CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt tabel Algemene subsidieverordening 2026

Gemeenteraad 15 december 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Algemene subsidieverordening 2026.5.497 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Algemene subsidieverordening

Leeswijzer Onder ‘bestaande tekst’ staat de tekst van de huidige regeling. Onder ‘nieuwe tekst’ is de gewijzigde tekst of de tekst van de nieuwe regeling opgenomen. De wijzigingen worden als volgt bijgehouden: Cursief als het een gewijzigde bepaling betreft Vetgedrukt als het een nieuwe bepaling betreft Bestaande tekst Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Awb: Algemene wet bestuursrecht; b. vrijwilligersorganisatie: een rechtspersoon die voor uitvoering en bestuur primair functioneert op basis van inzet van vrijwilligers; c. professionele organisatie: een rechtspersoon die voor uitvoering en bestuur primair functioneert op basis van management en/of personeel; d. algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (“de algemene groepsvrijstellingsverordening") (PbEU L214/3), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; e. de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5),

Nieuwe tekst Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening

verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op deminimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op deminimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; f. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; g. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; h. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); b. De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2); c.

onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; d. professionele organisatie: een rechtspersoon die voor uitvoering en bestuur primair functioneert op basis van management en/of personeel; e. Nadere regels: algemeen verbindende voorschriften ter uitwerking van de Algemene subsidieverordening;

f. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47); g. vrijwilligersorganisatie: een rechtspersoon die voor uitvoering en bestuur primair functioneert op basis van inzet van vrijwilligers; h. wet: Algemene wet bestuursrecht. Artikel 2 Reikwijdte verordening 1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidies verstrekken op de volgende beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is): 1) bestuur, regio en middelen; 2) sociaal domein; 3) ruimte en leefomgeving 2. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is voor subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag is.

Artikel 2 Reikwijdte verordening 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).

Artikel 3 Bevoegdheid college 1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent het verstrekken van subsidies op basis van deze verordening.

Artikel 3 Bevoegdheid college Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regels vaststellen welke activiteiten/doelen in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing wordt hierin tevens bepaald: a. welke organisaties in aanmerking komen voor subsidie; b. de wijze van verdeling; c. hoe de subsidie wordt berekend; en d. hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 4 Europees steunkader 1. Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regels afwijken van deze verordening voor zover dat noodzakelijk is voor het voldoen aan een Europees steunkader. 2. Nadere regels waarbij toepassing wordt gegeven aan een Europees steunkader, verwijst naar het toepasselijk steunkader.

Artikel 4 Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij nadere regels afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidies waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijzen de nadere regels naar het toepasselijke steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de

3. Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verlenings-

2. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is voor subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag is.

beschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. 5. Bij subsidies waarop de de5. Bij subsidies waarop een Europees minimisverordening van toepassing is, steunkader van toepassing is, komen komen onderneming alleen in aanmerking ondernemingen alleen in aanmerking voor voor subsidies die voldoen aan de zover de subsidieverstrekking voldoet aan voorwaarden van de de-minimisverordening. de voorwaarden van het desbetreffende steunkader. Artikel 5 Subsidieplafond en begrotingvoorbehoud 1. De raad kan subsidieplafonds vaststellen. 2. In dat geval bepaalt burgemeester en wethouders bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 3. De raad kan een subsidieplafond verlagen: a. als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of b. als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 4. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.

5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Artikel 6 Aanvraag 1. Alleen rechtspersonen kunnen een aanvraag indienen.

Artikel 5 Subsidieplafond en begrotingvoorbehoud 1. De raad kan subsidieplafonds vaststellen. 2. In dat geval bepalen burgemeester en wethouders in de nadere regels de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 3. De raad kan een subsidieplafond verlagen: a. als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of b. als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 4. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Artikel 6 Aanvraag 1. Een subsidie wordt alleen verstrekt aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, behoudens het bepaalde in het tweede lid.

2. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Hiervoor kan een door bij burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier worden gebruikt. 3. Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens: a. de doelstellingen en maatschappelijke of economische effecten, die worden nagestreefd, en hoe dit bereikt gaat worden. De doelstellingen zijn gericht op door de gemeente vastgestelde maatschappelijke en economische effecten; b. een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Indien voor dezelfde activiteit ook elders subsidie is aangevraagd moet dit worden vermeld inclusief de stand van zaken van die aanvraag; c. een opgave van met de instelling gelieerde rechtspersonen alsmede de aard van de betrekking met die rechtspersonen. d. als de aanvrager een onderneming is: 1. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

2. Het college kan subsidie verstrekken aan (groepen van) natuurlijke personen, die voor de uitoefening van hun werkzaamheden zijn ingeschreven bij de kamer van koophandel, als dit voortvloeit uit de aard van hun activiteiten. Burgemeester en wethouders kunnen in nadere regels bepalen dat een subsidie kan worden verstrekt aan (groepen van) natuurlijke personen, als dat past bij de aard van de activiteit. 3. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld, geschiedt dit met gebruikmaking daarvan. 4. Bij de aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd en in welke mate de activiteiten gericht zijn op door de gemeente vastgestelde effecten, doelen of beleid(sterreinen); c. een begroting van en dekkingsplan voor de kosten van de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Indien voor dezelfde activiteit ook elders subsidie is aangevraagd moet dit worden vermeld inclusief de stand van zaken van die aanvraag;

d. als de aanvrager een onderneming is: 1) een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

2. een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (deminimisverklaring); 4. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan het aanvraagformulier. 5. Het college kan bepalen dat de instelling aanvullende gegevens en bescheiden overlegt. 6. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de voorgaande leden.

2) een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot deminimissteun (de-minimisverklaring). 5. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar toe (indien de rechtspersoon al meerdere jaren bestaat). 6. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de instelling aanvullende gegevens en bescheiden overlegt. 7. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de voorgaande leden.

Artikel 7 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk vóór 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft, tenzij bij nadere regels andere termijnen zijn vastgesteld. 2. De instelling is zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de gevraagde gegevens.

Artikel 7 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft, tenzij in de nadere regels andere termijnen zijn vastgesteld.

Artikel 8 Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om subsidie uiterlijk 31 december van het jaar of uiterlijk de laatste dag van het boekjaar of termijn waarvoor de aanvraag is ingediend, tenzij bij nadere regel andere termijnen zijn vastgesteld.

2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslistermijn met zes weken verlengen. 3. Burgemeester en wethouders kunnen andere termijnen stellen. 4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn

2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend minimaal 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Artikel 8 Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen zes weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de beslistermijn met zes weken verlengen. 4. In de nadere regels kunnen andere termijnen worden gesteld. 5. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn

verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt. b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate passen binnen de gemeentelijke doestellingen; c. als de aanvrager of de activiteiten niet openstaan voor alle individuen en groeperingen, dan wel onderscheid maakt op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook; d.

als de instelling niet in staat is een correct overzicht van bezittingen en schulden en verkregen exploitatieresultaten, voorzien van bewijsstukken, te overleggen. e. als de subsidie-aanvrager niet voldoende samenwerkt met andere instellingen die dezelfde of op hetzelfde beleidsterrein activiteiten verzorgen; f. als de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende

Artikel 9 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt. b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenig-baar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren indien: a. de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente (grondgebied) of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate passen bij/bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen; c. de aanvrager of de activiteiten niet openstaan voor alle individuen en groeperingen, dan wel er onderscheid wordt gemaakt op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond ook; d.

de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met wettelijke bepalingen, het algemeen belang, de openbare orde of het beleid van de gemeente; e. de subsidieaanvrager niet voldoende samenwerkt met andere instellingen die dezelfde of op hetzelfde beleidsterrein activiteiten verzorgen; f. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende

gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, om de kosten van de activiteiten te dekken; g. als de aanvrager onvoldoende gebruik maakt van de mogelijkheden andere inkomsten te verkrijgen; h. als in het beoogde doel of de voorgenomen activiteiten al op andere wijze in belangrijke mate is voorzien; i. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; j. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; k. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; l. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; m. in de bij de betrokken nadere regels bepaalde gevallen. 2. Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. 3. Subsidies onder de € 200,- worden niet verstrekt. Artikel 10 Verlening van de subsidie 1. In de beschikking waarin de subsidie wordt verleend geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt. 2.

Beschikkingen vanaf € 5.000 worden bevoorschot in termijnen. Een betalingsschema wordt opgenomen in de beschikking.

gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, om de kosten van de activiteiten te dekken; g. de aanvrager onvoldoende gebruik maakt van de mogelijkheden andere inkomsten te verkrijgen; h. in het beoogde doel of de voorgenomen activiteiten al op andere wijze in belangrijke mate is voorzien; i. niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; j. de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; k. de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; l. de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; m. in de bij nadere regels bepaalde gevallen.

