138. Meicirculaire 2021, 29 juni 2021
Tekst van het document
Memo Meicirculaire 2021 Voor de gemeenteraad
1. Hoofdpunten
De uitkeringen van het gemeentefonds zijn voor gemeenten de belangrijkste inkomstenbron. Voor Kapelle komt dit neer op een bedrag van 17 miljoen euro. Dit is ongeveer 70 % van de begroting. De ontwikkeling ervan bepaalt mede daarom in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. Factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten en grondexploitatie bepalen mede de financiële ruimte. Deze opbrengsten blijven buiten het bestek van deze memo. Een aantal keren per jaar informeert het ministerie van BZK de gemeenten over de ontwikkelingen van de algemene uitkering. Meestal vind dit plaats op de volgende drie momenten in het jaar: - Mei o.b.v. de Voorjaarsnota; - September o.b.v. de Miljoenennota; - December ter afronding van het lopende jaar o.b.v. de Najaarsnota. Deze raadsmededeling gaat over meicirculaire. Op 31 mei is de reguliere meicirculaire van het gemeentefonds gepubliceerd. In deze circulaire zijn de voorjaarsbesluiten van het Rijk cijfermatig verwerkt, waardoor gemeenten een geactualiseerd meerjarig financieel beeld hebben. In deze rapportage zijn ook de Corona-maatregelen opgenomen die al eerder in de zogenaamde maart-brief zijn gepubliceerd en worden de extra inkomsten zichtbaar van de € 613 mln. die beschikbaar zijn gesteld voor de acute problematiek in de jeugdzorg.
Inleiding Voor u ligt de meicirculaire gemeentefonds 2021. Gemeenten ontvangen op 3 tijdstippen in het jaar de informatie over de uitkeringen gemeentefonds; in mei o.b.v. de Voorjaarsnota, in september o.b.v. de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar o.b.v. de Najaarsnota. In de vorige meicirculaire is besloten om het accres te bevriezen voor de jaren 2020 en 2021. Het is aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan. In afwachting van dit besluit over de te hanteren systematiek zijn ook de accresramingen vanaf 2022 gehandhaafd op de stand zoals opgenomen in de meicirculaire 2020. Het nieuwe verdeelstelsel wordt aan het nieuwe kabinet overgelaten. De invoerdatum is een jaar opgeschoven naar 1-1-2023. Als reden noemt de minister BZK de huidige financiële positie van de gemeenten, waaronder de tekorten bij de jeugdzorg. Daarover moet eerst duidelijkheid komen, en die komt pas na een volgende kabinetsformatie. Dan wordt er besloten of er structureel geld bijkomt voor de gemeenten. Daarmee legt de minister – conform de wens van de VNG - expliciet een koppeling tussen extra geld voor de gemeenten en de herverdeling van het gemeentefonds. Het uitstel heeft geen gevolgen voor de invoering van het woonplaatsbeginsel Jeugd.
Deze beleidswijziging wordt per 1 januari 2022 doorgevoerd in de huidige verdeling. Het budget voor Voogdij en 18+ blijft tot de herijking op basis van historisch gebruik verdeeld worden, op basis van het gewijzigde woonplaatsbeginsel. Inmiddels is een adviesaanvraag aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) over de herijking gepubliceerd.
Kanttekeningen en risico’s: 1. Naar aanleiding van de arbitrage inzake de extra kosten in de Jeugdzorg zijn het kabinet en de VNG in gesprek over de uitkomsten van het advies. Over de uitkomst volgt eind juni nadere informatie. 2. In juni wordt ook een aangepast verdeelvoorstel verwacht voor de herijking van het gemeentefonds. Na advies van ROB en VNG zal een nieuw kabinet over de invoering ervan beslissen. 3. Compensatie extra kosten ivm abonnementstarief WMO wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. 4. De VNG is zich hard aan het maken voor afschaffing van om de opschalingskorting. De inschatting is dat dit gaat gebeuren. Financiën: Highligts uit de meicirculaire: 1. Accres: Met ingang van 2022 wordt de bevriezing normering gemeentefonds opgeheven. Daarmee is de ontwikkeling van de netto rijksuitgaven 2021-2026 exclusief coronauitgaven weer maatgevend voor de raming van de accressen 2022-2026. Met een nieuw kabinet dat nog moet worden geformeerd, is er echter onzekerheid over de hoogte van de accressen in 2022 en later. 2. Opschalingskorting. Van de opschalingskorting van structureel 975 miljoen euro wordt het grootste deel in de jaren 2022 tot en met 2025 gerealiseerd. Voor de jaren 2020 en 2021 heeft het huidige kabinet de oploop ervan bevroren. Maar dat betekent dat gemeenten juist in 2022 een extra oploop van deze korting voor hun kiezen krijgen. 3.
