CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Roelofarendsveen, Schoolbaan (19 augustus 2020)

Gemeenteraad 1 maart 2021, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan Schoolbaan Roelofarendsveen15.054 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Schoolbaan Roelofarendsveen

Augustus 2020

Status: Ontwerp

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

BESTEMMINGSPLAN SCHOOLBAAN ROELOFARENDSVEEN

Plannaam: Plantype: Datum:

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan Augustus 2020

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

INHOUDSOPGAVE

HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING PLANGEBIED.................................................................................................................................... 4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

2.1

BESCHRIJVING PLANGEBIED EN OMGEVING ........................................................................................................ 8

3.1 3.2

RUIMTELIJKE ONTWIKKELING ........................................................................................................................ 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

4.1 4.2 4.3 4.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 18 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 18

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID .................................................................................................................................................... 22 BODEM.................................................................................................................................................... 24 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 25 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 26 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 29 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 33 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 35

6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 37 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 39

7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 40 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 40 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 22

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 37

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 40

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 43

HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 44 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 44 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 44 ZIENSWIJZEN ............................................................................................................................................. 44

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 45 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

ONDERZOEK PARKEREN ....................................................................................................................... 46 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 47 STIKSTOFDEPOSITIEBEREKENING ............................................................................................................ 48 WATERTOETSRESULTAAT .................................................................................................................... 49

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

In de kern Roelofarendsveen aan de Schoolbaan, op de hoek met de Europaweg, bevindt zich een parkeerterrein. Dagelijks Leven (initiatiefnemer) is voornemens op een gedeelte van het parkeerterrein een woonzorgvoorziening te realiseren. Dagelijks Leven is als organisatie actief in de verpleegkundige zorg voor mensen met verregaande geheugenproblemen (o.a. dementie). De zorgorganisatie werkt overal in Nederland aan de realisatie van kleinschalige woonzorgvoorzieningen midden in de wijk/samenleving. Om de zorg optimaal uit te kunnen voeren is de organisatie bezig met het ontwikkelen van een nieuwe woonzorgvoorziening in Roelofarendsveen. Het concrete voornemen betreft de bouw van een woonzorgvoorziening ten behoeve van 24 uurs verpleeghuiszorg voor dementerende ouderen. De voorziening zal bestaan uit twee bouwlagen met in totaal 21 woonzorgeenheden, een en ander met bijbehorende algemene ruimten. Het overige deel van het bestaande parkeerterrein blijft als zodanig behouden en fungeren. Omdat het geldende bestemmingsplan de ontwikkeling niet mogelijk maakt is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in juridisch-planologische vertaling van het voornemen.

In dit plan zal worden aangetoond dat de herziening van de bestemming in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’ en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt op de hoek van de Schoolbaan en Europaweg in het zuiden van de kern Roelofarendsveen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Roelofarendsveen en de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging van het plangebied ten opzichte van Roelofarendsveen en de directe omgeving (Bron: ArcGIS)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ‘Schoolbaan Roelofarendsveen’ bestaat uit de volgende stukken: • verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1884.BPSCHOOLBAAN-ONT1) en een renvooi; • regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Oude Wetering”. Dit bestemmingsplan is op 29 mei 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van Kaag en Braassem. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is hier met de rode omlijning aangeduid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen)

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

De gronden in het plangebied zijn hoofdzakelijk bestemd voor ‘Verkeer’ en voor een klein gedeelte als ‘Maatschappelijk’. Deze als ‘Verkeer’ bestemde gronden zijn bestemd voor: • • • • • • • • • • •

wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie of verblijfsfunctie tuinen ten behoeve van aangrenzende percelen; voet- en rijwielpaden; parkeervoorzieningen; straatmeubilair; oeververbindingen (bruggen); in- en uitritten; met daaraan ondergeschikt: bermen en beplanting; kunstwerken; waterlopen en waterpartijen; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan •

evenementen;

Op deze gronden mag niet gebouwd worden met uitzondering van gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De als ‘Maatschappelijk’ bestemde gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van activiteiten gericht op maatschappelijke en culturele voorzieningen en horecavoorzieningen, tuinen, erven en terreinen, parkeervoorzieningen, wegen, paden en bermen, waterlopen en waterpartijen en groenvoorzieningen. Voor een deel van de gronden geldt tevens de gebiedsaanduiding ‘Veiligheidszone –Barim’. Binnen de aangegeven veiligheidszone mogen geen nieuwe beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd. 1.4.3

Strijdigheid

De bouw van een woonzorgvoorziening ter plaatse van het plangebied is in strijd met het geldende bestemmingsplan, aangezien de bestemming ‘Verkeer’ geen bouwmogelijkheden kent en het gewenste gebruik in strijd is met de bestemmingsomschrijving.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de ruimtelijk-functionele structuur en de huidige situatie van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Kaag en Braassem beschreven. In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieuaspecten de revue en in hoofdstuk 6 wordt in gegaan op het aspect water. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het project en tot slot wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE SITUATIE

