CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

RO-BP-621.135.60 Bijlagenboek

Gemeenteraad 18 september 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Sportpad’.28.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In de variantenstudie voor de herstructurering van het gebied is gezocht naar een meer directere ontsluiting vanaf de Alkemadelaan, met name voor de voorzieningen die dagelijks veel verkeer trekken. Dit heeft geresulteerd in de hierboven genoemde drie scenario’s waarin het zwaartepunt van de ontsluiting verschuift naar de Rembrandt van Rijnsingel (en oostelijke rotonde in de Alkemadelaan) of naar een rechtstreekse aansluiting op de Alkemadelaan. Sweco is gevraagd te onderzoeken of de voorgestelde scenario’s mogelijk zijn en of, en in welke mate die effect heeft op de verkeersafwikkeling op de Alkemadelaan. Om antwoord te geven op de vragen hebben we een quickscan uitgevoerd, waarvan in deze notitie de resultaten zijn verwoord. Tot slot zijn voor de meest haalbare scenario’s schetsontwerpen gemaakt van de noodzakelijke aanpassingen aan de bestaande wegenstructuur.

2

Voorstel ontsluiting

Ontsluiting scenario 1: In dit scenario worden de bebouwde voorzieningen en parkeerplaatsen geconcentreerd aan de oostzijde en deze worden ook aan de oostzijde ontsloten. Al het autoverkeer van en naar het complex wordt afgewikkeld via een ontsluiting op de Rembrandt van Rijnsingel en de oostelijke rotonde in de Alkemadelaan.

Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Bert Henzen Senior Adviseur Mobiliteit T +31 88 811 60 35 M +31 6 55 18 23 90 bert.henzen@sweco.nl blz. 1 van 17

Ontsluiting scenario 2: Dit scenario is vergelijkbaar met scenario 1. De bebouwde voorzieningen en parkeerplaatsen worden geconcentreerd de oostzijde en ook aan de oostzijde ontsloten. Alleen het scholencomplex ligt langs de Alkemadelaan. In principe wordt al het autoverkeer van en naar het complex afgewikkeld via een ontsluiting op de Rembrandt van Rijnsingel en de oostelijke rotonde in de Alkemadelaan. Alleen de Kiss & Ride voorziening wordt rechtstreeks ontsloten vanaf de Alkemadelaan. Aandachtspunt is de ligging van de parkeervoorziening voor de medewerkers van de scholen en kinderopvang en voor de ouders die de kinderen tot in het complex brengen of halen. In de analyse van de verkeersafwikkeling is uitgegaan dat deze gebruik maken van de centrale parkeervoorziening. Ontsluiting scenario 3: In dit scenario worden de bebouwde voorzieningen en parkeerplaatsen geconcentreerd aan de westzijde en rechtstreeks ontsloten op de Alkemadelaan. Het parkeren voor de tennisbanen blijft aan de oostzijde met ontsluiting via R. van Rijnsingel.

Kanttekening: In de scenario’s 2 en 3 is sprake van een rechtstreekse ontsluiting op de Alkemadelaan van alleen een K&R-voorziening (scenario 2) of bijna het gehele complex (scenario 3). Vanwege de functie en het gebruik van de Alkemadelaan is een nieuwe aansluiting en/of toename van het gebruik van een bestaande aansluiting waarbij het verkeer vanuit beide richtingen gebruik kan maken niet gewenst. In de scenario’s 2 en 3 is sprake van zogenaamde rechtsaf-in / rechtsaf-uit aansluitingen. Dat wil zeggen dat de auto’s vanaf de oostelijke rotonde komen aanrijden en rechts de K&R of het parkeerterrein oprijden. Bij het verlaten rijden de auto’s rechtsaf de rijbaan op richting de westelijke rotonde. Om het linksafslaan onmogelijk te maken, zal op de Alkemadelaan een (smalle) geleider moeten worden aangebracht, die er voor zorgt dat het autoverkeer de beoogde route rijdt. De rijbaan zal hiervoor moeten worden verbreed. In scenario 2 wordt alleen de Kiss & Ride voorziening rechtstreeks ontsloten vanaf de Alkemadelaan. De kans is groot dat deze voorziening ook gebruikt wordt door ouders die de kinderen tot in de school brengen en halen. Met als gevolg dat deze voorziening onvoldoende capaciteit heeft en leidt tot stilstaande auto’s op de Alkemadelaan.

blz. 2 van 17

Aandachtspunt bij de rechtstreekse aansluiting op de Alkemadelaan (met rechtsaf-in en rechtsaf-uit) is de bereikbaarheid van het sportcomplex voor de hulpdiensten. De brandweerkazerne ligt aan de is de Wilgenstraat en dit betekent dat de hulpdiensten vanuit westelijke richting aanrijden. Bij de vormgeving van de ontsluiting moet dus rekening worden gehouden met hulpvoertuigen die vanuit westelijke richting linksaf het sportcomplex moeten kunnen oprijden.

3

Verkeersaanbod

Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is gebruik gemaakt van de intensiteiten in het planjaar 2030 uit het regionale verkeersmodel (bron: RVMK HR31 2030). De afbeelding geeft een uitsnede van het model met de verkeersintensiteiten in het onderzoeksgebied in het planjaar 2030 (in motorvoertuigen per etmaal).

Uit het model komt naar voren dat het verkeeraanbod op de Alkemadelaan (tussen de Sotaweg en Rembrand van Rijnsingel) groeit naar circa 10.000 mvt/etm en dat de oostelijke rotonde maatgevend is voor de analyse van de verkeersafwikkeling (het verkeersaanbod op de oostelijke rotonde is hoger dan op de westelijke rotonde). Vanwege de mogelijke verschuiving van de ontsluiting naar de oostzijde is in een eerder uitgevoerde verkenning een telling en observatie van de afwikkeling en wachtrij op de aansluiting van de Rembrandt van Rijnsingel op de rotonde Alkemadelaan uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat het verkeersaanbod tijdens de avondspits circa 340 mvt/uur is, met een verdeling van circa 150 mvt/uur uitgaand (richting rotonde) en circa 190 mvt/uur ingaand (vanaf de rotonde). Dit is hoger dan in het verkeersmodel is opgenomen. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling op de rotonde zijn de intensiteiten hierop aangepast. Tijdens de observatie is ook gekeken naar de wachtrij die op de Rembrandt van Rijnsingel ontstaat. De gemiddelde wachtrij komt uit op 1,1 voertuig met een maximum van 4 voertuigen (2x per uur). De voorzieningen in en rond het sportcomplex worden in de huidige situatie via drie toegangen ontsloten.

