Vigerend afwijkingenbeleid ruimtelijke ordening
Tekst van het document
Het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden voor een periode van maximaal 6 maanden, waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft. Een gebouw specifiek ingericht voor het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden waarbij de betreffende personen het hoofdverblijf elders hebben. Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een (overwegend) gesloten dak met geen, of maximaal één wand. Pagina 24 van 42
voorgevelrooilijn:
Voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening.
Pagina 25 van 42
Bijlage II Lijst aan huis gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Aan-huis-gebonden beroepen Uitoefening van (para-)medische beroepen waaronder: individuele praktijk voor huisarts, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, dierenarts enz. Advies- en ontwerpbureaus, waaronder: reclameontwerp; grafisch ontwerp; architect. (Zakelijke) dienstverlening, waaronder: notaris; advocaat; accountant; assurantie-/verzekeringsbemiddeling; exploitatie en handel in onroerende zaken. Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Kledingmakerij; (maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf. Kantoorfunctie ten behoeve van bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals: schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook ten behoeve van bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf. Reparatiebedrijfjes ten behoeve van particulieren, zoals: schoen-/lederwarenreparatiebedrijf; uurwerkreparatiebedrijf; goud- en zilverwerkreparatiebedrijf; reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen; reparatie van muziekinstrumenten; (auto- en motorreparatiebedrijven zijn uitgezonderd). Overige dienstverlening, zoals: kappersbedrijf; nagelstudio; schoonheidssalon. Onderwijs, zoals: autorijschool; naaicursus; computercursus; (werkplaatsen en laboratoria zijn uitgezonderd).
Pagina 26 van 42
Bijlage III Haalbaarheidscheck Ruimtelijk •
Ruimtelijke samenhang en stedenbouwkundige/landschappelijke context …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Groenvoorziening/speelgelegenheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Monumenten en cultuurhistorische waarden …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Functioneel •
Verkeersveiligheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Bereikbaarheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Parkeren …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Privacy …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Bezonning …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Brandveiligheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Pagina 27 van 42
•
Sociale veiligheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Inrichting openbare ruimte (LIOR) …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Milieu etc. •
Duurzaamheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Geurhinder …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Geluidhinder …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Flora en fauna …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Externe veiligheid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Bodem …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Archeologie …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Lichthinder …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Beleid •
Landelijk beleid Pagina 28 van 42
…………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………… •
Provinciaal beleid …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Beleid hoogheemraadschap …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
MRSV …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Welstand …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Overig gemeentelijk beleid (zoals onder meer Nota inbreidingslocaties) …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Financieel •
Planschade/ planschadeovereenkomst …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Anterieure overeenkomst …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Exploitatieplan …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
•
Te verwachten hoge bijkomende kostenposten …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………
Pagina 29 van 42
Puntsgewijze toelichting op checklist haalbaarheid Ruimtelijk Ruimtelijke samenhang en stedenbouwkundige/landschappelijke context Het vigerende bestemmingsplan blijft (buiten de betreffende afwijking) zoveel mogelijk maatgevend. Bij voorkeur levert het initiatief een bijdrage aan het behouden/verbeteren van de ruimtelijke structuur. Dit kan bijvoorbeeld door het oplossen of opheffen van een bestaand ruimtelijk of milieuhygiënisch knelpunt. Te denken valt aan het verdwijnen van een klein overlastgevend bedrijf of het vervangen van vervallen bebouwing door een of enkele woningen. Bij het afwijken van het bepaalde in het bestemmingsplan moet de impact van de ingreep op de openbare ruimte zoveel mogelijk beperkt blijven. Bij het afwijken van het bestemmingsplan moet altijd nagegaan worden of er van het plan geen nadelige precedentwerking uitgaat. De nieuwe invulling moet in beginsel aansluiten bij de bestaande situatie. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het woningtype, de massa en de situering op de kavel in relatie tot de omgeving. Voor ontwikkelingen in het buitengebied moet rekening gehouden worden met een goede landschappelijke inpassing. Groenvoorzieningen en speelgelegenheid Bestaande groengebieden en doorzichten die binnen de kernen functioneel of ruimtelijke een belangrijke rol voor het woongebied vervullen, mogen in principe niet worden opgeofferd.
