CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-01i QA raadsbijeenkomsten Intervence januari 2021

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente KapelleBij agendapunt: Toekomst GI-functie Zeeland10.936 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Q&A n.a.v. raadsinformatiebijeenkomsten over Intervence januari 2021 Tijdens de digitale raadsinformatiebijeenkomsten op 11,12 en 13 januari jl. zijn (via de chatfunctie) vragen gesteld door de deelnemende raads- en commissieleden. N.a.v. de vragen hebben wij deze t.b.v. de leesbaarheid gecategoriseerd en ze waar mogelijk samengevoegd. Onderstaand treft u de antwoorden op de gestelde vragen. Mochten er nog zaken onduidelijk zijn / aanvullende vragen bestaan, dan kunt u deze via uw griffier aan ons doorgeven.

Totstandkoming besluit bestuurscommissie 26 november 2020 (scenario-onderzoek) 1

Beslissing is al lang geleden besloten, gekozen is voor scenario 3, waar is het onderzoeksrapport? Het rapport van scenario 1 en 2 hebben we ontvangen. Dat van scenario 3 niet. Kunnen wij dat alsnog krijgen? Waarom is gekozen om alleen met een matrix te komen behalve dat de directeurgeneraal van een ministerie dit gezegd heeft, wat is de inhoudelijke motivatie?

2

Als het van Montfoortrapport uitgevoerd zou zijn in welke situatie hadden we dan nu gezeten.

3

Scenario 3 kent toch ook een overgang van onderneming?

In het bestuurlijk overleg met het Ministerie is afgesproken dat het van belang is om de overwegingen zo helder mogelijk weer te geven en de vergelijking van scenario’s op basis van dezelfde indicatoren besluitvormend voor te leggen. Naar aanleiding van het rapport van EHdK en de overige beschikbare informatie zijn deze indicatoren vastgesteld. Het gaat om de meest essentiële indicatoren, een uitgebreid rapport zou onvoldoende toegevoegde waarde hebben. De indicatoren zijn, met de bijbehorende overwegingen, in een matrix weergegeven. Ook zijn de kansen en bedreigingen in een matrix verwerkt. Deze matrixen zijn geheim vanwege de bedrijfsinhoudelijke informatie die hierin staat. De matrixen zijn gebruikt in de besluitvorming. Omdat van tevoren was afgesproken de indicatoren in een matrix te presenteren, is weloverwogen besloten om geen rapport voor scenario 3 te schrijven. Het advies vanuit het onderzoek van Bureau VanMontfoort was gericht op de governance. Wanneer dat in mei 2019 was overgenomen zou Veilig Thuis Zeeland en de GI Intervence onder één GR gevallen zijn. De uitwerking daarvan was niet zo simpel. De vraag was o.a. of de gemeenten ook verantwoordelijk moeten zijn voor de GI-organisatie. Het tweede onderzoek wat Bureau VanMontfoort heeft uitgevoerd, was gericht op de invulling van dwang- en drangmaatregelen.

Aangegeven is dat het van belang is om deze maatregelen goed van elkaar te onderscheiden en voortaan alleen nog dwangmaatregelen door de GI’s te laten uitvoeren. Vanuit dit onderzoek hebben de Zeeuwse gemeenten besloten om vanaf 2022 geen drangmaatregelen meer bij de GI’s onder te brengen (zie ook de toelichting bij vraag 6). Dit risico bestaat inderdaad, maar is kleiner dan in scenario 2. In scenario 3 kan er ook sprake zijn van een gedeeltelijke overgang van onderneming (alleen voor het primair proces). Het is juridisch gezien moeilijk om overname van onderneming te voorkomen. Ook de landsadvocaat is betrokken geweest bij de advisering hierover.

1

4

Hoe was de kwaliteit van zorg Intervence

5

De ziekteverzuim en verloop cijfers welke genoemd worden stammen uit 2017. Wat zijn de actuele cijfers hiervan?

6

Blz. 50 Tot slot is gebleken dat er verschillende oneigenlijke taken zijn waar interventie zich nog mee bezig houdt. Worden die afgebouwd door wie worden deze overgenomen. Komt de cliënt niet tussen het wal en het schip.

7

In de memo van 1 dec jl. aan alle Zeeuwse raadsleden staat dat er op 15 december definitief besloten gaat worden. Hoe moet dat begrepen worden, aansluitend op de reactie van de minister over dat er geen onomkeerbare besluiten genomen mogen worden?

Bij Intervence was sprake van een hoog verloop en een hoog ziekteverzuim met gevolgen voor de kwaliteit en de continuïteit van de zorg voor de Zeeuwse kinderen en hun gezinnen. Ook de medewerkers zelf hebben hiermee te maken. Een hoog verloop betekent dat de kwaliteit van de zorg minder is, omdat de overblijvende casussen moeten worden opgepakt, eventueel nieuwe medewerkers onvoldoende begeleid kunnen worden door de ervaren medewerkers en er onvoldoende tijd is voor deskundigheidsbevordering (zoals over complexe scheidingen, waarbij pas heel laat contact is gezocht met Kind in Scheiding Zeeland). De meest recente (bekende) cijfers van Intervence zijn: • Verloop gezinsmanagers: 2018: 31%, 2019: 39%, 2020: 13% • Ziekteverzuim: o 2018: 1,45 % korter dan 6 weken, 5,7 % langer dan 6 weken o 2019: 1,5% korter dan 6 weken, 4,8 % langer dan 6 weken o 2020 (prognose): 1,6 % korter dan 6 weken, 10% langer dan 6 weken, waarbij de opmerking is gemaakt dat het hoge ziekteverzuim het gevolg is van langdurig zieken, die om werk gerelateerde redenen thuis zijn. De onduidelijkheid voor ouders en jongeren bij casussen in het vrijwillig kader is groot, wanneer die uitgevoerd worden door een GI. Door de insteek op geleidelijke overdracht van de drangcasussen naar het vrijwillig jeugdhulp landschap, verwachten we dat de cliënt niet tussen wal en schip zal vallen.

Landelijk beleid is er ook op gericht dat drangcasussen niet meer bij een GI belegd worden. Daarnaast is het niet wenselijk dat het aantal dwangmaatregelen stabiel blijft. We streven er juist naar om dit aantal naar beneden te halen, o.a. met Vaart in Veiligheid en diverse lokale preventieve initiatieven. Er is sprake van een getrapte besluitvorming, namelijk: 1. De bestuurscommissie, die bestaat uit de 13 wethouders jeugd, besluit over de contractering. Dit betreft een gedelegeerde bevoegdheid van het college naar de bestuurscommissie, Dit is gebaseerd op een raadsbesluit van september 2014. Binnen deze gedelegeerde bevoegdheid heeft de bestuurscommissie besloten om het contract met Intervence niet te verlengen. 2. De 13 colleges hebben op 15 december 2020 besloten over de uitvoering van scenario 3. Ingestemd is om Intervence te ondersteunen middels een achtergestelde lening in het geval van liquidatie. Daarnaast is aan de colleges gevraagd om incidenteel financiële middelen beschikbaar te stellen voor de overdracht van de maatregelen naar de andere gecontracteerde GI’s.

2

3. De raad beslist in het kader van het budgetrecht over de benodigde financiële middelen die het college nodig zal hebben voor de uitvoering van haar besluit.

8

In 2017 waren er zorgen over de kwaliteit van zorg, is dit destijds naar de gemeenteraden gecommuniceerd?

9

Waarom is er geen onafhankelijk onderzoek (maar alleen door Intervence zelf) naar scenario 1? Waarom is het onderzoek naar de verschillende scenario’s niet door een extern bureau onderzocht?

