CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-20b. D21.252485 Advies landschapsdeskundige 'energie uit de bloesem van Zeeland' versie def - 23-4

Raadsvergadering 13 juli 2021, gemeente KapelleBij agendapunt: Bouwsteen Elektriciteit deel 29.657 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

‘energie uit de bloesem van Zeeland’ input duurzaamheidsagenda gemeente Kapelle inpassingscriteria bouwsteen Elektriciteit Deel 2 versie: 23 april 2021

INHOUD

OPDRACHTGEVER:

1.INLEIDING 2. ANALYSE 2.1 analyse landschapsstructuur 2.1.1 Landschapsopbouw 2.1.2 landschapselementen 2.1.3 conclusies landschapsanalyse 2.2. Analyse gemeentelijk landschapsbeleid 2.2.1 Structuurvisie Kapelle (2012) 2.2.2 Strategisch Kompas Kapelle (2019) 2.2.3 Visie natuur en biodiversiteit gemeente Kapelle 2.2.4 Conclusies beleid 2.3 Analyse energiebeleid 2.3.1 Uitgangspunten energiebeleid – deel 1 2.3.2 uitwerking bouwsteen deel 2 3. VISIE ELECTRICITEITSOPWEKKING IN HET KAPELSE LANDSCHAP 3.1 hiërarchie duurzaamheidsladder 3.1.1 Eerst dak, dan land 3.1.2 Eerst bebouwde kom, dan buitengebied 3.1.3 buitengebied als laatste mogelijkheid 3.2 energieopwekking in het landschap 3.2.1 Niet overal 3.2.2 Waarde toevoegen 3.2.3 Meervoudig ruimtegebruik 3.2.4 Inpassingsmaatregelen 3.3 uitsluitingsgebieden 3.3.1 natuurlandschappen 3.3.2 DNA Kapelle 3.3.3 landschappen met waardevolle openheid 3.3.4 randzones kernen 3.3.5 conclusie

3.4 Zoekgebieden 3.4.1 Bestaand bebouwd gebied 3.4.2 Tuinopstellingen 3.4.3 Bedrijfsterreinen 3.4.4 glastuinbouw 3.4.5 bouwvlakken buitengebied 3.4.6 waterbassins 3.4.7 grootschalige infrastructuur 3.5 Conclusie 4. INPASSINGSCRITERIA ZON OP LAND 4.1 algemene criteria 4.1.1 landschappelijke inpassing 4.1.2 kwaliteitsverbetering 4.1.3 inpassingsplan 4.2 inpassingscriteria per landschapstype/situatie 4.2.1 binnen bebouwde kom (woonkern + bedrijfsterrein) 4.2.2 tuinopstellingen 4.2.3 bouwvlakken oudlandgebied 4.2.4 op waterbassins 4.2.5 grootschalige infra 4.2.6 grootschalig binnen nieuwlandpolders 5. INPASSINGSCRITERIA KLEINE WINDTURBINES 5.1 vrijstaande windmolens 5.2 kleine molentjes

BIJLAGEN 1 - beoordelingsschema initiatief zon op land 2 - kaart uitsluitingsgebieden zon op land

Gemeente Kapelle Contactpersoon: Marcus de Groot Begeleidingsgroep: Anouk Guilliet Thijs Maljaars Bram Maas Peter Vogel Steven Meeusen Julius Meijer

OPDRACHTNEMER: Buro Ruimte & Groen Plein 19 4454 AS Borssele info@ruimte-groen.nl www.ruimte-groen.nl Contactpersoon: José Simonse – Landschapsarchitect Projectnr: 21007

2

INLEIDING

1.

3

1. INLEIDING

‘elektriciteit’

De gemeente Kapelle is momenteel bezig met het opstellen van een overkoepelende visie op het gebied van duurzaamheid, de zogenoemde duurzaamheidsagenda. In deze visie komen verschillende ‘bouwstenen’ aan bod, onderverdeeld in een aantal deelvisies, zoals ‘mobiliteit’, ‘klimaatbestendige leefomgeving’, ‘afval en grondstoffen’, ‘elektriciteit’, ‘warmte in de gebouwde omgeving’ en ‘biodiversiteit en natuur’. De bouwstenen vormen samen één integraal document dat als kapstok dient voor uitvoeringsplannen en implementatie in het gemeentelijk beleid.

‘mobiliteit’

‘natuur en biodiversiteit’ ‘klimaatbestendige leefomgeving’ ‘warmte in de gebouwde omgeving’

‘afval en grondstoffen’

‘verduurzaming eigen organisatie’

uitvoeringsplannen

De invulling van de duurzaamheidsagenda wordt voor een deel bepaald door de kracht van het landschap van Kapelle met unieke kernkwaliteiten. Deze kwaliteiten vormen de basis voor de visie op duurzaamheid, met als onderdeel ‘elektriciteit’ in de gemeente Kapelle. Om nieuwe vraagstukken op o.a. het gebied van duurzaamheid te integreren in het bestaande landschap en de kwaliteiten van het landschap te versterken heeft de gemeente Kapelle behoefte aan handvatten. Deze visie geeft zo’n handvat waar het gaat om het integreren van de bouwsteen elektriciteit in het landschap van Kapelle. Op 8 september 2020 heeft de gemeenteraad van Kapelle de bouwsteen Elektriciteit deel 1 van de Duurzaamheidsagenda Kapelle vastgesteld. In dit 1e deel van de bouwsteen heeft de gemeenteraad haar ambitie bepaald tot 2030. In deel 2 worden criteria voor opweksystemen van hernieuwbare energie verder uitgewerkt. Dit document geeft de benodigde input daarvoor vanuit landschappelijk oogpunt. Hierbij wordt alleen ingezoomd op de energiesystemen ‘zon op land’ en ‘kleine windturbines’. Deze lijken het meest kansrijk in de Kapelse situatie en hebben een grote impact op het landschap. Deze visie op ‘energieopwekking in het landschap’ is als volgt opgebouwd. Na de inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beknopte analyse van het landschap in de gemeente Kapelle.

Vervolgens volgen de hoofdpunten uit het bestaande beleid van Kapelle. Dit geeft aanknopingspunten voor de opstellen te stellen visie. In hoofdstuk 3 wordt deze visie uitgewerkt. Na de algemene uitgangspunten worden uitsluitings- en zoekgebieden onderscheiden. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 inpassingscriteria opgesteld voor ‘zon op land’ en in hoofdstuk 5 voor ‘kleine windturbines’.

4

ANALYSE

2.

5

2. ANALYSE 2.1 analyse landschapsstructuur De landschappelijke onderlegger vormt de basis voor het inpassen van de bouwsteen elektriciteit in het landschap. Daarom is kort geanalyseerd hoe het huidige landschap in elkaar steekt en wat de karakteristieken zijn. Dit vormt belangrijke input voor de visie.

Grotere open (poel)gebieden

2.1.1 Landschapsopbouw De gemeente Kapelle ligt centraal binnen het voormalige eiland Zuid-Beveland. Dit is een relatief oud deel van de provincie Zeeland wat nog zichtbaar is aan bv de restanten van het Middeleeuwse landschap van de Kapelse Moer. Binnen de gemeente zijn enkele landschapstypes te onderscheiden: a) het oudland: de gebieden waar nog zeer oude verkavelings- en wegenstructuren te vinden zijn; b) het nieuwland: sterk bepaald door dijken en polders. c) De buitendijkse gebieden: de deltawateren Ooster- en Westerschelde De gemeente Kapelle is bijna in zijn geheel gelegen op het oudland. Slechts één polder, de Willem-Annapolder aan de zuidzijde van de gemeente, is te kwalificeren als een nieuwlandpolder. Karakteristieken oudland De verkaveling in de oudlandgebieden is onregelmatig, met kronkelende wegen en sloten. Op de kreekruggen vond als eerste bewoning en akkerbouw plaats. De wegen lagen ook op deze drogere delen. De kreekruggen van het oudland kenmerken zich dan ook door kleinschaligheid, afwisseling van beplanting, bebouwing en wegen. De kreekrug bij Kapelle is opvallend breed, en is door de lichtere bodem zeer geschikt voor de fruitteelt. In tegenstelling tot de kreekruggen waren de poelgronden nat en daardoor vaak moeilijker te begaan. Hier lagen de weidegronden. De poelgebieden zijn daarnaast veel opener van karakter dan de kreekruggen.