De gebouwde voorzieningen aan de noordzijde worden ontsloten via de Sotaweg en Lucas van Leydenlaan, de sportvelden via een directe toegang vanaf de Alkemadelaan (westzijde) en via het Sportpad dat aansluit op de Rembrandt van Rijnsingel (oostzijde). Op en nabij het sportcomplex liggen circa 400 ppl, waarvan circa 30% aan de westzijde, circa 45% aan de noordzijde en circa 25% aan de oostzijde. In de huidige situatie genereren de voorzieningen circa 1.450 tot 1.650 mvt/etm (zie bijlage 1). Als gevolg van de herstructurering en uitbreiding van het (sport-)complex zal de omvang en afwikkeling van het autoverkeer van en naar de voorzieningen veranderen. In de scenario’s 1 en 2 verschuift het zwaartepunt naar de oostzijde (via de Rembrandt van Rijnsingel) en in scenario 3 naar de westzijde (bestaand parkeerterrein). Alle voorzieningen samen (exclusief eventuele basisscholen) generen circa 3.000 tot 3.400 mvt per etmaal (zie bijlage 1). Dit houdt in dat er sprake is van een verdubbeling van het aantal ritten van en naar het complex.

blz. 3 van 17

De verkenning van de verkeerafwikkeling vindt in principe plaats voor de drukste uren op de werkdagen (de ochtend en avondspits). Op dat moment zijn niet alle voorzieningen in gebruik en de drukste uren voor de aanwezige en beoogde voorzieningen vallen niet allemaal samen met de maatgevende spitsuren voor het reguliere verkeer. Zo ligt de haal- en brengpiek voor het scholencomplex vooral in de ochtendspits en de pieken voor de sportaccommodaties in de vroege avond en/of weekenddagen. Voor de verkenning van de verkeersafwikkeling is in deze fase van de planontwikkeling uitgegaan van een ‘worst-case scenario’ met een ochtend- en avondspits van 10% van het etmaal van alle voorzieningen tezamen. Dit komt neer op circa 300 tot 340 ritten tijdens de ochtend- en avondspits.

4

Verkeersafwikkeling

Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling op de Rembrandt van Rijnsingel nabij de rotonde in de Alkemadelaan zijn globale berekeningen uitgevoerd met behulp van de ‘Meerstrooksrotondeverkenner’ (zie bijlage 2 en 3). De berekeningen geven inzicht in de maatgevende verzadigingsgraad op de rotonde en de gemiddelde wachtrij en wachttijd voor het verkeer op de Rembrandt van Rijnsingel. De verkeersafwikkeling op rotondes is voldoende als de verzadigingsgraad lager is dan 0,70 tot 0,80 (verhouding, capaciteit/intensiteit) en de maatgevende wachttijd niet langer is dan 50 sec. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de resultaten van de berekeningen.

Huidig Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3

Verzadigingsgraad (Vg) 0,47 0,61 0,63 0,76

Gemiddelde wachttijd (Tgem.w.) 5,5 sec 8,2 sec 8,6 sec 12,6 sec

Gemiddelde wachtrij (Ngem.w.) 1,9 vtg 2,5 vtg 2,7 vtg 4,2 vtg

Bestaande situatie: Uit de berekeningen blijkt dat bij handhaving van de bestaande situatie (lees: planjaar 2030, zonder veranderingen op en rond het sportcomplex), geen problemen zijn te verwachten. De maatgevende verzadigingsgraad blijft ver onder de grenswaarde en daarmee is verkeersafwikkeling op de rotonde voldoende. Ook de gemiddelde wachtrijen en wachttijden op de aansluitende takken zijn acceptabel. Scenario 1 en 2: Uit de berekeningen blijkt dat bij scenario 1 en 2 de veranderingen op het sportcomplex en de verschuiving van de ontsluiting naar de oostzijde de verkeersdruk op de oostelijke rotonde wel groter wordt, maar dat de rotonde dit goed kan werken. De maatgevende verzadigingsgraad blijft ver onder de grenswaarde en de gemiddelde wachtrijen en wachttijden op de aansluitende takken zijn acceptabel. Scenario 3: Uit de berekeningen blijkt dat bij scenario 3 de veranderingen op het sportcomplex en de verschuiving van de ontsluiting naar de westzijde de verkeersdruk op de oostelijke rotonde toch groter wordt vanwege de beperkingen in de routekeuze. Verkeer vanuit het westen moet doorrijden naar de oostelijke rotonde en daar keren en verkeer uit het oosten moet bij de westelijke rotonde keren. Ondanks deze extra verkeersbelasting kan de oostelijke rotonde het verkeersaanbod goed werken.

De maatgevende verzadigingsgraad ligt weliswaar tussen grenswaarden, maar de gemiddelde wachtrijen en wachttijden op de aansluitende takken zijn acceptabel.

blz. 4 van 17

5

Ontsluitingsstructuur

Ontsluiting op Alkemadelaan: De herstructurering en uitbreiding van de voorzieningen leidt tot een verkeersgeneratie van circa 3.000 tot 3.400 mvt per etmaal. Bij een ontsluiting via de omliggende woonstraten legt dit een onevenredige druk op de afwikkeling van het verkeer in de woonwijk. Dit rechtvaardigt een afzonderlijke ontsluiting op de Alkemadelaan. Daar staat tegenover dat de Alkemadelaan een drukke gebiedsontsluitingsweg is (circa 10.000 mvt/etm) met twee rotondes op een onderlinge afstand van circa 750 m. Een extra ontsluiting in de vorm van een T-aansluiting (op circa 200 m vanaf de westelijk rotonde) waarbij het verkeer vanuit beide richtingen gebruik kan maken is minder wenselijk. Met name het linksafslaand verkeer leidt tot extra verstoring van de verkeersafwikkeling en extra wachttijd voor het verkeer dat het complex verlaat. Daarnaast is bij deze intensiteiten een afzonderlijke opstelstrook voor linksafslaand verkeer op de Alkemadelaan noodzakelijk. Een linksafvak verbetert de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid, maar draagt niet bij aan het ondergeschikte karakter van de aansluiting (ontsluiting van een parkeerterrein van een (sport)complex). Een aansluiting waarbij het verkeer alleen rechtsaf in en rechtsaf uit kan rijden zorgt voor minder verstoring van de afwikkeling op de Alkemadelaan en past goed bij het ondergeschikte karakter van de aansluiting.

Het aantal conflictpunten wordt beperkt en dit draagt bij aan de verkeersveiligheid. Ontsluiting op Rembrandt van Rijnsingel: In de huidige situatie is tussen de rotonde en de in-/uitrit van het parkeerterrein (Sportpad) circa 25 m opstelruimte aanwezig en tussen in-uitrit en zebrapad circa 12 m. Dit betekent dat er tussen de rotonde en de huidige in-/uitrit 4 tot 5 auto’s kunnen staan. Op momenten dat er fietsers en voetgangers oversteken is slechts ruimte voor 2 auto’s. In de scenario’s 1 en 2 is de ontsluiting van het sportcomplex gericht op de Rembrandt van Rijnsingel. De geplande ontsluiting ligt op 60 tot 70 m afstand van de rotonde. De ontsluiting van het sportcomplex wordt als in/uitrit aangesloten op de Rembrandt van Rijnsingel. Het uitgaande verkeer moet wachten op verkeer op de Rembrandt van Rijnsingel. Het ingaande verkeer dat naar het sportcomplex wil, moet op de Rembrandt van Rijnsingel het tegemoetkomende verkeer voor laten gaan en dit kan leiden tot wachtende voertuigen tussen de rotonde en de inrit. De intensiteit op de Rembrandt van Rijnsingel is echter zodanig laag dat de kans dat linksafslaande voertuigen moeten wachten op tegemoetkomend verkeer gering is. En uitgaande van een afstand van 60 tot 70 m tussen rotonde en inrit is de kans dat eventueel wachtende voertuigen leiden tot terugslag tot op de rotonde klein.