Beschrijving plangebied en omgeving

Het plangebied ligt in het oosten van de kern Roelofarendsveen. De ruimtelijk-functionele structuur in de directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door maatschappelijke functies, woonbuurten en een park. Op circa 250 meter ten oosten bevindt zich het Braassemermeer en de Jachthaven van Roelofarendsveen. Het plangebied zelf fungeert op dit moment als parkeerplaats en is volledig verhard. In afbeelding 2.1 en 2.2. zijn een luchtfoto en enkele straatbeelden opgenomen. Het plangebied is hierop met de rode omlijning/arcering aangegeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging plangebied (Bron: Provincie Zuid-Holland)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

Afbeelding 2.2

Straatbeelden plangebied (Bron: Weusten Liedenbaum architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Ruimtelijke ontwikkeling

De geplande woonzorgvoorziening voor dementerende ouderen bestaat uit twee bouwlagen met een kap bouwmassa en heeft een goot- en nokhoogte van respectievelijk 6,2 en 9,2 meter. De hoofdingang van het gebouw bevindt zich aan de noordzijde. In het gebouw worden in totaal 21 woonzorgeenheden gerealiseerd. Dit is inclusief één kamer ten behoeve van crisisopvang en één familiekamer. Op de begane grond zijn tevens twee gezamenlijke woonkamers, een dagbestedingsruimte, keuken en een verblijfs- en slaapruimte voor medewerkers aanwezig. De buitenberging zal op het achtererf worden geplaatst en krijgt een omvang van circa 12 m². Overdag verblijven cliënten, zo mogelijk, in één van de twee woonkamers en de dagbestedingsruimte alwaar de dagelijkse behandeling en verzorging centraal staat. De locatie en iedere verblijfsruimte in het gebouw zijn voorzien van hoogwaardige domotica, waarmee op iedere zorgvraag, technische hulpmiddelen ter ondersteuning van de zorgverlening ingelogd kunnen worden. Aan de zuidzijde van het erf wordt parkeergelegenheid gerealiseerd. Hier wordt het erf ook voor autoverkeer ontsloten op de Schoolbaan. In afbeelding 3.1 is een impressie opgenomen van de gewenste ontwikkeling. In afbeelding 3.2 zijn gevelaanzichten van de gewenste bebouwing weergegeven.

Afbeelding 3.1

Impressie gewenste ontwikkeling (Bron: Weusten Liedenbaum architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

Afbeelding 3.2

Gevelbeelden gewenste ontwikkeling (Bron: Weusten Liedenbaum architecten)

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. De gemeente Kaag en Braassem heeft op 15 maart 2018 de beleidsregel ‘Parkeernormen Kaag en Braassem 2018’ vastgesteld. In dit bestemmingsplan wordt uitgegaan van de parkeernormen uit het gemeentelijk parkeerbeleid waarin wordt uitgegaan van een stedelijkheidsgraad ’weinig stedelijk’ (bron: CBS Statline).

Gezien de ligging van het plangebied buiten het centrumgebied van de kern Roelofarendsveen kan het gebied aangemerkt worden als ‘rest bebouwde kom’. 3.2.2

Parkeren

Loendersloot Groep B.V. heeft op basis van de beleidsregels ‘Parkeernormen Kaag en Braassem 2018’ een parkeeronderzoek uitgevoerd naar een sluitende parkeerbalans in verband met de nieuwe functie en het BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan vervallen van een gedeelte van het bestaande parkeerterrein. De rapportage is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Hierna worden de resultaten beschreven. In het onderzoek is uitgegaan van de volgende uitgangspunten voor de toekomstige situatie: •

voorziening met 21 woonzorgeenheden (meest vergelijkbare categorie: verpleeg- en verzorgingstehuis; minimaal 0,5 tot maximaal 0,7 parkeerplaatsen per woonzorgeenheid).

Overzicht parkeervraag toekomstige situatie: • •

Minimaal: (21 x 0,5) = 10,5 parkeerplaatsen Maximaal: (21 x 0,7) = 14,7 parkeerplaatsen

De totale parkeernorm in de toekomstige situatie is dus maximaal 14,7 parkeerplaatsen. Als de plannen gerealiseerd worden zal de totale parkeerbehoefte ten opzichte van de huidige behoefte dus met 15 parkeerplaatsen toenemen. Omdat op eigen terrein acht parkeerplaatsen wordt gerealiseerd zal de parkeervraag in de openbare ruimte toenemen met 7 parkeerplaatsen. Daarnaast zal door deze ontwikkeling de beschikbare openbare parkeerruimte meer dan halveren. Hiervoor is de parkeerdruk op locatie gemeten om te bepalen of dit acceptabel is. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat de huidige parkeerdruk gemiddeld 31,45% is. Als gevolg van het komen te vervallen van 50 parkeerplaatsen, zal de parkeerdruk in de toekomst bij dezelfde bezettingsgraad op gemiddeld 45,87% uitkomen. Dit betekent dat er ten opzichte van de aanvaardbare bovengrens van 77,06% nog 31,19% aan vrije ruimte (33 parkeerplaatsen) aan openbare ruimte beschikbaar is vóórdat men kan spreken van een parkeerterrein dat theoretisch vol is (>85%). Uit het door Loendersloot Groep B.V. uitgevoerde omgevingsonderzoek, metingen en data-analyse blijkt dat er geen reden is om een omgevingsvergunning in relatie tot de herontwikkeling van het pand te weigeren. Bij geen van de individuele tellingen is geconstateerd dat de bezettingsgraad van alle trajecten samen boven de aanvaardbare norm uit kwam.