Daarnaast moet gekeken worden of de ontwikkeling een bijdrage kan leveren aan het versterken van de aanwezige groenstructuur of, indien noodzakelijk, het creëren van speelgelegenheid. Monumenten en cultuurhistorische waarden Bij de ontwikkeling moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van monumenten en landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden op of in de omgeving van de locatie. Hierbij gaat het om gemeentelijke en rijksmonumenten en beschermde dorpsgezichten maar tevens om waardevolle bomen of bosschages, karakteristieke bebouwingstypologieën, landschappelijke structuren (o.a. watergangen, dijken en wegen) en historische bebouwingsen verkavelingspatronen (o.a. linten, centra). Verder zal gekeken moeten worden of molens beperkt worden in hun vrije windvang; in de bestemmingsplannen zijn hiervoor ‘molenbiotopen’ opgenomen. De ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan monumenten of cultuurhistorische waarden. Bij de uitwerking van de ontwikkeling moet de aanwezigheid ervan als uitgangspunt worden genomen. In het geval van een beschermd dorpsgezicht of monument vindt daarnaast een extra toets plaats door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Functioneel Verkeersveiligheid Bij de ontwikkeling moet rekening gehouden worden met de gevolgen voor het zicht op de openbare weg in verband met de verkeersveiligheid.
Met name waar dicht op de weg wordt gebouwd kunnen verkeersonveilige situaties ontstaan. Bereikbaarheid Indien de nieuwe ontwikkeling een woning, een maatschappelijke voorziening of een bedrijf betreft moet het altijd direct bereikbaar zijn vanuit de openbare ruimte, eventueel door middel van een recht van overpad. Daarnaast mag de ontwikkeling geen negatieve invloed hebben op de bereikbaarheid van andere percelen of openbare ruimte. Ook zal rekening gehouden moeten worden met de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Parkeren De ontwikkeling mag niet leiden tot een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Nieuwe parkeerplaatsen moeten daarom op eigen terrein worden gerealiseerd. De te Pagina 30 van 42
hanteren parkeernormen zijn afhankelijk van het woningtype of de bedrijfsfunctie, waarbij de CROW publicatie 182 ‘Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering’ als uitgangspunt wordt genomen. Voor kleine inbreidingsverzoeken zal in de meeste gevallen sprake zijn van twee verplichte parkeerplaatsen op eigen terrein. Privacy De nieuwe ontwikkeling moet voldoen aan de privacyeisen zoals opgenomen in het Burgerlijk Wetboek, artikel 5:50. Deze eisen gaan onder meer uit van een minimale afstand van 2 meter tussen de erfgrens en de nieuwe bebouwing. Indien bebouwing dichter bij de erfgrens is gesitueerd, is het niet toegestaan openingen in de betreffende gevel aan te brengen (tenzij de eigenaar van het naburige erf daarvoor toestemming heeft gegeven). Bezonning Een belangrijk aspect bij het bouwen in stedelijk gebied vormt de bezonning van naastgelegen percelen en bebouwing. De bezonning kan door het toevoegen van bebouwing negatief worden beïnvloed. Dit hoeft uiteraard niet te betekenen dat een ontwikkeling ongewenst is, maar moet wel meegenomen worden in de uiteindelijke beslissing. Brandveiligheid Met name bij het realiseren van gebouwen binnen een bestaande kern kunnen onveilige situaties met betrekking tot de brandveiligheid ontstaan.
Hierbij gaat het in het bijzonder om het ontbreken van voldoende vluchtwegen of een slechte toegankelijkheid voor groot materieel in geval van nood. In het geval van twijfel kan advies ingewonnen worden bij de brandweer. Er zal altijd voldaan moeten worden aan het bepaalde in het Bouwbesluit 2012. In bepaalde gevallen moet een gebruiksmelding worden gedaan, in andere gevallen moet binnen de omgevingsvergunning ook de activiteit 'brandveilig gebruiken' vergund worden. Sociale veiligheid Het toevoegen van bebouwing kan ertoe leiden dat een verbetering of verslechtering ontstaat van het toezicht op een bepaalde locatie of route. De eventuele positieve of negatieve gevolgen moeten meegenomen worden in de uiteindelijke afweging. Inrichting openbare ruimte Indien een plan van een particulier toekomstige openbare ruimte bevat, dan zal deze ruimte op kosten van de aanvrager conform de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) ingericht moeten worden. Dit moet in een anterieure overeenkomst geregeld worden. Milieu etc. Duurzaamheid Bij elke ontwikkeling moet gekeken worden welke mogelijkheden er bestaan om het plan op een duurzame wijze in te passen.
