CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Regionale Strategie Mobiliteit

Gemeenteraad 31 mei 2021, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland en Regionale Strategie Mobiliteit13.108 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Na het inpolderen van de Haarlemmermeer zijn er ook oost-westelijke wegverbindingen aangelegd, met name in de Haarlemmermeer zelf. De laatste decennia is er ondanks de enorme economische, maatschappelijke en technische ontwikkelingen, nauwelijks nieuwe weginfrastructuur toegevoegd in dit deel van de regio. Dit terwijl de relaties tussen de Duin- en Bollenstreek met de rest van Nederland, en daarmee ook de verplaatsingsbehoefte, enorm zijn toegenomen. De noord-zuid oriëntatie is gebleven en de oost-west oriëntatie is erbij gekomen. Concreet betekent dit dat er vooral vanuit Hillegom en Lisse behoefte bestaat aan betere verbindingen naar de Haarlemmermeer en Schiphol. Dit betreft zowel fiets-, OV- als wegverbindingen. In Katwijk bestaat de behoefte aan doorontwikkeling van hoogwaardige OV- en fietsverbindingen richting Leiden. Tegelijkertijd vormen in Katwijk de Oude Rijn en de provinciale wegen barrières voor het fietsverkeer in noord-zuidrichting. Voor Noordwijk is door de westelijke ligging een betere

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 23

bereikbaarheid van de kustplaats en het Space cluster essentieel. Een adequate oostwestverbinding en hoogwaardig openbaar vervoer zijn daarin cruciaal. Teylingen ligt gunstig ten opzichte van het hoofdwegennet (A44), maar deze is ter hoogte van Sassenheim verouderd (verouderd profiel, smalle kunstwerken die als bottleneck werken en korte op- en afritten op onderling korte afstand van elkaar). De afwikkeling van het verkeer is vaak onvoldoende, wat negatief doorwerkt in de bereikbaarheid van Teylingen. Voor Sassenheim geldt dat de regionale verkeersstromen via de N208 en N443 (Voorhout, Noordwijkerhout en Lisse) via de bebouwde kom lopen en hier zorgen voor aantasting van de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Met de verdere groei door woningbouwontwikkelingen binnen en buiten de Duin- en Bollenstreek van het verkeer zal dit verder onder druk komen staan. Voor Warmond geldt dat dat de centrale ontsluitingsweg (Herenweg) ook een functie heeft voor doorgaand verkeer van en naar Oegstgeest en Leiden. Dat leidt ook hier tot impact op de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Gebrekkige of ontbrekende schakels in de infrastructuur, met name op de oost-west verbindingen, belemmeren de ontwikkeling van nieuwe werklocaties, die nodig zijn om het aantal arbeidsplaatsen te laten meegroeien met het aantal inwoners.

Voor de meeste Greenportgerelateerde bedrijvigheid is bereikbaarheid over de weg de belangrijkste vestigingsplaatsfactor. De ontwikkelingen op de as Katwijk- Leiden spelen hier een rol in. Doorstromingsproblemen In de huidige situatie ontstaan op een aantal wegvakken en kruispunten dagelijks doorstromingsproblemen in de spitsen. Verkeersmodelberekeningen laten zien dat de verkeersafwikkeling in de komende jaren ernstig dreigt te verslechteren. Grootste knelpunten zijn op dit moment de N206 bij Katwijk (aansluitingen Molentuinweg en N441) en de kruising N207N208. In 2030 dreigt ook aan de zuidkant van Lisse en bij de aansluitingen op de Noordelijke Randweg Voorhout congestie te ontstaan. Als gevolg van de overbelaste kruispunten ontstaat op enkele plekken terugslag op het onderliggende wegennet; dat is vooral het geval rondom de kruispunten van de N206 in Katwijk in de avondspits. Op de A44 ontstaat ook op een aantal wegvakken in de regio congestie. Robuustheid wegennet Los van de problemen met de verkeersafwikkeling op een aantal aansluitingen en wegvakken is de robuustheid van het regionale wegennet als geheel ondermaats. De kwetsbaarheid van het hoofdwegennet is bijna dagelijks zichtbaar. Reistijden lopen in de spits snel op en calamiteiten op de A4 leiden doorgaans tot een compleet vaststaand regionaal netwerk.