De kans op een verstoring van de afwikkeling op de rotonde is dan ook niet of nauwelijks aanwezig.

blz. 5 van 17

6

Conclusies

De verkenning van de verkeersafwikkeling in de drie scenario’s leidt tot de volgende conclusies: -

De ontsluiting van het (sport)complex is in principe in alle scenario’s mogelijk. De oostelijke rotonde op de Alkemadelaan kan het verkeer goed verwerken.

-

Gezien de omvang van de verkeerstromen van en naar het nieuwe complex is een direct ontsluiting op de Alkemadelaan gerechtvaardigd. Een ontsluiting van het sportcomplex aan de westzijde (bij het huidige parkeerterrein) is dan de meest voor de hand liggende.

-

Scenario 1 met volledig ontsluiting op de Rembrandt van Rijnsingel is wel mogelijk, maar leidt tot een onevenredig verkeersaanbod op de Rembrandt van Rijnsingel als ontsluiting van dit deel van de woonwijk.

-

Scenario 2 met alleen een Kiss & Ride langs de Alkemadelaan is minder gewenst. Het splitsen van de ‘haal-en-breng’-voorziening kan leiden tot misbruik van de Kiss & Ride met als gevolg dat deze onvoldoende capaciteit heeft en leidt tot stilstaande auto’s op de Alkemadelaan.

-

Scenario 3 met een ontsluiting aan de westzijde voor alle voorzieningen (met uitzondering voor de tennisvelden) sluit goed aan bij de omvang van de verkeerstroom van en naar het complex. Deze ontsluiting is alleen mogelijk bij een beperking van het gebruik (rechtsaf-in en rechtsafuit) in combinatie met een fysieke scheiding tussen de rijstroken op de Alkemadelaan die het linksafslaan naar en vanaf het parkeerterrein onmogelijk maakt. Een fysieke scheiding tussen de rijstroken is ook noodzakelijk bij de Kiss & Ride voorziening in scenario 2.

Mede op basis van de voorgaande conclusies is scenario 2 met alleen ontsluiting van het scholencomplex rechtstreeks op de Alkemadelaan komen te vervallen. Voor verdere verkenning van de mogelijkheden zijn alleen voor scenario 1 en 3 schetsontwerpen uitgewerkt van de ontsluitingen op de bestaande structuur.

7

Schetsontwerp ontsluiting

In beide scenario’s is een fietsroute opgenomen ter ontsluiting van de bestemmingen voor fietsers (en voetgangers). Deze fietsroute (het Sportpad) sluit in het zuidwesten aan op de fiets/voetgangerstunnel onder de Alkemadelaan, in het noordwesten op de Korte Goog en Gerberastraat, in het zuidoosten op de rotonde in de Alkemadelaan en in het noordoosten op de fietsroute via de Watergang. Bij de uitwerking van de schetsen is ook rekening gehouden met inpassing en eventuele maatregelen voor deze ontsluiting. De schetsontwerpen zijn opgenomen in bijlage 4. Ontsluiting in scenario 1: In scenario 1 wordt het gehele complex ontsloten op de Rembrandt van Rijnsingel (zie § 2) met een in/uitrit op 60 tot 70 m vanaf de rotonde. Deze ontsluiting is relatief eenvoudig te realiseren. De belangrijkste toevoeging in dit scenario is de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Rembrandt van Rijnsingel tussen de rotonde en de aansluiting van de Watergang. Dit fietspad is noodzakelijk om een goede verbinding voor fietsers tussen het Sportpad en de rotonde en het Sportpad en de Watergang te bewerkstelligen. Vanwege de extra verkeersdruk van het autoverkeer van en naar het sportpark, is in dit scenario gekozen voor een vrijliggend fietspad.

blz. 6 van 17

Ontsluiting in scenario 2: In scenario 2 ligt het zwaartepunt van de ontsluiting op de Alkemadelaan. Alleen de tennisvelden worden ontsloten op de Rembrandt van Rijnsingel (zie § 2) met een in/uitrit op 60 tot 70 m vanaf de rotonde. De aansluiting op de Alkemadelaan wordt een toegang met alleen autoverkeer rechtsaf-in en rechtsaf-uit (zie § 5). Om dit te bewerkstelligen wordt een lange middengeleider aangelegd zodat linksaf-bewegingen niet mogelijk zijn. Bij de vormgeving van de middengeleider moet rekening worden gehouden met eventuele doorgang voor de hulpdiensten. In dit scenario wordt voorgesteld de Rembrandt van Rijnsingel in te richten als fietsstraat. Daarmee wordt een goede invulling gegeven aan de fietsroute tussen het Sportpad en de Watergang. De lage intensiteit op de Rembrandt van Rijnsingel maakt een fietsstraat goed inpasbaar. Opmerking: In de door IMOSS uitgewerkte voorstellen voor scenario 1 en 2 wordt aangegeven dat de bestaande fiets-/voetgangerstunnel in de Alkemadelaan moet worden verbreed. Aanpassing van deze tunnel tot een volwaardige en sociaal veilige fiets- en voetgangerstunnel is echter een ingrijpende maatregel. Om die reden is de uitwerking niet opgenomen in deze quickscan. Naast het verbreden van de tunnel zelf, dienen ook de hellingen aangepast te worden.

Uitgaande van een te overbruggen hoogteverschil van circa 1,50 tot 1,80 m (bron: AHN) zijn hellingen met een lengte van 40 m (noordzijde) tot 50 m (zuidzijde) noodzakelijk die bij voorkeur in het verlengde van het tunneldeel liggen. Een 40 m lange helling aan de noordzijde is wel mogelijk, maar geeft beperkingen aan de inrichting van het parkeerterrein (of als evenemententerrein). Een 50 m lange helling aan de zuidzijde in het verlengde van tunneldeel is niet of nauwelijks te realiseren.