Uit de verzamelde data blijkt dat er voldoende ruimte beschikbaar is om aan de ontvankelijkheidseis van de Gemeente Kaag en Braassem te voldoen. De volledige data van deze telling/tellingen zijn weergeven in de bijlage van het onderzoeksrapport. 3.2.3

Verkeersgeneratie

Voor wat betreft de verkeersgeneratie gelden dezelfde uitgangspunten als parkeren. Dit betekent een gezondheidszorg, verpleeg- en verzorgingstehuis met 21 woonzorgeenheden gelegen in ‘weinig stedelijk gebied’ en in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Omdat voor de meest vergelijkbare functie ‘verpleeg- en verzorgingstehuis’ geen verkeersgeneratie kengetallen voorhanden zijn is in dit geval aangesloten bij de functie ‘serviceflat’. Opgemerkt wordt dat deze functie naar verwachting een iets hogere verkeersgeneratie kent dan een verpleeg-/verzorgingstehuis. Voor een serviceflat geldt op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW een gemiddelde verkeersgeneratie van 2,6 per woning. Gelet op het aantal te realiseren woonzorgeenheden (21) leidt het initiatief tot een totale verkeersgeneratie van circa 54.6 motorvoertuigen per weekdagetmaal. Het verkeer kan eenvoudig en veilig worden ontsloten via de Schoolbaan om vervolgens via de Meerkreuk en de Alkemadelaan richting de A4 te gaan. 3.2.4

Conclusie verkeer en parkeren

Onderhavige ontwikkeling levert met betrekking tot de aspecten verkeer en parkeren geen belemmering op.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):   

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijkingsladder In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het wijzigingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

De SVIR laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. Ten aanzien van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt het volgende geconstateerd. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een woonzorgvoorziening voor dementerende ouderen. Het gaat om 21 woonzorgeenheden. De eenheden zijn bedoeld voor de lokale markt in Roelofarendsveen. In de Regionale Woonagenda Holland Rijnland heeft de regio een actuele, kwalitatieve koers geschetst voor een goed functionerende woningmarkt op regionaal, subregionaal en lokaal niveau. Met de 14 regiogemeenten en stakeholders is samengewerkt aan de uitwerking van de woonagenda. Een van de gemaakte keuzes is het langer zelfstandig wonen met zorg te faciliteren. De gemeenten in de regio willen bijdragen aan het langer zelfstandig wonen van mensen met een zorgvraag. Dit vraagt nieuwe woonconcepten in samenhang met een fijnmazige zorginfrastructuur, die op een evenwichtige manier uitgerold zijn over de regiogemeenten. Niet alleen als gevolg van het rijksbeleid, maar ook en vooral dankzij de ontwikkeling van de participatiesamenleving en technologische ontwikkelingen, zijn mensen steeds beter in staat zichzelf te redden.

Mensen willen daarbij zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van instituties en meer selfsupporting zijn bij de behoefte aan ondersteuning, begeleiding of zorg. Deze trend leidt tot nieuwe woon- en zorgconcepten (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, hofjes, domotica). Gemeenten en zorgkantoren zijn vooral aan zet voor de lokale uitwerking en het ontwikkelen van een inclusief, toekomstgericht en op elkaar afgestemd woonzorgaanbod. Het uitgangspunt van de regionale woonagenda is dan ook dat gemeente zelf verantwoordelijk zijn voor een toekomst gericht woonzorgaanbod. Binnen de gemeente Kaag en Braassem zijn op dit moment onvoldoende zorgplaatsen aanwezig om te kunnen voldoen aan zowel de kwantitatieve als kwalitatieve vraag. Door de toenemende mate vergrijzing en hiermee ook het aantal dementeren zal het tekort aan geschikte zorgplaatsen de komende twintig jaar alleen maar verder toenemen. Middels voorliggend initiatief wordt in beperkte mate een bijdrage geleverd aan de huidige en toekomstige vraag naar zorgplaatsen voor dementerende ouderen in een kleinschalige woonzorgvoorziening. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat voldoende is aangetoond dat er sprake is van een actuele behoefte naar de voorgenomen woonzorgvoorziening. Ligt de ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied De ruimtevraag moet bij voorkeur worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied.

