2020-53d. D20.243207 Aanbiedingsbrief Rapport Berenschot Grip op 20201014.Bijlage 2. Actieplan Begeleiding
Tekst van het document
Rapport evaluatie Actieplan Begeleiding Inleiding De financiële nood bij gemeenten is hoog. Er moeten veranderingen doorgevoerd worden om de kosten van de maatwerkvoorzieningen terug te dringen. Alleen op die manier kunnen we de inwoners van onze gemeenten díe ondersteuning blijven bieden die ze hard nodig hebben. In 2018 heeft het bestuur SWVO het Actieplan Begeleiding vastgesteld met als doel in twee jaar tijd een zichtbare afname in de groei van het aantal cliënten met een maatwerkvoorziening te realiseren. Inmiddels zijn we twee jaar verder. De resultaten zijn nog niet zo ver dat we kunnen spreken van een ´zichtbare afname in de groei van het aantal cliënten’. Daarnaast wordt de financiële nood voor gemeenten om binnen begroting te blijven en kosten niet verder te laten stijgen, steeds groter. De vraag is relevant of SWVO, gemeenten en GR de Bevelanden er in geslaagd zijn het actieplan adequaat uit te voeren. SWVO heeft een kort onderzoek uitgevoerd om te kijken hoever gemeenten, GR de Bevelanden en SWVO zijn gevorderd in de uitvoering van het Actieplan Begeleiding en met welke resultaten.
Is het mogelijk om snel uitvoering te geven aan activiteiten die leiden tot een reductie van kosten en de toenemende vraag naar ondersteuning? Deze notitie is een weergave van de antwoorden op de vragenlijst en de gesprekken die wij met beleidsmedewerkers van de gemeenten en GR de Bevelanden hebben gevoerd. Daarnaast trekken we een aantal conclusies. Bij de uitwerking houden we de indeling van de uitgezette vragenlijsten aan. Een blanco vragenlijst is als bijlage 1 bij dit document gevoegd. Suggesties, ideeën en voorbeelden die wij van de beleidsmedewerkers hebben ontvangen, vindt u terug in bijlage 2. Een beknopte uitleg wat het Actieplan Begeleiding inhoudt, is bijgevoegd als bijlage 3.
1
Inhoudsopgave Informatie uit de vragenlijsten en interviews: •
Monitoring
blz. 3
•
Contractering en samenwerking
blz. 4
•
Algemene zaken
blz. 7
Bijlage 1: Vragenlijst
blz. 8
Bijlage 2: Suggesties, ideeën en voorbeelden
blz. 12
Bijlage 3: Beknopte uitleg Actieplan Begeleiding
blz. 15
2
Informatie vanuit de vragenlijsten en interviews Vragen over monitoring Door gegevens te verzamelen en informatie te ontsluiten ontstaat een duidelijker beeld wat er in de praktijk gebeurt. Uit de vragen die gesteld zijn met betrekking tot monitoring van de maatwerkvoorzieningen en de alternatieven voor maatwerkvoorzieningen komen de volgende punten naar voren: Algemeen beeld: •
• • • • •
Gemeenten maken alleen gebruik van de managementrapportages van SWVO en GR de Bevelanden. Middels deze rapportages worden colleges en raden geïnformeerd over de Wmouitgaven. De gemeente Tholen maakt tevens gebruik van een eigen interne monitor. Verder wordt er met name incidenteel gemonitord of worden ad-hoc analyses door een enkele gemeente opgevraagd. Van de door SWVO ontwikkelde BI-tool1 wordt op dit moment door de gemeenten minimaal gebruik gemaakt. Geen van de gemeenten heeft een plan op welke wijze data structureel wordt verzameld en vertaald naar informatie om beleid op te bepalen en processen aan te sturen. Alle gemeenten hebben behoefte aan een meer structurele manier van monitoring waarbij meer verbanden worden gelegd. Bijvoorbeeld wat zijn effecten van bepaalde acties. Gemeenten geven aan het lastig te vinden om data te verzamelen die betrekking hebben op de alternatieven voor de maatwerkvoorzieningen. Ze weten niet goed welke gegevens ze nodig hebben. Het liefst zien gemeenten de inzet van een alternatieve voorziening meteen terug in dalende kosten van de maatwerkvoorzieningen.
Conclusies: Om beleid te kunnen maken en hier uitvoering aan te geven binnen de financiële kaders, is het noodzakelijk om inzicht te hebben in het gebruik, de kosten en de effecten van de maatwerkvoorzieningen en eventuele alternatieven voor de maatwerkvoorzieningen. Dit inzicht kan verkregen worden door nauwkeurige monitoring (nulmeting, volgen, evalueren). Hier is behoefte aan. Dit zowel op regionaal niveau ‘hoe ontwikkelt de vraag naar de Maatwerkvoorziening zich in totaal’, ‘welke patronen kunnen we daarin herkennen’, als ook op lokaal niveau. Gemeenten zijn nog onvoldoende toegekomen aan de inrichting van data gedreven werken. Er is geen inzicht (op lokaal niveau) in de groei van het aantal Maatwerkvoorzieningen en de onderliggende patronen.
