2021-01 RV Besluitvorming GI Intervence
Tekst van het document
*Z0114D2D8A2* Zaaknummer Documentnummer
Z20.008789 D20.246139
Raadsadvies Onderwerp
Toekomst GI-functie Zeeland
Inhoud
Toekomst GI-functie Zeeland
Advies
1.
Beeldvormende behandeling Oordeelsvormende behandeling Besluitvormende behandeling
26-01-2021 26-01-2021
Portefeuillehouder
Wethouder A. Evertz
Datum collegevergadering Besluitnummer Aantal bijlagen Documentnummers v/d bijlagen
15-12-2020 2021-01 10 D20.245878 Matrix kansen en bedreigingen D20.245879 Matrix vergelijking scenario’s D20.245880 Zeeuwse oplegger besluitvorming Intervence D20.245877 Advies landsadvocaat D20.245881 Overzicht kosten per gemeente D20.246184 Memo raden Intervence 15-12-2020 D20.246180 Feitenoverzicht Intervence D20.246181 Reactie IJZ feitenoverzicht Intervence
Een krediet ad € 87.829,-- beschikbaar te stellen voor het toekennen van een incidentele bijdrage in 2021 voor de transitieperiode en overgang van cliënten van de Gecertificeerde Instelling Intervence; 2. Het bedrag van € 87.829,-- ten laste te brengen van de algemene reserve. Steller: E. Bouwense Datum: 15‑12‑2020
Samenvatting Al lange tijd zijn de Zeeuwse gemeenten en Intervence in gesprek over de dienstverlening en de bekostiging van de diensten. In 2019 is daarvoor een bestuursakkoord gesloten met de Raad van Toezicht, de Zeeuwse gemeenten en het Ministerie van Justitie en Veiligheid. In dat bestuursakkoord is afgesproken dat Intervence gedurende twee jaar (2019 en 2020) een instandhoudingsbijdrage zou krijgen, waarna de organisatie de zorg binnen de gestelde kaders zelfstandig zou moeten uitvoeren. In totaal betaalden de Zeeuwse gemeenten in twee jaar een bedrag voor de instandhoudingsbijdrage van € 1.442.000,-- (€ 838.000,-- over 2019 en € 604.000,-- over 2020). Ook zijn in 2019 de tarieven voor de diensten van Intervence verhoogd. Een onderdeel van de afspraken in het bestuursakkoord februari 2019 was ook dat de Zeeuwse gemeenten de Gecertificeerde Instelling (GI) Intervence structureel gingen bevoorschotten, op basis van toen geldende productiecijfers. De verrekening van de voorschotten met de werkelijke productie wordt dan aan het einde van elk boekjaar door de -1-
Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) geregeld. Bij de verrekening van 2019 bleek dat Intervence tot en met april 2020 een bedrag van € 1.218.000,-- te veel bevoorschot was en dit bedrag moet terugbetalen aan de Zeeuwse gemeenten. Dit omdat de geleverde productie afweek van het als voorschot verstrekte bedrag. Intervence beschikt niet over voldoende eigen middelen dit terug te betalen. Er is de afgelopen maanden intensief over de zorgen rondom de GI Intervence gesproken met de Raad van Toezicht en de directeur-bestuurder van Intervence. Ook het Ministerie van Justitie &Veiligheid is daarbij betrokken evenals het landelijke ondersteuningsteam zorg voor de jeugd (OZJ, in de vorm van procesbegeleiding). U bent daar op verschillende momenten over geïnformeerd. In november 2020 zijn de resultaten van het scenario-onderzoek gepresenteerd in de Bestuurscommissie Jeugd. Op basis daarvan heeft de bestuurscommissie inkoop jeugd besloten het contract van Intervence per 31 december 2020 te beëindigen. De Bestuurscommissie kan dit op basis van een gedelegeerde bevoegdheid doen. Dit houdt in dat nieuwe casussen in 2021 uitgevoerd gaan worden door de drie andere in Zeeland actieve GI’s: Briedis Jeugdbeschermers, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en William Schrikker Stichting Jeugdreclassering & Jeugdbescherming.
