Tussenrapportage formatieproces
Tekst van het document
Tussenrapportage formatieproces 2022-2026
inleiding Op 30 mei 2022 heeft de gemeenteraad van Kaag en Braassem in haar vergadering het raadsakkoord “Samen bouwen aan de toekomst van onze dorpen” vastgesteld. In dezelfde vergadering heeft de raad mij als formateur benoemd, een procesvoorstel voor de formatie en een profielschets voor wethouders vastgesteld. Op dinsdag, 31 mei 2022 heb ik in de rol van formateur een gesprek gevoerd met de 5 fracties in de gemeenteraad en met hen de volgende onderwerpen met besproken: • • • • •
welke combinatie van partijen zou moeten zorgen voor een stabiel en kwalitatief goed college, hoe ziet men daarbij de wethoudersverdeling tussen partijen (in fte), welke hoofdthema’s ziet men bij voorkeur in de verschillende portefeuilles wil men één van de wethoudersposities invullen en zo ja, voor hoeveel fte, welke portefeuilles hebben daarbij de voorkeur en wie is/zijn de wethouderskandidaat/kandidaten.
Bij dit gesprek waren naast de fractievertegenwoordigers en mij ook Marja Spreij als onafhankelijke adviseur aanwezig en de griffier ter ondersteuning en de verslaglegging. Naar aanleiding van deze gesprekken heeft de griffier in overleg met mij op vrijdag 3 juni 2022 het volgende bericht verstuurd aan de vertegenwoordigers van de fracties: Afgelopen dinsdag heeft de formateur, Sandra, samen met de onafhankelijk adviseur, Marja Spreij, een gesprek gevoerd met alle fracties. De gesprekken hebben allemaal in een ontspannen en goede sfeer plaatsgevonden. Alle fracties hebben op een open manier hun gedachten over een nieuw college, hun visie ten aanzien van de portefeuilles en de namen van hun wethouderskandidaten met de formateur gedeeld. Er zijn overeenkomsten maar ook verschillen. De informatie levert de formateur de nodige dilemma’s op waarin een keuze moet worden gemaakt, deze keuze is niet gemakkelijk en dient zorgvuldig genomen te worden om recht te doen aan de inbreng van de fracties. De fracties hebben in het totaal 7 wethouderskandidaten voorgedragen aan de formateur. Alle kandidaten zijn, in de visie van de formateur, uitstekende en capabele kandidaten en allen zijn benoembaar als wethouder.
Een selectiegesprek op kwaliteit met de kandidaten zal daarom onvoldoende onderscheidend zijn om alleen op basis daarvan een eindoordeel te kunnen vellen hoe het nieuwe college wordt samengesteld. Er zijn dus momenteel 7 geschikte kandidaten voor 4 wethoudersposten. Uit de gesprekken is namelijk duidelijk geworden dat alle fracties opteren voor een college met 4 wethouders (3,6 of 4 Fte). Omdat er slechts drie partijen (een) wethouder(s) kunnen leveren, kan het niet anders dan dat er kandidaten en fracties teleurgesteld worden. Gezien de samenwerking tot nu toe voelt dat als oneerlijk en onrechtvaardig, maar een oplossing met alleen winnaars lijkt niet mogelijk. Naast de criteria voor goede wethouders, uit de profielschets, staan er in de procesbeschrijving ook criteria die tijdens de formatie een rol spelen. De formateur wil graag deze criteria nauwkeurig wegen en kijken welke conclusies op basis daarvan te trekken zijn. De formateur wil dit uiterst zorgvuldig doen en daarin geen overhaaste besluiten nemen.
Hoewel er geen uitsluitsel over de samenstelling van het college dit weekend in het vooruitzicht was gesteld begrijpt de formateur dat het niet te lang kan duren voordat dat uitsluitsel er wel komt. Nu de selectiegesprekken niet meer voorwaardelijk zijn, omdat er alleen maar goede kandidaten zijn, moet in alle rust en met toewijding de goede afweging worden gemaakt. Dit Pinksterweekend wil de formateur daarvoor gebruiken, zij verwacht dat u wellicht dinsdag daarover nader bericht ontvangt.