Duurzaam betekent waar mogelijk een zuinig en intensief gebruik van de ruimte, bestaande elementen zoveel mogelijk behouden en integreren, een goed beheer mogelijk maken en de bouw van bijvoorbeeld flexibele/levensloopbestendige bouwvormen. Verwezen wordt naar het beleid Duurzaam Bouwen en het regionaal beleidskader Duurzame Stedenbouw. Geurhinder Indien de ontwikkeling een gevoelige functie betreft, zoals wonen, moet rekening gehouden worden met eventuele geurhinder vanuit de omgeving. Hiernaast moet er voor worden gewaakt dat bedrijven door de ontwikkeling niet belemmerd worden in hun (concrete) uitbreidingsmogelijkheden. Deze problematiek speelt zich met name af aan de rand van de kernen, waar omliggende veeteeltbedrijven geurhinder kunnen veroorzaken. Als het ontwikkelingen betreft die zelf geurhinder veroorzaken, moet worden afgewogen in hoeverre dat toelaatbaar is op de betreffende locatie. In deze afweging zal ook rekening gehouden moeten worden met de toekomstbestendigheid van de ontwikkeling.
Pagina 31 van 42
De gemeenteraad heeft een Geurverordening vastgesteld die op 16 februari 2012 in werking is getreden. In deze verordening zijn de richtafstanden tussen dierenverblijven en geurgevoelige objecten vastgelegd. Er geldt een onderscheid tussen veehouderijen binnen en buiten de bebouwde kom. Geluidhinder Op grond van de Wet Geluidhinder zijn langs een groot aantal wegen geluidszones aanwezig waarbinnen geen woningbouw mogelijk is. Het gaat dan om zones waarbinnen de geluidsbelasting op de gevels van de woningen hoger is dan 48 dB(A) (de voorkeurgrenswaarde). Onder bepaalde voorwaarden is een ontheffing mogelijk voor een hogere waarde; de gemeente kan deze ontheffing verlenen. Voor het oplossen c.q. beperken van geluidhinder kunnen maatregelen worden genomen. Deze maatregelen zijn voor rekening van de verzoeker en moeten passen binnen de ruimtelijke karakteristiek van de omgeving. Naast verkeerslawaai moet ook rekening gehouden worden met beperkingen in het kader van het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol. Een deel van Leimuiden en van Kaag en omgeving liggen in de zone ‘beperkingen geluid en veiligheid’ (zone 4). Hier zijn in principe geen nieuwe woningen toegestaan. Afwijken van deze regel is in bepaalde gevallen mogelijk als vooraf door of namens de betrokken minister(s) een verklaring van geen bezwaar is afgegeven.
Indien de nieuwe ontwikkeling zelf een geluidhinder veroorzakende functie betreft, moet worden bezien in hoeverre de ontwikkeling op die plek mogelijk is. Hierbij zal ook gekeken moeten worden naar eventuele groeiruimte van het bedrijf in kwestie. Flora en fauna De plannen mogen geen onaanvaardbare gevolgen hebben op eventueel aanwezige natuurwaarden, volgens nationale en internationale richtlijnen (Vogel- en Habitatrichtlijn, Wet natuurbescherming). Voor elke ruimtelijke ingreep moet vastgesteld worden of de ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op beschermde dier- en plantsoorten. Externe veiligheid Naast geur- en geluidshinder kan er ook sprake zijn van veiligheidsrisico’s. Deze risico’s kunnen bestaan uit bijvoorbeeld bedrijven, leidingen, vulpunten voor gas of routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dergelijke voorzieningen zijn altijd voorzien van een risicocontour waarbinnen de wenselijkheid van gevoelige functies, zoals woningbouw, moet worden vastgesteld. Bodem Op een bouwlocatie kan sprake zijn van bodemverontreiniging. Of dit het geval is blijkt uit een bodemonderzoek. De Omgevingsdienst West-Holland kan aangeven of een dergelijk onderzoek nodig is. Voor bijvoorbeeld nieuwe woningen zal dit altijd zo zijn. Indien de locatie (sterk) verontreinigd blijkt te zijn moet de grond eerst gesaneerd worden voordat er gebouwd kan worden.
