CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-21c. D21.253249 advies mbt businesscase JB west compleet (incl. bijlagen)

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente KapelleBij agendapunt: Bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence voor de uitvoering van de GI functie in Zeeland21.844 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het aanbod van JB west hebben we vanuit inhoud bekeken en we hebben de volgende conclusies getrokken: - We streven naar een samenwerking met JB west om de zorgcontinuïteit te waarborgen. Deze staat op dit moment onder druk. We voelen ons genoodzaakt om snelheid in het proces en de te maken keuze, te houden. Zeker niet een onbelangrijke factor is de huidige maatschappelijke onrust. Er is nu behoefte aan

2

Waaronder Briedis. Het Keurmerk Instituut heeft in april 2021 besloten het certificaat van Briedis in te trekken en om te zetten naar een beëindigingscertificaat. Briedis biedt op moment van schrijven aan zo’n 74 jeugd Jeugdbescherming en in 14 gezinnen casusregie (vrijwillig kader).

-

stabiliteit zodat er weer ruimte komt om na te denken en af te stemmen over inhoudelijke doorontwikkeling. Als we niet akkoord gaan, zijn de risico’s voor de zorgcontinuïteit groot. We kunnen op dit moment echter niet onvoorwaardelijk instemmen met de businesscase, omdat de risico’s (te) groot zijn vanwege de mogelijke juridische gevolgen en de daaruit volgende consequenties m.b.t. de financiën.

Aanvullend zijn er ook inhoudelijk een aantal onderdelen van de aangeboden businesscase die nog onvoldoende concreet zijn en die wij graag nader uitgewerkt willen zien alvorens de businesscase wordt geaccepteerd. Het betreft: o Vaart in Veiligheid, de samenwerkingsafspraken in het Samenwerkingsprotocol met de gemeenten en de gecontracteerde GI’s, de samenwerking met de lokale wijkteams; o landelijke ontwikkelingen kind- en gezinsbescherming; o in te voeren regionale teams. Wij adviseren vanuit inhoudelijk oogpunt om nog niet in te stemmen met het huidige aanbod uit de businesscase en in de gesprekken met JB west te spreken over aanvullende afspraken over:  de investeringsruimte met betrekking tot aparte trajecten;  het concretiseren van de inspanningsverplichting rondom de samenwerking tussen gemeenten en JB west;  het meenemen van de casuïstiek van Briedis in het implementatieplan. Tevens alvorens in te stemmen na te denken over het inzetten van bestuurlijke ondersteuning die zich richt op het waarborgen van steun of het garant staan van het Ministerie i.v.m. het onrechtmatig handelen (direct contracteren met JB west) en compensatie van of garant staan voor de hieruit voortkomende financiële gevolgen. Risico’s Niet direct instemmen kan betekenen dat JB west het aanbod intrekt en de zorgcontinuïteit rondom de beschermingstaken op de korte termijn niet gegarandeerd is.

Dit is van invloed op de veiligheid van de Zeeuwse jeugd in kwetsbare situaties.

Bijlage 4. Juridische onderbouwing Uitgangspunten: - De businesscase gaat uit van een garantie op een contract voor de duur van vijf jaar tegen bepaalde financiële condities. - Besluitvorming moet voor 15 mei aanstaande plaatsvinden, zodat JB west Zeeland per 1 juli 2021 met Stichting Intervence kan fuseren.3 - Besluitvorming na 15 mei betekent, volgens de businesscase, dat overgang per 1 oktober plaatsvindt. Wij gaan er daarbij vanuit dat de besluitvorming ook in dat geval zes weken daarvoor, uiterlijk 15 augustus, moet plaatsvinden. - De bestuurscommissie gaat op 12 mei 2021 besluiten. Aangezien vervolgens de raden aan zet zijn voor wat betreft de begroting, kan niet voor 15 mei besloten worden. - De bestaande contracten eindigen op 31 december 2021. Per 1 januari 2022 zou daarom onder gelijke voorwaarden en op transparante wijze mededinging moeten plaatsvinden. - Onder de voorwaarden van JB west Zeeland rechtstreeks gunnen aan JB west druist in tegen het uitgangspunt van mededinging en het gelijkheidsbeginsel en is derhalve in beginsel onrechtmatig. Opties:  De opdracht aan JB west Zeeland rechtmatig verstrekken. Wij zien één mogelijkheid om rechtmatig de businesscase te accepteren. In dat geval dient gebruik te worden gemaakt van de zogenoemde open house procedure. Bij het toepassen van die procedure dient iedere GI die daartoe bereid is gecontracteerd te worden.