1 Dit is een digitale tool om per gemeente inzicht te geven in o.a. kosten en aantallen op de wmo-onderdelen
huishoudelijke hulp en begeleiding
3
Contractering en samenwerking De invulling van het opdrachtgeverschap, leveranciersmanagement, inkoopstrategie en bekostiging is een samenspel tussen SWVO, gemeenten, GR de Bevelanden en de zorgaanbieders. Klantmanagers en zorgaanbieders De beleidsmedewerkers is gevraagd hoe zij de rol van klantmanagers, zorgaanbieders en SWVO ervaren. In de beantwoording van de vragen werden diverse ideeën aangedragen voor de uitvoering van taken. Met name rondom het ondersteuningsplan en de werkwijze van klantmanagers. Deze ideeën zijn gebundeld in bijlage 2. Verder kwamen er een aantal belangrijke punten naar voren: • • • •
Klantmanagers signaleren dat zorgaanbieders cliënten richting maatwerkvoorzieningen stimuleren. (Iedere cliënt levert geld op). In de regio is geen helder en eenduidig beeld van wie met zorgaanbieders in gesprek moet gaan (Gemeenten, SWVO, GR de Bevelanden) over o.a. afschaling van zorg. Beleid en uitvoering moeten beter hand in hand gaan. Er zit een gat tussen de beleidsmakers en de uitvoering. Gemeenten hebben te maken met onvoldoende uitvoeringscapaciteit.
Bouwsteen ‘Waakvlam’ Om ervoor te zorgen dat zorgaanbieders een cliënt niet onnodig lang in een maatwerkvoorziening houden, is per 1-1-2020 een afbouwmogelijkheid gecreëerd; de Waakvlam. Op 1 mei 2020 werd deze mogelijkheid bij 17 cliënten ingezet. Tijdens de interviews is gesproken over de inzet van deze nieuwe bouwsteen. Hieruit blijkt dat door de Corona-crisis veel zaken stil kwamen te liggen. Er is op dit moment geen goed beeld te geven van de inzet van deze bouwsteen. Uitkomsten vragen over alternatieven Uit de vragen die gaan over alternatieve voorzieningen (anders dan maatwerk) komen de volgende zaken naar voren: •
• •
Er zijn verschillende lokale initiatieven in de Oosterschelderegio. Iedere gemeente pakt andere zaken op. Of deze initiatieven bijdragen in terugdringen van het aantal maatwerkvoorzieningen kan niet worden aangegeven. Een groot deel van de alternatieven is vrij recent gestart of er wordt (nog) niet op gemonitord. Er wordt beperkt samengewerkt in de ontwikkeling van alternatieven in de Oosterschelderegio. In bijlage 2 staan initiatieven genoemd die mogelijk gemakkelijk in meerdere gemeenten kunnen worden ingezet. De indicatievrije dagbesteding is het alternatief dat het meest wordt genoemd tijdens de interviews. Uit de antwoorden blijkt dat er op korte termijn niet direct een besparing wordt verwacht door indicatievrije dagbesteding. Wel is het zo dat de administratieve belasting minder is en dat meer mensen gebruik kunnen maken tegen dezelfde kosten. Door de indicatievrije dagbesteding goed te monitoren zal blijken welke besparing dit op langere termijn oplevert, waardoor maatwerk mogelijk langer kan worden uitgesteld. De monitorgegevens vanuit Ter Weel in Reimerswaal lijken hierin een positief resultaat te geven. 4
•
Waarom binnen gemeenten nog niet meer alternatieven opgepakt zijn, heeft diverse oorzaken. Er wordt met name aangegeven dat hier onvoldoende (lokale) capaciteit voor is, dat Corona roet in het eten gooit en dat niet duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is (SWVO, GR Bevelanden, gemeenten) en gemeenten zouden op voorhand graag willen weten wat de effecten zijn voordat ze van start gaan.
Clientondersteuning, Samenwerking maatwerk en informele zorg, zelfredzaamheid en eHealth Over deze onderwerpen kwam het volgende naar voren in de interviews: Clientondersteuning door SMWO Niet voor iedereen is de rol van cliëntondersteuners duidelijk. Ook is het koplopersproject niet bij iedereen voldoende helder. Samenwerking aanbieders maatwerk en informele zorg Via projecten, sociale wijkteams, investeren in vrijwilligers, overleg met zorgaanbieders, cursusmiddagen en overleg met zorgloketten wordt de samenwerking tussen aanbieders van maatwerkvoorzieningen en de informele zorg in de regio gestimuleerd. Uit de interviews komen een aantal suggesties die kunnen leiden tot (nog) meer samenwerking. Deze zijn te lezen in bijlage 2. Zelfredzaamheid Gemeenten stimuleren de zelfredzaamheid van hun inwoners op diverse manieren. Hierin zijn lokale keuzes gemaakt. Tijdens de interviews worden mantelzorgondersteuning en de inzet van vrijwilligers het meest genoemd. Ook het welzijnswerk wordt ingezet voor de stimulering van zelfredzaamheid. Een aantal geïnterviewden noemt de inzet op communicatie over de mogelijkheden die mensen zelf hebben i.p.v. direct aan te kloppen bij de gemeente (normalisering).
eHealth Ehealth en technologie gebruiken als alternatief voor de inzet van professionals of om de kwaliteit van ondersteuning te verbeteren wordt (nog) weinig gedaan in de Oosterschelderegio. Het onderwerp staat niet hoog op de agenda. Een aantal geïnterviewden is kritisch en zou graag eerst aangetoond willen zien welke voordelen het kan opleveren. Anderen denken graag actief mee in de projectgroep van SWVO, want zij zien kansen. Conclusies: Er is geen eenduidig beeld wie er met zorgaanbieders in gesprek gaat om te onderzoeken op welke manier er op zorg bezuinigd kan worden. Gemeenten hebben geen goed beeld over inzet van de bouwsteen ‘Waakvlam’. In de Oosterschelderegio worden verschillende lokale initiatieven ontwikkeld en ingezet. Hierbij wordt weinig gebruik gemaakt van elkaars kennis, ervaringen en ideeën. Ook voor de alternatieve voorzieningen zouden gemeenten meer inzicht willen hebben welk (financieel) effect alternatieven voor maatwerk hebben, om zo goede keuzes te kunnen maken. 5
Gemeenten hebben behoefte aan meer uitvoeringscapaciteit om gemaakte plannen daadwerkelijk uit te kunnen voeren. Rolverdeling en mandaat tussen de diverse organisaties (SWVO, gemeenten, GR de Bevelanden) zijn niet duidelijk geregeld waardoor men elkaar blijft aankijken en actie ontbreekt. Er is behoefte aan een heldere taakomschrijving van de cliëntondersteuner.