8

Realisatiekosten

Voor beide scenario’s zijn globale kostenramingen opgesteld voor de realisatie van de voorgestelde maatregelen. PM

blz. 7 van 17

Bijlage 1, blad 1 Globale bepaling verkeersgeneratie herstructurering sportpark Alkemadelaan

blz. 8 van 17

Bijlage 1, blad 2 Globale bepaling verkeersgeneratie herstructurering sportpark Alkemadelaan

blz. 9 van 17

Bijlage 2 Verkeersintensiteiten spitsuren per rijrichting op oostelijke rotonde Alkemadelaan Vertaling naar kruispuntniveau (model 2030): 104 mvt/h

Vertaling naar rijrichting (2030, globaal): 48 / 11 / 56 pae/h

103 mvt/h

522 mvt/h 545 mvt/h

56 pae/h 439 pae/h 78 pae/h

52 pae/h 479 pae/h 51 pae/h

100 mvt/h

``

150 mvt/h

``

``

478 mvt/h 527 mvt/h

45 / 8 / 58 pae/h (uitgegaan van spitsuur = 10% van etmaal)

(pae = 1,1 x mvt)

Aanpassing aan telling R. van Rijnsingel:

Scenario 1: 62 / 108 / 207 pae/h

34 / 60 / 115 pae/h ``

``

``

``

125 pae/h 370 pae/h 78 pae/h

115 pae/h 415 pae/h 51 pae/h

225 pae/h 370 pae/h 78 pae/h

207 pae/h 415 pae/h 51 pae/h ``

`` 45 / 31 / 49 pae/h

45 / 17 / 49 pae/h Scenario 2:

Scenario 3:

35 / 62 / 118 pae/h

57 / 101 / 192 pae/h

218 pae/h 440 pae/h 51 pae/h

``

``

``

``

209 pae/h 395 pae/h 78 pae/h

128 pae/h 549 pae/h 78 pae/h

297 pae/h 594 pae/h 51 pae/h

``

``

45 / 29 / 49 pae/h

45 / 18 / 49 pae/h

blz. 10 van 17

Bijlage 3, blad 1 Berekeningen verkeersafwikkeling oostelijke rotonde Alkemadelaan Berekeningen rotondeverkenner planjaar 2030, autonoom, spitsuur 10%.

Samenvattend: - maatgevende verzadigingsgraad op Alkemadelaan West en Oost - ruime overcapaciteit (Vg-max = 0,45 - 0,47) - maatgevende wachtrij op Alkemadelaan (gem. wachtrij/wachttijd < 1,9 vtg / < 5,5 sec) - kleine wachtrij op R. van Rijnsingel (gem. wachtrij/wachttijd < 1,3 vtg / < 4,4 sec)

blz. 11 van 17

Bijlage 3, blad 2 Berekeningen verkeersafwikkeling oostelijke rotonde Alkemadelaan

Berekeningen rotondeverkenner planjaar 2030, scenario 1, spitsuur 10%.

Samenvattend: - maatgevende verzadigingsgraad op Alkemadelaan West en Oost - ruime overcapaciteit (Vg-max = 0,55 - 0,61) - maatgevende wachtrij op Alkemadelaan (gem. wachtrij/wachttijd < 2,5 vtg / < 8,2 sec) - kleine wachtrij op R. van Rijnsingel (gem. wachtrij/wachttijd < 1,8 vtg / < 6,4 sec)

blz. 12 van 17

Bijlage 3, blad 3 Berekeningen verkeersafwikkeling oostelijke rotonde Alkemadelaan

Berekeningen rotondeverkenner planjaar 2030, scenario 2, spitsuur 10%.

Samenvattend: - maatgevende verzadigingsgraad op Alkemadelaan West en Oost - ruime overcapaciteit (Vg-max = 0,56 - 0,63) - maatgevende wachtrij op Alkemadelaan West (gem. wachtrij/wachttijd < 2,7 vtg / < 8,6 sec) - kleine wachtrij op R. van Rijnsingel (gem. wachtrij/wachttijd < 1,8 vtg / < 6,5 sec)

blz. 13 van 17

Bijlage 3, blad 4 Berekeningen verkeersafwikkeling oostelijke rotonde Alkemadelaan

Berekeningen rotondeverkenner planjaar 2030, scenario 3, spitsuur 10%.

Samenvattend: - maatgevende verzadigingsgraad op Alkemadelaan West en Oost - minder overcapaciteit (Vg-max = 0,59 - 0,76) - verzadigingsgraad wel lager dan grenswaarde 0,80 (Vg-max = 0,76 op Alkemadelaan West) - maatgevende wachtrij op Alkemadelaan West (gem. wachtrij/wachttijd < 4,2 vtg / < 12,6 sec) - kleine wachtrij op R. van Rijnsingel (gem. wachtrij/wachttijd < 1,9 vtg / < 7,2 sec)

blz. 14 van 17

Bijlage 4, blad 1

Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Schets verkleind en niet op schaal

Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Bert Henzen Senior Adviseur Mobiliteit T +31 88 811 60 35 M +31 6 55 18 23 90 bert.henzen@sweco.nl blz. 15 van 17

blz. 16 van 17

Schets verkleind en niet op schaal

Bijlage 4, blad 2

Bijlage 4, blad 3

Schets verkleind en niet op schaal

blz. 17 van 17

Bijlage 3 Parkeerbalans

Vergunningparkeren (bestaand)

PARKEERBA LA N S A U TO’S Parkeren t.b.v. Sportschool / fysio

parkeren kiss en ride (alleen op piekmomenten)

‘lang’ parkeren

Overloopparkeerterrein

B I J L A G E : PA R K E E R B A L A N S A U T O

model 1

Wijzig de naam in het Startblad

Parkeerbalans Parkeernormen volgens Parkeernota Kaag en BraassemWeinig 2018 stedelijk - rest bebouwde kom Parkeervoorzieningen Parkeren parkeerterrein (oost) Parkeren zoen en zoef Parkeren bij fysio / sportschool Parkeren overloop/ evenemententerrein Parkeren bestaand (vergunninghouders) Getekende parkeervoorzieningen (A)

Aantal 250 48 24 91 25

Parkeerkencijfer 1 1 1 0 0

Gerealiseerd 250 48 24 0 0 322

Voorzieningen

Opp

Parkeerkencijfer min. max.

Bezoekers %

Behoefte min.

max.

waarvan Bezoekers

Parkeerbalans gecombineerd gebruik*

Voetbal (per ha. netto veld)

30.991m2

13,0

27,0

95

40

84

38,3

Hockey (per ha. netto veld)

5.918m2

13,0

27,0

95

8

16

7,3

Tennis (per ha. netto veld)

3.337m2

13,0

27,0

95

4

9

4,1

Jeu de boules (per 100 m2 bvo)

595m2

2,6

3,1

96

15

18

14,8

Tafeltennis (per 100 m2 bvo)

916m2

2,6

3,1

96

24

28

22,9

Sportschool (per 100m2 bvo)

1.270m2

4,3

5,3

87

55

67

47,5

Fysiotherapie (per behandelkamer)

9*

1,7

2,2

57

15

20

8,7

Tweesprong - Zwembad (per 100 m2 bassin)

535m2

9,7

11,7

97

52

63

50,3

Tweesprong - Sporthal (per 100 m2)

1.350m2

2,6

3,1

96

35

42

33,7

Tweesprong - Tennishal (per 100 m2)