Voor iedere GI gelden in dat geval dezelfde (financiële) voorwaarden. Dat betekent dat in het slechtste geval alle 16 GI’s in Nederland gecontracteerd worden voor de duur van vijf jaar met een omzetgarantie van 7 miljoen per jaar. Risico’s: - 16 contracten voor de duur van vijf jaar met een omzetgarantie van 7 miljoen per jaar.  De opdracht aan JB west Zeeland onrechtmatig verstrekken. Het contract met JB west Zeeland overeenkomen zonder enige vorm van mededinging toe te passen en zonder andere GI’s onder gelijke voorwaarden het aanbod te doen is onrechtmatig. De gevolgen daarvan zijn als volgt: 1) De overeenkomst is na sluiting met JB west Zeeland zes maanden vatbaar voor vernietiging. 2) Andere GI’s kunnen schade claimen die bestaat uit het mislopen van de opdracht. 3) Accountant kan de goedkeurende verklaring m.b.t. de jaarrekening van de GGD onthouden, ofwel een afkeurende verklaring afgeven, zolang deze onrechtmatigheid voortduurt 4) Europese Commissie kan een inbreukprocedure houden en een boete opleggen. 1) Tegen dit contract kunnen andere GI’s in Nederland ageren. Zij kunnen bij de rechtbank een vordering indienen om hun schade te claimen, maar ook kunnen zij binnen zes maanden na het sluiten met het contract bij de rechter vragen om vernietiging van het contract. Voordat de rechter tot een oordeel komt, zal circa een jaar aan tijd verstreken zijn.

Als het oordeel luidt dat de overeenkomst niet had mogen worden gesloten dan is het gevolg dat de 3

Wij hebben in dit advies niet gekeken naar de juridische constructie van de bestuurlijke fusie.

overeenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan (de vernietiging heeft zogenoemde terugwerkende kracht). Indien de rechtbank de overeenkomst van tafel veegt dan zijn er in de kern twee zaken van belang. Voor IJZ betekent het dat de opdracht alsnog Europees moeten worden aanbesteed. Voor JB west is de consequentie dat zodra het vonnis komt zij al gefuseerd zijn met Intervence terwijl zij geen contractuele relatie meer met IJZ hebben. 2) Andere GI’s kunnen de stelling innemen dat zij onder de voorwaarden van JB west Zeeland ook graag de opdracht zouden hebben gehad. Omdat zij daartoe niet in de gelegenheid zijn gesteld lopen zij die kans ten onrechte mis. De andere GI’s moeten dan aantonen dat zij zijn benadeeld en een reële kans hadden de opdracht te krijgen en dus werk mislopen. Het is aan de andere GI’s om de schade aan te tonen. Indien de vordering wordt toegewezen dan zijn de gevolgen groot. De schade bestaat dan namelijk uit het mislopen van de opdracht. De omvang van de schade kan dan in het slechtste geval bestaan uit het zogenoemde positieve contractsbelang (de opdracht inclusief de winst). Wij achten de kans op schadeclaims reëel. Uit het onderzoek van EHdK naar de financiële situatie bij Intervence volgt dat een omzet van € 6,5 miljoen nodig was. Aan JB west wordt een garantie van 7 miljoen gegeven.

Wij nemen aan dat ook andere GI’s een rendabele businesscase zien voor Zeeland bij een garantie van 7 miljoen per jaar aan omzet. Uit een eerdere verkenning volgt dat JBB geïnteresseerd zal zijn bij deze gewijzigde voorwaarde van een omzetgarantie van 7 miljoen. De GI in Rotterdam werkt met een hogere prijs dan landelijk gemiddeld is. Als de omzetgarantie wordt vertaald naar de betaalde p x q casussen volgt dat de prijs in de buurt komt van de prijs van Rotterdam. Mogelijk heeft dus ook Rotterdam interesse. 3) De accountant zal constateren dat het contract aan JB west Zeeland ten onrechte niet is aanbesteed. De accountant zal daarom geen goedkeurende verklaring afgeven. Dit met dien verstande dat de onrechtmatigheid boven de tolerantie van 1% van het totaal van de lasten van de GR GGD Zeeland uitkomt. 4) Derden kunnen klachten indienen bij de Europese Commissie. De Europese Commissie kan vervolgens bij de staat een inbreukprocedure voeren. Dat kan resulteren in een boete. Vrijwillige transparantie Om deze vier risico’s als gevolg van de onrechtmatigheid te verminderen, zou ervoor kunnen worden gekozen om gebruik te maken van de zogenoemde vrijwillige transparantie vooraf. De juridische grondslag om vrijwillige transparantie toe te passen is in dat geval de zogenoemde ‘dwingende spoed’. Daarvan is strikt genomen in dit geval geen sprake.