6
Algemene vragen Lokale vertaling Actieplan Begeleiding Gemeenten hebben de acties uit het Actieplan Begeleiding op diverse manieren vertaald naar een lokaal plan. Eén gemeente werkt met een eigen lokaal actieplan begeleiding. Anderen hebben het opgenomen in een lokaal actieplan sociaal domein of werken met bijvoorbeeld een afvinklijst of projectformats. 2 gemeenten hebben de acties niet vertaald naar een lokaal plan vanwege gebrek aan capaciteit. Externe hulp en ondersteuning SWVO Op de vraag of gemeenten de activiteiten uit het actieplan zelf kunnen uitvoeren of hierbij externe hulp nodig hebben, geven 3 gemeenten aan dat er op dit moment te weinig capaciteit en uitvoeringskracht aanwezig is om (alle) acties uit het actieplan uit te voeren en de doelen te behalen. Externe hulp is welkom. Ook ondersteuning door SWVO is besproken. Er kwamen diverse concrete ideeën naar voren over hoe SWVO gemeenten het beste kan ondersteunen. Deze staan in bijlage 2. En verder…. Wordt er nog meegegeven dat we in de regio zoveel mogelijk gezamenlijk moeten (blijven) optrekken. En, als we altijd voorzichtig blijven doen dan verandert er weinig. We moeten ook durven en knopen doorhakken! Conclusie: Ondanks dat het Actieplan Begeleiding op diverse manieren is omgezet naar een lokaal plan, leidt dit in geen enkele gemeente nog tot echte kostenbesparing.
Men vindt dat er te weinig uitvoeringskracht aanwezig is en externe hulp is op verschillende punten gewenst.
7
BIJLAGE 1 Vragenlijst
Inventarisatie opvolging Actieplan Begeleiding SWVO 2020
Zoals besproken voert SWVO een inventarisatie uit naar de wijze waarop u als gemeente opvolging geeft aan de in het Actieplan Begeleiding benoemde activiteiten om zorg vanuit de Maatwerkvoorziening af te schalen, of in te korten en alternatieve voorzieningen aan te bieden. Het doel van deze inventarisatie is, om waar mogelijk, snel uitvoering te geven aan activiteiten die leiden tot een reductie van kosten en de toenemende vraag naar ondersteuning. Ter voorbereiding op het telefonisch interview, vragen wij u om deze digitale vragenlijst in te vullen en minimaal 2 dagen voor onze afspraak te retourneren. Wanneer u op punten niet (voldoende) op de hoogte bent, vragen wij u zelf te informeren bij uw collega’s intern. Bij vragen die betrekking hebben op activiteiten die belegd zijn bij GR de Bevelanden, willen we u vragen deze vanuit uw eigen oogpunt te beantwoorden. GR de Bevelanden wordt ook gevraagd deze vragenlijst in te vullen. De antwoorden vanuit uw gemeente zullen we als leidraad gebruiken in ons gesprek. De vragenlijst is opgebouwd volgens de 3 lijnen in het Actieplan, namelijk: 1. Monitoring 2. Contractering en samenwerking 3. Alternatieven voor de Maatwerkvoorziening En eindigt met een aantal algemene vragen.
Monitoring Zowel voor de Maatwerkvoorziening als voor de alternatieven voor de Maatwerkvoorziening.
•
Wat doet uw gemeente op dit moment om inzicht te krijgen in het gebruik en de kosten van de WMO Maatwerkvoorziening?
•
Vindt er structureel, volgens een vastgesteld plan, monitoring en analyse plaats of gebeurt dit incidenteel als de behoefte ontstaat?
•
Op welke onderdelen maakt u gebruik van monitoring? (Meerkeuze mogelijk, graag zelf een kruisje ervoor zetten) [ ] Om opvallende of afwijkende uitgaven te signaleren [ ] Om opvallende trends te zien [ ] Om te vergelijken met andere gemeenten (benchmark) [ ] Om te analyseren en het beleid op te bepalen [ ] Om te vergelijken ten opzichte van nulmeting [ ] Om bijvoorbeeld cliënten met hoge kosten eruit te filteren en hiervoor te zoeken naar goedkopere alternatieven [ ] Anders:
•
Wanneer u nog niet (of nog niet voldoende) met monitoring bezig bent, wat is hiervoor de reden?
•
Kan deze belemmering worden weggehaald? En zo ja hoe?
Monitoring van alternatieven voor de Maatwerkvoorziening Het is lastiger om te monitoren op alternatieven voor de Maatwerkvoorziening, maar door bepaalde data of sturingscriteria te gebruiken kan ook de impact van alternatieven voor de Maatwerkvoorziening worden bepaald. 8
•
Heeft u data beschikbaar die inzicht geven in (de impact van) het voorliggend veld of zijn er sturingscriteria waarmee u van tevoren kunt inschatten wat de kosten en opbrengsten zijn van alternatieven voor de Maatwerkvoorziening?
•
Hoe zou u meer inzicht in de impact van het voorleggend veld willen krijgen? Wat heeft u hiervoor nodig?
Contractering en samenwerking Dit heeft betrekking op activiteiten van de klantmanagers, zorgaanbieders en SWVO.
