199. Memo Septembercirculaire 2021
Tekst van het document
Memo Septembercirculaire 2021 Voor de gemeenteraad
1. Hoofdpunten De uitkeringen van het gemeentefonds zijn voor gemeenten de belangrijkste inkomstenbron. De ontwikkeling ervan bepaalt mede daarom in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. Factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten en grondexploitatie bepalen mede de financiële ruimte. Deze opbrengsten blijven buiten het bestek van deze memo. Een aantal keren per jaar informeert het ministerie van BZK de gemeenten over de ontwikkelingen van de algemene uitkering. Meestal vind dit plaats op de volgende drie momenten in het jaar: - Mei o.b.v. de Voorjaarsnota; - September o.b.v. de Miljoenennota; - December ter afronding van het lopende jaar o.b.v. de Najaarsnota. In deze raadsmededeling zijn de volgende hoofdonderwerpen opgenomen: het nieuwe accres, het BTW compensatiefonds, compensatiepakket coronacrisis, compensatie van de tekorten jeugdzorg, het schrappen van de opschalingskorting voor 2022 en de stand van zaken van de herverdeling gemeentefonds.
Inleiding Voor u ligt de septembercirculaire gemeentefonds 2021. Gemeenten ontvangen op 3 tijdstippen in het jaar de informatie over de uitkeringen gemeentefonds; in mei o.b.v. de Voorjaarsnota, in september o.b.v. de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar o.b.v. de Najaarsnota. Op 27 september 2021 is de herziene septembercirculaire gepubliceerd. Deze circulaire geeft een geactualiseerd beeld, gebaseerd op de Miljoenennota 2022 van het Rijk. In de circulaire zijn de volgende hoofdonderwerpen opgenomen: het nieuwe accres, het BTW compensatiefonds, compensatiepakket coronacrisis, compensatie van de tekorten jeugdzorg, het schrappen van de opschalingskorting voor 2022 en de stand van zaken van de herverdeling gemeentefonds.
Kanttekeningen en risico’s: 1. Aangezien het kabinet demissionair is zijn er nog geen definitieve afspraken gemaakt over: - Opschalingskorting. Voor het jaar 2022 is deze geschrapt. Voor de jaren 2023 en volgend worden er geen uitspraken gedaan. - Extra middelen jeugdzorg. In 2022 zijn deze verwerkt in het gemeentefonds. De jaren daarna zijn niet verwerkt in het gemeentefonds. Wel is de uitspraak dat 75% opgenomen mag worden in de gemeentelijke begroting. - Verdeelmodel herijking gemeentefonds, verwacht wordt dat deze in de meicirculaire 2022 opgenomen gaat worden voor de jaren 2023 en volgend. 2. Het abonnementstarief WMO wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. 3. Beschermd wonen. De taak en de bijbehorende middelen gaan over van de centrumgemeenten naar alle gemeenten. Er is sprake van geleidelijke invoering, de doordecentralisatie beperkt zich tot nieuwe cliënten en er is sprake van een ingroeipad van 10 jaar. Besluitvorming over de invoering van het nieuwe verdeelmodel - voorzien vanaf 2023 - is aan het nieuwe kabinet. Financiën: Highlights uit de septembercirculaire zijn: 1. Het accres: Het accres voor 2021 is bevroren. De raming voor 2022 geeft een opwaartse bijstelling. Dit heeft te met een hogere loon- en prijsontwikkeling, positieve volumeontwikkeling en doordat het kabinet extra middelen uittrekt voor een aantal beleidsterreinen waaronder klimaatmaatregelen. 2.
Plafond BTW-compensatiefonds. De ruimte onder het plafond is iets hoger dan vorig jaar geraamd was. De VNG is bezig met een inventarisatieronde naar de problematiek en meerwaarde van de huidige regeling. Reservering laten we vervallen voor 2022 en volgende jaren. 3. Opschalingskorting. De korting is ook voor het jaar 2022 geschrapt. 4. Herverdeling gemeentefonds. Op 12 augustus zijn de geactualiseerde gegevens (2019) doorgestuurd naar de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Het ROB zal zijn advies in oktober uitbrengen waarna de consultatie door de VNG gestart gaat worden. Verwachte ingangsdatum 1 januari 2023. Voor deze datum zal nog een actualisatie gedaan worden met de dan bekende gegevens. De verdeling wordt stap voor stap ingevoerd. In 4 jaar naar max EUR 60 per inwoner, oftewel EUR 15 per inwoner per jaar. 2021: Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden Definitieve verdeling is bekend van de € 60 miljoen voor lokale cultuur / buurt en dorpshuizen en de aanvullende € 195 miljoen voor de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). € 35 miljoen beschikbaar voor de periode 1 januari tot 1 juli 2021 voor de SW bedrijven (decembercirculaire). € 10 miljoen gereserveerd voor een eventuele aanvullende tegemoetkoming voor de periode 1 juli tot 1 oktober 2021. Inkomstenderving over heel 2021 wordt gecompenseerd.