Doordat IJZ vooraf op het Europees aanbestedingsplatform gemotiveerd aankondigt dat zij voornemens is rechtstreeks te gunnen aan JB west Zeeland worden de voornoemde vier risico’s beperkt. De markt krijgt bij de vooraankondiging namelijk een termijn van 20 dagen om hun bezwaren kenbaar te maken. Doen zij dit niet, dan is hun positie om vernietiging en schadeclaims met succes in te dienen slechter. Doen zij dit wel dan is de afweging om via een kort geding een rechtbank te laten oordelen dan wel terug te vallen op een reguliere aanbesteding. Gezien de zwakke juridische grondslag van de dwingende spoed ligt het

voeren van een kortgedingprocedure niet voor de hand4. Het verdient aanbeveling om in dat geval terug te vallen op het scenario om regulier aan te besteden per 1 januari 2022. Voor JB west Zeeland geldt dat de fusie per 1 oktober dan opschuift naar 1 januari. JB west Zeeland kan niet eerder dan 1 oktober 2021 fuseren. Indien wij ‘nu’ vrijwillig vooraf publiceren5 en daarmee de rechtmatigheidsrisico’s verkleinen dan zou nadat de bestuurscommissie heeft besloten (12 mei 2021) het voornemen kunnen worden gepubliceerd. Dan kun je in principe vanaf 4 juni 2021 – mits budget ook is geregeld gunnen aan JB west Zeeland, dan wel besluiten om regulier aan te besteden6 of een kort geding te voeren7. Advies - In essentie moet er een vorm van mededinging plaatsvinden waarbij andere GI’s de mogelijkheid hebben om onder dezelfde voorwaarden aanspraak te maken op de opdracht; - Een reële uitzondering waarbij rechtstreekse gunning rechtmatig is, hebben wij niet gevonden. - Om de risico’s van het gevolg van de onrechtmatigheid te beperken, adviseren wij om gebruik te maken van de zogenoemde vrijwillige transparantie vooraf. Het toepassen van vrijwillige transparantie vooraf is niet opgenomen in de voorliggende businesscase, maar wij menen dat dit in het belang is van beide partijen. Accepteren van de businesscase zou dus o.i.

onder voorwaarde van voorbehoud (uitkomst) vrijwillige transparantie moeten plaatsvinden. De juridische situatie is in bijlage 1 middels een stroomschema uitgebeeld.

4

HvJ EU, 11-09-2014, nr. C-19/13 (Fastweb arrest). Bij vooraf aankondigen zeg je alleen nog maar voornemens (van plan te zijn) de overeenkomst met JB west te sluiten. Op het moment dat we gaan tekenen of ja zeggen tegen de business case moet het budget rond zijn. Gezien de informatie uit de business case moet dat uiterlijk 15 augustus zijn, want dan halen ze fusie per 1 oktober (fusie per 1 juli is niet reëel want er kan geen besluit genomen voor 15 mei). 6 Juridisch hebben wij geen oordeel over regulier aanbesteden. Dat is immers rechtmatig. Situatie zoals die zich nu voordoet kun je ons inziens ipv tot en met 31 september ook voortzetten tot en met 31 december. 7 Zie hiervoor ook de schematische weergave in de bijlage. 5