Hiervoor wordt wel een transitieperiode in acht genomen van 6 tot 9 maanden en krijgt de overdracht vorm op basis van een Transitieplan. Dit plan moet in afstemming met de vier GI’s, de gemeenten, de Jeugdautoriteit en de Inspecties worden opgesteld en goedgekeurd. We verwachten dit plan rond 21 januari 2021 op te kunnen leveren. Gedurende de hele transitieperiode wordt Intervence door middel van een ‘Overbruggingscontract’ in stand gehouden. Insteek is dat er zoveel mogelijk wordt gewerkt vanuit het principe ‘medewerker volgt maatregel’, maar het is aan de drie GI’s te bepalen welke medewerkers zij in dienst willen nemen en aan de medewerkers naar welke GI zij over willen gaan. Ook hebben pleegouders inspraak in de GI waar hun pleegkind aan wordt overgedragen. Voor de tussenliggende periode zijn afspraken gemaakt tussen de vier GI’s, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Rechtbank hoe om te gaan met nieuwe maatregelen en verlenging van de maatregelen. Na vaststelling van het Transitieplan krijgt de transitie pas echt vorm. Op basis van dit voorstel wordt u geadviseerd een incidentele bijdrage van € 87.829 via een achtergestelde lening in 2021 beschikbaar te stellen voor de overdracht van casussen en het tegelijkertijd draaiende houden van Intervence. Dit bedrag is een maximale inschatting op basis van de eigen liquiditeitscijfers en prognoses van Intervence.
Ook de overdracht van de maatregelen naar de andere GI’s kost geld. In totaal is er een bijdrage van € 3,2 miljoen nodig van de Zeeuwse gemeenten. Dit komt onder andere doordat bij Intervence de salarissen worden doorbetaald, maar de inkomsten fasegewijs worden afgebouwd (minder casussen), maar ook omdat er incidentele middelen noodzakelijk zijn voor de overdracht van de maatregelen naar de andere GI’s.
-2-
Advies 1. Een krediet ad € 87.829,-- beschikbaar te stellen voor het toekennen van een incidentele bijdrage in 2021 voor de transitieperiode en overgang van cliënten van de Gecertificeerde Instelling Intervence; 2. Het bedrag van € 87.829,-- ten laste te brengen van de algemene reserve. Inleiding: waar gaat het over? Begin 2020 is geconstateerd dat de financiële situatie bij Intervence dermate zorgwekkend was, dat besloten is tot een scenario onderzoek naar de uitvoering van de GI-functie in Zeeland in relatie tot de rol die Intervence daarin kan hebben. Dit met als doel om op basis van de juiste feiten een beslissing te kunnen nemen door de 13 Zeeuwse gemeenten over de contractering van Intervence vanaf 2021. Het betreft de volgende scenario’s: 1. Intervence wordt gecontracteerd vanaf 2021 inzake GI-functies voor de Zeeuwse gemeenten. Intervence voert als zelfstandige GI deze werkzaamheden uit. Dit vindt plaats aan de hand van een helder meerjarig bedrijfsplan voor Intervence en duidelijke zakelijke afspraken tussen Intervence en de Zeeuwse gemeenten 2. Intervence wordt overgenomen door een andere partij, waarna Intervence (als dochter of werkmaatschappij van een nieuwe eigenaar) de GI-werkzaamheden gaat uitvoeren voor de Zeeuwse gemeenten.
Dit vindt plaats aan de hand van een meerjarig bedrijfsplan voor Intervence en duidelijke zakelijke afspraken tussen de eigenaar van Intervence en de Zeeuwse gemeenten 3. De werkzaamheden van Intervence in Zeeland worden (eventueel stapsgewijs) afgebouwd, waarna de organisatie stopt. De werkzaamheden worden vanaf 2021 uitgevoerd door een andere GI. Onderstaand een korte beschrijving van de resultaten van het scenario-onderzoek voor de GI-functie in Zeeland: 1. Scenario 1. Hierover heeft de Raad van Toezicht van Intervence geconcludeerd dat scenario 1 geen reële optie is. Dit omdat het onderzoek, dat is opgesteld samen met adviesbureau EHdK, uitwijst dat het niet haalbaar is om de organisatie Intervence te laten voortbestaan op basis van de gestelde kaders (PxQ en zonder instandhoudingsbijdrage) en er geen break-even moment te noemen is. Er zijn te weinig casussen voor Intervence en daarmee is Intervence als zelfstandige organisatie niet levensvatbaar. Wanneer er wel gekozen zou worden voor scenario 1 betekent dit dat de instandhoudingsbijdrage voor Intervence (die nodig is om Intervence dan in stand te houden) ook betaald zou moeten worden aan de andere gecontracteerde GI’s (i.v.m. de Europese aanbestedingsregels). Dit zou betekenen dat de tarieven voor de GI’s met 25% omhoog zouden moeten, met een toename van zo’n € 2 miljoen structureel. 2.
