statutenwijziging Stichting Primair Onderwijs WIJ de Venen (Concept)
Tekst van het document
Concept d.d. 31-05-2024
Indien er onjuistheden voorkomen in uw personalia of elders in de tekst verzoeken wij u vriendelijk voor het passeren van de akte contact met ons op te nemen.
-1-
STATUTENWIJZIGING/20240196.01/1/RK Heden, ***, verscheen voor mij, mr. Hendrikus Leonardus Johannes Kamps, notaris gevestigd te Leiden: ***, te dezen handelend als gemachtigde van de bestuursvergadering van: Stichting Primair Onderwijs WIJ de Venen, een stichting, gevestigd in de gemeente Alphen aan den Rijn, kantoorhoudende Henry Dunantweg 30, 2402 NR Alphen aan den Rijn, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 28076731, hierna ook te noemen: de "Stichting". De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde als volgt: -
de Stichting is opgericht bij akte van oprichting op vier december negentienhonderdzevenennegentig verleden voor mr. J.K. Schmitz, destijds notaris gevestigd te Nieuwkoop;
-
de statuten van de Stichting zijn laatstelijk gewijzigd bij akte houdende integrale statutenwijziging op acht juli tweeduizend eenentwintig verleden voor mr. H.L.J. Kamps, notaris gevestigd te Leiden;
-
de statuten van de Stichting zijn na de hiervoor genoemde statutenwijziging niet meer gewijzigd;
-
in de vergadering van het College van Bestuur van de Stichting gehouden te Alphen aan den Rijn op *** is met inachtneming van alle wettelijke en statutaire voorschriften besloten de statuten van de Stichting integraal te wijzigen en opnieuw vast te stellen, van welk besluit blijkt uit het aan deze akte te hechten uittreksel van de notulen van die vergadering (Bijlage);
-
in laatstbedoelde vergadering heeft de vergadering ieder van de bestuurders, alsmede iedere (kandidaat )notaris, notarieel medewerker en secretaresse, werkzaam ten kantore van TeekensKarstens Notarissen B.V. te Leiden gemachtigd om ter realisering van voormelde statutenwijziging alles te doen wat wenselijk of nodig is, waaronder begrepen het verlijden van de notariële akte, van welk besluit eveneens blijkt uit genoemde notulen.
De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde ter uitvoering van gemeld besluit bij deze de statuten van de Stichting bij deze integraal te wijzigen en opnieuw vast te stellen, zodat deze als volgt komen te luiden: BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 1.
In deze statuten wordt verstaan onder:
-2-
a.
Bevoegd Gezag: de Stichting als bedoeld in deze statuten;
b.
College van Bestuur: het orgaan dat belast is met het bestuur van de Stichting;
c.
Directeur: de functionaris die leiding geeft aan een door de Stichting in stand gehouden basisschool;
d.
Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad verbonden aan de Stichting, die de bevoegdheden heeft als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen;
e.
Informele Samenwerkingsschool: een openbare of bijzondere school die ontstaat uit samenvoeging van een bijzondere en een openbare school.
f.
NKSR: de Nederlandse Katholieke Schoolraad, gevestigd te Utrecht;
g.
Raad van Toezicht: het orgaan dat belast is met de functie intern toezicht als bedoeld in artikel 17b Wet op het primair onderwijs;
h.
Reglement Bestuur en Toezicht: het reglement voor het College van Bestuur en de Raad van Toezicht waarin de samenstelling en werkwijze nader zijn uitgewerkt;
i
Samenwerkingsschool: een school waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt aangeboden, als bedoeld in artikel 17d Wpo;
j.
School/Scholen: de door de Stichting in stand gehouden scho(o)l(en) voor primair onderwijs;
k.
Schriftelijk: elk via gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, daaronder begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, gericht aan of afkomstig van het adres dat voor dit doel bekend is gemaakt, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld;
l.
Stichting: deze Stichting, zijnde: Stichting SPO WIJ de Venen, statutair gevestigd in de gemeente Alphen aan den Rijn;
m
Wpo: de Wet op het primair onderwijs, dan wel daarvoor in de plaats komende regeling.
2.
Een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud sluit een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd, tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld.
3.
Een verwijzing naar het mannelijk geslacht sluit een verwijzing naar het vrouwelijk geslacht in en omgekeerd, tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld.
NAAM, VESTIGING EN DUUR Artikel 2 1.
De Stichting draagt de naam: Stichting Primair Onderwijs WIJ de Venen en heeft haar zetel
-3-
in de gemeente Alphen aan den Rijn. 2.
De Stichting heeft geen winstoogmerk.
DOEL EN MIDDELEN Artikel 3 1.
De Stichting stelt zich ten doel het in stand houden van katholiek, protestantschristelijk en openbaar primair onderwijs in afzonderlijke scholen voor katholiek onderscheidenlijk protestants-christelijk onderscheidenlijk openbaar onderwijs, informele samenwerkingsscholen en samenwerkingsscholen en direct aan deze doelstelling gelieerde en ondersteunende activiteiten in Nieuwkoop, Kaag en Braassem, Alphen aan den Rijn en andere gemeenten in het Groene Hart.
2.
De Stichting tracht haar doel te bereiken door: a.
het stichten, het in stand houden en het besturen van een of meer katholieke, een of meer protestants-christelijke en een of meer openbare scholen voor primair onderwijs, informele samenwerkingsscholen en samenwerkingsscholen voor primair onderwijs;
b.
het samenwerken met organisaties die eenzelfde of verwant doel nastreven; en
c.
het benutten van alle andere wettige middelen, die ter bereiking van het doel dienstig zijn.
