CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingstabel Verordening K&B 2022

Gemeenteraad 29 november 2021, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Verordening Sociaal Domein 20223.337 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht wijziging op de Verordening sociaal domein Kaag en Braassem (1-1-2022)

Oud Maatschappelijke Agenda 2.0

Nieuw Omgevingsvisie

Artikel 1. Begrippen Lid a tot en met p: ongewijzigd q. Tom in de buurt: samenwerkingsverband van acht zorg- en welzijnsinstellingen dat de opdracht sociale participatie uitvoert en de zelfredzaamheid en participatie van inwoners uit Kaag en Braassem versterkt.

Artikel 1. Begrippen Lid a tot en met p: ongewijzigd q. Coöporatie Dichtbij in de Rijnstreek/Tom in de Buurt: samenwerkingsverband van zorg- en welzijnsinstellingen dat de opdracht sociale participatie uitvoert en de zelfredzaamheid en participatie van inwoners uit Kaag en Braassem versterkt.

Hoofdstuk 2 Integrale benadering

Hoofdstuk 2 Aanvraag- en beoordelingsprocedure

Tekstuele aanpassing: Deze titel dekt de lading beter en geeft meer ruimte voor de verschillen tussen de procedures van de Jeugdwet en de Wmo. Zo is bijvoorbeeld bij de Wmo een melding voordat een aanvraag wordt gedaan verplicht en bij de Jeugdwet niet.

Artikel 3. Het gesprek

Artikel 3. Het gesprek, onderzoek, verslag en integraal plan

De stappenplannen van de Centrale raad van beroep zijn verwerkt in de aanvraagprocedure. Dit geeft meer duidelijkheid over de te volgen stappen bij een Wmo-hulpvraag (lid 1) en een aanvraag voor Jeugdhulp (lid 2). Wanneer de situatie dat vereist kan het college deskundig advies inwinnen (lid 3).

Lid 1. In het gesprek over de hulpvraag tussen het team, de inwoner en mogelijk andere betrokkenen kan onder meer aan de orde komen: a. de behoefte, persoonlijke omstandigheden, veiligheid, ontwikkeling, financiële situatie en gezinssituatie van de inwoner; b. het gewenste resultaat; c. de mogelijkheid van de inwoner om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met ondersteuning uit het sociaal netwerk een oplossing voor de hulpvraag te vinden; d. de mogelijkheden om gebruik te maken van een voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of

Lid 1 In het gesprek over de Wmo hulpvraag tussen het team, de inwoner en mogelijk andere betrokkenen onderzoekt het team a. wat de hulpvraag is; b. welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving; c. welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de ondersteuningsvrager, onderscheidenlijk het zich kunnen handhaven in de samenleving, en;

Reden wijziging Maatschappelijke Agenda 2.0 is opgegaan in de Omgevingsvisie Kaag en Braassem Tekstuele aanpassing: door de gunning van de aanbesteding Ondersteuning is er een nieuwe coöperatie ontstaan voor 1-1-2022. De naam Tom in de Buurt wordt nog wel gehanteerd.

werk en inkomen, die niet onder de Jeugdwet, de Participatiewet of de Wmo vallen; e. de mogelijkheden om gebruik te maken van een algemene voorziening; f. de mogelijkheden om een maatwerkvoorziening in te zetten; g. de mogelijkheden om te kiezen voor een pgb, waarbij de inwoner in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze; h. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de inwoner. In het gesprek kan, indien sprake is van een te betalen eigen bijdrage, tevens aan de orde komen welke bijdrage in kosten de inwoner of diens ouders volgens artikel 2.1.4 van de Wmo naar verwachting verschuldigd is.

Artikel 3c. Opstellen van het integrale plan 1. Indien dat in de vervolgstappen is aangegeven, stelt het team, mede aan de hand van het verslag, samen met de inwoner een integraal plan op.

d. in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. Nieuwe toevoeging Lid 2 Bij de aanvraag Jeugdhulp onderzoekt het team: a. de behoeften, hulpvraag, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; b. of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke dat zijn; c. welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; d. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden. Nieuw Lid 3 Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. Artikel 3c. Opstellen van het integrale plan Lid 1 Ongewijzigd Lid 2 Het integrale plan wordt opgesteld vanuit het kader: één toegang, één plan, één

Lid 2 is een tekstuele wijziging naar de Omgevingsvisie Lid 3 verduidelijkt de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. De afstemming is gebaseerd op art

2. Het integrale plan wordt opgesteld vanuit het kader: één toegang, één plan, één aanspreekpunt, zoals genoemd in de Maatschappelijke agenda 2.0. 3. In het integrale plan wordt onder andere vermeld van welke (algemene) voorzieningen de inwoner gebruik gaat maken en/of voor welke maatwerkvoorzieningen hij een aanvraag bij het college indient.