Een bijzonder poelgebied in de gemeente is de Kapelse Moer, een waardevol natuurgebied. Het is een open weidelandschap, met een zeer kleinschalig verkavelingspatroon en veel microreliëf. In de gemeente Kapelle kwamen van oudsher veel kastelen, kloosters en landgoederen voor. De bijbehorende bossen, struwelen, lanen en boomgaarden zijn dan ook al eeuwen lang beeldbepalend voor het landschap op deze historische locaties. Vier kernen vormen de centra van het leven in de gemeente. Wemeldinge als havenstadje, Kapelle als kerkelijk centrum met zijn kloosters en bijbehorende landerijen, Biezelinge met zijn oorspronkelijke ligging aan een kreek gekoppeld aan wat nu de Westerschelde is en tenslotte Schore wat ontstaan is in een poelgebied wat leek op een schorrengebied, vandaar de naamgeving. Daarnaast is er het gehucht Eversdijk wat als een groene oase in het landschap ligt. Ook zijn er een aantal bedrijfslocaties in de gemeente, waarvan Smokkelhoek bij Kapelle de grootste is met zijn ligging nabij de A58 en de Choorhoek bij Wemeldinge, dat deels in de voormalige loop van het Kanaal door Zuid-Beveland ligt. Aan de Oosterscheldekust in en om Wemeldinge vinden we verblijfsrecreatie, zowel op en rond het voormalige sluiscomplex als in de zone van de zogenoemde ‘inlagen’ achter de dijk.

Opvallend is de aanwezigheid van infrastructuur in het zuiden van de gemeente met de snelweg A58, de spoorlijn en de Oude Rijksweg. Samen met de hoogspanningsleidingen die een vergelijkbare oost-west oriëntatie hebben, is de impact van de infrastructuur op het landschapsbeeld in het zuidelijke deel van de gemeente behoorlijk groot.

Landschapsstructuur Kapelle

Bron: Visie natuur en biodiversiteit gemeente Kapelle – Bosch Slabbers 2021

Karakteristieken nieuwland Het nieuwland kenmerkt zich door een zeer rationele verkaveling en grootschaligheid. De Willem-Annapolder is de enige polder binnen de gemeente die als nieuwland aangemerkt kan worden. De aangrenzende Westerscheldedijk is er een beeldbepalende landschappelijke drager. Recente ontwikkelingen zijn hier het windmolenpark en de glastuinbouw.

6

2.1.2 landschapselementen Enkele karakteristieke landschapselementen die veel terug te vinden zijn in het landelijk gebied van Kapelle: • Dijk- en wegbeplantingen: Wegbegeleidende beplantingen zijn met name te vinden op de kreekruggen op de historische routes tussen de kernen. In mindere mate zijn er dijkbeplantingen te vinden in Kapelle, dit omdat het overgrote deel uit oudland bestaat en dit weinig dijken kent. • Boomgaarden met (elzen)singels/hagen: De brede kreekruggen rondom Kapelle zijn uitermate geschikt voor de fruitteelt en daarom een bepalend landschapselement. Ook de vele windsingels die uit verschillende soorten bestaan, horen bij dit karakteristieke beeld en kennen bovendien hoge ecologische waarden. • Zeeuwse hagen en singels: karakteristieke Zeeuwse hagen in geschoren of losgroeiende vorm, van origine aangeplant als veekering op perceelsgrenzen. • Kleine bospercelen: Verspreid gelegen zijn er binnen de gemeente enkele kleinere bossen te vinden. Ze liggen op de kreekruggen en behoorden van oorsprong tot een landgoed of klooster. • Kreken/watergangen: Bij het kleinschalige landschap van het oudland horen oude kreekstructuren die bestaan uit kronkelige watergangen begeleid door rietkragen. Ze bevatten specifieke natuurwaarden. Bij het inpassen van duurzaamheidsmaatregelen kan gebruik gemaakt worden van de ‘gereedschapskist’ die deze landschapselementen bieden.

Oudland (Oostambachtweg Kapelle)

2.1.3 conclusies • Kernkwaliteit van de nieuwlandgebieden is de grootschaligheid en openheid van de polder omringd door dijken met ‘nieuwe’ elementen als glastuinbouw en windmolens. • Kernkwaliteit van de oudlandgebieden is het herkenbare patroon van kreekruggen en poelgebieden • Kernkwaliteit van de kreekruggen: verdicht, hoger gelegen, bebouwd en beplant, kleinschalig • Kernkwaliteit van de poelgebieden: open, laag gelegen, onbebouwd en onbeplant. • De Kapelse kernen zijn groen en lommerrijk gelegen op de kreekrug en kennen een groen uitloopgebied het omringende landschap in. • Karakteristieke landschapselementen die een rol kunnen spelen als inpassingsmiddelen bij ontwikkelingen in het buitengebied zijn: dijk- en wegbeplantingen, elzensingels/hagen, Zeeuwse hagen/singels, kleine bosjes, rietkragen. Het behoud en de versterking van deze kernkwaliteiten is van groot belang bij ontwikkelingen in het buitengebied.

wegbeplanting Nieuwland (Willem-Annapolder)

boomgaard met windsingel

bospercelen

kreken/watergangen Karakteristieke landschapselementen

7

2.2. Analyse gemeentelijk landschapsbeleid In het kader van deze visie is nagegaan wat het huidige beleid van de gemeente Kapelle is t.a.v. landschap en natuur. Dit vormt een belangrijk kader hoe omgegaan moet worden met de kernwaarden van het huidige landschap. 2.2.1 Structuurvisie Kapelle (2012) Op het gebied van landschap ligt het meeste vastgelegd in de structuurvisie Kapelle. Daarin wordt Kapelle beschreven als een gemeente met een aantrekkelijke middenpositie tussen Westerschelde en Oosterschelde; tussen steden, kust en achterland; en prettig dorps: niet te groot en niet te klein. De kwaliteit van de leefomgeving wordt hoog gewaardeerd waarin nabijheid van de fraaie landelijke omgeving nadrukkelijk benoemd wordt. De vitaliteit van de gemeente wordt bepaald door de levendigheid van de recreatie in en rondom Wemeldinge, en natuurlijk de florerende fruitteelt op de brede kreekruggen rondom Kapelle. De ambitie is om te blijven investeren in het woon-en leefklimaat van de kernen. Een uitbreiding van kernen dient gepaard te gaan met een goede landschappelijke inpassing. Daarnaast wordt uitbreiding van recreatie mogelijk geacht, mits dit op hoogwaardige en duurzame wijze plaatsvindt. Voor het agrarisch gebied staat de ontwikkeling van de grondgebonden landbouw voorop, in combinatie met behoud en versterking van de landschapswaarden.

Het afwisselende en authentieke karakter wat hoort bij de fruitteelt worden daarbij hoog gewaardeerd. Uitbreiding van bestaande bedrijven is mogelijk, mits zorg wordt gedragen voor landschapsontwikkeling. De Kapelse kernen worden gekenmerkt door karakteristieke kernrandzones en bieden een mooie overgang van kern naar buitengebied. In die zin zijn ze waardevol voor het woon- en leefklimaat. 2.2.2 Strategisch Kompas Kapelle (2019) Het Strategisch Kompas benadrukt het belang van duurzaamheid en wil er vaart mee maken. Het onderwerp natuur en landschap komt hier echter niet tot nauwelijks aan bod. Wel wordt het groene leefklimaat van Kapelle als kwaliteit benadrukt. ‘Je kunt er door het groen fijn buiten spelen, fietsen, wandelen en genieten van de rust.’ Daarnaast wordt het belang van burgerparticipatie benadrukt in de totstandkoming van plannen. 2.2.3 Visie natuur en biodiversiteit gemeente Kapelle Als uitwerking van de duurzaamheidsagenda van de gemeente Kapelle ten aanzien van de bouwsteen ‘biodiversiteit en natuur’ is door Bosch Slabbers (2021) het ‘kompas voor natuur en biodiversiteit’ opgesteld waarin een visie gegeven wordt op natuur en landschap. De conclusies uit dit rapport t.a.v. landschaps- en beleidsanalyse zijn in deze visie geïntegreerd.

Structuurvisie Gemeente Kapelle, ontwerp november 2012

2.2.4 Conclusies beleid: • Kapelle heeft een aantrekkelijke middenpositie met een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving. De gemeente profileert zich graag als ‘bloesem van Zeeland’; • De vitaliteit van de gemeente wordt o.a. bepaald door de fruitteelt en daarmee samenhangende bedrijvigheid en de recreatie rondom Wemeldinge; • De groene kernen zijn van groot belang voor de leefbaarheid; • Nabijheid en toegankelijkheid van het landelijk gebied vanuit de kernen is een groot goed, de kernrandzones zijn daarbij waardevol als overgang kern-buitengebied; • Recreatief medegebruik door bewoners en toeristen is gewenst; • Er ligt een opgave tav natuur en biodiversiteit (zie Visie natuur en biodiversiteit gemeente Kapelle – Bosch Slabbers 2021’) waarbij ook het buitengebied een belangrijke rol speelt; • Daarnaast ligt er een opgave voor aanplant van bos en houtige landschapselementen vanuit de Zeeuwse Bosvisie.