Als gevolg van deze onbetrouwbaarheid van het regionale wegennet zoekt het verkeer sluiproutes, vaak door bebouwde gebieden. Een voorbeeld daarvan is de Brouwersstraat in Rijnsburg, die een korte verbinding tussen A44 en N206 vormt. In de Duin- en Bollenstreek kan de robuustheid van het netwerk onder andere worden verbeterd door het verbeteren van de oost-westverbindingen in het gebied. Extra capaciteit op de oost-west verbindingen kan veel verkeersdruk op het bestaande wegennetwerk binnen het gebied verminderen.

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 24

Maar ook de noord-zuid verbindingen vragen de nodige aandacht. Als gevolg van de nog steeds toenemende mobiliteitsvraag, mede onder invloed van woningbouw net buiten de randen van Holland Rijnland, en de verouderde wegenstructuur rijdt er (te) veel verkeer op wegen die daarvoor ongeschikt zijn. De inrichting van de wegen past niet bij de functie en het gebruik. De wegen zijn doorgaans ook niet ingericht om grote verkeersstromen te verwerken. Met als direct gevolg: tal van leefbaarheids- en verkeersveiligheidsproblemen. Bovendien wordt de problematiek versterkt door het relatief grote aandeel vrachtverkeer in de Duin- en Bollenstreek. Het vele vrachtverkeer zorgt voor (gevoel van) verkeersonveiligheid, barrièrewerking en omgevingshinder en andersom leidt de beperkte doorstroming tot economische schade voor de vervoerders. Tenslotte hebben de doorstromingsproblemen effect op de kwaliteit van het openbaar vervoer over de weg. Het verbindende en ontsluitende openbaar vervoer loopt in de huidige situatie vaak vertraging op door congestie op het regionale wegennet. Leefbaarheid en verkeersveiligheid Veel regionale verbindingen lopen door of net langs woonkernen. Noodgedwongen rijdt veel doorgaand verkeer over deze routes. In Hillegom, Lisse, Noordwijkerhout en De Zilk levert dit knelpunten wat betreft leefbaarheid en verkeersonveiligheid op.

Ook een aantal zeer drukke verbindingen, zoals de Van Pallandtlaan in Sassenheim en de N206 in Katwijk leveren zowel verkeersoverlast als milieuknelpunten op. Niet alleen in de kernen, ook de verbindingen tussen de verschillende gemeenten zijn qua vorm en functie niet op het daadwerkelijke gebruik afgestemd. Dat geldt voor wegen als de N442, N443, N444, delen van de N206, DeIfweg, Stationsweg (Noordwijkerhout- Lisse). De wegen hebben smalle profielen en worden gekenmerkt door veel in-, en uitritten, langsparkeren, sloten en smalle fietspaden. De Ringvaart is een grote fysieke barrière in het gebied. Er zijn zes Ringvaartbruggen waarvan drie met een regionale functie (A44, N207 en N201). De afstand tussen deze bruggen is groot, daardoor krijgen ook de bruggen zonder regionale functie; bijvoorbeeld die in Hillegom en Lisse veel verkeer te verwerken. Deze bruggen zijn door het smalle wegprofiel en het ontbreken van vrijliggende fietsvoorzieningen niet in staat de grote hoeveelheid (vracht-)verkeer dat er noodgedwongen gebruik van moet maken te verwerken. Bovendien zijn het bruggen die vanwege de Staande Mastroute vaak open moeten en daardoor regelmatig voor congestie en overlast zorgen. De fietsroutes in het gebied lopen veelal over wegen die tevens een belangrijke functie hebben als ontsluitingsroute voor (vracht) autoverkeer.

Dit maakt deze fietsroutes onaantrekkelijk en onveilig. De kernen in de Duin- en Bollenstreek liggen op (elektrische) fietsbare afstanden van elkaar. Door het netwerk van snelfietsroutes verder te ontwikkelen en aan te sluiten op regionaal openbaar vervoer kan het fietsgebruik nog flink stijgen.