Afrekening BTW-compensatiefonds 2020. De middelen in het BTW-compensatiefonds groeien jaarlijks met hetzelfde accrespercentage van het gemeentefonds. In de septembercirculaire werd een vrijval van het BTW-compensatiefonds aan het gemeentefonds over het jaar 2020 geraamd van 96,6 miljoen euro. Naar nu blijkt was die raming aan de voorzichtige kant. De vrijval blijkt achteraf 96,0 miljoen hoger en bedraagt in totaal 192,6 miljoen euro. 4. Jeugdzorg. De klapper van deze circulaire is de incidentele compensatie 2021 voor de extra kosten jeugdhulp van € 493 miljoen, waarvan thans € 438 is verwerkt. Daarnaast nog € 120 miljoen via specifieke uitkeringen. Hieronder de andere aanpassingen ten opzichte van de decembercirculaire voor Kapelle:
Soort uitkering Aanpak problematiek jeugdzorg POH jeugd GGZ
2021
2022
2023
2024
2025
€ 6.328
Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing + lichte jeugdzorgproblematiek
€ 144.229
Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijd specialistische jeugdzorg
€ 126.515
Aanpassing verdeelmaatstaf OZB 2022
€ 49.776
€ 49.776
€ 49.776 € 49.776
Armoedebestrijding kinderen
€ 3.346
€ 3.346
€ 3.346
€ 3.346
Compensatieregeling Voogdij 18+
€ 4.041
Corona: Activiteiten en ontmoetingen jeugd
€ 3.873
Corona: Afvalverwerking
€ 19.894
Corona: Bestrijden eenzaamheid ouderen
€ 27.861
Corona: Buurt- en dorpshuizen
€ 4.828
Corona: Extra begeleiding kwetsbare groepen
€ 24.007
Corona: Jeugd aan zet
€ 10.000
Corona: Jongerenwerk jeugd
€ 6.674
Corona: Lokale culturele voorzieningen
€ 31.409
Corona: Mentale ondersteuning jeugd
€ 5.622
Corona: Perspectief jeugd en jongeren
€ 9.296
Corona: Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
€ 25.172
Corona: Voorschoolse voorziening peuters
€ 3.443
Handelsregister
€ -643
€ -654
Handhaving energielabel C kantoren
€ 1.106
€ 1.125
€ 1.136
€ 1.149
€ 1.225
Heroriëntatie zelfstandigen
€ 4.945 € 2.773
€ 1.094
Inburgering
€ 984
€ 7.871
€ 4.280
Ketensysteem jeugd
€ -227
€ -231
€ -233
Kinderopvang toezicht en handhaving
€ 520
€ 525
€ 531
Maatschappelijke begeleiding
€ 9.480
€ 538
Participatie
€ -261
€ 26.815
€ 26.713 € 26.655 € 27.075
Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg
€ 3.550
€ 3.585
€ 3.627
€ 3.697
Rijksvaccinatieprogramma Meningokokken en 'informed consent'
€ 3.657
€ 3.200
€ 3.280
€ 3.366
€ 3.430
Suppletie-uitkering Bommenregeling
€ 13.412
Vergoeding raadsleden kleine gemeenten
€ 9.458
€ 9.458
€ 9.458
€ 9.458
€ 9.458
Verrekening voogdij 18+
€ -4.904
€ -4.953
€ -5.011
€ -5.112
Versterking gemeentelijke anti discriminatievoorzieningen
€ 5.143
€ 5.229
€ 5.281
€ 5.342
€ 5.405
Voogdij/18+
€ 6.264
€178.923
€178.923
Wet open Overheid incidenteel
€ 49.648
€ 50.144
€ 50.726 € 51.635
Wet Open Overheid structureel
€ 41.848
€ 52.741
€ 63.847 € 75.504
Wijziging uitkeringsfactor
€ 184.361
€ 162.446
€ 96.455 € 32.141
Totaal
€ 690.870
€ 180.119
€ 122.610 € 68.804 € 48.149
€178.923
€178.923
