CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt lijst 9e wijziging APV

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: 9e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Kaag en Braassem 2012.3.531 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt lijst Schepenverordening  APV Bepaling Schepenverordening 2009 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: a. woonschip: elk vaartuig of drijvend voorwerp dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot woning, dagof nachtverblijf of recreatieverblijf van een of meer personen, elk dergelijk vaartuig of drijvend voorwerp in aanbouw of casco, dat tot een dergelijk vaartuig of drijvend voorwerp kan worden afgebouwd of ingericht en elk dergelijk vaartuig of drijvend voorwerp dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren dan wel de overblijfselen daarvan. b. vaartuig: elk vaartuig, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten. c. bedrijfsvaartuig: elk vaartuig of drijvend voorwerp, waarin of waarop uitsluitend of hoofdzakelijk een beroep, bedrijf of dienst wordt uitgeoefend dan wel dat door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd of geschikt is om daarin of daarop een beroep, bedrijf of dienst uit te

Voorgestelde bepaling APV Artikel 1:1 Begripsbepalingen (de volgende begrippen worden toegevoegd) Bedrijfsvaartuig: Een vaartuig dat voornamelijk wordt gebruikt en bestemd is voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf, of daarvoor bestemd is, waaronder begrepen: goederenvervoer, goederenopslag, rondvaarten en/of verhuur ten behoeve van de pleziervaart; Ligplaats: Een plaats op het openbare water waar een vaartuig op enigerlei wijze verbonden is met de vaste grond, zoals het voor anker liggen op het water, of het aangemeerd liggen aan een oever; Pleziervaartuig: Een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatief gebruik, dan wel voor sportbeoefening; Vaartuig: Elk drijvend voorwerp, inclusief vaartuigen zonder waterverplaatsing, dat vanwege zijn drijfvermogen wordt gebruikt voor of bestemd is voor het vervoeren van personen of goederen te water, met uitzondering van woonschepen;

Beoordeling / advies Alle begrippen binnen de APV zijn gedefinieerd in artikel 1:1. Door het toevoegen van de artikelen 5:24 t/m 5:31 aan de APV worden ook enkele nieuwe begrippen geïntroduceerd. Daarom wordt voorgesteld om deze nieuwe begrippen ook nader te duiden in artikel 1:1 Het bestaande artikel 1:1 binnen de APV wordt dus uitgebreid met enkele nieuwe begrippen. De VNG heeft in haar model APV geen begrippen gedefinieerd die terugkomen binnen de artikelen 5:24 t/m 5:31. Om in de praktijk de kans op misverstanden te minimaliseren is er voor gekozen om de begrippen wel nader te definiëren. Deze zijn vooral relevant wanneer het college besluit om gebieden aan te wijzen en/of nadere regels te stellen ten aanzien van het innemen van een ligplaats (art.5:25). De definitie van ‘ligplaats’ is gewijzigd en nader geduid. Het begrip ‘woonschip’ komt niet meer terug in de begripsbepaling van de APV als losse definitie. Deze categorie wordt vanuit de Omgevingswet aangeduid als ‘drijvend bouwwerk’. De regels binnen de APV zijn niet van toepassing op ‘drijvende bouwwerken’. Daarom worden woonschepen expliciet uitgezonderd binnen de definitieve van ‘vaartuig’.

oefenen, elk dergelijk vaartuig of drijvend voorwerp in aanbouw, elk casco, dat tot een dergelijk vaartuig of drijvend voorwerp kan worden afgebouwd of ingericht en elk dergelijk vaartuig of drijvend voorwerp dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren dan wel de overblijfselen daarvan. d. ligplaats: een gedeelte van het openbaar water, bestemd of geschikt om door een(woon)schip te worden ingenomen; e. openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn. f. pleziervaartuig: vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet i zijnde passagiersschepen noch zeilende bedrijfsvaartuigen. Artikel 2 Wijze van meten De in de op deze verordening gebaseerde uitvoeringsvoorschriften of nadere regels genoemde maten worden uitwendig gemeten daar waar zij het grootst zijn. Ondergeschikte bouwdelen zoals lichtkoepels en antennes worden niet meegerekend.