8

2.3 Analyse energiebeleid Op het gebied van duurzaamheid is de gemeente Kapelle bezig met het opstellen van een overkoepelende visie op het gebied van duurzaamheid, de duurzaamheidsagenda. In deze visie komen verschillende ‘bouwstenen’ aan bod, onderverdeeld in een aantal deelvisies, zoals ‘mobiliteit’, ‘klimaatbestendige leefomgeving’, ‘afval en grondstoffen’, ‘elektriciteit’, ‘warmte in de gebouwde omgeving’ en ‘biodiversiteit en natuur’. De bouwstenen vormen samen één integraal document. Inmiddels is de bouwsteen ‘biodiversiteit en natuur’ gereed. Momenteel wordt gewerkt aan de bouwsteen ‘energie’. Inmiddels is een 1e deel van de bouwsteen gereed en wordt gewerkt aan deel 2. Dit document levert hiervoor de benodigde input aan. 2.3.1 Uitgangspunten energiebeleid – deel 1 De gemeenteraad van Kapelle heeft haar ambitie voor energieneutraliteit verwoord in de bouwsteen elektriciteit deel 1. Deze ambitie is als volgend samen te vatten: De ambitie van de gemeente Kapelle tot 2030 is om volledig energieneutraal te worden en haar verantwoordelijkheid te nemen in de regionale opgave: 1. door minimaal 30 MW aan zonne-installaties op gebouwen te realiseren 2.

door minimaal 30 MW aan zonne-installaties op gronden te realiseren, die: o ondersteunend zijn aan een lokale onderneming of; o grotendeels in eigendom zijn van een lokale coöperatie of gelijkwaardige samenwerkingsvorm; o op of aansluitend zijn aan: * bedrijventerreinen; * bouwvlakken; * de bebouwde kom; * waterbassins; * grootschalige infrastructuur; o bijdragen aan meervoudig ruimtegebruik; o hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit hebben; o niet leiden tot grote maatschappelijke kosten door aanpassingen aan het elektriciteitsnetwerk. 3. door bij te dragen aan verkenningen voor blauwe energie van initiatiefnemers 2.3.2 uitwerking bouwsteen deel 2 In deze visie wordt onderzocht wat de landschappelijke consequenties van deze keuzes zijn, of deze gewenst zijn en welke inpassingsmaatregelen noodzakelijk zijn. Bovenstaande ambitie is vooral gericht op zonne-energie op gronden (zon op land), het gemeentelijk beleid wil echter ook ruimte bieden aan initiatieven op het gebied van wind, in de vorm van kleine windturbines. Dit wordt in deze visie dan ook meegenomen. Er zijn diverse afwegingskaders/ladders mogelijk waarin aangegeven wordt welke voorkeuren gehanteerd worden bij de toepassing van energiesystemen, de gemeente heeft hierin nog geen standpunt ingenomen. Duurzaamheidsladder natuur- en milieuorganisaties

9

VISIE

3.

10

3. VISIE ELECTRICITEITSOPWEKKING IN HET KAPELSE LANDSCHAP Met de opkomst van de energietransitie is er een nieuwe functie opgekomen die een grote invloed heeft op onze openbare ruimte. De omschakeling naar onder andere windenergie, zonne-energie en de roep om duurzaamheid hebben invloed op het landelijk en stedelijk gebied. Toepassing van nieuwe vormen van energieopwekking in het landschap heeft een forse impact. Zowel zonneparken als (kleine) windmolens beïnvloeden het beeld en de beleving van de omgeving. Een dusdanige verandering van het landschap is echter niet nieuw. Ons landschap is continu in ontwikkeling. Iedere episode in onze geschiedenis heeft elk haar eigen aardigheden aan het landschap toegevoegd en zo ons Nederlandse landschap gevormd. Een veelgehoorde zorg is dat de energietransitie een onnodige wildgroei veroorzaakt van zonneparken en windmolens in het buitengebied waardoor het karakter van het buitengebied onherkenbaar veranderd en karakteristieke kernkwaliteiten onder druk komen te staan en daarmee verlies van de identiteit van het landschap. Om dit te voorkomen zijn een aantal overwegingen opgesteld.

3.1 hiërarchie duurzaamheidsladder Toepassing van het principe van de ‘duurzaamheidsladder’ kan een hulpmiddel zijn bij de strategiebepaling. Hierbij gaat het om een hiërarchie in het beoordelen en het verantwoorden van locatiekeuzes. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in 3 soorten locaties: 1. op daken; 2. binnen bebouwd gebied; 3. In het landschap. 3.1.1 Eerst dak, dan land Bij energieopwekking op gebouwen wordt beschikbare ruimte optimaal benut en is de impact om de leefomgeving minimaal. Het opwekken van energie met gebouw gebonden installaties wordt zo veel mogelijk gestimuleerd. Het liefst in combinatie met energiebesparing. Hier gaat dan ook in eerste instantie de voorkeur naar uit. 3.1.2 Eerst bebouwde kom, dan buitengebied Wanneer geen of onvoldoende geschikte ruimte beschikbaar is op gebouwen, heeft het de voorkeur om een zonnepark te realiseren op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Binnen het bebouwd gebied is ruimte voor grondgebonden zonnepanelen op braakliggende of niet langdurig in gebruik zijnde terreinen binnen de kernen en er is ruimte voor (niet grondgebonden) zonnepanelen als sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik.

Gedacht kan worden aan leegstaande kavels op bedrijventerreinen, deels ontwikkelde bedrijventerreinen of onbenutte percelen die op korte tot middellange termijn geen invulling krijgen en daarmee geschikt kunnen zijn voor de opwekking van energie. Een andere mogelijkheid binnen de bebouwd gebied is inzetten op multifunctioneel gebruik. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld parkeerruimte in combinatie met overkappingen met zonnepanelen. Of het combineren van infrastructuur, zoals fietspaden, met zonnecellen. Ook bij bovenstaande initiatieven dient sprake te zijn van een zorgvuldige inpassing en passende vormgeving, wat binnen stedelijk gebied maatwerk is. Voorkomen moet worden dat het groene en intieme karakter van de dorpen verloren gaat. 3.1.3 buitengebied als laatste mogelijkheid De gemeente Kapelle biedt ruimte voor de aanleg van zonneparken. Ook buiten de dorpen in het landschap. Gezien de behoefte aan opwekking van duurzame energie vanuit de energie-opgave lijkt aanleg van zonneparken in het landschap noodzakelijk, bovenop de inspanningen voor zonne-energie op daken en binnenstedelijk. Dit kan niet zomaar zondermeer. Vanuit landschappelijk oogpunt zijn er locaties waar situering ongewenst is. Op locaties waar een ontwikkeling wel denkbaar is zullen ook eisen gesteld moeten worden aan de inrichting en inpassing van het initiatief.

3.2 energieopwekking in het landschap 3.2.1 Niet overal Duurzame energievormen kunnen afbreuk doen aan de kernkwaliteiten van de landschappelijke, waterhuishoudkundige en/of ecologische waarden. Per landschapstype kan dit verschillend zijn. Zo lenen grootschalige (nieuwland)polders met rationele inrichting en verkaveling zich beter voor de inpassing van nieuwe elementen dan kleinschaliger oudlandgebieden. Laatgenoemde zijn veel gevoeliger voor verstoring. Ook karakteristiek open gebieden kunnen door toevoeging van nieuwe elementen sterk van karakter veranderen. De gemeente Kapelle heeft, zoals uit de landschapsanalyse blijkt, zowel oud- als nieuwlandgebieden binnen haar grenzen. Het overgrote deel is oudland, een klein deel (één polder: Willem-Annapolder) is nieuwland. Er zal een zorgvuldige afweging plaats moeten vinden op basis van de kernkwaliteiten van het landschap welke gebieden zich lenen voor toepassing van duurzame energie (zoekgebieden) en in welke gebieden dit ongewenst is (uitsluitingsgebieden). In de volgende paragrafen wordt dit verder uitgewerkt.