Derde kwartaal 2021 € 51,5 miljoen gereserveerd voor regionale en lokale cultuur, waarvan € 36,5 miljoen voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur en € 15 miljoen ter compensatie voor inkomstenderving van medeoverheden door o.a. het kwijtschelden van huren. Totaal vijfde compensatiepakket - stand septembercirculaire 2021: € 149.809. Dit bedrag wordt gereserveerd. 2022: Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden: Voor aanvullend pakket re-integratie, bijzondere bijstand, gemeentelijke schuldenbeleid en impuls re-integratie is € 21.000 toegevoegd aan de algemene uitkering van Kapelle. - Extra middelen voor re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden: Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen beschikbaar voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden (€ 14,740 miljoen in 2022). Gemeenten ontvangen deze extra middelen zodat zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt. Daarnaast ontvangen gemeenten in 2022 een tijdelijke impuls voor re-integratie (€ 43,438 miljoen) die gemeenten in staat stelt om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. - Extra middelen voor gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand.
Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 30 miljoen in 2022) en de bijzondere bijstand (€ 15 miljoen in 2022) beschikbaar. Gericht op het bieden van snelle hulp en ondersteuning aan mensen die vanwege de crisis te maken krijgen met (dreigende) schulden- en armoedeproblematiek. Jeugdzorg Per brief van 29 juni jl. zijn gemeenten geïnformeerd dat het kabinet voor 2022 incidenteel € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Hierin is ook meegenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen op de jeugdzorguitgaven opleveren. Vanuit de € 1,314 miljard is, na overleg met de VNG, besloten € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Deze € 9 miljoen wordt door VWS beschikbaar gesteld aan de VNG. Het overige deel is toegevoegd aan de algemene uitkering. Voor Kapelle is dit voor het jaar 2022 € 835.000,-. Latere jaren zijn ter besluitvorming van het nieuwe kabinet. Gemeenten mogen in 2023 t/m 2025 een maximum van 75% van de incidentele extra middelen jeugdzorg opnemen in de begroting.
Er wordt vanuit gegaan dat gemeenten ook zelf kostenbesparende maatregelen kunnen nemen, Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden.
Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten Ten aanzien van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de PGB - trekkingsrechten is voor 2022 overeengekomen om op basis van de conceptbegroting 2022 een bedrag van € 27,142 miljoen uit de algemene uitkering te nemen, waarvan € 19,979 miljoen uit het subcluster Wmo 2015 en € 7,163 miljoen uit het subcluster Jeugdhulp. Voor Kapelle is dit € 18.000 minder algemene uitkering. Toezicht en handhaving gastouderopvang Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang stelt het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 6,4 miljoen extra ter beschikking via de algemene uitkering. Voor Kapelle is dit € 3.000,-. Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen Met ingang van 1 januari 2022 worden naast meisjes ook jongens in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen het Humaan Papillomavirus (HPV virus). Daarnaast wordt de vaccinatieleeftijd verlaagd naar 10 jaar. Ten behoeve van deze taakuitbreiding wordt de algemene uitkering vanaf 2022 structureel opgehoogd met € 2,778 miljoen. De middelen zijn toegevoegd aan de eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma.
Voor Kapelle is dit € 2.000,Decentralisatie- en integratie-uitkeringen De verlaging van de integratie-uitkering Participatie vanaf 2021 conform de bestuurlijk overeengekomen rekenregel. Het UWV voert de no-riskpolis uit voor de gehele gemeentelijke doelgroep banenafspraak en nieuw beschut werk. Dit jaar bleken de uitgaven van het UWV aan de no-riskpolis hoger te zijn geweest dan aanvankelijk geraamd. Dit wordt gefinancierd via een verlaging van de integratie-uitkering Participatie: het betreft een extra uitname van € 5,459 miljoen in 2021, oplopend tot € 17,141 miljoen in 2026. Voor Kapelle is dit € 2.000 minder. Aanvullend: - De gemeente Terneuzen ontvangt voor 2021 € 120.000 ivm handhaving quarantaine. De quarantaineplicht is centraal via de 25 veiligheidsregio's via handhavingsteams gehandhaafd. - De gemeente Goes ontvangt voor 2021 € 124.108 ter ondersteuning van ondersteuning in de regio voor het opstellen en beleidsmatig verankeren van de Regionale Energie Strategieën. - De extra middelen volgend uit het Nationaal Plan Onderwijs (NPO) wordt via een separate uitkering ontvangen. - In de septembercirculaire zijn geen extra middelen ontvangen voor de energietransitie of het klimaatakkoord. De beschikbaar gestelde 72,5 miljoen om te voorkomen dat het Klimaatakkoord stil komt te vallen, gaat deels via de gemeenten lopen.