Artikel 4. Aanvraag van een maatwerkvoorziening

aanspreekpunt, zoals genoemd in de Omgevingsvisie. 3. In het integrale plan wordt onder andere vermeld van welke (algemene) voorzieningen de inwoner gebruik gaat maken en/of voor welke maatwerkvoorzieningen hij een aanvraag bij het college indient, hoe de toekenning zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen en/of voor welke maatwerkvoorzieningen de inwoner een aanvraag bij het college indient. Artikel 4. Aanvraag van een maatwerkvoorziening (Wmo)

Lid 1 Inwoners kunnen een aanvraag van een maatwerkvoorziening via het team indienen bij het college. Lid 2. De aanvraag kan mondeling of schriftelijk worden gedaan. Lid 3. Het verslag als bedoeld in artikel 3b en het integrale plan in artikel 3c kunnen als aanvraag gelden, indien dit verslag of dit integrale plan ondertekend is door de aanvrager. Artikel 5 Verstrekken van een maatwerkvoorziening

Lid 1 Inwoners kunnen een aanvraag van een maatwerkvoorziening indienen bij het college.

Lid 1 Het college besluit een maatwerkvoorziening te verstrekken voor zover in het verslag of integraal plan wordt aangegeven dat de inwoner: a. op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met zijn sociaal netwerk geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden, en [verdere opsomming];

Lid 1 Het college besluit een maatwerkvoorziening te verstrekken voor zover in het verslag of integraal plan wordt aangegeven dat: a. de eigen mogelijkheden, de inzet van het sociaal netwerk en voor wat betreft de Jeugdwet het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en voor wat betreft de Wmo de mantelzorg en gebruikelijke hulp ontoereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te verlenen, waarbij bij de Wmomaatwerkvoorziening hulp bij het huishouden bij

2.9 lid b van de Jeugdwet en is overgenomen uit de modelverordening van de VNG. Lid 3 geeft weer dat de uitvoering van de verschillende wetten elkaar kunnen beïnvloeden en meer dan een optelsom zijn.

Tekstuele aanpassing: De titel verduidelijkt dat het specifiek gaat om een Wmo-aanvraag. Voor Wmo aanvragen geldt een meldingsprocedure vóór de aanvraagprocedure. Daarnaast is ‘het team’ uit lid 1 verwijderd. Een aanvraag juridisch gezien wordt ingediend bij het college. Dat het organisatorisch via een team verloopt is verwijderd.

Lid 2 & 3 ongewijzigd

Artikel 5. Verstrekken van een maatwerkvoorziening

In lid 1 zijn de stappen bij het beoordelen van een aanvraag om een maatwerkvoorziening concreet beschreven voor de Wmo resp. de Jeugdhulp. Met deze wijziging sluit de Verordening beter aan bij de bedoeling van de Wmo en de Jeugdwet. Ook is in lid 1 voor de Wmo financiële draagkracht toegevoegd, om ook dit aspect in de totale beoordeling mee te nemen. Dit is nader uitgewerkt in artikel 22 van de Nadere regels en het afwegingskader dat als bijlage 2 bij de Nadere Regels Sociaal Domein 2022 is toegevoegd. Tekstuele aanpassing: Bij het beoordelen van een aanvraag om jeugdhulp speelt probleemoplossend vermogen een belangrijke rol. In bijlage 1 van de Nadere Regels is reeds een afwegingskader hiervoor opgenomen. Lid 5 verwijst hier nu expliciet naar. Hiermee

de beoordeling van de eigen kracht en eigen mogelijkheden tevens de eigen financiële draagkracht kan worden meegewogen, en [verdere opsomming] Lid 5 Het college kan nadere regels stellen over het beoordelen van gebruikelijke hulp.

wordt het belang van probleemoplossend vermogen en een zorgvuldige afweging benadrukt.

