te compenseren in participatie in de maatschappij en zelfredzaamheid. Gemeenten zijn niet verplicht om een maatwerkvoorziening voor sport te verstrekken als er andere oplossingen zijn voor participatie en het vergroten van de zelfredzaamheid. Op dit moment verstrekken we met name sportrolstoelen en handbikes als sportvoorziening. Een andere, voorliggende, oplossing is om via laagdrempelige algemene sportvoorzieningen participatie en eigen kracht van inwoners te versterken.
Sportverenigingen – en ook andere sportaanbieders- kunnen een belangrijke verbindende rol vervullen. Ook kunnen sportverenigingen bijvoorbeeld rolstoelen beschikbaar stellen aan sporters met een medische beperking, zodat meerdere sporters van dezelfde sportrolstoel gebruik kunnen maken. Gemeenten kunnen sportverenigingen hiervoor ondersteunen. Wat is nieuw? We verstrekken geen sportvoorzieningen meer. Dus ook geen handbewogen sportrolstoelen of handbikes. Fictieve casus 7A: Een meisje van 9 jaar met beperkingen in haar mobiliteit en evenwicht is gek op paarden. Haar hele kamer hangt vol met afbeeldingen van paarden. Zij gaat één keer in de week naar paardrijles toe. Door een toename van haar beperkingen kan zij niet meer op een gewoon paardrijzadel zitten. Haar ouders vragen een aangepast paardrijzadel aan. Nieuwe situatie: We verstrekken geen sportvoorziening. 8. Wij stellen kaders aan een reële behoefte en leggen dat vast in beleid. Algemeen: Een voorziening is van goede kwaliteit is, als deze is afgestemd op de reële behoefte van cliënt. Een vraag om ondersteuning moet redelijk zijn qua kosten en/of de inzet aan uren. Op individuele basis passen we dit al toe. Wat is nieuw? We stellen kaders voor het begrip aanvaardbaar niveau en leggen dat vast in beleid. We dragen het nieuwe beleid uit naar inwoners en ketenpartners.
Daarnaast wordt motivering van een besluit op een aanvraag concreter en eenvoudiger.
Fictieve casus 8A: Een jonge moeder heeft beperkingen in haar mobiliteit. Zij heeft een revalidatietraject gevolgd en heeft dat drie maanden geleden afgerond. Haar mobiliteit kan volgens haar arts en fysiotherapeut verbeterd worden wanneer zij vijf keer per dag oefeningen doet. Haar man werkt in de industrie en heeft wisselende diensten. Zelf lukt het mevrouw niet om zich te motiveren om die oefeningen te doen. Ze vraagt daarvoor begeleiding aan; begeleiding om aan te zetten tot het doen van de oefeningen en begeleiding bij de oefeningen. Nieuwe situatie: We verstrekken geen voorziening voor begeleiding. 9. Bij iedere melding voor een voorziening wordt betrokkene in een vroeg stadium gewezen op het verloop van beperkingen en wordt hierbij bij iedere volgende aanvraag rekening gehouden. Algemeen: Wanneer iemand zich bijvoorbeeld enkel meldt voor de regiotaxi onderzoeken we ook meteen de woonsituatie. Wanneer een woning op termijn niet meer geschikt is nemen we dat op in de rapportage over de aanvraag regiotaxi. Een belangrijk punt van aandacht bij deze keuze is communicatie, bijvoorbeeld door inwoners te informeren over hoe zij zich voor kunnen bereiden op het ouder worden. We communiceren gezamenlijk dat “langer zelfstandig thuis wonen” niet betekent dat dat voor de huidige woning geldt en dat dat inhoudt dat dat dan ook in een andere -wel geschikte- woning kan.
Wat is nieuw? We gaan in de beschikking op de aanvraag regiotaxi en andere voorzieningen opnemen dat de huidige woning niet meer geschikt is op termijn. Bij een latere aanvraag voor een woonvoorziening kunnen we daar naar terug verwijzen en de aanvraag woonvoorziening afwijzen. Fictieve casus 9A: Een ouder echtpaar is al jaren beperkt in de mobiliteit. Ze wonen in een huurwoning in een van de Bevelandse dorpen. Er is in een gesprek over een aanvraag regiotaxi van een aantal jaren geleden met het echtpaar al besproken dat verhuizen naar een gelijkvloerse woning een oplossing is voor de problemen die zij in de woning ervaren. Er komen regelmatig gelijkvloerse woningen beschikbaar in alle Bevelandse kernen via de woningcorporatie, maar het echtpaar wil niet verhuizen en reageert niet op het passende woning aanbod. Nieuwe situatie: We verstrekken geen woonvoorziening bij een nieuwe aanvraag. 10. Bij burgers met ontwikkelingsperspectief, sturen we actief op resultaat. Daar waar er geen ontwikkelingsperspectief is zetten we ook niet onnodig zwaardere zorg in. Algemeen: Bij de indicatiestelling onderzoeken we of er ontwikkelingsperspectief is. We maken bij de toekenning van de voorziening afspraken over mogelijke afschaling op termijn (in geval van de maatwerkvoorzieningen dienstverlening, zoals begeleiding).
De klantmanagers missen nu de mogelijkheid om daar tussentijds onderzoek naar te doen. Hiervoor is het noodzakelijk dat het aantal meldingen en aanvragen voor maatwerkvoorzieningen wordt teruggebracht. Dat betekent ook dat meer ondersteuning laagdrempeliger (indicatieloos of via algemene voorzieningen) moet worden aangeboden. Daarvoor is actie vanuit en samenwerking met de gemeenten noodzakelijk. Wat is nieuw? We onderzoeken tijdens de looptijd van maatwerkvoorzieningen dienstverlening of de ingezette voorziening nog passend is en op de afgesproken manier wordt ingezet. Aan de hand van de uitkomsten van dat onderzoek stellen we een indicatiesteling bij, schalen we af of beëindigen we een voorziening.
Fictieve casus 10A: Een jongedame van 18 jaar met psychische en verstandelijke beperkingen woont bij haar ouders in. Haar ouders hebben dezelfde beperkingen. De dochter vraagt begeleiding aan om op zichzelf te kunnen gaan wonen op termijn om zich verder te kunnen ontwikkelen. Ze wil leren koken, wassen, schoonmaken, dagstructuur krijgen etc. We kennen haar een voorziening begeleiding toe voor een half jaar. Nieuwe situatie: We onderzoeken twee maanden na toekenning of de ingezette voorziening nog passend is en op de afgesproken manier wordt ingezet.