RO-BP-618.148.30-1e Herziening Buitengebied Oost-herstelbesluit_4sept2023-bijlagen bij toelichting deel 1
Tekst van het document
1.2 Ligging plangebied De planlocatie is gelegen in het lint van de Westerdijk te Leimuiden en de Heiligegeestlaan te Rijnsaterwoude dat een bebouwingsstructuur met hoofdzakelijk vrijstaande en tweeonder-een-kap-woningen en achterliggende bedrijfsbebouwing en schuren kent. De locaties maken onderdeel uit van de lintbebouwing van de Westerdijk en Heiligegeestlaan, en zijn gelegen op een steenworpafstand van het Braassemermeer. Het Braassemermeer is ten zuiden van de planlocatie gelegen. In de omgeving zijn woningen en woningen met bedrijfsbebouwing in het lint van de Westerdijk en Heiligegeestlaan aanwezig.
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
6
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Afbeelding 3, ligging plangebied ten opzichte van nabijgelegen bebouwing (bron: Google) : 6 verblijfsrecreatieve appartementen : parkeerterrein : ligplaatsenverhuur met havenkantoor en receptie Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
7
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Afbeelding 4, ligging plangebied ten opzichte van de Braassemermeer (bron: Google)
1.3 Vigerend bestemmingsplan bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ De planlocatie heeft de bestemming ‘Bedrijf’ in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ dat op 31 mei 2018 is vastgesteld, met de dubbelbestemmingen: - ‘Waarde – Archeologie 3’ - ‘Waterstaat – Waterkering’ en de functieaanduidingen: - ‘wonen uitgesloten’ - ‘specifieke vorm van bedrijf – scheepsbouw- en reparatiebedrijf’ De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een bedrijf uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - scheepsbouw- en reparatiebedrijf' is tevens een scheepsbouw- en reparatiebedrijf' milieucategorie 4.1 toegestaan.
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
8
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Een jachtwerf/scheepsreparatiebedrijf is in het vigerende bestemmingsplan gedefinieerd als: “een bedrijf, primair gericht op reparatie en onderhoudswerkzaamheden van schepen”.
Afbeelding 5, digitale verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ Een wijziging van de bestemming ‘Bedrijf’ in de bestemming ‘Recreatie’, het realiseren van zes verblijfsrecreatieve appartementen en het vergroten van een bouwaanduiding naar een bouwvlak van 25 m² is in strijd met het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’.
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
9
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
1.4 Leeswijzer Na de inleiding en planbeschrijving in hoofdstuk 1 wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het plan beschreven en worden de ontwikkelingen binnen het plangebied opgenoemd. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van het Rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 4 beschreven. Hoofdstuk 5 is de waterparagraaf waar alle voor het plangebied relevante wateraspecten worden behandeld. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en hoofdstuk 7 behandelt de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten plaats. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten plaats. In hoofdstuk 8 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 9 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
10
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Hoofdstuk 2 Gebiedsbeschrijving De planlocatie is gelegen in de gemeente Kaag en Braassem. Kaag en Braassem is een landelijke en waterrijke gemeente in het Groene Hart. Het waterrijke karakter heeft de gemeente te danken aan het natuurlijke stelsel van stromen en meren wat het water vanuit het veengebied afvoert richting de Oude Rijn. Deze natuurlijke oorsprong maakt het Braassemermeer, de Wijde Aa en de Kagerplassen landschappelijk uniek ten opzichte van de andere Utrechtse en Hollandse plassengebieden. Leimuiden is met ruim 4.000 inwoners de op één na grootste kern van de gemeente Kaag en Braassem. De ligging tussen Amsterdam en Leiden maakte van Leimuiden al vroeg een strategisch punt voor het transport van goederen over weg en water. Leimuiden kenmerkt zich door de ligging aan het water. Het dorp is omringd door water. Aan de noordzijde ligt de ringvaart van de Haarlemmermeer, aan de noordoostzijde de Westeinderplassen en aan de zuidzijde ligt de Drecht, een historische vaarverbinding tussen Amsterdam en Leiden. Leimuiden biedt daarom veel kansen op het gebied van watertoerisme. Het plangebied ligt in het lint van de Westerdijk te Leimuiden, op korte afstand van het Braassemermeer.