Jeugd Er komt 613 miljoen euro extra beschikbaar voor jeugdhulp, bovenop de € 300 miljoen aan tijdelijke extra middelen die bij voorjaarsnota 2019 al beschikbaar is gesteld, waarvan 120 miljoen wordt verdeeld via specifieke uitkeringen een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s. Er wordt gestreefd om voor 1 juli duidelijkheid te krijgen over de verdeling van de overige 494 miljoen en wat dit voor de gemeente Kapelle gaat betekenen. Hoewel er nu dus nog geen duidelijkheid is over de hoogte van het bedrag voor Kapelle is deze “aankondiging” gezien de huidige financiële situatie toch relevant om te melden. Armoedebestrijding kinderen Gemeenten krijgen jaarlijks geld voor armoedebestrijding onder kinderen. Jaarlijks wordt dit budget aangepast waardoor we in 2021 € 3.346 extra krijgen (totaal € 39.416). Deze extra middelen worden toegevoegd aan minimabeleid om de toenemende kosten op te vangen. Coronacompensatie (totaal in deze circulaire € 172.079) Voor de uitsplitsing zie bovenstaande tabel. Enkele punten ter toelichting: - Compensatie cultuur en buurt- en dorpshuizen: in de septembercirculaire 2021 zal de definitieve verdeling van deze middelen bekend worden gemaakt. - Er wordt een raming gemaakt van de omvang van de meerkosten Wmo en Jeugdwet door corona.
Op basis van de definitieve raming wordt de omvang van de compensatie vastgesteld en bij de decembercirculaire 2021 uitgekeerd aan gemeenten. - Deze extra gelden dienen beleidsmatig ten goede te komen aan deze producten/beoogde kostenplaatsen. - TONK. Deze regeling (tegemoetkoming Ondersteuning Noodzakelijke Kosten) is onderdeel van
het herstelpakket. Het geld wordt ingezet via afdeling WIZ (reeds collegebesluit maart 2021). Gezondheid Met ingang van 1 januari 2021 wordt de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken (MenACWY) overgedragen aan de gemeenten. Het gaat om € 3,74 miljoen in 2021. Daarnaast ontvangen we in 2021 invoeringsgelden. Hoeveel Kapelle ontvangt hebben we niet weten te achterhalen. De GGD voert dit uit. Anti-discriminatie Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening: vanaf 2021 wordt er structureel € 5.106 extra aan de algemene uitkering toegevoegd, zodat de ADV’s ruimere budgetten kunnen krijgen om meer activiteiten te kunnen ontplooien, om zodoende een betere beschikbaarheid en bereikbaarheid voor melders mogelijk te maken. Er volgt een Zeeuws plan om het Antidiscriminatiebureau Zeeland te versterken en hiermee gaat het ADB in gesprek met de lokale gemeenten over de implementatie. Deze middelen daarom graag reserveren totdat nadere besluitvorming duidelijk is. Jeugd aan Zet Op verzoek van het Veiligheidsberaad is het gemeentelijk programma Jeugd aan Zet in Crisistijd, na de zomereditie, verlengd met een wintereditie om iets te bieden t.b.v. de psychische gezondheid van jongeren in Coronatijd. Kapelle heeft dit budget aangevraagd en heeft deelgenomen. We ontvangen € 10.000.
