2021-01a. D20.245878 Collegeadvies en bijhorende stukken besluitvorming In Matrix - kansen en bedreigingen
Tekst van het document
Matrix Kansen en bedreigingen voorbereiding besluitvorming Van: Corette van Dijke, Sira Kamermans, Olga Iedema Aan: Wethouders Zeeuwse gemeenten
Uitgangspunten We gaan hierbij uit van: • Scenario 1, gebaseerd op de informatie aangeleverd in de rapportage EHdK (Bedrijfsplan Intervence, Middelburg/Amsterdam 1 september 2020) • Scenario 2, overname van Intervence door Partners voor Jeugd, gebaseerd op het businessplan, mogelijke liquidatie van de stichting Intervence. • Scenario 3a, overname maatregelen GI Intervence door de al gecontracteerde GI’s bij faillissement van Intervence • Scenario 3b, overname maatregelen GI Intervence door de al gecontracteerde GI’s, bij overname onderneming We baseren ons op de onderstaande uitgangspunten in volgorde van belangrijkheid: 1. Continuïteit van zorg. 2. Continuïteit van werkgelegenheid. 3. Uitwerken resultaten van Vaart in Veiligheid in relatie tot de structurele borging van GI-functie. 4. Financiële verantwoordelijkheden van de partijen. 5. We lopen dit proces met begrip en erkenning van elkaars verantwoordelijkheden. In onderstaande beschrijving van de Kansen en Bedreigingen wordt aangegeven voor welk van bovenstaande scenario’s het geldt, zo nodig met aanvullende opmerkingen.
Kansen 1 2 3
Onderwerp Continuïteit van zorg. Continuïteit van werkgelegenheid. Structurele borging GI-functie koppelen aan uitwerking Vaart in Veiligheid.
4
Financiële kansen door uitwerking ViV
Geldt voor scenario, inclusief opmerkingen 1, 2. Scenario 3a en 3 b hebben hierin grotere risico’s. 1, 2. Scenario 3a en 3 b hebben hierin grotere risico’s. 1, omdat de GI Intervence al nauw betrokken is. Voor scenario 2, 3a en 3b zijn de risico’s groter omdat partijen niet zijn meegenomen met Vaart in Veiligheid. Een inhaalslag is altijd mogelijk. Dit is nog onvoldoende onderzocht voor scenario 1 voor wat betreft een overgangsperiode naar een nieuwe werkwijze samen met de betrokken partners
1
5
6
Oplossen huidige interne problemen Intervence, zoals beschreven in het Verbeterplan van de huidige directeur bestuurder van Intervence Vertrouwen gemeentebestuurders en -ambtenaren terug in uitvoering GI-functie. Samenwerking tussen de in Zeeland gecontracteerde GI’s verbetert, waardoor er een kwaliteitsslag voor de GI-functie mogelijk is.
in de pilot Vaart en Veiligheid. Er liggen financiële kansen in het toewerken naar een nieuwe invulling van de veiligheidsketen met Intervence als wezenlijk onderdeel. Voor overige scenario’s verwachten we de kansen zoals beschreven in het Brondocument, bijlage van het projectplan (2020)1. Voor scenario 3 geldt dat dat alle kosten onder voorboud zijn. 1, 2, 3a, 3b
8
Door een verbeterde samenwerking tussen de in Zeeland gecontracteerde GI’s, kan de uitwerking van Vaart in Veiligheid, in relatie met de GI-functie, passend kan worden uitgevoerd
1, 2, 3a, 3b Op financieel vlak moet het vertrouwen in Intervence hersteld worden. 1, 2, 3a, 3b PvJ heeft ook gesteld samen met de andere twee GI's in scenario 3 te willen optreden. Vertrouwen van de andere in Zeeland werkende GI's in PvJ is in scenario 2 hierdoor wel een aandachtspunt. 1, 2, 3a,3b, Voor scenario 1 geldt dat Intervence nu al namens de in Zeeland werkende GI’s binnen ViV participeert. De andere in Zeeland werkende GI’s moeten dan structureel betrokken worden bij de uitwerking van ViV. Bij 2 (overname door PvJ) zou de samenwerking wel eens minder goed kunnen zijn, omdat bij scenario 2 de gewenste uitbreiding van de markt door Briedis en Leger des Heils niet mogelijk is. PvJ heeft ook gesteld heeft samen met de andere twee GI's in scenario 3 te willen optreden. Vertrouwen van de andere in Zeeland werkende GI's in PvJ is in scenario 2 hierdoor mogelijk een aandachtspunt
9
Er zijn kansen om de werkwijze voor de jeugdbescherming te veranderen binnen Intervence, waardoor er meer ruimte is
1, 3a,3b Dit betekent in scenario 1 dat de huidige methodiek (FFPS en GGW) van
7
1 In het brondocument ViV is onderdeel van integratie van de veiligheidsketen het inrichten van een nieuwe geharmoniseerde Zeeuwse organisatie. Dit valt niet binnen de scope van het
projectplan ViV, maar kan een wenselijk vervolg zijn zodra de nieuwe klantroute helder wordt. De vraag is of gemeenten vast willen houden aan dit onderdeel uit het brondocument. Zo ja, dan kan het financieel interessant zijn om Intervence nog in de lucht te houden totdat ze opgaat in een nieuwe Zeeuwse organisatie. Dat zou betekenen dat je op dit onderdeel moet versnellen en hiervoor al een ontwerp moet maken terwijl het project ViV nog loopt.