De genoemde definitie van ‘bestaand stedelijk gebied’ komt overeen met het plangebied. Het plangebied ligt immers binnen de bebouwde komt van Roelofarendsveen en is voorzien van bestemmingen bedoeld voor stedelijke functies (maatschappelijk en verkeer). Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de ruimtevraag naar woonzorgeenheden binnen het bestaande stedelijk gebied opgevangen en is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. 4.1.3

Luchthavenindelingsbesluit Schiphol

In het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (Lib) dat hoort bij de Schipholwet uit 2003 zijn ruimtelijke maatregelen in verband met de luchthaven Schiphol opgenomen. Op gronden zoals bedoeld in artikel 2.2.1, 2.2.2, 2.2.2a en 2.2.3 van het Luchthavenindelingbesluit gelden in bepaalde gebieden rondom Schiphol aanvullende bepalingen met betrekking tot bebouwing en gebruik van bebouwing, bouwhoogten en functies met een vogelaantrekkende werking. In het beperkingengebied zijn een aantal deelgebieden onderscheiden, waarvoor verschillende regels gelden. Het gaat om o.a. een geluidssloopzone en een beperkingen geluidszone. Deze bepalingen moeten in de bestemmingsplannen worden verwerkt. In paragraaf 5.1 (geluid) en 5.5 (externe veiligheid) wordt nader ingegaan op de gevolgen van het luchthavenindelingsbesluit op het plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan 4.1.4

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Het rijksbeleid staat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg.

4.2

Provinciaal beleid

Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 4.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

4.2.1.1 Algemeen Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • •

• •

INTRODUCTIE op het omgevingsbeleid, waarin opgenomen de kaartbeelden en beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur; de ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: AMBITIES EN STURING. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. een beschrijving van de OMGEVINGSKWALITEIT van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. de samenhangende BELEIDSKEUZES voor de fysieke leefomgeving. Dit bestaande beleid is integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving.

Met betrekking tot de bovenstaande onderdelen uit de Omgevingsvisie zijn op verschillende onderdelen beleidsbeslissingen genomen. In het kader van dit plan zijn met name de beleidsbeslissingen omtrent ‘verstedelijking en wonen’ van belang. 4.2.1.2 Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur onder andere uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO2-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woonen leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. 4.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

De beleidsbeslissingen zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie werken door naar regels in de omgevingsverordening. Daarnaast zijn in de verordening gebiedsprofielen beschreven en zijn via kwaliteitskaarten van verschillende lagen de gebiedskenmerken en kernkwaliteiten van gebieden beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan 4.2.2.1 Gebiedsprofiel en kwaliteitskaarten De provincie Zuid-Holland heeft in haar kwaliteitskaart de gebiedsprofielen van gebieden beschreven. Het plangebied ligt in het gebiedsprofiel Hollands Plassengebied. Het Hollands Plassengebied is gelegen in het noordwesten van het Groene Hart tussen binnenduinrand, Oude Rijn, Meije, Kromme Mijdrecht en de Haarlemmermeerpolder. De combinatie van de hoge ligging van het boezemwater ten opzichte van de lagere omringende polders, het grote aantal molens en het vele water is uniek en draagt sterk bij aan de ultieme ‘Nederland Waterland’-ervaring: het besef dat je onder de zeespiegel staat. Van grote betekenis voor dit typisch Hollandse open landschap is de ontginning van de veenbodem en het daaraan gekoppelde watersysteem. De plassen, weilanden, droogmakerijen en zelfs de dorpen hebben hun verschijningsvorm te danken aan het (al dan niet afgegraven) veen. Het Hollands Plassengebied heeft een ‘luw’ karakter ten opzichte van de haar omringende stedelijke omgeving. In het Hollands Plassengebied is een tweedeling te zien tussen veenweidegebieden en droogmakerijen. De veenweidegebieden liggen hoger dan de droogmakerijen en herbergen vaak een groter aantal functies.

In deze gebieden zijn graslanden voor de melkveehouderij, oude lintdorpen, (glastuinbouw)bedrijven, natuurgebieden en relatief veel opgaand groen naast elkaar aan te treffen. De droogmakerijen worden gekenmerkt door een grootschalig, rechthoekig en agrarisch karakter met melkveehouderij en akkerbouw. De overgang tussen veenweide en droogmakerij is veelal abrupt door het grote hoogteverschil. Het water in het Hollands Plassengebied is vanaf het maaiveld paradoxaal genoeg, nauwelijks direct beleefbaar. Het verbeteren van deze beleefbaarheid en de toegankelijkheid van het water zou de identiteit van het gebied versterken. Daarnaast is in de kwaliteitskaart op basis van de lagenbenadering in beeld gebracht wat de gebiedskenmerken en kernkwaliteiten van gebieden zijn in de volgende lagen: • • • •

Laag van de ondergrond; Laag van de cultuur- en natuurlandschappen; Laag van de stedelijke occupatie; Laag van beleving;

4.2.2.2 Relevante artikelen In voorliggend geval zijn met name artikel 6.9 lid 1 (ruimtelijke kwaliteit) en 6.10 lid 1 (Stedelijke ontwikkelingen) van de omgevingsverordening van belang om te toetsen. Artikel 6.9 (Ruimtelijke kwaliteit) 1.

Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: a. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: a. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan b.

het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid.