Bijlage stroomoverzicht juridische situatie

Bijlage 5. Financiële onderbouwing Scenario: Accepteren businesscase 1. Tarieven In de businesscase van JB west wordt een harmonisering van de tarieven veronderstelt. Wanneer de businesscase wordt geaccepteerd, betekent dit dat iedere GI die in Zeeland actief is, die geharmoniseerde tarieven in rekening mag brengen (circa 3,3% verhoging van de totale kosten). Op basis van de gegevens uit de businesscase en het daarop geformuleerde addendum betekent dit een financiële impact van circa € 240.000 à € 300.000. Deze bandbreedte is berekend op basis van de aantallen uit de businesscase en de daarin opgenomen tarieven inclusief risico-opslag enerzijds. Anderzijds is uitgegaan van de totale inkoopwaarde van de maatregelen (addendum JB west d.d. 15 april) ad circa € 10,8 miljoen waarop het preventieve kader (ad € 2,6 miljoen) in mindering is gebracht. Dit laatste is gedaan omdat JB west in de businesscase uitgaat dat er per 2022 geen cliënten in het preventieve kader zijn. Wanneer JB west veronderstelt dat het preventieve kader overgaat naar het gedwongen kader, wordt de bovengenoemde bandbreedte circa € 320.000 – € 395.000. 2. Eenmalige risicobuffer In de businesscase vraagt JB west een eenmalige risicobuffer van 15% van de omzetgarantie van € 7 miljoen, zijnde circa € 1 miljoen.

Deze risicobuffer zegt JB west nodig te hebben in het kader van zekerheid omtrent de continuïteit van de wettelijke taak. Verondersteld wordt dat de andere In Zeeland actieve GI-en ook vragen om een dergelijke buffer als JB west deze krijgt. De financiële impact naast de bovengenoemde € 1 miljoen is dan circa € 750.000. 3. Claims Wanneer de businesscase van JB west wordt geaccepteerd, betekent dit dat JB west een omzetgarantie ontvangt van € 7 miljoen. Vanwege het gelijkheidsbeginsel hebben andere partijen (lees: GI’s) ook recht op aanspraak op eenzelfde omzetgarantie. Dit betekent dat één of meerdere claims voor jaarlijks € 7 miljoen – voor de periode van 5 jaar – ingediend kunnen worden. In Nederland zijn er – inclusief Intervence – 16 GI’s. Dit betekent 16 potentiële claimindieners. De maximale – en hoogst onwaarschijnlijke – omvang van de claims bedraagt € 560.000.000. Gezien het bovenstaande is een meer reële inschatting dat 5 à 6 partijen een claim indienen (die zijn nu actief in Zeeland8). Het maximale bedrag wat daarmee samenhangt bedraagt het zogenoemde positieve contractsbelang (mislopen van de opdracht inclusief de winst van de opdracht) € 210.000.000, veronderstelt dat men hiervoor naar de rechter gaat en de rechter de claims toekent. De partijen moeten echter hun schade kunnen aantonen.

Bovengenoemde claims zijn gebaseerd op: - Een contractduur van 5 jaar; - Een contractwaarde (lees: omzetgarantie) van € 7.000.000; - Het aantal indieners.

8

Met deze inschatting hebben wij een inschatting gemaakt van partijen die nu maar ook mogelijk in de toekomst, onder de zelfde voorwaarden, werkzaam willen zijn.

4. Overnamekosten In de businesscase is voor een totaalbedrag van € 3,8 miljoen aan transitiekosten opgenomen (pagina 8 van de businesscase). Dit zijn kosten voor (i) opbouw van risicobuffers (circa € 1,3 miljoen), (ii) de financiering van het exploitatietekort 2021 (circa € 1 miljoen) en (iii) eenmalige (frictie)kosten i.v.m. de overname van Intervence (circa € 1,5 miljoen). Bij het vorenstaande worden de volgende kanttekeningen geplaatst: - Per 1 januari 2021 is sprake van een maandelijks oplopende achtergestelde lening. Dit vloeit voort uit de regeling die met Stichting Intervence is getroffen, waarbij wekelijks betaalbatches worden aangeleverd die t.o.v. de begroting van Intervence worden gecontroleerd en op basis waarvan uitbetaling plaatsvindt. Hieruit blijkt dat er maandelijks circa € 100.000 wordt betaald waartegenover geen productie staat. Verondersteld wordt dat in het eerste halfjaar dus sprake is van een opgelopen saldo van de achtergestelde lening van € 600.000. Verder wordt verondersteld dat dit het bedrag is waaraan JB west in de businesscase refereert als zij spreekt over de dekking van het verlies januari – juni 2021 (pagina 8 businesscase).