10 Waarom zijn bij scenario 2 geen andere partijen betrokken die wel bereid waren om een business case op te leveren?

De afspraak met de minister is erop gericht dat het besluit van de bestuurscommissie vast staat en de uitvoering daarvan pas geëffectueerd kan worden wanneer er een vastgesteld Plan van aanpak is, waar de inspecties en de jeugdautoriteit mee hebben ingestemd. Dit laatste betekent dat er geen onontkoombare stappen gedaan worden tot het Plan van aanpak is vastgesteld, maar het besluit van de bestuurscommissie is genomen. Vanaf 2017 is er zoveel mogelijk actief gecommuniceerd over de situatie rondom Intervence. Zo zijn er diverse memo’s verstuurd of is er mondeling informatie gegeven door de wethouders van de eigen gemeenten. Deze informatievoorziening is in 2020 geïntensiveerd. Er is door een onafhankelijk adviesbureau EHdK onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van scenario’s 1 en 2. Bij scenario 3 zou er sprake zijn van al gecontracteerde GI’s, die geen reden tot extra onafhankelijk onderzoek gaven. In het gehele proces is er begeleiding en ondersteuning vanuit het landelijke Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd OZJ, vanuit J&V, VWS en VNG georganiseerd en gefaciliteerd geweest en tevens is het ministerie van Justitie en Veiligheid steeds nauw betrokken. Er is in het proces aan zes GI’s gevraagd of zij mogelijkheden zagen voor overname. Voor scenario 2 waren er twee GI’s bereid om te onderzoek of de overname van Intervence een optie was.

Eén GI had een aantal eisen vooraf waar niet aan voldaan kon worden: • Eis van exclusiviteit (preferred supplier) • Afspraken over de omzet • Vraag om een bedrag van € 35.000 voor de opzet van de businesscase • Reservering van € 1 miljoen (bovenop de overdrachtskosten) voor de uitvoering van de aandachtspunten uit het Inspectierapport november 2019 • Eis voor meerjarige afspraken, wat in strijdigheid is met de aanbesteding voor 2022. Een andere GI heeft op verzoek van de wethouders (bestuurlijke Kopgroep Intervence) onderzocht of het haalbaar was om Intervence op te laten gaan in deze organisatie. Op basis van de businesscase heeft betreffende GI zelf besloten geen aanbod aan de Zeeuwse gemeenten en Intervence te doen voor overname van de organisatie Intervence

3

11 Is er door de inspectie een kwalitatief oordeel gegeven over de

Het Verbeterplan van Intervence is niet voorgelegd aan de Inspecties.

12

Het onderzoeksrapport van EHdK is in opdracht van Intervence geschreven om te onderzoeken of scenario 1 en 2 realistisch waren voor de uitvoering van de GI-functie in Zeeland. Op basis van het EHdK rapport heeft de Raad van Toezicht op 3 september 2020 aangegeven dat voor hen op basis van de gestelde kaders scenario 1 geen optie was. Dit speelde in het najaar van 2019, toen op basis van de opgestelde foto van iedere GI in Nederland een verbeterplan opgesteld moest worden. Het verbeterplan dat Intervence had opgesteld, kreeg geen draagvlak van de bestuurscommissie. We konden geen gedragen aangepast verbeterplan opstellen dat gebaseerd was op reële financiën en daarbij passende veranderpunten. Het is juridisch gezien moeilijk om overname van onderneming te voorkomen, ook gezien de CAO-jeugdzorg. Overgang van onderneming is een fors risico, maar de mate waarin hangt af van de uiteindelijke werkwijze; Deze matrix is onder geheimhouding verstrekt. Aan de gemeenteraden Dat betekent dat we geen antwoord kunnen geven hierover in een openbare notitie.

inhoud van het pva van Intervence? Even los van de financiële overwegingen waarmee de gemeenten het pva naar de prullenbak hebben verwezen? Het EHdK rapport is geen verbeterplan. Het is zoals de opdracht was een financiële doorberekening uitgaande van de situatie op dat moment. Het is dus een achterhaalde situatie waar dit rapport over gaat, waarom hier zoveel gewicht aan geven?

13 Wethouder De Goffau gaf aan dat de grootste oorzaak in het

afvallen van scenario 1 is gelegen in het feit dat Intervence weigerde een verbeterplan op te stellen. Wanneer in deze tijdlijn heeft dit gespeeld?

14 Hoe is overname van onderneming te voorkomen? 15 Uit de matrix kansen en bedreigingen komt duidelijk naar voren dat

16

het in standhouden van Intervence de meeste kansen oplevert t.a.v. continuïteit van zorg, werkgelegenheid, uitwerking vaart in veiligheid etc. Toch is dit scenario niet gekozen en lijkt dit toch een financiële of vertrouwenskwestie te zijn vanuit de 13 Zeeuwse gemeenten richting Intervence. Hoe gaan die kansen bij scenario 3 wel benut worden en tegelijkertijd de bedreigingen gemitigeerd? De methode van afpellen, met een voorkeur voor scenario 1 en vervolgens 2 en 3 is wat mij betreft een goede methode. Maar is achteraf gezien niet te lang gehoopt op een uitkomst in scenario 1 en 2, waardoor er te weinig overbleef om scenario 3 verder uit te werken?

17 Waarom is niet alsnog besloten om Intervence met Veilig thuis samen te voegen?

De insteek binnen het scenario-onderzoek is lange tijd gericht geweest op scenario’s 1 en 2. Pas toen bleek dat die niet realistisch waren, is er besloten over scenario 3. Pas toen er een besluit van de bestuurscommissie genomen was, is er gestart met het Plan van aanpak. Omdat contractueel een overbruggingsperiode was vastgelegd, was die tijd er formeel ook. Wij onderschrijven uw stelling niet dat er te weinig overbleef om scenario 3 uit te werken. De organisatie wordt niet op korte termijn geliquideerd. Daarnaast wordt op dit moment onder leiding van een onafhankelijke procesbegeleider gewerkt aan het plan van aanpak voor de vormgeving en uitvoering van de overdracht van casussen en medewerkers naar de andere drie GI’s. Het is niet wenselijk dat gemeenten, die vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de GI-functie, ook verantwoordelijk zijn voor de betreffende organisatie. Binnen een GR-structuur kan het dan gebeuren dat

4

18 Is bekeken of het zin zou kunnen hebben om te wachten met

opheffen Intervence tot er een landelijke discussie over de kosten van jeugdzorg is geweest (als die volgt?). Uiteindelijk worden we hier de dupe (Wij en Intervence en vooral de kinderen) van een te lage rijksbijdrage en een dun bevolkte provincie. Zou het zo kunnen zijn dat we over een jaar 3,3 miljoen hebben uitgegeven en spijt hebben dat Intervence er niet meer is?

19 Waarom is het geen optie om tot een akkoord te komen, waarin 20

een troubleshooter / onderzoeksbureau een verbeterplan opstelt voor Intervence? Kan de rechtbank niet direct de ‘juiste’ GI toewijzen?

21 In hoeverre is de Raad van Toezicht van Intervence (deels) aansprakelijk?

22 Is het een correcte interpretatie dat de landelijke instanties het als 23

een reëel scenario zien dat de gemeenten een pva tbv scenario 3b niet rond krijgen? Was Vaart in Veiligheid als Pilot al zover dat Intervence die effecten wel mee had kunnen nemen in scenario 1 en 2? En had dat een verschil in positieve zin betekend of een verschil (financieel) in negatieve zin voor Intervence?

gemeenten gaan discussiëren over een door de Kinderrechter opgelegde maatregel. Ook zou een dergelijke structuur niet passend zijn wanneer er meerdere GI gecontracteerd zijn. Een construct van “Preffered supplier” is overigens vanuit de wet niet toegestaan, dit is eerder (in 2018) ook onderzocht) Volgordelijk zou dat misschien wenselijk zijn geweest. Alleen was de tijd ons niet gegund. Intervence was al lange tijd technisch failliet en daarmee een groot risico voor de uitvoering van de GI-functie. Daarnaast waren de inhoudelijke aandachtspunten, zoals ook in het EHdK-rapport benoemd, niet op korte termijn op te lossen. Ook bleek Intervence niet klaar te zijn voor de toekomst (een GI moet zonder casussen in het vrijwillig kader kunnen functioneren). De drie andere gecontracteerde GI’s kunnen het wel voor de in de aanbesteding overeengekomen tarieven (die overigens fair zijn en liggen op 100-110% van het landelijk gemiddelde). Een kleine organisatie als Intervence in stand houden met staatssteun mag niet vanuit de aanbestedingsregels. Het landelijke onderzoek van AEF is gericht op de landelijke tekorten. Dit staat los van het traject rondom Intervence. In deze situatie gaat het niet enkel om de financiën, maar speelt de kwaliteit van zorg een grote rol. De uitwerking van het landelijke onderzoek duurt nog een tijd.