Afbeelding 6, ligging van het plangebied (www.opentopo.nl) Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
11
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Het Braassemermeer is bij zeilers populair, maar is tevens een belangrijke doorgaande (De Staande Mast)route richting de Westeinderplassen.
Afbeelding 7, De Staande Mastroute
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
12
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving De ruimtelijke onderbouwing ‘Westerdijk 60-61, Leimuiden' voorziet in: - het wijzigen van de bestemming ‘Bedrijf’ in de bestemming ‘Recreatie’ - het oprichten van zes (6) verblijfsrecreatieve appartementen in de bestaande twee bedrijfsgebouwen - en het vergroten van een bouwaanduiding naar een bouwvlak van ca. 25 m² (conform de reeds aanwezige bebouwing) voor een havenkantoor en receptie voor de ligplaatsen- en verblijfsrecreatieverhuur incl. opslag voor de uitgifte van sleutels, zwem- en reddingsvesten, stootwillen, waterdichte tonnetjes, koelboxen, visartikelen e.d. op het perceel achter Westerdijk 60-61 te Leimuiden en de daarbij behorende (tegenoverliggende) locatie Heiligegeestlaan 46 te Rijnsaterwoude.
Afbeelding 8, bestaande twee bedrijfspanden Westerdijk 60-61 te Leimuiden
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
13
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Initiatiefnemer wenst twee recreatieappartementen te realiseren op de verdieping van Westerdijk 60, twee recreatieappartementen op de verdieping van Westerdijk 61 en twee recreatieappartementen op de begane grond van Westerdijk nr. 60. Op de begane grond van Westerdijk 61 zal de opslag van (zeil)boten plaatsvinden en andere recreatieve (watersport)artikelen zoals kano’s, optimisten, surfplanken, wakeboards, zeilen, wetsuits, (boot)kussens e.d.
Afbeelding 9, bestaande havenkantoor, Heiligegeestlaan 46 te Rijnsaterwoude Voor het wijzigen van een deel van de 2 panden in verblijfsrecreatieve appartementen behoeven alleen inpandige wijzigingen plaats te vinden. De gevel en constructie blijven ongewijzigd. Hiervoor zal op de betreffende percelen de bestemming ’Bedrijf’ worden gewijzigd in de bestemming ‘Recreatie’. Het aantal van zes (6) recreatieve onderkomens zal door middel van een aanduiding ‘maximum aantal verblijfsrecreatieve onderkomens’ ter plaatse van de twee bedrijfsgebouwen op de verbeelding worden aangeduid.
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
14
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Er is geen sprake van een uitbreiding van bedrijfspand of bebouwd oppervlak op de locatie Westerdijk 60-61, waardoor de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse behouden blijft. Verkeer & Parkeren Er zal geen sprake zijn van parkeeroverlast voor de omgeving aangezien er voldoende parkeerplaatsen (auto en fiets) voor de gebruikers van de verblijfsrecreatieve appartementen aanwezig zijn. Parkeergelegenheid bij de planlocatie is noodzakelijk aangezien er slechts beperkt mogelijkheid is om langs de Westerdijk te parkeren. Per recreatieappartement kunnen twee auto’s geparkeerd worden, maar naar verwachting zullen de meeste recreanten per boot de locatie aandoen. Daarbij is er achter de twee bedrijfspanden op de locatie Westerdijk 60-61 reeds een parkeerterrein aanwezig, ten behoeve van de recreatieve activiteiten op de planlocatie. De bestaande objecten zijn reeds passend ontsloten, dit zal ongewijzigd blijven.