Artikel 6.10 (Stedelijke ontwikkelingen) “Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening;” 4.2.3

Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie en omgevingsverordening Zuid-Holland

Gebiedsprofiel Voorliggend plan voorziet in een woonzorgvoorziening voor dementerende ouderen binnen de kern Roelofarendsveen. Het plangebied is nu ingericht als parkeerterrein en maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. Gelet op de ligging in het bestaand stedelijk gebied ingeklemd tussen bestaande bebouwing doet de ontwikkeling geen afbreuk en tevens geen bijdrage aan het gebiedsprofiel ‘Hollandse Plassen’. Kernkwaliteiten in verschillende lagen Wat betreft de kernkwaliteiten in de verschillende lagen kan worden gesteld dat vanwege ligging van het plangebied in het bestaand stedelijk gebied de ‘Laag van de ondergrond’ en ‘Laag van de cultuur- en natuurlandschappen’ niet relevant is. Deze lagen zijn door het bestaande parkeerterrein en omliggende stedelijke functies reeds verstoord of niet meer aanwezig. Verder gelden er in de ‘Laag van beleving’ geen specifieke kwaliteiten in het plangebied. In de laag van de stedelijke occupatie is het gebiedskenmerk ‘Steden en dorpen’ van toepassing. Richtpunten voor ontwikkeling in deze laag zijn: • • • •

Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur.

De nieuwe bebouwing komt qua hoogte (2 bouwlagen met kap) overeen met de bestaande bebouwing in de omgeving. Qua omvang is de bebouwing kleiner dan de nabij gelegen maatschappelijke bebouwingscomplexen. Verder sluit de voorgevelrooilijn aan de Europaweg aan op de naastgelegen bebouwing, waardoor de nieuwe bebouwing zich goed in de omgeving voegt. Tenslotte wordt opgemerkt dat de ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie (parkeerterrein) nieuw groen in de omgeving brengt. Dit groen sluit aan op de bestaande structuren. Relevante artikelen De nieuwe woonzorgvoorziening betreft een inpassing van een nieuwe functie binnen bestaand stedelijk gebied. Doordat ze ontwikkeling zich goed voegt in de omgeving (zoals hiervoor reeds beargumenteerd) en voldoet aan de richtpunten voorziet deze niet in een wijziging op structuurniveau. De ontwikkeling voorziet zoals eerder al aangegeven (Ladder voor duurzame verstedelijking, paragraaf 4.1.2) in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte naar woonzorgeenheden voor dementerende ouderen binnen de provincie Zuid-Holland en de gemeente Kaag en Braassem. Daarnaast wordt er gebouwd op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied, waarmee sprake is van effectief en compact ruimtegebruik. Met betrekking tot het aspect duurzaamheid wordt opgemerkt dat de bebouwing niet op het gasnetwerk wordt aangesloten.

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale woonagenda Holland Rijnland

4.3.1.1 Algemeen De regio Holland Rijnland ambieert met de Regionale Woonagenda (RWA) een actuele, kwalitatieve koers te schetsen voor een goed functionerende woningmarkt; op regionaal, subregionaal en lokaal niveau. Zij wil daarmee aansluiten bij de behoefte aan verschillende woonvormen en woonmilieus. De gemeenten in Holland Rijnland kennen een traditie van samenwerking. De afgelopen jaren zijn gezamenlijk verschillende keuzes gemaakt, die invloed hebben op het wonen in de regio. Gericht op een beter functionerende woningmarkt, maar ook vanuit de regionale ontwikkeling, werken, kantoren, verduurzaming, etc. De RWA vormt de basis voor een programmering waarmee de regio adequaat kan inspelen op de veranderende vraag: uitgaande van trends voor de korte en lange termijn, de woningbehoefte van de diverse inkomensgroepen, de behoefte onder bijzondere doelgroepen en tot slot de ontwikkeling van de behoefte aan woonmilieus. De woningmarkt is echter geen statische markt. Ontwikkelingen gaan snel en zijn vaak moeilijk te voorspellen. Renteontwikkeling, ontwikkeling van bouwkosten, ontwikkeling werkgelegenheid, trek naar de stad, etc. zijn van invloed op deze markt. De RWA schetst dan ook geen statisch eindbeeld, maar een adaptieve benadering om er voor te zorgen dat de komende jaren de juiste woning op de juiste plek kan worden ontwikkeld.

De RWA helpt gemeenten bij de juiste woning op de juiste plek, en afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Daarmee biedt dit een onderbouwing voor plannen, passend bij de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Hoewel de beschikbare plancapaciteit groter is dan volgens de kwantitatieve behoefte noodzakelijk, is het de bedoeling ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening niet meer te bouwen dan de behoefte. In de RWA worden een aantal keuzes voor de regio gemaakt. In Keuze 7: “Langer zelfstandig wonen met zorg faciliteren” wordt de ambitie uitgesproken dat de gemeenten in de regio willen bijdragen aan het langer zelfstandig wonen van mensen met een zorgvraag. Dit vraagt nieuwe woonconcepten in samenhang met een fijnmazige zorginfrastructuur, die op een evenwichtige manier uitgerold zijn over de regiogemeenten. In de woonagenda daarnaast ook aangegeven dat er in het kader van kwalitatief goed aanbod ook aandacht is voor voldoende aanbod aan bijzondere zorgdoelgroepen in de vorm van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en jeugdzorg. 4.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Regionale Woonagenda Holland Rijnland Voorliggend initiatief voorziet in het realiseren van een woonzorgvoorziening met 21 woonzorgeenheden voor dementerende ouderen in de Kern Roelofarendsveen.