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 25

3.4

Kansen

De stand van het huidige mobiliteitssysteem en de verwachte (ruimtelijke) ontwikkelingen bieden aanknopingspunten voor fiets, OV en verduurzaming. Kansen voor de fiets Veel dagelijkse verplaatsingen in onze regio voor onderwijs, werk of recreatie zijn korter van 15 km. Dit zijn afstanden die, mede door de opkomst van de elektrische fiets, voor veel mensen fietsbaar zijn. Er kan nog aanzienlijke groei van het fietsgebruik worden gerealiseerd. Voorwaarde is wel dat de fietsinfrastructuur direct, comfortabel, samenhangend en veilig is vormgegeven en dat de stallingsvoorzieningen op de eindbestemming van hoge kwaliteit zijn. Verstedelijking biedt kans voor laag autogebruik In de Regionale Omgevingsagenda wordt uitgegaan van verstedelijking op de assen Leiden – Katwijk en Leiden – Alphen aan den Rijn. De intensivering van wonen en werken in deze gebieden bieden door de relatieve nabijheid van bestemmingen kansen voor een groei van fietsen OV-gebruik. Voorwaarde daarbij is wel dat de ruimtelijke ontwikkelingen worden gekoppeld aan de vervoervoorzieningen.

Holland Rijnland kan bijdragen aan verduurzaming mobiliteit Schonere, slimmere en andere mobiliteit draagt bij aan duurzame mobiliteit.

Drie richtingen voor het realiseren van duurzame mobiliteit in Holland Rijnland: schoner, slimmer en anders.

Holland Rijnland en de individuele regiogemeenten zelf kunnen een aanzienlijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van mobiliteit. Om dit concreet te maken zijn zogeheten bouwblokken gevormd. Een bouwblok is een verandering in het mobiliteitssysteem die direct effect heeft op bijvoorbeeld de CO2- of energiebesparing. Voorbeelden van bouwblokken zijn meer en verder fietsen, minder passagierskilometers per inwoner of verschuiving van vrachtvervoer via de weg naar water. Een bouwblok met veel impact is de elektrificatie van personenvervoer. In de onderstaande afbeelding staan een aantal mogelijke bouwblokken weergegeven en het verwachte effect van deze bouwblokken als wij deze inzetten in Holland Rijnland. Dit laat zien dat er aanzienlijke mogelijkheden zijn om als regio in te zetten op verduurzaming van de mobiliteit.

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 26

De mate van effect van een bouwblok heeft te maken met welke maatregelen worden genomen. Maatregelen zijn ingrepen die het effect van een bouwblok kunnen beïnvloeden. Dit zijn in dit geval maatregelen waar gemeenten en Holland Rijnland (in)direct invloed op uit kunnen oefenen. Gemeenten voeren al verschillende maatregelen uit, zoals bijvoorbeeld het faciliteren van stadslogistiek, parkeerregulering of het beschikbaar stellen van vaste parkeerplekken voor (elektrische) deelauto’s. Deze maatregelen hebben effect op de verschillende bouwblokken. Maatregelen die zorgen voor schonere, slimmere en andere mobiliteit hebben daarnaast vaak nog andere (positieve) neveneffecten. Een voorbeeld is dat meer fietsen en minder autogebruik in de regio leidt tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Dit zorgt voor schonere mobiliteit. Daarnaast zorgt voor meer lichamelijke beweging en draagt daarmee ook bij aan de gezondheid in onze regio. Onderstaand figuur geeft inzicht in een eerste verkenning op welke wijze aan de klimaatdoelstellingen kan worden voldaan in het kader van duurzame mobiliteit.

Afbeelding : mogelijke bouwblokken voor verduurzaming mobiliteit

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 27

4

Ambitie en speerpunten

De analyse van ontwikkelingen in onze regio en het bestaande regionale mobiliteitssysteem leiden tot een gedeeld uitgangspunt wat betreft de ambitie voor de Regionale Strategie Mobiliteit. Deze ambitie is uitgewerkt in drie speerpunten waaraan Holland Rijnland wil werken. De drie speerpunten, die in de navolgende alinea’s worden toegelicht, bevatten een mix van modaliteiten en de nadrukkelijke aandacht voor ketenmobiliteit.

