CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

RICHTNOTA 2025

Gemeenteraad 8 juli 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Richtnota 2025.3.483 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Richtnota 2025

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding Hier volgt een toelichting op de inhoud en het doel van deze Richtnota.

Hoofdstuk 2 Begrotingsbeeld meerjarig 2025-2028 In dit deel bieden wij een actueel financieel beeld, dat is opgebouwd langs de volgende lijnen:

Going concern

•Vertrekpunt: programmabegroting 2024 & september circulaire. •Besluiten en onontkoombare ontwikkelingen. •Tussenstand: meerjarenbeeld 2025-2028

Meicirculaire en Ombuigingen.

•Anticiperen op de meicirculaire. •Tussenstand: meerjarenbeeld vóór ombuigingen •Voorgestelde ombuigingen. •Meerjarenbeeld ná ombuigingen.

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ten behoeve van de programmabegroting 2025-2028. Hier worden de uitgangpunten benoemd die nodig zijn voor het uitwerken van de meerjarenbegroting 2025-2028.

pagina 2 van 10

1. Inleiding Introductie Het doel van deze richtnota is om de keuzes van het college, en de uitgangspunten bij de begroting, vast te stellen, zodat het college een programmabegroting 2025 kan opstellen met een sluitend meerjarenperspectief. Vanwege het huidige niet sluitende meerjarenperspectief, is deze richtnota beleidsarm qua nieuwe ambities, vooral gericht op geld/ombuigingen, maar biedt zij wél perspectief voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen en zijn de eerder vastgestelde ambities overeind gebleven. Raadsopdracht In november 2023 is de programmabegroting 2024 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze begroting en dan specifiek de meerjarenraming, kende bij wijze van uitzondering geen sluitend meerjarenperspectief als gevolg van grote onzekerheden op rijksniveau en de geplande opschalingskorting. De gemeenteraad van Kaag en Braassem gaf daarom de opdracht aan het college van B&W om meteen ná de vaststelling van de programmabegroting 2024, te werken aan een sluitend meerjarenperspectief. Vervolgproces In vervolg op deze raadsopdracht is er direct na de vaststelling van de programmabegroting 2024 een proces gestart richting de Richtnota 2025. De opdracht gaat uit van een brede ambtelijke voorbereiding gericht op het in kaart brengen van mogelijke ombuigingen die moeten leiden tot een concreet voorstel c.q. scenario met minimaal een sluitend meerjarenperspectief.

Er zijn hierbij op voorhand geen onderdelen uitgezonderd. In de uitwerking heeft dit geleid tot voorstellen die zijn gericht op bezuinigingen, keuzes in taken, of het vergroten van inkomsten, die realistisch zijn en feitelijke implementeerbaar. Bij de voorbereiding van dit voorstel is de raad geïnformeerd middels een lijst van mogelijk ombuigingen die het college heeft overwogen. Raadsleden zijn gevraagd input te geven op deze lijst, voor zover zij nog extra kansen zagen die niet waren opgenomen in de opsomming. Er zijn hierop geen reacties gekomen. Businesscases De voorstellen zijn uitgewerkt in businesscases waarbij er ten eerste alleen technisch gekeken is naar mogelijkheden van bezuiniging, keuzes in taken of het vergroten van inkomsten. Ook eerdere opgaven vanuit Focus met Ambitie en CUP zijn meegenomen in de heroverweging en ter discussie gesteld. In de businesscases is de taak kort uitgewerkt, wat de besparing behelst zowel op inhoud als op financieel oogpunt en wat de consequenties zijn. Resultaat De raadsopdracht is uitgewerkt in deze Richtnota 2025, waarbij het financiële voorstel wordt gepresenteerd. Het college biedt een scenario aan waarbij er op de sluitende meerjarenraming, nog ruimte blijft voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen.

De maatregelen zijn bewust in stand gebleven ook na de komst van de positieve informatie van de voorjaarsnota om eventuele uitdagingen in de toekomst op te kunnen vangen. De voorgestelde ombuigingen worden middels een korte uitleg verderop toegelicht. Update meicirculaire

pagina 3 van 10

Inmiddels heeft het Rijk de meicirculaire gepubliceerd en de financiële effecten voor ons meerjarenbeeld zijn bekend. Het meerjarenbeeld wordt dusdanig positiever dat ons college heeft besloten om dit effect zichtbaar te verwerken in de richtnota en het raadsvoorstel.

