Regionale Agenda Kaag en Braassem 2023 - 2026 (aangepaste versie)
Tekst van het document
Regionale Agenda Kaag en Braassem 2023 - 2026 December 2023, aangepaste versie
Pagina 1 van 34
Aanleiding De aanleiding voor deze actualisatie is het Raadsakkoord 2022 – 2026 ‘Samen bouwen aan de toekomst van onze dorpen' waarin de gemeenteraad in het hoofdstuk Regionale Samenwerking de doelstellingen voor de regio heeft bepaald. Kaag en Braassem zoekt regionale samenwerking als dit voordeel oplevert bij vraagstukken die complex of kostbaar zijn. Het organiseren van regionale lobbykracht vraagt om het inhoudelijk focus aanbrengen in wat we regionaal willen bereiken. In Kaag en Braassem stellen we hiervoor de Regionale Agenda Kaag en Braassem vast. Deze wordt sinds 2017 in Kaag en Braassem opgesteld en in het College uitvoeringsprogramma (CUP) van Kaag en Braassem is door het college bekrachtigd dat we de Regionale Agenda actualiseren. Werkwijze Op de Context en kaders-avond van 20 maart 2023 zijn met de gemeenteraad van Kaag en Braassem de diverse acties doorgenomen om regionale samenwerking te bevorderen. Zo actualiseren we de Regionale Agenda van Kaag en Braassem langs de inhoudelijke hoofdstukken van onze Omgevingsvisie. Daarnaast bekijken we in de herziening van onze P&C cyclus wanneer we rapporteren over de voortgang van de in deze agenda belegde speer punten. Onze verbonden partijen en regionale netwerken zijn pluriform en daarom kunnen we niet voldoen aan het leveren van uniforme verslaglegging over al onze verbonden partijen.
Ten slotte blijven we de agenda elke bestuursperiode herijken. Leeswijzer Kaag en Braassem heeft de ambitie om het sociale en fysieke domein te verbinden in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is hét richtinggevende beleidsdocument voor de gemeente. De inleidende alinea’s onder de doelstellingen zijn dan ook overgenomen van onze Omgevingsvisie 2024. Onder de teksten staan per doelstelling in bullet points speerpunten geformuleerd. Dit stuk is niet bedoeld als compleet overzicht van opgaven die in de regio plaatsvinden, maar een aanzet tot een inhoudelijke prioritering. Zo zijn sommige doelen die wel in de Omgevingsvisie staan opgenomen niet in dit document opgenomen wanneer er geen concrete regionale actie voor het komende jaar geformuleerd kon worden. Deze agenda is dus bedoeld om inhoudelijke focus en prioritering aan te brengen in wat we regionaal willen bereiken. Doel Het doel van de Regionale Agenda is om op basis van de thema’s die voor Kaag en Braassem belangrijk zijn aandacht te vragen in de regio. Dit doen we niet alleen in gremia zoals gemeenschappelijke regelingen, maar ook in contact met andere overheden. We willen een agenda opstellen voor de organisatie, college en de raad waarin de prioriteiten van Kaag en Braassem in bovenlokale vraagstukken liggen besloten.
Regionale samenwerking kun je bekijken vanuit de driehoek ‘’inhoud – relatie – proces.’’ Deze agenda gaat voornamelijk over inhoud. Want met een goede inhoudelijke prioritering, kunnen we ons beter richten op processen en relaties in regionaal verband.
Pagina 2 van 34
2. Inhoudsopgave
De grootste regionale opgaven van Kaag en Braassem concentreren zich rond: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Wonen in Kaag en Braassem Mobiliteit in Kaag en Braassem Natuur, water en lucht in Kaag en Braassem Gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem Energie & Grondstoffen in Kaag en Braassem Sociaal Kaag en Braassem Veilig Kaag en Braassem Bijlage: Analyse Verbonden partijen Kaag en Braassem
Pagina 3 van 34
1. Wonen in Kaag en Braassem Een dak boven je hoofd hebben is één van de basisbehoeften van de mens. Kaag en Braassem is een mooie woongemeente en dat willen we ook blijven. Een gemeente met aantrekkelijke kernen in het Groene Hart, die zich onderscheidt van andere gemeenten door haar unieke ligging en woonmilieus. Maar de druk op de woningmarkt is groot. Er is een grote wachtlijst voor de sociale huursector, er is behoefte aan meer huur- en koopwoningen in het (betaalbare) middensegment en we hebben te maken met specifieke huisvestingsvraagstukken voor doelgroepen. We zetten daarom in op het sneller realiseren van woningen, met de focus op het sociale en betaalbare segment. We vinden dat alle doelgroepen evenredig aan de behoefte aan bod moeten komen op de woningmarkt. Er is dan ook aandacht voor (het realiseren van) een grote mate aan diversiteit in woningtypes om betaalbaar en geschikt wonen mogelijk te kunnen maken voor iedereen. Daarbij is de leefbaarheid van de kernen is van groot belang. Een voldoende aanbod van woningen die zoveel als mogelijk aansluit bij de specifieke behoefte van die kern draagt bij aan het behoud van de voorzieningen en de vitaliteit van het verengingsleven. Daarom zetten we in op woningbouwontwikkelingen in elke kern van de gemeente. Bij elke ontwikkeling wel rekening houdend met de ruimtelijke kwaliteit, met de focus op ‘passend in de omgeving’.