•
Welke rol hebben klantmanagers in uw gemeente (of die in opdracht van uw gemeente werken bij GR de Bevelanden) bij het sturen op gewenst resultaat? Denk hierbij aan afschalen en toetsing.
•
Hebben klantmanagers in uw gemeente (of die in opdracht van uw gemeente werken bij GR de Bevelanden) voldoende tijd en ruimte om te sturen op gewenst resultaat?
•
Wanneer er nog onvoldoende mogelijkheid tot sturen is voor klantmanagers, wordt hier actie op ondernomen? Zo ja, wanneer en door wie?
•
Zijn er lokaal gesprekken gevoerd met de belangrijkste zorgaanbieders om te bespreken op welke wijze zorg afgeschaald/bezuinigd kan worden?
•
Zo ja, wordt dan ook gemonitord of de zorgaanbieder hiernaar handelt?
•
Zo niet, wat is hiervoor de reden? En gaat uw gemeente alsnog in gesprek met de zorgaanbieders? En wanneer?
•
Om zorg af te schalen is de zogenaamde 'waakvlam'- bouwsteen beschikbaar. Is naar uw mening deze bouwsteen voldoende bekend binnen uw gemeente, GR de Bevelanden als bij de zorgprofessionals?
•
Zo ja, hoe is er voor deze bekendheid gezorgd en door wie?
•
Hoe wordt er geborgd dat deze bouwsteen ook daadwerkelijk wordt ingezet?
•
Wanneer de 'waakvlam'-bouwsteen nog niet zo bekend is bij uw gemeente, GR de Bevelanden of de zorgprofessionals, zijn er concrete plannen om deze optie meer bekendheid te geven?
Alternatieven voor de Maatwerkvoorziening In hoeverre kan een cliënt worden geholpen zonder dat er een Maatwerkvoorziening nodig is.
•
Welke alternatieven voor de Maatwerkvoorziening zijn er in de afgelopen 2 jaar ontwikkelt om het gebruik en de kosten van de Maatwerkvoorziening te verminderen?
•
Leveren deze alternatieven een zichtbare besparing op? Hoe wordt dat gemeten? 9
•
Is er nog meer besparing mogelijk door het inzetten van alternatieven? Zo ja, op welke manier?
•
Wanneer u nog geen alternatieven heeft opgepakt, wat was hiervan de reden?
•
Is uw gemeente in 2020 van plan om alternatieven in te zetten? Welke zijn dat en wat is hiervoor nodig
•
Op welke wijze betrekt uw gemeente de cliëntondersteuners van SMWO bij het zoeken naar alternatieve ondersteuning?
•
Wordt in uw gemeente onderzocht hoe aanbieders van Maatwerkvoorzieningen met de informele zorg kunnen samenwerken om te komen tot afschaling of alternatieven voor maatwerk? Welke stappen zijn hierin al gezet en welke moeten nog genomen worden?
•
Wat doet uw gemeente verder om de zelfredzaamheid van de inwoners te stimuleren?
•
Stimuleert uw gemeente het gebruik van Ehealth en technologie binnen zorg en welzijn als (goedkoper) alternatief voor inzet van professionals of om de kwaliteit van ondersteuning te verbeteren?
•
Zo ja, wat wordt dan gedaan?
•
Zo nee, hoe komt dat?
10
Algemeen Hoe stuurt de gemeente op het uitvoeren van de activiteiten uit het Actieplan Begeleiding van SWVO?
•
Is het Actieplan Begeleiding vertaald naar een lokaal plan met SMART doelen?
•
Indien het Actieplan Begeleiding is vertaald naar een lokaal plan, wilt u dit plan dan hier uploaden alstublieft?
•
Kunt u als gemeente de activiteiten zelf uitvoeren of heeft u hierbij nog externe hulp nodig?
•
Zou SWVO kunnen ondersteunen? Zo ja, op welke manier?
•
Heeft u nog vragen of opmerkingen? Dan kunt u ze hieronder kwijt.
Bedankt! We willen u hartelijk bedanken voor het beantwoorden van de vragen en spreken elkaar binnenkort.
11
BIJLAGE 2
Suggesties, ideeën en voorbeelden In deze bijlage zijn suggesties, ideeën en voorbeelden gebundeld die vanuit de vragenlijsten en interviews naar voren kwamen. Het zijn ideeën van individuele personen die soms al (gedeeltelijk) tot uitvoer worden gebracht, maar soms enkel nog als idee bestaan. Er is een indeling gemaakt op basis van de vragen zoals ze zijn gesteld. Ideeën voor de uitvoer (klantmanagers en zorgaanbieders): •
•
•
•
Voer een tussentijds toetsmoment van klantmanagers met de cliënt in. Ook als de beschikking voor meerdere jaren is afgegeven. Hierbij kan dan o.a. nagegaan worden of de maatwerkvoorziening kan worden vervangen door een alternatief. Hiervoor is dan wel voldoende capaciteit nodig. Probeer zorgaanbieders creatiever te maken om meer/ andere alternatieven te creëren. Door ‘prikkels’ op te nemen in de contracten met zorgaanbieders , stimuleren ze cliënten mogelijk minder (snel) richting maatwerkvoorzieningen. Denk bijvoorbeeld aan een bonus als 5% minder maatwerk wordt ingezet. Hierbij moet het welzijn van de cliënt in de gaten worden gehouden. Investeer minder tijd in simpele aanvragen (zoals bijvoorbeeld hh 75+ers) waardoor meer tijd kan worden besteed aan complexere aanvragen. Simpele aanvragen kunnen worden afgehandeld door een administratief ondersteuner. De klantmanager kan zich dan richten op complexere zaken. Neem de bouwsteen ‘Waakvlam’ standaard op als item in het ondersteuningsplan.