Deze tijd is er niet meer in het geval van de situatie rondom Intervence. Wij hebben bij onze berekeningen geen break-even point gevonden, waarbij Intervence onafhankelijk van extra financiële ondersteuning zelfstandig kan blijven voortbestaan. Dit is dus geen optie gebleken. De Rechtbank is een zelfstandig beslissingsbevoegd rechtsorgaan en beslist dus zelfstandig welke GI de maatregel moet uitvoeren. De Rechtbank wordt hierin onafhankelijk geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming. De gecontracteerde GI’s moeten de maatregel uitvoeren. Dit is een juridische vraag die wij met onze kennis niet kunnen beantwoorden. Hiervoor moet op detail gezocht worden in de interne besluitvorming van Intervence en die hebben wij niet tot onze beschikking. In deze complexe situatie bestaan diverse risico’s. De verdere uitwerking zal dit uitwijzen. Wij hebben op dit moment geen reden om aan te nemen dat dit niet haalbaar is. De insteek van Vaart in Veiligheid had voor scenario 1 naar onze mening al wel doorgerekend kunnen worden. Of dat dan realistisch zou zijn geweest om Intervence als zelfstandige GI te laten voortbestaan, had uit de pilotfase mogelijk kunnen blijken. Het blijft veel giswerk, maar het is in het proces niet duidelijk geworden waarom

5

24 U stelt op 3 september een dialoogsessie heeft plaatsgevonden. Op dezelfde dag is het rapport van EHdK uitgebracht. Heeft dit rapport dan nog een rol gespeeld bij de dialoogsessie?

25 Was er in sept al iets op papier gezet over hoe de continuering van de zorg vorm zou krijgen?

26 Volgens het artikel op follow the money verloren de wethouders al in 2017 het vertrouwen in Intervence, Klopt dat?

27 Intervence geeft zelf in een verklaring aan dat in het laatste jaar de

wachtlijsten drastisch zijn afgenomen, verloop van gezinsmanagers behoorlijk is gedaald (2018: 31%, 2020: 13%) en dat het Keurmerkinstituut per jan-mei 2020 heeft uitgesproken dat Intervence voor de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering voldoet aan de criteria. Terwijl WSG begin 2020 nog onder verscherpt toezicht stond (aldus www.igj.nl). Graag reactie op deze gegevens. IGJ.nl | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

28 Waarom is er niet alleen geen plan van aanpak geschreven voordat het besluit genomen werd maar ook geen communicatieplan? Een goede communicatie had een hoop ellende voorkomen en belangrijker een hoop onzekerheid en angst bij de doelgroep voorkomen.

Intervence pas vlak voor de besluitvorming van de bestuurscommissie een kort voorstel (¾ A4, zonder financiële onderbouwing) heeft ingediend. Tijdens de gesprekken met Intervence is ambtelijk regelmatig aangegeven dat Vaart in Veiligheid een optie zou kunnen zijn. Het is echter niet de taak van de gemeenten (Intervence is een zelfstandige stichting) om dat uit te werken. De resultaten van het rapport waren al eerder bekend en op 3 september 2020 formeel gepresenteerd aan de vertegenwoordigers van de bestuurscommissie. Het rapport heeft vanzelfsprekend een rol gespeeld in de verdere bespreking tijdens de dialoogsessie. Dit is meegenomen in het scenario-onderzoek ter voorbereiding van het besluit van de bestuurscommissie. De precieze uitvoering van de continuering van de zorg krijgt vorm in het Plan van aanpak. Zoals ook gepresenteerd in de informatiebijeenkomsten voor raads- en commissieleden waren er al vanaf 2014 veel vragen en daarover veel overleggen. Het klopt dat er (zoals ook aangegeven in de presentatie) ook in 2017 twijfels waren. De Inkooporganisatie heeft in een bijbehorende memo gereageerd op de informatie die door Intervence verstuurd is. Voor de reactie hierover verwijzen we naar de betreffende memo. De inspectie heeft eind 2020 besloten dat de William Schrikker Stichting de zaken weer op orde had en daarmee het verscherpt toezicht losgelaten.

Het feit dat Intervence voldoet aan de eisen voor een GI betekent niet dat zaken als financiën, deskundigheidsbevordering, kwaliteit van zorg in de praktijk op orde zijn. Wanneer er een keurmerk van het KMI afgegeven wordt, betekent dat de GI de protocollen, werkwijzen op papier op orde heeft. Hoe dat in de praktijk gebeurt, valt niet onder het onderzoek van het KMI. De gemeenten zijn vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking van de geboden hulp. We hebben ervoor gekozen om eerst het besluit over de toekomst te nemen voordat er een Plan van aanpak geschreven zou worden. Er waren duidelijke afspraken over de communicatie gemaakt. Communicatiemedewerkers van de gemeenten en Intervence hebben die gezamenlijk opgesteld. Daar is niet aan gehouden. Het is voor gemeenten niet toegestaan om direct naar gezinnen, die onder de verantwoordelijkheid van de GI vallen, te communiceren. Die verantwoordelijkheid was daarom belegd bij Intervence. Ook de communicatie naar medewerkers van een organisatie valt onder de verantwoordelijkheid van de directeur bestuurder en niet onder die van de gemeenten.

6

29 Die businesscase hadden we uiteindelijk toch nooit ontvangen omdat de betreffende GI besloot om geen aanbod te doen? Hebben we die berekening dan los opgevraagd?

30 Wat was de oorzaak van het hoge verloop en verzuim?

Inderdaad hebben wij de businesscase niet ontvangen. Er is wel over gesproken in het overleg met de betreffende GI en de directeur van de Inkooporganisatie. Het risico was te groot voor de betreffende GI en de Raad van Toezicht heeft gesteld dat er geen aanbod gedaan werd. Vanzelfsprekend is er informeel wel over de businesscase gesproken. Daar zijn veel verschillende oorzaken voor te noemen. Voor de onderbouwing daarvan verwijzen we naar het rapport van EHdK.

Financiën 31

Blz. 3 een te hoog bedrag aan bevoorschotting heeft ontvangen. Waar was de bevoorschotting op gebaseerd waarom is er een te hoog bedrag beschikbaar gesteld door de deelnemende gemeenten.

De hoogte van het voorschot was gebaseerd op de productie zoals die is afgesproken in het bestuursakkoord van 2019. Begin 2020 bleek dat de afgesproken omzet in 2019 niet was gehaald. Daardoor bleek het ter beschikking gestelde voorschot te hoog te zijn geweest.

32

Zou scenario 1 wel financieel gekund hebben als Intervence taken in de toegang structureel zou kunnen uitvoeren?

Uit onafhankelijk onderzoek van EHdK is gebleken dat scenario 1 niet haalbaar is. Daarbij zijn de uitgangspunten gehanteerd zoals die in het rapport zijn beschreven. Dit onderzoek is uitgevoerd onder leiding van Intervence.

33

door het ontbreken van het vrijwillig kader is het voor Intervence een stuk moeilijker om een sluitende begroting te krijgen toch?

GI’s zijn opgericht voor de uitvoering van dwangmaatregelen. Drangzaken deed men erbij, maar hierop is gaandeweg ander inzicht ontstaan. In lijn met landelijke ontwikkelingen worden deze afgebouwd bij alle GI’s. Het aantal drangzaken bij Intervence is al 70% afgenomen. De resterende zaken gaan in principe mee met de betrokken medewerker en worden in de loop van het komende jaar uitgefaseerd. De keuze om een scheiding te hanteren tussen het vrijwillig en het dwangkader is gebaseerd op de inhoud van de zorg. Voor de jongere zelf is het duidelijker en dus beter als er een duidelijk verschil is tussen deze twee situaties. De gemaakte (landelijke) keuze tot het niet meer onderbrengen van het vrijwillig kader bij GI’s zoals Intervence is dus gemaakt in het belang van de jongeren.

34

Is het mogelijk raden specificaties te verstrekken per onderdeel voor begroting?

Op dit moment zijn er geen nadere specificaties beschikbaar omdat deze kennis er onvoldoende is.

7

35

Was de aanvulling nu 1 of 2 1/2 miljoen er worden verschillende bedragen genoemd

De bedragen zoals vermeld in de presentatie (€ 2,5 miljoen) zijn juist. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat wij alle voor Zeeland werkende GI’s gelijk moeten behandelen. Een bijdrage aan Intervence betekent daarmee automatisch ook een (kans op) een bijdrage aan de andere drie gecontracteerde GI’s.

