Vooraf gestelde vragen D'66 inzake Regionale bodemfunctieklassenkaart, bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer
Tekst van het document
Vooraf gestelde vragen door fractie D’66 Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt
: 4 september 2023 : V&A :6 : Regionale bodemfunctieklassenkaart, bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer
Vraag 1. In het raadsakkoord sprak de gemeenteraad uit dat iedere inwoner van Kaag en Braassem recht heeft op een veilige, groene en gezonde leefomgeving. De Nota Bodembeheer bevat geen doelstellingen tot verbetering van de bodemkwaliteit: standstill en passieve verbetering lijken het doel. Op welke wijze is het college voornemens in andere kaders invulling te geven van een veilige en gezonde leefomgeving in relatie tot bodemkwaliteit?
Antwoord:
Vraag 2. Welke samenhang ziet het college tussen de nota bodembeheer, de te behalen KRW-doelstellingen en de opgave in relatie tot het NPLG, de Veenweidestrategie en de stikstofproblematiek? Antwoord:
Vraag 3. De Regionale bodemkwaliteitskaart (bijlage 3) is volgens de autorisatiegegevens op 2 mei 2023 opgesteld door een adviseur van WSP en diezelfde dag na collegiale toets door een senior adviseur vrijgegeven. Wat voor toets kan in zo’n kort tijdsbestek plaatsvinden? Welke borgingsfunctie kent die toets? Antwoord:
Vraag 4. De historische woonbebouwing in Kaag en Braassem is als industrie aangemerkt als ontgravingsklasse en voor de toepassingseis als wonen, dit ter voorkoming van verdere vervuiling. Afgaande op par. 4.3.6 wordt echter een vrijstelling voorgesteld om grond uit dezelfde bodemkwaliteitszone onder wegverhardingen, in wegbermen en in extensief gebruikte groenstroken her te gebruiken om het grondverzet ‘niet onnodig’ te frustreren. Dit roept enkele vragen op: a. Welke hinder ondervindt het grondverzet (c.q. welke kosten maken de gemeente of aannemers) als deze uitzondering niet gemaakt wordt? b. Welke mate van uitspoeling is vanuit (relatief hoog gelegen) wegverhardingen en bermen op oppervlaktewater en naastgelegen percelen mogelijk? Wat acht het college hierin acceptabel? c. Gegeven de sterke heterogeniteit van meerdere onderzochte stoffen in de zones B3 en B11, hoe voorkomt het college dat vervuiling zich verspreidt door middel van het hergebruik of leidt tot toename van vervuiling in de lagere ongrondzones (T3/11) bij uitzakking na herplaatsing van grond met een toevallig hoge concentratie? d. Hoe definieert het college ‘extensief gebruikte groenzones’? Antwoord:
Vraag 5. Een kwart tot de helft van de analyseresultaten voor zone B3 (Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude) kent voor koper, lood, zink en PAK (som 10) een overschrijding de maximale waarde voor Wonen op basis van de Regeling bodemkwaliteit en in enkele gevallen zelfs voor de maximale industriewaarde. Betreft dit mede locaties in onze gemeente? Zo ja, welk functies kent de bovengrond nu en zijn gebruikers bekend met de verontreiniging van hun ondergrond? Antwoord:
Vraag 6 De humaan toxologische waarde voor de som drins bedraagt 0,2 mg/kg ds in het scenario ‘Wonen met tuin en 10% consumptie van zelf geteelde gewassen’. Het maximaal gemeten gehalte van drins in gebied B.11 ((voormalig) glastuinbouw- en akkerbouwpercelen Kaag & Braassem en enkele andere plaatsen) is 0,3806 met een 95P van 0,1454. Klopt het dat dus een of meerdere plekken in dat scenario overschrijding van de humaan toxologische waarde plaatsvindt? Betreft
dit mede locaties in onze gemeente? Zo ja, welk functies kent de bovengrond nu en zijn gebruikers bekend met de verontreiniging van hun ondergrond? Antwoord:
Vraag 7. Een kwart tot de helft van de analyseresultaten voor zone B11 kent voor chloordaan een overschrijding van de maximale waarde voor Wonen op basis van de Regeling bodemkwaliteit. Betreft dit mede locaties in onze gemeente? Zo ja, welk functies kent de bovengrond nu en zijn gebruikers bekend met de verontreiniging van hun ondergrond?
Antwoord:
Vraag 8. Wie in de ATLAS-applicatie van Omgevingsdienst MH conform instructie een bodeminformatierapport maakt, krijgt een leeg rapport terug. Hoe kan dit gegeven de inhoud die blijkens de bijlagen bij het raadsvoorstel wel degelijk bestaat?
Antwoord:
Vraag 9. Is het college voornemens de in het onderzoeksrapport (bijlage 3) opgenomen gegevens als open data te publiceren? Zo nee, waarom niet? Antwoord:
Vraag 10. Is het college voornemens inwoners proactief inzicht te geven in de mogelijk in hun (moes)tuin of ondergrond aanwezige verontreiniging door de onderzoeksresultaten per onderzochte stof te plotten op een gemeentekaart inclusief de statistisch meest waarschijnlijke overloop van waarden? Zo ja, op welke termijn kunnen onze inwoners dit inzicht in de schoonheid van hun omgeving verwachten? Zo nee, op welke wijze raad u inwoners aan inzicht te krijgen in de mate waarin hun ondergrond schoon of verontreinigd is? Antwoord: