2021-14d. D21.252016 8a2. 20210311 Programmabegroting 2022 8a2. 20210311 Programmabegroting 2022
Tekst van het document
De verwachting is dat de kapitaallasten zich in de toekomst om en nabij de € 5,5 mln. zullen stabiliseren (prijsniveau 2022 en een rekenrente van 2% voor de financieringsbehoefte). Bij de overdracht van budget voor de regionale brandweer aan de Veiligheidsregio in 2013 is rekening gehouden met een niveau van € 4,2 mln. aan kapitaallasten. Hierop zijn in het verleden bezuinigingen gerealiseerd in de vorm van een lagere marktrente (2%), verlenging van afschrijvingstermijnen en de invoer van restwaarden op voertuigen. Vervolgens is het budget in de begroting 2020 voor het eerst weer verhoogd, gedekt door een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Het kapitaallastenniveau in de meerjarenbegroting bedraagt vanaf toen ca. € 3,7 mln.
47
€ 6.000.000
Begroting 2021 € 5.500.000
Jaarrekening 2020 € 5.000.000
Begroting 2022
Jaarrekening 2019 € 4.500.000
€ 4.000.000
€ 3.500.000
€ 3.000.000
Begroting 2021 na wijziging € 2.500.000
€ 2.000.000
Kapitaallasten
Niveau begroting
De kapitaallasten lopen op door: Vervangingsachterstand en inflatie (over een groot aantal jaren) Uit een benchmark (2016) is gebleken dat bij VRZ het percentage afschrijvingen ten opzichte van de vaste activa hoger is dan bij andere regio’s, omdat VRZ relatief veel oude voertuigen in gebruik heeft met lage of geen boekwaarden. De prijs voor bijvoorbeeld een nieuwe tankautospuit is nu aanzienlijk hoger dan de prijs van 17 jaar geleden toen de oude voertuigen zijn geactiveerd. Afschaffing BTW-compensatiefonds De aanschafkosten van het meest van de bestaande activa, waarover nu wordt afgeschreven, zijn tot en met 2013 exclusief BTW opgenomen. Met ingang van 2014 is het BTW-compensatiefonds voor Veiligheidsregio’s afgeschaft. Het effect van de afschaffing van het BTW-compensatiefonds op de afschrijvingslasten is destijds berekend op circa € 100.000 per jaar, waarvoor onvoldoende compensatie van het Rijk is ontvangen. De compensatie van het Rijk was alleen voldoende voor het verhogen van de exploitatiebudgetten voor de BTW-component. Als al het (brandweer)materiaal en materieel inclusief BTW is geactiveerd, zal dit effect niet meer optreden. Het totale effect op de kapitaallasten is berekend op ongeveer € 1,1 mln.
Materieel grootschalig brandweeroptreden Vanuit het rijk is het rijksmaterieel voor rampenbestrijding in 2013 ‘aan het veld’ geschonken, in eerste instantie aan het IFV als landelijke ondersteuningsorganisatie. De Veiligheidsregio’s hebben vervolgens het huidig materieel van het IFV gekregen. Dit bestaat bij VRZ onder andere uit 6 dompelpompen/watertransportsystemen en 2 commando-containers. Vervanging wordt, afhankelijk van de maximale technische levensduur, verwacht in de periode 2023 t/m 2025. Dit leidt tot een schoksgewijze verhoging van de kapitaallasten. Onderhoud (brandweer)materieel en - materiaal VRZ werkt voor onderhoud met drie servicecentra, gepositioneerd in Terneuzen (kazerne Koegors), Middelburg (kazerne Stromenweg) en Borssele (kazerne Quistenburg). De servicecentra voeren beheertaken uit op het gebied van grote en kleine voertuigen, bepakkingen, ademlucht, bluskleding etc. Daarnaast wordt een aantal beheertaken centraal uitgevoerd, zoals niet-repressieve kleding, verbindingsmiddelen etc. Deze centrale taken zijn binnen één van de servicecentra’s gepositioneerd. 48
Onderhoudskosten voertuigen en materiaal (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
Onderhoud materieel en -materiaal Investeringsplan Werkplaatsinrichting servicecentra Totaal
Realisatie 2020 1.188.089
Begroting 2021 (na wijziging) 956.300
Programma begroting 2022 977.700
16.006 1.204.095
47.273 1.003.573
977.700
Onderhoud kantoren VRZ (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen) VRZ is sinds januari 2017 eigenaar van het kantoor Segeerssingel 10 te Middelburg. Hierin was tot medio 2020 ook de Meldkamer Zeeland gehuisvest. In het kader van het onderzoek naar de samenwerking tussen VRZ, GGD en RUD is voortgang op het huisvestingdossier tijdelijk ‘on hold’ gezet. Zodra er meer duidelijkheid is omtrent samenwerking wordt dit dossier met urgentie opgepakt. Medio 2020 is de Meldkamer Zeeland-Brabant gehuisvest in Bergen op Zoom. Een vleugel van de Segeerssingel 10 staat sindsdien leeg. Er is in 2021 nog een bedrag van € 100.000 voorzien voor investeringen in o.a. de klimaatinstallatie. Het gebouw plus de verbouwingskosten worden in 25 jaar afgeschreven zonder rekening te houden met een restwaarde. Uiteindelijk resteert de waarde van de grond op de balans. In de begroting 2022 is voor onderhoud een totaalbedrag van € 76.400 opgenomen. Onderhoudskosten kantoren VRZ (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
Gebruikers- en eigenaarsonderhoud Segeerssingel 10 Middelburg Kantoormeubilair Investeringsplan 6 Aanpassingen Segeerssingel 10, GMZ Aanpassingen installaties Segeerssingel 10 Totaal
Realisatie 2020 56.386
Begroting 2021 (na wijziging) 70.500
Programma begroting 2022 76.400
135.000 100.000 205.500
76.400
1.164 15.000 29.779 102.329
Naast de Segeerssingel 10 te Middelburg bevinden zich o.a. op de kazernes Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele Quistenburg en Terneuzen Koegors kantoren van VRZ. Ook op een aantal kleinere posten zijn werkruimtes beschikbaar. Onderhoud en vervanging brandweerposten Het eigendom van de brandweerposten en het beheer daarvan is in 2013 niet aan VRZ overgedragen. Voor alle brandweerposten is een verdeling van de verantwoordelijkheid voor het onderhoud afgesproken. Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor in 2013 een zogenaamde demarcatielijst vastgesteld. Hierbij geldt dat het (gebruikers)onderhoud van de in de demarcatielijst onder de kolom “VRZ” opgenomen zaken voor rekening komt van VRZ. De kosten voor onderdelen die wortel- en nagelvast zijn, zijn voor rekening van de gemeenten. De kosten voor de losse inventaris zijn voor rekening van VRZ. De bestaande inventaris is in 2013 ‘om-niet’ overgedragen aan VRZ. Voor de 6
Investeringen in de huisvesting volgen op besluitvorming op het onderzoek naar de samenwerking VRZ, GGD, RUD.