Het is van belang het realiseren van de speerpunten in samenhang te zien met de opgaves op het vlak van verkeersveiligheid, omgevingsbeleid, verduurzaming en economische ontwikkeling. Deze integrale benadering vormt het vertrekpunt voor de ambities en opgaven in deze regionale strategie. Zo realiseren we een toekomstbestendig mobiliteitssysteem in Holland Rijnland.

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 28

4.1

Versterken regionale ontwikkelassen rond knooppunt Leiden Centraal

Uitgaande van de (gewenste) ruimtelijke ontwikkelingen komende decennia groeit naar verwachting het aantal inwoners en arbeidsplaatsen op de ontwikkelassen Leiden – Katwijk en Leiden – Alphen aan den Rijn fors. De intensivering op deze assen maakt het mogelijk het omliggende open landschap te behouden en versterkt de positie van Holland Rijnland in de Randstad, zo is vastgelegd in de concept Regionale Omgevingsagenda 2040. De intensivering op deze assen is alleen realiseerbaar als het mobiliteitssysteem en de verstedelijking zich in samenhang ontwikkelen.

•

•

Concreet richten we ons op: • Schaalsprong regionaal HOV: de HOV-assen Leiden – Katwijk en Leiden – Alphen aan den Rijn worden doorontwikkeld, waardoor de verwachte mobiliteitsgroei wordt opgevangen met een hoog aandeel verplaatsingen per openbaar vervoer. De verdichting op deze assen biedt een uitgelezen kans voor hoogwaardig openbaar vervoer, omdat hiermee de vervoerwaarde toeneemt. Hiermee kan afhankelijk van het tempo en de locaties van de ruimtelijke ontwikkeling ook het OVsysteem meegroeien of juist al vooruitlopen op die groei. Knooppunt Leiden Centraal: Leiden Centraal vormt de schakel tussen het regionale netwerk en de (inter-)nationale verbindingen. Het is cruciaal de twee-eenheid van busstation en station Leiden Centraal, als knooppunt van de regio, zowel functioneel als qua capaciteit te versterken. Hierbij is er naast het versterken van de functie van ‘overstapmachine’ ook de opgave om het stationsgebied om te vormen naar een hoogstedelijke woon- en werkomgeving die past bij de 21e eeuw. Gerichte investeringen in fysieke infrastructuur: voor de voorziene intensivering, en dan met name de te ontwikkelen werkgelegenheidslocaties in combinatie met woningbouw (kenniseconomie en productiebedrijven/breed MKB) en gelet op een verdere economische groei van de toeristenbranche, zijn gerichte investeringen in de regionale en rijkswegenstructuur randvoorwaardelijk.

Concreet betekent dit een versteviging van de oostwestas N11 en de realisatie van een nieuwe regionale aansluiting voor de zuidelijke Duin- en Bollenstreek. Om de kwaliteit van doorfietsroutes op deze assen op een concurrerend niveau te krijgen, zijn investeringen noodzakelijk om barrières, die kruisende infrastructuur (weg, spoor, water) tot gevolg heeft, te slechten.

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 29

4.2

Realiseren toekomstbestendige, robuuste netwerken

Holland Rijnland is in de dagelijkse activiteitenpatronen onlosmakelijk verbonden met omliggende regio’s in de Randstad en dan in het bijzonder de metropoolregio’s Amsterdam en RotterdamDen Haag. Het waarborgen van de externe bereikbaarheid van onze regio is daarmee een onmisbare kernopgave voor Holland Rijnland. Dit betreft het versterken van verbindingen met de metropoolregio’s en het garanderen van de doorstroming op de hoofdverbindingen door onze regio. Concreet richten we ons op: • Doorstroming hoofdassen: de bestaande nationale hoofdassen voor weg- en spoorvervoer die onze regio doorkruisen zullen zonder aanpassingen ook in de toekomst capaciteitsknelpunten kennen. Voldoende capaciteit op deze hoofdassen is een belangrijke basisvoorwaarde voor het economisch en maatschappelijk functioneren van de regio. Voorbeelden hiervan zijn de A4, A44, N11 en het spoor • •