36

Als het over geld gaat, hoe is dan te borgen dat we over 2 jaar niet in hetzelfde financiële schuitje komen/zitten?

In dit complexe proces zijn geen garanties te geven en bestaat er dus ook geen eenduidig antwoord op deze vraag op dit moment. De huidige situatie laat wel zien dat Intervence niet in staat is tegen de huidige Zeeuwse tarieven haar organisatie te kunnen laten draaien. De andere GI’s kunnen dat wel. De Zeeuwse tarieven zijn zeker marktconform in vergelijking met de rest van Nederland.

37

Er is een negatief vermogen ( in ieder geval een liquiditeitstekort) per 31122020 is dat meegenomen in het bedrag van 3,2 miljoen? En hoe groot waren de schulden?

De jaarrekening van Intervence laat per einde 2019 een saldo van € 331K positief zien. Voor 2020 verwachten wij een verlies van zeker € 500K. Daarmee is het verwachte EV (Eigen Vermogen) eind 2020 ongeveer € 170K negatief. Dit is uiteraard nog volledig onder voorbehoud van de jaarrekeningopstelling en controle die nog moet plaats vinden. Dit negatieve resultaat is nog inclusief de instandhoudingsbijdrage van ruim € 600 K in 2020. Zonder die instandhoudingsbijdragen in 2019 en 2020, zou Intervence drie jaar op rij een verlies van meer dan € 1 miljoen hebben laten zien.

38

Waarom nu al en niet het pva afwachten voordat we definitief geld beschikbaar stellen? Hoe zeker is het dat de 1.3 miljoen nu voldoende is voor de 3 andere GI’s?

De drie overnemende GI’s moeten op korte termijn de processen starten en dit kost geld. Ook is bekend dat Intervence niet kan rondkomen van de reguliere middelen die zij ontvangen. Zonder toestemming van de gemeenteraden kan de IJZ geen aanvullende toelagen uitkeren. Als Intervence onvoldoende middelen heeft om bijvoorbeeld salarissen uit te betalen, dan moet er faillissement aangevraagd worden en dit is niet wenselijk. Het is niet zeker dat de € 1,3 miljoen voldoende is. De verwachting nu is dat dit wel voldoende gaat zijn.

39

U geeft aan dat het tekort bij Intervence direct te herleiden is tot het niet direct kunnen leveren van de gevraagde zorg en door de PxQ systematiek ontstond vervolgens het tekort? Is dit de enige reden van het ontstaan van het financiële tekort? En is achteraf gezien het invoeren van de PxQ systemariek niet te snel gegaan?

Deze systematiek wordt in heel Nederland gebruikt. Er zijn slechts kleine regionale verschillen. Een andere systematiek was niet goedkoper geweest.. Andere GI’s komen wel uit met deze systematiek. Bij Intervence spelen ook andere zaken een rol, door o.a. het hoge verloop en ziekteverzuim zijn er te weinig maatregelen om uit te kunnen komen met de prijs.

40

20 tot 25% gekort. Op welke posten? Organisatorisch, personeel of aantal casussen te behalen. Gemeente verzoekt enerzijds dat Intervence uitkomt met een PxQ financiering waarvoor een x

De financiering PxQ en de bijbehorende Zeeuwse tarieven zijn volgens andere GI’s en in vergelijking met andere regio’s voldoende. Voor het antwoord op de vraag over dwangmaatregelen verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 6.

8

aantal maatregelen nodig is om dat te behalen, anderzijds stopt de gemeente met het toebedelen van drangmaatregelen aan Intervence, hoe krijgt Intervence dan een eerlijke kans om die financiering rond te krijgen?

Landelijk beleid is dat drangcasussen niet meer bij een GI belegd moeten worden. Daarom zou de financiering voldoende moeten zijn voor Intervence, net als voor de andere GI’s.

41

Wat is de oorzaak van de prijsverhoging, de methodiek of het volume?

Op basis van de berekening PxQ ontvangt een GI bij een groter volume (meer casussen) ook meer middelen.

42

is het nadeel van de pxq methode dat bijkomende lasten en overhead van de organisatie niet worden gefinancierd?

Een andere systematiek was niet goedkoper geweest. Daarnaast komen andere GI’s wel uit met deze systematiek. In de prijs zijn de kosten voor overhead en dergelijke meegenomen.

43

Intenvence heeft toch geen instandhoudingsbijdrage van 2 miljoen nodig voor een half jaar?

De hoogte van het bedrag is hoger dan de instandhoudingsbijdrage, omdat er sprake is van een afbouwsituatie. Het aantal maatregelen en daarmee de te ontvangen middelen nemen af, maar de kosten lopen door.

44

Voor die 6.000.000 kan je Intervence best lang in de lucht houden en reorganiseren?

Dat klopt. Maar dan bestaat het risico dat hierna nog aanvullende middelen nodig zijn. Daarnaast betekent een instandhoudingsbijdrage dat andere GI’s hier ook recht op hebben, gelet op dezelfde contractvoorwaarden. Meer geld voor Intervence betekent minder geld voor jeugdhulp voor kinderen die het ook nodig hebben. Bovendien zou de verantwoordelijkheid voor die reorganisatie bij Intervence zelf liggen. Uit het rapport dat onder leiding van Intervence is opgesteld door EHdK blijkt dat zij zelf geen mogelijkheden ziet om te komen tot een situatie waarin zij haar bedrijfsvoering structureel op orde krijgt.

45

Ze komen 600.000 per jaar tekort bovenop de 8 miljoen die ze krijgen. Dat is minder dan 10 procent. Die moet toch ergens te vinden zijn zou je zeggen?

Het gaat om een structureel tekort, zie ook de uitleg bij de vorige vraag.

46

Is er bekeken waar die extra financiële noden voor Intervence aan uit werden gegeven terwijl de andere GI’s dit niet nodig zouden hebben, waar het verschil in zit.

Er is sprake van een hoog verloop en ziekteverzuim. Er zijn relatief weinig maatregelen, maar alle handelingen moeten wel uitgevoerd en bekostigd worden (bijvoorbeeld administratieve handelingen).

47

Hebben de hogere kosten Intervence dan niet te maken met methode van werken door Intervence?

Zoals aangegeven is er sprake van een hoog personeelsverloop en ziekteverzuim, wat de liquiditeitsproblemen veroorzaakt. De werkmethode van Intervence wordt door meerdere GI’s uitgevoerd en leidt daar niet tot financiële problemen.

9

48

Vanuit Intervence komen geluiden dat ze wel een oplegnotitie hadden, maar geen kans hebben gekregen die ook bij het EHdK rapport te kunnen voegen. Graag een reactie hierop.

Intervence heeft aangegeven dat zij graag een oplegnotitie wilde maken bij het EHdK rapport. Daarvoor is ruim voldoende tijd gegeven. Die oplegnotitie is er uiteindelijk niet gekomen, terwijl de verzoeken om vrijgeven van het rapport sterker werden. Om die reden is ervoor gekozen niet langer te wachten op de notitie en het rapport vrij te geven zonder oplegger.

49

Heeft Intervence gewoon niet gereageerd op verzoek om met voorstel te komen voor een afbetalingsregeling of hebben ze zich kwetsbaar opgesteld en aangegeven dat ze er niet in slagen om met zo’n regeling te komen?

De reden waarom Intervence niet actief een betalingsregeling heeft voorgesteld, is ons niet bekend. Dit zou een vraag aan Intervence kunnen zijn. Er is door Intervence gereageerd met een verzoek aan IJZ om een afbetalingsvoorstel te maken. Dat is opgesteld binnen de kaders zoals die voor alle zorgaanbieders gelden.

50

Wie gaat de kosten van de langdurig zieken op zijn bord krijgen als wij met de nieuwe GI's daar vanaf komen? Ik begreep maandag dat dit een van de kosten-aspecten is die een substantieel verschil maken tussen scenario 1 en 2 enerzijds en 3 anderzijds;

In scenario 3 maken deze kosten geen deel uit van de kosten die voor rekening van de Zeeuwse gemeenten komen. Dan worden deze langdurig zieke werknemers niet overgenomen, op voorwaarde dat een overgang van onderneming wordt voorkomen. Het besluit om het contract met Intervence per 2021 te beëindigen, is genomen met de kennis dat er contractueel (volgens artikel 6.4 t/m 6.6 van het contract) is vastgelegd dat Intervence verplicht is mee te werken aan het overdragen van medewerkers en maatregelen. Hiervoor zal, op basis van wat er nu bekend is, een periode van zes tot negen maanden nodig zijn. In deze periode zal zo zorgvuldig mogelijk aan een overdracht gewerkt worden.