49
vervanging is dus geen financiële ruimte overgedragen. Hiervoor is € 25.000 per jaar voorzien (op het investeringsplan). Afschrijving zal plaatsvinden in 10 jaar. In de Notitie Huisvesting brandweerposten, die op 1 maart 2018 in het AB is vastgesteld, zijn de uitgangspunten voor oprichting en vervanging vastgesteld. Indien binnen een gemeente brandweerposten worden gesloten of nieuwe brandweerposten worden opgericht, dan zijn de investeringslasten in eerste instantie voor de betreffende gemeente. De gemeente brengt daarbij de kapitaallasten in die de gemeente ook in de begroting zou (moeten) verwerken voor het vervangen van de bestaande brandweerpost. Een nieuwe brandweerpost heeft minimaal twee uitrukdeuren of verlengde diepte. Indien (een) extra deur(en) of verlengde diepte noodzakelijk is/zijn voor regionaal materieel van de basis brandweerzorg, dan zijn de kosten voor: a) individuele gemeente, bij een gelijke situatie; b) alle gemeenten, indien meer uitrukdeur(en) gewenst zijn dan in de huidige situatie; c) als er sprake is van frictiekosten vindt hierover overleg plaats tussen partijen. Onderhoudskosten brandweerposten(exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
Gebruikersonderhoud brandweerposten Gebruikersonderh. brandweerposten (INC) Eigenaarsonderhoud Stadsgewest Vlissingen-Middelburg7 Energiebesparende maatregelen Investeringsplan Vervanging inventaris brandweerposten Inventaris nieuwe kazerne Rilland Totaal
Realisatie 2020 203.187 69.768
Begroting 2021 (na wijziging) 119.700 35.000 71.000
17.108
12.800
25.528
25.000 30.000 295.500
315.991
Programma begroting 2022 126.600 72.000
25.000 30.000 253.600
7
Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen (SGB) abusievelijk het volledige onderhoudsbudget, bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van € 68.000 in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
50
1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering Visie en kernwaarden VRZ Zoals in de inleiding reeds is aangegeven zal medio 2021 het nieuwe beleidsplan worden vastgesteld. Afhankelijk van de ambities in dit beleidsplan wordt de (meerjaren)begroting 2022 bijgesteld. Onderzoek Begin 2021 is een onderzoek gestart naar de mogelijkheid voor een eventuele samenwerking tussen GGD, RUD en VRZ. Bij alle drie de organisaties zijn medewerkers, onder leiding van een extern bureau, gestart met het verkennen van de mogelijkheden tot samenwerking. De uitkomsten van dit onderzoek worden in het 2e halfjaar 2021 verwacht. Rechtmatigheidsverantwoording vanaf 1 januari 2021. Vanaf 2021 moeten naast gemeenten ook gemeenschappelijke regelingen een rechtmatigheidsverantwoording afgeven. Een rechtmatigheidsverantwoording is een verantwoording van het DB aan het AB waarin ze aangeeft dat de organisatie rechtmatig heeft gehandeld. Rechtmatig handelen is handelen conform/ voldoen aan wet- en regelgeving. Het gaat hierbij om financiële rechtmatigheid. De accountant gaf tot en met 2020 een verklaring af over getrouw beeld en financiële rechtmatigheid. Dat laatste komt nu bij DB te liggen. De accountant geeft vanaf 2021 een verklaring af over het getrouw beeld inclusief getrouw beeld bestuur verantwoording. Hierbij wordt meer gesteund op de verbijzonderde interne controle.
Het jaar 2021 wordt benut om de organisatie en interne beheersing zodanig in te richten dat het afgeven van deze verantwoording door het Dagelijks Bestuur mogelijk is. Bij de voorbereiding wordt samengewerkt met de Zeeuwse Gemeenten en andere gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast vindt ook landelijke samenwerking plaats tussen veiligheidsregio’s om het afgeven van een rechtmatigheidsverantwoording mogelijk te maken. Doelmatigheid In 2023 wordt een doelmatigheidsonderzoek uitgevoerd door controllers van Zeeuwse gemeenten Doorzetten van de ingezette ontwikkeling en ondersteunen meerjarenbeleidsplan 2022-2025 Het woord bedrijfsvoering staat voor het besturen en beheersen van de organisatie, c.q. van de bedrijfsprocessen. In organisaties wordt het woord ook veel gebruikt voor ondersteunende werkzaamheden, denk aan personeel, informatie(-voorziening), organisatie, facilitair, financiën, automatisering en huisvesting. Op en over deze zogenaamde PIOFAH-functies is VRZ trots, maar VRZ is zich ervan bewust dat het altijd beter kan en moet. Na het voor Bedrijfsvoering intense Corona-jaar 2020 volgde 2021 waarin de basis is gelegd voor een verdere verbetering van de bedrijfsvoering.
In 2020 hadden veel medewerkers binnen bedrijsfvoering een functie in de crisisorganisatie, moest het (thuis-) anders-werken worden ondersteund/gerealiseerd, moest er zelf vooral vanuit huis worden gewerkt en “bleef de winkel open”: de reguliere producten zijn geleverd. Als gevolg van het jaarplan Bedrijfsvoering 2021 is Bedrijfsvoering beter geworden wat betreft aansluiting op de wensen en noodzaken van de primaire taken van de VR Zeeland. Binnen geheel VRZ is vanaf 2020 projectmatig werken geïncorporeerd. Het meerjarenbeleidsplan 2022-2025 verandert de opgaven voor de organisatie én voor Bedrijfsvoering. De organisatie moet: wendbaarder, digitaler, meer data-ondersteund, meer duidelijke rol- en verantwoordelijkhedenverankering en nog bedrijfsmatiger/zakelijker, worden. Op het moment van dit schrijven is nog onbekend welk meerjarig beleid bestuurlijk wordt voorgestaan, maar de externe ontwikkelingen leiden naar verwachting tot veranderingen. Ook onbekend is of en wat de financiële consequenties hiervan zijn. Eventuele financiële gevolgen zullen volgens de reguliere besluitvormingsprocessen worden aangeboden. In 2021 heeft bedrijfsvoering stappen gezet om voorliggende ontwikkelscenario's mogelijk te maken. 51
Uit externe onderzoeken (2017 Twijnstra Gudde en 2020 Berenschot) blijkt overigens dat met relatief weinig mensen, veel en goed werk wordt verzet op het gebied van bedrijfsvoering. Speerpunten voor bedrijfsvoering in 2022 De focus ligt voor Bedrijfsvoering op het managen van ons menselijke kapitaal, digitalisering en risico’s: -
menselijk kapitaal is belangrijkste succesfactor van de organisatie digitalisering risicomanagement: risico's zijn bijvoorbeeld overvraag, terugval op oude gewoontes en kwetsbaarheid in solofuncties.