-

Dit artikel wordt verwijderd en komt niet terug in een nieuwe bepaling binnen de APV aangezien dit geen algemeen verbindend voorschrift betreft. Voor zover noodzakelijk wordt geacht kan in de toekomst een beleidsregel worden vastgesteld door het college van b & w waarin de wijze van meten wordt vastgesteld.

Artikel 3 Vastleggen aan vaartuigen 1. Het is verboden een vaartuig of drijvend voorwerp vast te leggen of vastgelegd te hebben aan een boom, lantaarnpaal, verkeersbord of een ander daarvoor niet bedoeld voorwerp.

-

Dit artikel wordt verwijderd en komt niet terug in een nieuwe bepaling binnen de APV. Er is geen aanleiding om de bepaling als dusdanig voort te zetten. Binnen het nieuw te formuleren artikel over ligplaatsen (5:25) heeft het college van b & w de mogelijkheid om desgewenst nadere regels te stellen ten aanzien van het innemen van een ligplaats.

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

Dit artikel wordt geïntroduceerd en vormt een aanvulling op de regelgeving die wordt genoemd in het vijfde lid. In het kader van deregulering wordt volstaan met een meldingsplicht i.p.v. een vergunningplicht. De gemeente kan vooraf toetsen en met de melder overleggen of bijvoorbeeld het onderhoud van de oevers niet in het geding is. Zo kan worden voorkomen dat een al geplaatst object weer moet worden verwijderd, met alle financiële gevolgen van dien.

2. Het in lid 1 gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Vaarwegenverordening Zuid-Holland. -

2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op het digitale Gemeenteblad. 5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. Artikel 4 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Dit artikel is inhoudelijk ongewijzigd gebleven.

Artikel 5 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer

Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het

Dit artikel is inhoudelijk ongewijzigd gebleven. Lid 2 is technisch aangepast met een verwijzing naar de nu geldende regelgeving.

daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken of de Vaarwegenverordening Zuid-Holland.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 6 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken. -

Dit artikel is inhoudelijk ongewijzigd gebleven.

2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

Dit artikel wordt geïntroduceerd en overgenomen van de VNG. Provinciale vaarwegenverordeningen kennen veelal ook een dergelijke bepaling voor waterstaatswerken die bij hen in beheer zijn. De APV-bepaling heeft alleen betrekking op waterstaatswerken die in beheer zijn bij de gemeenten.

Artikel 7 Ligplaatsen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college met een woonschip voor permanente bewoning een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip voor permanente bewoning beschikbaar te stellen. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet indien het vigerende bestemmingsplan het met een woonschip voor permanente bewoning ligplaats innemen dan wel een ligplaats voor een woonschip voor permanente bewoning beschikbaar stellen ter plaatse mogelijk maakt en deze locatie is aangegeven op de bij deze verordening behorende ligplaatsenkaart. 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken of enige provinciale verordening. 4. Het college is bevoegd tot het wijzigen van de ligplaatsenkaart.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening. -

Dit artikel wordt verwijderd. Woonboten worden aangemerkt als ‘drijvende bouwwerken’ in de zin van de Omgevingswet. Met betrekking tot drijvende bouwwerken kunnen in beginsel binnen de APV geen regels (meer) worden gesteld. De Omgevingswet en het omgevingsplan vormt het belangrijkste juridisch kader rondom het reguleren van woonschepen.

Artikel 8 Overdracht ligplaatsen 1. Alleen de vergunninghouder kan de ligplaatsvergunning overdragen aan een rechtverkrijgende.

Zie toelichting artikel 7 Schepenverordening.