GRONDSLAG EN OPENBAAR KARAKTER Artikel 4 1.
Het onderwijs aan de (mede) katholieke scholen wordt gegeven vanuit de Rooms Katholieke traditie met als richtsnoer het Evangelie van Jezus Christus, in een open dialoog met andere godsdiensten en levensovertuigingen. Leerlingen met een katholieke achtergrond vinden in de katholieke scholen identificatiemogelijkheden voor een verdere ontwikkeling van hun identiteit, en ontwikkelen een openheid voor de multiculturele samenleving door kennis te maken en de dialoog aan te gaan met andere godsdiensten en levensovertuigingen. Voor anders of niet-gelovige leerlingen wordt katholiek onderwijs op authentieke wijze ter sprake gebracht zodat deze leerlingen de mogelijkheid krijgen om vanuit de dialoog tussen godsdiensten en levensbeschouwingen hun eigen levensbeschouwelijke identiteit te ontwikkelen. De Stichting handelt daarbij volgens de regelingen betreffende het katholiek onderwijs, die op grond van het gezamenlijk overleg in de NKSR statutair zijn vastgesteld alsmede volgens het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs.
2.
Het onderwijs aan de protestants-christelijke scholen heeft de Bijbel als Gods Woord tot
-4-
grondslag, waarbij de verlossing door Jezus Christus centraal staat. De protestantschristelijke identiteit vormt de basis van waaruit de kinderen op de protestants-christelijke scholen normen en waarden meekrijgen. Op de protestants-christelijke scholen zijn alle leerlingen welkom wanneer hun ouders de christelijke identiteit respecteren. 3.
Het onderwijs aan de openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van leerlingen en wordt gegeven met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.
4.
Een Informele Samenwerkingsschool en Samenwerkingsschool is toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. De Stichting stelt leerlingen op een Samenwerkingsschool in de gelegenheid binnen de schooltijden godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen.
5.
Het schoolplan geeft per school aan op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de bijzondere scholen, het openbare karakter van de openbare scholen en hoe door de identiteitscommissie Samenwerkingsschool invulling wordt gegeven aan het openbaar karakter onderscheidenlijk de identiteit van het bijzonder onderwijs voor zover het betreft samenwerkingsscholen.
6.
Naast de wettelijk omschreven eisen met betrekking tot het onderwijs omvat het onderwijs op de protestants-christelijke scholen in elk geval ook godsdienstonderwijs. Op de katholieke scholen wordt aandacht besteed aan de godsdienstige vorming overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs.
7.
Bij benoeming van het aan haar scholen te verbinden personeel zal het College van Bestuur zich ervan verzekeren dat het personeel de katholieke en protestants¬christelijke grondslag en/of het openbare karakter van de verschillende scholen respecteert en loyaal zal meewerken aan de doelstellingen van elke school, mede ten aanzien van de grondslag van de bijzondere scholen en het openbare karakter zoals die in deze statuten en het schoolplan zijn omschreven.
8.
Bij de benoeming en het ontslag van personeel aan de Samenwerkingsschool houdt het College van Bestuur zoveel mogelijk rekening met een evenwichtige spreiding naar openbaar karakter en identiteit van het bijzonder onderwijs.
9.
Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel aan de scholen, wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de katholieke en protestants-christelijke grondslag en/of het openbare karakter van de
-5-
betreffende school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid. FINANCIELE MIDDELEN Artikel 5 Het tot verwezenlijking van het doel van de Stichting bestemde vermogen wordt gevormd door: a.
rijksbekostiging;
b.
het Stichtingskapitaal en de inkomsten daaruit;
c.
de middelen die krachtens bestuursoverdracht aan de Stichting zijn of worden overgedragen;
d.
vergoedingen voor de door de Stichting verleende diensten;
e.
subsidies, giften en donaties;
f.
hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving;
g.
hetgeen op andere wijze wordt verkregen.
ORGANISATIE Artikel 6 1.
De Stichting kent een College van Bestuur en een Raad van Toezicht.
2.
Indien de Stichting een of meer samenwerkingsscholen bestuurt, stelt de Stichting per school een identiteitscommissie Samenwerkingsschool in.
COLLEGE VAN BESTUUR, SAMENSTELLING, BENOEMING, SCHORSING EN ONTSLAG, BELET EN ONTSTENTENIS Artikel 7 1.
Het College van Bestuur van de Stichting bestaat uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal van ten minste één bestuurder. Een benoemingsbesluit wordt genomen met twee derde meerderheid in een vergadering waarin alle zittende leden van de Raad van Toezicht aanwezig zijn.
2.
leder lid van het College van Bestuur onderschrijft het doel van de Stichting, de katholieke en protestants-christelijke grondslag en het openbaar karakter en van de Stichting en verklaart dit Schriftelijk bij de aanvaarding van diens functie. Indien het College van Bestuur uit meer dan een lid bestaat dan is de samenstelling van het College van Bestuur zo mogelijk een afspiegeling van de aantallen van de door de Stichting bestuurde scholen onderscheiden naar de in artikel 3 lid 1 genoemde grondslagen respectievelijk het
-6-
openbaar karakter. 3.