In andere gevallen kan het zijn dat een melding volstaat. Archeologie Voordat er door bouwen of aanleggen grondingrepen gedaan mogen worden, moet bekeken worden of onderzoek nodig is naar eventuele archeologische resten. Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart kan worden bepaald welke archeologische verwachting ter plaatse geldt. De verwachting geeft aan of het noodzakelijk is extra archeologisch onderzoek te laten verrichten. Lichthinder Bij onder meer lichtmasten op sportvelden, bij paardenbakken en bij kassen kan lichthinder optreden. Dit kan een rol spelen bij de afweging of de betreffende ruimtelijke ontwikkeling wenselijk is. Het is derhalve van belang dat het aspect lichthinder in voorkomende gevallen meegewogen wordt in de uiteindelijke beslissing. Pagina 32 van 42
Beleid Landelijk beleid Voor zover relevant zal een nieuwe ontwikkeling moeten aansluiten bij landelijk beleid. Hierbij is de AMvB Ruimte het harde toetsingskader. Provinciaal beleid Afhankelijk van de planologische procedure (binnenplans niet, kruimelgevallen wel) zal de provincie Zuid-Holland in staat gesteld worden een standpunt over de betreffende ontwikkeling in te nemen. Wanneer een UPA doorlopen wordt is het bevoegd orgaan verplicht vooroverleg te voeren met onder andere de provincie. Vervolgens heeft de provincie nog de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen of met een aanwijzing te komen. De provincie zal de betreffende ontwikkeling langs de meetlat van haar eigen beleid leggen. In deze gevallen geldt de Omgevingsverordening als hard toetsingskader. Maatschappelijk Ruimtelijke Structuurvisie (MRSV) Op 12 december 2011 heeft de gemeenteraad de MRSV Kaag en Braassem vastgesteld. Deze wordt op korte termijn geactualiseerd. In deze visie worden onder andere uitspraken gedaan over de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente als geheel en de kernen afzonderlijk. Zo is er een onderscheid gemaakt tussen 'groeikernen' en 'groenkernen'. Ook zaken die voorheen geregeld waren in de gemeentelijke woonvisies zijn tegenwoordig geregeld in de MRSV. Verzoeken voor ontwikkelingen moeten passen binnen de kaders van deze structuurvisie.
Welstand De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft besloten een groot deel van de gemeente welstandsvrij te verklaren. Dit wil zeggen dat voor bouwplannen in het overgrote deel van de gemeente geen advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit nodig is. Een uitzondering is gemaakt voor ontwikkelingen in beschermde dorpsgezichten en gemeentelijke en rijksmonumenten en de invloedsfeer van deze monumenten. Dergelijke ontwikkelingen worden aan de hand van het bouwplan door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Kaag en Braassem beoordeeld en voorzien van een advies. Als een welstandsadvies noodzakelijk is kan een vooroverleg plaatsvinden op basis van een principeschets. Dit overleg kan zeer waardevol zijn om al in een vroeg stadium duidelijkheid te krijgen over de wenselijkheid van het plan.
Pagina 33 van 42
Bijlage IV Nota inbreidingslocaties
Pagina 34 van 42
Bijlage V Beleidsregel Huisvesting Arbeidsmigranten Beleidsregel Huisvesting arbeidsmigranten Inleiding Deze beleidsregel is een gedeeltelijke uitwerking van het “Convenant huisvesting arbeidsmigranten Holland Rijnland” inclusief de “richtlijnen huisvesting arbeidsmigranten Holland Rijnland” d.d. 27 juni 2014. Binnen de richtlijnen wordt een onderscheid gemaakt tussen drie groepen arbeidsmigranten: 1. Arbeidsmigranten die enkele maanden naar Nederland komen om hier geld te verdienen en vervolgens weer teruggaan naar huis (kortverblijvers). 2. Arbeidsmigranten die hier voor een periode van enkele maanden tot enkele jaren verblijven om hier te werken maar met de bedoeling om weer terug te gaan naar huis (langverblijvers). 3. Arbeidsmigranten die zich hier permanent willen vestigen (vestigers). Deze beleidsregel is van toepassing op de logiesgewijze huisvesting van de eerste twee groepen; de tijdelijke groep arbeidsmigranten (kortverblijvers en langverblijvers). Deze beleidsregel is niet van toepassing op de laatste groep (vestigers). Arbeidsmigranten die zich hier willen vestigen zijn aangewezen op de reguliere woningmarkt. De richtlijnen huisvesting arbeidsmigranten Holland Rijnland, het convenant Huisvesting Arbeidsmigranten Holland Rijnland en de Samenwerkingsagenda ‘Maak meedoen mogelijk’ zijn gebruikt als handvat voor het opstellen van dit beleid.
Echter zijn de richtlijnen niet een op een overgenomen. Hierin zijn afwegingen gemaakt om tot een passend beleid te komen voor de gemeente Kaag en Braassem. Kader Doelstelling Deze beleidsregel is bedoeld om de afwegingen van de Gemeente Kaag en Braassem over de huisvesting van arbeidsmigranten te verduidelijken aan de hand van uitgangspunten en regels en invulling te geven aan het kader voor huisvesting arbeidsmigranten zoals opgenomen in de samenwerkingsagenda ‘maak meedoen mogelijk’ Aanvragen van onder andere een omgevingsvergunning voor het huisvesten van arbeidsmigranten moeten worden getoetst aan deze uitgangspunten en beleidsregels. Doelgroep Deze beleidsregel is van toepassing op de logiesgewijze huisvesting van de tijdelijke groep arbeidsmigranten (kortverblijvers en langverblijvers). Het gaat hierbij om arbeidsmigranten die op grond van een EU-paspoort / identiteitsbewijs of een tewerkstellingsvergunning legaal werkzaam zijn en hun hoofdverblijf elders hebben. Deze arbeidsmigranten zijn hier voor een korte periode (aantal maanden) dan wel een langere periode (maximaal 3 jaar) werkzaam. Zij hebben niet de bedoeling om zich hier te vestigen. Het is dus niet de bedoeling dat de arbeidsmigranten de druk op de woningmarkt in de Gemeente Kaag en Braassem verhogen.