Lid 2 t/m 4 ongewijzigd Lid 5 Het college kan nadere regels stellen over het beoordelen van gebruikelijke hulp en probleemoplossend vermogen. Lid 7 ongewijzigd

Art 5a Maatwerkvoorziening via een pgb Lid 1 t/m 4: (…) Lid 5 De tegemoetkoming voor een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 bedraagt maximaal €141 per kalendermaand bij logeren en dagbesteding.

Artikel 8 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering Lid 1 t/m 5 (…) Lid 6 Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen (waaronder pgb’s) met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.

Artikel 9 Algemene voorzieningen jeugd Lid 1 Onder de algemene voorzieningen voor jeugd vallen:

Art 5a Maatwerkvoorziening via een pgb Lid 1: ongewijzigd Lid 2: aanpassing product naar voorziening of dienstverlening Lid 3 & 4: ongewijzigd lid 5 De tegemoetkoming voor een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en artikel 8ab van de Regeling Jeugdwet bedraagt maximaal €141 per kalendermaand bij logeren en dagbesteding. Artikel 8 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering Lid 1 t/m 5 ongewijzigd Lid 6 Het college kan periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen (in natura of pgb) met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en de recht- en doelmatigheid daarvan onderzoeken. a. Het college kan een toezichthouder rechtmatigheid aanwijzen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Jeugdwet en Wmo 2015. Artikel 9 Algemene voorzieningen jeugd Lid 1 Onder de algemene voorzieningen voor jeugd vallen:

Tekstuele aanpassing: Lid 2: aanpassing van het woord product naar dienst/voorziening. In lid 5 is een verwijzing van de regeling van de Jeugdwet toegevoegd. Dit verduidelijkt waar de tegemoetkomingsregeling op gebaseerd is.

Toevoeging nieuw ‘sub a’ biedt een grondslag in de Verordening voor de mogelijkheid voor het aanstellen van een toezichthouder, zodat dit in de verordening juridisch gedekt is.

Artikel 9 is geactualiseerd naar de huidige stand van zaken. Sub a is in overeenstemming gebracht met de nieuwe Preventiebundel. Sub b

a. basisvoorzieningen gericht op preventie, zoals activiteiten aangeboden door het Centrum voor Jeugd en Gezin; b. de diensten van het team, zoals genoemd in de Maatschappelijke Agenda 2.0; c. diagnostiek en behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie, mits deze geboden wordt door een door het college gecontracteerde aanbieder. 2. Het college kan in nadere regels de algemene voorzieningen nader bepalen. Artikel 11 Algemene voorzieningen op grond van de Wmo

Onder de algemene voorzieningen Wmo vallen: a. basisvoorzieningen gericht op preventie, zoals activiteiten aangeboden door de Driemaster; b. de diensten van het team, zoals genoemd in de Maatschappelijke Agenda 2.0; Artikel 38. Voorwaarden individuele studietoeslag

Een inwoner kan in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag als hij voldoet aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager voldoet aan de in artikel 36b lid 1 van de Participatiewet opgenomen voorwaarden; b. de aanvrager volgt al gedurende zes maanden een studie zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet; en c. het inkomen van de aanvrager bedraagt niet meer dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm, zoals bedoeld in artikel 5 sub c van de Participatiewet.

a. Sociale basisinfrastructuur waar onder andere het Centrum voor Jeugd en Gezin onderdeel van uitmaakt. b. Vervallen c. Vervallen Lid 2 Ongewijzigd

is vervallen (verouderd). Sub c is vervallen nu dit geen algemeen toegankelijke voorziening (meer) is.