2. Alleen op aanvraag van de vergunninghouder en de rechtverkrijgende schrijft het college de vergunning over op naam van de rechtverkrijgende. Artikel 9 Nadere regels Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een woonschip voor permanente bewoning nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de veiligheid van goederen of personen, de milieuhygiëne en het uiterlijke aanzien van de gemeente.

Zie toelichting artikel 7 Schepenverordening.

Artikel 10 Ligplaatsen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college met een woonschip voor recreatief gebruik een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip voor recreatief gebruik beschikbaar te stellen.

Zie toelichting artikel 7 Schepenverordening.

2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het vigerende bestemmingsplan het met een woonschip voor recreatief gebruik ligplaats innemen

dan wel een ligplaats voor een woonschip voor recreatief gebruik beschikbaar stellen ter plaatse mogelijk maakt en deze locatie is aangegeven op de bij deze verordening behorende ligplaatsenkaart. 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken of enige provinciale verordening. 4. Het college is bevoegd tot het wijzigen van de ligplaatsenkaart. Artikel 11 Overdracht ligplaats 1. Alleen de vergunninghouder kan de ligplaatsvergunning overdragen aan een Rechtverkrijgende.

Zie toelichting artikel 7 Schepenverordening.

2. Alleen op aanvraag van de vergunninghouder en de rechtverkrijgende schrijft het college de vergunning over op naam van de rechtverkrijgende. Artikel 12 Nadere regels Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een woonschip voor recreatief gebruik nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, de

Zie toelichting artikel 7 Schepenverordening.

volksgezondheid, de veiligheid van goederen of personen, de milieuhygiëne en het uiterlijke aanzien van de gemeente. Artikel 13 Weigeringsgronden Een vergunning als bedoeld in de artikelen 7 en 10 kan worden geweigerd indien:

Zie toelichting artikel 7 Schepenverordening.

a. voor de ligplaats al een vergunning is verleend; b. de aanvrager zich niet deugdelijk kan legitimeren als eigenaar van het schip en/of het schip niet kan legitimeren; c. het woonschip belemmeringen veroorzaakt voor het verkeer op het water; d. het uiterlijk van het woonschip afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; e. er sprake is van strijd met het bestemmingsplan. Artikel 14 Bouwen/verbouwen/vernieuwing De eigenaar, de bezitter, de houder of de gebruiker van een woonschip is verplicht: a. uitwendige veranderingen,

Zie toelichting artikel 7 Schepenverordening.

verbouwingen en vergrotingen van het woonschip vooraf en voldoende gedocumenteerd te melden bij het college; b. vervanging van het woonschip door een nieuw woonschip vooraf en voldoende gedocumenteerd te melden bij het college; c. het woonschip in goede staat van onderhoud te houden, zulks ter beoordeling van het college. Artikel 15 Ligplaatsen Het college kan gebieden aanwijzen, waar het verboden is permanent of langer dan een nader door burgemeester en wethouders te bepalen termijn met een pleziervaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een pleziervaartuig beschikbaar te stellen.

Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort, aantal vaartuigen en maximale duur waarop een ligplaats mag worden ingenomen.

Met het toevoegen van artikel 2:25 wordt een ‘kapstokbepaling’ geïntroduceerd voor diverse categorieën ligplaatsen. Er wordt in de verordening zelf dus geen onderscheid gemaakt in de diverse categorieën, zoals in de Schepenverordenig 2009 nog wel het geval is. Op grond van lid 3 kan het college op eventueel aan te wijzen wateren alsnog een categorisering naar vaartuigen opnemen, indien wenselijk. Ook kan, in aanvulling op de modelbepaling van de VNG, worden bepaald hoelang een ligplaats mag worden ingenomen.

3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. 4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Artikel 16 Nieuw Artikel Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een pleziervaartuig, nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de veiligheid van goederen of personen, de

-

Zie toelichting artikel 15 Schepenverordening. Feitelijk wordt dit artikel ondervangen door artikel 5:25 lid 3.

milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. Artikel 17 Ligplaatsen Het college kan gebieden aanwijzen, waar het verboden is met een bedrijfsvaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een bedrijfsvaartuig beschikbaar te stellen.