3.2.2 Waarde toevoegen Aanleg van energieparken in het landschap gaat vaak gepaard met negatieve sentimenten. Door energieparken in het landschap meer te laten zijn dan alleen opwekking kan een minder negatief imago worden ontwikkeld. Daarbij staat de vraag centraal hoe energielandschappen te gebruiken om waarde aan een landschap toe te voegen. Energielandschappen kunnen gebruikt worden om landschappen interessanter te maken, knelpunten op te lossen en nieuwe kwaliteiten aan het landschap toe te voegen. Met andere woorden: toepassing van duurzame energievormen moet leiden tot een duurzamer landschap. Zo kan een energielandschap het grootschalige karakter van een gebied versterken en daarmee bedragen aan het herkenbaar maken van bepaalde landschapstypen. Ook kunnen aanvullende maatregelen genomen worden ten behoeve van de biodiversiteit. Denk daarbij aan het actief ontwikkelen van een bloemrijke vegetatie of beplanting die naast een stukje landschappelijke inpassing ook beschutting biedt aan vogels en kleine zoogdieren. Hier ligt een raakvlak met de bouwsteen “biodiversiteit” van de Duurzaamheidsagenda Kapelle. 3.2.3 Meervoudig ruimtegebruik Voorwaarde in provinciaal en gemeentelijk beleid is dat ontwikkelingen bijdragen aan meervoudig ruimtegebruik. Hierbij kan gedacht worden aan drijvende panelen in combinatie met de realisatie van meer oppervlaktewater, waterretentie, etc.

Ook een combinatie met extensieve natuur, natuurlijke oevers, houtwallen en bosschages, bloemrijke randen, voorzieningen voor flora en fauna (bv bijenkasten), etc. is mogelijk. Ook zijn koppelingen mogelijk met de recreatie in de vorm van combinaties met de aanleg van nieuwe recreatieve routes, educatieve doeleinden, uitkijkpunten, aanleg van een elektrisch oplaadpunt voor fietsers. Ook kan aanleg van een zonneveld gecombineerd worden met landschapsherstel zoals bijvoorbeeld de herplant van lanen en andere kleinschalige beplantingselementen. Deze kunnen tevens benut worden voor de landschappelijke inpassing van het veld. 3.2.4 Inpassingsmaatregelen Voor alle nieuwe en grootschalige ontwikkelingen in het landschap geldt dat een goede ruimtelijke inpassing verplicht is. Dit wordt in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt.

11

3.3 uitsluitingsgebieden Binnen de gemeente Kapelle zijn gebieden aan te wijzen waar de ontwikkeling van duurzame energie niet of minder gewenst is. In het gebied met de aanduiding ‘uitsluitingsgebied’ zijn geen zonneparken en windmolens toegestaan. Deze zouden teveel afbreuk doen aan de kernkwaliteiten van de landschappelijke, waterhuishoudkundige en/of ecologische waarden in deze gebieden. Er worden 4 soorten uitsluitingsgebieden onderscheiden: a. Natuur - Landschappen die behoren tot het natuurnetwerk b. DNA - Landschappen die beeldbepalend zijn voor het DNA van Kapelle c. Open - Landschappen met waardevolle openheid d. Rand - Landschappen in de randzones van de (dorps)kernen 3.3.1 natuurlandschappen begrensde natuurgebieden Het gaat daarbij in de eerste plaats om gebieden die vallen binnen het Natuurnetwerk Zeeland of zijn aangewezen als Natura2000- gebied. In het natuurbeheerplan van de Provincie Zeeland zijn de volgende gebieden aangewezen: • Ooster- en Westerschelde en oevers • bestaande natuurgebieden en nieuw aangewezen natuur (donkergroen en geel) • Agrarisch gebied met ecologische betekenis (blauw) Deze natuurgebieden dienen conform de gestelde natuurdoelen in het Natuurbeheerplan te worden gerealiseerd. Zonneparken verhouden zich niet gemakkelijk tot deze natuurdoelen, daarom is realisatie hiervan binnen deze gebieden niet mogelijk.

Natuurbeheerplan Provincie met bestaande (groen) en nieuwe (geel) natuur

zoekgebieden agrarisch natuurbeheer In het natuurbeheerplan zijn ook gebieden aangewezen als ‘zoekgebieden agrarisch natuurbeheer’. Door de Provincie zijn vier leefgebieden begrensd: 1) Open akker (beheer t.b.v. akkervogels) 2) Open grasland (weidevogelbeheer) 3) Droge dooradering (graslandbeheer en landschapsbeheer) 4) Natte dooradering (gekoppeld aan open water watergangen en kreken) De kreekruggen (met de meeste boomgaarden) zijn hierbij vrijwel allemaal aangewezen als ‘droge dooradering Zeeland’, wat kleinere gebieden als ‘natte dooradering’. Daarnaast zijn een aantal percelen als ‘open akkerland’ aangewezen, en aan de westzijde van natuurgebied Kapelse Moer zijn enkele gebieden als ‘open grasland’ aangewezen. Aanwijzing van al deze zoekgebieden als uitsluitingsgebied zou betekenen dat het overgrote deel van het grondgebied van de gemeente Kapelle uitgesloten wordt voor de opwekking van duurzame energie op land. Gezien aard, karakter en ligging van de open akker en open graslandgebieden (lichtgeel en lichtgroen op onderste afbeelding) wordt voorgesteld om deze gebieden uit te sluiten. Voor de overige gebieden (droge/natte dooradering) kan een nadere afweging worden gemaakt waarbij de beslotenheid van de kreekruggebieden meegewogen kan worden. Wellicht kan hier ruimte geboden worden voor kleinschalige initiatieven.

Wel dient rekening gehouden te worden met de hierna uitgewerkte uitsluitingsgronden. Natuurbeheerplan Provincie met zoekgebieden agrarisch natuurbeheer

12

3.3.2 DNA-Kapelle De gemeente Kapelle staat bekend en profileert zich als ‘de bloesem van Zeeland’. Een groene, landschappelijk gelegen gemeente waar het goed toeven is. Boomgaarden en fruit spelen een belangrijke rol en bepalen mede het DNA van Kapelle. De gemeente draagt dit thema actief uit naar buiten toe. Grootschalige, nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied kunnen op gespannen voet staan met het beeld van Kapelle als bloesem van Zeeland. boomgaarden Boomgaarden zijn typerend voor de gemeente Kapelle en hebben daarmee een belangrijke belevingswaarde. In het DNA Kapelle komen de fruitteelt en boomgaarden dan ook prominent aan bod. Het is dan ook niet voor de hand liggend om deze gebieden op te offeren voor zonneparken. Veel boomgaardlocaties vallen samen met de in het natuurbeheerplan van de Provincie met ‘droge dooradering’ aangeduide gebieden. Grootschaliger initiatieven worden in deze gebieden uitgesloten. Voor kleinschaliger ontwikkelingen (max 1-2 ha) kan, zoals in paragraaf 3.3.1 opgemerkt, een nadere afweging plaats te vinden. Juist de boomgaardgebieden op de kreekrug zijn relatief besloten waardoor zonneparken al een natuurlijke inbedding/inpassing in het landschap krijgen. Wellicht kunnen in dit besloten gebied kleinschalige ontwikkelingen van zonneparken toegestaan worden, bv binnen of aansluitend aan het bouwvlak van een agrarisch bedrijf.

entree ‘bloesem van Zeeland’ De gemeente profileert zich nadrukkelijk als de ‘bloesem van Zeeland’, een beeldmerk waarmee de gemeente door het gehele land en daarbuiten bekend staat. En landelijk, groene gemeente met beeldbepalende boomgaarden afgewisseld met dorpen en akkers. Dat beeld wil men ook naar buiten uitdragen. Datzelfde geldt op een iets ander vlak provincie breed: kernwaarden van Zeeland als weidsheid en een landelijk karakter behoren bij het beeldmerk en de slogan ‘welkom in Zeeland’. Over het grondgebied van Kapelle loopt de hoofdader van de Zeeuwse wegverkeersstructuur, de A58. De gronden direct gelegen aan deze weg bepalen mede het eerste beeld wat passanten van de gemeente Kapelle krijgen. Het ligt dan ook niet voor de hand om het beeldmerk van de Kapelle ‘bloesem van Zeeland’ in te wisselen voor een beeld met zonneparken en/of windmolens. Vandaar dat geadviseerd wordt om de gebieden die direct langs (ca 300m) en in het zicht vanaf de A58 liggen als uitsluitingsgebieden aan te wijzen.

Boomgaardenkaart Zeeland: Kapelle springt er duidelijk uit.