Onder de algemene voorzieningen Wmo vallen: a. basisvoorzieningen gericht op preventie, zoals activiteiten aangeboden door de Driemaster; b. de diensten van het team, zoals genoemd in de Omgevingsvisie. Artikel 38. Voorwaarden individuele studietoeslag

b. Vervalt

b. De toeslag gaat vanaf 1 januari 2022 maandelijkse betaald worden waardoor de aanvraag vóór aanvang van de studie dient te worden ingediend wil men vanaf de maand dat de studie begint de toeslag ontvangen.

c. vervalt

De studietoeslag wordt toegekend vanaf de 1e van de maand na de datum van de aanvraag (zie ook toelichting artikel 39)

a. Ongewijzigd

Lid 2. Advies externe deskundige Het college stelt vast of een persoon door een structurele medische beperking niet in staat is tijdens de studie inkomsten te verwerven. Indien de complexiteit van de medische situatie van de belanghebbende hiervoor aanleiding geeft, kan

c. In de wet is niet opgenomen dat inkomen (anders dan uit arbeid) van invloed is op het recht op studietoeslag. Voor vermogen is dit wel opgenomen. Lid 2. Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om onafhankelijk medisch advies in te winnen wanneer de door belanghebbende overlegde informatie onvoldoende duidelijkheid biedt.

het college hierover advies inwinnen bij een externe deskundige.

Artikel 39. Hoogte en betaling individuele studietoeslag Lid 1 Een individuele studietoeslag bedraagt € 250.

Lid 2 De studietoeslag kan maximaal 1 maal per 12 maanden toegekend worden

Artikel 39. Hoogte en betaling individuele studietoeslag Lid 1 Een individuele studietoeslag bedraagt voor: 21 en ouder €300,00 netto per maand 20 jaar €240,00 19 jaar €180,00 18 jaar €150,00 Lid 2 Ongewijzigd.

Lid 3 De studietoeslag wordt toegekend voor een periode van 12 maanden. Lid 4 De individuele studietoeslag wordt tussentijds beëindigd zodra belanghebbende de studie staakt of niet langer voldoet aan één of meerdere voorwaarden zoals genoemd in deze verordening en artikel 36b van de wet.

Het wetsvoorstel Breed Offensief, waarin de aangepaste studieregeling met een centrale normering van de studietoeslag is opgenomen, is afgelopen voorjaar door de Tweede Kamer controversieel verklaard. Het is nu aan de Tweede Kamer om na het aantreden van een nieuw kabinet een besluit te nemen over de verdere behandeling van het wetsvoorstel. Omdat de kabinetsformatie lang op zich laat wachten is behandeling van het wetsvoorstel dit jaar niet meer te verwachten. Minister Koolmees heeft de gemeenten daarom opgeroepen om, in afwachting van de verdere behandeling van het wetsvoorstel, in de geest van de herziening van deze regeling de hoogte van de Individuele studietoeslag vanaf de leeftijd van 21 jaar op 300 euro netto per maand vast te stellen. Voor studenten jonger dan 21 jaar kunnen gemeenten conform het toepasselijke jeugd-minimumloon een lager bedrag hanteren. Door 39 lid 1 aan te passen geven we gehoor aan de oproep van de minister om voor te sorteren op de komende wetswijziging Lid 3. Omdat de toeslag periodiek wordt uitbetaald dient de periode waarover de toeslag wordt toegekend vastgelegd te worden. In lid 4 en 5 is opgenomen in welk geval de toeslag tussentijds beëindigd kan worden en op welk moment de toeslag dan stopt.

Lid 5 De studietoeslag wordt beëindigd met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarin het recht op studietoeslag niet langer bestaat. Artikel 40 Gedragingen Participatiewet Belanghebbende wordt geacht zich te houden aan de verplichtingen zoals genoemd in artikel 9,

Artikel 40 Gedragingen Participatiewet Belanghebbende wordt geacht zich te houden aan de verplichtingen zoals genoemd in artikel 9, 9a

Vanaf 1 januari 2022 treedt het nieuwe artikel 56a van de P-wet in werking. Hierin is de gemeentelijke taak om te ‘ontzorgen’ neergelegd. ´Ontzorgen’ betekent dat de gemeente betalingen

9a en 55 van de Participatiewet. Het college legt een maatregel op indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan één van de onderstaande gedragingen. De gedragingen zijn onderverdeeld in vier categorieën.

en 55 van de Participatiewet. Het college legt een maatregel op indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan één van de onderstaande gedragingen. De gedragingen zijn onderverdeeld in vier categorieën.

verricht uit de bijstandsuitkering van de statushouder: de huur, de premie voor de verplichte zorgverzekering en de voorschotten voor de rekeningen van gas, water en licht worden door de gemeente

a. Eerste categorie Niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV of het niet tijdig laten verlengen van

a. Eerste categorie: 1. Niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV of;

inburgeringsplichtigen met recht op bijstand die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben en van wie in

de registratie.