Tevens is in de regionale richtlijnen vastgesteld dat huisvesting voor wisselende bewoners in verblijven met een logiesfunctie thuishoort, zodat daarmee voor andere inwoners duidelijk is dat er geen woningverdringing plaatsvindt. Deze beleidsregel is niet van toepassing op arbeidsmigranten die de intentie hebben zich hier te vestigen. Zij zijn aangewezen op de reguliere woningmarkt. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat de logiesplekken niet tot de woningvoorraad van de gemeenten worden gerekend; dit betekent dat deze plekken niet meetellen bij de door de provincie toegestane woningbouw.
Pagina 35 van 42
Procedure Initiatiefnemers gaan eerst met de gemeente Kaag en Braassem in overleg alvorens zij hun aanvraag indienen. Alle inkomende aanvragen voor het huisvesten van arbeidsmigranten dienen aan onderstaande uitgangspunten en regels te worden getoetst. Daarnaast zijn specifieke regels opgesteld per gebiedstype. Naast de toetsing aan dit beleid dient tevens de aanvraag getoetst te worden aan de haalbaarheidscheck uit het gemeentelijke Afwijkingenbeleid. Indien de aanvraag passend is binnen dit beleid en de haalbaarheidscheck uit het Afwijkingenbeleid kan doorstaan, bestaat er een positieve grondhouding voor vergunningverlening van de aanvraag. Dit betekent dat slechts bijzondere omstandigheden er toe kunnen leiden dat de aanvraag geweigerd dient te worden. Bij aanvragen voor het huisvesten van arbeidsmigranten op locaties die eigenschappen van een of meer gebiedstypen bevat, dient te worden voldoen aan de specifieke regels van de betreffende gebiedstypen. Indien aanvragen afwijken van onderstaande uitgangspunten en regels, dient een initiatiefnemer een principeverzoek in. De gemeente Kaag en Braassem beoordeelt of planologisch maatwerk kan worden toegepast. Zo kunnen bijzondere omstandigheden er ook toe leiden dat er maatwerk wordt toegepast en een vergunningaanvraag resulteert in een vergunningverlening.
Deze aanvragen dienen te worden voorgelegd aan de gemeenteraad en eventueel te worden afgestemd met de regio of de provincie Zuid-Holland. Algemene uitgangspunten Bij het opstellen van de regels waaraan aanvragen getoetst moeten worden, wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn verwerkt in onderstaande regels. -
-
De huisvesting van arbeidsmigranten is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de werkgever en de gemeente. Deze gedeelde verantwoordelijkheid moet in de voorstellen terugkomen: het initiatief ligt bij de werkgever, de gemeente faciliteert in de te volgen planologische procedure; De gemeente Kaag en Braassem heeft de voorkeur om arbeidsmigranten te huisvesten die voorzien in de behoefte voor arbeidsmigranten die werkzaam zijn in de gemeente. Per gebiedstype is een afweging gemaakt tussen bestaande bouw en nieuwbouw, tijdelijke en permanente huisvesting. De gemeente Kaag en Braassem heeft de voorkeur om arbeidsmigranten in bestaande bouw en op korte afstand van de werklocatie te huisvesten. Bij huisvesting van arbeidsmigranten dient er een goede handhaving op leefbaarheid, veiligheid en het voorkomen van overlast plaats te vinden. Er mogen geen beperkingen ontstaan voor de (uitbreiding van) omliggende functies die mogelijk zijn binnen het geldende bestemmingsplan. De gemeente Kaag en Braassem zoekt in regionaal verband de samenwerking om de problematiek omtrent huisvesting arbeidsmigranten op te lossen.
• Aan de samenwerkende gemeenten vraagt de provincie om in hun regionale woonvisie inzicht te geven in de geraamde behoefte aan logiesplekken, het aantal reeds beschikbare logiesplekken, het aantal te ontwikkelen logiesplekken en de manier waarop de gemeenten deze behoefte aan logiesplekken ruimtelijk binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied willen faciliteren.