Conclusies n.a.v. van de gesprekken. De gesprekken met de fracties waren ontspannen en open. Iedere fractie heeft zijn visie gegeven op de onderwerpen die tevoren aan de fracties waren medegedeeld. Het beeld dat daaruit naar voren kwam hebben veel puzzelstukjes voor mij opgeleverd. Duidelijk was in ieder geval dat er niet een algemeen beeld uit naar voren kwam. Elke fractie heeft aangegeven met één of twee wethouders deel te willen uitmaken van het college. Maar naast verschillen waren er ook overeenkomsten. De fracties waren het unaniem erover eens dat het college zou moeten bestaan uit 4 wethouders. Waarbij er wel een klein verschil was of dit moet worden ingevuld door 4 x 0,9 fte of toch 4 volledige fte’s. De beslissing hierover zal in een later stadium moeten worden genomen. Eén fractie heeft aangegeven dat het mogelijk moet blijven om alle 5 de partijen een parttime wethouder te geven. Ook hebben alle partijen aangegeven geen enkele andere fractie bij voorbaat uit te sluiten. Eén van de partijen heeft zelfs gesteld met alle partijen samen te kunnen en willen werken in een college. Bij het doorvragen op deze visie bleek wel dat de eerste voorkeuren van elkaar verschillen. Als eerste keus opteren alle fracties namelijk voor een college waarin de eigen partij een wethouder levert.
Men onderschrijft allemaal het door de verkenners geadviseerde uitgangspunt dat het college uit maximaal 3 partijen zal bestaan, zodat er niet een situatie ontstaat waarbij slecht één fractie geen wethouder heeft. In het rapport van de verkenners is al aangegeven dat PRO door de overige fracties sowieso een wethouderszetel wordt gegund. Uit de gesprekken kwam naar voren dat datzelfde ook geldt voor de VVD, in alle wenselijke variaties van een college werd de VVD genoemd. Er kan dus worden gesteld dat alle fracties met zetelwinst deel uit zouden moeten maken van het college. Omgekeerd geldt eigenlijk hetzelfde; SvKB, de fractie die 2 zetels heeft verloren, wordt niet genoemd als partij die bij voorbaat deel zou moeten uitmaken van het college. Over de samenstelling van de portefeuilles in relatie tot het aantal wethouder is de overeenstemming redelijk groot. Men is het eens met het in vier gelijke brokken opdelen van de portefeuilles, zodat er een evenredige werkverdeling over de 4 wethouders is. Alle fracties hebben wat voorzetten gegeven over welke portefeuilles ze zelf graag zouden hebben. Daarnaast waren er voorstellen welke van de andere partijen een bepaalde portefeuille zou moeten krijgen vanwege een bepaald onderwerp of vanwege hetgeen er in het raadsakkoord is opgenomen.
Over de samenstelling van de portefeuilles onderscheidde één fracties zich van de overige fracties; zij zien overlappingen in de portefeuilles als niet wenselijk terwijl de overige vier fracties dit juist wel als wenselijk zien. Zoals al in de bovengenoemde mail van de griffier staat opgenomen hebben de gezamenlijke partijen zeven cv’s van wethouderskandidaten bij mij achtergelaten. De kwaliteit van de kandidaten staat
buiten kijf. Alle kandidaten zijn geschikt om plaats te nemen in het college. Het is goed te kunnen vaststellen dat alle fracties hun uiterste best hebben gedaan om goede kandidaten als wethouder voor te dragen. Dat alle zeven kandidaten geschikt zijn voor het ambt als wethouder stelde mij voor het dilemma of het dan wel noodzakelijk is om met deze zeven kandidaten een selectiegesprek te hebben. Uiteindelijk is ervoor gekozen dit niet te doen omdat het bij de samenstelling van een college het geen doorslaggevende rol zal (kunnen) spelen. In alle gesprekken is ook de relatie met de eigen fractie en met de fracties zonder wethouder aan de orde geweest. Ik heb hierbij verschillende ideeën gehoord wat betreft de bestuursstijl waar de partijen voor staan. Ook over de samenwerking tussen raad en college wordt wisselend gedacht. Verder is naar voren gekomen dat er een verantwoordelijkheid bij de collegepartijen ligt om de twee fracties die geen wethouder hebben/krijgen aangehaakt te houden. Daarvoor zijn er verschillende mogelijkheden ter sprake gekomen, zoals een spreekuur tijden de fractievergaderingen of een geregeld bezoek aan de fracties zonder wethouder. Dit zou nader moeten worden ingevuld. Op één fractie na heeft iedereen het belang van de band met de eigen fractie als zeer belangrijk genoemd.