1.640m2

0,4

0,6

94

7

10

6,2

KC Noord - Personeel (CROW)

0

122

122

0,0

KC Noord - Halen en Brengen (CROW)

100

130

130

130,4

507

609

Behoefte Voorzieningen (B.B)

Werkdag Ochtend Middag Avond aanwezigheid 25% 25% 90% Voetbal (per ha. netto veld) 10 10 36 aanwezigheid 25% 25% 90% Hockey (per ha. netto veld) 2 2 7 aanwezigheid 25% 25% 90% Tennis (per ha. netto veld) 1 1 4 aanwezigheid 50% 50% 100% Jeu de boules (per 100 m2 bvo) 8 8 15 aanwezigheid 50% 50% 100% Tafeltennis (per 100 m2 bvo) 12 12 24 aanwezigheid 50% 50% 100% Sportschool (per 100m2 bvo) 27 27 55 aanwezigheid 100% 75% 10% Fysiotherapie (per behandelkamer) 15 11 2 aanwezigheid 50% 50% 100% Tweesprong - Zwembad (per 100 m2 bassin) 26 26 52 aanwezigheid 50% 50% 100% Tweesprong - Sporthal (per 100 m2) 18 18 35 aanwezigheid 50% 50% 100% Tweesprong - Tennishal (per 100 m2) 3 3 7 aanwezigheid 100% 100% 0% KC Noord - Personeel (CROW) 122 122 0 aanwezigheid 60%* 60%* 0% KC Noord - Halen en Brengen (CROW) 78 78 0 *40% reductie ivm gespreide starttijden

Koopavond 90% 36 90% 7 90% 4 100% 15 100% 24 100% 55 10% 2 100% 52 100% 35 100% 7 0% 0 0% 0

Nacht 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0

Zaterdag Middag 100% 40 100% 8 100% 4 100% 15 100% 24 100% 55 10% 2 100% 52 100% 35 100% 7 0% 0 0% 0

Avond 25% 10 25% 2 25% 1 100% 15 100% 24 100% 55 10% 2 100% 52 100% 35 100% 7 0% 0 0% 0

Zondag Middag 100% 40 100% 8 100% 4 75% 12 75% 18 75% 41 10% 2 75% 39 75% 26 75% 5 0% 0 0% 0

Subtotaal Voorzieningen

322

318

236

236

0

241

202

194

Subtotaal Dubbelgebruik Voorzieningen

322

318

236

236

0

241

202

194

Aantal parkeerplekken minus de hoogste behoefte uit gecombineerd gebruik Verschil norm vanuit gecombineerd gebruik (A - C)

= -0

*Voor het gecombineerd gebruik is uitgegaan van de minimale norm Parkeerbehoefte leerlingen (Zoen en zoef) KC Noord Onderbouw Bovenbouw Kinderen totaal

aantal leerl. 940 410 530 150

% auto

aantal parkeerplaatsen reductie parkeerduurreductie kinderen p/auto

Kencijfer 0,5 0,3 0,7

0,5 0,25 0,25

0,75 0,85 0,75

77 34 20 130

ratio kind: auto

0,12

ratio personeel: auto

0,112

Parkeerbehoefte personeel aantal leerl. aant. med.% auto Personeel Leerkrachten Ondersteunend personeel BSO Correctie dubbeltelling Kinderdagverblijf Overhead totaal

940 940 470 150

38 19 39 -15 27 31

aantal parkeerplaatsen reductie parkeerduurreductie kinderen p/auto

Kencijfer 0,75 0,75 0,75 1,4 0,75

28 *1op25 ll / lokaal 14 * 1op 50 ll / lokaal 0,75 is gemiddeld tussen 0,5 en 1 *1op 10 ll 18 38 *1op 5,5 ll (2,5 / groep) 23 122

B I J L A G E : PA R K E E R B A L A N S

100% op zaterdag

70% op zaterdaga

bij 100% dubbelge

PARKEERBA LA N S FIET SE N

B I J L A G E : PA R K E E R B A L A N S F I E T S

Model 1

Wijzig de naam in het Startblad

Fietsparkeren Fietsparkeernormen volgens CROW 2020

Weinig stedelijk - rest bebouwde kom

Parkeervoorzieningen Fietsnietjes in gebied Fietsenstalling Kindcentrum Getekende parkeervoorzieningen (A)

Aantal 272 680

Parkeerkencijfer 2 1

Gerealiseerd 544 680 1224

Voorzieningen

Opp

Parkeerkencijfer min. max.

Bezoekers %

Behoefte gem. min.

max.

Parkeerbalans gecombineerd gebruik*

Voetbal (per ha. netto veld)

30.991m2

30,0

85,0

0

178

93

263

Hockey (per ha. netto veld)

5.918m2

30,0

85,0

0

34

18

50

Tennis (per ha. netto veld)

2.937m2

30,0

85,0

0

17

9

25

Jeu de boules (per 100 m2 bvo)

595m2

1,4

3,9

0

16

8

23

Tafeltennis (per 100 m2 bvo)

916m2

1,4

3,9

0

24

13

36

Sportschool (per 100m2 bvo)

1.270m2

1,0

3,0

0

25

13

38

Fysiotherapie (per behandelkamer)

9

0,8

0,8

0

7

7

7

Tweesprong - Zwembad (per 100 m2 bassin)

535m2

11,0

32,0

0

115

59

171

Tweesprong - Sporthal (per 100 m2)

1.350m2

1,4

3,9

0

36

19

53

Tweesprong - Tennishal (per 100 m2)

1.640m2

1,4

3,9

0

43

23

64

KC Noord - fietsenstalling Personeel (per 10 leerlingen) 1.090

0,2

0,7

0

49

22

76

KC Noord - fietsenstalling leerlingen (per 10 leerlingen) 1.090

4,3

7,2

0

627

469

785

Werkdag Ochtend 25% Voetbal (per ha. netto veld) 45 aanwezigheid 25% Hockey (per ha. netto veld) 9 aanwezigheid 25% Tennis (per ha. netto veld) 4 aanwezigheid 50% Jeu de boules (per 100 m2 bvo) 8 aanwezigheid 50% Tafeltennis (per 100 m2 bvo) 12 aanwezigheid 50% Sportschool (per 100m2 bvo) 13 aanwezigheid 100% Fysiotherapie (per behandelkamer) 7 aanwezigheid 50% Tweesprong - Zwembad (per 100 m2 bassin) 58 aanwezigheid 50% Tweesprong - Sporthal (per 100 m2) 18 aanwezigheid 50% Tweesprong - Tennishal (per 100 m2) 22 aanwezigheid 100% KC Noord - fietsenstalling Personeel (per 10 leerlingen) 49 aanwezigheid 100% KC Noord - fietsenstalling leerlingen (per 10 leerlingen) 627

Middag 25% 45 25% 9 25% 4 50% 8 50% 12 50% 13 75% 5 50% 58 50% 18 50% 22 100% 49 100% 627