Pagina 36 van 42
Regels Artikel 1 Begrippen Arbeidsmigrant: Buitenlandse werknemer, die op grond van een EU-paspoort / geldig EU-identiteitsbewijs of een tewerkstellingsvergunning legaal in Nederland werkzaam is en zijn hoofdverblijf elders heeft; Bedrijventerreinen: De bedrijventerreinen betreffen De Lasso, de Drechthoek en Veenderveld. Zie bijlage 1 voor de kaart van de gemeente Kaag en Braassem onderverdeeld in gebiedstypen; Bestaande bouw: Bestaande bebouwing en herbouw van bestaande bebouwing binnen hetzelfde volume. Bestaand stads- en dorpsgebied (BSD): bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing, met inbegrip van daartoe bouwrijp gemaakte terreinen, ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid (uitgezonderd glastuinbouw), detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Buitengebied: Het buitengebied heeft betrekking op de gronden buiten bestaand stads- en dorpsgebied, waar onder andere agrarische bestemming, natuur en recreatie voorkomen. Zie bijlage 1 voor de kaart van de gemeente Kaag en Braassem onderverdeeld in gebiedstypen; Concentratie: Opeenhoping van en het dicht bij elkaar liggen van huisvestingslocaties. Concern: een groep van ondernemingen die samen een economische eenheid voeren en onder een gezamenlijke leiding actief zijn.
Eigen glastuinbouw gerelateerde onderneming: alle glastuinbouw gerelateerde ondernemingen die onderdeel zijn van het concern. Eigen terrein/gebouw: Een situatie waarin er sprake is van een eigendomsrecht en/of gebruiksrecht, zoals bijvoorbeeld een huurrelatie; Glastuinbouwbedrijf: Een bedrijf dat voorziet in het uitoefenen van overwegend volwaardige en doelmatige glastuinbouw, bollenbroeierijen, vollegrondsteelt of hoveniersbedrijven waarbij minimaal 25% van het bedrijfsoppervlak wordt aangewend voor eigen teeltactiviteiten; Glastuinbouwgebied: Een gebied waar het accent ligt op glastuinbouwbedrijven en de daarbij horende voorzieningen. Zie bijlage 1 voor de kaart van de gemeente Kaag en Braassem onderverdeeld in gebiedstypen; Huisvester: De persoon/organisatie/stichting die de huisvesting van arbeidsmigranten faciliteert;
Pagina 37 van 42
Huisvesting arbeidsmigranten: Tijdelijke dan wel permanente voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten, die hun hoofdverblijf elders hebben, niet bedoeld voor recreatieve doeleinden; Initiatiefnemer: De persoon/organisatie/stichting die een aanvraag voor het huisvesten van arbeidsmigranten indient; Nieuwbouw: Nieuw te realiseren bebouwing dat geen herbouw betreft; Permanente huisvesting: Huisvesting zonder een instandhoudingstermijn of een instandhoudingstermijn van meer dan 10 jaar; Stichting Normering Flexwonen (SNF): Stichting die de registers beheert van ondernemingen die aan de norm voor huisvesting van arbeidsmigranten voldoen en beheert de normen. Organisaties die huisvesting voor arbeidsmigranten aanbieden kunnen een certificaat van de Stichting Normering Flexwonen behalen. Hiervoor dienen zij te voldoen aan de “Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten” (www.normeringflexwonen.nl); Tijdelijke huisvesting: Huisvesting met een instandhoudingstermijn van de bebouwing voor maximaal 10 jaar; Woonkernen: Het bestaand stads- en dorpsgebied. Zie bijlage 1 voor de kaart van de gemeente Kaag en Braassem onderverdeeld in gebiedstypen. Artikel 2 Algemene regels 1.
De SNF-normering is de minimale norm voor huisvesting van arbeidsmigranten en organisaties die huisvesting voor arbeidsmigranten aanbieden moeten een certificaat van de Stichting Normering Flexwonen behalen. 2. Uitzendorganisatie die zich (mede) bezighouden met huisvesting van arbeidsmigranten dienen in het bezit te zijn van het NEN 4000-1 c.q. NEN 4400-2 certificaat waaruit hun goed werkgeverschap blijkt. 3. Indien huisvesting niet plaats vindt op eigen terrein of in en/of bij een eigen gebouw dient er sprake te zijn van huisvesting door een huisvestingsorganisatie; 4. Huisvesting van arbeidsmigranten vindt bij voorkeur plaats binnen bestaand stads- en dorpsgebied; 5. Bij aanvragen voor het huisvesten van arbeidsmigranten in bestaande bebouwing dient de aanvrager een inrichtingsplan voor de ruimtelijke en landschappelijke inpasbaarheid in, zo nodig met een beeldkwaliteitsplan. 6. Bij aanvragen voor het huisvesten van arbeidsmigranten in nieuw te bouwen locaties dient de aanvrager een inrichtingsplan voor de ruimtelijke en landschappelijke inpasbaarheid in, zo nodig met een beeldkwaliteitsplan; 7. De aanvraag voldoet aan de haalbaarheidscheck uit het afwijkingenbeleid. 8. De arbeidsmigranten worden bij voorkeur gehuisvest binnen korte afstand van de werklocatie. 9.