Hiermee wordt invulling gegeven aan de lokale kwalitatieve behoefte aan deze vorm van zorg. De gemeente Kaag en Braassem heeft de betreffende gronden voor deze ontwikkeling verkocht, waarmee in beperkte mate wordt voorzien in voldoende huisvestingsmogelijkheden voor deze kwetsbare doelgroep. Hier wordt geconcludeerd dat de regionale woonagenda zich niet verzet tegen de ontwikkeling.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Maatschappelijk ruimtelijke structuurvisie 2025, Actualisatie 2017

4.4.1.1 Algemeen De gemeente Kaag en Braassem beschikt over een maatschappelijk ruimtelijke structuurvisie (afgekort MRSV). In 2017 is deze geactualiseerd. De MRSV gaat uit van een horizon van acht jaar; de toekomstige ontwikkelingen tot 2025. In de visie is beleid vanuit verschillende beleidssectoren tot een logisch en

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan samenhangend geheel geïntegreerd. Daarbij biedt de MRSV een beleidslijn op hoofdlijnen vanuit de gedachte dat de gemeente zich niet (meer) met alles gaat bemoeien. In de MRSV wordt de visie op een aantal thema’s weergeven en worden de dorpsperspectieven voor de nabije toekomst geschetst. In voorliggend geval zijn het thema ‘Wonen in leefbare kernen’ en het dorpsperspectief voor Roelofarendsveen en Oude Wetering relevant. 4.4.1.2 Wonen in leefbare kernen Kaag en Braassem wil een mooie woongemeente zijn. Een gemeente met aantrekkelijke kernen in het Groene Hart, die zich onderscheidt van andere gemeenten door haar unieke ligging én door unieke woonmilieus. Bovendien wil de gemeente dat iedereen aan bod komt op de woningmarkt. Een uitgevoerde analyse van de woningmarkt en opgestelde woonagenda is hierbij het vertrekpunt. De leefbaarheid van de kernen staat hoog in het vaandel en er is daarnaast voldoende aandacht voor betaalbaar en geschikt wonen. Diversiteit moet de komende jaren meer ruimte krijgen. In dit hoofdstuk van de MRSV zijn vier ambities voor wonen geformuleerd: • • • •

Leefbare dorpen en aantrekkelijke kernen; Betaalbaar en geschikt wonen; Doorstroming stimuleren; Meer ruimte bieden voor eigen initiatief.

Bij de ambitie ‘Leefbare dorpen en aantrekkelijke kernen’ wordt aangeven dat de gemeente initiatieven wil stimuleren voor het aanbod wonen met zorg, zoals woonzorgcomplexen met nultredenwoningen in de buurt van voorzieningen. 4.4.1.3 Dorpsperspectief Roelofarendsveen en Oude Wetering In de visie worden Roelofarendsveen en Oude Wetering gezamenlijk behandeld. Deze kernen vormen het meest verstedelijkte gebied van de gemeente. In het dorpenperspectief wordt in de visie op de toekomste ontwikkeling van de beide dorpen op het vlak van woningbouw, economie, recreatie, groen en verkeer weergegeven. Op zorghuisvesting wordt niet specifiek ingegaan. 4.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Maatschappelijk ruimtelijke structuurvisie Kaag en Braassem Voorliggend initiatief voorziet in het realiseren van een woonzorgvoorziening met 21 woonzorgeenheden voor dementerende ouderen in de Kern Roelofarendsveen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de lokale behoefte aan deze vorm van zorg. De gemeente Kaag en Braassem heeft de betreffende gronden voor deze ontwikkeling verkocht, waarmee in beperkte mate wordt voorzien in voldoende huisvestingsmogelijkheden voor deze kwetsbare doelgroep. Hier wordt geconcludeerd dat de MRSV zich niet verzet tegen de ontwikkeling. 4.4.2

Nota inbreidingslocaties

4.4.2.1 Algemeen Op 7 februari 2011 is de Nota inbreidingslocaties vastgesteld door de gemeenteraad van Kaag en Braassem. De ‘Nota inbreidingslocaties’ heeft als doel om een ruimtelijk beleidskader te bieden aan woningbouwinitiatieven binnen de rode contour. Hierdoor worden deze uniform en transparant beoordeeld. Er wordt in de nota een beschrijving gegeven van de bestaande stedenbouwkundige situatie en kwaliteiten binnen elke kern. Uitgangspunt is om nieuwe initiatieven aansluiting te laten vinden bij deze bestaande situatie en kwaliteiten. Hiervoor wordt een afwegingskader gegeven, waardoor ruimtelijke beslissingen gemotiveerd kunnen worden genomen. Dit leidt tot een duurzame ruimtelijk/functionele ontwikkeling van de locaties zelf en de kern als geheel.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan De nota geeft geen kant en klaar antwoord op de wenselijkheid van een initiatief. De beschreven gebiedskenmerken en samenhangende waardeoordelen gelden als basis voor het verdere onderhandelings- en ontwerptraject bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het kader biedt de gemeente enerzijds houvast om te kunnen sturen op kwaliteit, maar zorgt anderzijds ook voor flexibiliteit om in te kunnen spelen op (markt)ontwikkelingen. Vanwege de beperkte uitbreidingsmogelijkheden in de dorpen zijn kleine locaties (inbreidingslocaties) van belang om in de lokale behoefte te voorzien. Dit betekent uiteraard niet dat alle onbebouwde of in onbruik geraakte ruimte binnen de kernen moet worden gebruikt voor het realiseren van nieuwe woningen, winkels en bedrijfsruimten. Om voldoende houvast te bieden bij het beoordelen van initiatieven is in de Nota inbreidingslocaties voor elk dorp een beschrijving gemaakt waarin de bestaande karakteristiek is verwoord. De nota geeft geen kant en klaar antwoord op de wenselijkheid van een initiatief. De nota biedt enerzijds houvast om te kunnen sturen op kwaliteit, maar zorgt anderzijds ook voor flexibiliteit om in te kunnen spelen op ontwikkelingen.