Het menselijk kapitaal managen betekent onder meer het ontwikkelen en introduceren van Strategische PersoneelsPlanning (SPP). Ons kennisintensieve en specialistische werk vraagt dat we meerjarig vooruitkijken om ook in de toekomst te kunnen blijven voorzien in de invulling van operationele functie bij de brandweer en crisisbeheersing, met name voor de operationele hoofdstructuur. Met de introductie van een ERP-systeem per 1 januari 2021 is een goede aanloop genomen voor het werken aan een digitale organisatie. Het biedt onder meer betere mogelijkheden om de stuurinformatie op operationeel en het personeelsgebied te verbeteren. Daarnaast moeten de bestuurlijk besluiten in het meerjarenbeleidsplan worden ondersteund in implementatie en uitvoering. Belangrijkste antwoorden op drie focuspunten is het doorzetten van de lijn uit 2021. Dat betekent dat in de uitvoering van het jaarplan 2022 door Bedrijfsvoering grote aandacht moet zijn voor proceskwaliteit. Sinds de start van de veiligheidsregio is gewerkt met een begroting die onder druk staat en die steeds onder druk heeft gestaan. Dat heeft van meet af aan geresulteerd in krappe bemensing van de (bedrijfsvoerings-)taken en heeft verbeteringsinitiatieven soms gesmoord of vertraagd.
Met de vertragende economische conjunctuur in 2020 en 2021 en met gemeentelijke partners, die financieel onder druk staan, ligt het niet in de lijn der verwachtingen dat hier snel verandering in komt. Met het oog op het nieuwe meerjarenbeleidsplan 2022-2025 moeten de verwachtingen daarom worden gemanaged en bezien worden wat voor versterking echt nodig is. Dat betekent ook dat er begrip moet zijn dat Bedrijfsvoering niet (direct) aan alle verwachtingen invulling kan geven en dat iedere nieuwe impuls vanuit de organisatie kritisch moet worden afgewogen op noodzakelijkheid en bijdrage aan de organisatiedoelen.
52
Organogram Vanaf 2018 ziet de organisatie er als volgt uit:
Bestuur
Commandant Brandweer/ Bestuurssecretaris
Control & Audit
Brandweerzorg
Clustercommandanten Bevelanden / Tholen, Walcheren / SchouwenDuiveland, ZeeuwsVlaanderen
Gemeenschappelijke Meldkamer (weg per juni 2020)
Directeur GHOR
Coördinerend gem. secretaris
Risico- en Crisisbeheersing
Directiestaf
Crisisbeheersing
HRM
GHOR
Financiën
Bevolkingszorg
I&A Risicobeheersing ITR
Operationele Voorbereiding
Facilitair Risicobeheersing WWR
Vakbekwaamheid
Materieel Techniek Logistiek
53
1.2.3 Paragraaf Financiering Inleiding De paragraaf financiering is samen met het treasurystatuut voorgeschreven in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). De wet is per 1 januari 2001 in werking getreden. Algemeen Het streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn) noemen we treasury-functie. Om deze functie goed uit te voeren, kijken we naar de liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie voeren wij uit binnen de normen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet FIDO(Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheids Financiën) en het Treasurystatuut. Doelstelling Het treasurybeleid van de VRZ is gericht op de ondersteuning van de uitvoerende werkzaamheden en heeft een risicomijdend en voorzichtig karakter.
Uitgangspunten zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden; • De risico’s die aan de financiële transacties zijn verbonden zoveel mogelijk te beheersen en beperken; het betreft het renterisico’s, koersrisico’s en het debiteuren-/crediteurenrisico; • De rentelasten van de leningen zoveel mogelijk beperken; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan financiële en liquide middelen komen (door het aangaan van geldleningen). Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de WET FIDO twee instrumenten: de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. In de Wet HOF zijn de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het beleggen van overtollige financieringsmiddelen bij de Schatkist, het zogenaamde schatkistbankieren. Dit zijn de drie indicatoren voor het treasury-beleid. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een instrument om de renterisico’s op de netto vlottende schuld te beheersen en bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. Voor VRZ bedraagt de limiet: Berekening kasgeldlimiet Omvang van de begroting op 1 januari 2022 Kasgeldlimiet in procenten van de omvang Kasgeldlimiet in bedrag Totaal netto vlottende schuld, 31-12-2020 Ruimte
2022 € 37.082.827 8,20% € 3.040.792 -€ 5.713.231 € 8.754.023
Het positieve saldo zal naar verwachting de komende jaren ingelopen worden door aflossingen op de langlopende schuld, een toename van de activa, een afname van de vooruit ontvangen subsidies en een afname van de reserves.
54
Renterisico op langlopende schuld Evenals bij de korte schuld is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van VRZ als gevolg van renteschommelingen bij lange financiering een belangrijk uitgangspunt. Om de effecten van deze schommelingen te beheersen is in de wet Fido de renterisiconorm opgenomen. Deze heeft het doel renterisico's op de vaste schuld te beheersen door het aanbrengen van een spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille. Door onze langlopende financiering te realiseren binnen de kaders van de renterisiconorm wordt het renterisico van de langlopende schuld op verantwoorde wijze beheerst. Leningenportefeuille
Leningnummer 40.110.820 40.110.839 40.111.707 40.110.883 40.110.882 Totaal Gemiddeld in 2022
Hoofdsom 3.100.000 4.000.000 20.000.000 2.000.000 2.000.000
Leningenportefeuille Looptijd Opnamedatum 25 20-1-2017 15 15-9-2017 17 14-2-2018 15 2-1-2019 15 2-1-2020
Aflossing/jaar 124.000 266.667 1.176.471 133.333 133.333 1.833.804
Rente 1,30% 1,07% 1,22% 1,45% 1,67% 1,26%
Renterisico op de leningenportefeuille Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm
2022 € 37.082.827 20% € 7.416.565
2023 € 37.236.381 20% € 7.447.276
2024 € 37.724.831 20% € 7.544.966
2025 € 38.158.581 20% € 7.631.716
Renteherziening op vaste schuld o/g Aflossingen Renterisico Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm
2022 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 7.416.565 € 5.532.761 €0
2023 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 7.447.276 € 5.563.472 €0
2024 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 7.544.966 € 5.661.162 €0
2025 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 7.631.716 € 5.747.912 €0
Uitzettingen In 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Deze wet bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen (zie 2.3.2 Geprognosticeerd EMU-saldo). Het (eventuele) positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het Ministerie van Financiën in het kader van ‘het schatkistbankieren’. Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook VRZ, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke 55
taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Tegelijkertijd met de wet is een ministeriële regeling van kracht geworden. Onderdeel van die regeling is de rekeningcourantovereenkomst die iedere decentrale overheid krijgt met de Staat der Nederlanden. Financieringsbehoefte en ontwikkeling rentelasten 2023
2022
2021
2024
2025
Liquide middelen 1/1
13.401.884
4.580.419
-48.360
-2.804.444
-2.430.475
Investeringsplan Afschrijvingen
-7.035.448 3.027.877
-5.112.220 3.451.682
-12.741.800 3.532.403
-9.054.975 4.005.748
-5.539.400 4.536.160
Mutatie Eigen vermogen Mutatie Overl. passiva met spec. bestedingsdoel
-2.199.036 -781.054
-834.436 -300.000
-512.883 0
-243.000 0
-72.750 0
Aflossingen
-1.833.804
-1.833.804
-1.833.804
-1.833.804
-1.833.804
Liquide middelen 31/12
4.580.419
-48.360
-11.604.444
-9.930.475
-5.340.269
Financieringsbehoefte
0
0
8.800.000
7.500.000
4.300.000
4.580.419
-48.360
-2.804.444
-2.430.475
-1.040.269
0 0 0 352.878 352.878
0 0 0 303.800 303.800
0 88.000 -30.000 280.800 338.800
0 251.000 -30.000 248.900 469.900
0 369.000 -30.000 200.900 539.900
Totaal *) Rente (kort) over financieringsbehoefte Rente (lang) over financieringsbehoefte Planningsoptimisme Rente over lopende leningen Totaal
*) Negatieve bedragen worden gefinancierd met kort geld binnen de kasgeldlimiet (tegen een rekenrente van 0%)
De komende jaren is er sprake van een fors investeringsprogramma. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 1.2.1 ‘Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen’. De boekwaarde van de activa stijgt daardoor van € 25 mln. in 2020 naar circa € 46 mln. in 2025. De lange termijnschulden van VRZ nemen mede hierdoor toe van € 27 mln. in 2020 naar circa € 39 mln. in 2025. De stijging van de lange termijn schulden is geringer dan de stijging van de boekwaarde van de activa, vooral omdat er eind 2020 nog ruim € 13 mln. aan liquide middelen beschikbaar is (schatkistbankieren). Voor de stand en het verloop van de reserves wordt verwezen naar paragraaf 2.3.3.