•

•

4.3

Rekening houdend met de transitie naar een duurzamer mobiliteitssysteem worden de netwerken waar nodig versterkt. Oost-westverbindingen Duin- en Bollenstreek: de relatie tussen de Duin- en Bollenstreek en de Metropoolregio Amsterdam wordt versterkt door investeringen in weginfrastructuur en aansluiting van de Duin- en Bollenstreek op het HOV-netwerk van Haarlemmermeer. Noord-zuidverbindingen via Rijn- en Veenstreek: de hoofdassen voor weg en spoor tussen de metropoolregio’s Amsterdam en Rotterdam-Den Haag, die via Leiden lopen, staan onder druk en maken het netwerk kwetsbaar. Versterken/toevoegen van een aanvullende verbinding (weg en openbaar vervoer) tussen Rotterdam en Schiphol, via de Rijn- en Veenstreek naar Schiphol (N207) en Uithoorn (N231), vergroot voor de middellange termijn de robuustheid van het netwerk en maakt ruimte voor de doorontwikkeling van Alphen aan den Rijn tot regionaal knooppunt. Noord-zuidverbindingen via Rijn- en Veenstreek: de hoofdassen voor weg en spoor tussen de metropoolregio’s Amsterdam en Rotterdam-Den Haag, die via Leiden lopen, staan onder druk en maken het netwerk kwetsbaar.

Versterken/toevoegen van een aanvullende verbinding (weg en openbaar vervoer) tussen Rotterdam en Schiphol, via de Rijn- en Veenstreek naar Schiphol (N207) en Uithoorn (N231), vergroot voor de middellange termijn de robuustheid van het netwerk en maakt ruimte voor de doorontwikkeling van Alphen aan den Rijn tot regionaal knooppunt.

Benutten van kansen voor duurzame (keten)mobiliteit

Het waarborgen van robuuste netwerken en het realiseren van hoogwaardige openbaarvervoerverbindingen vormen belangrijke voorwaarden voor een bereikbare, leefbare en verkeersveilige regio. Holland Rijnland zet daarnaast in op ketenverplaatsingen om de volledige potentie voor het verduurzamen van het mobiliteitssysteem te kunnen benutten. Deze activiteiten

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 30

kunnen een bijdrage leveren aan het schoner, slimmer en anders inrichten van het mobiliteitssysteem van Holland Rijnland. Deze maatregelen dragen daarnaast bij aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en het energieverbruik door mobiliteit. Dit sluit aan bij de doelstellingen die hierover zijn opgenomen in de RES 1.0. Concreet richten we ons op: • Doorfietsnetwerk: het regionale doorfietsnetwerk vormt een onmisbare schakel in ketenverplaatsingen. Veel ketenreizen beginnen per fiets. De kwaliteit en compleetheid van het samenhangende regionale doorfietsnetwerk wordt verder ontwikkeld. • Mobiliteitshubs: het Toekomstbeeld OV 2040 laat zien dat op regionaal schaalniveau de tendens bestaat naar een beperkt aantal hoogwaardige OV-verbindingen en dat het fijnmazige OV wordt ontwikkeld in hoogstedelijke omgevingen waar hoge vervoerwaarde aanwezig is. Meer dan voorheen is het essentieel dat verschillende modaliteiten worden verknoopt. Er wordt een stelsel van regionale mobiliteitshubs ontwikkeld die hierin voorzien; deze overstappunten kunnen aan de stadsranden liggen of op logische locaties in het landelijk gebied. Dit biedt ook inwoners van kleinere kernen de mogelijkheid om met eigen vervoer het eerste deel van de reis af te leggen, waarna soepel wordt overgestapt op het HOV of ander collectief- of deelvervoer.

De mobiliteitshubs kunnen binnen Holland Rijnland (Keukenhof, stranddagen) op sommige locaties ook een belangrijke rol spelen voor het toeristische en recreatieve verkeer. • Ruimte bieden voor slimme mobiliteitsconcepten/SMART-mobility: nieuwe (deel)concepten vergroten de overgang naar schone, slimme en andere mobiliteit. De regiogemeenten bieden ruimte aan marktpartijen voor experimenten die de bereikbaarheid vergroten en een bijdrage leveren aan een duurzaam mobiliteitssysteem. Hierbij is het bijvoorbeeld ook zaak dat weten regelgeving geen hindernissen zijn om nieuwe en vooral duurzame concepten een goede voedingsbodem te geven.