2. Begrotingsbeeld meerjarig 2025-2028 2.1 Introductie Going concern Het vertrekpunt voor dit meerjarenbeeld is de vastgestelde programmabegroting 2024 met toevoeging van de effecten van de septembercirculaire. Daar zijn aan toegevoegd een aantal raadsbesluiten met meerjarige consequenties, en nu bekende onontkoombare ontwikkelingen. Dit geeft een tussenstand van het meerjarenbeeld dat de actuele going concern opgave helder maakt. Meicirculaire & ombuigingen Vervolgens zijn de verwachte effecten van de meicirculaire toegevoegd. Dat kan dit jaar, omdat het Rijk in verband met de formatieonderhandelingen haar voorjaarsnota veel eerder heeft uitgebracht. In deze voorjaarsnota zijn ook de ontwikkelingen van het gemeentefonds verwerkt. Dit geeft een tussenstand van het meerjarenbeeld dat de opgave vóór ombuigingen inzichtelijk maakt. Vervolgens zijn de door het college voorgestelde ombuigingen toegevoegd die leiden tot het finale meerjarenbeeld. Dit meerjarenbeeld ná ombuigingen is positief, zodat er ruimte blijft voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen. (On)omkeerbaarheid Een deel van de voorgestelde maatregelen gaan per 2025 in. Dit zijn maatregelen die al per 2025 praktisch implementeerbaar zijn en nagenoeg geen gevolgen hebben voor de dienstverlening aan inwoners. De andere maatregelen kennen een langer implementatietraject, en starten daarom met ingang van 2026.

Dit zijn maatregelen die ook omkeerbaar kunnen zijn wanneer bijvoorbeeld zou blijken dat het Rijk gemeenten op korte termijn alsnog tegemoetkomt in de discussie “geen taken zonder knaken”.

pagina 4 van 10

2.2 Meerjarenbeeld 2025-2028 (Bedragen in duizenden euro’s. N = Nadeel, V= Voordeel) Ontwikkeling meerjarenbeeld Vertrek : programmabegroting 2024 & september circulaire Besluiten & onontkoombare ontwikkelingen Bibliotheek Woubrugge (rbs 18dec23) Regionale Investeringsagenda HR (rbs 18mrt24) Tijdelijke huisvesting onderwijs Netto indexatie (uitgaven minus inkomsten) Meerjarenbeeld going-concern Meicirculaire: Voorjaarsnota Rijk Extra in meicirculaire Meerjarenbeeld vóór ombuigingen Ombuigingen programma 1 en overhead P&O budget stagaires Werkkostenregeling (WKR) aanscherpen (fiscaal) Inkomsten inschrijving arbeidsmigranten Optimalisatie bedrijfsvoeringsbudget R&D budget ICT verminderen P-budget nav invoering directiemodel Ombuigingen programma 2 Budget WMO Taakveld Jeugd in relatie tot medebewindstaken Ombuigingen programma 3 Taakveld recreatie, toerisme en landbouw. Vaste invulling bij beheer en projecten Boeggolf jaarlijkse wegenkredieten Ombuigingen financieel-technisch Activeren ambtelijke inzet Afschrijftermijn nieuwe gebouwen van 40 naar 50 jaar Circulair bouwen & restwaarde Inkomsten toeristenbelasting Verhogen OZB (bedrag tot niveau rijksraming) Meerjarenbeeld ná ombuigingen