56
1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Binnen de private en publieke sector is sprake van toenemende aandacht voor het inzicht in en de beheersing van risico’s. Het spectrum van veiligheidsregio’s vormt hierop geen uitzondering. Risicomanagement is daarom een vast onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 19 december 2013 is de ‘Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. Hierin is het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s aangegeven. De notitie is ook in 2022 nog steeds actueel. In deze notitie worden de termen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: •
Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Het gaat daarbij om de verhouding tussen de weerstandscapaciteit, ofwel de beschikbare (financiële) middelen die zonder ingrijpende beleidswijzigingen beschikbaar zijn en de risico’s.
•
Risico’s moeten in dit verband worden opgevat als reële, doch niet altijd te kwantificeren, bedreigingen die, ook nadat maximale inspanningen zijn verricht om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.
Een nuttig instrument om risico’s efficiënter en effectiever te beheersen en tegelijkertijd organisatiedoelstellingen te realiseren is risicomanagement. Het managen van risico’s geeft geen garantie dat gebeurtenissen met een negatief gevolg niet (meer) zullen optreden, maar het geeft de organisatie wel tools om zich bewust te worden en blijven van mogelijke risico’s en middels beheersmaatregelen te anticiperen op het plaatsvinden ervan. Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • • •
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's.
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien en de algemene reserve. Aanvullend is vanuit de VZG bepaald dat het onbestemde deel van de bestemmingsreserves onder beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerangschikt. De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.
57
Op basis van de jaarrekening 2019 heeft de algemene reserve van VRZ eind 2019 een saldo van € 1.490.829. De concept-jaarrekening 2020 laat een positief resultaat zien. Het bestuur zal worden voorgesteld de algemene reserve aan te vullen tot het maximum-saldo van € 1.841.733. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee begin 2022 naar verwachting: • • •
Algemene reserve Onttrekking begroting 2021 Post onvoorzien Totaal
€ 1.841.733 -/- € 334.403 € 50.000 € 1.557.330
De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee eind 2022 naar verwachting: • • • •
Algemene reserve Onttrekking begroting 2022 Brandweerzorg 2030 (in 2022) Post onvoorzien Totaal
€ 1.507.330 -/- € 311.003 -/- € 200.000 € 50.000 € 1.046.327
Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Immers, het is vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico’s is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Risico’s
Kans op optreden in 2022 in %
Impact 2022
Benodigde weerstandscapaciteit 2022
Later of niet realiseren van de structurele taakstelling 2022 ad € 90.674 In de begroting 2021 en 2022 is uitgegaan van een loonstijging van respectievelijk 2% (na aftrek van de ABPpremiestijging vanaf 2021) en 0,6 % cfm vzg norm. Samen 2,6% voor de periode 2021 en 2022. De VZG norm wordt vergoed via de gemeentelijke bijdragen. De werkelijke loonstijging, als gevolg van de onderhandelingen voor de cao vanaf 2021, kan hiervan afwijken. Bv. 3,6% over € 22.600.000. Het verschil nacalculatorisch is dan 1% nadelig Risico op een lagere rijksbijdrage (BDUR) als gevolg van ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven in Nederland in relatie tot Zeeland en/of een lagere loon- en prijscompensatie dan geraamd
10%
90.000
9.000
50%
226.000
113.000
50%
50.000
25.000
04
Werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs zijn verplicht eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). Als eigenrisicodrager voor de WW betaalt VRZ de kosten van de WW-uitkering, als (ex)-werknemers werkloos worden
50%
100.000
50.000
05
Risico dat de bijdrage voor het project Externe Veiligheid (BEVI) vanaf 2022 gedeeltelijk wordt ontvangen. De eerdere bijdrage bedroeg € 98.600. Te verwachten is ca. € 38.000 Risico dat de bijdrage van North Seaports (Maritieme Veiligheid) na 2022 gedeeltelijk wordt ontvangen of niet voor het volledige bedrag van € 175.000 Risico dat de bijdrage van NV Westerscheldetunnel (tunneltraining) na 2024 niet meer wordt ontvangen. Er is een overeenkosmt afgesloten tot 2024.
90%
60.000
54.000
5%
100.000
5.000
Nvt in 2022
Nvt in 2022
Nvt in 2022
01 02
03
06
07
58
08
09
10 11
12 13 14 15 16 17 18
19
20
21
22
23 23
Claims agv wetgeving zoals de AVG. De bewaker hiervan is de autoriteit persoonsgegevens en deze heeft de mogelijkheid om boetes op te leggen (tot ca. 4% jaaromzet) Risico dat de feitelijke kosten van de exploitatie van de gezamenlijke Meldkamer Zeeland-Brabant hoger zijn dan begroot. Er is nog sprake van afbouw van de formatie. Dit risico is al deels afgedekt met de reserve meldkamer. Risico op hogere kosten vrijwilligers indien meerdere grote incidenten in een jaar voorkomen Uitval in die gevallen waarin slechts één persoon bepaalde werkzaamheden verricht (inhuur tbv vervanging van één persoon). Ivm risico op langdurige crisis wordt dit hoger geacht dan in begroting 2021 Uitval online ICT diensten Claim volgens het niet (goed/volledig) uitvoeren van de Wet Poortwachter Stijging brandstofprijzen. Impact is gekwantificeerd op basis van een prijsstijging van ca. 15% Risico op een hogere bijdrage aan het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) voor VRZ Rentestijging financieringsbehoefte in 2022 Risico op juridische procedures, onder andere bij aanbestedingstrajecten en arbeidsgeschillen Het vergroten van de beschikbaarheid van vrijwilligers vormt een belangrijk aandachtspunt de komende jaren.