2. Subsidies onder de € 200,- worden niet verstrekt. Artikel 10 Verlening subsidie Voor zover dit niet is bepaald in de nadere regels, wordt in de verleningsbeschikking vermeld voor welk tijdvak de subsidie wordt verleend en op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. Artikel 11 Betaling en bevoorschotting 1. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt een voorschot

Artikel 11. Meldingsplicht De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan burgemeester en wethouders, zodra aannemelijk is dat de doelstellingen en daarmee de maatschappelijke of economische effecten waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden bereikt of dat niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan. Artikel 12. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger 1. De subsidieontvanger streeft de doelstellingen en daarmee de maatschappelijke of economische effecten na, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van het nastreven van de doelstellingen, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden of verplichtingen geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon. 3.

Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 4:38 Awb ook andere doelgebonden verplichtingen opleggen aan de subsidie-ontvanger.

verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie. 2. Beschikkingen vanaf € 5.000 worden bevoorschot in termijnen. Een betalingsschema wordt opgenomen in de beschikking. Artikel 12 Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan burgemeester en wethouders.

2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over: a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zal kunnen nakomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 13 Verantwoording subsidies tot € 5.000 1. Subsidies tot € 5.000 worden door het college: a. vastgesteld zonder voorafgaande verlening, of b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat het afgesproken subsidietijdvak is verstreken. In dat geval kunnen burgemeester en wethouders de

Artikel 13 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies hoger dan € 80.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. 2. In de nadere regels of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 3. In de nadere regels kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. 4. In de nadere regels of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

Artikel 14 Verantwoording subsidies tot € 5.000 1. Subsidies tot € 5.000 worden door burgemeester en wethouders: a. vastgesteld zonder voorafgaande verlening, of b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat het afgesproken subsidietijdvak is verstreken. In dat geval kunnen burgemeester en wethouders de

aanvrager bij de subsidieverlening verplichten binnen een bepaalde tijd na afloop van de subsidietermijn op bepaalde wijze aan te tonen dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. 2. In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, kan het college andere subsidies of categorieën van subsidies aanwijzen die worden vastgesteld zonder voorafgaande verlening. Artikel 14. Verantwoording subsidies vanaf € 5.000 1. Bij een subsidieverlening vanaf € 5.000, dient de subsidieontvanger de verantwoording in bij burgemeester en wethouders uiterlijk vóór 1 april in het jaar na het kalenderjaar waarin de subsidie verstrekt is of binnen drie maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend. 2. De verantwoording bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de nagestreefde doelstellingen zijn bereikt; b. indien de nagestreefde doelstellingen niet of niet geheel zijn bereikt bevat het inhoudelijke verslag een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen indien de subsidie; c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant, indien de subsidie meer dan € 80.000 per kalenderjaar bedraagt. 3.

Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat andere gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd. Dit wordt opgenomen in de beschikking waarin subsidie wordt verleend.

aanvrager bij de subsidieverlening verplichten binnen een bepaalde tijd na afloop van de subsidietermijn op bepaalde wijze aan te tonen dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. 2. In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders andere subsidies of categorieën van subsidies aanwijzen die worden vastgesteld zonder voorafgaande verlening. Artikel 15 Verantwoording subsidies vanaf € 5.000 en ten hoogste € 80.000 1. Bij een subsidieverlening vanaf € 5.000 en ten hoogste € 80.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij burgemeester en wethouders uiterlijk voor 1 april van het jaar na het kalenderjaar waarin de gesubsidieerde activiteiten plaatsvonden of binnen drie maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en/of waaruit blijkt dat subsidieontvanger heeft bijgedragen aan de gemeentelijke doelen en resultaten; b. een opgave van de werkelijke kosten en baten. 3. In de nadere regels kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 16 Verantwoording subsidies vanaf € 80.000 1. Bij een subsidieverlening vanaf € 80.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij burgemeester en wethouders uiterlijk voor 1 april van het jaar na het kalenderjaar waarin de gesubsidieerde activiteiten plaatsvonden of binnen drie maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en/of waaruit blijkt dat subsidieontvanger heeft bijgedragen aan de gemeentelijke doelen en resultaten; b. een financiële verantwoording of jaarrekening; c. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3. In de nadere regels kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd. Artikel 15. Vaststelling subsidie Burgemeester en wethouders stellen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 14 eerste lid de subsidie vast.