Avond 90% 160 90% 31 90% 15 100% 16 100% 24 100% 25 10% 1 100% 115 100% 36 100% 43 0% 0 0% 0

Koopavond 90% 160 90% 31 90% 15 100% 16 100% 24 100% 25 10% 1 100% 115 100% 36 100% 43 0% 0 0% 0

Nacht 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0

Zaterdag Middag 100% 178 100% 34 100% 17 100% 16 100% 24 100% 25 10% 1 100% 115 100% 36 100% 43 0% 0 0% 0

Avond 25% 45 25% 9 25% 4 100% 16 100% 24 100% 25 10% 1 100% 115 100% 36 100% 43 0% 0 0% 0

Zondag Middag 100% 178 100% 34 100% 17 75% 12 75% 18 75% 19 10% 1 75% 86 75% 27 75% 33 0% 0 0% 0

Behoefte Voorzieningen (B.B)

1172

751

1592

Subtotaal Voorzieningen

870

868

467

467

0

490

318

425

Verschil gemiddelde norm vanuit voorzieningen (A - B.B)

= 52

Subtotaal Wonen + Voorzieningen

870

868

467

467

0

490

318

425

*Voor het gecombineerd gebruik is uitgegaan van de gemiddelde norm Parkeerbehoefte Zoen en Zoef (CROW) KC Noord Kinderopvang

aantal leerl. aant. lok % auto 940 150

Kencijfer

aantal parkeerplaatsen reductie parkeerduur reductie kinderen p/auto

B I J L A G E : PA R K E E R B A L A N S F I E T S

100% op zaterdagmiddig ind

70% op zaterdagavond en 1

bij 100% dubbelgebruik

Bijlage 4 Flora- en faunaonderzoek, ABO-Milieuconsult, 11 februari 2022

FLORA- EN FAUNAONDERZOEK ROELOFARENDSVEEN SPORTCOMPLEX

Opdrachtgever

:

KuiperCompagnons T.a.v. de heer R. Begheyn Postbus 13042 3004 HA Rotterdam

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Curieweg 19 2408 BZ Alphen aan den Rijn tel. +31 (0)172 449827

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL21-6084 Augustus 2021 11 februari 2022

Veldmedewerkers:

De heer R.F.M. Sluijs (Ecoloog)

Projectadviseur:

De heer D.D.C.A. Bijl

Handtekening:

Dhr. R.J. van der Helm General Business Unit Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING ............................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................... 3 1.2 Doel van het onderzoek .................................................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 3 2. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK ............................................................................ 4 2.1 Bureaustudie ................................................................................................................................... 4 2.2 Veldonderzoek ................................................................................................................................ 4 2.3 Effectenbeoordeling ........................................................................................................................ 4 3.

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED ........................................................................................... 5 3.1 Ligging plangebied.......................................................................................................................... 5 3.2 Algemene beschrijving van het plangebied .................................................................................... 7 4. WETTELIJK KADER ........................................................................................................................... 13 4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten ................................................................................ 13 4.2 Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland .................................................... 14 5. RESULTATEN EN EFFECTENBEOORDELING ................................................................................ 15 5.1 Vleermuizen .................................................................................................................................. 15 5.2 Grondgebonden zoogdieren ......................................................................................................... 16 5.3 Vaatplanten ...................................................................................................................................

18 5.4 Vogels ........................................................................................................................................... 18 5.5 Amfibieën en reptielen .................................................................................................................. 20 5.6 Vissen ........................................................................................................................................... 20 5.7 Overige beschermde soorten ....................................................................................................... 21 6. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN OVERZICHTSTABEL ............................................................... 22 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 .......................................................................... 23 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 .......................................................................... 23 6.3 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied ............... 23 7. AANBEVELINGEN .............................................................................................................................. 24 LITERATUUR EN BRONVERMELDING ................................................................................................

27 DETAILFOTO’S PLANGEBIED .............................................................................................................. 28 ANALYSERAPPORT EDNA ................................................................................................................... 34

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

2/35

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding In opdracht van KuiperCompagnons is een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd in de omgeving van het Sportpad te Roelofarendsveen. Het plangebied is gelegen tussen de Waterlelie, Goudknop en Gerberastraat (west), Alkemadelaan (zuid), Lucas van Leydenlaan (noord) en de Rembrandt van Rijnsingel (oost). Aanleiding voor het uitvoeren van dit flora- en faunaonderzoek zijn de voorgenomen plannen tot de realisatie van sloop van de huidige opstallen en nieuwbouw in het plangebied. Voor de voorgenomen plannen zie de tekeningen in de bijlage. 1.2 Doel van het onderzoek Deze quickscan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving, de Wet natuurbescherming, zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Indien overtreding niet kan worden vermeden, is in het onderhavige rapport aangegeven voor welke soorten ontheffing dient te worden aangevraagd. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt, kan op basis van de quickscan een gedegen planning daarvan worden gemaakt. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de opzet van het onderzoek besproken en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het plangebied.

In hoofdstuk 4 is de reikwijdte en de doelstelling uit de Wet natuurbescherming beschreven. In hoofdstuk 5 worden conclusies getrokken uit de resultaten van het bureauonderzoek en het veldbezoek, waarna in hoofdstuk 6 de conclusies zijn samengevat. Tot slot worden in hoofdstuk 7 aanbevelingen gedaan en wordt in de bijlage een overzicht van de geraadpleegde literatuur gepresenteerd.

Afbeelding 1: Verreweg het grootste deel van het plangebied bestaat uit sportvelden. Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

3/35

2. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK Het onderhavige flora- en faunaonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten: een bronnen- en literatuuronderzoek en een biotooptoets (veldbezoek). De biotooptoets is door een ecoloog uitgevoerd op 26 augustus in de ochtend bij bewolkt weer en circa 19 graden Celsius. Op 6 december 2021 zijn de open stootvoegen in het plangebied nauwkeurig onderzocht. 2.1 Bureaustudie Het bronnen- en literatuuronderzoek omvat een bureaustudie, waarbij kaarten zijn geraadpleegd (kenmerken van het landschap waarin het plangebied zich bevindt) en de reeds bekende verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio zijn geraadpleegd. In het bronnen- en literatuuronderzoek zijn het plangebied en het omliggende gebied in een straal van ongeveer 1,5 kilometer onderzocht. Er zijn diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied. Aan de hand van deze informatie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Een overzicht van de gebruikte literatuur is opgenomen in de literatuurlijst, die is opgenomen in de bijlage van deze briefrapportage. 2.2 Veldonderzoek Naast een bureaustudie is een biotooptoets uitgevoerd.

Dit betreft een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenen literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een biotooptoets wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. De resultaten van de biotooptoets betreffen uitsluitend waarnemingen binnen het plangebied. 2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, is beoordeeld voor welke beschermde soorten het plangebied van betekenis kan zijn. Bij deze toetsing is alleen gekeken naar de beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming. Deze soorten hebben een Nederlandse of Europese bescherming en moeten worden getoetst op voorkomen en effect.