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 31

5

Op weg naar toekomstbestendige mobiliteit

In de voorgaande hoofdstukken zijn de ontwikkelingen, opgaven en uitdagingen beschreven en vervat in de speerpunten van de regionale strategie mobiliteit. Het is nu van belang de speerpunten om te zetten in een slagvaardige realisatiestrategie. We kunnen de ambities als regio en als individuele gemeenten niet realiseren zonder de hulp van partners en externe middelen; in dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de beoogde sleutelprojecten, programmering en een aanzet voor de beoogde organisatie van de uitvoering van de RSM. Mobiliteit in Nederland moet de komende jaren flink gaan veranderen in het kader van het Klimaatakkoord. Het moet schoner, slimmer en anders, blijkt uit de plannen van de Sectortafel Mobiliteit. En dat kan onder meer worden bereikt door in te zetten op elektrisch personenvervoer, duurzame brandstoffen en meer gebruik van fiets en openbaar vervoer.

5.1

Programmering

Voor de verdere vulling van de agenda zullen projecten voor een belangrijk deel door de 13 gemeenten in Holland Rijnland geformuleerd moeten worden. Na vaststelling van de Regionale strategie wordt door de regio en daarnaast aan de individuele gemeenten gevraagd projecten aan te dragen die een bijdrage leveren aan de realisatie van de speerpunten. Deze projecten worden beoordeeld middels een toetsingskader (zie onder). Na beoordeling worden ze opgenomen in de regionale mobiliteitsagenda. Veel van de projecten bevinden zich nog in de initiatieffase. Voor alle projecten zal een verdere uitwerking nodig zijn rond partners die betrokken worden, organisatie van de uitwerking en de middelen die ervoor nodig zijn bij deze fase. Leefbaarheid, duurzaamheid en veiligheid zijn onlosmakelijk verbonden met mobiliteit maar hebben ook ieder hun eigen dynamiek. Voor alle drie geldt dat zij onderdeel zullen zijn binnen de projecten die zullen worden beoordeeld. Toetsingskader Voor de effectieve vertaalslag van deze projecten naar een mobiliteitsagenda wordt onderstaand toetsingskader gebruikt waarmee prioritering en planning mogelijk is: •

•

De mate waarin een project bijdraagt aan een verbetering van leefbaarheid, sociale inclusiviteit en/of verkeersveiligheid. Deze aspecten vormen een essentiële rode draad in de afweging en prioritering van projecten. De mate waarin een project bijdraagt aan de ambities van de Regionale Omgevingsagenda en/ of het realiseren van de speerpunten, zoals beschreven in hoofdstuk 4.

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 32

•

5.2

De mate waarin een project bijdraagt aan schonere, slimmere of andere mobiliteit, conform de Regionale Energiestrategie. Transitie naar schonere, slimmere en andere mobiliteit door minder CO2 uitstoot en minder energieverbruik door mobiliteit. Het gaat daarbij onder meer om duurzame en vernieuwende mobiliteitsconcepten, op zowel weg, water als spoor en van woonstraat tot aan de hoofdinfrastructuur. Vanuit de Regionale Energie Strategie 1.0 zijn bouwblokken en maatregelen geïdentificeerd die hier een bijdrage aan kunnen leveren.