2
voor professioneel maatwerk en daarmee voor een passende werkwijze vanuit Vaart in Veiligheid.
6 7
Kans op meer transparantie in de samenwerking gemeenten en GI’s, maar ook in de managementrapportages/verantwoording. Emoties over de huidige samenwerking gemeenten en GI Intervence verdwijnen.
8
Continuïteit van begeleiding is geborgd, doordat de medewerker, gekoppeld aan de casus, meegaat.
9
Partijen zijn al gecontracteerd.
10
Medewerkers die bij Intervence vertrokken zijn, komen uit liefde voor hun vak terug binnen de GI-functie. Het moet minimaal mogelijk zijn om hen voor de sector te behouden. Landelijk werkende GI’s hebben meer capaciteit en flexibele mogelijkheden dan een regionaal werkende GI.
11
Intervence (mogelijk) losgelaten moet worden en aangepast moet worden aan de werkwijze van Vaart in Veiligheid. ViV gaat niet op voorhand uit van een bepaalde methode. Het Normenkader eist echter wel dat er een methode gehanteerd wordt. De ingezette methodiek moet passend zijn bij de hulpvraag van de cliënt en de methodieken moeten niet leidend zijn. Dit heeft tot gevolg dat er deskundigheidsbevordering geregeld moet worden voor de Jeugdbeschermers en Jeugdreclasseerders. 1 (op basis van de ervaringen met de huidige directeur bestuurder van Intervence), 2, 3a en 3b 1, 2, 3a en 3b Dat geldt wanneer de naam Intervence verdwijnt uit Zeeland. Door een nieuwe naam kunnen we de emoties achter ons laten. 1, 2, 3b, Dit is wel afhankelijk van wat de betreffende GI doet en wat de medewerker wil bij 2 en 3b. 1, 3a, 3b WSG is gecontracteerd, PvJ/DJGB zijn niet gecontracteerd. 1 (mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden zoals het imago verandert), 2, 3a,3b 2, 3a,3b PvJ heeft een aparte stichting voor de overheadtaken, daardoor worden de kosten verdeeld onder de partijen die gezamenlijk de stichting vormen. Wanneer we in Zeeland Vaart in Veiligheid in de praktijk gaan brengen dan geldt dit punt ook voor scenario 1.
3
Bedreigingen 1 2
3
4
5
6 7
8
Onderwerp Gedoe over overdracht casussen (GI’s steggelen over wie de casus overneemt, welke GI passend zou zijn) Afbreukrisico voor gemeenten
Medewerker Intervence wil niet voor een andere GI werken, waardoor de continuïteit van zorg in het gedrang komt. Hiermee wordt bedoeld dat de overgang van de casus naar een andere GI niet inclusief de medewerker zal zijn, waardoor de continuïteit van zorg niet gegarandeerd is. Samenwerking tussen lokale gemeentefunctionarissen en medewerkers GI Intervence2, zoals nu bij casussen van Intervence wordt ervaren, blijkt niet specifiek voor Intervence maar blijkt Zeeuws en blijft dus bestaan binnen de GI-functie. Kosten voor de organisatie Intervence tijdens de afbouwperiode blijven bestaan, waardoor gemeenten op hogere kosten moeten rekenen en de te veel bevoorschotte bedragen niet kunnen worden terugbetaald en er voor de gemeenten meer kosten komen. Afspraken met andere GI’s blijken te positief geformuleerd en achteraf niet realistisch. Tijdspad voor overdragen casussen voor de Rechtbank is te krap, waardoor Intervence nog langer dan gedacht betaald moet worden. Nieuwe partij wil al direct een meerjarig contract, terwijl andere GI’s wel moeten aanbesteden voor een nieuw contract
Geldt voor scenario, inclusief opmerkingen 3a,3b 1, 2, 3a,3b In elk scenario op een verschillend vlak. Bij faillissement is het afbreukrisico anders van bij overname door een andere GI. 2, 3a, 3b Bij scenario 3a (geen overname onderneming), is kans op verloop het grootst. Manier van communiceren over het gekozen scenario kan invloed hebben op het verloop. 1, 2, 3a,3b
3a,3b Niet het geval bij scenario 2 wanneer Intervence in z’n geheel wordt overgenomen. 3a,3b 2, 3a, 3b Bij scenario 2 lijkt dit risico minder aanwezig aangezien het een overname naar één GI betreft. 2