Wanneer effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er mogelijk maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wet natuurbescherming. Algemene soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt door de meeste projecten. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen zoals weergegeven in artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Wel geldt de zorgplicht ex artikel 1.11.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

4/35

3. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 3.1 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Roelofarendsveen. Het grenst ten oosten aan de doorgaande weg. Aan de overige zijdes grenst het aan woonwijken. Het wordt van natuurgebieden gescheiden door barrières als de doorgaande weg, Braassemermeer, A4, Ringvaart en Oude Wetering. Op onderstaande kaart is te zien dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Het gebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura 2000, belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Binnen een straal van 10 kilometer liggen geen Natura 2000-gebieden.

Afbeelding 2: Ligging plangebied (rode kader) in een straal van circa 4 kilometer ten opzichte van beschermde gebieden (lichtgroen, donkergroen en roze) en omgeving. Bron: Provincie Zuid-Holland.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

5/35

Afbeelding 3: Afkadering plangebied

Afbeelding 4: Close-up en globale afkadering plangebied ten opzichte van omgeving.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

6/35

3.2 Algemene beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat voornamelijk uit kunstgrasvoetbal- en tennisvelden. Deze worden omsloten door bomensingels en bosschages. De bomen bestaan voornamelijk uit essen en esdoorns. Elke vereniging heeft een eigen clubgebouw, weergegeven in nummers op onderstaande afbeelding. Een viertal huizen aan de Piet Mondriaanlaan 13-19 behoort eveneens tot het plangebied. Door het gebied loop het Sportpad voor fietsers en wandelaars. Langs het Sportpad loopt een watergang. Andere watergangen bevinden zich rond het plangebied, alle watergangen zijn beschoeid. De oevers bestaan voornamelijk uit gazon.

Afbeelding 5: De nummers op deze afbeelding corresponderen met de nummers van de foto-impressies op de volgende pagina’s. Wit is bebouwing, grijs is verharding in de vorm van parkeerterrein en de lichtgrijze vlakken zijn sportvelden.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

7/35

Afbeelding 6: Foto-impressie 1 - Voornamelijk parkeerterrein met 2 grote treurwilgen met daarin verschillende gaten. De overige bomen zijn met name essen. De waterpartij is volledig beschoeid.

Afbeelding 7: Foto-impressie 2 - Afbeeldingen van kunstgras voetbalvelden en het Sportpad met daar langs de watergang.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

8/35

Afbeelding 8: Foto-impressie 3 - Vier woningen Piet Mondriaanlaan 13-19

Afbeelding 9: Foto-impressie 4 - Zwembad.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

9/35

Afbeelding 10: Foto-impressie 5- Clubhuis voetbalvereniging.

Afbeelding 11: Foto-impressie 6 - Clubhuis voetbalvereniging.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

10/35

Afbeelding 12: Foto-impressie 7 - Pop- en Cultuurpodium SplotsZ

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

11/35

Afbeelding 13: Foto-impressie van groene structuren en bomen in het plangebied.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

12/35

4. WETTELIJK KADER 4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten Voor soortenbescherming geldt voor deze wet dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van deze soorten. De wet maakt hiervoor een programmatische aanpak mogelijk. Binnen deze wet wordt de soortbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (art. 3.1 – 3.4). 2. De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV, V) en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5 - 3.9). 3. De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 - 3.11). Voor de zoogdier- amfibie- en reptielsoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd.

Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Verbodsbepalingen: Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Uitbreiding verbodsbepalingen en mogelijkheid tot ontheffing of vrijstelling: Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.

in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. t/m h. (niet van toepassing, zie wettekst). 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

13/35

4.2 Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland Artikel 8.1 vrijstelling ten behoeve van bestendig beheer of onderhoud en de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. 1. De verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, gelden niet bij de uitvoering van handelingen in het kader van: -a. de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; -(b,c,d niet van toepassing, zie wettekst) 2. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, gelden ten aanzien van de in bijlage 6 genoemde andere beschermde soorten: Aardmuis, Bastaardkikker, Bosmuis, Bruine kikker, Bunzing, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Egel, Gewone bosspitsmuis, Gewone pad, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Kleine watersalamander, Konijn, Meerkikker, Ree, Rosse woelmuis, Veldmuis, Vos, Wezel en Woelrat. Bovenstaande soorten zijn derhalve niet beschermd bij de voorgenomen werkzaamheden, wel geldt de zorgplicht.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

14/35

5. RESULTATEN EN EFFECTENBEOORDELING 5.1 Vleermuizen Resultaten bureauonderzoek In het plangebied staan meerdere gebouwen van verschillende hoogtes, waardoor gebouwbewonende soorten kunnen worden verwacht. Hieronder vallen volgens de verspreidingsgegevens de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis. Het plangebied moet worden onderzocht op open stootvoegen, kierende randen en daklijsten, of andere openingen die voor vleermuizen geschikt zijn. Bomen van voldoende grootte zijn in het plangebied en binnen de verstorende invloedsfeer aanwezig. Deze moeten worden onderzocht op holtes die voor vleermuizen geschikt zijn om in te verblijven, zoals ingerotte boomdelen, ingescheurde takken en loshangend schors. De boombewonende rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en meervleermuis gebruiken bomen soms het jaar rond. De gebouwbewonende soorten gewone dwergvleermuis en laatvlieger kunnen hun paarverblijf in bomen hebben. Ruige dwergvleermuizen en watervleermuizen gebruiken als winterverblijfplaats ondergrondse objecten, zoals grotten, kalksteengroeven, oude steenfabrieken, bunkers, forten, vestingwerken, ijskelders en (kasteel)kelders. Bij uitzondering wordt ruige dwergvleermuis ook in de winter ook in boomholten aangetroffen.

Resultaten veldbezoek Enkele van de gebouwen hebben trespa-platen of rabatdelen als daklijsten. Achter deze platen en delen zijn geen openingen gevonden voor vleermuizen. Zie detailfoto’s in de bijlage. De sporthal en het zwembad hebben damwandbeplating. Hierachter zijn geen openingen gevonden. Bovendien wordt damwandbeplating snel heet en koelt het snel af, waardoor de klimatologische omstandigheden voor vleermuizen ongunstig zijn. De bakstenen bebouwing van alle gebouwen in het plangebied, met uitzondering van Piet Mondriaanlaan 13-19, heeft open stootvoegen. De meeste bevinden zich op een hoogte van circa 2,7m. Alleen die bij het zwembad bevinden zich op meer dan 3m. Op 6 december 2021 zijn de spouwen van alle gebouwen in het plangebied geïnspecteerd op de geschiktheid als vleermuisverblijf. De woningen aan de Piet Mondriaanlaan 13-19 hebben geen voor vleermuizen geschikte openingen. Zie voor detailfoto’s en toelichting bij de foto’s de bijlage. In treurwilgen in het plangebied zijn geschikte openingen gevonden. De bomen en watergangen in en naast het plangebied (zwarte lijnen afbeelding 14) vormen een lijnvormig element, dat een vaste vliegroute van vleermuizen kan zijn. Vanwege de aanwezige open stukken, bomensingels en waterpartijen en de rust die er veelal ’s nachts is, kan het plangebied dienst doen als essentieel foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

15/35

Afbeelding 14: Lijnvormig elementen in en naast het plangebied.