- Uit de businesscase blijkt onvoldoende op welke wijze rekening wordt gehouden met het resultaat van de afwikkeling van de balans per 30-06-2021, meer specifiek: In één van de grijze kaders staat dat over het verleden wordt afgerekend. Dit betekent volgens ons een schone balans ('wegpoetsen' schuld/vordering en balanswaarde/herwaardering pand/hypotheek). - Naar aanleiding van de advisering omtrent de voorliggende businesscase is de vraag gerezen: wat te doen met het rechtmatigheidsrisico voor de jaarrekening van de GGD (en de onderliggende vraag: wie gaat over de besluitvorming)? Na besluitvorming in de gemeenteraden ligt het voor de hand om de financiële consequenties van de besluitvorming op te nemen in een begrotingswijziging van de begroting GR GGD Zeeland. Hiermee wordt de begrotingsrechtmatigheid gedekt (mits wordt ingestemd). De onrechtmatigheid van het niet aanbesteden wordt hiermee niet afgevangen. Die onrechtmatigheid kan zorgen voor een afkeurend accountantsoordeel bij de jaarrekening van de GR GGD Zeeland. Dit voor ieder jaar waarin de onrechtmatigheid bestaat. Risico’s samengevat Eenmalig - Claims à € 210.000.000 (is een maximumpositie); - Transitiekosten € 3.800.000; - Risicobuffer à € 750.000 (Overige GI’s); - Harmonisatie tarieven9 alle GI’s à € 240.000 – 395.000.

Waarvan reeds circa € 185.000 in de transitiekosten van € 3.800.000 is opgenomen (pagina 7 van de businesscase). Structureel - De komende 5 jaar wordt € 7 miljoen betaald zonder enige invloed op wat hiervoor wordt geleverd. Veel gemeenten hebben te maken met een taakstelling in het Sociaal Domein (waaronder Jeugdwet). Door de garantie zijn de spreekwoordelijke handen gebonden…

9

Tov de huidige situatie kent het effect van Harmonisatie van tarieven een structureel verloop.

Scenario: Niet accepteren businesscase Wat betekent dat wordt aanbesteed tegen gunstige tarieven (en Intervence vooralsnog blijft voortbestaan). 1. Tarieven In dit scenario wordt er aanbesteed met gunstige tarieven. Onder gunstige tarieven wordt verondersteld de tarieven die in de businesscase zijn opgenomen. Dit afgezet tegen de conceptcijfers over 2020 zorgt voor een extra financieel effect van circa € 320.000 – € 395.000. 2. Intervence in de huidige situatie In dit scenario wordt er aanbesteed en dat betekent dat Intervence conform de huidige afspraken nog in stand wordt gehouden in verband met de zorgcontinuïteit. Dit in stand houden duurt tenminste tot 1 januari 2022. De huidige situatie kost de Zeeuwse gemeenten circa € 100.000 per maand (zie eerste kanttekening op de vorige pagina). Voor 2021 betekent dit dus een kostenpost van tenminste € 1,2 miljoen. Risico’s samengevat Eenmalig - Harmonisatie tarieven alle GI’s à € 240.000 – 395.00010. - In ieder geval € 1,2 miljoen aan achtergestelde lening, naar de reeds aanwezig zijnde schuld van Intervence aan de Zeeuwse gemeenten van circa € 1,5 miljoen.

10

Tov de huidige situatie kent het effect van Harmonisatie van tarieven een structureel verloop

Bijlage 6. Communicatiekalender na besluit bestuurscommissie op 12 mei 2021

Tijd

Doelgroep

Communicatiemiddel

Wie

17.00

Bestuurscommissie Inkoop 13 wethouders + beleidsmedewerkers Jeugd Wethouders sturen persbericht (onder embargo tot 18.00 uur) door naar college en via griffie aan raden. Directie JB west

Persbericht via e-mail (onder embargo tot 18.00 uur) Persbericht via e-mail (onder embargo tot 18.00 uur)

Informatiemanager

Telefonisch

Voorzitter (in aanwezigheid van gemeentesecretaris)

Directie Intervence

Telefonisch

Voorzitter (in aanwezigheid van gemeentesecretaris)

Raad van Toezicht, OR, medewerkers, cliënten, cliëntraad. Andere belanghebbenden informeren 1. Andere GI’s: directeur 2. Ministerie: voorzitter 3. Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd, Rechtbank ZeelandWest Brabant, Raad voor Kinderbescherming, Jeugdhulpaanbieders vertegenwoordigd in kopgroep, Jeugdautoriteit, Inspecties, OM, Veilig Thuis Media

Is aan directeur/ communicatie JB west en Intervence Persbericht via e-mail (onder embargo tot 18.00 uur)

Directeur/communicatie JB west en Intervence (vooraf bericht afstemmen)

Persbericht via mail en fysiek persgesprek met PZC, Omroep Zeeland (vooraf uitnodigen) en evt. telefonisch met Binnenlands Bestuur?