Inburgering Door uitstel van de nieuwe Wet Inburgering met een half jaar naar 1-1-2022 spelen er twee wijzigingen: - De eerder toegezegde uitvoeringskosten voor de nieuwe wet worden verlaagd (-26,9 miljoen) - Gemeenten ontvangen een aanvullend bedrag tussen 2021 t/m 2026 voor de zogenaamde ondertussengroep (inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013) + 29,4 miljoen verdeeld over meerdere jaren. Voor gemeente Kapelle betekent dit dat we in 2021 € 4.000 minder ontvangen; geen € 16.164 ontvangen voor de uitvoeringskosten, maar € 12.000 voor de extra kosten ondertussengroep. Onlangs is er door het DB GR de Bevelanden ingestemd met een begroting voor de Wet Inburgering ter hoogte van € 17.918 voor 2021. Op de gemeentelijke begroting staat nu een bedrag van € 15.000 (2021). Dit bedrag moet dus opgehoogd worden met € 3.000. Per saldo betekent dit dus een verschil van € 7.000. Handelsregister Gemeenten dragen bij aan de kosten van (het gebruik van) het Handelsregister. De bijdragen voor 2021 en 2022 zijn in deze circulaire verwerkt. Handhaving energielabel C kantoren Per 1 januari 2023 moet een kantoor energielabel C hebben om als kantoor gebruikt te mogen worden. De gemeente is bevoegd gezag voor handhaving en ontvangt deze middelen ter compensatie van de lasten.
Heroriëntatie ondernemers (€ 4.945 Kapelle) Er is geld beschikbaar gesteld aan de arbeidsmarktregio om vanaf 1 januari 2021 ondersteuning bieden aan zelfstandig ondernemers die zich willen heroriënteren. Daarnaast is nu incidenteel een bedrag beschikbaar gesteld aan gemeenten voor aanvullend maatwerk voor zelfstandig ondernemers is. Dit bedrag kan worden toegevoegd aan de algemene middelen. Bommenregeling Aan Kapelle wordt een bedrag van € 13.412 uitgekeerd. Dit bedrag wordt doorgestort naar het Waterschap. Vergoeding raadsleden kleine gemeenten Compensatie van het verschil tussen de gehanteerde oude raadsledenvergoeding en de nieuwe vergoeding vanwege de jaarlijkse indexatie. Wet open Overheid incidenteel De Wet open overheid (Woo) moet de gehele overheid transparanter en toegankelijker maken. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet (bij reactie op het rapport 'Ongekend onrecht') financiële middelen vrijgemaakt. De incidentele middelen zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, opleiden van medewerkers en aanpassen van processen. Wet Open Overheid structureel De structurele middelen zijn bestemd voor de actieve openbaarmaking van informatie, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Wijziging uitkeringsfactor De uitkeringsfactor stijgt in de jaren 2021 tot en met 2024.
Dat geeft een wat vertekend beeld, omdat de lonen en prijzen juist naar verwachting minder hard stijgen. Het hier gepresenteerde effect moet dan ook genuanceerd worden, omdat de prognoses van het aantal bijstandsontvangers en het aantal inwoners neerwaarts is bijgesteld.
Overige ontwikkelingen: 1. Herijking verdeling gemeentefonds Invoering nieuwe verdeling uitgesteld Op 2 februari 2021 hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De adviesaanvraag en de (achterliggende berekening van de) voorlopige uitkomsten zijn gepubliceerd op de website van de rijksoverheid27. De ROB heeft op 26 maart 2021 in een tussenbericht aan de fondsbeheerders om meer toelichting op de keuzes en effecten gevraagd en enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name in het sociaal domein. Daarnaast heeft de Tweede Kamer naar aanleiding van de adviesaanvraag vragen gesteld en hebben de fondsbeheerders veel reacties en vragen gekregen van gemeenten. Ook is bij de eerder aangekondigde actualisatie van het verdeelvoorstel gebleken dat voor een van de verdeelmaatstaven in het sociaal domein een betere bron beschikbaar is als
indicatie voor de gezondheid van de bevolking. Het betreft de verdeelmaatstaf die meet hoeveel inwoners gebruik maken van specialistische GGZ. De fondsbeheerders betrekken de nieuwe bron bij de nadere analyse die momenteel wordt uitgevoerd naar aanleiding van de reacties van de ROB, gemeenten en de Tweede Kamer. De VNG is nauw bij dit vervolgonderzoek betrokken. Met de ROB is afgesproken dat het nieuwe verdeelvoorstel, zodra het gereed is, tezamen met de antwoorden op de vragen uit het tussenbericht met hem gedeeld zal worden, opdat hij tot een eindadvies kan komen. Het aangepaste verdeelvoorstel zal naar verwachting begin juni 2021 gereed zijn en – samen met de geactualiseerde voorlopige uitkomsten per gemeente – op de website van de rijksoverheid worden gepubliceerd. Het gaat naast een aangepast verdeelvoorstel – op basis van onderzoeksjaar 2017 – om actualisatie van de uitkomsten naar 2019. De actualisatie naar 2019 betreft in ieder geval de gegevens van de verdeelmaatstaven, het totaal te verdelen bedrag per beleidsterrein (cluster) en wijzigingen in de gemeentelijke indeling. Ook de VNG zal om advies worden gevraagd. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling – voorzien per 1 januari 2023 - is aan het nieuwe kabinet. Na definitieve besluitvorming vindt zo spoedig mogelijk de verwerking in de circulaire van het gemeentefonds plaats.