Conclusie vleermuizen De open stootvoegen in gebouwen bieden toegang tot de spouw en bieden daarom een mogelijke verblijfplaats voor vleermuizen. Tijdens het bezoek van 6 december 2021 is vastgesteld dat de spouwen ongeschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De ODWH heeft het rapport ‘‘Onderzoek spouw Sportpad te Roelofarendsveen, ABO-Milieuconsult BV, ANL21-6084, 16 december 2021’ reeds beoordeeld en stemt in met het gegeven dat de spouwen ongeschikt zijn voor vleermuizen. (Kenmerk advies Omgevingsdienst: D2022-001660 Zaaknummer: 2021-022049). Andere mogelijke verblijfplaatsen zijn niet aanwezig in de gebouwen in het plangebied. De wilgen in het plangebied moeten worden onderzocht op de aanwezigheid van vleermuizen. Mochten de wilgen behouden blijven, dan moet worden aangetoond dat de werkzaamheden niet leiden tot verstoring van deze mogelijke verblijfplaatsen. Indien verstoring niet op voorhand kan worden voorkomen is nader onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen noodzakelijk. Als foerageergebied heeft het plangebied mogelijk een essentiële functie voor verschillende soorten vleermuizen. Nader onderzoek hiernaar moet dit uitwijzen. Lijnvormige elementen zijn aanwezig. Om vast te stellen of vaste vliegroutes van vleermuizen aanwezig zijn, is nader onderzoek noodzakelijk.

Nader onderzoek is niet noodzakelijk als alle bomen behouden blijven én tijdens werkzaamheden in het donker verlichting van de watergangen wordt gehouden. 5.2 Grondgebonden zoogdieren Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens komen waterspitsmuis en Noordse woelmuis voor. De waterspitsmuis leeft in structuurrijke oevers langs helder, niet te voedselrijk water met een goed ontwikkelde watervegetatie. De Noordse woelmuis is een bewoner van vochtige tot natte gebieden met veel dynamiek in de waterstand en beheer. Rietlanden en extensieve gebruikte hooi- en weilanden zijn optimaal.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

16/35

Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren of sporen daarvan waargenomen. Onder de bomenrij langs de Alkemadelaan ontbreekt het aan onderbegroeiing en dus aan beschutting. Het plangebied heeft verder enkele kleine bosschages die vaak aan een zijde door hekken worden omsloten. Hierdoor is er voor zoogdieren geen vluchtmogelijkheid. Vrijwel het gehele plangebied wordt omsloten door grote watergangen of drukke wegen. Na het oversteken van deze barrières zijn er woonwijken. Alleen ten noorden van het plangebied zijn geen woonwijken, maar intensieve (glas)tuinbouw. Het plangebied zou hiermee alleen aan een geïsoleerde populatie een verblijfplaats kunnen bieden, maar gezien het ontbreken van beschutting, de hoeveelheid verharding/parkeerplaatsen en verstoring overdag is dit niet aannemelijk. De watergangen zijn verbonden met andere watergangen middels duikers en sloten. De beschoeiing is vrijwel overal in takt, maar op sommige plaatsen verrot, waardoor toegang tot de oevers voor Noordse woelmuis of waterspitsmuis mogelijk is. eDNA-monsters zijn genomen op verschillende plaatsen in het plangebied om aan te tonen of Noordse woelmuis of waterspitsmuis aanwezig zijn.

Afbeelding 15: De 10 blauwe stippen geven de monsternameplaatsen aan.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

17/35

Conclusie grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten zoogdieren, of sporen hiervan, aangetroffen. Het biotoop is maar minimaal geschikt voor Noordse woelmuis en waterspitsmuis. Uit het eDNA onderzoek komt het volgende naar voren: het aangeleverde monster E2760 gaf in geen van de 8 replica’s een positief signaal voor de aanwezigheid van Noordse woelmuis en waterspitsmuis DNA. Monstercode E2760

Resultaat noordse woelmuis 0/8

Resultaat waterspitsmuis

Procedure blanco

Inhibitie controle

0/8

Ok

Ok

PCR negatieve controle Ok

PCR positieve controle Ok

Tabel 1: PCR resultaten analyse monsters. Zie voor volledige rapportage de bijlage.

Hiermee is aangetoond dat zowel Noordse woelmuis als waterspitsmuis niet in het plangebied voorkomen. Voor aanwezige algemene zoogdieren geldt de zorgplicht (zie §6.1). 5.3 Vaatplanten Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens en biotoop kan de aanwezigheid van beschermde soorten vaatplanten worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek Aan de muren zijn geen (beschermde) varens aangetroffen. Beschermde vaatplanten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Geconstateerd is dat het biotoop van gazons en gecultiveerde en onderhouden bomensingels niet geschikt is voor deze soorten. Conclusie vaatplanten Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan. 5.4 Vogels Resultaten bureauonderzoek In de verspreidingsgegevens worden over de afgelopen drie jaar meerdere vogelsoorten genoemd. Huismus, gierzwaluw en andere soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is, worden gemeld in Roelofarendsveen. Bebouwing is binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig waardoor geschikte invliegopeningen aanwezig kunnen zijn voor gierzwaluw of huismus. Nesten van roofvogels en uilen kunnen gezien de bomensingels en bosschages worden verwacht. Resultaten veldbezoek Huismussen zijn niet waargenomen in het plangebied en binnen de verstorende invloedsfeer.

Alle gebouwen in het plangebied zijn ongeschikt als verblijfplaats voor beide soorten, omdat zowel voor huismus als gierzwaluw geen invliegopeningen aanwezig zijn. De woningen aan de Piet Mondriaanlaan 13-19 hebben geen voor beide soorten geen geschikte openingen, zie detailfoto’s in de bijlage. In een esdoorn aan de Lucas van Leydenlaan en een es aan de Alkemadelaan zijn overblijvende nesten van gevonden. Gezien de grootte kan dit van een roofvogel, mogelijk buizerd, zijn. Tijdens het veldbezoek is een broedende houtduif waargenomen in het groen naast de tennisvereniging aan het Sportpad. Dit groen en al het andere groen in het plangebied kan ook dienstdoen als nestgelegenheid voor andere vogels waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. In de treurwilgen nabij de parkeerplaats aan de Alkemadelaan zijn gaten gevonden waar specht of halsbandparkiet, die terplekke aanwezig was, in kunnen.

Flora- en faunaonderzoek, ANL21-6084, Sportcomplex te Roelofarendsveen

18/35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=16c8de4e-6513-44ad-b31e-6826b5403c59