Beeld vanaf A58: open gebieden aan weerzijden

13

3.3.3 landschappen met waardevolle openheid Binnen de gemeente Kapelle zijn enkele oudlandgebieden aan te wijzen die zich kenmerken door de openheid. Dit zijn: • De Kapelse moer en het gebied wat hier direct ten westen van ligt; • Het gebied tussen grofweg Kapelle, Wemeldinge en Kattendijke; • Het gebied aan weerszijden van de A58 tussen grofweg Goes-Kapelle-’s Gravenpolder • Het gebied tussen Eversdijk en ‘s Gravenpolder Ontwikkeling van grootschaliger zonneparken zou hier een aantasting van het open karakter van deze gebieden kunnen betekenen. Alleen kleinschalig initiatieven, gekoppeld aan het bouwvlak en zorgvuldig ingepast, kunnen hier worden toegelaten. Bij de landschappelijke inpassing dient gestreefd te worden naar inpassing van het geheel (bestaand erf met uitbreiding zonnepanelen) waarbij dit als één erf omzoomd wordt met beplanting en als het ware een groen eiland in de open ruimte van de polder vormt.

3.3.4 randzones kernen Het buitengebied, direct gelegen rond de bebouwde kom is het gebied waar inwoners de rust en ruimte van de gemeente het vaakst ervaren. Deze ruimte wordt intensief recreatief gebruikt voor bijvoorbeeld een ommetje, sportieve activiteiten, spelen, etc. De randzones om de kernen zijn ook bepalend voor het uitzicht vanuit woningen aan de dorpsranden. Het inzetten van deze ruimte voor zon op land staat op gespannen voet met deze kernkwaliteiten. Ontwikkeling van zon op land wordt hier dan ook uitgesloten. Daarbij wordt een zone van 500m ten opzichte van de bebouwde komgrens gehanteerd. 3.3.5 conclusie Vanuit de voorgenoemde overwegen vanuit de aspecten natuur, openheid, DNA Kapelle en recreatie/beleving rond de kernen komen de volgende uitsluitingsgebieden naar voren: • begrensde natuurgebieden (bestaand en nieuw) • gebieden direct langs de A58 (1e 300m) • randzones dorpskernen (1e 500m) In deze gebieden zijn zowel klein- als grootschaliger initiatieven niet toegestaan. Bij een aantal andere gebieden kan een nadere afweging plaatsvinden waarbij, onder voorwaarden, kleinschalige initiatieven (ca 1-2ha) worden toegestaan: • Gebieden met waardvolle openheid • Kreekruggebieden met boomgaarden

Uitsluitingsgebieden: 1. Groen: natuurnetwerk 2. Oranje: DNA-Kapelle: belevingszone vanaf snelweg 3. Rood: randzones dorpskernen

Nadere afweging: Omkaderde cirkels: waardevolle openheid oudlandgebieden kreekruggebied met boomgaarden

14

3.4 Zoekgebieden Naast uitsluitingsgebieden waar de ontwikkeling van duurzame energie in het landschap ongewenst is zijn er ook gebieden binnen de gemeente Kapelle waar dit wel denkbaar is. Deze zijn aangeduid als ‘zoekgebieden’. Deze zijn op 3 manieren bepaald: • Vanuit de voorgaande landschapsanalyse met de karakteristieken van het landschap: grootschalige landschappen lenen zich meer voor de ontwikkeling dan kleinschalige. Hieruit volgt dat de WillemAnnapolder hoge potenties heeft voor de ontwikkeling van duurzame energie; • Vanuit de voorgaande beleidsanalyse: in de bouwsteen elektriciteit deel 1 zijn gebieden aangegeven waar ontwikkelingen mogelijk zijn; • Vanuit de uitsluitingsgebieden geredeneerd: wanneer de voorgaande uitsluitingscriteria over elkaar heen gelegd worden ontstaat een beeld van de gebieden waar ontwikkeling van zonneparken potentieel kansrijk is. Deze zoekgebieden zijn grofweg te verdelen in de volgende categorieën: a. bestaand bebouwd gebied b. tuinopstellingen c. bedrijfsterreinen c. glastuinbouwlocaties d. bouwvlakken e. waterbassins f. grootschalige infrastructuur 3.4.1 Bestaand bebouwd gebied Het bebouwd gebied van de Kapelse kernen is aangemerkt als 'bestaand bebouwd gebied'. Door de opwekking van zonne-energie in bestaand gebied te stimuleren en faciliteren, wordt het ruimtebeslag van zonneparken in het buitengebied verkleind.

Binnen de kernen Kapelle, Biezelinge en Wemeldinge zijn zonneparken dan ook toegestaan. In de kleinere kernen Schore en Eversdijk wordt dit uitgesloten: hier zou zelfs een kleinschalige ontwikkeling al afbreuk kunnen doen aan het kleinschalige, landelijke en groene karakter van deze kernen. Alle zonneparken moeten op zorgvuldige wijze worden ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Gezien de relatief beperkte ruimte zal het hier vooral om kleinschalige initiatieven gaan waarbij maatwerk vereist is. Er moet voldaan worden aan de inpassingscriteria zoals verwoord in hoofdstuk 4. Het buitengebied, direct gelegen rond de bebouwde kom, is reeds eerder aangemerkt als uitsluitingsgebied. Het inzetten van deze ruimte voor zon op land is hier niet toegestaan (zie par 3.3).

3.4.2 Tuinopstellingen Kleinschalige tuinopstellingen zijn zowel binnen als buiten de bebouwde kom toepasbaar. Deze opstellingen kunnen dienen als vervanging daar waar een dakopstelling niet mogelijk/ongewenst is, bijvoorbeeld vanwege beeldbepalendheid / monumentenstatus, etc. Het gaat hierbij om kleinschalige initiatieven die niet zichtbaar mogen zijn vanaf de openbare weg. Ook ten aanzien van buren moet de opstelling voldoende ingepast zijn en moet er enige ruimte tot het buurperceel gehanteerd worden. Er mogen bij een woning niet meer panelen worden geplaatst dan benodigd voor het eigen gebruik. Daarbij wordt uitgegaan van een gezamenlijk capaciteit van de zonnepanelen van maximaal 5000 Wp (circa 18 panelen). Hiervan kan enkel worden afgeweken indien aantoonbaar meer capaciteit benodigd is om te voorzien in de eigen stroombehoefte. De zonnepanelen worden geplaatst achter (het verlengde van) de achtergevel van het hoofdgebouw. De panelen worden geconcentreerd op één locatie op het perceel. Maximaal 30% van de oppervlakte van de achtererfgebied, betreffende het gedeelte gelegen achter (het verlengde van) de achtergevel van het hoofdgebouw, mag benut worden voor de plaatsing van zonnepanelen. Dit is inclusief de ruimte benodigd voor de landschappelijke inpassing.

De situering en verschijningsvorm van zonnepanelen op erven zijn van invloed op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Om die reden wordt een veld van zonnepanelen geplaatst áchter het hoofdgebouw, geconcentreerd op één plek op het erf en landschappelijk ingepast. Daarbij wordt het kader/frame en de hulpconstructie van de zonnepanelen uitgevoerd in een donkere kleur en worden deze geplaatst in een vaste opstelling (geen draaiende onderdelen). Hiermee wordt eventuele overlast voor omwonenden voorkomen. Er ontstaat dan geen geluidsoverlast vanwege een draaimechanisme en geen overlast vanwege permanente weerkaatsing van zonlicht. 3.4.3 Bedrijfsterreinen De gemeente Kapelle kent een tweetal grotere bedrijfsterreinen: Smokkelhoek bij Kapelle en Choorhoek bij Wemeldinge. Hier kunnen nog onbebouwde gronden (tijdelijk) gebruikt worden voor de opwekking van zonne-energie. Ook kan gedacht worden aan de buisleidingenstraat (Smokkelhoek), waterkeringen (Choorhoek) en reststroken langs de terreinen. Bij de kleinere bedrijfslocaties in de dorpskernen zelf (bv DLF in Kapelle) liggen kansen op de terreinen van de bedrijven zelf. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kan het gaan om kleine tot middenschalige ontwikkelingen.

Zoekgebieden: bestaand bebouwd gebied, bedrijfsterreinen en glastuinbouwlocaties

15

3.4.4 glastuinbouw Glastuinbouw sluit qua verschijningsvorm meer aan bij bedrijventerrein dan agrarische bebouwing. Deze locaties worden dan ook behandeld als bedrijventerrein. Dat betekent dat ook op of aangrenzend aan gronden waarop glastuinbouwbedrijven zijn toegelaten mogelijkheden liggen voor zonneparken. In de Willem-Annapolder is een grotere concentratie glastuinbouw aanwezig, dit is een kansrijke locatie ook gezien de hier aanwezige windturbines en het grootschalige karakter van deze nieuwlandpolder die omringd is door dijken en daarmee een natuurlijke buffer naar de omgeving bezit. Ook hier moet voldaan worden aan de criteria uit hoofdstuk 4 t.a.v. landschappelijke inpassing. 3.4.5 bouwvlakken buitengebied In het buitengebied zijn in het bestemmingsplan bouwvlakken aangegeven. Een bouwvlak is een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, zijn toegelaten. Deze vlakken (1 ha groot) zijn aanwezig bij boerderijen, bedrijven en grote woonpercelen buiten de bebouwde kom. Binnen en direct aansluitend aan deze bouwvlakken kunnen kleinschalige initiatieven voor zon op land toegestaan worden, mits de opstelling voor zonne-energie ruimtelijk ondergeschikt is aan het aangrenzende bouwvlak. Ook moet voldaan worden aan de criteria zoals uitgewerkt in hoofdstuk 4.

