2021-20b. D21.252485 Advies landschapsdeskundige 'energie uit de bloesem van Zeeland' versie def - 23-4
Tekst van het document
• Een extra brede landschappelijke inpassingszone: bovenop de vereiste landschappelijke inpassing van 7m breed wordt aanvullend beplanting/vegetatie aangebracht. • Het aanleggen van extensieve recreatieve voorzieningen zoals een nieuw wandel- of struinpad of het herstellen van een oud wandelpad. Voorzieningen als bankjes en bebording zijn zinvolle voorzieningen, mits ze op de juiste locatie geplaatst worden. • Een fysieke bijdrage aan het NatuurNetwerk Zeeland (NNZ) en ecologische verbindingszones. • Het aanleggen van extra waterberging ten behoeve van verbetering van de waterhuishouding (o.a. de aanleg van een amfibieënpoel). Deze lijst van maatregelen is niet uitputtend. Kwaliteitsverbetering is immers maatwerk. De gemeente hanteert als uitgangspunt dat tenminste 10% van de oppervlakte van het zonnepark wordt aangewend voor landschappelijke kwaliteitsverbetering. Indien een landschappelijke kwaliteitsverbetering ter plaatse niet mogelijk en/ of wenselijk is, kan in overleg met de gemeente ook een kwaliteitsverbetering elders worden gerealiseerd, al dan niet in de vorm van een bijdrage in een gemeentelijke groenfonds.
23
CRITERIA WIND
5.
24
5. INPASSINGSCRITERIA KLEINE WINDTURBINES Naast de opwekking van duurzame energie middels zonnepanelen is ook windenergie kansrijk. In de Willem-Annapolder en langs de zeedijk richting Hansweert staan in de huidige situatie al grote windturbines die in de nabije toekomst opgewaardeerd worden waarbij minder molens (van 10 naar 6 st) terugkomen, maar waarbij de turbines wel hoger worden. De ontwikkeling van deze windparken valt buiten het kader van deze visie. Wel is nagedacht over de toepassing van kleinere windmolens in het buitengebied. Het plaatsen van een kleine windmolen lijkt op het eerste gezicht een aantrekkelijke optie om op een milieuvriendelijke manier groene stroom op te wekken. Gezien de berekeningen zijn ze relatief duur, leveren betrekkelijk weinig energie, waardoor de terugverdientijd lang is. Desalniettemin vindt de gemeente Kapelle het belangrijk om initiatieven met betrekking tot groene stroom en duurzame energieopwekking te faciliteren en beleidsuitgangspunten te formuleren ten aanzien van kleine windmolens. Onderzocht is wat de inpassingsmogelijkheden zijn van deze kleine windmolens. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen vrijstaande molens (met een tiphoogte van maximaal 20m) en kleine molentjes (1-5m) die gekoppeld aan bebouwing of vrijstaand worden aangebracht.
5.1 vrijstaande windmolens Bij kleine, vrijstaande windmolens gaat het over molens met een max tiphoogte van 20m. In de Kapelse situatie zal een windmolen met deze hoogte al snel beeldbepalend zijn. In hoofdlijn gelden de uitsluitings- en zoekgebieden zoals bij de kleinschalige zonneparken opgesteld. Plaatsing van kleine windmolens moet in elk geval gekoppeld worden aan het bouwvlak/het erf en één geheel hiermee vormen. Ook is plaatsing op een bedrijfsterrein mogelijk. Om de ruimtelijke impact niet al te groot te laten zijn wordt voorgesteld om de maximum hoogte af te stemmen op de hoogte van de bebouwing. Conform het bestemmingsplan mag in het buitengebied een nokhoogte van max 12m worden gehanteerd. Wanneer voor de maximum ashoogte van de kleine windmolens ook deze hoogte wordt aangehouden, valt de ruimtelijke impact mee. De windmolen dient een neutrale kleurstelling (lichtgrijs) te hebben. In de randzone rondom de kernen en in de kernen zelf (uitgezonderd bedrijfsterreinen) wordt plaatsing uitgesloten.