Sleutelprojecten en lopende initiatieven

De in het vorige hoofdstuk beschreven speerpunten bieden aanknopingspunten voor een uitwerking tot een agenda, waarmee de regio gezamenlijk en de individuele gemeenten concrete projecten kunnen realiseren. Sleutelprojecten De regio staat voor een aantal majeure opgaven. De keuzes in de Regionale Omgevingsagenda, de opgaven in de Regionale Energiestrategie en de speerpunten van deze Regionale Strategie Mobiliteit geven aanleiding tot het formuleren van sleutelprojecten, die cruciaal zijn in het verwezenlijken van de ambities. Dit betreft in ieder geval: • Knooppunt Leiden Centraal als door te ontwikkelen OV-knoop om zo bij te dragen aan de doelstellingen die voor de Oude Lijn zijn gesteld, maar ook in relatie tot de doorgroei en benutting van het spoor richting Alphen aan den Rijn en Utrecht. Als ook het toekomstbestendiger maken van de OV-verbinding tussen Katwijk en Leiden. • Verkenning uitrol regionale mobiliteitshubs langs het spoor en op logische auto/OV-locaties in de regio. De haalbaarheid van mobiliteitshubs met een regionale branding wordt onderzocht en een marktconsultatie naar de realisatie van (mobiliteits-)diensten op deze hubs. • Doorontwikkeling van de N11, inclusief het ongelijkvloers maken van alle kruisingen. • Verwezenlijken van het regionale doorfietsnetwerk, aansluitend op de regio's grenzend aan Holland Rijnland.

• Verbetering van de noord-zuidverbindingen, van HOV en weg, bij doorgroei van Alphen aan den Rijn als knoop en centrumgemeente in het oostelijk deel van Holland Rijnland. Dit betreft voornamelijk de N207 en de N231 en op lange termijn de HOV-verbinding tussen Zoetermeer en de Metropoolregio Amsterdam. • Verkenning doorontwikkeling HOV Leiden-Katwijk-Noordwijk. De ruimtelijke ontwikkelingen op de as Leiden-Katwijk vragen nieuwe investeringen in het mobiliteitssysteem. Het HOVsysteem kan met een schaalsprong een centrale drager voor de ruimtelijke ontwikkeling vormen. Dit project betreft verkenning naar de noodzakelijk ingrepen in het mobiliteitssysteem, waarbij tracering van weginfrastructuur fietsroutes en openbaar vervoer integraal worden beschouwd. Een nieuwe regionale aansluiting voor de zuidelijke Duin- en Bollenstreek en een doorfietsroute Leiden – Rijnsburg – Noordwijk maken onderdeel uit van deze verkenning.

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 33

Lopende projecten/initiatieven Voor de volledigheid worden hierbij de belangrijkste majeure initiatieven, dan wel onder handen zijnde projecten, opgesomd welke een direct relatie hebben met de Regionale Strategie Mobiliteit. De Rijksoverheid werkt samen met andere overheden aan het veilig, bereikbaar en leefbaar houden van Nederland. Dit doen zij door te investeren in betere wegen, het spoor en waterwegen. Alle investeringen hiervoor staan in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Een aantal voorbeelden voor Holland Rijnland zijn: Bodegravenboog, spoor Leiden Utrecht en de verbreding A4. Vanuit de afspraken in BO MIRT / BO Leefomgeving zijn er ook recent nadere afspraken gemaakt over onderzoeken naar de haalbaarheid van station Hazerswoude-Rijndijk en een ongelijkvloerse kruising Zoeterwoude nabij Heineken. •

•

• •

•

•

Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Duin- en Bollenstreek: De provincie Zuid-Holland heeft samen met Holland Rijnland en de gemeenten Hillegom en Lisse een plan van aanpak opgesteld voor de realisatie van mobiliteitsmaatregelen in de noordelijke Duin- en Bollenstreek. Op het moment van schrijven (maart 2021) zijn de onderzoeken gestart; naar verwachting worden de eerste ambtelijke resultaten in de tweede helft van 2021 opgeleverd. De maatregelen richten zich op het realiseren van oost-westverbindingen met de Haarlemmermeer. In de omgeving van Hillegom wordt gezocht naar een verbinding over de Ringvaart en maatregelen die het doorgaande (vracht)verkeer door de kern van Hillegom verminderen. Verbreding van de A4 tussen N14 bij Leidschendam en knooppunt Burgerveen (richting Schiphol) en wat dat voor effecten en kansen biedt voor het gebied tussen Leiden en Zoeterwoude, en tussen Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn. Meekoppelkansen bieden goede mogelijkheden om zowel binnen als buiten het domein mobiliteit stappen te zetten. Realisatie HOV-trajecten conform de R-netformule: HOV (Noordwijk-)Katwijk-Leiden, LeidenZoetermeer en Noordwijk-Schiphol. Traject Beter bereikbaar Gouwe in het zuidoostelijk deel van de regio, een integraal proces ter verbetering van de leefbaarheid en bereikbaarheid van de kernen rondom de Gouwe en de Greenport regio Boskoop.