Benoeming geschiedt met inachtneming van een door het College van Bestuur onder goedkeuring van de door de Raad van Toezicht opgestelde profielschets, waarin de competenties van het College van Bestuur en de afzonderlijke leden worden beschreven. Een dergelijke profielschets wordt ter advisering aan de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad voorgelegd. De profielschets is dusdanig dat deze, onverminderd de collectieve verantwoordelijkheid van het College van Bestuur, recht doet aan de gelijkwaardigheid van de in artikel 3 lid 1 genoemde grondslagen van het bijzonder onderwijs en het openbare karakter en van de door de Stichting in stand gehouden scholen. De profielschets wordt openbaar gemaakt.
4.
Geen lid van het College van Bestuur kan zijn: -
een persoon die wegens de vervulling van een bestuurs- of toezichtfunctie bij een andere organisatie in dezelfde sector en dezelfde regio met onverenigbare belangen geconfronteerd kan worden;
-
een persoon die niet benoembaar is volgens de verplichtende bepalingen in de geldende code goed bestuur in het primair onderwijs;
-
een persoon die lid is van een organisatie van ouders zoals een ouderraad en/of (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad verbonden aan de door de Stichting in stand gehouden school of scholen;
-
een persoon die in de laatste vijf jaar door de rechtbank ontslagen is als bestuurder van een stichting, tenzij de bestuurder mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Voorts is het gestelde in artikel 2: 297a BW van toepassing. Iedere schijn van belangenverstrengeling tussen voornoemde andere organisatie en het College van Bestuur dient te worden voorkomen. 5.
Een lid van het College van Bestuur kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de Raad van Toezicht. De schorsing van een lid vervalt, indien de Raad van Toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot ontslag of tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid van het College van Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan het lid zich doen bijstaan door een raadsman.
-7-
6.
De Raad van Toezicht neemt bij de benoeming of ontslag van een lid van het College van Bestuur het bepaalde in de Wet medezeggenschap op scholen in acht.
7.
Leden van het College van Bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun arbeidsovereenkomst. De vaststelling van de bezoldiging en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de bestuurders geschiedt door de Raad van Toezicht met in acht neming van de desbetreffende wet- en regelgeving.
8.
De leden van het College van Bestuur worden periodiek beoordeeld door de Raad van Toezicht.
9.
Het lidmaatschap van het College van Bestuur eindigt: a.
door overlijden van het lid;
b.
door aftreden van het lid (bedanken);
c.
door het verlies van het vrij beheer over diens vermogen;
d.
door ontslag van het lid door de rechtbank;
e.
door ontslag van het lid door de Raad van Toezicht.
10. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Ingeval van ontstentenis of belet van één of meer leden van het College van Bestuur, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende leden of het overblijvende lid van het College van Bestuur. 11. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van het College van Bestuur berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de Raad van Toezicht aan te wijzen persoon, onverminderd de verplichting voor de Raad van Toezicht zo spoedig mogelijk in het bestuur te voorzien. Gaat de Raad van Toezicht niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over, dan wordt het bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. Degene die bij belet of ontstentenis van een lid van het College van Bestuur ingevolge een statutaire regeling is aangewezen tot het verrichten van bestuursdaden, wordt voor wat deze bestuursdaden betreft met een lid van het College van Bestuur gelijkgesteld. 12.
In geval van ernstige taakverwaarlozing door het College van Bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen of de Samenwerkingsschool gevestigd is, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. Voor wat betreft de Samenwerkingsschool wordt de feitelijke samenwerking beëindigd op 1 augustus van het
-8-
jaar na een daartoe door de gemeenteraad van de gemeente waar de Samenwerkingsschool gevestigd is, en het Bevoegd Gezag van de Samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit. Artikel 159 lid 2 van de Wpo is van overeenkomstige toepassing op het bepaalde in de vorige volzin. COLLEGE VAN BESTUUR; TAAK EN BEVOEGDHEDEN Artikel 8 1.
Het College van Bestuur is belast met het besturen van de Stichting.
2.
Aan het College van Bestuur komen in de Stichting alle taken en bevoegdheden toe, die tot het Bevoegd Gezag behoren en die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. Bij de vervulling van diens taken en bevoegdheden richt het College van Bestuur zich naar het doel en het belang van de Stichting en het belang van de samenleving.
3.
Het College van Bestuur waarborgt op bestuursniveau het openbaar karakter en de identiteit van de verschillende scholen.
4.
Het College van Bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt. De besluiten tot het verrichten van deze rechtshandelingen zijn onderworpen aan de voorafgaande Schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan. Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring bedoeld in de eerste twee volzinnen van dit lid nemen het College van Bestuur respectievelijk de Raad van Toezicht de in de Wpo ter zake opgenomen bepalingen in acht, waaronder in het bijzonder de artikelen 106 en 110 van de Wpo.
5.