Voorzitter (in aanwezigheid van communicatieadviseur)

18.00

Informatiemanager, wethouders en griffies

1. Directeur inkooporganisatie 2. Voorzitter 3. Programmamanager Jeugd

Woordvoeringslijn    

Zorg voor jongeren en gezinnen staat bovenaan. Businesscase is van JB west, dus zij beantwoorden daarover de inhoudelijke vragen Bestuurlijk besluitvormingstraject is van de gemeenten, dus die vragen beantwoorden wij. Het is een moeilijk besluit, waar ingewikkelde juridische en financiële gevolgen aan kunnen zitten. Door het nemen van dit besluit hopen de wethouders Jeugd dat er rust ontstaat voor de jongeren, gezinnen én medewerkers.

Persbericht Voorstel Bestuurscommissie Jeugd aan Zeeuwse gemeenteraden

JB west mag Intervence onder voorwaarden overnemen Op woensdag 12 mei heeft de Bestuurscommissie Jeugd besloten om onder voorwaarden in te stemmen met de businesscase van JB west. De Bestuurscommissie stelt continuïteit van zorg voor de Zeeuwse jongeren en gezinnen voorop. Tegelijkertijd is zij zich bewust van de complexe juridische en financiële gevolgen die aan dit besluit zijn verbonden. De Bestuurscommissie heeft een gedelegeerde bevoegdheid om hier een besluit over te nemen. De financiering voor de overname van Intervence door JB west businesscase zal nu aan de gemeenteraden worden voorgelegd. JB west heeft op verzoek van de 13 Zeeuwse wethouders Jeugd een businesscase geschreven om Intervence over te nemen. Hiermee krijgen de Zeeuwse kwetsbare jongeren en gezinnen die jeugdbescherming of –reclassering nodig hebben een betere continuïteit van zorg. De businesscase plaatst de wethouders voor een zwaar dilemma. Instemmen met overname van Intervence door JB west betekent namelijk ook afwijken van de regels voor aanbestedingen. Net als ieder ander dienen overheden zich te houden aan de wet- en regelgeving. De gemeenten hebben ook de zorgplicht voor hun jongeren. In de jeugdbescherming en –reclassering wordt gewerkt met kwetsbare jongeren en hun gezinnen. De Bestuurscommissie hecht grote waarde aan hun veiligheid.

Akkoord onder voorwaarden Daarom heeft de Bestuurscommissie besloten dat overname van Intervence door JB west kan plaatsvinden, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo hebben de gemeenten aan JB west gevraagd om enkele onderdelen van de businesscase concreter te onderbouwen, zoals Vaart in Veiligheid, samenwerking met de lokale wijkteams, de landelijke ontwikkelingen kind- en gezinsbescherming en de in te voeren regionale teams. Ook is JB west door de bestuurscommissie gevraagd de cliënten van Briedis mee te nemen in het implementatieplan. Verdere besluitvorming

Een positief besluit van de Bestuurscommissie Jeugd betekent niet dat JB west onmiddellijk de taken van Intervence overneemt. De Bestuurscommissie Jeugd heeft een gedelegeerde bevoegdheid om te besluiten over de contractering en daarmee over de businesscase van JB west. De 13 Zeeuwse gemeenteraden gaan vervolgens over de financiering. De colleges besluiten in week 20 over het voorleggen van de businesscase aan de gemeenteraden. De gemeenteraden zijn namelijk verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de financiële middelen voor de uitvoering van jeugdbescherming en –reclassering in hun gemeenten. De

planning is dat uiterlijk vrijdag 4 juni 2021 alle 13 raadsbesluiten genomen zijn. Daarna kan er aan JB west worden gegund. De bestuurlijke fusie van Intervence met JB west kan met ingang van 1 oktober 2021 plaatsvinden. Dan is het gunningstraject volledig afgerond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10153993/1