2025

2026

2027

2028

1.140 V

2.042 N

2.745 N

2.745 N

30 N 114 N 200 N 1.674 N 878 N

30 N 114 N 100 N 1.674 N 3.961 N

30 N 114 N

30 N

1.674 N 4.563 N

1.674 N 4.449 N

756 V 516 V 394 V

2.757 V 649 V 555 N

2.696 V 793 V 1.073 N

2.668 V 1.482 V 298 N

45 V

45 V 20 V 150 V 60 V 25 V 64 V

45 V 20 V 150 V 60 V 25 V 64 V

45 V 20 V 150 V 60 V 25 V 64 V

100 V 500 V

100 V 500 V

100 V 500 V

25 V 150 V 134 V

25 V 150 V 134 V

25 V 150 V 134 V

100 V

700 V 18 V

671 V 275 V

38 V

75 V 0N 1.512 V

113 V 0N 1.259 V

643 V 275 V 33 V 150 V 0N 2.075 V

60 V 64 V

75 V 134 V

909 V

2.3 Toelichting mutaties meerjarenbeeld Besluiten & onontkoombare ontwikkelingen. De gemeenteraad heeft eind vorige jaar besloten over structurele extra middelen voor een bibliotheekvoorziening in Woubrugge, en heeft dit jaar besloten over een tijdelijk bijdrage aan de Regionale Investeringsagenda van Holland Rijn. Dit jaar is de raad ook geïnformeerd over de noodzakelijke tijdelijke huisvesting voor de schoollocatie Kaskade. Tenslotte maken we het netto indexatie effect zichtbaar. Dat zijn de budgetten die we contractueel moeten indexeren of waar indexatie te verwachten valt, gecorrigeerd voor de indexatie die we ontvangen op onze eigen inkomsten (belastingen & leges, huren, behoudens de “gesloten systemen” van afval en riolering). Meicirculaire: Voorjaarsnota Rijk Vanwege de kabinetsformatie heeft het Rijk veel eerder dan normaal haar voorjaarsnota opgesteld en gepubliceerd. Hierin zijn ook de ontwikkelingen van het gemeentefonds verwerkt. Het Rijk heeft de publicatie van de meicirculaire echter niet vervroegd. Een pagina 5 van 10

gespecialiseerd bureau (Pauw) heeft uit de voorjaarsnota/gemeentefonds ontwikkelingen, berekent wat dit voor onze algemene uitkering betekent. Deze opgave is nu verwerkt. De Voorjaarsnota is een vooraankondiging voor het gemeentefonds. Het kan dus zijn dat de meicirculaire iets afwijkt. Meicirculaire: extra in meicirculaire Inmiddels heeft het Rijk de meicirculaire gepubliceerd en de financiële effecten voor ons meerjarenbeeld zijn bekend. Het meerjarenbeeld wordt dusdanig positiever dat ons college heeft besloten om dit effect zichtbaar te verwerken in de richtnota. Het positief effect is als separate regel opgenomen in het overzicht en ook doorgerekend in het meerjarenbeeld vóór en ná ombuigingen. Het effect loopt op van € 0,516 miljoen voordeel in 2025 tot € 1,48 miljoen voordeel in 2028. Voor circa € 0,32 miljoen wordt het voordeel veroorzaakt door het btw-compensatiefonds. Gemeenten declareren structureel minder bij het fonds en krijgen dat terug via de algemene uitkering. Dit effect zat nog niet in de Rijksvoorjaarsnota. Daarnaast zijn landelijk in de meicirculaire een aantal parameters van de algemene uitkering aangepast, zoals bijstandsontvangers en het aantal huishoudens met een laag inkomen. Het effect voor ons is een stijging van de uitkeringsfactor vertaald naar ruim € 0,3 miljoen structureel voordeel.

De ‘sprong’ in uitkering van 2027 naar 2028 wordt veroorzaakt door de toevoeging van een nieuw jaar (2028) in de meerjarenraming. Bij de septembercirculaire liep de meerjarenraming t/m 2027. Het vertrekpunt voor 2028 is in het merenjarenbeeld gelijk gehouden aan 2027. Terwijl 2028 een extra jaar volume accres bevat en hierdoor een hogere inkomst uit het gemeentefonds heeft. Op basis van de septembercirculaire gaat het ten opzichte van 2027 om een bedrag van € 0,7 miljoen. In de meicirculaire zitten ook zogenaamde taakmutaties. Dat is extra geld in de algemene uitkering bedoeld voor de uitvoering of uitbreiding van een bepaalde taak. De taakmutaties zijn in beginsel dus budgettair neutraal voor het meerjarenbeeld. Een taakmutatie kan in enkele gevallen leiden tot een plus in de begroting omdat we die taak al (impliciet) uitvoeren met de bestaande budgetten. Dat komt tot uitdrukking bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2025-2028.

Ombuigingen programma 1 en overhead P&O budget stagaires Het jaarlijkse budget voor stagevergoedingen van stagiaires is herijkt en de conclusie is dat deze besparing mogelijk is zonder dat dit ten koste gaat van onze maatschappelijk verantwoordelijkheid om stages mogelijk te maken. Werkkostenregeling (WKR) aanscherpen (fiscaal) Personele uitgaven die onder de WKR vallen (bijv. lunches, bloemetjes, e.d.) overschrijden nu ruim de fiscaal toegestane vrije ruimte. Voor uitgaven buiten de vrije ruimte geldt een belastingheffing van 80%. Door het aanscherpen van het vergoedingenbeleid wordt de overschrijding van de vrije ruimte ingeperkt. Inkomsten inschrijving arbeidsmigranten Bij wet moeten personen die langer dan 4 maanden verblijven in Nederland, geregistreerd worden in de gemeentelijke basisadministratie (GBA). In de algemene uitkering worden