Het College van Bestuur heeft voorafgaande Schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor besluiten tot: a.
de vaststelling en wijziging van het strategisch meerjarenbeleidsplan van de Stichting;
b.
het vaststellen van de begroting;
c.
het vaststellen van de jaarrekening en het jaarverslag;
d.
het aangaan, beëindigen en verbreken van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet zijn opgenomen in de goedgekeurde begroting en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de
-9-
Raad van Toezicht in het Reglement Bestuur en Toezicht vast te stellen bedrag e.
de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers (vijf procent of meer) tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;
f.
een ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers (vijf procent of meer) in dienst van de Stichting;
g.
de vaststelling van een klokkenluidersregeling, een klachtenregeling en een treasurystatuut voor de Stichting;
h.
het aanvragen van faillissement of surseance van betaling van de Stichting;
i.
het aangaan of verbreken van duurzame en/of strategische samenwerking met een andere rechtspersoon;
j.
de opheffing, afsplitsing of verplaatsing van een (deel van de) door de Stichting in stand gehouden school of scholen, alsmede het stichten van een nieuwe school dan wel het aanvaarden van het Bevoegd Gezag over een school;
k.
de overdracht of het wijzigen van de grondslag dan wel het openbaar karakter van een onder het Bevoegd Gezag van de Stichting staande school of de fusie van scholen binnen de Stichting;
l.
het vaststellen of wijzigen van het Reglement Bestuur en Toezicht;
m.
het wijzigen van de statuten van de Stichting;
n.
de juridische fusie of juridische (af)splitsing;
o.
de ontbinding van de Stichting, waaronder begrepen de bestemming van het batig saldo.
6.
De Raad van Toezicht is bevoegd ook andere dan de in artikel 8 lid 4 en lid 5 genoemde besluiten aan diens goedkeuring te onderwerpen. Die andere besluiten moeten duidelijk worden omschreven en uiterlijk veertien dagen van tevoren Schriftelijk aan het bestuur worden meegedeeld. Een dergelijk besluit van de Raad van Toezicht kan in een Reglement Bestuur en Toezicht worden vastgelegd.
COLLEGE VAN BESTUUR; WERKWIJZE EN BESLUITVORMING Artikel 9 1.
Het College van Bestuur kan aandachtsgebieden hebben en tot onderlinge verdeling besluiten. De voorgenomen verdeling wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Toezicht. Dit laat onverlet dat de leden van het College van Bestuur gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het beleid van de Stichting en de daaronder ressorterende scholen. Tevens worden afspraken gemaakt over de onderlinge vervanging bij duurzame afwezigheid van een lid van het College van Bestuur.
- 10 -
2.
In de vergaderingen van het College van Bestuur heeft ieder lid van het College van Bestuur één stem. Alle besluiten van het College van Bestuur worden genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen, behoudens het elders in deze statuten bepaalde. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geagendeerd voor de eerstvolgende vergadering; staken de stemmen dan alsnog dan wordt dit voorstel in de eerstvolgende vergadering van de Raad van Toezicht voor advies voorgelegd. Het advies van de Raad van Toezicht is bindend. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
3.
Het College van Bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit Schriftelijk geschiedt, alle leden van het College van Bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen, geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet en deze leden zich voor het desbetreffende voorstel uitspreken. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. De besluiten en de bescheiden waaruit het nemen van een zodanig besluit blijkt, worden aan de notulen toegevoegd.
4.
Elk lid van het College van Bestuur, alsmede de voorzitter van de Raad van Toezicht of twee of meer leden van de Raad van Toezicht, zijn gelijkelijk bevoegd een vergadering van het College van Bestuur bijeen te roepen.
5.
De bijeenroeping van de vergaderingen van het College van Bestuur geschiedt - door de in het voorgaande lid bedoelde persoon - Schriftelijk op een termijn van ten minste vijf dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan het College van Bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden van het College van Bestuur vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten.
6.
Een lid van het College van Bestuur kan zich niet door een ander lid van het College van Bestuur ter vergadering Schriftelijk doen vertegenwoordigen.
7.
De vergadering voorziet zelf in haar leiding.
8.
De vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat stemmingen over personen Schriftelijk geschieden. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
9.
Het door de vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is
- 11 -
beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet Schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het in dit lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt er een nieuwe stemming plaats als de meerderheid van de aanwezigen dit wenst. 10. De vergaderingen van het College van Bestuur zijn openbaar voor zover het College van Bestuur niet - gemotiveerd per agendapunt - beslist dat openbaarheid tegen het belang van de Stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het bestuur anders beslist. 11. Een lid van het College van Bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien het lid daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in artikel 8 lid 2. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht. 12. Leden van het College van Bestuur melden hun nevenfuncties en het bestaan van een mogelijke verstrengeling van belangen aan de Raad van Toezicht.
Indien sprake is van een kortdurende verstrengeling van belangen onthoudt het betrokken lid van het College van Bestuur zich ter zake van het verrichten van diens taken en bevoegdheden, alsmede met de beraadslaging en besluitvorming. De aanwezigheid van het desbetreffende lid van het College van Bestuur telt niet mee ter bepaling of het vereiste quorum voor besluitvorming is behaald. 13. Van het verhandelde in vergaderingen van het College van Bestuur kan een verslag worden gemaakt. Besluiten, alsmede de overwegingen ten aanzien van de besluiten, worden te allen tijde Schriftelijk vastgelegd. 14. Indien de werkwijze en besluitvorming van het College van Bestuur nadere regeling behoeft dan worden nader geregeld in, althans op basis van, het door de Raad van Toezicht vast te stellen Reglement Bestuur en Toezicht. VERTEGENWOORDIGING Artikel 10 1.
De Stichting wordt vertegenwoordigd door het College van Bestuur. Daarnaast wordt de Stichting in geval van een meerhoofdig bestuur vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende leden van het College van Bestuur.
2.
Het College van Bestuur kan een bestuurder en ook één of meer functionarissen Schriftelijk volmacht geven om de Stichting te vertegenwoordigen.
- 12 -
RAAD VAN TOEZICHT: TAKEN EN SAMENSTELLING Artikel 11 1.