3.4.6 waterbassins Binnen de gemeente Kapelle komen relatief veel waterbassins voor. Zij zijn te vinden bij agrarische bedrijfsgebouwen, glastuinbouw en soms ook solitair gelegen bij boomgaarden, akkers en teeltvelden. Deze dienen als watervoorziening van gewassen, wateropvang van daken, etc. Op deze bassins zijn (drijvende) zonnepanelen toegestaan. Hier is sprake van meervoudig ruimtegebruik. Door de omringende bassindijk zijn de panelen niet of nauwelijks waarneembaar vanuit de omgeving. Wanneer de panelen vanuit de omgeving niet zichtbaar zijn, is geen aanvullende inpassing noodzakelijk. Vanuit het oogpunt van landschappelijk inpassing verdient een groene dijk (gras of beplanting) de voorkeur.

Mede bezien vanuit de grootschalige infra is de Willem-Annapolder kansrijk. Deze polder heeft een grootschalig karakter (zgn. Nieuwlandpolder) en is volledig omringd door dijken. Vanuit de ruimere omgeving is geen zicht op deze plek. Er zijn al diverse grootschaliger ontwikkelingen in gang gezet in de vorm van glastuinbouw, windturbines, hoogspanningsverbinding 380 KV in de polder. Ontwikkeling van zon op land past bij het karakter van deze polder. Een andere mogelijkheid biedt wellicht het Kanaal door Zuid-Beveland. Hier kunnen de taluds aan de binnenzijde evt. benut worden voor de opwekking van duurzame energie. Met name het meest noordelijke en zuidelijke deel van het Kanaal waar ook bedrijvigheid te vinden is, leent zich daarvoor. Nader onderzoek in overleg met omgevingspartijen (o.a. RWS, Waterschap) is gewenst. Vanuit bovenstaande lijkt ontwikkeling van zon op land kansrijk: • In de gehele Willem-Annapolder; • Op de binnentaluds van het Kanaal door Zuid-Beveland op het meest noordelijke en zuidelijke traject; • Op buisleidingenstroken en onder hoogspanningstracés binnen de grenzen van bebouwd gebied/bedrijventerreinen; • De ruimte in de punt tussen Smokkelhoek en Kanaal/spoorlijn. Ook hier moet voldaan worden aan de criteria zoals uitgewerkt in hoofdstuk 4.

3.4.7 grootschalige infrastructuur Kapelle kent relatief veel grootschalige infrastructuur. Deels bovengronds en zichtbaar in de vorm van de snelweg A58 met bijbehorende geluidwerende voorzieningen, afslagen en taluds, de oude Rijksweg, de spoorlijn Vlissingen-Bergen op Zoom en het Kanaal door Zuid-Beveland en diverse hoogspanningsverbindingen. Daarnaast zijn ondergrondse buisleidingenstraten aanwezig. Ook voormalige stortplaatsen (stortplaats WA polder) en windenergie-concentratiegebieden (WA polder) vallen hieronder. Door het grootschalige karakter van deze infrastructuur lijkt deze omgeving kansen te bieden voor zonne-energie. Anderzijds is eerder gesignaleerd dat het juist ook de hoofdinfrastructuur is die zicht biedt op de omgeving. De wegen vormen een belangrijke entree tot de ‘bloesem van Zeeland’. Ontwikkeling van zonneparken kan dit beeld in één keer tenietdoen. Dit geldt voor de A58, maar in iets mindere mate ook voor de Oude Rijksweg en de spoorlijn. In deze visie wordt dan ook terughoudendheid bepleit langs deze hoofdverbindingen. Ook het beleid van Rijkswaterstaat is er op gericht om het open, landschappelijk beeld vanaf de weg te handhaven (zie concept-landschapsvisie Ruimtelijke Kwaliteit Zee & Delta RWS). Grootschalige infrastructuur: Kanaal, spoorlijn en hoogspanningstracé

16

3.5 Conclusie Op basis van de voor gaande visie kan het volgende overzicht met zoek- en uitsluitingsgebieden worden gegenereerd: Uitsluitingsgebieden: • begrensde natuurgebieden (bestaand en nieuw) • gebieden direct langs de A58 (1e 300m) • randzones dorpskernen (1e 500m) Kleinschalige initiatieven (ca 1-2ha) zijn toegestaan op: • tuinopstellingen tot max 100m2 (zowel binnen als buiten bebouwde kom) • bestaand bebouwd gebied (binnen bebouwde kom) • bedrijfsterreinen + glastuinbouwlocaties • bouwvlakken erven buitengebied • waterbassins (m.u.v. in de bovengenoemde uitsluitingsgebieden) Midden- en grootschaliger initiatieven (> 2ha): • bedrijfsterreinen + glastuinbouwlocaties (waar ruimte het toelaat) • Langs grootschalige infrastructuur Kanaal (iom omgevingspartners) • In de Willem-Annapolder Voor alle initiatieven gelden bepaalde criteria en inpassingeisen zoals weergegeven in de volgende hoofdstukken. Het verdient aanbeveling de zoek- en uitsluitingsgebieden in een GIS-laag uit te werken/vast te leggen. Nevenstaande afbeelding geeft een globale weergave.

Zoekgebieden midden- en grootschalige initiatieven: rood: binnen bedrijfsterreinen/glastuinbouwlocaties paars: gekoppeld aan grootschalige infra Kanaal

Zoekgebieden kleinschalige initiatieven: geel: binnen bebouwd gebied groen: bouwvlakken en bassins buitengebied

17

CRITERIA ZON

4.

18

4. INPASSINGSCRITERIA ZON OP LAND Landschappelijke inpassing van zonnevelden is belangrijk om de effecten op de omgeving zo minimaal mogelijk te houden. Bij de realisatie van zon op land, moet dan ook voorzien worden in een adequate landschappelijk inpassing. Ook dient realisatie gepaard te gaan met een landschappelijke kwaliteitsverbetering. Hiertoe dient een inpassingsplan overlegd te worden waaruit duidelijk blijkt hoe dit gestalte krijgt. Het realiseren van deze landschappelijke inpassing zal als voorwaardelijke verplichting gekoppeld worden aan de omgevingsvergunning.

4.1 algemene criteria 4.1.1 landschappelijke inpassing Landschappelijke inpassing is maatwerk en moet aansluiten bij de schaal en het karakter van het betreffende landschapstype. Bestaande landschappelijke (kavel)structuren zijn hierbij leidend. Bij het ontwerpen van zonneparken moet verder rekening gehouden worden met de bestaande landschaps- en bebouwingskarakteristieken zoals landschapselementen, beplantingssoorten, waardevolle historische bebouwing of beeldbepalende gebieden en de mate van openheid. Daarnaast zijn de hoogte en opstelling van het zonnepark, de zichtlijnen vanuit de omgeving en eventuele afscherming door beplanting van minder fraaie delen belangrijke aandachtspunten. Beplanting is altijd landschapseigen: inheems plantmateriaal wat past bij de grondsoort en grondwaterstand ter plaatse. Nevenstaand zijn criteria uitgewerkt ten aanzien van de opstelling van de panelen, de toe te passen hekwerken en poorten, transformator- en bijgebouwen, meervoudig ruimtelijk en criteria t.a.v. natuur, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. 4.1.2 kwaliteitsverbetering Afhankelijk van de locatie en omvang van het zonnepark dient een bijdrage geleverd te worden aan het versterken van de bestaande landschapskwaliteiten. Dit geldt specifiek voor de grootschaliger zonneparken (> 2ha).