Artikel 17. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten

Artikel 17 Vaststelling subsidies van meer dan € 5.000 1. Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij in de nadere regels anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmalig voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd. 3. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 15 eerste lid, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. Artikel 19 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen, in bijzondere gevallen, gemotiveerd een artikel of artikelen van deze verordening buiten

toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen. Artikel 18. Overgangsbepalingen 1. Aanvragen voor subsidie die zijn ingediend vóór 31 december 2014 en die betrekking hebben op de jaren 2011 tot en met 2014 worden afgedaan volgens de Algemene Subsidieverordening 2012. 2. Aanvragen voor subsidies die zijn ingediend voor 31 december 2014 en die betrekking hebben op 2015 en latere jaren worden afgedaan volgens deze verordening.

toepassing laten of daarvan afwijken ten gunste van de aanvrager of subsidieontvanger indien strikte toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 20 Slotbepalingen 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 2. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Kaag en Braassem 2015 van toepassing. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Kaag en Braassem 2026. 4. De Algemene Subsidieverordening Kaag en Braassem 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 19. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking. 2. De Algemene Subsidieverordening Kaag en Braassem 2012 wordt ingetrokken.

Toelichting (waarbij artikelnummers van de nieuwe tekst worden gehanteerd) Artikel 1, artikel 4 lid 1, artikel 5 lid 4, artikel 6 lid 4 onder b en c lid 5 en lid 6, artikel 19 In deze artikelen zijn geen inhoudelijke, maar tekstuele en technische aanpassingen voorgesteld. Artikel 2 lid 1 In dit artikel is de reikwijdte van de verordening algemener gemaakt. De koppeling met de hoofdstukken in onze gemeentelijke programmabegroting zijn losgelaten. Op deze manier hoeft de verordening niet aangepast te worden als iets zou wijzigen in de indeling van de programmabegroting. Artikel 3 In dit artikel is de bevoegdheid van het college beschreven. In de gewijzigde verordening hebben we dit verder geëxpliciteerd. Artikel 4 lid 5 Hierbij is aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG. De bepaling over de de-minimis is daarin niet opgenomen. Artikel 6 lid 4 onder a

Hieraan hebben we toegevoegd dat een beschrijving van de activiteiten moet worden toegevoegd. Dit was niet eerder opgenomen, vanuit de gedachte dat de gemeente vooral stuurt op doelen en resultaten. Dit is echter niet altijd mogelijk of aan de orde. Artikel 7 lid 2 In dit artikel is alleen de aanvraagdatum opgenomen voor subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt. Er is een extra lid toegevoegd voor subsidies die niet per kalenderjaar worden verstrekt. De bepaling over de verantwoordelijkheid van instellingen is verwijderd omdat deze overbodig is. Artikel 8 lid 2 In dit artikel is alleen de beslistermijn opgenomen voor subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt. Er is een extra lid toegevoegd voor subsidies die niet per kalenderjaar worden verstrekt, in navolging van artikel 7. Artikel 9 Op 1 juli 2018 is de Wet terugvordering staatssteun in werking getreden, waardoor artikel 9, tweede lid, vervalt. Verder zijn in dit artikel wat redactionele aanpassingen gedaan. Tevens is als weigeringsgrond (onder d) dat activiteiten niet voor subsidie in aanmerking komen die in strijd zijn met wettelijke bepalingen, het beleid van de gemeente of de veiligheid. Artikel 9 tweede lid onder d van de huidige verordening vervalt, omdat de benoemde stukken niet zijn opgenomen als stukken die overlegd moeten worden bij de aanvraag.

Artikel 10 Artikel 10 is in tweeën opgesplitst omdat de inhoud van het artikel twee verschillende onderwerpen bevat. Artikel 11 De bepaling over de uitbetaling van subsidies tot € 5.000 is verplaatst van een later artikel naar dit artikel om zo alle bepalingen over bevoorschotting en uitbetaling van subsidies binnen één artikel te beschrijven. Artikel 12 In dit artikel zijn de artikelen 11 en 12 van de huidige verordening samengevoegd tot één artikel met bepalingen over de verplichtingen van de subsidieaanvrager. De bepaling dat subsidieontvanger de doelstellingen en daarmee de maatschappelijke of economische effecten nastreeft, is verwijderd omdat dit al eerder in de verordening is benoemd. Artikel 13 Dit is een uitwerking van het derde lid van artikel 12 in de huidige verordening. Met dit artikel is aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG. Artikel 15 en 16 Er is een onderscheid aangebracht in de verantwoordingseisen voor subsidies tussen de € 5.000 en € 80.000 en subsidies hoger dan € 80.000. De huidige verordening kent dit onderscheid niet. Artikel 17 De bepalingen over vaststelling van de subsidie zijn nader uitgewerkt, met name over de termijnen.

Artikel 20

Overgangsbepalingen en inwerkingtreding zijn samengevoegd in één artikel en de data zijn aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=4d37ae07-8eb1-4997-b605-be5af04dfdaf