Besluitvorming over de uitkeringsvorm en de verdeelsystematiek vindt later dit jaar plaats. Hieronder de andere aanpassingen ten opzichte van de meicirculaire voor Kapelle:
Soort uitkering
2020
2021
2022 Totaal
Maart / meicirculaire Corona: Perspectief jeugd en jongeren
€ 9.921
€ 9.296
€19.116
Corona: Jongerenwerk jeugd
€ 6.603
Corona: Mentale ondersteuning jeugd
€ 5.560
Corona: activiteiten en ontmoetingen
€ 3.830
Corona: Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
€ 24.830
Afvalverwerking
€ 19.852
€ 19.852
Corona: Bestrijden eenzaamheid ouderen
€ 28.294
€ 28.294
Corona: Extra begeleiding kwetsbare groepen
€ 23.736
€ 23.736
Corona: Voorschoolse voorziening peuters
€ 3.443
Totaal 4e pakket
9.921
€ 6.603 € 5.560 € 3.830 € 24.830
€ 125.343
-
€135.264
Septembercirculaire € 35.108
€ 35.108
Buurt- en dorpshuizen
€ 2.268
€ 2.268
TONK
€ 76.337
€ 76.337
Corona: Lokale culturele voorzieningen
Gemeentelijk schuldenbeleid
€ 11.696 € 11.696
Bijzondere bijstand
€ 5.848
Aanvullende pakket re-integratie
€ 914
Impuls re-integratie Heroriëntatie zelfstandigen
€4.9454
Jeugd aan zet
€ 10.000
Totaal 5e pakket Totaal 4e en 5e pakket Overige ontwikkelingen:
€ 9.921
€ 5.848 € 914
€2.693
€2.693
€
€4.9454 € 10.000
€128.658
€ 21.151
€149.809
€254.001
€ 21.151 €285.073
1. Evaluatie normeringssystematiek In de decembercirculaire 2020 bent u geïnformeerd over de evaluatie van de normeringssystematiek. Daarna bent u in de meicirculaire 2021 (zie paragraaf 4.4) geïnformeerd dat conform de afspraak gemaakt in het bestuurlijk overleg19 de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om advies is gevraagd over de toekomst van het accres. De ROB is daarin gevraagd om middels een briefadvies zijn zienswijze te geven op de afweging tussen actualiteit enerzijds en stabiliteit anderzijds binnen de normeringssystematiek en in het bijzonder op de verschillende beleidsopties uit het evaluatierapport normeringssystematiek. Op 2 juni 2021 heeft de ROB zijn advies gepubliceerd. In het advies trekt de ROB de discussie over de normering in een breder perspectief. Hij geeft daarbij aan dat de vormgeving van de normeringssystematiek onderdeel is van het bredere vraagstuk van een passende inrichting van de bestuurlijke en financiële verhoudingen. Voor de beantwoording volgt de Raad daarom de lijnen van zijn recente advies Rust-ReinheidRegelmaat. Uitgaande van de huidige wet- en regelgeving en stelselafspraken, doet de ROB als hoofdaanbeveling een brede koppeling op basis van het meerjarig rijksuitgavenkader inclusief de geraamde investeringsuitgaven van het Nationaal Groeifonds zoals die bij het opstellen van het Regeerakkoord gelden.