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
15
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Hoofdstuk 4 Beleid
4.1 Rijksbeleid
4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en het is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het kabinet heeft acht ambities opgesteld voor 2040. Deze ambities zijn gebaseerd op verwachte ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteitsknelpunten. 1. 2.
3. 4. 5. 6. 7. 8.
Nederland hoort bij de top tien van meest concurrerende economieën ter wereld. De stedelijke regio’s hebben een aantrekkelijk vestigingsklimaat en zijn optimaal bereikbaar. De mainports Rotterdam en Schiphol, de kennisregio (brainport) Zuidoost-Nederland en de tuinbouwclusters (greenports) zijn goed verbonden met de rest van de wereld. Het vervoer over wegen, spoor, binnenvaart, zeehavens en luchthavens is op elkaar afgestemd en met de ruimtelijke ontwikkeling eromheen. Mensen en goederen zijn dan sneller op hun bestemming. De woon- en werklocaties in steden en dorpen sluiten aan op de vraag van mensen. Mensen wonen in een gezonde leefomgeving, zowel in stedelijk als landelijk gebied. Nederland is ook blijvend beschermd tegen overstromingen en heeft voldoende zoetwater in droge perioden. Nederland behoudt cultuur en landschap die internationaal uniek zijn. Een natuurnetwerk houdt de flora- en faunasoorten in stand. De overgang naar duurzame mobiliteit is gevorderd. Dit betekent stillere, schonere, zuinigere en veiligere voertuigen. Nederland heeft een robuust internationaal energienetwerk en de overgang naar duurzame energiebronnen is vergevorderd
De bovengenoemde acht ambities zijn door het Rijk uitgewerkt in de volgende drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
16
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
● ● ●
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Op basis van deze drie criteria heeft het Rijk de 13 nationale belangen geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.
een excellent ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief achterland-verbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kader voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en fauna soorten; ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Een van de uitgangspunten van de Structuurvisie is decentralisatie. Het Rijk wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen en provincies en gemeenten letterlijk de ruimte geven om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Om dit te bereiken brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven), laat het meer over aan gemeenten en provincies (‘decentraal, tenzij…’) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken (‘je gaat er over of niet’). Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
17
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Tevens werkt het Rijk aan eenvoudigere regelgeving. Daarbij verwacht het Rijk dat medeoverheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en verdere integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Het plan ‘Westerdijk 60-61, Leimuiden’ is niet in strijd met de uitgangspunten van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwijkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) rekening houden met het Barro. De Wet ruimtelijke ordening zoals die sedert 1 juli 2008 geldt, geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels te stellen over onder andere de inhoud van bestemmingsplannen. Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwijkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) rekening houden met het Barro, waarin rijksregels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn verzameld. Het gaat dan niet alleen om procedurele regels, maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte heeft de Rijksoverheid de nationale belangen gedefinieerd waarvoor het Rijk verantwoordelijkheid draagt. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd.
Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen:
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
18
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
• • • • • • • • • • • • • • •
Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; Rijksvaarwegen; Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Ecologische hoofdstructuur; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Veiligheid rond rijksvaarwegen; Verstedelijking in het IJsselmeer; Toekomstige rivierverruiming van de Maastakken.
Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde zijn culturele of natuurlijke objecten of gebieden die vanuit mondiaal perspectief uniek zijn. Het Rijk heeft de verplichting deze waarde in stand te houden. Als erfgoed van uitzonderlijke universele waarde zijn o.a. de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam aangewezen. Het Rijk stelt in de Barro regels voor de ‘Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde’. Het rijksbelang heeft betrekking op het behoud en de versterking van de uitzonderlijke universele waarde van de erfgoederen. De in het besluit omschreven kernkwaliteiten dienen door het provinciaal bestuur te worden uitgewerkt. De uitwerking moet dusdanig zijn, dat de uitgewerkte kernkwaliteiten sturend kunnen zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen op het niveau van bestemmingsplannen. Het uitgangspunt is, dat ruimtelijke ontwikkelingen in erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde mogelijk zijn, mits de uitgewerkte kernkwaliteiten van de erfgoederen worden behouden of versterkt. Ontwikkelingen die de uitgewerkte kernkwaliteiten niet aantasten zijn dus in beginsel toegestaan.