2 Bijvoorbeeld wanneer de GI-medewerker een bepaling afgeeft wordt vraag om uitleg gezien als vraag om verantwoording.
4
9 10 11 12
13
14 15
16
Er zijn landelijk slechte ervaringen in vergelijkbare situaties. Hoge afvloeiingskosten, waardoor te veel betaalde bevoorschotting niet kan worden terugbetaald aan de gemeenten. Briedis niet aangesloten op landelijk ICT-systeem (WIJZ)3
3a, 3b 2 en 3b, alleen wanneer de stichting Intervence liquideert moeten er afvloeiingskosten betaald worden. 3a, 3b
Samenwerking gemeenten met meerdere GI’s in Zeeland is inhoudelijk moeilijker te organiseren, hierdoor kan de uitwerking van Actielijn 6 van de Transformatieagenda Jeugd problemen opleveren bij meerdere GI’s. Dit betreft overigens een landelijk probleem. De overblijvende GI’s zijn of landelijke GI’s (WSG en Leger des Heils) of een beginnende GI (Briedis). Daardoor is er geen regionale GI meer in Zeeland.
2, 3a, 3b
Voor landelijk werkende GI’s is Zeeland “één van de jeugdregio’s”, voor een regionaal werkende GI is Zeeland dé regio. Ervaring in het land met vergelijkbare situaties maakt duidelijk dat gemeenten geen regie hebben op het personeelsverloop en daardoor moeilijk kunnen voldoen aan de zorgplicht vanuit de Jeugdwet, wanneer er geen mensen meer zijn om de GI-taak in de overbruggingsperiode uit te voeren. Wanneer gemeenten besluiten tot een structurele borging van de GIfunctie (scenario 1 en 2) verwachten we dat het risico op verloop mogelijk kleiner is. Kwaliteit van de uitvoering is een aandachtspunt bij grote groei Briedis (beginnende en nog kleine GI) en huidige situatie WSG (onder de aanwijzing vanuit de Inspectie)4.
2, 3a, 3b Bij scenario 2 wordt in principe uitgegaan van een ‘zelfstandige GI die Zeeuws ingericht wordt’. Bij scenario 3 wordt toegewerkt naar een regionale, Zeeuwse netwerkorganisatie 2, 3a, 3b (landelijk) 1 (regionaal) 2, 3a, 3b Het personeelsverloop is sowieso al groot. LdH en WSG hebben teams van tamelijk honkvaste Zeeuwen. Briedis moet de Zeeuwse professionals nog wel aantrekken, maar kan juist van buiten Zeeland best ‘honkvaste’ mensen invliegen om (bijv.) die GI-taak te hulpen overbruggen.
3a, 3b
3 Om systemen, met behoud van eigenheid, toch waar nodig gekoppeld te krijgen zijn pragmatische oplossingen denkbaar. 4 WSG heeft recent een aanwijzing van de Inspectie gekregen, daardoor is de kwaliteitswaarborg door Keurmerkinstituut (KMI) een aandachtspunt
5
17
18
21
Overgang naar een andere stichting betekent voor ongeveer 650 dwangcasussen naar de kinderrechter, dat kost tijd en moet worden afgestemd met de Rechtbank. Gemeenten blijven eenzijdig met de collectieve verantwoordelijkheid zitten omdat partijen hun verantwoordelijkheid niet nemen voor het geheel. Bij overname is de verantwoordelijkheid van een overnemende partij duidelijk belegd en daarmee niet alleen die van de gemeenten. De ervaring met het faillissement van Juzt leert dat verdelen van de productie onder de partijen verdeeld over verschillende regio’s de gemeenten de collectieve verantwoordelijkheid gaf. Het personeel is toen ongecontroleerd weg gegaan, daardoor was een goede dienstverlening niet meer mogelijk. Er werd geen verantwoordelijk genomen door andere partijen, daardoor werden de gemeenten verantwoordelijk. Dit was voor gemeenten geen wenselijke ervaring.
2, 3a, 3b Er komt in alle gevallen per kind een vorm van ‘wijziging GI’
GI’s beschikken niet over financiële middelen om het negatieve vermogen van Intervence over te nemen.
2, 3b Geen van de GI’s kunnen de schulden van Intervence overnemen. Dat betekent bij overname van onderneming dat de gemeenten het te veel bevoorschotte bedrag kwijt zijn en moeten betalen/garant moeten staan voor die medewerkers die niet over kunnen of langdurig ziek zijn. Faillissement heeft echter hetzelfde, maar groter geachte risico in zich.
1, 2, 3a,3b Zie hiervoor ook art. 4.2 Inkoopdocumenten: “Voor alle binnen de duur van deze Overeenkomst in zorg genomen Cliënten blijven de Partijen ook na afloop van de genoemde contractperiode volledig aan hun respectievelijke verplichtingen voldoen, totdat overdracht van het dossier en de zorgverlening heeft plaatsgevonden”. Uitgangspunt moet zijn dat we moeten gaan voor een gezamenlijke verantwoordelijkheid, al is dit risico wel belangrijk.
6