51

Er wordt gesproken over een lening. Wie betaalt die lening terug als Intervence wordt opgeheven.

Het bedrijfspand van Intervence zal verkocht worden, wat middelen oplevert. Echter is de kans erg klein dat de hele lening en het teveel bevoorschotte bedrag terugkomen. Het restant vormt een negatief resultaat voor de Zeeuwse gemeenten. Op dit moment is de hoogte nog niet in te schatten.

52

Wat zijn de tarieven dan landelijk ?

In 2018 zijn de tarieven voor de GI’s op basis van nieuwe berekeningen verhoogd. Uit het scenario-onderzoek is gebleken dat de tarieven van de Zeeuwse jeugdregio gemiddeld zijn. Er is een regio bij ons bekend die 25% hoger zit, maar die staat bekend als de uitschieter. Vanuit de gesprekken met meerdere GI’s in het land hebben we begrepen dat we realistische tarieven hebben.

De voorgeschreven kosten voor scenario 3 zijn zeer beperkt beschreven. Er komen veel meer kosten bij kijken en daarbij is overgang van onderneming nog niet eens meegenomen. Een verdubbeling van de afbouwkosten is daarmee een zeer realistisch uitgangspunt wat scenario 3 niet de goedkoopste optie maakt, met alle risico’s van dien, waarom dan toch zo vasthouden aan scenario 3?

De te verwachte kosten zijn zo volledig mogelijk omschreven. De kosten van € 6 miljoen horende bij overgang van onderneming zijn een schatting. Dit zou inhouden dat niet alleen de maatregelen, maar ook al het personeel

10

overgenomen zou worden (inclusief o.a. langdurig zieken en overhead). De keuze voor scenario 3 is sterk gebaseerd op de oplossing op lange termijn. Scenario 1 komt volgens het opgestelde rapport op geen enkel moment aan een kostendekkende werkwijze. Bij scenario 3 is dat wel het geval. 53

Kan een faillissement worden voorkomen ?

Het voordeel van het overbruggingscontract is meer zekerheid over financiering en liquidatie, wat een rustiger proces is dan faillissement. Op dit moment is niet te zeggen of faillissement voorkomen kan worden. Liquidatie is een duurdere variant, die als voordeel heeft dat het proces van overdracht van de jeugdigen rustiger en beter gecoördineerd kan verlopen. Om die reden wordt veel gedaan door de Zeeuwse gemeenten om faillissement te voorkomen.

54

Is er een garantie dat die 1.275.000 daarna niet wordt gevolgd door meer bijdragen van de gemeenten? Kortom hoe hard is deze "incidentele" bijdrage?

Op dit moment lijkt deze bijdrage realistisch. Een garantie is echter niet te geven. Er is afgesproken dat de werkelijke kosten die de overige GI’s maken, vergoed worden.

55

Worden kostendekkende tarieven voor de toekomst voor langere termijn vastgesteld ?

Op dit moment worden onze vastgestelde tarieven jaarlijks geïndexeerd, zodat ze realistisch blijven. Over de heel lange termijn is nu nog geen uitspraak te doen. Daarvoor is het jeugdhulplandschap te veel in beweging.

56

is er vanaf 2021 wel inzicht in het verloop van kosten en resultaten

Voor het jaar 2021 zijn er begrotingen en prognoses. Of die verwachtingen ook werkelijkheid worden blijkt pas later in het jaar. Dat geldt overigens voor ieder jaar.

57

Was er met Intervence als enige GI discussie over tarieven?

Ja, de overige GI’s hebben aangegeven dat wij faire tarieven betalen, aangepast aan het onderzoek van Berenschot. De Zeeuwse tarieven liggen tussen de 100 en 110% van het landelijk gemiddelde;

In de PZC geven LdH en WSS aan dat ze de Zeeuwse casussen voor dat tarief kunnen doen, omdat er elders betere tarieven zijn. Daarmee compenseren ze dus dat ze op de Zeeuwse casussen verlies leiden. Dan kun je toch niet volhouden dat de Zeeuwse tarieven deugen?

Het klopt dat de schaalgrootte van het Leger des Heils en de William Schrikker Stichting hierin een rol spelen. Bij Briedis is de bedrijfsvoering anders geregeld. Zoals eerder aangegeven zijn de Zeeuwse tarieven vergelijkbaar met de tarieven elders in het land en is door de overige GI’s aangegeven dat deze toereikend zijn. Het signaal uit de PZC herkennen wij niet. Het blijkt niet uit onze analyses en ook niet uit de gesprekken die wij met de GI’s hebben gevoerd.

11

Plan van aanpak 58 Bij pva nu wel kinderbescherming en rechtbank betrokken?

59 Als de JA het PvA ook kan afkeuren dan gaat dit dus verder dan advisering en zou de tekst in de overbruggingsovereenkomst dienovereenkomstig moeten worden aangepast art. 1 lid 2..

60 Is er een Sociaal Plan voor afvloeiing personeel hetgeen in overleg 61

met vakbonden wordt vastgesteld ? Is er een sturingsmodel voor bedrijfsvoering en risicobeheersing

62 Wat is de tijdlijn voor het transitieplan, is er al een concept,

wanneer wordt dat voorgelegd aan de beide inspecties en de JA en wanneer verwachten jullie een goedgekeurd transitieplan?

63 Treedt het PvA na goedkeuring in de plaats van de 64

overbruggingsovereenkomst? Wanneer inspecties nu al meelezen met het plan van aanpak, zorgt dit dan niet voor vertroebeling van rollen? En zijn de inspecties dan nog in staat om onafhankelijk te oordelen over het plan?

De Raad voor de Kinderbescherming en de Rechtbank hebben aangegeven dat er te weinig met hen is overlegd. Dit signaal is opgepakt. Er vindt nu structureel overleg plaats met de Raad voor de Kinderbescherming en de Rechtbank. Ook sluiten zij aan bij het wekelijks overleg met het Ministerie, de Inspecties, de Jeugdautoriteit, de vier GI’s en de gemeenten. De afspraken over de werkafspraken worden gemonitord. Afgesproken is dat door Intervence initiatief wordt genomen naar de andere GI’s indien er geen gezinsmanagers beschikbaar zijn om een casus op te pakken. De afspraken blijven in ieder geval van kracht tot de vaststelling van het Plan van aanpak. Er is en blijft sprake van een onafhankelijke rol. Aangegeven is welke onderdelen van belang zijn in het Plan van aanpak en er wordt feedback geleverd, maar er wordt vanuit de Jeugdautoriteit niet meegeschreven. Vorig jaar is commotie ontstaan over de brieven vanuit de inspecties en Jeugdautoriteit. Het beeld is gecreëerd dat zij niet in zouden kunnen stemmen met het genomen besluit van de bestuurscommissie. Afgesproken is dat de punten in deze brieven gebruikt worden voor het Plan van aanpak, wat momenteel opgesteld wordt onder begeleiding van de onafhankelijke procesbegeleider. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van Intervence als werkgever. Dit betreft interne bedrijfsvoering van de organisatie Intervence zelf.

Wij beschikken niet over deze informatie. Het Plan van aanpak gaat waarschijnlijk uit van een periode tussen de 6 en 9 maanden. Op dit moment zijn er nog geen exacte data bekend. De verwachting is dat er eind januari/begin februari een eerste concept ter kennisname kan worden aangeleverd. Daarna volgt nog akkoord van de Jeugdautoriteit en de inspecties, waarna het plan besluitvormend wordt voorgelegd aan de bestuurscommissie. Ja, de overbruggingsovereenkomst geldt tot de start van de uitvoering van het Plan van aanpak. Zowel de Inspecties als de Jeugdautoriteit zijn bereid om het gesprek aan te gaan en hebben aangegeven wat zij geregeld willen zien in het Plan van aanpak. De definitieve beslissing wordt vanuit hun onafhankelijke rol genomen.

12

65 Het PvA wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de inspecties en ter advisering aan de JA. Betekent dat dat de JA het PvA niet kan afkeuren, i.t.t. de inspecties?