De Raad van Toezicht houdt conform de wet en deze statuten toezicht op het beleid van het College van Bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting. De Raad van Toezicht staat het College van Bestuur met raad en advies terzijde. Bij de vervulling van diens taak richt de Raad van Toezicht zich naar het doel en het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving.
2.
De Raad van Toezicht bestaat uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal van ten minste vijf natuurlijke personen. Een niet voltallige Raad van Toezicht behoudt diens bevoegdheden.
3.
De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de Raad van Toezicht. De leden van de Raad van Toezicht verklaren vóór hun benoeming Schriftelijk de doelstelling, de katholieke en protestants-christelijke grondslag en het openbaar karakter van de Stichting te onderschrijven en ernaar te zullen handelen.
4.
Benoeming geschiedt met inachtneming van een door de Raad van Toezicht opgestelde profielschets, die ter advisering aan de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad wordt voorgelegd. In de profielschets zijn de noodzakelijke competenties van de Raad van Toezicht en de afzonderlijke leden beschreven, waarbij: a.
de samenstelling van de Raad van Toezicht een afspiegeling is van de in artikel 3 lid 1 genoemde katholieke en protestants-christelijke grondslag, respectievelijk het openbaar karakter;
b.
de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad in de gelegenheid wordt gesteld een bindende voordracht te doen voor één lid van de Raad van Toezicht, nader uit te werken in het reglement van de Raad van Toezicht;
c.
één lid van de raad, is belast met de het toezicht op de in artikel 3 lid 1 genoemde grondslagen en het openbaar karakter van het door de Stichting gegeven onderwijs, dit onverlet de verantwoordelijkheid van de gehele raad ter zake.
5.
Leden van de Raad van Toezicht functioneren onafhankelijk en worden geselecteerd op grond van hun kwalificaties en deskundigheden. Leden worden in eerste instantie gezocht onder ouders van leerlingen van de door de Stichting in stand gehouden scholen. De profielschets is voorts dusdanig dat deze, onverminderd de collectieve verantwoordelijkheid van de Raad van Toezicht, recht doet aan de gelijkwaardigheid van de katholieke en de protestants-christelijke identiteit en het openbare karakter van de
- 13 -
door de Stichting in stand gehouden scholen. Bij de benoeming wordt gestreefd naar een zodanige samenstelling dat daarin naar woonplaats van leden van de Raad van Toezicht sprake is van een evenwichtige spreiding binnen de regio waar de scholen zijn gevestigd. De profielschets wordt openbaar gemaakt. 6.
De Raad van Toezicht bestaat uit ten minste één lid dat geen kind heeft dat op een school zit die door de stichting wordt bestuurd.
7.
Tot lid van de Raad van Toezicht is niet benoembaar een persoon: a.
die niet benoembaar is volgens de verplichtende bepalingen in de geldende code goed bestuur in het primair onderwijs;
b.
die bloed- of aanverwant tot in de derde graad is van een ander lid van het bestuur of van de Raad van Toezicht dan wel een persoon die binnen de stichting een managementfunctie vervult;
c.
die deel uitmaakt van een aan de school verbonden medezeggenschapsraad of van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad;
d.
die (on)middellijk betrokken is bij de levering van goederen of diensten aan de stichting;
e.
die in de laatste vijf jaar door de rechtbank ontslagen is als lid van de Raad van Toezicht van een stichting, tenzij dit lid mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.
8.
De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de Raad van Toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk en rekening houdend met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de Raad van Toezicht kan zijn. De in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature het lid werd benoemd.
9.
De voorzitter van de Raad van Toezicht wordt in functie benoemd.
10. Naast de taken en bevoegdheden, die aan de Raad van Toezicht in of krachtens andere bepalingen van deze statuten worden opgedragen en toegekend, heeft de Raad van Toezicht de volgende taken en bevoegdheden: a.
het toezien op de wettelijke verplichtingen, de naleving van de statuten, de governancecode en de afwijking van die code;
b.
het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en de
- 14 -
rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de school verkregen op grond van de wet; c.
het aanwijzen van de accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de Raad van Toezicht;
d.
het goedkeuren van de begroting, het jaarverslag, de jaarrekeningen en het strategisch meerjarenbeleidsplan;
e.
het jaarlijks verantwoording afleggen over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in de leden sub a tot en met d van dit lid, in het jaarverslag;
f.
de benoeming, schorsing en het ontslag van de leden van het College van Bestuur;
g.
het vaststellen van de kostenvergoeding van de leden van de Raad van Toezicht, een en ander conform de voor de sector geldende wet- en regelgeving.
11. De Raad van Toezicht voert tweemaal per jaar overleg met de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad. 12. Leden en oud-leden van de Raad van Toezicht kunnen niet binnen vier jaar na hun aftreden benoemd worden tot lid van het College van Bestuur. De leden van het College van Bestuur kunnen geen deel uitmaken van de Raad van Toezicht. 13. Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht en ieder lid van de raad tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de Raad van Toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen. De Raad van Toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting; het door de Raad van Toezicht aangewezen lid van de Raad van Toezicht heeft te allen tijde toegang tot alle bij de Stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. 14. De Raad van Toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de uitoefening van diens taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 15. Het bepaalde in artikel 7 lid 9 onder a, b en c is op de Raad van Toezicht zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Onverminderd het in de vorige zin bepaalde, verliest een lid van de Raad van Toezicht het lidmaatschap door het aanvaarden van een benoeming tot lid van het College van Bestuur en door diens ontslag verleend door de gezamenlijke overige leden van de Raad van Toezicht of de Rechtbank.