De herverdeeleffecten zullen op dat moment definitief worden bepaald. Evaluatie normeringssystematiek In de decembercirculaire 2020 bent u geïnformeerd over de evaluatie van de normeringssystematiek. Conform de afspraak gemaakt in het bestuurlijk overleg29 is de Raad voor het Openbaar Bestuur om advies gevraagd over de toekomst van het accres. Dit advies zal begin juni door de Raad gepubliceerd worden. Het is aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan. Financiële positie gemeenten Het afgelopen jaar heeft Cebeon onderzoek gedaan naar de financiële positie van gemeenten en het voorzieningenniveau. De uitkomsten van dit onderzoek zijn besproken tijdens het Bestuurlijk overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 7 april 2021 en de minister van BZK heeft op 15 april 2021 de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek30. Het onderzoek doet ook aanbevelingen over het monitoren van de financiële positie van gemeenten. De komende maanden wordt met gemeenten, VNG en provinciaal toezichthouders het gesprek hierover voortgezet. Rapport Stuurgroep maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet Naar aanleiding van het door AEF verrichte onderzoek over het structureel benodigde budget voor jeugdzorg heeft een stuurgroep van Rijk en gemeenten onder voorzitterschap van mevrouw drs. M.
Sint een reeks maatregelen in kaart gebracht die moeten leiden tot een toekomstbestendig jeugdstelsel. Op 23 april 2021 is dit rapport op de website van de rijksoverheid gepubliceerd. Het rapport van AEF en het rapport van de stuurgroep laten zien dat het nodig is om de beheersbaarheid van het jeugdstelsel ingrijpend te verbeteren, zowel door effectievere en meer doelmatige sturing door (samenwerkende) gemeenten als door aanpassingen in het stelsel. Op verzoek van de VNG heeft een onafhankelijke Commissie van Wijzen zich gebogen over het structureel benodigde budget voor jeugdzorg en de te treffen maatregelen om het jeugdstelsel
toekomstbestendig te maken. Het rapport van de Commissie van Wijzen is 28 mei 2021 openbaar geworden en kunt u vinden op Detail 2021D20519 | Tweede Kamer der StatenGeneraal. Gegeven de urgentie van het onderwerp gaat het huidige kabinet op korte termijn in gesprek met de VNG om gegeven het advies van de Commissie van Wijzen de vervolgstappen te bepalen om te komen tot een ‘Ontwikkelagenda jeugdzorg’. Hierbij worden ook andere relevante partners (organisaties van cliënten, professionals, aanbieders) betrokken. De definitieve vaststelling van de ontwikkelagenda is aan een nieuw kabinet in overleg met gemeenten en andere betrokken partijen. Op dit moment zijn het kabinet en de VNG in gesprek over de uitkomsten van het advies van de Commissie van Wijzen. Over de uitkomst hiervan wordt u voor 1 juli geïnformeerd. Richtlijn ramen extra middelen jeugdzorg in begroting en meerjarenraming In 2019 en 2020 zijn het ministerie van BZK, de VNG en de provinciale toezichthouders een richtlijn overeengekomen over hoe gemeenten in hun meerjarenraming met deze onzekerheid kunnen omgaan. Deze richtlijn is nog steeds van kracht en zal worden aangepast zodra de gesprekken tussen het kabinet en de VNG zijn afgerond. De samenvatting van de huidige richtlijn is als volgt: 1.