pagina 6 van 10

gemeenten mede bekostigd op basis van het inwonertal (inschrijvingen in de GBA). Veel arbeidsmigranten die hier langer verblijven worden nu niet geregistreerd. Door afspraken te maken met huisvesters van arbeidsmigranten worden in andere gemeenten hier successen mee geboekt. De geraamde inkomsten zijn ná aftrek van uitvoeringskosten. Optimalisatie bedrijfsvoeringsbudget Een kritische doorlichting van een aantal bedrijfsvoeringbudgetten levert deze besparing op. Zo nemen bijvoorbeeld de jaarlijks kosten voor printen, kopiëren en porto door de steeds verdere digitalisering fors af. Maar ook het besparen op bijvoorbeeld lunches in het kader van de aanscherping van de WKR, levert hier een besparing op. R&D budget ICT verminderen Onze ICT-behoefte is continu in beweging is. Onze gemeente wil graag mee blijven bewegen en slagkracht behouden. Uit een meerjarige analyse blijkt dat het verantwoord een onsje minder kan. Voor diverse onderzoeken blijft er na deze besparing nog voldoende budget. P-budget nav invoering directiemodel De organisatieontwikkeling is inmiddels voltooid. De invoering van het directiemodel levert per saldo een structurele besparing op in de formatie en dus in geld. Ombuigingen programma 2 Budget WMO In 2023 betaalden we € 6,2 miljoen aan ondersteuning op grond van de Wmo.

Deze taakstelling van €100.000 zal primair worden gezocht in: • Versobering van het beleid (strenger aan de voordeur) • Vereenvoudigen/versmallen toezicht en het cliëntervaringsonderzoek. Taakveld Jeugd in relatie tot medebewindstaken Het Rijk kort onze ‘Jeugdgelden’ van 2024 naar 2026 met bijna € 1,3 miljoen. Dit is daarmee de wettelijke taak die in absolute zin het meest wordt gekort. De VNG doet een oproep aan gemeenten om de pijn in de medebewindstaken in de begroting inzichtelijk te maken vanuit het uitgangspunt ‘geen taken zonder knaken’. Het Rijk heeft samen met gemeenten een Hervormingsagenda opgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen om de jeugdhulp kwalitatief te verbeteren en de kosten beheersbaar te maken. Deze maatregelen moeten leiden tot een besparing van de kosten. Deze besparing is al doorgerekend in de Algemene uitkering voor het cluster jeugd. Voor 2026 is deze besparing substantieel. Wij nemen daarom, boven op de taakstelling van € 500.000 die wij onszelf al eerder hebben opgelegd, een additionele taakstelling van € 500.000 op in de meerjarenbegroting vanaf 2026. Deze additionele taakstelling moet gerealiseerd worden op basis van de maatregelen in de Hervormingsagenda.

Het gaat met name om de volgende maatregelen: • Het beperken van de reikwijdte van de Jeugdwet (landelijke maatregel) • Het realiseren van een robuust lokaal team (lokaal te nemen maatregel) • Het verbeteren van lokale domein overstijgende samenwerking (lokaal te nemen maatregel) pagina 7 van 10

• •

Meer standaardisatie van processen, productcodes en tarieven (landelijk) Professionaliseren van data en monitoring (lokaal, regionaal en landelijk)

Mochten deze maatregelen niet leiden tot de beoogde besparing van € 500.000, dan leidt de taakstelling tot het minder kunnen bieden van hulp aan jeugdigen en jongeren en/of gezinnen in onze gemeente. Wachtlijsten en wachttijden nemen dan toe, waardoor ook het aantal crisissituaties en complexe problematiek zal toenemen. Ombuigingen programma 3 Taakveld recreatie, toerisme en landbouw. De gemeente werkt samen met recreatieondernemers en de Stichting Kaag en Braassem Promotie aan de recreatieve uitstraling en sector van de gemeente. Naast ambtelijke capaciteit investeert de gemeente in de vorm van bijdragen en subsidies. Een beperkte besparing is hier mogelijk. Vaste invulling bij beheer en projecten Een aantal functies/rollen hebben we vanuit het projectmatig karakter steeds als incidenteel beschouwd en er steeds op ingehuurd. We komen echter tot de conclusie dat deze inzet een structureel karakter heeft en dat vaste invulling voor de hand ligt en verantwoord is. Het gaat daarbij om de rollen van kunstwerkbeheer, civiele toezicht en directievoering op werken. De besparing is het verschil tussen de inhuurkosten en loonkosten. Boeggolf jaarlijkse wegenkredieten De raad stelt jaarlijks een nieuw krediet van € 1,75 miljoen beschikbaar voor wegreconstructies die vaak in combinatie met rioolvervanging worden uitgevoerd.