Het risico op uitstroom van brandweervrijwilligers mede als gevolg van vergrijzing, groter dan de instroom, zou extra kosten voor wervingscampagnes en opleidingen tot gevolg kunnen hebben om de posten op sterkte te houden. Impact is gebaseerd op de inkoop van een extra opleiding Manschap A voor 12 manschappen ( € 150.000) Naar verwachting wordt in de loop van 2021/2022 duidelijk wanneer en op welke wijze de wet Normalisering rechtspositie ambtenaren ingevoerd wordt voor brandweerpersoneel. Deze wet zorgt ervoor dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde arbeidsrechtelijke positie krijgen als werknemers in het bedrijfsleven en op grond van een arbeids-overeenkomst werkzaam zijn. De loonkosten kunnen hierdoor stijgen en de WnRA kan leiden tot (gedeeltelijke of volledig) einde van vrijwillige brandweer. De invoering leidt tot taakdifferentiatie tussen beroeps en vrijwilligers. Dit meerjarig traject is onderdeel van de kabinetsformatie 2021 Vanuit het veiligheidsberaad is gesteld dat financiering van het rijk een ontbindende voorwaarde is. Kans op optreden is om bovenstaande redenen geschat op 20%. Het totaalrisico op 7,5 mln voor Zeeland. Naar schatting is minimaal 1 a 2 jaren gemoeid met implementatie. Voorzichtigheidshalve is rekening gehouden met een impact voor 2022.
De jaren erna kan ditzelfde risico zich eveneens in deze vorm voordoen Overschrijding van de belastingvrije ruimte WKR met als risico loonheffing verschuldigd zijn over het bedrag van de overschrijding. De ruimte is inmiddels gebudgetteerd; het risico is daarom verlaagd naar 10% De aanleg en onderhoud van primaire bluswatervoorzieningen is de verantwoordelijkheid van gemeenten. Bij niet voldoende aanwezigheid van primaire bluswatervoorzieningen loopt VRZ operationeel risico en daardoor imagoschade en/ of claims van derden Langdurige gripsituatie i.v.m. bijzondere (langdurige) rampen en crisis met extra kosten tot gevolg zoals bijvoorbeeld Covid19 in 2020/2021 Ransomware of andere externe aanval op ICT infrastructuur met financiële schade tot gevolg De voertuigenverzekering is voor de oudere (brandweer) teruggebracht naar een WA-dekking voertuigen (>15 jr. voor zware voertuigen en >8 jr voor dienstvoertuigen). Dit brengt het risico met zich mee dat in geval van een ongeval, waarbij een ouder voertuig is betrokken, met schuld VRZ, restwaarden moeten worden afgeboekt zonder dat er een verzekeringsvergoeding tegenover staat
10%
100.000
10.000
50%
30.000
15.000
25%
175.000
44.000
50%
300.000
150.000
2% 10%
50.000 75.000
1.000 7.500
25%
40.000
10.000
25%
40.000
10.000
Nvt in 2022 10%
Nvt in 2022 200.000
Nvt in 2022 20.000
50%
150.000
75.000
20%
7.500.000
1.500.000
10%
50.000
€ 5.000
PM
PM
PM
10%
400.000
40.000
10%
250.000
25.000
10%
50.000
5.000
59
24
25
De toenemende aanscherping van regelgeving rondom P-fas houdende middelen kan mogelijk leiden tot versnelde afschrijving van blusschuim VRZ wordt per 2022 of 2023 eigen risicodrager bij ongevallen. Op dit moment hebben alle veiligheidsregio’s nog een ongevallenverzekering. Voorgaande komt onder meer voort uit de marktwerking bij verzekeringsmaatschappijen. De mate waarin het eigenrisicodragerschap vorm gaat krijgen, wordt nog bepaald. Totaal
50%
200.000
100.000
25%
100.000
25.000
€ 10.336.000
€ 2.298.500
Beoordeling weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Beschikbare weerstandscapaciteit Deze uitkomst wordt gepresenteerd in de vorm van een ratio: Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de financieel berekende risico’s in de begroting 2022 is de ratio weerstandsvermogen begin en eind 2022: Begin 2022:
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
= =
€ 1.557.330 € 2.298.500
= 0,68
Eind 2022:
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
= =
€ 1.046.327 € 2.298.500
= 0,46
Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van VRZ begin 2022 en eind 2022 respectievelijk als “onvoldoende” en “ruim onvoldoende” geclassificeerd. Indien risico’s daadwerkelijk cumulatief optreden, kan dit mogelijk wel leiden tot een negatief resultaat. In de Notitie risicomanagement en weerstandsvermogen is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. Inmiddels is de gemeenschappelijke regeling 2017 VRZ vastgesteld. Conform de VZG-richtlijn is hierin opgenomen artikel 25 : “Veiligheidsregio Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten tot maximaal 5% van de jaaromzet, inclusief de bijdrage van de deelnemers.” Dat betekent voor 2022 een maximale reserve van 5 % van € 37.082.827 = € 1.854.141. De beschikbare weerstandscapaciteit is, rekening houdend met het bestedingsvoorstel van het resultaat van de jaarrekening 2020 en de begroting 2021, begin 2022 aanzienlijk lager dan de maximaal toegestane weerstandscapaciteit en zelfs ruim onvoldoende. Verloop van de kengetallen Begroting 2022 Kengetallen: Netto schuldquote (NSQ) NSQ gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
2020 Jaarrekening 56,11% 56,11% 12,33% 0 Nvt Nvt
2021 Begroting 72,42% 72,42% 7,69% 0 Nvt Nvt
Verloop van de kengetallen 2022 2023 2024 2025 Begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming 73,53% 106,33% 118,85% 120,44% 73,53% 106,33% 118,85% 120,44% 5,39% 3,10% 2,14% 1,87% 0 0 0 0 Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRZ ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen is voor VRZ gelijk aan 60
de netto schuldquote. De netto schuldquote neemt naar verwachting toe. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van VRZ bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De solvabiliteitsratio neemt naar verwachting af. Het financiële kengetal "structurele exploitatieruimte" geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De structurele exploitatieruimte bestaat uit het saldo van de structurele baten en structurele lasten. VRZ beschikt in de begroting en meerjarenraming niet over structurele exploitatieruimte. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.1 ‘’Prognose begin- en eindbalans 2021 t/m 2025’ voor meer toelichting op het verloop van de kengetallen.