De extra middelen jeugdzorg voor de jaren 2019 tot en met 2022, die onderdeel uitmaken van de algemene uitkering, worden als structureel dekkingsmiddel aangemerkt. 2. Voor de jaren na 2022 kan door de gemeente een stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ geraamd worden: per gemeente naar rato van de € 300 miljoen (in 2022). 3. Deze stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ kan als structureel opgenomen worden. 4. Voorwaarde is dat daarnaast de gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en ggz mede gericht op beheersing van de kosten. Gemeenten spelen immers zelf ook een actieve rol in de transformatie en daarmee ook in het kunnen beperken van de uitgaven. Advies raming ruimte onder het plafond BCF Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd (zie paragraaf 2.2-2 van de meicirculaire 2018). Deze raming bevat niet meer de ruimte onder het plafond BCF voor het jaar t+1 en verder. Voor het jaar t volgt een eerste raming van deze ruimte in de komende septembercirculaire. Het is aan de gemeenten zelf om een reële meerjarenraming op te nemen voor het BCF.
Voor een goede raming van de ruimte onder het plafond BCF is inzicht nodig in de toekomstige ontwikkeling van de omvang van het BCF en vooral in de toekomstige declaraties. Om een niet onderbouwde (oplopende) raming van de ruimte onder het plafond BCF te voorkomen biedt de ruimte na de laatst bekende declaraties om die reden het meeste houvast als raming voor de komende jaren. Het ministerie van BZK heeft in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BCF door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte bate. Dit advies luidt: Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, adviseren we om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF. Voor de begroting 2022 is dit de realisatie 2020 zoals die in deze circulaire is opgenomen. De provinciale toezichthouders gebruiken dit advies als richtlijn bij het beoordelen van de
(meerjaren)begroting 2022-2025. Rechtmatigheid jaarstukken gemeenten Het ministerie van BZK deed in 2020 onderzoek naar de jaarstukken van gemeenten over 2019 gericht op het oordeel van de accountant op het aspect rechtmatigheid. De strekking van de controleverklaring van de accountant is vooral van belang voor de gemeenteraad, bij de invulling van de controlerende rol. Het aandeel gemeenten met een goedkeurend oordeel op rechtmatigheid is in 2019 gestabiliseerd. In totaal 98 procent van de gemeenten had een goedkeurende verklaring op getrouwheid, 86 procent had een goedkeurende verklaring op rechtmatigheid. Net als over verslagjaren 2017 en 2018 is het sociaal domein niet langer de belangrijkste reden dat gemeenten geen goedkeurende verklaring voor rechtmatigheid kregen. Bij gemeenten met een anders dan goedkeurende verklaring was dit vaker te wijten aan fouten en onzekerheden die optraden bij (Europese) aanbestedingen. Het ministerie berichtte de Tweede Kamer hierover in november 2020. In de brief zijn een aantal acties aangekondigd. Zo zullen in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Kenniscentrum Europa Decentraal regiobijeenkomsten worden georganiseerd.
Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) nemen gemeenten en provincies in begroting en jaarrekening een uniforme basisset van vijf financiële kengetallen op om informatie te geven over de financiële positie. In de meicirculaire wordt jaarlijks de benodigde informatie voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit opgenomen, zoals aangegeven in de ministeriele regeling over de berekeningswijze van de financiële kengetallen BBV. Voor gemeenten gaat het om het landelijk gemiddelde voor de gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Het laatst bekende gemiddelde bedraagt voor 2021 € 811 (jaar t-1)36. In begroting en jaarverslag 2022 (jaar t) kan dit gemiddelde worden gebruikt voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit in de verschillende jaren. Website gemeentefinanciën: www.findo.nl De gegevens in de online database met informatie over de financiën van decentrale overheden worden op regelmatige basis geactualiseerd. Wat betreft de informatie over de uitkeringen uit het gemeentefonds bevat de database de stand decembercirculaire 2020. De gegevens uit deze circulaire zullen zo spoedig mogelijk worden verwerkt, zodat u de meest actuele stand kunt raadplegen.