Het rapport N206-N209 past bij dit project en maakt tegelijkertijd onderdeel uit van de verbetering van de noord-zuidverbinding tussen Zoetermeer en de Metropoolregio Amsterdam. Evaluatie N207 corridor Alphen-Leimuiden, waarin het verbeteren en doorontwikkelen van de N207, inclusief HOV en het aanwijzen van transferium Alphen Noord/op- en overstappunten, centraal staat. Rijnlandroute; deze wordt op dit moment gerealiseerd.

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 34

5.3

Agenderen van regionale mobiliteit

In de voorgaande paragraaf is geformuleerd wat de activiteiten zijn, die onderdeel uit gaan maken van de mobiliteitsagenda. In deze paragraaf wordt beschreven hoe Holland Rijnland dit wil realiseren. Aanvullend onderzoek en uitwerking nodig Om de sleutelprojecten voldoende beargumenteerd te kunnen agenderen, te consolideren en hier middelen en draagvlak bij bedrijfsleven en andere overheden voor te vinden, is (aanvullend) onderzoek nodig. Deze onderzoeken staan onder regie van Holland Rijnland en kunnen eventueel parallel aan elkaar worden uitgevoerd. 1. Onderzoek naar de vervoerwaarde en een bijpassend (H)OV-systeem (groeimodel naar lightrail) in relatie tot de ruimtelijke vulling van Holland Rijnland in 2040 conform ROA. Hieruit de 3 meest urgente corridors/routes verder uitwerken met de bijbehorende partners. Daarin onder andere mee te nemen: a. In hoeverre het aanwijzen en gebruiken van mobiliteitshubs/transferia bijdragen aan het bereiken van de ruimtelijke en duurzaamheidsambities; b. Op welke wijze (H)OV of collectief (vraagafhankelijk)vervoer bijdraagt aan het verbeteren van de bereikbaarheid van kleinere kernen, recreatieve hotspots en het vergroten van de sociale inclusiviteit. 2.

Onderzoek naar de benutting van het autonetwerk, gelet op de veranderende modal split, in 2040 en hieruit de 3 belangrijkste knelpunten verder uit te werken naar oplossingsrichtingen, samen met de bijbehorende partners. 3. Onderzoek naar de succesfactoren en belemmeringen voor het versneld uitvoeren van het doorfietsnetwerk en de mogelijkheden voor het verkrijgen van externe financiering vanuit provinciale subsidiebronnen en de Nationale Toekomstagenda Fiets. 4. Onderzoek op welke wijze Holland Rijnland de ruimtelijke en economische belangen en ambities van lokale overheden en bedrijfsleven kan verknopen en kan gebruiken voor het smeden van allianties met regionale, nationale en internationale partijen om zodoende urgentie, draagvlak en middelen te verkrijgen voor het uitvoeren van de sleutelprojecten binnen de regio. 5. Verdere uitwerking van de in de RES geïdentificeerde bouwblokken en de beoogde maatregelen gericht op de verdere verduurzaming van mobiliteit in Holland Rijnland. Op basis daarvan kan worden besloten op welke specifieke maatregelen door de regio en de gemeenten (extra) wordt ingezet.

Organisatie en middelen De inzet van Holland Rijnland is om te komen tot een integraal uitvoeringsprogramma voor het ruimtelijk domein. De kansen en knelpunten van mobiliteit worden in dat uitvoeringsprogramma in samenhang met andere thema’s (wonen, economie, etc) nader uitgewerkt. Binnen het thema mobiliteit geeft de RSM de richting aan de mobiliteitsagenda. Deze

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 35

programmatische aanpak betekent dat het totaal aan vervolgopdrachten een gezamenlijk proces wordt met daaraan verbonden financiële middelen.

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 36

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lisse, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude. Pagina 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=2f34bc9a-83ed-460c-b367-b4f0ba02c083