66 Komt het PVA pas na de raden als de andere instanties akkoord hebben gegeven?

67 Wanneer kunnen we als raden het plan van aanpak inzien?

68 Misschien is het goed als we pva krijgen voordat budget beschikbaar gesteld wordt?

69 De gemeenten zijn verplicht zorg te leveren en zijn ook

aansprakelijk voor het leveren van kwalitatief goede zorg. Nu en in de komende maanden staat het leveren van kwalitatief goede zorg sterk onder druk. Hoe wordt er gewaarborgd dat de zorg die geleverd wordt, ook kwalitatief goed blijft? Wordt er rekening

De Jeugdautoriteit en de inspecties lopen parallel mee. De gesprekken zijn er vooral op gericht om te horen wat zij belangrijk vinden. Vanuit beiden wordt niet meegeschreven aan het plan. Nee, de Jeugdautoriteit kan alleen advies geven over het plan. Er zijn verschillende bevoegd- en verantwoordelijkheden. https://wetten.overheid.nl/BWBR0044078/2020-09-15 Het gewicht van dat advies is in het proces dat wij nu lopen aanzienlijk en dat geldt evenzeer voor de toets die de Inspecties doen. De motie Petersen/Wörsdörfer (‘heb een terugvalscenario beschikbaar’) maakt dat een eventueel negatief advies op het PvA goed moet worden gewogen. De toets van de Inspecties richt zich op het borgen van kwaliteit en veiligheid risico’s in continuïteit van jeugdbeschermer – client. De JA toets op financiële (en mogelijk organisatorische) stabiliteit van de overnemende partijen. De bestuurscommissie heeft de gedelegeerde bevoegdheid om te besluiten over het Plan van aanpak. Vanzelfsprekend zullen we de raden informeren. Op dit moment zijn er nog geen exacte data bekend. De verwachting is dat er eind januari/begin februari een eerste concept ter kennisname kan worden aangeleverd. De besluitvorming over het Plan van aanpak is vanuit de gedelegeerde bevoegdheid belegd bij de Bestuurscommissie.

De gemeenteraden hebben hier geen beslissingsbevoegdheid in Zowel Intervence als de overige GI’s maken momenteel kosten. Wanneer pas middelen beschikbaar worden gesteld nadat het Plan van aanpak er ligt, zou dit (te) laat kunnen zijn. Daarom is het advies wel om nu middelen beschikbaar te stellen. Hierbij benadrukken we dat er nu ook al kosten maken als bijvoorbeeld gaat om de procesbegeleider. Daarom is het belangrijk dat de raden het budget zsm beschikbaar stellen. 1 Vanuit de Jeugdwet zijn de gemeenten verplicht om een GI-functie te organiseren. De kwaliteit en continuïteit van de zorg wordt strak gemonitord, ook door de inspecties en de Jeugdautoriteit. De financiële aansprakelijkheid ligt bij Intervence (RvT en directeur bestuurder). Hiervoor is een Letter of comfort opgesteld.

1

NB: Het beeld lijkt te bestaan dat de gemeente Goes wel voor uitstel tot na vaststelling van het PvA gekozen is. Navraag leert dat dit niet het geval is. Vanwege de planning van de raadsvergaderingen is het voor de gemeente Goes niet haalbaar gebleken om het besluit in januari te nemen. Dit heeft geen relatie met uitstel tot vaststelling van het Plan van aanpak

13

70 71

gehouden met financiële aansprakelijkheid als hier dingen in misgaan? Wie gaat in de toekomst voor een zorgvuldige regie zorgen ? Welke vorm van contractering wordt nu voorgesteld, taakgericht, resultaatgericht Of PxQ

72 Op welke manier gaat er gereflecteerd worden op dit proces vanuit de kant van de gemeenten/Inkooporganisatie?

73 Er wordt aangegeven dat niet alle cases overgenomen worden

omdat er maatregelen aflopen. Wie bepaalt of een maatregel afloopt? Wordt er druk op Intervence gezet om cases te beëindigen om zo minder overnames te krijgen?

74 Ik had tot nu toe de indruk dat Intervence geen nieuwe toewijzingen zou krijgen en dat lopende zaken zouden worden afgemaakt maar nu hoor ik mevr Idema zeggen dat dat dus wel kan. Kunt u daar als nog klaarheid in brengen?

75 Welke sancties zijn er/welke bevoegdheden heeft de 'meekijker' namens de gemeenten t.a.v. het overbruggingscontract met Intervence als Intervence niet aan de gestelde voorwaarden voldoet?

76 Is het overbruggingscontract inmiddels door beide partijen ondertekend?

Dit maakt onderdeel uit van het Plan van aanpak. De contractering zal ook in het vervolg middels de PxQ methodiek worden vormgegeven. De bestaande contracten zijn zo geregeld en kunnen niet tussentijds veranderd worden. De monitoring wordt ontwikkeld. Dit maakt onderdeel uit van het op te stellen Plan van aanpak. Tussentijds wordt er regelmatig gereflecteerd, zeker omdat het 13 gemeenten betreft waar het proces mee gelopen wordt. De Kinderrechter bepaalt, vanuit een onafhankelijk wettelijk geregelde rol en op basis van het advies van de GI en de RvdK of een maatregel afloopt. Het zou geen effect hebben wanneer Intervence daarvoor onder druk gezet wordt. De kwaliteit van de hulp is en blijft een belangrijk aandachtspunt. Druk zetten om minder overnames te krijgen, is zeer onwenselijk en draagt niet bij aan het welzijn van de jeugdige. Hier is dan ook geen sprake van. Afgesproken is dat tot de vaststelling van het Plan van aanpak de maatregelen zoveel mogelijk door Intervence worden uitgevoerd. Indien dit geen optie is dan is het aan Intervence zelf om met de andere GI’s in gesprek te gaan wie de maatregel uit kan voeren.

Zie ook onderstaande passage uit de overbruggingsovereenkomst: “Met ingang van 1 januari 2021 tot in ieder geval het moment dat het Plan van Aanpak gereed is, worden gedurende de zoals bedoeld in artikel 1 lid 2 van deze overbruggingsovereenkomst door de rechtbank nieuw op te leggen maatregelen in beginsel ondergebracht bij Opdrachtnemer.” De overgangsperiode maakt onderdeel uit van het contract van Intervence. Wanneer er niet aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om de overbruggingsovereenkomst te ontbinden. Zie o.a. onderstaande passage uit de overbruggingsovereenkomst: “Onverminderd het bepaalde in de wet heeft Opdrachtgever het recht deze overbruggingsovereenkomst zonder rechterlijke tussenkomst en zonder ingebrekestelling geheel of gedeeltelijk met onmiddellijke ingang te ontbinden, zonder tot betaling van schadevergoeding gehouden te zijn, indien: 6 a. de wederpartij in gebreke blijft met de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van deze overbruggingsovereenkomst, na daartoe in gebreke te zijn gesteld waarbij een redelijke termijn voor nakoming is gesteld.” Het overbruggingscontract is inmiddels schriftelijk akkoord bevonden. Ondertekening vindt op korte termijn plaats.

14

77 Wie wordt er verantwoordelijk voor alle dossiers die nu in het

Daar zijn wettelijk afspraken voor geregeld. Deze afspraken en verantwoordelijkheden worden verwerkt in het Plan van aanpak.

78

De minister erkent de gedelegeerde bevoegdheid van de bestuurscommissie. Hij heeft echter wel te maken met de twee moties waar de Kamer mee heeft ingestemd. De afspraken met de Minister zijn terug te vinden in de afsprakenlijst van de bestuurscommissie inkoop jeugd van 7 januari jl.: “Terugkoppeling overleg minister Dekker 5 januari 2021 Dhr. Werkman meldt dat op 5 januari een half uur met minister Dekker is gesproken. Dit was een goed en constructief overleg. De minister heeft begrip voor de keuze van de bestuurscommissie om het contract met Intervence te beëindigen en ziet kansen in scenario 3b. Hij vindt het echter van belang om een terugvaloptie te hebben wanneer blijkt dat 3b niet haalbaar is (de inspectie niet instemt met het plan van aanpak). Dit conform motie van VVD / CDA. Dhr. Werkman heeft hierover op korte termijn overleg met V. Schouten. Benadrukt wordt dat de motie van dhr. Hijink (SP) met betrekking tot inzetten van de stelselverantwoordelijkheid is verworpen.” Ook voor het vervolg blijft er overleg plaatsvinden met demissionair minister Dekker. De uitvoering van moties is belegd bij de colleges van B&W. De bestuurscommissie heeft in september 2014 door de raden een gedelegeerde bevoegdheid gekregen, die zij ook uitvoeren. De BC heeft het college van de gemeente Schouwen Duiveland wel geadviseerd over de motie.