Restantkredieten worden automatisch meegenomen naar het volgende jaar. Daarmee is nu een cumulatie van restantkredieten ontstaan die het benodigde jaarbudget voor reguliere wegreconstructies overstijgt. In dit voorstel wordt er € 3 miljoen van de totale kredieten (per 1-1- 2024 € 4,9 miljoen) afgeroomd. De kapitaallasten zijn de besparing. Dit raakt uitdrukkelijk niet de speciale projecten waar reeds kredieten of stelposten voor zijn zoals: Vriezenweg, Vriezekoop Noord, Noorderhemweg, en de extra investeringen CUP 2.0 voor verkeer, verkeersveiligheid en het IBOR. Ombuigingen financieel-technisch Activeren ambtelijke inzet Het is volgens de boekhoudregels gebruikelijk om directe personele inzet op investeringen te activeren. Op basis van een inventarisatie van de ambtelijke inzet is bepaald hoeveel loonkosten kunnen worden toegerekend aan de kredieten in de openbare ruimte en aan nog te realiseren onderwijs- en sportvoorzieningen. Dat geeft enerzijds een jaarlijkse besparing op de loonkosten, maar leidt anderzijds tot het jaarlijks accumuleren van de kapitaallasten. De besparing wordt dus elk jaar kleiner. Op hele lange termijn zijn geaccumuleerde kapitaallasten echter hoger dan de jaarlijkse besparing op loonkosten. Dan leidt dit voorstel tot een structureel nadeel.

Vanuit het verleden is het de wens geweest van het gemeentebestuur, om toekomstige kapitaallasten zoveel mogelijk te voorkomen en “naar voren te halen”. Daarom is in de financiële verordening opgenomen om plankosten waar mogelijk, juist meteen af te boeken.

pagina 8 van 10

Afschrijftermijn nieuwe gebouwen van 40 naar 50 jaar Gebouwen schrijven we nu af in 40 jaar. We kunnen onderbouwd deze termijn verlengen naar 50 jaar. We maken bij nieuwbouw steeds duurzamere keuzes, zoals herbruikbare materialen en bijna energie neutraal gebruik. Daardoor valt een langere levensduur goed te rechtvaardigen. Een langere afschrijfstermijn heeft ook nadelen. Bij een toekomstige herontwikkeling kan er eerder sprake zijn van nog niet afgeschreven boekwaarden. Die maken de herontwikkeling dan duurder. Deze besparing betreft de lagere kapitaallasten van de sportpadontwikkeling (kindcentrum, zwembad, sporthal) en de geplande kindcentra Woubrugge en Kaskade. Circulair bouwen & restwaarde Wanneer er met materialen wordt gebouwd die kunnen worden hergebruikt, staan de gemeentelijke boekhoudregels (BBV) toe dat er een restwaarde wordt gehanteerd waarover dus niet hoeft te worden afgeschreven. De voorwaarden zijn nu nog zeer conservatief waarbij ook rekening moet worden gehouden met zaken als slijtage, demontage e.d. Voor het sportpad (kindcentrum, zwembad en sporthal) passen we een conservatieve raming toe op basis van 10 bouwelementen. Dat levert nu een structurele besparing op van ruim € 41.000, Dit is reeds meegenomen in de begroting. Voor alle investeringen die de komende 4 jaar worden gerealiseerd, een conservatieve indicatieve raming gemaakt met ingang van 2028.

Inkomsten toeristenbelasting In het Raadsakkoord is de invoering van een toeristenbelasting opgenomen. De invoering staat nu gepland voor 2025. In de huidige meerjarenbegroting is deze toeristenbelasting uit voorzichtigheid budgettair neutraal verwerkt. In het raadsakkoord is namelijk de randvoorwaarde opgenomen dat de opbrengsten toeristenbelasting, weer aan recreatieve investeringen worden uitgegeven. Maar in de vastgestelde CUP 2.0 is het recreatie budget met structureel € 150.000, - verhoogt, en voorgesteld in afwachting van een nog uit te werken voorstel toeristenbelasting, dit te dekken uit de algemene middelen. In dit voorstel dekken we het extra recreatie budget bij CUP2.0 uit de toeristenbelasting, en de (tijdelijke) claim op de algemene middelen valt weer vrij. De vrijval verwerken we op basis van een ingroeiscenario. Het structurele voordeel bedraagt € 150.000, Verhogen OZB (bedrag tot niveau rijksraming) Bij het bepalen van algemene uitkering houdt het Rijk er rekening mee dat gemeenten inkomsten hebben uit de OZB. Het Rijk hanteert per gemeente een bepaalde norm aan OZB-inkomsten op basis van het WOZ-waarden areaal. Er wordt door het Rijk eerst een bruto algemene uitkering bepaald, en daarop corrigeert het Rijk voor deze genormeerde OZB-inkomsten.