Scenario 2. Er is in het proces aan 6 GI’s gevraagd of zij mogelijkheden zagen voor overname. Voor scenario 2 heeft één landelijke GI op verzoek van de gemeenten een onderzoek gedaan, met als doel onderzoeken of het haalbaar was om Intervence in te lijven binnen deze organisatie. Op basis van de businesscase heeft betreffende GI zelf besloten geen aanbod aan de Zeeuwse gemeenten en Intervence te doen voor overname van de organisatie Intervence. Men vond de risico’s ook te groot voor de eigen organisatie. Een andere GI heeft, voorafgaand aan het onderzoek een aantal zekerheden gevraagd die voor gemeenten een te hoge drempel opwierpen. De betreffende GI vroeg bijvoorbeeld een garantie vooraf voor het uitvoeren van het onderzoek en een garantie van een hoog bedrag voor eventuele overname. Dit betekent dat ook scenario 2 niet uitvoerbaar bleek. -3-
3.
Scenario 3.. Voor scenario 3 hebben de drie andere in Zeeland al gecontracteerde GI’s aangegeven dat zij bereid zijn om casussen van Intervence over te nemen en de medewerkers uit het primaire proces van Intervence de kans te willen geven bij hen in dienst te komen. Met dit scenario is de continuïteit van de zorg zoveel mogelijk gegarandeerd. De risico’s voor de Zeeuwse gemeenten zijn minder groot en ook contractueel zijn er minder risico’s. Bij keuze voor uitrol van dit scenario zijn er na afronding geen vier, maar drie GI’s in Zeeland werkzaam, waarmee het aantal casussen onder minder GI’s verdeeld worden.
Uit het scenario-onderzoek is geconcludeerd dat Intervence de zorg niet binnen de gestelde financiële kaders kan organiseren (scenario 1) en er ook geen overnamepartner voor Intervence is gevonden (scenario 2). Uiteindelijk blijft op basis daarvan alleen scenario 3 over: de werkzaamheden van Intervence in Zeeland worden afgebouwd, waarna de organisatie stopt. De werkzaamheden en de gezinsmanagers worden verspreid over een periode van 6 tot 8 maanden overgenomen door andere GI’s. De hulpverleningstrajecten die in de betreffende casussen worden uitgevoerd door andere partijen (zoals bijvoorbeeld Juvent), gaan onverminderd door. Relatie met strategisch beleid Geen bijzonderheden. Argumenten: waarom geven we als college dit advies? 1.1 De afbouw van Intervence vraagt financiële middelen. Hiervoor is een prognose opgesteld. Vanuit onderzoek is het advies om Intervence te financieren door middel van een extra bijdrage. 2.1
Er is geen dekking voor deze middelen in de begroting. De begroting van het Sociaal Domein (inclusief jeugdhulp) is realistisch opgesteld. Voor deze onvoorziene kosten is geen ruimte in de begroting. Om deze reden adviseren we de kosten te dekken vanuit de algemene reserve.
Kanttekeningen en risico’s: Intervence is zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van scenario 3. Dat betekent dat zij zich kunnen richten op een faillissement (scenario 3a) of een liquidatie (scenario 3b) van de onderneming. De geschatte kosten van een faillissement komen neer op € 2,75 miljoen en die van liquidatie op € 3,2 miljoen. Intervence heeft hier zelf onvoldoende middelen voor. Daarom worden de gemeenten gevraagd hierin te ondersteunen. Voor Intervence is het noodzakelijk te weten welke ondersteuning zij van de gemeenten zullen ontvangen om uitvoering te geven aan de keuze. Ter ondersteuning van dit besluit is door de Zeeuwse gemeenten een advies gevraagd bij de landsadvocaat. Het uitgebreide advies is als bijlage bijgevoegd (bijlage D20.245877). In dit advies wordt met name ingegaan op het risico dat gemeenten lopen bij scenario 3 voor wat betreft de kans dat er sprake is van ’overgang van onderneming’. Samenvattend stelt de landsadvocaat dat overgang van onderneming een groot risico is bij zowel liquidatie als, in mindere mate, faillissement. De overnemende GI’s zijn geen van allen in staat om in te steken op ‘overgang van onderneming”. Het financiële risico voor partijen is dan te groot (vergelijkbaar met de uitwerking van scenario 2).