61
1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn in het Besluit ‘Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten’ gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente c.q. de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk en financieel belang heeft. Operationeel Centrum Veiligheidsregio/Brandweer (OC VR/Brw) Doel en belang Het door het OC VR/Brw bieden van een snelle en effectieve hulpverlening aan de burger, waarbij deze zoveel mogelijk in het eerste contact geholpen wordt, en het snel en effectief begeleiden en coördineren van de hulpdiensten in Zeeland en Midden-West-Brabant. De doelstelling van één meldkamerorganisatie is ook dat de Meldkamers elkaars werk kunnen overnemen, zodat zij elk incident in heel Nederland kunnen afhandelen, onafhankelijk van waar het zich voordoet. Deelnemers VRMWB en VRZ Bestuurlijk belang De besturen van de veiligheidsregio’s hebben een convenant gesloten, dat afspraken bevat over de uitvoering van de meldkamerfunctie. Indien geschillen ontstaan met betrekking tot de uitleg of uitvoering van de bepalingen in dit convenant treden de algemeen besturen van partijen met elkaar in overleg om in gezamenlijkheid tot een voor iedere partij aanvaardbare oplossing te komen.
Financieel belang De verdeling van de kosten van de brandweermeldkamer (inclusief CaCofunctie) vindt plaats op basis van inwoneraantallen van beide Veiligheidsregio’s (74% VRMWB - 26% VRZ). Na verloop van een periode van vier jaar, voor de eerste keer ten behoeve het jaar 2024 wordt de verdeelsleutel op basis van de nieuwe inwoneraantallen opnieuw vastgesteld. Risico’s Eind 2020 was er nog sprake van een hogere bezetting dan de afgesproken formatie. De bezetting zal worden afgebouwd. Ook is er sprake van tijdelijke reiskosten woon-werkverkeer in de periode 2020-2025 (5 jaar). De komende jaren kan hierdoor nog sprake zijn van hogere kosten. In de loop van 2021 zal een nieuwe (meerjaren)begroting opgesteld worden. Tijdelijke, extra kosten worden opgevangen met de reserve meldkamer. Portefeuillehouder Dhr. J. Lonink Mw. E. van der Reijden, lid beheeroverleg OC VR/BRW
62
1.2.6 Paragraaf Taakstelling De programmabegroting 2020 was sluitend door het opnemen van een algemene structurele taakstelling. De afgelopen jaren hebben we al stevig ingezet op het verminderen van structurele uitgaven. In de begroting 2020 en 2021 was het met huidige koers en beleid niet mogelijk om deze sluitpost geheel structureel om te buigen. Het bestuur heeft VRZ opdracht gegeven om deze (meerjarige) sluitpost in de begroting 2020 als taakstelling te realiseren. Los van een taakstelling erkent VRZ de noodzaak om continu de eigen organisatie door te lichten op doelmatigheid. In 2019/2020 zijn reeds een aantal maatregelen genomen. Vanaf half maart 2020 heeft VRZ prioriteit gegeven aan de Covid-19 crisis, waardoor in 2021 met behulp van input van medewerkers en leidinggevend wordt bezien welke (rest) maatregelen nog mogelijk zijn binnen VRZ. VRZ is door actieve sturing in 2020 er ondanks de Covid-19 crisis in geslaagd om 2 incidenteel toegekende fte’s voor advisering binnen risicobeheersing (ondanks verwachte minimaal gelijkblijvende stroom adviesverzoeken) structureel in te bedden binnen de totale formatie van risicobeheersing. Dit betekent dat de taakstelling in 2022 met € 125.000 oplopend tot een totaalbedrag van € 155.000 in 2024 kan worden verlaagd.
Vanaf 2021 wordt nog bezien welke besparingen/ doelmatigheidsmaatregelen voor VRZ nog mogelijk zijn met behoud van kwaliteit en taakuitvoering. In 2019/2020 heeft VRZ gestuurd middels het plan van aanpak taakstelling, met de volgende conclusies: •
•
•
VRZ heeft van 2021 tot en met 2024 voor een bedrag van € 486.100 aan structurele maatregelen in gang gezet. Dit ook (gedeeltelijk) voor de frictiekosten veroorzaakt door vertrek van de meldkamer. Daarentegen is aan de andere kant rekening gehouden t/m 2024 met het begroten van de uitloopschalen. Indien nodig bestaat de mogelijkheid om incidenteel (gedeelten van) de taakstelling (bijvoorbeeld van de meldkamer) in 2022 op te vangen vanuit de algemene reserve en/of bestemmingsreserves. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien maatregelen nog niet in voldoende mate zijn geïmplementeerd., bijvoorbeeld als gevolg van de langdurige covid—19 crisis Bestuurlijke keuzes en wijziging van de beleidskoers op basis van het nieuwe beleidsplan zijn noodzakelijk om het totaal openstaand bedrag aan taakstelling uit de (meerjaren)begroting 2020 uiteindelijk op te kunnen lossen binnen de huidige financiële kaders. Dit met inachtneming van een acceptabele financiële positie zoals in het rapport van Twynstra Gudde is aangeduid: “Een gezonde balans tussen gedeelde ambities en benodigde financiën met lokaal commitment”. 2022
2023
2024
2025
Restant taakstelling na PvA Taakstelling *)
-222.516
-296.466
-297.516
-297.516
Formatie risicobeheersing
125.000
125.000
155.000
155.000
Begrotingsaldo 2022 **)
6.842
-1.438
-11.097
-39.297
Totaal
-90.674
-172.904
-153.613
-181.813
*) Inclusief taakstelling vertrek meldkamer **) De 1 en 2e bestuursrapportage 2020 lieten een nadeel zien van € 155.408 in 2021 aflopend naar € 73.150 vanaf 2022. Dit nadeel is in 2022 door meevallers en ombuigingen opgevangen.