Dit betekent in feite een volumeafspraak voor de duur van een kabinetsperiode. Hierbij is het wel van belang om afspraken te maken over de spelregels voor onvoorziene gevallen, en die afspraken tweezijdig te borgen. De redenen voor deze keuze zijn gelegen in stabiliteit (en dus niet actualiteit), evenredigheid, eenvoud en transparantie. Uiteindelijk is het aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan. 2. Klimaat en energie Medeoverheden krijgen naar aanleiding van het Klimaatakkoord veel nieuwe taken op het terrein van de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. De ROB heeft advies uitgebracht over de hoogte van de uitvoeringskosten van deze nieuwe taken voor medeoverheden vanaf 2022. Het kabinet heeft, in afwachting van besluitvorming van het nieuwe kabinet over het advies van de ROB, besloten om in de begroting 2022 in totaal € 72,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de klimaatakkoordtaken van gemeenten, ondersteuning van medeoverheden en RES. Dit om te voorkomen dat de uitvoering van het Klimaatakkoord stil komt te vallen. Een deel van dit bedrag zal via de gemeenten lopen. Besluitvorming over de uitkeringsvorm en de verdeelsystematiek vindt later dit jaar plaats.
Het is aan een nieuw kabinet om een besluit nemen over de totale uitvoeringskosten voor de periode 2022 tot en met 2024. 3. Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2022 In de regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake het EMUsaldo is het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo voor de jaren 2019 tot en met 2022 bepaald alsmede de uitsplitsing daarvan per bestuurslaag.20 Om provincies en gemeenten tijdig een beeld te geven wat dit voor hen betekent, publiceert het ministerie van BZK in lijn met de Wet Hof individuele EMU-referentiewaarden. De referentiewaarden voor gemeenten zijn in bijlage 4.6 opgenomen in de septembercirculaire en tot stand gekomen door het totaalbedrag uit de tabel hieronder op basis van de begrotingstotalen over de gemeenten te verdelen. Tabel 4.6.1: macronorm per bestuurslaag Verdeling macronorm 2022 (in % BBP) Verdeling
Gemeenten
Provincies
Waterschappen
Totaal
0,27
0,08
0,05
0,40
2.415.941
715.834
447.397
3.579.172
macronorm 2022 (x € 1000) Geraamde BBP 2022 (x € 1000 )= 894.793.000 Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. De Wet Hof bepaalt dat de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo van de individuele overheden naast het eigen aandeel ook het aandeel in openbare lichamen betreft. Het aandeel in openbare lichamen is het deel van het EMU saldo van de gemeenschappelijke regelingen dat aan de betreffende deelnemende individuele decentrale overheid wordt toegerekend. Een deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen maakt dus onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende decentrale overheden. 4. Website gemeentefinanciën: www.findo.nl De gegevens in de online database met informatie over de financiën van decentrale overheden worden op regelmatige basis geactualiseerd. Wat betreft de informatie over de uitkeringen uit het gemeentefonds bevat de database de stand meicirculaire 2021. De gegevens uit deze circulaire zullen zo spoedig mogelijk worden verwerkt, zodat u de meest actuele stand kunt raadplegen. De Iv3-data, zoals die door gemeenten en provincies zijn aangeleverd bij het CBS, en informatie over de financiële kengetallen zijn bijgewerkt tot en met de begroting van 2021.
Ook zijn de originele begrotingen en jaarstukken van gemeenten en provincies tot en met 2019 (jaarrekeningen) en 2021 (begrotingen) aan de website toegevoegd. Door deze informatie en openbare documenten op één plaats beschikbaar te stellen, wil het ministerie van BZK bijdragen aan de transparantie en openbaarheid van de financiën van decentrale overheden. De database wordt de komende tijd verder uitgebreid. Suggesties voor de doorontwikkeling van de database kunt u mailen naar de postbus gemeentefonds (postbus.gf@minbzk.nl). 5. Herverdeling wegenbeheer Het groeipercentage voor de bijdragen van gemeenten aan het beheer van gemeentelijke wegen door waterschappen bedraagt voor de jaren 2021 en 2022 respectievelijk 3,2% en 0,8%. Sinds 1993 dient een aantal gemeenten op grond van de artikelen 22 en 24 van de Wet herverdeling wegenbeheer (WHW) een uitkering te verstrekken aan een waterschap voor het beheer van wegen. De hoogte van de uitkering is vastgelegd in het Besluit bijdrage vergoeding wegenzorg (Stb.1994, 427). Jaarlijks wordt zij bijgesteld op basis van gegevens van het Centraal Planbureau. Voor het jaar 2021 wordt het groeipercentage definitief vastgesteld op 2%.22 Dit is het saldo van de raming voor 2021 (naar huidig inzicht 3,2%) en de nacalculatie over 2020 (-1,2%). Voor het jaar 2022 wordt het groeipercentage voorlopig vastgesteld op 0,8%.
Dit komt overeen met de huidige raming van de prijsstijging van de overheidsconsumptie in het jaar 2021.