Hoe denkt men meer besparing te kunnen halen uit alternatieven? : • • • • • • • • • • • •
Door het (gezamenlijk) opzetten van pilots. Door goede monitoring inclusief nulmeting te doen en het vervolg goed in kaart te brengen. Door verdiepend onderzoek te doen op o.a. casusniveau. Door beleid, uitvoering en financiën meer met elkaar te verbinden. Aanscherpen van criteria voor de toegang naar de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Dit meenemen bij het opstellen van nieuwe deelovereenkomsten. 2 gemeenten hopen aanbevelingen te krijgen vanuit eigen onderzoek/analyse en vanuit het onderzoeksrapport van Berenschot om te komen tot besparing. Het uitrollen van indicatievrije dagbesteding binnen (alle) Oosterschelde gemeenten. Eén zorgaanbieder per wijk (niet 6 aanbieders werkzaam in een wijk, maar 1 aanbieder per wijk of kern. Enkel bij uitzondering een andere aanbieder). Onderzoek doen naar een alternatief voor individuele begeleiding; soms is het, afhankelijk van de vraag, mogelijk om zaken met een groepje op te pakken in plaats van per individu. Verder verkennen en uitrollen van de mogelijkheid van digitale ondersteuningsvormen. Alternatieven regiotaxi onderzoeken. In het land zijn er gemeenten die andere soorten vervoer hebben gecreëerd. Misschien kan dit ook in de Oosterschelderegio een mogelijkheid zijn. Kvvbt: Kortdurende voorliggende voorziening begeleiding thuis. Deze pilot heeft voor de doelgroep gezinnen gedraaid met Allevo en SMWO.
Mogelijk komt hierop een vervolg/uitrol. Als het breder wordt ingezet, kan dit een mooi alternatief zijn.
12
Initiatieven om te kopiëren naar andere gemeenten: Er zijn veel lokale initiatieven (in ontwikkeling) in de Oosterschelderegio. Iedere gemeente pakt andere zaken op. Tijdens de interview zijn diverse initiatieven en pilots besproken: •
•
•
•
•
Voor(op) zorg is de naam van een proef in Krabbendijke waarbij alle meldingen (voor een maatwerkvoorziening) die binnenkomen bij GR de Bevelanden anoniem met stakeholders worden bekeken. De meldingen worden beoordeeld op wat is nu precies de vraag van de inwoner? Hoe kunnen we de vraag zo goed mogelijk beantwoorden door op een zo laat mogelijk moment een maatwerkvoorziening in te zetten? Bij deze proef zullen klantmanagers, voorliggend veld, gemeenten en zorgaanbieders heel direct contact met elkaar gaan onderhouden. Goes wil meer gaan sturen op de realisatie van de doelen in het ondersteuningsplan en hierop monitoren. Ze willen dit met name doen bij de meer complexe casussen (20%?). Tholen doet zoiets al bij jeugd. Hier volgt een procescoördinator dure casussen nauwlettend. Binnen WMO-casussen kan dit ook worden toegepast. De gemeenten Goes, Borsele en Noord-Beveland gaan via een pilot inzetten op een ‘integrale intake’. Dit houdt in dat een persoon met een vraag komt waarmee de klantmanagers aan de slag gaan. Als blijkt dat deze persoon of dit gezin in binnen verschillende wetten valt en in beeld is / ondersteund wordt door meerdere organisaties dan moet er verbinding gelegd worden met elkaar. Er wordt dan gezamenlijk naar één goede oplossing gezocht i.p.v. voor elke wet een andere gedeeltelijke oplossing. Dus niet elke wet apart bekijken, maar in samenhang.
Bij samenhang wordt de klant vaak beter geholpen, omdat de oorzaak beter aangepakt kan worden. Korte lijnen tussen hulpverleners onderling zijn hierin belangrijk. De gemeenten Goes en Borsele werken met ‘Welzijn op recept’ (welzijn inzetten als alternatief voor een wmo-voorziening, een samenwerking tussen huisartsen en welzijnswerk). Wanneer uit monitoring blijkt dat dit concept succesvol is, kan het mogelijk gekopieerd worden naar de andere gemeenten. Verschillende gemeenten willen inzetten op communicatie en/of gesprekken voeren met (oudere) inwoners: o In Noord-Beveland voert een ouderenadviseur een gesprek met 70+ers. Hierin krijgen mensen informatie over bestaande regelingen en buurtactiviteiten. o Gemeente Borsele wil gaan werken met preventieve huisbezoeken; In gesprek gaan met 75+ers om vroeg te signaleren. o Ook heeft Borsele in haar actieplan sociaal domein het ontwikkelen van een communicatieplan opgenomen, om mensen te laten anticiperen op het ouder worden (Mensen op voorhand laten nadenken over het ouder worden. Niet pas als er een probleem is.) o Schouwen-Duiveland start in juni met campagne 'veilig en schoon'. Doel is veilig en schoon zo lang mogelijk leven, bewustwording stimuleren en kosten reductie op de maatwerkvoorzieningen. o Gemeente Goes kijkt samen met GR de Bevelanden naar de mogelijkheden rondom communicatie.
De inzet is ‘normalisering’; mensen bewust maken van het feit dat ze veel zaken zelf kunnen doen/aanschaffen en niet voor alles hoeven aan te kloppen bij de gemeente. Door meer samen te werken kan (reeds opgedane) kennis gedeeld worden en kan mogelijk gebruik gemaakt worden van elkaars (communicatie)plannen.