- 15 -
16. Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien het lid daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de daaraan verbonden organisatie. Wanneer de Raad van Toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht onder Schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 17. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de Raad van Toezicht nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de volledige taken van de Raad van Toezicht waar. Een niet voltallige Raad van Toezicht blijft volledig bevoegd. Indien alle Ieden van de Raad van Toezicht zullen ontbreken, benoemt een daartoe door de Raad van Toezicht aangewezen persoon een lid van de Raad van Toezicht zoveel mogelijk met inachtneming van de bepalingen van de statuten omtrent de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht. Degene die bij ontstentenis of belet van een of meer leden van de Raad van Toezicht ingevolge deze statutaire regeling de taken van een lid van de Raad van Toezicht vervult, wordt voor het vervullen van die taken met een lid van de Raad van Toezicht gelijkgesteld. 18.
Het bepaalde in artikel 9 is op de Raad van Toezicht zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat: a.
leden van het College van Bestuur slechts toegang hebben tot de vergaderingen van de Raad van Toezicht indien zij daartoe zijn uitgenodigd;
b.
een besluit tot benoeming, schorsing, handhaving of opheffing van de schorsing of ontslag van een lid van de Raad van Toezicht slechts kan worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle in functie zijnde, niet geschorste of voor schorsing voorgedragen, leden van de Raad van Toezicht zijn vertegenwoordigd.
BOEKJAAR. JAARSTUKKEN. ADMINISTRATIE Artikel 12 1.
Het boekjaar van de Stichting is het kalenderjaar.
2.
Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vier maanden door de Raad van Toezicht op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het College van Bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar en stelt het College van Bestuur die jaarrekening vast.
- 16 -
3.
De jaarrekening wordt ten blijke van de vaststelling ondertekend door ieder lid van het College van Bestuur en door alle leden van de Raad van Toezicht ten blijke van zijn/haar goedkeuring. Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
4.
De vast te stellen jaarrekening behoeft de goedkeuring van de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht draagt, alvorens diens goedkeuring te verlenen, het College van Bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de Raad van Toezicht te benoemen accountant. De accountant brengt gelijktijdig verslag uit aan alle leden van Raad van Toezicht en aan het College van Bestuur.
5.
Het College van Bestuur zendt het vastgestelde jaarverslag, inclusief het verslag van diens werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs in haar openbare scholen en samenwerkingsscholen, de vastgestelde jaarrekening en de begroting aan de gemeenteraad van de gemeente waarin een school waar openbaar onderwijs wordt gegeven, gevestigd is.
6.
Het College van Bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de Stichting naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend.
7.
Het College van Bestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende ten minste wettelijke termijn te bewaren.
IDENTITEITSCOMMISSIE SAMENWERKINGSSCHOOL – SAMENSTELLING Artikel 12A 1.
Bij de samenstelling van de identiteitscommissie Samenwerkingsschool is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs.
2.
De identiteitscommissie Samenwerkingsschool bestaat uit minimaal vier natuurlijke personen, waaronder in ieder geval a.
een personeelslid en een (1) ouder; zij worden voorgedragen door en uit de voorstanders van openbaar onderwijs dat deel uitmaakt van de Samenwerkingsschool;
b.
een personeelslid en een (1) ouder; zij worden voorgedragen door en uit de voorstanders van het bijzonder onderwijs dat deel uitmaakt van de
- 17 -
Samenwerkingsschool; 3.
Het College van Bestuur benoemt de leden van de identiteitscommissie Samenwerkingsschool.
4.
De onder het tweede lid onder a en b genoemde ouders dienen ouder te zijn van een leerling van de school.
5.
Partners van personeelsleden van de school kunnen niet voorgedragen en benoemd worden als leden van de commissie.
6.
Benoemingen vinden plaats op basis van vooraf opgestelde openbare werving- en selectieprocedure en een profielschets. Het College van Bestuur stelt een profielschets op na voorafgaand schriftelijk advies te hebben gevraagd aan de medezeggenschapsraad van de betreffende school dat deel uitmaakt van de Samenwerkingsschool.
7.
Een lid van de identiteitscommissie Samenwerkingsschool treedt volgens rooster, doch uiterlijk twee jaar na diens benoeming af. Een volgens dit rooster aftredend lid is eenmaal herbenoembaar voor dezelfde periode.
8.
In ontstane tussentijdse vacatures draagt het College van Bestuur ervoor zorg dat hierin zo spoedig mogelijk wordt voorzien.
9.
Leden van de identiteitscommissie Samenwerkingsschool ontvangen als zodanig geen bezoldiging, noch middellijk noch onmiddellijk. Zij hebben wel recht op een vergoeding voor gemaakte kosten.
IDENTITEITSCOMMISSIE SAMENWERKINGSSCHOOL - SCHORSING EN ONTSLAG Artikel 12B 1.
Een lid van de identiteitscommissie Samenwerkingsschool kan op voordracht van de commissie door het College van Bestuur worden geschorst en ontslagen.
2.
Indien een lid van de commissie is geschorst, dient het College van Bestuur binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing.
3.
Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop het College van Bestuur het besluit tot verlenging heeft genomen.
4.
Het lid van de commissie dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van het College van Bestuur te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan.
5.
Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van de commissie over
- 18 -
wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. 6.