Wanneer een lokale gemeenteraad een motie oplegt bij de wethouder (die ook lid is van de bestuurscommissie) zal deze de motie inbrengen binnen de bestuurscommissie. Het quorum voor de beslissingsbevoegdheid van de bestuurscommissie is formeel vastgelegd. In dit proces zijn de verantwoordelijkheden van bestuurscommissie, colleges en raden helder. Vanuit die verantwoordelijkheden beleggen we ook de besluitvorming. Vanzelfsprekend informeren we de raden structureel.

archief van Intervence vastliggen? Wie gaat dit betalen, wie beheert de rechten van de personen die gearchiveerde dossiers hebben? Wie gaat de dossiers van 30 jaar of ouder verwijderen? Staan de afspraken met de minister op papier? Hoe moet het nu met de uitspraken van de minister tav. besluitvorming?

79 Gaat u als BC inkoop nog conform de vraag uiterlijk volgende week een bestuurlijke reactie geven op de motie die in de raad van Schouwen-Duiveland werd aangenomen op 17 december Vraag niet om nu op de motie van 17 december in te gaan, vraag wel van de BC inkoop jeugdhulp (en heb dat vorige week per mail al gedaan) om schriftelijk een bestuurlijke reactie te geven op de motie. Wij kunnen als raad geen moties neerleggen bij de BC inkoop, moeten via onze eigen raadsvergadering. U zult als BC inkoop toch echt de gemeenteraden in staat moeten stellen kaders te stellen en controlerende taak uit te oefenen. Anders worden samenwerkingsverbanden toch echt onmogelijke vehikels.

80 In de beeldvorming stuurt de BC inkoop echt louter op financiën

(niet mijn mening), hoe gaat u beter dan nu over het voetlicht brengen dat er wel degelijk op kwaliteit van zorg gestuurd is, wordt en zal worden?

Het is niet altijd mogelijk om te acteren op beeldvorming. We steken in op goede informatie naar buiten. Daar hebben we vanaf het begin ook duidelijke afspraken over gemaakt met Intervence en de andere GI’s. Formeel is de communicatie ook goed afgestemd. We hebben helaas geen invloed op hoe en op welk moment zaken verder verteld worden of bijvoorbeeld gedeeld worden in de pers, op social media etc.

15

81 Is er ook een plan B als het transitieplan straks niet wordt

goedgekeurd? En wat gaan we doen als de 3 GI’s er niet in slagen om alle zaken in Zeeland op te pakken?

82 Stel dat er geen meerderheid komt van de gemeenteraden om met het voorstel van de colleges in te stemmen, wat is dan het scenario?

83 Heeft de in de Tweede Kamer op 17 december 2020 aangenomen

gewijzigde motie CDA/VVD over de beschikbaarheid van een alternatief scenario bijvoorbeeld overname van Intervence door een andere GI nog consequenties voor het lopende proces?

84 Is er bij de bestuurscommissie een duidelijk beeld van het

De zorg voor het kind staat bij iedereen voorop. Dit gaan wij op een structurele, toekomstbestendige wijze organiseren. In de afspraken met de Minister wordt er ook een ‘fall-back-scenario” opgesteld in het Plan van aanpak. De focus ligt nu op de uitwerking van het Plan van aanpak. Op dit moment is er geen aanleiding om aan te nemen dat de 3 GI’s er niet in zullen slagen om de maatregelen op te pakken. De ervaringen en toezeggingen met deze drie GI’s, die nu al in Zeeland werken, zijn voldoende positief om vertrouwen te hebben dat zij de casuïstiek en medewerkers kunnen overnemen en voldoende kwaliteit leveren. Dit zou betekenen dat de Inkooporganisatie alleen de geleverde ‘productie” kan betalen aan Intervence en dat is onvoldoende om hun vaste lasten te dekken. In dit geval is er een groot risico op faillissement van Intervence. Dat zou betekenen dat een curator de overdracht van maatregelen/gezinnen en medewerkers gaat organiseren. De gemeenten en de GI’s raken dan de regie kwijt op het proces, wat de continuïteit en de kwaliteit van de zorg ernstig zal schaden. We willen benadrukken dat dit geen wenselijke situatie is (zowel voor de Zeeuwse gezinnen als voor de medewerkers van Intervence). Deze optie wordt uitgewerkt als “fall-back-scenario in het Plan van aanpak. Belangrijk is om een terugvaloptie te hebben wanneer blijkt dat scenario 3b niet haalbaar is).

De 3 overnemende GI’s hebben aangeboden de overname van casussen en medewerkers in gezamenlijkheid op te willen pakken. We zetten in op scenario 3b. Dit wordt structureel gemonitord.

eventuele personeelsverloop bij Intervence momenteel?

Personeel en cliënten 85

Mutaties in personeel ? Door de systematiek personeel volgt cliënt zullen een aantal personeelsleden afhaken (vanwege specifieke richting organisatie)

Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk de gezinsmanagers mèt de gezinnen waarmee zij een maatregel uitvoeren, over te laten gaan naar een van de andere 3 GI, zodat zij zoveel mogelijk de vaste contactpersoon voor hun cliënten blijven. De andere GI’s hebben uitgesproken hier zo veel mogelijk aan mee te werken. Er kunnen inderdaad situaties voorkomen dat de continuïteit van zorg niet gegarandeerd kan worden. Dit is helaas niet altijd te voorkomen.

16

86 87

Wat heeft scenario 3 voor voordeel voor de veiligheid van de kinderen en de continuïteit, het is namelijk een gehele presentatie over financiën? Hoe worden ouders begeleid en voorgelicht, zijn er nog veel zorgen over de begeleiding van hun kinderen?

88

Communicatie met ouders door de overnemende partijen. Kunnen ouders overname weigeren? Kunnen ex medewerkers van Intervence als ZZP ‘ ers verder gaan metbde cliënten die ze verzorgen?

89

Er wordt vanuit gegaan dat de medewerkers van Intervence meegaan naar de andere 3 GI’s echter, wat is het plan als dit niet zo is? Medewerkers hebben bewust gekozenen voor een GI zonder specifieke doelgroep en ZZP. Ldh en WSS zijn organisaties welke al jaren bestaan dus daar hadden ze destijds ook al de keuze voor kunnen maken.

90

Ziekteverzuim kan ook te maken hebben met de complex problematiek van zorg?

91

Heeft Kamermans wel voldoende tijd gekregen om een omslag te bewerkstelligen? Ik dacht dat ze aardig op weg was.

92

Zijn er veel medewerkers van Intervence die ontslag hebben genomen, zijn er genoeg medewerkers voor zorgvuldige zorg uitvoering Zijn de medewerkers (gezinsmanagers maar ook de gedragsdeskundigen) van wss en ldh bereid en bekwaam om met de doelgroep van intervence te bedienen? Waaruit blijkt dit?

93

De overnemende GI’s zijn wel bereid om hier op een flexibele manier mee om te gaan. De zorg voor het kind staat voorop en deze dienen wij op een structurele, toekomstbestendige wijze te organiseren. En die structurele wijze houdt tevens in dat deze zowel inhoudelijk als financieel goed moet worden georganiseerd. Communicatie naar en met ouders en kinderen/jongeren is de verantwoordelijkheid van Intervence. Hierover is en wordt wel structureel overleg gepleegd met de onafhankelijke procesbegeleider en de directeur bestuurder van Intervence. Helaas blijken de gemaakte afspraken niet altijd zo uitgevoerd te worden. Gemeenten kunnen de begeleiding van ouders en kinderen echter niet uitvoeren. Pleegouders hebben een belangrijke rol in de overgang naar een andere GI. Daarnaast beslist altijd de Kinderrechter, op advies van de Raad voor de Kinderbescherming, naar welke GI de maatregel overgaat. De dwangmaatregelen kunnen alleen uitgevoerd worden door een GI-organisatie met het KMI-keurmerk (wettelijk zo bepaald) en dus niet door een persoon/ZZP-er. Het Leger des Heils is voor een deel van de organisatie ook een algemene GI, maar wel met een christelijke grondslag. William Schrikker Stichting werkt met een bepaalde doelgroep. Briedis is een algemene GI, die tot voor kort alleen met ZZP-ers werkte, maar nu bereid is om medewerkers van Intervence in dienst te nemen.