Om verrassingen in de raad te voorkomen moet een wethouder juist een goede band hebben met de eigen fractie en weten wat er, onderhuids, speelt. Eén fractie geeft aan hierin juist een voorkeur te hebben voor wethouders die boven de partijen staan en niet regulier deelnemen aan fractievergaderingen. Voor deze partij zijn alle wethouders gelijk en zijn op eenzelfde manier te benaderen en te bevragen. Aangezien op verzoek van één der partijen een vraag van een zogenoemde vakwethouder is al dan niet woonachtig in Kaag en Braassem is toegevoegd aan de vragenlijst voor deze formatiegesprekken is dit onderwerp geregeld aan de orde geweest. Waarbij samengevat kan worden gesteld dat het om de kwaliteit van de kandidaat moet gaan, waarbij er logischerwijs extra inspanningen verwacht mogen worden als blijkt dat deze niet in Kaag en Braassem woonachtig is. Immers het van nature aanwezige netwerk zal dan “gecompenseerd” moeten worden. Hoe nu verder? Kijkend naar de bovenstaande conclusies is het duidelijk dat er, op basis van de uitgangspunten die gesteld zijn in het door de raad vastgestelde formatieproces, door mij keuzes moeten worden gemaakt om tot een college te komen dat de komende vier jaar aan de slag kan. Gezien de conclusies uit de gesprekken is dat geen gemakkelijke keuze.
In de mail van de griffier (zie hierboven) staat al dat het als oneerlijk en onrechtvaardig kan worden ervaren wanneer je als fractie goede wethouderskandidaten aandraagt die inspanning niet beloont wordt met een plaats in het college. Juist nadat alle fracties zich voor de volle 100% en meer hebben ingespannen en samengewerkt om het raadsakkoord tot stand te brengen. Elke fractie heeft goede kandidaten aangedragen, elke fractie heeft zich ingespannen en er heerst een gezamenlijk optimisme er iets goeds van te maken, dus is de keuze per definitie pijnlijk voor degenen die buiten de boot vallen. Maar er zijn slechts 4 wethoudersposten te verdelen. Dat houdt dus in dat er 3 wethouderskandidaten zullen moeten worden afgewezen. De volgende afwegingen hebben een rol gespeeld om tot een definitieve keuze te komen.
•
•
•
•
•
Het college moet qua zetels een ruime meerderheid in de raad hebben. Daarmee vallen varianten af die een 10/11 verdeling hebben in de raad, dus een twee-partijencollege, zoals door één van de partijen als optie is gegeven, is niet aan de orde. Zowel vernieuwing als ervaring zijn bij de vorming van een college belangrijk, zodat een divers gezelschap ontstaat. Het is wenselijk dat de samenstelling van het college een afspiegeling is van de raad en de samenleving. Er is een meerderheid van de fracties in de raad die vinden dat overlappende portefeuilles voor de wethouders een meerwaarde hebben terwijl er één fractie is die daar een andere kijk op heeft. Het ligt daarom voor de hand te kiezen voor overlappende portefeuilles, ofwel verbanden binnen de portefeuilles waardoor samenwerking en overleg tussen de wethouders voor de hand ligt. De meeste fracties vinden het belangrijk dat er een goede band is tussen de fractie en de wethouder van de betreffende partij. De raad heeft als uitgangspunt gekozen dat een wethouder een sterke en stabiele fractie als achterban moet hebben (zie formatieproces, vastgesteld in raad van 30 mei jl). Eén fractie heeft aangegeven dat zij graag zouden zien dat de wethouders de fractievergaderingen van de eigen partij niet meer bezoeken. Volgens deze fractie staan de wethouders boven of naast de partijen.