Het uiteindelijke doel van de Nota inbreidingslocaties is om de behandeling van inbreidingsinitiatieven op een transparante manier te laten verlopen en om de initiatieven uiteindelijk te laten leiden tot een duurzame ruimtelijke/functionele ontwikkeling van de locatie zelf en het dorp als geheel. 4.4.2.2 Roelofarendsveen Het plangebied behoort tot het deelgebied ‘De woonwijken van Roelofarendsveen’. In de beschrijving van dit deelgebied wordt aangegeven dat het mogelijk is op grotere schaal woningen toe te voegen op in onbruik geraakte terreinen. Voor dergelijke grote initiatieven heeft de nota echter slechts een hoofdrichting aan en dient apart een stedenbouwkundig kader te worden opgesteld. Op het realiseren van een woonzorgvoorziening op de voorgestelde locatie gaat de nota niet specifiek in. 4.4.2.3 Algemene voorwaarden Nota inbreidingslocaties In de Nota inbreidingslocaties heeft de gemeente Kaag en Braassem een aantal algemene voorwaarden opgenomen waarin initiatieven worden getoetst. Het betreffende de volgende: •

• • • •

De nota heeft betrekking op zelfstandige ontwikkelingslocaties. Bij de ontwikkelingslocaties is sprake van sloop en nieuwbouw (transformatie) of het bebouwen van onbebouwde ruimte binnen de rode contouren van de kernen. De locaties maken geen onderdeel uit van actuele grotere ontwikkelingsgebieden, bedrijfsterreinen, recreatieterreinen/jachthavens of belangrijke openbare groenvoorzieningen; Voor alle verzoeken is een kostendekkend legestarief verschuldigd conform de gemeentelijke legesverordening. De woningen dienen elk zelfstandig volledig te voldoen aan de normen van het Bouwbesluit, de bouwverordening en andere van toepassing zijnde bouw- en gebruiksregelgeving. Burgemeester en wethouders behouden zich het recht om, omwille van de verdeling van de ambtelijke werklast over de diverse projecten, een volgorde van behandeling te hanteren. Aanvulling van de criteria kan plaatsvinden door burgemeester en wethouders op grond van stedenbouwkundig advies, op advies van de welstands/monumentencommissie en kaderstellende normen van andere overheden zoals de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland.

4.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Nota inbreidingslocaties Het plangebied betreft een onbebouwde ruimte binnen de rode contour van de kern Roelofarendsveen, het betreft op dit moment een parkeerterrein. Het gebouw wordt gebouwd conform de geldende bouw- en gebruiksregelgeving. Door burgemeester en wethouders is reeds ingestemd met de stedenbouwkundige inpassing zoals in hoofdstuk 3 reeds aan bod is gekomen. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Nota inbreidingslocaties van de gemeente Kaag en Braassem.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan 4.4.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologisch & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. Voor vliegverkeerlawaai zijn normen en richtlijnen vastgelegd in de Wet luchtvaart en het bijbehorende Luchthavenindelingbesluit. 5.1.2

Situatie plangebied

De geplande woonzorgeenheden worden op basis van de Wgh aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai Ingevolge de Wgh hebben alle wegen een zone waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. De breedte van de zone, aan weerszijde van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (binnenstedelijk of buitenstedelijk). Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat deze zones niet gelden voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art. 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74.2).

In de Wgh worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige gebouwen die liggen binnen de geluidszone van een weg. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting vanwege wegverkeer bedraagt 48 dB. De locatie ligt in een gebied met 30 km wegen, waarvoor geen wettelijke geluidszone geldt. Het feit dat er geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek op voorhand niet benodigd is. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan Indien vooraf aangenomen kan worden dat er niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient er een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’. In voorliggend geval kennen de omliggende wegen (woonstraten) rondom de locatie geen hoge verkeersintensiteit en daarmee gepaard gaande hogere geluidsbelasting. Voor de Europaweg geldt verder dat hier sprake is van éénrichtingsverkeer. Aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan, waarmee er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonzorgvoorziening. Een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is om deze reden niet noodzakelijk. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai In de nabijheid van het plangebied bevindt zich geen spoorlijn. Railverkeerslawaai behoeft om deze reden geen nadere aandacht. 5.1.2.3 Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein aanwezig. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op industrielawaai als gevolg van individuele bedrijven. Hier wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt.

