CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-nieuwe-GR-Hecht

Gemeenteraad 27 november 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Wijziging GR Hecht.10.628 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het college geeft vervolgens uitvoering aan artikel 1, lid 3 Wet Gemeenschappelijke Regeling. 5. Toetreding vindt plaats indien de colleges van de meerderheid van de deelnemende gemeenten daarmee hebben ingestemd, nadat toestemming is verkregen van de gemeenteraad, zoals bepaald in artikel 1, lid 4 Wet Gemeenschappelijke Regeling. 6. Aan de toetreding kunnen bij de in het vijfde lid bedoelde besluiten de in het vierde lid bedoelde voorwaarden worden verbonden. 7. De toetreding gaat in op 1 januari van het jaar, volgende op het jaar waarin is voldaan aan

17

8. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur het besluit zoals genoemd in het eerste lid heeft ontvangen, tenzij door het algemeen bestuur een eerdere datum is bepaald.

de vereisten genoemd in artikel 26, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 33 Uittreden 1. Uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio´s, als bedoeld in artikel 8 Wet veiligheidsregio’s. 2. Het college zendt, na toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan, het besluit tot uittreding toe aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan op de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding en legt deze vast in een uittredingsplan met een specifieke prijsbepaling. 4. Onder de gevolgen van de uittreding worden in elk geval verstaan de directe kosten en de reële toekomstige schade voor de regeling en de overige deelnemers als gevolg van de uittreding van de deelnemer. Hierin worden minimaal opgenomen de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding van de deelnemer voor de regeling, het aandeel van de uittredende partij op de reserves en de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij ook moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. 5. Een uittredende deelnemer kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van de regeling. 18

6. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur het besluit zoals genoemd in het eerste lid heeft ontvangen, tenzij door het algemeen bestuur een andere datum is bepaald.

Artikel 33a Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het conceptuittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de uittreedsom vast. 6. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de uittreedsom mede op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar en de meest recente begroting van het lopende jaar (ontwerpbegroting, vastgestelde begroting of begrotingswijziging) en indien aanwezig de 19

meest recente begroting (concept begroting of vastgestelde begroting) van het komende jaar. 7. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur in overleg met de uittredende partij en de deelnemers van de regeling, of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een keer, of in een aantal daarbij te bepalen termijnen dient te betalen.

21.2

Artikel 31 1. De regeling kan worden gewijzigd of het openbaar lichaam kan worden opgeheven bij daartoe strekkend besluit van de colleges van tweederde van het aantal deelnemende gemeenten met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 lid 2 en 3 Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling of opheffing van het openbaar lichaam wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het daartoe strekkend voorstel van het algemeen bestuur toekomen aan de colleges van de deelnemende gemeenten. 3. De bij de wet voorgeschreven toezending van de wijziging of opheffing bedoeld in het eerste lid aan gedeputeerde staten geschiedt door het college van de gemeente Leiden.

21.3

Artikel 32 1. In geval van opheffing van het openbaar lichaam besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 2. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.

Artikel 34 Wijziging 1. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur een ontwerp daarvan toekomen aan de colleges van de deelnemende gemeenten. 2. Artikel 1, lid 2 tot en met 5 Wet gemeenschappelijke regelingen is van toepassing, met dien verstande dat: a. het dagelijks bestuur de ontvangen zienswijzen (of mededelingen tot afzien ervan) doorzendt naar het algemeen bestuur; b. het algemeen bestuur de ontvangen zienswijzen weegt en beziet of deze aanleiding geven tot het heroverwegen van het voorstel tot wijziging van de regeling; c. het voorstel tot wijziging van de regeling aan de deelnemende colleges wordt toegezonden met een toelichting op de weging van de zienswijzen; 3. De regeling wordt gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit van de colleges van twee derde van het aantal deelnemende gemeenten. 4. De gewijzigde regeling wordt bekendgemaakt met toepassing van artikel 39. Artikel 35 Opheffing 1. In geval van opheffing van het openbaar lichaam besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor een liquidatieplan vast. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 2. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de colleges van de deelnemende gemeenten zijn gehoord, vastgesteld. 20

3. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor de medewerkers als bedoeld in artikel 21, 23 en 24. 4. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van het openbaar lichaam. 5. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 6. Zonodig blijven de organen van het openbaar lichaam ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

22. 22.1

22.2 22.5

22.6

§ 15. Slotbepalingen Artikel 33 De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 34 De regeling gaat in op 1 januari 2021. Artikel 35 1. Het college van de gemeente Leiden zendt de regeling toe aan gedeputeerde staten. 2. Het college van de gemeente Leiden draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling in de Staatscourant. Artikel 36 1. De regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden’. 2. De Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden kan worden afgekort als ‘RDOG HM’.

3. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor de medewerkers. 4. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van het openbaar lichaam. 5. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 6. Zo nodig blijven de organen van het openbaar lichaam ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid. § 17. Overige zienswijzen Artikel 36 Het bestuur kan, naast de in deze regeling wettelijk verplichte opgenomen zienswijzen, ook aan de raden om een zienswijze vragen op belangrijke bestuurlijke besluiten, wanneer de meerderheid van het AB dat nodig vindt. § 18. Slotbepalingen Artikel 37 De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 38 De regeling gaat in op 1 januari 2024. Artikel 39 Het college van de gemeente Leiden draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling in het door het gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. Artikel 40 De regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Hecht’.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=aeb2c0cd-07de-44d9-8934-1b350a19bc00