Dit kan leiden tot een verschil in bestuursstijl wat mogelijk de slagvaardigheid van het college negatief beïnvloedt. De VVD is door alle partijen genoemd en beschikt (net als de andere overigens) over een benoembare wethouderskandidaat. Daarnaast ligt het voor de hand dat de twee partijen die een zetel gewonnen hebben te laten plaatsnemen in het college. Tot slot heb ik op basis van de voorkeuren ook vooruit gekeken naar een eventuele portefeuille verdeling. Het profiel van sommige kandidaten hebben een duidelijke overlap of vertonen grote overeenkomsten waardoor variaties kunnen worden uitgesloten.
Conclusie tot zover. Samenvattend kan ik dus concluderen dat: • • •
•
• •
Een college met CDA en PRO onvoldoende draagvlak (10/11) heeft in de raad. Een college eenzijdig wordt qua leeftijdsopbouw wanneer alle wethouderskandidaten ongeveer dezelfde leeftijd hebben; Het voor de hand ligt om de VVD een wethouderszetel te gunnen omdat deze fractie door alle partijen genoemd is als partij die in het college vertegenwoordigd moet zijn en de VVD een zetel heeft gewonnen bij de afgelopen verkiezingen. Niet logisch is de SvKB een wethouderspost te gunnen terwijl zij bij de afgelopen verkiezingen twee zetels verloren heeft en de ervaring in het college, met andere partijen, voldoende gewaarborgd is. Hoewel SVKB gelet op het behaalde zetelaantal op meer draagvlak bij de inwoners dan de fracties van D66 en VVD kan rekenen, is het ook een feit dat deze partij bij de verkiezingen flink aan draagvlak is kwijtgeraakt, terwijl genoemde andere fracties stabiel dan wel op zetel aantal erop vooruit zijn gegaan. We niet alleen samen moet bouwen maar ook snel willen bouwen en daarom het risico op een verminderd slagvaardig college moet worden voorkomen. Aan de wens van de meerderheid van de fracties tegemoet kan worden gekomen door te gaan werken met overlappende wethouderportefeuilles.
Op basis van de hierboven geschetste conclusies is het mijn besluit dat PRO, D66 en de VVD met elkaar gaan proberen samen het college te vormen voor de komende 4 jaar. Ik zal deze partijen benaderen en hen deze conclusie voorleggen zodat zij daarmee aan de slag kunnen. Voor het CDA en SvKB zal deze conclusie hard aankomen, dat realiseer ik mij terdege en ik begrijp de gevoelens die dat met zich brengt. Ik heb geprobeerd uit te leggen wat tot mijn besluit heeft geleid, daarbij wil ik duidelijk maken dat het niet gebaseerd is op één overweging afzonderlijk, het gaat om de combinatie van overwegingen en conclusies. Ik ben van harte bereid om met CDA en SvKB over dit besluit van gedachten te wisselen. Op dinsdagavond 7 juni 2022 kunnen we wat mij betreft iets afspreken. Ik hoop van harte dat we de energie en positiviteit die is ontstaan na het goedkeuren van het raadsakkoord op 30 mei jl. ondanks deze beslissing kunnen vasthouden. Het alles is gebaseerd op samenwerking en dat is waar we de komende periode mee aan slag gaan. Geen enkele fractie moet zich buitengesloten voelen en wanneer die gevoelens ontstaan moeten we dat naar elkaar uitspreken en oplossen. We zullen meer aandacht moeten geven aan de samenwerking en de zaken die wel goed lopen en wegnemen wat de goede verhoudingen in de weg staat. Alleen op die manier kunnen we goede debatten met elkaar hebben.
Als laatste wil ik aangeven dat wanneer het niet lukt voor PRO, VVD en D66 om een college te vormen er een situatie ontstaat die om een nieuwe analyse en afweging vraagt, waarbij de redenen van het mislukken een rol zullen spelen. Ik persoonlijk hoop dat het wel gaat lukken omdat ik het erg ingewikkeld en zwaar heb gevonden om een beslissing te nemen waarbij het zo duidelijk is dat er partijen teleurgesteld zullen zijn. Ik wil de komende jaren op een plezierige wijze met elkaar aan de slag en ik hoop dat dat voor u allen geldt.
Sandra de Wagenaar Formateur college 2022-2026 Kaag en Braassem, 6 juni 2022