Wanneer overname van onderneming toch onderdeel van de overname door de andere GI’s, is het risico aanwezig dat het benodigde bedrag hoger uitkomt (tot een maximum van ca € 6 miljoen, gebaseerd op de resultaten van het onderzoek bij scenario 2). De landsadvocaat heeft de Zeeuwse gemeenten geadviseerd voldoende middelen beschikbaar te stellen voor liquidatie van Intervence. Dit scenario heeft de voorkeur omdat gemeen-4-
ten dan zelf meer zeggenschap hebben over een goede overdracht van casussen en werkzaamheden. Bij faillissement ligt dit bij een curator. De jeugdautoriteit en de Inspecties hebben hun zorgen geuit over de gevolgen van het besluit van de Zeeuwse gemeenten (lees Bestuurscommissie). Hierover is ook veel aandacht in de pers geweest. De Jeugdautoriteit en de Inspecties hebben aangegeven dat zij actief betrokken willen worden bij het opstellen van het Transitieplan. Tot het akkoord van de Jeugdautoriteit en de Inspecties op het Transitieplan is afgesproken met de Minister van Veiligheid (S. Dekker) dat er geen onomkeerbare acties worden uitgevoerd. Dat betekent dat de huidige situatie zowel voor medewerkers als kinderen hetzelfde blijven. Pas na vaststelling van het Transitieplan kan een start gemaakt worden met overdracht van bestaande maatregelen en nieuwe maatregelen naar de andere 3 GI’s. Deze zijn overigens ook al lange tijd gecontracteerd in Zeeland en hebben gesteld dat zij de maatregelen na de transitieperiode voor bestaande tarieven kunnen uitvoeren. Volgens de huidige financiële doorrekening is een faillissementssituatie minder kostbaar voor de gemeenten. De kosten voor de gemeenten in scenario 3a ongeveer 2,75 miljoen, terwijl de kosten in scenario 3b bij liquidatie uitkomen op 3,2 miljoen.
Verdeeld over de dertien Zeeuwse gemeenten is het verschil per gemeente tussen faillissement en liquidatie dan echter klein. Mede op basis van het advies van de landsadvocaat wordt geadviseerd uit te gaan van scenario 3b liquidatie en in 2021 voor uitvoering van dit scenario eenmalig in 2021 € 87.829,-- te reserveren. Het advies is dit als extra bijdrage aan Intervence beschikbaar te stellen. Conform de financiële verordening is hiervoor een kredietbesluit van de raad nodig. Financiën: wat gaat het kosten en hoe gaan we dit financieren? Er zijn, zoals beschreven, bij Intervence zelf onvoldoende financiële middelen om het proces van uitvoering van scenario 3 vorm te geven. Intervence heeft een negatief eigen vermogen en dat maakt de kans op terugvordering van de teveel bevoorschotte bedragen zeer klein. Dit is een financieel risico waar rekening mee gehouden moet worden. Intervence zal in de afbouwperiode ook betaald moeten worden, dit wordt geregeld middels het overbruggingscontract. Intervence moet dan betaald worden voor de casussen die zij nog oppakken, maar ook voor het instandhouding van de organisatie zolang er nog maatregelen onder de verantwoordelijkheid van Intervence vallen. Dit zal periodiek afgebouwd gaan worden wanneer casussen en medewerkers overgaan naar de andere GI’s. Voor de overdracht van zorg wordt een projectorganisatie opgericht.
Hiervoor maken Intervence en de overnemende partijen (Briedis, WSG, Leger des Heils) kosten. Intervence heeft een opgave van € 2.000.000,-- gedaan. Het advies is dit via een extra bijdrage beschikbaar te stellen. De kosten voor de overnemende partijen zijn daarnaast geraamd op € 1.275.000,--. We schatten in dat dit een totaalbedrag zal zijn van € 3.275.000,--. Voor de verdeelsleutel per gemeente wordt verwezen naar de bijlagen. Voor Kapelle gaat het in totaal om een incidenteel bedrag van € 87.829 dat nodig is om te reserveren in 2021. Het is belangrijk dat gemeenten ook in de afbouwperiode grip houden op de uitgaven van Intervence. Daarom wordt als voorwaarde geadviseerd voor de steun bij liquidatie te stellen dat een vertegenwoordiging namens gemeenten meekijkt naar de uitvoering van de plannen. Dit is ook zo geregeld in het Overbruggingscontract. Wat communiceren we? De communicatie verloopt via de gemeente Sluis als coördinerende gemeente. Dit omdat zij ook de voorzitter van de jeugdhulpregio Zeeland leveren, wethouder Jack Werkman.
-5-
Gezamenlijk is er door de Zeeuwse gemeenten met de betrokken partijen een communicatieplan opgesteld voor zowel cliënten alsook personeel. Aanvullend daarop kunnen cliënten contact opnemen met het Centrum voor Jeugd en Gezin van Kapelle over het verdere proces. Bijlagen − Matrix kansen en bedreigingen (D20.245878) − Matrix vergelijking scenario’s (D20.245879) − Zeeuwse oplegger besluitvorming Intervence (D20.245880) − Advies landsadvocaat (D20.245877) − Overzicht kosten per gemeente (D20.245881) − Memo raden situatie Intervence 15 december 2020 (D20.246184) − Feitenoverzicht Intervence (D20.246180) − Reactie inkooporganisatie jeugd op feitenoverzicht Intervence (D20.246181)
-6-