In dat geval is een landschappelijke kwaliteitsverbetering nodig, aanvullend op de landschappelijke inpassing. Deze bedraagt tenminste 10% van de oppervlakte van het zonnepark. Indien een landschappelijke kwaliteitsverbetering weinig tot geen meerwaarde heeft, kan er voor gekozen worden een bijdrage te storten in een gemeentelijke groenfonds. Dit groenfonds wordt ingezet om bestaande grootschalige landschappelijke structuren te versterken of nieuwe grootschalige structuren te ontwikkelen. 4.1.3 inpassingsplan Hierna worden per landschapstype/gebied de ingrediënten benoemd om te komen tot een goede landschappelijke inpassing c.q. kwaliteitsverbetering. De opsommingen zijn niet uitputtend. De landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van zonneparken is immers maatwerk; daarom moet voorafgaand aan de aanvraag, contact opgenomen worden met de landschapsdeskundige van de gemeente en dient een inpassingsplan overlegd te worden.

criteria (opstelling) panelen • De maximale hoogte van de zonnepanelen is 1,5m. In de nieuwlandpolder tot 2,5 m boven maaiveld. • Oriëntatie: zowel zuid- als oost-west georiënteerde opstellingen van panelen zijn denkbaar, mits deze zich logisch voegen op de locatie en in de omgeving. Speciale aandacht verdienen de gevolgen voor de bodemkwaliteit (voldoende toetreding van licht en neerslag), bij een oost-west opstelling bijvoorbeeld door afstand in de ‘nok’ tussen de rijen panelen. • Vermijd het zicht op de achterkant van de panelen vanuit de openbare weg. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van groen of aan het draaien van de laatste rij panelen die weliswaar minder opbrengt, maar wel het zicht op achterkanten voorkomt. • ‘Vul kavels uit’ tot de randen, zodat er geen lege hoeken ontstaan. Oftewel, maak heldere randen naar de buitenkant en los rafelranden op aan de binnenzijde. • Denk aan spiegeling, kleur van panelen en frame. Uitgangspunt is een niet-spiegelende en terughoudende kleur van panelen en frames (zwart/antraciet/grijs).

criteria hekwerken en poorten • Waar dit vanuit veiligheidsoverwegingen en vanwege financiering / verzekeringsvoorwaarden mogelijk is, heeft het de voorkeur om géén omringend hekwerk toe te passen; • Indien wel noodzakelijk: maak het hekwerk zo transparant en natuurlijk mogelijk met paal en draad (geen prikkeldraad) en/of schapengaas of wildraster; • Plaats het hekwerk geïntegreerd in de omringende beplanting dichtbij de panelen, want dan valt het hekwerk minder op. Houd wel rekening met onderhoud en de bijhorende benodigde vrije ruimte, ca 3 meter; • Plaats het hekwerk op voldoende afstand van wegen, fiets- en wandelpaden voor vriendelijkere uitstraling. • Plaats het hekwerk in logische rechte lijnen. • Kies een eenvoudig en eenduidig hekwerk (eenduidig in vorm, kleur, materiaal, hoogte). • Plaats de toegangspoort in lijn met het hekwerk en op een logische, goed bereikbare plek. • Houd de poort simpel en sluit wat betreft vorm, kleur, materiaal en hoogte aan bij het hekwerk. • Zorg ervoor dat het hekwerk geen barrière is voor dieren, bijvoorbeeld door onder het hekwerk ruimte te houden of faunapassages te plaatsen. Overige criteria • Verlichting is ongewenst, alleen bij calamiteiten, nooit permanent. Lichtspreiding bij camerabewaking moet voorkomen worden. • Kabelgoten dienen goed ingepast te worden, hebben een gedekte kleur (grijs) en zijn bij voorkeur niet zichtbaar.

criteria transformator- en bijgebouwen • Minimaliseer de ruimtelijke impact van de transformatoren en bijgebouwen. Maak deze zo compact mogelijk. • Gebruik bij voorkeur dezelfde terughoudende kleurstelling als de hekwerken en poorten. • Integreer deze functionele gebouwtjes in het ontwerp en in lijn met het zonneveld, zodat ze minder zichtbaar zijn. • Plaats de transformatoren en verdeelstations zo veel mogelijk volgens een helder ruimtelijk principe (ofwel op visueel logische plekken). • Houd bij plaatsing rekening met het geluid van de transformatoren. Plaats deze niet te dicht op bebouwing of andere functies waar verstoring op kan treden. • Stel functionaliteit voorop: geen toeters en bellen, een ingehouden vormentaal en materiaalkeuze. Criteria meervoudig ruimtegebruik • Zet in op meervoudig ruimtegebruik. Functies die gecombineerd kunnen worden met zonnepanelen zijn bijvoorbeeld: - houden van dieren: bv schapen (dus niet alleen voor maaibeheer) of vrije uitloop kippen - natuurontwikkeling; - recreatie: maak het zonneveld bijvoorbeeld toegankelijk • Benut het bestaande elektriciteitsnet optimaal door het zonneveld dichtbij een aansluitpunt op het bestaande net te lokaliseren. • Belast het elektriciteitsnet minimaal door de opwekking van elektriciteit dicht bij de afnemers van elektriciteit te brengen.

Denk bijvoorbeeld aan oplaadpunten voor elektrisch vervoer dicht bij zonnevelden. Criteria natuur, biodiversiteit en klimaatbestendigheid • Vergroot de biodiversiteit, bijvoorbeeld door het maken van ecologische oevers langs watergangen, het inzaaien van kruidenmengsels tussen de panelen en het aanbrengen van beplantingen en het plaatsen van insectenhotels en bijenkasten. • Waarborgen van voldoende licht- en watertoetreding, bij zowel zuidgerichte als oost-westopstellingen. • Onderzoek samen met het waterschap of er een ‘wateropgave’ is in het gebied waaraan een bijdrage geleverd kan worden. Denk bijvoorbeeld aan het vasthouden van water bij droogte of in natte tijden, overtollig water opslaan op terrein of langs de randen van (extra brede) watergangen. criteria beplantingen • streekeigen, inheemse soorten toepassen; • Bij beweiding: uitrasteren beplanting; • Zeeuwse haag is gemende haag van: meidoorn, sleedoorn, hondsroos, wilde liguster, Gelderse roos, veldesdoorn. Kan losgroeiend of geschoren worden toegepast. • meidoorn niet direct naast boomgaard toepassen i.v.m. bacterievuur • Plantmateriaal minimaal in plantmaat 14-16 (bomen) en 100/120, 3-jarig materiaal (struiken) of hagen.

19

4.2 inpassingscriteria per landschapstype/situatie Principedoorsnede inpassing binnen bebouwde kom

Haag, 1-2m breed

Zeeuwse haag of struweel met bomen, 3m breed

4.2.1 binnen bebouwde kom (woonkern + bedrijfsterrein) Binnen bestaand bebouwd gebied van woonkernen en bedrijfsterreinen zijn kleinschalige zonneparken toepasbaar. Wanneer de ruimte op bedrijventerrein dit toelaat zijn evt. ook middenschalige initiatieven tussen de 1 en 2 ha mogelijk. Het ontwikkelen van een zonnepark binnen bestaand stedelijk gebied vraagt om een zorgvuldige aanpak. Het stedelijk gebied kent immers veel verschillende gebruikers, waardoor de ruimtelijke inpassing van een zonnepark veel belanghebbenden treft. Een beperkte landschappelijke inpassing is daarom wenselijk. Uitgangspunt is dat in ieder geval de zijden grenzend aan openbaar toegankelijk gebied worden ingepast. Dit kan op verschillende manieren vorm krijgen: • de aanleg van een 3m brede struweelbeplanting met enkele bomen (2-3 plantrijen) • de aanleg van een 2-3m brede gemengde (Zeeuwse) haag (2 plantrijen) • de aanleg van een 1-2m brede knip-en scheerheg van (haag)beuk, haagliguster (dubbele plantrij op ca 40cm uit elkaar), De hoogte van de hagen/beplantingen dient minimaal de hoogte van de panelen te zijn. Afhankelijk van de exacte locatie en reeds aanwezige landschapskenmerken en stedenbouwkundige structuren kan gekozen worden voor één of meerdere van de voorgenoemde wijzen van landschappelijke inpassing.

Principedoorsnede inpassing kleinschalige tuinopstellingen

Haag, min 1m breed

Zeeuwse haag, ca 2m breed

4.2.2 tuinopstellingen Zowel binnen als buiten de bebouwde kom zijn kleinschalige tuinopstellingen mogelijk. Daarbij mogen de panelen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg en vanuit de buurtuinen (maaiveldniveau). Het hoogste punt van de zonnepanelen (inclusief hulpconstructie) bedraagt daarbij maximaal 2 meter. Er is sprake van een vaste opstelling van zowel de hulpconstructie, het frame/kader als de panelen. Het frame/kader van een zonnepaneel en de hulpconstructie wordt uitgevoerd in de kleur RAL 7016 of donkerder. Inpassingseisen: • Het veld met zonnepanelen wordt aan alle zijden landschappelijk ingepast door middel van een streekeigen haag (groene omkadering). Dit mag een strakke haag zijn (breedte circa 1 meter) of een losse Zeeuwse haag (breedte circa 2 meter). Streekeigen soorten zijn bijvoorbeeld beuk, haagbeuk, veldesdoorn, eenstijlige meidoorn, gewone liguster en taxus. Binnen de bebouwde kom zijn ook meer gecultiveerde soorten toegestaan, mits voldoende dicht. • De groene omkadering heeft een directe relatie met het veld met zonnepanelen. • De groene omkadering mag op maximaal 2 plaatsen onderbroken worden door een opening met een breedte van maximaal 2 meter. • De hoogte van de haag is gelijk aan of hoger dan het hoogste punt van de zonnepanelen.