Een lid van de identiteitscommissie Samenwerkingsschool defungeert voorts: a.
door diens vrijwillig of periodiek aftreden;
b.
door het verstrijken van de termijn waarvoor het lid is benoemd, behoudens de eventuele herbenoeming;
c.
indien diens kind van school gaat;
d.
door diens overlijden.
IDENTITEITSCOMMISSIE SAMENWERKINGSSCHOOL - TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 12C De identiteitscommissie Samenwerkingsschool is belast met: a.
het gevraagd en ongevraagd adviseren van het College van Bestuur en de Directeur over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de grondslag van de Samenwerkingsschool;
b.
het doen van voorstellen over aangelegenheden bedoeld onder a.
WERKWIJZE Artikel 12D 1.
De identiteitscommissie Samenwerkingsschool benoemt uit haar midden een voorzitter en secretaris.
2.
De voorzitter bepaalt dag en aanvangsuur van de te houden vergaderingen, met dien verstande dat ten minste tweemaal per jaar wordt vergaderd.
3.
Indien twee leden van de commissie de voorzitter daartoe Schriftelijk/ per e-mail de wens te kennen hebben gegeven, is de voorzitter verplicht een vergadering van de commissie bijeen te roepen, die uiterlijk tien dagen na ontvangst van het bericht wordt gehouden.
4.
De voorzitter roept de leden Schriftelijk op voor de vergadering onder toezending van een agenda met een beknopte toelichting van de te bespreken punten.
5.
De agenda wordt ten minste één week voor de vergadering Schriftelijk (daaronder mede begrepen e-mail of fax) aan alle leden verzonden.
6.
De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen.
7.
De commissie overlegt periodiek met de Directeur van de school en ten minst eenmaal per jaar met het College van Bestuur.
8.
De commissie brengt jaarlijks een Schriftelijk verslag van werkzaamheden en bevindingen uit aan het College van Bestuur.
9.
De commissie mag uitsluitend beraadslagen indien de meerderheid van de zitting
- 19 -
hebbende leden tegenwoordig is. 10. Wanneer het in het vorige lid bedoelde aantal leden niet is opgekomen, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering, die ten minste één week van tevoren wordt aangekondigd met vermelding van de te behandelen punten. In die vergadering wordt met de alsdan tegenwoordig zijnde leden beraadslaagd en besloten, doch uitsluitend omtrent de op de agenda vermelde onderwerpen. 11. De besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Over zaken wordt mondeling gestemd. Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen omtrent personen wordt Schriftelijk gestemd. 12. Bij staken van stemmen over zaken en bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen omtrent personen vindt behandeling in de volgende vergadering plaats. In geval de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen als het gaat om zaken en bij Schriftelijke stemmingen wordt het voorstel teruggenomen. 13. Bij het uitbrengen van adviezen aan de Directeur of het College van Bestuur worden ook eventuele minderheidsstandpunten vermeld en toegelicht. 14. De besluiten en alle andere stukken, die van de commissie uitgaan, worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend. GESCHILLENCOMMISSIE Artikel 12E 1.
De Directeur of het College van Bestuur reageren binnen twee maanden op uitgebrachte adviezen over de invulling van de identiteit en het openbare karakter van de commissie. Indien het advies niet of gedeeltelijk wordt overgenomen, wordt dit gemotiveerd Schriftelijk meegedeeld aan de commissie.
2.
Indien de commissie zich niet wil neerleggen bij het niet of gedeeltelijk volgen van het advies door de Directeur of het College van Bestuur deelt het dit Schriftelijk binnen een maand mee.
3.
De commissie, de Directeur of het College van Bestuur kan binnen een maand na de mededeling als bedoeld in het vorige lid een adviesgeschil voorleggen aan de geschillencommissie.
4.
Alvorens een geschil in te dienen, zijn commissie, de Directeur of het College van Bestuur gehouden tot overleg gericht op het bereiken van overeenstemming.
5.
De geschillencommissie bestaat uit één lid dat door de Directeur of het College van Bestuur wordt aangewezen en één lid dat door de identiteitscommissie Samenwerkingsschool wordt aangewezen. De twee benoemde leden wijzen gezamenlijk
- 20 -
een derde lid aan. 6.
De leden van de geschillencommissie hebben geen persoonlijke of zakelijke belangen bij de Stichting en zijn daarin evenmin ouder, personeelslid of lid van de Raad van Toezicht van de Stichting.
7.
De geschillencommissie brengt een voor beide partijen bindend advies uit.
COMMISSIES Artikel 13 Het College van Bestuur, met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, en de Raad van Toezicht zijn ieder afzonderlijk bevoegd één of meer commissies in te stellen, welke het College van Bestuur respectievelijk de Raad van Toezicht kunnen adviseren over de bij de instelling van de commissie benoemde thema's. Alsdan stelt het College van Bestuur, met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, respectievelijk de Raad van Toezicht in aanvulling op het bepaalde in deze statuten een reglement vast, waarin de samenstelling, taken, bevoegdheden en werkwijze van de commissie worden geregeld. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn. STATUTENWIJZIGING Artikel 14 1.
Het College van Bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit van het College van Bestuur tot statutenwijziging wordt genomen met ten minste twee/derde meerderheid in een vergadering van het College van Bestuur waarin alle bestuursleden aanwezig zijn, zonder dat in het College van Bestuur een vacature bestaat. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. Indien in deze vergadering niet alle leden aanwezig zijn, zal het bestuur een tweede vergadering beleggen, uiterlijk binnen veertien dagen na de eerste vergadering, waarin, mits met een meerderheid van stemmen het besluit kan worden genomen, met dien verstande dat ten minste de helft van het aantal leden van het College van Bestuur ter vergadering aanwezig en/of vertegenwoordigd is.