De overgang naar een andere GI is aan de medewerkers zelf om te bepalen. Belangrijk is dat hierover voor hen snel duidelijkheid komt. Uitstel van besluitvorming maakt de onduidelijkheid langer en groter, waardoor de kans op verloop groter is. De hoge cijfers bij Intervence worden niet teruggezien bij andere GI’s die met dezelfde complexe problematieken te maken hebben. Er zijn in het rapport van EHdK meerdere oorzaken gegeven voor het verloop. Mevrouw Kamermans kwam terecht in een lopend proces, waarbij zowel de inhoudelijke als de financiële aandachtspunten bij Intervence vanuit het scenario-onderzoek onoplosbaar bleken. Deze cijfers zijn op dit moment niet bekend. Hierop wordt strak gemonitord in afstemming met de inspecties. De doelgroep van Intervence omvat dezelfde complexiteit als de doelgroep van de overige GI’s. De medewerkers van William Schrikker Stichting en Leger des Heils zijn bekwaam om ook de casussen van Intervence op te pakken.

17

94

Voogdijkinderen: welke stem telt zwaarder? pleegouders/ kind of begeleider naar overgang andere GI?

95

Worden medewerkers die overgaan naar bv. Briedis automatisch ZZP'ers, wellicht is dat een eis van Briedis door hun bedrijfsstructuur? Is er sprake van overname van medewerkers Intervence, worden ook WW aanvragen verwacht bij het UWV?

96

97

Hoe staat het met de overname van medewerkers?

Dit betreft maatwerk waarbij per casus moet worden gekeken naar de meest passende oplossing. De pleegouders hebben een belangrijke stem in de overdracht naar een andere GI. Briedis neemt medewerkers van Intervence ook in vaste dienst. Dit is niet uit te sluiten voor medewerkers buiten het primair proces. We zetten in op zoveel mogelijk overname van zowel medewerkers als cliënten van Intervence door de 3 overnemende GI’s. Dit is ook opgenomen in de intentieovereenkomst. Intervence is verantwoordelijk voor het opstellen van een sociaal plan. De gesprekken hierover worden op basis van maatwerk pas gevoerd na vaststelling van het Plan van aanpak. Wij gaan ervan uit dat de werkzaamheden goed worden overgedragen aan de 3 GI’s, die nu al in Zeeland actief zijn. Vooral voor de uitvoerende medewerkers (jeugdbeschermers, jeugdreclasseerders en gedragsdeskundigen) is de kans groot dat zij in aanmerking komen voor een contract bij één van de andere GI’s. Voor de ondersteunende diensten is deze kans minder groot. Intervence is als werkgever verantwoordelijk voor het maken van een sociaal plan.

Overnemende GI’s 98

99

100

Is het geen reëel risico dat medewerkers van de wss, ldh en Briedis opstappen, zij hebben zelf gekozen om met een specifieke doelgroep te werken of in een kleine organisatie te werken? Is hierover nagedacht en hoe? Waarom geen besluit om een pva tbv overdracht van taken naar andere GI’s ipv meteen besluit om contractering te stoppen?

Wat is het totaal aantal cases en over welke periode heeft Briedis 100 cases overgenomen?

De medewerkers van de overnemende GI’s worden geïnformeerd en betrokken bij het proces vanuit hun eigen organisatie. Er zijn geen signalen dat hierdoor het verloop groter zal worden. Dit zijn verschillende verantwoordelijkheden. De bestuurscommissie besluit over de contractering. Het is de verantwoordelijkheid van een organisatie zelf om bij het stoppen van ene contract in de overgangsperiode te zorgen voor de overdracht van de gezinnen. Omdat de Jeugdwet voorschrijft dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de organisatie van de GI-functie is dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid geworden. De cijfers van het totaal aantal cases worden via de Inkooporganisatie verspreid. Op dit moment is niet precies aan te geven over welke periode een aantal cases wordt overgenomen. Dit wordt meegenomen in het Plan van

18

101

hoe borgen we de kwaliteit bji de overblijvende GI's? Hoe gaan we dat monitoren?

102

De WSS is een instelling die zich richt op een specifieke doelgroep, het LdH werkt op christelijke grondslag en Briedis werkt alleen met ZZP-ers, er wordt nu al aangegeven door alle 3 de partijen dat er grote twijfel is of zij wel de mogelijkheid hebben om alle casussen van Intervence over te nemen. Wat gebeurt er als dit niet lukt?

103

Casussen in bulk door rechtbank aan GI laten toewijzen. Leidt dit niet tot toewijzing casussen die niet bij die GI willen, bv niet christelijk toegewezen aan LdH.

104

Welke factoren bepalen nu dat Briedis een groot aantal cases tegen lagere kosten aan zou kunnen.

105

Hoe staat het met Briedis ten aanzien van hun "tik op de vingers van de rechtbank"? Ik begrijp dat de tarieven van de andere GI s 25% hoger liggen dan interventie. Dan is de overgang van interventie naar andere GI s toch ‘lood om oud ijzer’!.?

106

107

Hoe staat dit tov de 7500 onvoldoendes bij de wss in 2020? De wss heeft op 7500 zaken een onvoldoende gekregen van de inspectie. Waaruit blijkt dat de wss de kwaliteit en veiligheid van de

aanpak. Dit is ook afhankelijk van de capaciteit van bijvoorbeeld de Rechtbank om te besluiten over de over te dragen de maatregelen. De andere 3 GI’s zijn al gecontracteerd. Er zijn geen twijfels aan de kwaliteit van deze GI’s, ook al zijn er incidenten die een ander beeld lijken te geven. De Inkooporganisatie is verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking. Ook inspecties zijn hier zeer alert op. In alle contracten is afgesproken dat, wanneer een contract niet verlengd wordt, de cliënten warm worden overgedragen naar andere gecontracteerde organisatie. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de ervaringen met en toezeggingen van deze drie GI’s, die al in Zeeland werken, voldoende positief zijn om vertrouwen te hebben dat zij de casuïstiek en medewerkers kunnen overnemen en voldoende kwaliteit leveren. Uitgangspunt is dat deze 3 GI’s gezamenlijk de casussen van Intervence overnemen. Mocht blijken dat dit niet haalbaar is, dan zal het fall-back-scenario uit het Plan van aanpak een reële optie worden. Casussen overdragen in bulk is alleen mogelijk bij de maatregelen van jeugdreclassering (vanuit het OM). Over de maatregelen voor de Jeugdbescherming moet per casus worden besloten worden door de Rechtbank. Of iemand naar een GI wil is in deze niet aan de orde, de Kinderrechter besluit hierover.

Vanzelfsprekend zullen in de advisering van de Kinderrechter deze aandachtspunten wel worden meegenomen. De tarieven voor alle GI’s in Zeeland zijn hetzelfde. Briedis kan dus niet goedkoper leveren, maar wel tegen het geldende tarief. Briedis kan het aantal maatregelen niet alleen overnemen. Dat gebeurt in samenwerking met het Leger des Heils en de William Schrikker Stichting. Briedis heeft aangegeven dat de interne procedures n.a.v. de casus verbeterd zijn. De autoriteiten en inspecties kijken overigens kritisch naar elke GI. Dit is niet juist. De overige gecontracteerde aanbieders leveren de zorg volgens dezelfde tarieven. In 2018 zijn de tarieven voor de GI’s op basis van nieuwe berekeningen verhoogd. Wanneer we uitgaan van scenario 1 kan Intervence niet zonder een structurele instandhoudingbijdrage. Vanuit de aanbestedingsregels hebben de andere GI’s dan ook recht op een vergelijkbare extra bijdrage. Dat zou betekenen dat de tarieven in Zeeland met 25% omhoog zouden moeten. Dit terwijl de andere 3 GI’s de hulp wel kunnen organiseren op basis van de bestaande tarieven. De William Schrikker Stichting heeft tijdelijk onder verscherpt toezicht gestaan van de inspecties. Recent is aangegeven dat de zaken weer op orde zijn en de organisatie daarom niet meer onder verscherpt toezicht staat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9658292/1