• Het hiervoor gestelde is niet van toepassing indien er reeds een bestaande, dichte beplanting van voldoende maat aanwezig is, waardoor de zonnepanelen aan het zicht worden onttrokken.

20

4.2.3 bouwvlakken oudlandgebied Het oudlandgebied van Kapelle is landschappelijk fraai en recreatief aantrekkelijk door de diversiteit, kleinschaligheid en de groene uitstraling. Dit dient als uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen. Gezien de maat en schaal zijn alleen kleinschalige zonneparken (1-2 ha) mogelijk op erven bij (agrarische) bedrijven, binnen of direct aansluitend aan het bestaande bouwvlak.

Principedoorsnede bouwvlakken poelgebieden

Singel met boom- en struikvormers, 5m breed

Singel met boom- en struikvormers, 5m breed

Principedoorsnede bouwvlakken kreekruggebieden

Elzenhaag, 2m breed

regels Bij het plaatsen van zonnepanelen dienen de volgende regels in acht te worden genomen: • Er mogen bij een (agrarisch) bedrijf niet meer panelen worden geplaatst dan benodigd voor het eigen gebruik (privé en bedrijfsmatig). • De zonnepanelen worden bij voorkeur geplaatst achter (het verlengde van) de achtergevel van het hoofdgebouw. • De panelen worden geconcentreerd op één locatie binnen het bouwblok. • Het hoogste punt van de zonnepanelen (inclusief hulpconstructie) bedraagt max 2 meter. • Er is sprake van een vaste opstelling van zowel de hulpconstructie, het frame/kader als de panelen. • Het frame/kader van een zonnepaneel en de hulpconstructie wordt uitgevoerd in de kleur RAL 7016 of donkerder. Landschappelijke inpassing Het veld met zonnepanelen wordt landschappelijk ingepast, hetzij door een reeds bestaande (singel)beplanting van voldoende maat (breedte minimaal 5 meter), hetzij door een nieuw te realiseren beplanting. Dit kan op verschillende manieren vorm krijgen:

Zeeuwse haag of struweel met bomen, 3m breed

In de open poelgebieden: • de aanleg van een min 5m brede singelbeplanting met opgaande beplanting van streekeigen bomen en struiken (3-4 plantrijen). • struweel in 3-4 plantrijen, verschoven verband, groepsgewijs mengen. • de bomen in rij of los verspreidt in de struweelbeplanting met onderlinge afstand van ca 10m; • de beplanting moet een eenheid vormen met bestaande en nieuwe erfbeplantingen zodat de erven incl. zonnepanelenveld als een groen eiland in de open polder zichtbaar zijn. In besloten kreekruggebieden: • de aanleg van een dubbele elzenhaag (Alnus glutinosa, Alnus cordata) van 2m breed (3-4m hoog); • de aanleg van een 3m brede Zeeuwse haag (2-3m hoog), losgroeiend en/of een knip - en scheerhaag, met overwegend doornachtige struiken (o.a. meidoorn, sleedoorn, hondsroos, wilde liguster, Gelderse roos, veldesdoorn), evt. aangevuld met bomen; Uitgangspunt is dat alle zijden van het zonnepark landschappelijk worden ingepast. De hoogte van de beplanting is altijd gelijk aan of hoger dan het hoogste punt van de zonnepanelen.

21

4.2.4 op waterbassins Toepassing van (drijvende) zonnepanelen op waterbassins is toegestaan. Door de omringende grondwal is reeds voorzien in een afscherming. Wanneer deze hoog genoeg is en er vanuit de omgeving geen zicht is op de panelen kan een aanvullende landschappelijke inpassing achterwege blijven. Wanneer dit niet het geval is dan moet de wal dusdanig verhoogd worden dat de panelen onzichtbaar zijn, of met een aanvullende beplanting op of naast de wal worden aangebracht in de vorm van een elzenhaag (naast wal) of taludbegroeiing met struweel (op de wal). De voorkeur gaat uit naar een groene wal (gras of beplanting).

Principedoorsnede inpassing op waterbassins

wal

wal

Principedoorsnede inpassing op waterbassins bij te lage omwalling

Verhoogde wal

Wal begroeiing

4.2.5 grootschalige infra Gekoppeld aan de grootschalige infra van wegen en kanalen lijken er ook kansen te liggen voor de toepassing van duurzame energieopwekking in de vorm van zonnepanelen. Daarbij kan gedacht worden aan de taluds van het Kanaal door Zuid-Beveland daar waar deze industriële) bedrijfsterreinen raken. Ook wordt gedacht aan integratie van zonnepanelen in combinatie met geluidsschermen langs de A58. Zoals eerder aangegeven vereist dit maatwerk en overleg met omgevingspartners zoals Rijkswaterstaat. Het is dan ook niet mogelijk om hier op voorhand al criteria voor uit te werken.

22

4.2.6 grootschalig binnen nieuwlandpolders Principedoorsnede grootschalige nieuwlandpolder – optie a

Singelbeplanting 7m breed met boom- en struikvormers

Principedoorsnede grootschalige nieuwlandpolder – optie b

Zeeuwse haag 3m breed met bomenrij in kruidenrijke berm 4m

Inpassing Een klein deel van de gemeente bestaat uit nieuwland: de Willem- Annapolder. Deze polder heeft een overwegend agrarische functie en kenmerkt zich door een grootschalig karakter met een rationeel verkavelingspatroon omringd door dijken. Naast glastuinbouw zijn hier ook windturbines aanwezig en komt de nieuwe hoogspanningsverbinding deels door de polder te lopen. Dit versterkt het grootschalige karakter. Deze grootschaligheid met de aanwezige glastuinbouw, windturbines en hoogspanningsmasten, én het feit dat de polder volledig omringd is met dijken maakt het gebied landschappelijk gezien geschikt voor grootschalige zonneparken, mits deze op zorgvuldige wijze worden ingepast in het landschap. De openheid en bestaande landschappelijke structuur zijn belangrijke kwaliteiten, die zoveel mogelijk overeind moet worden gehouden. Bij de realisatie van een nieuw zonnepark in dit agrarisch werklandschap is de landschappelijke inpassing dan ook een belangrijk aandachtspunt. Dit kan op verschillende manieren vorm krijgen: a. de aanleg van een 7m brede singelbeplanting met opgaande beplanting van inheemse bomen en struiken; b. de aanleg van een 3m brede Zeeuwse haag i.c.m.

een bomenrij (bomen om de ca 10m) in een kruidenrijke berm van 4m (totaal 7m inpassingszone); Afhankelijk van de exacte locatie en reeds aanwezige landschapskenmerken en -structuren kan gekozen worden voor één of meerdere van de voorgenoemde wijzen van landschappelijke inpassing. Uitgangspunt is dat alle zijden van het zonnepark landschappelijk worden ingepast. Belangrijk is dat de hoogte van zonnepanelen beperkt wordt tot max 2,5 meter boven maaiveld, teneinde de grootschalige openheid te kunnen waarborgen. kwaliteitsverbetering Een ontwikkeling van (grootschalige) zonneparken in nieuwlandpolders dient altijd gepaard te gaan met een landschappelijke kwaliteitsverbetering. De ontwikkeling van een zonnepark is aan te merken als een ontwikkeling die een behoorlijke invloed heeft op de omgeving. Derhalve moet een initiatief bijdragen aan het verder versterken van de aanwezige kwaliteiten. Het realiseren van deze kwaliteitsverbetering zal als voorwaardelijke verplichting aan de omgevingsvergunning gekoppeld worden. De gemeente ziet de volgende maatregelen als (landschappelijke) kwaliteitsverbetering: • Het aanleggen c.q. herstellen van natuur- en landschapselementen, bv amfibieënpoelen, natuur(vriendelijke)oevers met riet of nat grasland, een bloemrijke of kruidenrijke zoom, een weiderand of een hakhoutbosje. Dit kan ook buiten de locatie waar het zonnepark gerealiseerd wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10351288/1