63
Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming
64
Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) Het in de begroting 2022 opgenomen bedrag voor de BDUR is gebaseerd op de decembercirculaire 2020 van het Ministerie van J&V. Het (basis)bedrag voor 2022 bedraagt € 6.458.972. De BDURcirculaires van het Rijk zijn opgesteld in ‘constante prijzen’. In de begroting 2022 is rekening gehouden met de toekenning van loon-en prijscompensatie in de BDUR, die naar verwachting in 2021 en 2022 zullen worden uitgekeerd. Deze zijn nu nog niet bekend. Voor zowel 2021 als 2022 is een bedrag geraamd van € 75.000, samen € 150.000. In totaal bedraagt de raming voor de BDUR vanaf 2022 daarmee € 6.608.972. Gemeentelijke bijdrage Uitgangspunt is de gemeentelijke bijdrage 2021, omdat bij de vaststelling van de begroting 2021 geen besluit is genomen over de oplopende gemeentelijke bijdrage als gevolg van oplopende kapitaallasten in de meerjarenraming 2022 t/m 2024, behorende bij de begroting 2021. Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2022 via de gemeentelijke bijdrage is de VZG-richtlijn van 0,9% gehanteerd. De bijstelling bedraagt € 262.000 (inclusief Bevolkingszorg). Rekening houdend met 2/3 loonkosten en 1/3 materiële kosten is door de VZG een te hanteren loonen prijsbijstelling bepaald. Loonbijstelling VZG-richtlijn (0,9 %)
0,6%
Prijsbijstelling 1,5 %
Gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling 0,9 %
Loonkosten Uitgangspunt voor de ramingen van de salarislasten zijn de geldende CAR-UWO-tabellen per 1 oktober 2020 en de premies per 1 januari 2021. Het Individueel Keuzebudget (IKB) is een budget in geld dat elke medewerker maandelijks flexibel kan inzetten voor door hem gekozen doelen. Het IKB bedraagt 17,05%: dat is de optelsom van 6,75% eindejaarsuitkering, 8% vakantietoeslag, 1,5% levensloopbijdrage en 0,8% aan (omgerekend) bovenwettelijk verlof. Formatieplaatsen zijn begroot tegen de werkelijk te verwachten salarislasten, waarbij rekening is gehouden met de normale doorgroei ‘in het salarisgebouw’ en de doorgroei naar uitloopschalen (na 5 jaar beloning in het maximum van de functieschaal). Vacatures zijn begroot op trede 6 van de functieschaal. De looptijd van de CAO gemeenten is tot 31 december 2020. Vanaf 1 januari 2021 is door VRZ rekening gehouden met een loonkostenontwikkeling van 2,5% conform de VZG-richtlijn. Inmiddels is bekend dat het ABP in 2021 de pensioenpremies verhoogd. De premie van het ouderdoms- en nabestaandenpensioen van ABP stijgt in 2021 van 24,9% naar 25,9%. De loonkosten voor VRZ stijgen hierdoor met circa 0,5%. Voor CAO-ontwikkelingen in 2021 resteert op basis van de VZG-richtlijn circa 2%. Vanaf 1 januari 2022 is door VRZ rekening gehouden met een loonkostenontwikkeling van 0,6% conform de VZG-richtlijn.
65
De nieuwe cao vanaf 2021 is nog niet bekend. Er ontstaat dus op een later moment pas duidelijkheid over de werkelijke loonontwikkeling in 2021 en 2022. Opgeteld is rekening gehouden met ca. 2,6% voor de CAO-periode 2021 en 2022. Met de maatregel ‘Invulling vacatures na gemiddeld 2 maanden’ is een voordeel dat normaal gesproken pas zichtbaar wordt gedurende het jaar in de bestuursrapportages, (deels) in de begroting verwerkt. Er is een bedrag van € 80.000 opgenomen (als negatieve last op economische categorie 110). Inflatie Voor de prijsontwikkeling in 2022 is rekening gehouden met 1,5 % conform de VZG-richtlijn. Meerjarenraming De meerjarenraming 2023 t/m 2025 is opgesteld in ‘constante prijzen 2022’. Dat wil zeggen, er is voor zowel de lasten als de baten (o.a. gemeentelijke bijdrage en Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) geen rekening gehouden met loon- en prijsbijstellingen vanaf 2023. Kapitaallasten De afschrijvingslasten van de activa in de begroting 2022 zijn gebaseerd op de staat van activa eind 2020 en het investeringsplan 2021 t/m 2025. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Financiële verordening’ van VRZ. a. b. c. d. e.
f.
g.
h. i. j. k. l. m.
maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap; maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits, hoogwerkers na revisie, (haakarm)containers, hulpverleningsvoertuigen; maximaal 17 jaar: tankautospuiten, bepakking tankautospuiten; maximaal 15 jaar: dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), motorspuitaanhangers, tankwagens, inrichting, productiemachines en/of apparatuur, ademluchtcilinders, reddingsvaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstation, klim en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, gaspakken, chemiepakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten; maximaal 8 jaar: duikapparatuur/materiaal, hefmiddelen, mobiele dataterminals, explosiemeters, CO-meetapparatuur, explosiemeetapparatuur, stralingsmeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers; maximaal 7 jaar:
personenauto’s, warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; maximaal 6 jaar: automatiseringsapparatuur t.b.v. de gemeenschappelijke meldcentrale; maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, blushelmen, -laarzen en -handschoenen, paxtassen/AED’s; maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons niet: gronden en terreinen. 66
In het eerste jaar na ingebruikname van een actief (1e jaar van afschrijving) wordt 100% van de afschrijving berekend. Bij het berekenen van de afschrijvingen wordt rekening gehouden met een reële restwaarde. In de praktijk betekent dit dat alleen bij voertuigen rekening wordt gehouden met een restwaarde. Er is rekening gehouden met oplopende kapitaallasten vanaf 2022 als gevolg van de geplande vervanging van brandweermaterieel en –materiaal (zie 1.2.1 paragraaf onderhoud kapitaalgoederen). Voor het aantrekken van nieuwe langlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 2%. Het percentage is gelijk aan het percentage uit de begroting 2021. Voor de omvang van de financieringsbehoefte wordt verwezen naar de paragraaf financiering. Voor kortlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 0%. Er is in de begroting op de kapitaallasten rekening gehouden met een factor voor planningsoptimisme omdat de ervaring leert dat om verschillende redenen het investeringsplan niet volledig wordt uitgevoerd. Het gaat om € 270.000 op de afschrijvingslasten in 2022 en € 220.000 vanaf 2023 en € 30.000 op de rentelasten vanaf 2023. Dit voordeel, dat normaal gesproken pas zichtbaar wordt gedurende het jaar in de bestuursrapportages is (deels) in de begroting verwerkt.
Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb). De activiteiten zijn onderworpen aan de Vpb, indien en voor zover zij een onderneming drijven. Een (cluster van) activiteit (en) vormt een onderneming voor de Vpb wanneer aan de volgende drie cumulatieve criteria wordt voldaan. 1. er is sprake van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, en; 2. er is sprake van deelname aan het economisch verkeer, en; 3. er wordt winst beoogd (het winstoogmerk wordt geacht reeds aanwezig te zijn indien structureel overschotten worden behaald of als incidenteel overschotten worden behaald en in concurrentie wordt getreden). In 2017 is met de Belastingdienst overeengekomen dat VRZ geen activiteiten uitvoert die vpb-plichtig zijn. Jaarlijks beoordeelt VRZ intern of dit nog steeds het geval is. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.