Huisvesting vindt bij voorkeur plaats in gebieden die op korte afstand van gebiedsontsluitingswegen liggen, zodat woonbuurten niet onevenredig worden belast met een hogere verkeersdruk. 10. Voorkomen moet worden dat er concentratie ontstaat van logiesgewijze huisvesting. 11. Huisvesting van arbeidsmigranten is niet toegestaan binnen de bestemming ‘Recreatie’ en ‘Natuur’;
Pagina 38 van 42
12. Er moet voldoende parkeergelegenheid zijn. Dit wordt op eigen terrein of op aangrenzend gebied gerealiseerd. De norm is 0,7 parkeerplaats per persoon, mits goed onderbouwd kan worden afgeweken van de norm. 13. Het beheer van de locaties waar arbeidsmigranten worden gehuisvest dient 24/7 telefonisch bereikbaar te zijn. 14. Voor de leefbaarheid en menselijke maat hanteert de Gemeente Kaag en Braassem in beginsel de maatstaf van maximaal 1 arbeidsmigrant per slaapkamer, tenzij onderbouwd wordt dat er sprake kan zijn van 2 personen per slaapkamer (zoals bijvoorbeeld de arbeidsmigrant hier zelf voor kiest), en maximaal 6 arbeidsmigranten per appartement, met daarin een algemene ruimte en sanitaire voorzieningen; 15. Een beheerplan dat voldoet aan de normen van SNF is onderdeel van de aanvraag. Hierin moeten ten minste de volgende onderdelen worden opgenomen: a) een actieplan waarin goede handhaving op de leefbaarheid, veiligheid en het voorkomen van onaanvaardbare overlast voor omwonenden en omgeving, met daarin in ieder geval een aanspreekpunt of contactpersoon voor vragen en klachten van zowel omwonenden als huurders; en b) een communicatieplan voor de communicatie met omwonenden en de manier waarop zij worden betrokken bij het plan.
De relatie met omwonenden is de verantwoordelijkheid van de huisvester; en c) een plan voor de inschrijving in de BRP (Basisregistratie personen) van de Gemeente Kaag en Braassem voor bewoners die langer dan vier maanden in Nederland (zullen) verblijven. Een correcte inschrijving in de BRP is de verantwoordelijkheid van de huisvester; en d) meertalige huisregels voor de arbeidsmigranten. 16. Aanvragen voor huisvesting van meer dan 100 personen is alleen wenselijk als: a) de huisvesting noodzakelijk is om te voorzien in de behoefte voor huisvesting van arbeidsmigranten die werkzaam zijn binnen de gemeente; en b) er 24/7 adequaat beheer op de locatie aanwezig is. Artikel 3 Regels per gebiedstype Naast de algemene uitgangspunten en de algemene regels dienen de aanvragen te voldoen aan de regels per gebiedstype. Per gebiedstype zijn er verschillende specifieke afwijkingsregels opgesteld. Daarnaast is er ruimte voor individuele beoordeling op ruimtelijke en maatschappelijke aanvaardbaarheid. 3.1 Buitengebied 1. Er bestaat een positieve grondhouding voor aanvragen betrekking hebbende op de huisvesting van arbeidsmigranten binnen het op de kaart aangewezen buitengebied zonder instandhoudingstermijn of met een instandhoudingstermijn van meer dan 10 jaar (permanente huisvesting) met inachtneming van de volgende regels: a.