Het Rijk gaat er in de decembercirculaire van uit dat wij in 2024 € 710.000, meer OZB kunnen heffen dan we feitelijk heffen. De OZB-heffing is een gemeentelijk bevoegdheid. Maar de Rijksnormering leidt ertoe dat gemeenten die minder OZB heffen dan de Rijknorm, beschikken over een kleiner totaalbudget. Toch kiest ons college er expliciet voor deze inkomstenverhoging alleen te benoemen, maar nu niet in te vullen. In het Raadsakkoord is immers afgesproken de belastingen niet te verhogen behoudens indexatie, en de gunstige ontwikkeling van de meicirculaire, maken dat ons college het nu niet opportuun vindt deze “knop” in te zetten.

pagina 9 van 10

3. Uitgangspunten ten behoeve van de programmabegroting 2025-2028 Ten behoeve van het uitwerken van de meerjarenbegroting 2025-2028 worden de volgende uitgangspunten voorgesteld: Inkomsten: prijscompensatie en kostendekkendheid • Om de “koopkracht” van de eigen inkomsten op peil te houden, worden de gemeentelijke belastingen, leges en waar contractueel mogelijk de huren en pachten jaarlijks geïndexeerd met een inflatiecorrectie. Voor de komende begroting wordt een inflatiecorrectie voorgesteld van 4,4% voor de belastingen. Dit percentage is gebaseerd op de loonvoet sector overheid voor 2025 uit de kerngegevenstabel van het CEP per februari 2024. Voor privaatrechtelijke contracten zoals verhuringen is meestal de CPI overeengekomen. • In verband met de maximale kostendekkendheid van 100% worden in de begroting de tarieven voor afval aangepast tot 100% kostendekkendheid. Bij het vaststellen van de belastingverordeningen worden de tarieven voor 2025 definitief vastgesteld. • Voor de afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing, de marktgelden, de grafrechten en de leges geldt een kostendekking (inclusief btw) van maximaal 100%. Uitgaven: prijscompensatie, rente en onontkoombare budgetbijstellingen • Voor het berekenen van de salarislasten 2025 zal een inflatiecorrectie van 4,4% worden toegepast, waarbij de salarislasten zijn geraamd op het maximum van een schaal.

Dit percentage is gebaseerd op de loonvoet sector overheid voor 2025 uit de kerngegevenstabel van het CEP per februari 2024. • De rentecomponent in de kapitaallasten, de rentetoerekening aan grondexploitaties, reserves en voorzieningen wordt bepaald door de samenstelling van de leningenportefeuille. Deze staat onder invloed van de ontwikkelingen van de rente op de kapitaalmarkt en de aflossingsmomenten. Voor de begroting 2025 en verder zal deze renteomslag worden bepaald op basis van de actuele renteverwachtingen ten tijde van de begrotingsopstelling. • De overige budgetten worden geïndexeerd op basis van de onderliggende overeenkomsten zoals de financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen voor GR-en, en andere privaatrechtelijke overeenkomsten, meestal gebaseerd op de CPI. • Indien uit de jaarrekening, of uit te verwachten ontwikkelingen volgt dat een budget structureel te laag is voor de taakuitoefening in 2025, kan een extra bijstelling plaatsvinden. Dit kan alleen in het geval dat de extra uitgaven onontkoombaar zijn. Bij substantiële aanpassingen worden deze toegelicht in de begroting. Algemene uitkering en constante prijzen. • De meerjarenbegroting is in constante prijzen. Dat wil zeggen dat voor de jaren ná 2025 het prijspeil van 2025 wordt aangehouden.

• De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt berekend aan de hand van de gegevens uit de Meicirculaire uit het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar, eveneens op basis van constante prijzen.

pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=370afc2d-0452-4420-8f52-a54fa9744cc7