5.1.2.4 Luchtverkeerslawaai Bij de ingebruikname van de vijfde baan van Schiphol (Polderbaan) op 20 februari 2003 is het Luchthavenindelingbesluit (Lib) in werking getreden. Hiermee zijn nieuwe beperkingen gesteld aan het ruimtegebruik rond de luchthaven. Naast het luchthavengebied is een beperkingengebied aangegeven. In het beperkingengebied zijn een aantal deelgebieden onderscheiden, waarvoor verschillende regels gelden. Het gaat om o.a. een geluidssloopzone en een beperkingen geluidszone. Deze bepalingen moeten in de bestemmingsplannen worden verwerkt. In voorliggend geval ligt het plangebied binnen het ‘beperkingsgebied’. Tevens is het plangebied gelegen op de ‘Kaart 4 maatgevende kaart toetsingshoogtes’ (zone hoger dan 145 m NAP) en de ‘Kaart 4a Toethoogte radar’ (zone 80-100 m NAP). Voor het plangebied gelden geen beperkingen in bebouwing of beperkingen in het aantrekken van vogels. Hieronder wordt nader ingegaan op de consequenties voor het plangebied inzage luchtverkeerslawaai,. Kaart 4: Maatgevende kaart toetsingshoogtes Artikel 2.2.1 c: • • • • • •

Op de gronden die op kaart 4 zijn aangewezen, zijn met het oog op geluidbelasting geen geluidgevoelige gebouwen toegestaan, behoudens: bestaand gebruik van een geluidgevoelig gebouw; toevoeging binnen bestaand stedelijk gebied van niet meer dan 25 woningen per bouwplan of binnen lintbebouwing van niet meer dan 3 woningen per bouwplan; een geluidgevoelig gebouw ter vervanging van een bestaand geluidgevoelig gebouw, mits van gelijke aard en gelijke schaal en onder de voorwaarde dat het te vervangen gebouw wordt verwijderd of dat de functie en bestemming van het te vervangen gebouw wordt omgezet naar niet-geluidgevoelig; herstructurering van een bestaand stedelijk gebied, indien dit niet leidt tot een toename met meer dan 25 woningen en indien dit niet leidt tot een toename van de capaciteit van andere geluidgevoelige gebouwen binnen dit gebied; nieuwbouw van een bedrijfswoning, voor zover de noodzaak daarvan is aangetoond.

Het plangebied ligt in de zone hoger dan 145 m boven NAP en voorziet in 21 wooneenheden. De bovenstaande regels vormen geen belemmering voor het initiatief.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan 5.1.3

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

5.2

Bodem

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan en het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie plangebied

In dit geval is er door Adverbo in november 2018 een milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 2 van deze toelichting. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Zintuiglijke waarnemingen Het grootste deel van het terrein bevindt zich onder een asfaltverharding met een gemiddelde dikte van ca. 15 cm. Hieronder bevindt zich een puinlaag tot ca.0,5 m-mv. Zintuiglijk is in de grond plaatselijk een zwakke tot matige bijmenging met resten baksteen, slakken en/of beton (Pb01, B04, B06, B09) aangetroffen. Enkele boringen (B03, B08, B10, B12) zijn gestaakt op met de hand niet te doorboren lagen. Grond De grond bevat plaatselijk lichte verontreinigingen met kwik, lood, molybdeen, minerale olie en PAK’s. in de grond is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond beoordeeld als Altijd toepasbaar (MM03, MM04), Wonen (MM01) en Niet toepasbaar (M02). Grondwater In het grondwater is voor barium, nikkel en naftaleen een licht verhoogde concentratie aangetroffen. Asfalt De hoeveelheid asfalt bedraagt 400 m3 (ca. 1.000 ton). In het onderzoek is geen teerhoudend asfalt aangetroffen. Opgemerkt wordt dat in het voorgaand onderzoek van IDDS (proj.nr. B4986), juli 2004)) wel plaatselijk teerhoudend asfalt is aangetroffen.

Ter plaatse van boring 6 wordt aanbevolen alsnog de asfaltkern te onderzoeken op teerhoudendheid. Indien sprake is van teerhoudend asfalt, is dit niet geschikt voor hergebruik. Puin Het puin is beoordeeld als ‘Toepasbaar’(BoToVa toetsing (T17 en T31)). In het puin is, zowel zintuiglijk als analytisch, geen asbest aangetroffen. Zowel zintuiglijk als analytisch is in het puin geen asbest aangetroffen. Opgemerkt wordt dat in het voorgaand onderzoek (IDDS (proj.nr. B4986), maart 2005) wel asbest in het puin is aangetroffen. 5.2.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er in het onderhavige onderzoek geen verontreinigingen aangetroffen die de voorgenomen ontwikkeling belemmeren. Ter plaatse van boring 6 wordt aanbevolen alsnog de asfaltkern te onderzoeken op teerhoudendheid. Indien sprake is van teerhoudend asfalt, is dit niet geschikt voor hergebruik.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Schoolbaan Roelofarendsveen Bestemmingsplan

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. Het plangebied ligt echter niet binnen de vastgestelde zones voor rijks- of provinciale wegen. 5.3.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=6e74612b-349f-44a2-b4b0-f7ede977dcba