De Iv3-data, zoals die door gemeenten en provincies zijn aangeleverd bij het CBS, en informatie over de financiële kengetallen zijn bijgewerkt tot en met de begroting van 2021. Ook zijn de originele begrotingen en jaarstukken van gemeenten en provincies tot en met 2019 (jaarrekeningen) en 2021 (begrotingen) aan de website toegevoegd. Door deze informatie en openbare documenten op één plaats beschikbaar te stellen, wil het ministerie van BZK bijdragen aan de transparantie en openbaarheid van de financiën van decentrale overheden. De database wordt de komende tijd verder uitgebreid. Suggesties voor de doorontwikkeling van de database kunt u mailen naar de postbus gemeentefonds (postbus.gf@minbzk.nl).
Analyse gemeentebegrotingen De gemeente kan haar financiële situatie op verschillende manieren (laten) onderzoeken. In de eerste plaats kan de gemeente zelf onderzoek doen naar haar uitgaven met een begrotingsanalyse. Op verzoek kan de rijksoverheid daarnaast, samen met de provincie, de financiën van de gemeente vergelijken met die van andere gemeenten, de zogenoemde begrotingsscan. Tot slot kunnen gemeenten met behulp van de provincie en de rijksoverheid de financiële gevolgen van een herindeling (laten) onderzoeken door middel van een herindelingsscan. Voor meer informatie wordt verwezen naar: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiengemeenten-enprovincies/financieel-toezicht-gemeenten-en-provincies/financiele-scansgemeenten. Schatkistbankieren: drempelbedrag en belastingkantoren In de beleidsdoorlichting schatkistbankieren van juli 2019 is onder meer geconstateerd dat decentrale overheden kampen met administratieve lasten bij schatkistbankieren. Het kabinet heeft in de beleidsdoorlichting het probleem erkend dat met name decentrale overheden die structureel rood staan en slechts incidenteel overtollige middelen hebben met hogere administratieve lasten te maken hebben dan gewenst is. Met een eventuele verhoging dan wel een andere berekening van het drempelbedrag wilde het kabinet aan deze bezwaren tegemoet komen.
Na een overlegtraject met alle betrokken partijen is er overeenstemming bereikt om het drempelbedrag te verhogen. Dit akkoord is bevestigd in het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 7 april 2021. Het drempelbedrag dat is vastgelegd in artikel 7 lid 2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden41 zal worden aangepast op onderstaande punten: • een verhoging van de ondergrens van € 0,25 miljoen naar € 1 miljoen; • een verhoging van het percentage begrotingstotaal t/m € 0,5 miljoen van 0,75% naar 2%. Op verzoek van de geconsulteerde decentrale overheden en de koepelorganisaties zal de aanpassing van de regeling zo snel mogelijk worden doorgevoerd. Het is de bedoeling de wijziging per 1 juli 2021 in te laten gaan. Dit betekent dat provincies, gemeenten en waterschappen op basis van hun verantwoordingsvoorschriften42 twee drempelbedragen voor 2021 moeten hanteren, te weten: • een drempelbedrag voor het eerste en tweede kwartaal (huidige situatie); • een drempelbedrag voor het derde en vierde kwartaal (nieuwe situatie). Voor de bijzondere situatie van de belastingkantoren met omvangrijke geldstromen ten opzichte van hun begrotingstotaal is een aparte oplossing aangedragen binnen de huidige regeling.
Op basis van de toelichting op artikel 2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden kunnen deelnemers een verzoek indienen om een bestaande bankrekening (als werkrekening) direct te koppelen aan het stelsel van saldoregulatie, zonder hierbij gebruik te maken van een ‘tussenrekening’. Een directe koppeling van deze rekeningen reduceert de administratieve lasten. Handmatige overboekingen zijn daardoor niet meer nodig. Deze optie zal actief onder de aandacht worden gebracht van de belastingkantoren. Voor informatie hiervoor kan contact worden opgenomen met Het Agentschap der Generale Thesaurie via het mailadres schatkistbankieren@minfin.nl.