67
Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting 2.2.1 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten 1 Programma Bevolkingszorg 2 Programma Meldkamer Zeeland – West-Brabant 3 Programma Risicobeheersing 4 Programma Brandweer 5 Programma Crisisbeheersing 6 Overhead en kostentoerekening 7 Algemene dekkingsmiddelen 8 Onvoorzien Mutaties Reserves Eindtotaal
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2022 2023 2024 2025 675.103 353.550 243.000 72.750 291.400 295.000 297.600 299.200 736.200 725.650 715.100 681.550 3.003.180 3.000.580 2.943.280 2.941.526 20.527.853 20.734.361 21.183.855 21.620.078 3.876.707 3.884.779 3.889.243 3.907.243 8.024.561 8.055.315 8.135.766 8.177.197 -35.834.798 -36.392.135 -36.971.844 -37.604.044 50.000 50.000 50.000 50.000 -675.103 -353.550 -243.000 -72.750 0
0
0
0
2.2.2 Specificatie per programma naar economische categorie, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten 1 Programma Bevolkingszorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden Baten 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 2 Programma Meldkamer Zeeland – West-Brabant Lasten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 3 Programma Risicobeheersing Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 4 Programma Brandweer Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2022 2023 2024 2025 675.103 353.550 243.000 72.750 291.400 295.000 297.600 299.200 286.400 31.500 103.400 37.100
290.000 31.500 103.400 37.100
292.600 31.500 103.400 37.100
294.200 31.500 103.400 37.100
-167.000 736.200
-167.000 725.650
-167.000 715.100
-167.000 681.550
736.200 3.003.180
725.650 3.000.580
715.100 2.943.280
681.550 2.941.526
2.761.200 201.500 130.100 500 13.480
2.758.600 201.500 130.100 500 13.480
2.701.400 201.500 130.100 400 13.480
2.706.500 201.500 130.100 300 6.726
-5.000 -5.000 -5.000 -5.000 -98.600 -98.600 -98.600 -98.600 20.527.853 20.734.361 21.183.855 21.620.078 11.210.800 11.239.100 11.231.800 11.205.400 141.500 141.500 141.500 141.500 200.000 200.000 100.000 0 5.823.800 5.823.800 5.823.800 5.774.600 75.700 75.700 75.700 75.700
68
510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5 Programma Crisisbeheersing Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 6 Overhead en kostentoerekening Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen 7 Algemene dekkingsmiddelen Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 8 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 2 Programma Meldkamer Zeeland – West-Brabant Baten 710 Mutaties reserves 4 Programma Brandweer Baten 710 Mutaties reserves 7 Algemene dekkingsmiddelen Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2022 2023 2024 2025 295.600 330.500 452.800 523.300 3.114.553 3.257.861 3.692.355 4.233.678 -259.100 -75.000 3.876.707
-259.100 -75.000 3.884.779
-259.100 -75.000 3.889.243
-259.100 -75.000 3.907.243
2.887.000 30.000 1.004.700 134.500 500 18.907
2.900.200 30.000 1.004.700 134.500 300 13.979
2.905.600 30.000 1.004.700 134.500 1.200 12.143
2.923.700 30.000 1.004.700 134.500 1.100 12.143
-15.700 -8.200 -175.000 8.024.561
-15.700 -8.200 -175.000 8.055.315
-15.700 -8.200 -175.000 8.135.766
-15.700 -8.200 -175.000 8.177.197
5.407.400 5.437.300 5.479.400 5.516.100 8.900 8.900 8.900 8.900 5.000 5.000 5.000 5.000 2.316.300 2.320.850 2.315.850 2.320.850 26.600 26.600 26.600 26.600 7.200 7.500 15.500 15.200 253.161 249.165 284.516 284.547 -35.834.798 -36.392.135 -36.971.844 -37.604.044 -140.000 -90.674
-140.000 -172.904
-140.000 -153.613
-140.000 -181.813
-6.608.972 -6.609.826 -6.609.826 -6.609.826 -28.995.152 -29.469.405 -30.068.405 -30.672.405 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 -675.103 -88.200
50.000 -353.550 -77.650
50.000 -243.000 -67.100
50.000 -72.750 -33.550
-88.200 -275.900
-77.650 -275.900
-67.100 -175.900
-33.550 -39.200
-275.900 -311.003
-275.900 0
-175.900 0
-39.200 0
-311.003
0
0
0
0
0
0
0
69
2.2.3 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden Mutaties reserves Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2022 2023 2024 2025 675.103 353.550 243.000 72.750 37.082.827 37.236.381 37.724.831 38.158.581 22.412.800 22.485.200 22.470.800 22.505.900 150.400 150.400 150.400 150.400 266.500 266.500 166.500 66.500 9.409.026 9.331.346 9.345.637 9.273.237 736.200 725.650 715.100 681.550 404.000 404.000 404.000 404.000 303.800 338.800 469.900 539.900 3.400.101 3.534.485 4.002.494 4.537.094 -36.407.724 -36.882.831 -37.481.831 -38.085.831 -15.700 -15.700 -15.700 -15.700 -272.300 -272.300 -272.300 -272.300 -6.608.972 -6.609.826 -6.609.826 -6.609.826 -29.162.152 -29.636.405 -30.235.405 -30.839.405 -98.600 -98.600 -98.600 -98.600 -250.000 -250.000 -250.000 -250.000 -675.103 -353.550 -243.000 -72.750 -675.103 -353.550 -243.000 -72.750 -675.103 -353.550 -243.000 -72.750 0 0 0 0
70
2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2020 en de begroting 2021
Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 360 Huren 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 437 Inkomensoverdrachten - Europese Unie 438 Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen Mutaties Reserves Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
Jaarrekening: Begroting: Begroting: 2020 2021 2022 -1.037.173 631.903 675.103 35.468.818 36.834.655 37.082.827 20.394.589 22.563.245 22.412.800 141.732 146.700 150.400 895.550 171.000 266.500 9.110.291 9.158.934 9.409.026 728.000 684.000 736.200 405.303 406.600 404.000 355.889 326.800 303.800 3.437.465 3.377.376 3.400.101 -36.505.991 -36.202.752 -36.407.724 -78.060 -15.600 -15.700 -50.849 0 0 -386.950 -242.900 -272.300 -6.771.911 -6.530.000 -6.608.972 -28.600.351 -29.065.652 -29.162.152 -121.156 -98.600 -98.600 -250.000 -250.000 -250.000 -34.003 0 0 -212.712 0 0 -554.836 -631.903 -675.103 -554.836 -631.903 -675.103 -554.836 -631.903 -675.103 -1.592.009
0
0
Per programma
Saldo van baten en lasten 1 Programma Bevolkingszorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden Baten 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 2 Programma Meldkamer Zeeland – West-Brabant Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 510 Rente 730 Afschrijvingen 750 Overige verrekeningen
Jaarrekening: Begroting: Begroting: 2020 2021 2022 -1.037.173 631.903 675.103 225.028 284.100 291.400 250.005 30.500 90.774 34.747
280.200 31.000 101.900 36.000
286.400 31.500 103.400 37.100
-180.999 967.342
-165.000 748.200
-167.000 736.200
163.846 31.292 256.431 728.000 3.198 20.920 58.833
64.200 0 0 684.000 0 0 0
0 0 0 736.200 0 0 0
71
Jaarrekening: 2020 Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 3 Programma Risicobeheersing Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 438 Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen 4 Programma Brandweer Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5 Programma Crisisbeheersing Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 6 Programma GHOR Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend
personeel
Begroting: 2021
Begroting: 2022