13
Samenwerking aanbieders maatwerk en informele zorg: Uit de interviews komen een aantal suggesties die kunnen leiden tot (nog) meer samenwerking op dit vlak: -
Door te onderzoeken hoe vrijwilligers kunnen worden geschoold, zodat professionals durven af te schalen. Denk bijvoorbeeld aan maatjesprojecten dementie, GGZ en begeleiding. Door Oosterscheldebreed uitvoeringskracht te bundelen, kun je op meerdere plaatsen (buiten de eigen gemeentegrenzen) initiatieven uitvoeren. WIZ maakt hierin al wel stappen. Dit kunnen we nog verder oppakken. Incidenteel wordt samengewerkt maar dit is nog geen vanzelfsprekendheid. Financiële belangen van zorgaanbieders om inwoners in een maatwerkvoorziening te houden, spelen hierbij (mogelijk) een rol. Nu is er voor zorgaanbieders weinig prikkel om extra in te zetten op samenwerking of alternatieven. We zouden prestatievergoeding of resultaatbekostiging kunnen invoeren. De aanbieder krijgt dan bijvoorbeeld de helft betaald bij de start en de andere helft als het afgesproken resultaat is bereikt.
Ondersteuning door SWVO Ook ondersteuning door SWVO is besproken tijdens de interviews. Er kwamen diverse concrete ideeën naar voren over hoe SWVO gemeenten het beste kan ondersteunen: • • • • • • • •
Goede ideeën uitwisselen die eenvoudig te kopiëren zijn naar de gemeenten. Impactsheets ontwikkelen zodat bestuurders meegenomen kunnen worden in de juiste processen en overtuigt kunnen worden dat verandering nodig is in relatie met de huidige manier van werken. Een onafhankelijk uitvoeringsteam vanuit SWVO laten opereren. Ondersteunen op data met een koppeling tussen maatwerk en voorliggend veld. Fungeren als sparringpartner om te komen tot een goede analyse van het veld binnen onze gemeente. Ondersteuning bij het ontwikkelen van een kernteam monitoring; zet beleidsmensen en datadenkers uit de regio bij elkaar, om op die manier zaken op een hoger plan te brengen. SWVO zou hierin als initiator kunnen optreden. Meedenken door een data-analist om beter in beeld krijgen welke indicatoren van belang zijn bij bepaalde acties en in het verbinden van de diverse systemen die er al zijn bij o.a. WIZ, SWVO en jeugd. Kosten- batenanalyse van alternatieven verzamelen.
Een aantal geïnterviewden geeft aan dat SWVO laagdrempelig is, dat de samenwerking in de werkgroepen goed gaat en dat het prettig is dat de mensen van SWVO meedenken. Deze zaken worden graag behouden.
14
BIJLAGE 3
Datum:
3 oktober 2018
Beleidsadviseur:
Sandra Schuurman en Thijs Terlouw
Toelichting Actieplan Begeleiding In het Actieplan Begeleiding wordt ingegaan op drie onderdelen: monitoring, contractering en het creëren van alternatieven voor de maatwerkvoorzieningen. In het ambtelijk overleg over het Actieplan Begeleiding is afgesproken dat we ons in eerste instantie richten op de onderdelen monitoring en contractering. Voor beide onderdelen bestaan werkgroepen. Aan de alternatieven voor maatwerkvoorzieningen wordt o.a. aandacht geschonken in ‘de week van de Sociale Innovatie’ (12 – 16 november). De positieve stimulans die uit deze week voortkomt zal meehelpen de ontwikkeling van dit onderdeel verder op gang te brengen. De verwachting is dat hieruit nieuwe initiatieven voor onze regio komen. Monitoring De werkgroep Monitoring, bestaand uit gemeentelijke ‘Datadenkers’, biedt in dit kader gemeenten inzicht in het gebruik van de maatwerkvoorziening begeleiding. De werkgroep werkt volgens het i-grip proces. Het i-grip proces geeft zicht op de ontwikkelingen in de informatiestromen in dit geval horende bij het onderwerp “begeleiding”. Zij maakt inzichtelijk welke bronnen wat kunnen zeggen over het onderwerp. Vervolgens stelt de werkgroep indicatoren vast, ontsluit zij de benodigde data en controleert de kwaliteit en betrouwbaarheid ervan.
Met behulp van deze data probeert de werkgroep het antwoord op de volgende onderzoeksvraag te achterhalen: “waar wordt de stijging in begeleiding door veroorzaakt vanaf 2016 tot heden?” De werkgroep monitoring is inmiddels gestart met de analyse van de data van SWVO. Verdiepingssessies staan gepland voor de maanden september en oktober. In december wil de werkgroep een demonstratie geven aan de leden van het AB van de monitor die zij ontwikkeld heeft. Contractering (uitwerking zie bijlage) De werkgroep ‘Opdrachtgeverschap en Innovatie’ ontwikkelt een nieuwe bouwstenensystematiek. De bouwstenensystematiek is breder dan alleen contractering van begeleiding. Net als bij het onderdeel monitoring zit de toegevoegde waarde van een nieuwe invulling van de bouwstenensystematiek en alles daaromheen vooral in het faciliteren en ontwikkelen van alternatieven voor de maatwerkvoorzieningen:
15
1. nieuwe bouwstenen ontwikkelen om makkelijker af te kunnen schalen van ‘beschermd wonen’(zeer intensief/kostbaar) naar minder intensieve vormen van begeleid wonen en begeleiding thuis. 2. onderscheid tussen bouwstenen in de voorwaarden die we stellen aan de uitvoering; bij eenvoudige ondersteuning willen we veel verantwoordelijkheid neerleggen bij de zorgaanbieder om zo voldoende tijd vrij te maken voor overleg en sturen op resultaat bij meer complexe situaties. Bij de eerste groep cliënten komt ruimte om met hulp van subsidies die begeleiding of dagbesteding ook op een andere manier vorm te geven (voorbeeld indicatievrije dagbesteding Ter Weel in Reimerswaal). Maatwerkvoorziening Wat is belangrijk in het creëren van alternatieven voor de Maatwerkvoorziening? Waar moet je als organisatie of overheid die innovatie wil creëren op letten? Voor het plan van aanpak dat we op gaan leveren willen we in de zoektocht naar alternatieven de volgende lijn aanhouden: 1. Zorg voor kennis van het vraagstuk of de problematiek waar een innovatieve oplossing voor gezocht kan worden. Om te weten waar het rendement van investeringen in preventie en alternatieven voor de maatwerkvoorziening het grootst is, zullen gemeenten informatie verzamelen, analyseren en interpreteren over de ondersteuningsvragen in de samenleving.