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
19
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Afbeelding 10, Barro, kaart erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Het plan ‘Westerdijk 60-61, Leimuiden’ is niet binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam gelegen, en is derhalve in overeenstemming met het Barro.
4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) gewijzigd, en is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (hierna: Ladder) daaraan toegevoegd. Op 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking per 1 juli 2017 van toepassing is.
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
20
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
De Ladder is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo. Via de Ladder stimuleert het Rijk de herstructurering van bestaand stedelijk gebied om de ontwikkeling van nieuwe terreinen te verminderen. Dit draagt bij aan economische dynamiek, zorgvuldig gebruik van ruimte en infrastructuur en behoud van de leefbaarheid van het stedelijk en landelijk gebied. De planlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Ingevolge het tweede lid van artikel 3.1.6 van het Bro bevat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd.
Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor overige stedelijke functies wordt in de overzichtsuitspraak gesteld, dat voor andere stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro in de vorm van een terrein 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Bestaat de andere stedelijke ontwikkeling uit de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een brutovloeroppervlakte van minder dan 500 m². Door de toevoeging van 'in beginsel' bij iedere ondergrens, lijkt de Afdeling duidelijk te willen maken dat geen sprake is van ‘harde’ ondergrenzen. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat: 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
21
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Het plan betreft het wijzigen van de bestemming ‘Bedrijf’ in de bestemming ‘Recreatie’, en het realiseren van zes (6) verblijfsrecreatieve appartementen in de bestaande bedrijfsbebouwing. Gezien de beperkte ontwikkelingen ter plaatse is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Het plan dient derhalve dan ook niet te worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. Initiatiefnemer heeft behoefte aan wijziging van de bestemming ter plaatse om verblijfsrecreatieve appartementen mogelijk te maken, om de groeiende vraag naar verblijfsrecreatie te faciliteren. De bestaande locatie is passend ontsloten, onderhavig plan verandert dat niet. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt niet belemmerd door de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.1.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol Het Luchthavenindelingbesluit (Lib) is een uitwerking van hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart. Op 26 november 2002 is het Luchthavenindelingbesluit Schiphol vastgesteld, dat op 20 februari 2003 in werking is getreden, waarmee binnen een aangewezen ‘beperkingengebied’ beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven. Het besluit bevat in ieder geval regels omtrent beperking van: a. de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer; b. de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; c. de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; d. een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Het besluit tot wijziging van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in verband met wijziging van het luchthavengebied is op 1 juli 2014 in werking getreden (Staatsblad 2014, 193).
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
22
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Het besluit tot wijziging van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in verband met wijziging van het beperkingengebied en de regels met het oog op de vliegveiligheid is op 3 november 2015 bekendgemaakt en met ingang van 4 november 2015 in werking getreden. Het besluit tot wijziging van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in verband met wijziging van de regels met het oog op de externe veiligheid en de geluidbelasting alsmede wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in verband met een omissie is op 1 januari 2018 in werking getreden (Staatsblad 2017, 402). Met de wijziging van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in verband met wijziging van de regels met het oog op de externe veiligheid en de geluidsbelasting wordt beoogd om het aantal knelpunten te verminderen. Gemeenten krijgen meer eigen afwegingsruimte en daarmee eigen verantwoordelijkheid, door flexibilisering van de regels ten aanzien van binnenstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld bij herstructurering van bestaand stedelijk gebied en herbouw van in een bepaald gebied reeds aanwezige of in het verleden aanwezige gebouwen. Voorts zijn de criteria waaraan een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar van de Minister om te mogen afwijken van het LIB werd getoetst zoveel mogelijk opgenomen in de regels van het besluit zelf.
Hierdoor hebben gemeenten deze verklaring niet meer nodig om positief te kunnen besluiten over een omgevingsvergunning. De planlocatie is gelegen in het beperkingengebied van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol.
Afbeelding 11, Luchthavenindelingbesluit Schiphol, bijlage 2 beperkingengebied
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
23
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
De planlocatie valt buiten het beperkingengebied bebouwing van het Luchthavenbesluit Schiphol, gronden die op de kaart in bijlage 3 bij dit besluit met nummer 1 t/m 5 zijn aangewezen.
Afbeelding 12, Luchthavenindelingbesluit Schiphol, bijlage 3 beperking bebouwing Op de planlocatie geldt een toetshoogte van 146 m NAP. Het initiatief is hiermee niet in strijd.
Afbeelding 13, Luchthavenindelingbesluit Schiphol, bijlage 4 maatgevende kaart toetshoogtes (overzichtskaart) Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
24
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Conclusie: Onderhavig initiatief valt buiten het beperkingengebied bebouwing van het vigerende Luchthavenindelingbesluit Schiphol. Tevens is het plan niet in strijd met de hoogtebeperkingen ter plaatse. Derhalve is het plan in overeenstemming met het Luchthavenindelingbesluit Schiphol.
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
25
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
4.2. Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De Omgevingsvisie betreft een redactionele omzetting van bestaande provinciale beleidsdocumenten, zonder inhoudelijke verandering van beleid of regels. Omdat onderdelen uit het Programma Ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Transformatie In de Omgevingsvisie beschrijft de provincie de transformatie van gebieden. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied, een nieuwe gebiedsidentiteit, gebaseerd op nieuwe kwaliteiten, structuren en kenmerken. Transformatie trekt nieuwe gebruikers aan en huidige gebruikers zullen in sommige gevallen uit het gebied verdwijnen. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. In de meest verregaande vorm van transformatie is van de huidige identiteit niets meer zichtbaar. In alle gevallen is het belangrijk om aansluiting te zoeken bij structuren en patronen aan de rand van de omgeving, bijvoorbeeld een bosrand, waterloop of woonlint.
Toetsing Het bouwplan is het realiseren van zes (6) verblijfsrecreatieve appartementen in de twee bedrijfsgebouwen op het perceel Westerdijk 60-61 te Leimuiden, en het vergroten van het bouwvlak op de locatie langs het Braassemermeer naar ca. 25 m² (conform de reeds aanwezige bebouwing) ten behoeve van het havenkantoor en receptie Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Een deel van die vraag past qua kwaliteit niet daarbinnen. Daarnaast kunnen er kwantitatieve beperkingen zijn. Een randvoorwaarde bij beter benutten is namelijk dat de leefkwaliteit in de bebouwde ruimte behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt. Ook kan de kwaliteit van de groene ruimte aanleiding zijn om een kwaliteitsverbetering te realiseren door middel van het toevoegen van stedelijke functies. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
26
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD moeten eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Daarmee ligt het eindoordeel over omvangrijke verstedelijking buiten BSD bij Provinciale Staten. Op bijbehorende tabellen is een overzicht opgenomen van de namen en de oppervlaktes van de locaties. De 3 ha kaart en de bijbehorende tabellen zijn opgenomen in het Programma ruimte.
Afbeelding 14, Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerd, 20-04-2019), kaart nr. 60, Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied
Afbeelding 15, Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerd, 20-04-2019), kaart nr. 11, Bestaand stads- en dorpsgebied 2018 Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
27
Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61, Leimuiden
Toetsing: Het bouwplan is een kleinschalige ontwikkeling, kleiner dan 3 hectare, in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied binnen bestaande bebouwing en derhalve geen stedelijke ontwikkeling
4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. De volgende artikelen uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn relevant voor onderhavig bouwplan. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.
als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. 2. Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën zijn a. een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder b en c gestelde voorwaarden; b.
een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder c gestelde voorwaarden. 3. Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn:
Van der Hoorn RO Visie ROvisie@ziggo.nl
28