Geen artikel

Hoofdstuk 7 Overige bepalingen Geen.

2. Het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering indien dit in het Plan Inburgering en Participatie is bepaald. b. t/m d. ongewijzigd Nieuw Hoofdstuk 7 Inburgering Nieuw Artikel 61 Nadere regels Inburgering Lid 1: het college kan nadere regels stellen over de wettelijk vastgelegde uitvoeringsbevoegdheden zoals genoemd in de Inburgeringswet. Hoofdstuk 8 Overige bepalingen Nieuw artikel 64 Beschikkingstermijn schuldhulpverlening De beschikking tot schuldhulpverlening zoals bedoeld in artikel 4a, eerste lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, dan wel de afwijzing of beëindiging ervan, wordt door het college gegeven binnen maximaal acht weken na

betaald uit de bijstandsuitkering. Hiermee is de betaling van de vasten lasten geborgd en worden betaalachterstanden voorkomen. Het artikel heeft alleen betrekking op het Plan Inburgering en Participatie is bepaald dat financieel ontzorgen noodzakelijk is. Financieel ontzorgen duurt zo lang als is bepaald in het Plan Inburgering en Participatie Als de statushouder niet meewerkt aan het verplichte

‘ontzorgen’ en bijvoorbeeld weigert een machtiging te ondertekenen, dan moet het college de bijstandsuitkering verlagen op grond van artikel 18 van de Participatiewet en de afstemmingsverordening. Dit kan alleen als deze voorziet in een verlaging wegens het niet nakomen van de ‘ontzorgingsplicht’. Opmaak aanpassing

Opmaak aanpassing Vanaf 1 januari 2022 moet door de gemeenteraad zijn vastgelegd binnen welke termijn een beschikking voor schuldhulp wordt afgegeven.

Geen.

het eerste gesprek, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Nieuw Artikel 64a Vroegsignalering schulden Lid 1 De gemeente heeft overeenkomsten met (tenminste) de vaste lasten partners zoals genoemd in de wet op grond waarvan deze vaste lasten partners betalingsachterstanden melden aan gemeente. Lid 2 Bij een melding van een vaste lasten partner zoals bedoeld in lid 1 neemt het college contact op met de inwoner die een betalingsachterstand heeft om een eerste aanbod voor een gesprek te doen. Lid 3 Afhankelijk van het aantal meldingen per huishouden of de hoogte van de betalingsachterstand vindt het contact schriftelijk, telefonisch of door middel een huisbezoek plaats.

Artikel 68. Klachtenregeling

Artikel 64b - opvragen gegevens voor het besluit tot verlenen van schuldhulp. Het college kan gebruik maken van de bevoegdheden als genoemd in artikel 3 lid 2 en 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening bij het opvragen van gegevens. Nieuw hoofdstuk 8 Klachten

Artikel 70 Inwerkingtreding Lid 1. Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2019 . Lid 2. Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening sociaal domein Kaag en Braassem 2018 ingetrokken.

Artikel 70 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Met de inwerktreding van deze verordening wordt de Verordening sociaal domein Kaag en Braassem 2019 ingetrokken.

Sinds 1 januari 2021 is vroeg-signalering een wettelijke taak. Met dit artikel wordt deze wettelijke taak verankerd in de gemeentelijke regelgeving. Met de vaste lasten partners zijn afspraken gemaakt d.m.v. overeenkomsten. Om vroeg- signalering verder te versterken worden er steeds meer afspraken gemaakt met ook andere schuldeisers. De in de wet genoemde partners zijn dan ook niet limitatief.

Het college kan alleen bij andere gemeenten en andere, in het Besluit Wgs genoemde, instanties, gegevens opvragen over eerder gebruik van schuldhulpverlening of over opgelegde boetes wegens fraude, als de gemeente dit in het beleid heeft opgenomen dat deze bevoegdheid toegepast kan worden. Opmaakaanpassing: apart hoofdstuk voor klachten. Dit is een apart onderdeel van de Verordening. Heeft hierdoor een logischere samenhang. Tekstueel: aanpassing in verband met actualiseren Verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=61646f4f-a873-4593-8e95-bad2ec2cac10