Het instrumentarium dat vanuit de datadenkers wordt ontwikkeld kan daar een belangrijk bijdrage aan leveren, maar daarnaast zullen gemeenten ook in gesprek gaan met inwoners en maatschappelijke organisaties om inzicht te krijgen. Het creëren van alternatieven is maatwerk. Binnen gemeenten zullen wijken/kernen ook al verschillende oplossingen vragen. Gemeenten hebben aangegeven behoefte te hebben om van elkaar te leren. SWVO zal dus tijd en energie gaan steken in het delen van informatie hierover, het verbinden en aanjagen en het ondersteunen van gemeenten in het ‘volgen’ van innovatieve projecten (reflectieve monitoring). Het resultaat van dit proces is dat gemeenten een aantal vragen formuleert waar zij zelf kansen ziet voor preventie of alternatieven. 2. Zet die vragen uit ‘in de markt’. Communiceer, zoek verbindingen, jaag aan, kijk waar de dynamiek zit bij partijen in het veld die willen bijdragen aan een oplossing. 3. Faciliteer experimenteerruimte; geef ruimte aan initiatiefnemers om met de vraagstukken aan de slag te gaan en tot nieuwe oplossingen te komen. Probeer zoveel mogelijk vaste patronen weg te halen, zodat innovatie kan ontstaan. Zet de mens centraal en niet de regels. 4. Zorg dat deze processen worden gemonitord (wat levert het op in de breedste zin van het woord) en deel continu resultaten met elkaar zodat we van elkaar kunnen leren.
16
Nadere uitwerking contractering en samenwerking met zorgaanbieders INLEIDING Het Actieplan Begeleiding kent 3 lijnen: 1) investeren in monitoring 2) contractering en samenwerking met de zorgaanbieders. 3) creëren van alternatieven voor de Maatwerkvoorziening Dit advies is een uitwerking van punt 2 en richt zich op het afschalen van zorg en inkorten van de zorgperiode voor de Maatwerkvoorziening Individuele Begeleiding. Om dit te bereiken worden diverse maatregelen voorgesteld. Daarbij worden acties van zowel gemeenten als van SWVO verwacht. De opdracht aan zorgaanbieders heeft SWVO verwerkt in een nieuwe Deelovereenkomst (zie bijlage). Contractering en samenwerking met zorgaanbieders De werkgroep O&I heeft op dit onderdeel onderzoek gedaan naar besparingsmogelijkheden en gesprekken gevoerd met zorgaanbieders. Uit de gesprekken met zorgaanbieders kwamen de volgende signalen naar voren: • De huidige indiceringssystematiek werkt met een vast tarief per maand ongeacht de zorginzet/intensiteit van de zorgaanbieder. Ook ontbreekt een afbouwmogelijkheid. Hierdoor blijven cliënten vaak langer in zorg dan nodig is. • Zorgorganisaties geven aan dat klantmanagers/Wmo-consulenten (hierna ‘klantmanagers’), na afgifte van de indicatie, de voortgang van het zorgtraject meer zouden kunnen monitoren en (bij)sturen. • Zorgorganisaties en klantmanagers kennen elkaar onvoldoende.
Klantmanagers hebben weinig kennis van de verschillende zorgpartijen, het aanbod en de kwaliteit daarvan. Andersom weten zorgorganisaties niet altijd wie zij nodig hebben binnen de gemeente als er vragen zijn. • Veel zorgorganisaties kennen de sociale kaart van gemeentes onvoldoende; het ontbreekt hen aan inzicht in de woon- en leefomgeving van cliënten. Het afschalen van zorg wordt door gebrek hieraan bemoeilijkt. • Cliëntondersteuning is nauwelijks bekend bij zorgprofessionals en -organisaties. Alleen wanneer gecontracteerde zorgorganisaties, SWVO, gemeenten en zorgloketten bij gemeenten gezamenlijk maatregelen nemen en investeren in het afschalen van geïndiceerde ondersteuning kunnen we ervoor zorgen dat we binnen het beschikbare budget voor deze taken de inwoners die dat nodig hebben kunnen ondersteunen met een Maatwerkvoorziening.
MAATREGELEN De werkgroep Opdrachtgeverschap en Innovatie adviseert de volgende maatregelen: 1. Wijzigen Deelovereenkomst met zorgaanbieders (actie: SWVO) De deelovereenkomst met zorgaanbieders wordt op diverse punten aangepast. Inmiddels heeft de fysieke overlegtafel ingestemd met de wijzigingen. In lijn met het advies wat nu voorligt, zijn o.a. de volgende wijzigingen opgenomen:
17
•
•
Zorgaanbieders worden meer ‘verplicht’ een voorliggend ‘klimaat’ te creëren dat zorgt dat taken (eerder) worden overgenomen door het netwerk van een cliënt, voorliggende voorzieningen of vormen van informele zorg. Toetreding van nieuwe zorgaanbieders wordt beperkt door acceptatie op basis van ‘toegevoegde waarde’.