Criteria vrijstaande windmolens Locatie Plaatsing uitgesloten: • uitsluitingsgebieden zon (zie par 3.3): - begrensde natuurgebieden (bestaand en nieuw); - gebieden direct langs de A58 (1e 300m); - randzones dorpskernen (1e 500m). • niet in woongebied/bebouwde kom Plaatsing mogelijk: • op bedrijventerrein; • In buitengebied (uitgezonderd uitsluitingsgebieden), gekoppeld aan bouwvlak/erf, één molen per erf, op of direct aansluitend aan bouwvlak. hoogte en kleurstelling • Hoogte as molen koppelen aan in bestemmingsplan toegestane nokhoogte schuur: 12m • Neutrale, lichtgrijze kleurstelling
Criteria molens op dak locatie • overal buiten de bebouwde kom en op bedrijfsterreinen mogelijk mits voldaan wordt aan onderstaande criteria hoogte en kleurstelling • Hoogte molen t.o.v. dakvlak max 3m • Los geplaatst op mast tot max 5m hoogte • Licht(wit)grijze kleurstelling
5.2 kleine molentjes Deze molentjes worden vaak gekoppeld aan bebouwing aangebracht op een dak, aan een muur of op een kleine mast. Deze kunnen verschillende vormen hebben en zowel horizontaal als verticaal om de as draaiend zijn (zie voorbeelden hiernaast). Molens die op het dak of aan een gebouw geplaatst worden hebben een relatief beperkte invloed op de omgeving, mits ze niet te groot zijn. Door hun bescheiden omvang en koppeling met bebouwing vormen ze hiermee één geheel. Voorgesteld wordt om deze vorm van energieopwekking overal in het buitengebied toe te staan indien gekoppeld aan een dak en mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Zo mogen de molens niet meer dan 3m boven het dak uitsteken en dient de kleurstelling sober te zijn (lichtgrijs). Geplaatst op een mast zijn de molentjes toegestaan tot een maximum hoogte van 5m. Naast plaatsing in het buitengebied gekoppeld aan het bouwvlak is plaatsing op bedrijfsterreinen mogelijk. Binnen de bebouwde kom (woonbebouwing) wordt plaatsing uitgesloten. Aangezien kleine windmolens in het buitengebied een relatief nieuw fenomeen is binnen de gemeente Kapelle wordt voorgesteld om dit per initiatief te beoordelen.
25
26
BIJLAGEN
BIJLAGE 1: BEOORDELINGSCHEMA INITIATIEF ZON OP LAND
Initiatief
Ligt de beoogde locatie binnen de uitsluitingsgebieden zoals aangegeven in par 3.3 en op de in bijlage 2 opgenomen kaart?
ja
initiatief niet mogelijk
nee In welk landschapstype is de beoogde locatie gelegen?
Kleinschalige tuinopstelling Binnen of buiten bebouwde kom maximaal 5000 Wp (circa 18 panelen)
buiten bebouwde kom: oudlandpolder
binnen bebouwde kom: woon- of bedrijfsterrein
Ligging binnen woongebied?
nee
Ligging binnen bedrijfsterrein?
ja
Tuinopstelling is mogelijk, mits: • Voldaan wordt aan de voorwaarden zoals genoemd in hfst 4, par 4.2.2 • Voorzien is in een inpassingsplan
Kleinschalig zonnepark (<1 ha) is mogelijk, mits: • Voldaan wordt aan de voorwaarden zoals genoemd in hfst 4, par 4.2.1 • Voorzien is in een inpassingsplan
nee
ja
Klein-middenschalig zonnepark (1-4 ha) is mogelijk, mits: • Voldaan wordt aan de voorwaarden zoals genoemd in hfst 4, par 4.2.1 • Voorzien is in een landschappelijk inpassingsplan
Ligging binnen of direct aansluitend aan bouwvlak?
ja
buiten bebouwde kom nieuwlandpolder
nee
Gekoppeld aan grootschalige infrastructuur
ja
Ligging op waterbassin?
Nadere afweging initiatief in afstemming met omgevingspartners als RWS
ja
kleinschalig zonnepark (1-2 ha) is mogelijk, mits: • Voldaan wordt aan de voorwaarden zoals genoemd in hfst 4, par. 4.2.3 en 4.2.4 • Met daarbij onderscheidt tussen inpassing in open poelgebieden en besloten kreekruggebieden • Voorzien is in een landschappelijk inpassingsplan
ja
Grootschalig zonnepark (> 2ha) is mogelijk, mits: • Voldaan wordt aan de voorwaarden zoals genoemd in hfst 4, par 4.2.6 • Voorzien is in een landschappelijk inpassingsplan • Voorzien is in landschappelijke kwaliteitsverbetering (10%)
27
BIJLAGE 2: KAART UITSLUITINGSGEBIEDEN ZON OP LAND
Uitsluitingsgebieden: • begrensde natuurgebieden (bestaand en nieuw) • gebieden direct langs de A58 (1e 300m) • randzones dorpskernen (1e 500m) Kaart uitsluitingsgebieden zon op land
28