-

Zie toelichting artikel 15 Schepenverordening. Feitelijk wordt dit artikel ondervangen door artikel 5:25 lid 3.

Artikel 18 Gemeentelijke laad- en loswal Onverminderd het bepaalde in artikel 17 is het verboden met een bedrijfsvaartuig ligplaats in te nemen of aan te leggen aan of langs het gedeelte van de westelijke oever van de Oude Wetering, dat gelegen is ten noorden van Kerkstraat 110 te Oude Wetering. Dit verbod geldt niet voor het door de beroepsvaart tijdelijk afmeren aan de gemeentelijke laad- en loswal annex wachtplaats, als door het college toestemming is verleend.

-

Zie toelichting artikel 15 Schepenverordening. Feitelijk wordt dit artikel ondervangen door artikel 5:25 lid 3.

Artikel 19 Nadere regels Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een bedrijfsvaartuig, nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de veiligheid van goederen of personen, de milieuhygiëne en het uiterlijke aanzien van de gemeente.

-

Zie toelichting artikel 15 Schepenverordening. Feitelijk wordt dit artikel ondervangen door artikel 5:25 lid 3.

Artikel 20 Strafbepalingen Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

-

De strafbepaling van overtredingen op grond van de APV is opgenomen in het bestaande artikel 6:1 van de APV. Inhoudelijk is deze bepaling ongewijzigd t.o.v. de bestaande bepaling binnen de Schepenverordening 2009.

Artikel 21 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: opsporingsambtenaren van de politieregio Hollands Midden en personen, werkzaam voor het gemeentelijk organisatieonderdeel voor toezicht en handhaving.

-

De bepaling omtrent aangewezen toezichthouders van overtredingen op grond van de APV is opgenomen in het bestaande artikel 6:2 van de APV. Op grond van dat artikel zijn politie en boa’s aangewezen als toezichthouder.

-

Dit artikel wordt verwijderd, omdat de regels binnen de APV niet van toepassing zijn voor woonschepen. Zie toelichting artikel 7.

2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Artikel 22 Binnentreden woonschepen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een

woonschip zonder toestemming van de bewoner. Artikel 23 Intrekking oude regeling De Schepenverordening Alkemade 2007 en de Schepenverordening Jacobswoude worden ingetrokken.

-

De Schepenverordening 2009 wordt afzonderlijk ingetrokken via het bijgevoegde raadsbesluit (de wijzigingsverordening).

Artikel 24 Overgangsbepaling 1. Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de voorschriften bedoeld in artikel 23 blijven - indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende maximaal 5 jaren na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.

-

Er is geen aanleiding om een overgangsbepaling op te nemen. Op grond van de Schepenverordening was het mogelijk een vergunning te verkrijgen voor het innemen van een ligplaats voor woonschepen. Deze vergunning kent geen rechtskracht meer. Er is geen ligplaatsvergunning (meer) nodig voor het innemen van een ligplaats. Woonschepen moeten wel zijn gereguleerd in het omgevingsplan.

2. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de voorschriften bedoeld in artikel 23 blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende maximaal 5 jaren na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.

3. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op grond van de voorschriften bedoeld in artikel 23 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast. 4. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste, vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend. 5. De intrekking van de voorschriften bedoeld in artikel 23 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die voorschriften genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Artikel 25 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de op de eerste dag na haar bekendmaking.

-

De bepaling over de inwerkingtreding van de voorgestelde wijzigingen is opgenomen binnen het raadsbesluit (de wijzigingsverordening).

Artikel 26 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Schepenverordening Kaag en Braassem 2009.

-

De citeertitel van de APV is geregeld in het bestaande artikel 6:6 van de APV.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=5de15883-7b36-41f5-b5fb-1a3e3be8639d