2. Data-analyse (actie: SWVO en gemeenten) Om mede te bepalen aan welke knoppen we kunnen draaien en welk effect dit heeft, is het verzamelen, analyseren en meten van kwantificeerbare informatie over het gebruik van de Maatwerkvoorziening op verschillende niveaus nodig. Het aanstellen van een data-analist bij SWVO (zie apart advies) zal de uitvoering van deze actie bespoedigen. 3. Afschalen middels waakvlam-constructie (actie: SWVO en gemeenten) Invoering van een zogenaamde ‘waakvlam’-bouwsteen die klantmanagers en zorgorganisaties in staat stelt af te schalen. Zij kunnen de indicatie Begeleiding Thuis of Begeleiding Thuis Specialistisch (BT of BTS) eerder stopzetten wanneer middels een indicatie voor de waakvlam-bouwsteen met een langere frequentie toch continuïteit van ondersteuning kan worden geboden. Hierbij opgemerkt: • Het gebruik van een waakvlam leidt alleen tot minder zorgkosten indien zorgprofessionals (klantmanagers en zorgaanbieder) kennis hebben en gebruik maken van deze mogelijkheid tot afschalen. • De waakvlam wordt niet standaard afgegeven. In bepaalde gevallen zal de ondersteuning na afronding van een begeleidingstraject in een keer kunnen stoppen, of zijn de alternatieven voor professionele inzet voldoende om de Maatwerkvoorziening te beëindigen. • Wanneer een cliënt ook een bouwsteen HZR heeft kan HZib de waakvlamfunctie omvatten.
Dat betekent dat de HZR medewerker de ‘begeleidingstaken’ in de waakvlamstand waarneemt. 4. Koploperprogramma ‘cliëntondersteuning’ betrekken (actie: SWVO en gemeenten) In de gesprekken met zorgaanbieders bleek dat zij geen gebruik maken van onafhankelijke cliëntondersteuning omdat ze niet bekend zijn met deze voorziening. De Oosterschelderegio is gedurende twee jaar koploper voor onafhankelijke cliëntondersteuning, een initiatief van het Ministerie van VWS. Dit biedt een mooie kans om aan te haken bij de doorontwikkeling hiervan. Cliëntondersteuning kan namelijk een rol spelen bij het betrekken van het netwerk van een cliënt. 5. Overname ‘begeleiding’ door derden (actie: gemeenten) Op lokaal niveau organiseren gemeenten een proces waar de (belangrijkste) uitvoerders van individuele begeleiding met gemeenten, welzijn en andere sleutelfiguren samen gaan onderzoeken hoe de ondersteuning van mensen die individuele begeleiding ontvangen kan worden overgenomen door derden en wat de vrijwilligers/mantelzorgers die nu al betrokken zijn nodig hebben om hun werk beter/vaker/makkelijker te kunnen doen. We inventariseren wat er al is ‘Hoe gaat dat nu in zijn werk?’, maar constateren ook wat er nog niet is, of waar behoefte bestaat. Daarnaast verwachten we dat er betere verbindingen worden gelegd tussen de verschillende actoren. We starten in iedere gemeente klein (in één of twee kernen).
We verwachten een belangrijke bijdrage van de dominante zorgorganisaties (vwb individuele begeleiding) in die betreffende gemeente. 6. Herinrichting Toegang: sturen op resultaat (actie: gemeenten) Gemeenten maken een voorstel hoe zij hun toegang willen toerusten en inrichten zodat kan worden gestuurd op resultaat: a) Definiëren welk resultaat de (samenwerkende) gemeenten willen bereiken met de uitvoering van de Wmo. Hoe willen gemeenten dat resultaat terug zien in de ondersteuning die mensen ontvangen of de wijze waarop zorgaanbieders hun werk uitvoeren. 18
b) Een evaluatie van de werkwijze met het 3 kolommen model en een verkenning van alternatieven. Op basis hiervan een voorstel uitwerken om met een aangepaste versie van het 3 kolommen model of een ander instrument te komen. c) De medewerkers worden opgeleid en getraind om ‘sturen op resultaat’ uit te kunnen voeren. d) Implementeren werkwijze om op een efficiënte en effectieve manier zorgprofessionals aan te spreken op het behaalde resultaat. - klantmanagers kijken niet alleen naar individuele casuïstiek, maar ook naar de wijze waarop het sociale netwerk van de cliënt wordt betrokken om de rol van de zorgprofessional overbodig te maken. - Klantmanagers beoordelen of een waakvlamafspraak nodig is en voor hoe lang. e) Verzamelen van kwantitatieve informatie over de wijze waarop zorgaanbieders in staat zijn om cliënten vooruit te helpen.
FINANCIEEL • De uitvoering van dit plan zal een investering vergen. Dit geldt met name voor de implementatie van sturen op resultaat binnen de gemeentelijke loketten. Deze kwaliteitsslag vergt een incidentele investering, maar ook structureel zullen middelen toegevoegd moeten worden zodat de loketten deze ambitie ook waar kunnen maken. De werkgroep is van mening dat dit aan de andere kant een structurele besparing op zal leveren die groter is dan de investering. • Daarnaast is de werkgroep van mening dat er ook bespaard kan worden op werkzaamheden binnen het WMO-loket. De invoering van indicatievrije dagbesteding bijvoorbeeld heeft direct effect op de werklast van het WMO-loket. Mogelijk dat ook op andere terreinen werk bespaard kan worden.
19