2.
Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de goedkeuring van de Raad van Toezicht.
3.
De Raad van Toezicht kan besluiten tot wijziging van de statuten slechts goedkeuren in een daartoe belegde vergadering, waarvoor de agenda met vermelding van de betreffende voorstellen minstens veertien dagen voor de aanvang van de vergadering aan de leden
- 21 -
van de Raad van Toezicht moet zijn toegezonden. 4.
Besluiten tot goedkeuring van de wijziging van de statuten moeten worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee derde van het aantal leden van de Raad van Toezicht aanwezig is.
5.
Indien in een vergadering wegens het ontbreken van het quorum bedoeld in het vierde lid geen besluit als in het tweede lid van dit artikel vermeld kan worden genomen, wordt op een termijn die niet korter mag zijn dan veertien dagen, een nieuwe vergadering belegd, waarin tot goedkeuring van de wijziging kan worden besloten met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen van het dan aanwezige aantal leden van de Raad van Toezicht.
6.
Een besluit tot statutenwijziging behoeft de voorafgaande goedkeuring van de gemeentera(a)d(en) van de gemeente waarin een school waar openbaar onderwijs wordt gegeven, gevestigd is. Goedkeuring kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft.
7.
Overdracht of fusie van de Samenwerkingsschool is slechts mogelijk na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waar de Samenwerkingsschool is gevestigd.
8.
Voor het nemen van een besluiten tot wijziging betreft van artikel 2 lid 1, artikel 3, artikel 4 lid 1, lid 4, lid 5, lid 6, lid 7, artikel 7 lid 1, lid 2, lid 3, artikel 11 lid 3 en lid 4, sub a en sub c, lid 5, artikel 14 lid 7 en lid 10, artikel 15 lid 2 alsmede een besluit tot de Stichting, samenvoeging, overdracht en/of opheffing van door de Stichting in stand gehouden scholen met een (mede) katholieke grondslag behoeft het College van Bestuur de voorafgaande Schriftelijke goedkeuring van het bestuur van de NKSR, statutair gevestigd te Utrecht.
9.
De wijziging van de statuten voor zover die statuten betrekking hebben op de regeling over de identiteitscommissie Samenwerkingsschool in deze statuten, is slechts mogelijk indien het College van Bestuur en deze commissie daartoe gezamenlijk besluiten.
10. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. leder van het College van Bestuur is afzonderlijk bevoegd deze akte te doen verlijden. 11. De leden van het College van Bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
- 22 -
12. Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor het besluit tot juridische fusie of juridische splitsing. ONTBINDING EN VEREFFENING Artikel 15 1.
Het College van Bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeentera(a)d(en) van de gemeenten waarin een school waar openbaar onderwijs wordt gegeven, gevestigd is. Goedkeuring kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft.
2.
Het bepaalde in artikel 14 met betrekking tot de totstandkoming van een besluit tot statutenwijziging is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het College van Bestuur tot ontbinding van de Stichting.
3.
Tenzij de Raad van Toezicht anders besluit, is het College van Bestuur met de vereffening belast
4.
De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
5.
Een eventueel overblijvend batig saldo wordt bestemd voor een doel zoveel mogelijk overeenkomende met dat van de Stichting, aan te wijzen door het College van Bestuur na verkregen goedkeuring van de Raad van Toezicht.
6.
Na de ontbinding blijft de Stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de Stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".
7.
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende ten minste de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden diens aanwijzing ter inschrijving op te geven in het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
NADERE REGELINGEN Artikel 16 1.
De onderlinge verhoudingen tussen en werkwijze van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht worden nader geregeld in een, na goedkeuring van de Raad van Toezicht, door het College van Bestuur vast stellen Reglement Bestuur en Toezicht
- 23 -
2.
De regeling als bedoeld in dit artikel mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
ONVOORZIENE GEVALLEN Artikel 17 In alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het College van Bestuur na overleg met en goedkeuring van de Raad van Toezicht. Goedkeuring Van de goedkeuring van: -
de Raad van Toezicht zoals bedoeld in artikel 14 lid 2 van de statuten van de Stichting blijkt uit een aan deze akte te hechten schrijven de dato @ (Bijlage);
-
de gemeenteraad van de gemeente Kaag en Braassem zoals bedoeld in artikel 14 lid 6 van de statuten van de Stichting blijkt uit een aan deze akte te hechten schrijven de dato @ (Bijlage);
-
voor onderhavige statutenwijziging is de goedkeuring van de NKSR zoals bedoeld in artikel 14 lid 8 van de statuten van de Stichting (niet) vereist.
Machtiging Van de bevoegdheid van de verschenen persoon blijkt uit het eerder genoemde uittreksel van de notulen. Domiciliekeuze Te dezer zake wordt domicilie gekozen ten kantore van de notaris, bewaarder van deze akte. Slot Waarvan akte, verleden te Leiden op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De verschenen persoon is aan mij, notaris, bekend. De zakelijke inhoud van de akte is door mij, notaris, aan de verschenen persoon meegedeeld en toegelicht. De verschenen persoon heeft verklaard van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en daarmee in te stemmen. Vervolgens is de akte beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna door de verschenen persoon ondertekend. Onmiddellijk daarna is deze akte om zeventien uur dertig minuten door mij, notaris, ondertekend.