de huisvesting vindt plaats in voormalige agrarische bebouwing van een voormalig agrarisch bedrijf dat niet meer exploiteerbaar is; en b. de aanvrager dient de behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten binnen de gemeente aan te tonen; en c. de huisvesting van arbeidsmigranten moet binnen het bestaande bouwvlak plaatsvinden; en d. er mag geen negatief beperkend effect ontstaan op omliggende bedrijven. 2. Er bestaat een positieve grondhouding voor aanvragen betrekking hebbende op de huisvesting van arbeidsmigranten binnen het op de kaart aangewezen buitengebied met een instandhoudingstermijn van maximaal 10 jaar (tijdelijke huisvesting) met inachtneming van de volgende regels:
Pagina 39 van 42
a. een nieuw te bouwen bouwwerk is slechts toegestaan voor zover dit ondersteunend is aan huisvesting die plaats zal gaan vinden in bestaande bebouwing van een voormalig agrarisch gebouw waarbij de nieuw te bouwen locatie qua bouwvolume niet meer dan maximaal 15% van de bestaande bebouwing mag bedragen; en b. de huisvesting moet binnen het bestaande bouwvlak plaatsvinden; en c. de aanvrager dient de behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten binnen de gemeente aan te tonen; en d. er mag geen negatief beperkend effect ontstaan op omliggende bedrijven. 3.2 Glastuinbouwgebied 1. Vergunningverlening voor aanvragen betrekking hebbende op de huisvesting van arbeidsmigranten binnen het op de kaart aangewezen glastuinbouwgebied zonder instandhoudingstermijn (permanente huisvesting) of een instandhoudingstermijn van meer dan 10 jaar is niet toegestaan. 2. Er bestaat een positieve grondhouding voor aanvragen betrekking hebbende op de huisvesting van arbeidsmigranten binnen het op de kaart aangewezen glastuinbouwgebied met een instandhoudingstermijn van maximaal 10 jaar (tijdelijke huisvesting) met inachtneming van de volgende regels: a. de huisvesting vindt bij voorkeur plaats in bestaande bebouwing, niet zijnde kassen; en: b. de aanvraag voorziet in huisvesting van arbeidsmigranten voor de eigen glastuinbouw gerelateerde onderneming; en c.
de aanvrager dient aan te tonen dat er een behoefte bestaat voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor de eigen gemeente; en d. de huisvesting vindt plaats bij of in de nabije omgeving van het glastuinbouwbedrijf; en e. de aanvrager heeft bij huisvesting de samenwerking onderzocht met andere glastuinbouwbedrijven binnen de gemeente. 3.3 Bedrijventerreinen 1. Vergunningverlening voor aanvragen betrekking hebbende op de huisvesting van arbeidsmigranten binnen het op de kaart aangewezen bedrijventerreinen zonder instandhoudingstermijn (permanente huisvesting) of een instandhoudingstermijn van meer dan 10 jaar is niet wenselijk. 2. Er bestaat een positieve grondhouding voor aanvragen betrekking hebbende op de huisvesting van arbeidsmigranten binnen het op de kaart aangewezen bedrijventerreinen met een instandhoudingstermijn van maximaal 10 jaar (tijdelijke huisvesting) met inachtneming van de volgende regels: a. de huisvesting vindt bij voorkeur plaats aan de rand van bedrijventerreinen; en b. de aanvrager dient aan te tonen dat er een behoefte bestaat voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor de eigen gemeente; en c. er mag geen negatief beperkend effect ontstaan voor omliggende bedrijven en de bedrijfsbestemming als zodanig.
3.4 Woonkernen Voor aanvragen met betrekking op de huisvesting van arbeidsmigranten binnen op de kaart aangewezen woonkernen wordt maatwerk toegepast. Dit betekent dat elk initiatief per geval wordt beoordeeld en medewerking wordt verleend indien dit niet tot onoverkomelijke bezwaren leidt. Op basis hiervan kan per initiatief een belangenafweging worden gemaakt. De volgende onderwerpen worden in ieder geval (en daarmee niet cumulatief) bij de beoordeling betrokken: a. de huisvesting van arbeidsmigranten vindt plaats in bestaande bebouwing; en b. de aanvrager dient aan te tonen dat er een behoefte bestaat voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor de eigen gemeente; en
Pagina 40 van 42
c. er mag geen negatief beperkend effect ontstaan voor de omgeving; en d. er mag geen onwenselijke concentratie van panden voor het huisvesten van arbeidsmigranten ontstaan; en e. er mag geen onwenselijke verkeersdruk ontstaan. Artikel 4 Bijdrage aan de bestrijding van leegstand van panden Leegstaande panden zouden benut kunnen worden voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Zo kan leegstand worden teruggedrongen en het pand kan nuttig worden gebruikt. Leegstaande panden komen niet zonder meer in aanmerking voor huisvesting voor arbeidsmigranten, maar worden met inachtneming van artikel 2 en 3 afzonderlijk getoetst op ruimtelijke en maatschappelijke wenselijkheid. Artikel 5 Hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders heeft de bevoegdheid om, in gevallen die naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders tot een bijzondere hardheid leiden, af te wijken van de beleidsregels. Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Het besluit treedt in werking op de dag na de publicatie. 2. De citeertitel van de beleidsregel is: “Beleidsregel Huisvesting Arbeidsmigranten gemeente Kaag en Braassem 2020”.
Bijlage 1
Gebiedstype gemeente Kaag en Braassem Pagina 41 van 42
Pagina 42 van 42