Plannen die aan deze criteria voldoen kunnen dan ook op de volle steun rekenen van de gemeente, ook als deze op gespannen voet staan met het contourenbeleid van de provincie Zuid-Holland. Woningbouwplannen richten op de behoefte De laatste provinciale prognose laat een woningbehoefte zien van 30.500 (9.500-11.000 woningen subregionaal) extra huishoudens te huisvesten in de regio Holland Rijnland tot 2030. Door het groeiend aantal huishoudens en de gestegen huizenprijzen versterkt door de inflatie en stijgende rentestanden zal de druk op de woningmarkt alleen maar verder toenemen. Zeker in het betaalbare segment. Daarom moeten we nu stevig inzetten op het realiseren van betaalbare woningen. Vooral het aandeel kleine huishoudens (1 of 2 personen) en specifiek het aandeel alleenstaanden groeit de komende jaren snel. Er is een mismatch tussen de vraag naar kleine sociale huurwoningen en de bestaande voorraad van de corporaties. Deze bestaat grotendeels uit ééngezinswoningen. Dit vraagt om doorpakken op de volgende thema’s: - Versnellen woningbouw Betaalbaar wonen - Mensen tussen wal en schip - Langer en (weer) zelfstandig wonen Speerpunten: •
• • • • •
Zoals gesteld in het raadsakkoord bestaat onze hoofdambitie op dit thema uit het meer en sneller realiseren van woningen ten opzichte van de huidige planning. We sturen op zoveel mogelijk harde plannen, maar we pleiten als regio Holland Rijnland bij de provincie voor een ruimer percentage programmeerruimte dan 130%. Uitgaande van een hogere planuitval vanwege hoge bouwkosten en stikstof. Van onze nieuwbouw is minimaal 30% sociale huur. Van het aandeel sociale huur is minimaal 20% geschikt voor uitstromers uit intramurale voorzieningen en spoedzoekers. Van het aandeel sociale huur is minimaal 20% goedkoop (tot de eerste aftoppingsgrens). Van deze woningen realiseren we minimaal 45% tot de kwaliteitskortingsgrens. Van de nieuwbouw is minimaal 35% bereikbaar voor middeninkomens. Kaag en Braassem kiest voor minimaal 40% in deze categorie. Er dient ook aandacht te zijn voor jongerenhuisvesting. Jongeren willen graag in de gemeente blijven, maar er zijn weinig kansen voor starters. Daarom is het van belang dat de Huisvestingsverordening ruimte blijft bieden voor het toewijzen van woningen aan lokale jongeren en dergelijke initiatieven mogelijk blijven. Pagina 4 van 34
•
• •
Om de betaalbare woningvoorraad zo lang mogelijk voor de doelgroep te behouden hanteren we de volgende instandhoudingstermijnen: o Sociale huurwoningen: minimaal 30 jaar o Middenhuurwoningen: minimaal 20 jaar Goedkope en betaalbare koop: maximaal 10 jaar en maatregelen die speculatie voorkomen. In Kaag en Braassem hebben we de beleidsregel zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding vastgesteld. Gemeenten lobbyen in Holland Rijnland verband gezamenlijk bij het Rijk om de kritische succesfactoren onder de aandacht te brengen bij het Rijk.
Voor de 10 jaar na 2030 is er ook een behoefte aan extra woningen (ca. 20.000 extra woningen tot 2040). Er zijn voor deze periode weinig plannen (ca. 2.700). Willen we op die termijn voldoende perspectief op bouwmogelijkheden hebben, dan moet dat in de komende jaren al op de agenda geplaatst worden. Doorstroming bevorderen Per 1 januari treedt de nieuwe huisvestingsverordening in werking. Om de doorstroming te bevorderen is de opbouw van inschrijftijd gewijzigd. Een doorstromer bouwt inschrijftijd op vanaf de datum van diens inschrijving. Zijn inschrijftijd wordt vermeerderd, tot een maximum van 5 jaar, met de woonduur in de achter te laten woning bij verhuizing naar een andere woonruimte. Een doorstromer behoudt zoveel inschrijftijd als overeenkomt met 75% van zijn woonduur in de sociale huurwoning die hij achterlaat in de regio bij verhuizing naar een andere woonruimte met een maximum van 5 jaar. Een woningzoeker die zich binnen 12 maanden opnieuw laat inschrijven krijgt 75% van de inschrijftijd die hij had opgebouwd voor de verhuizing, met een maximum van 5 jaar. Een starter behoudt bij zijn eerste verhuizing 75% van de opgebouwde inschrijftijd met een maximum van 5 jaar. •
We bevorderen de doorstroom met de nieuwe huisvestingsverordening Holland Rijnland
Huisvesting voor specifieke/bijzondere doelgroepen realiseren Er ligt een opgave om meer ruimte te creëren op de woningmarkt voor bepaalde aandachtsgroepen zoals spoedzoekers, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners. Hiervoor dienen we: -
Meer kleine woningen realiseren Het sneller realiseren van (tijdelijke) woningen. Ruimte zoeken in de interpretatie van de regels rondom urgentie.
Er ligt een opgave om arbeidsmigranten beter te huisvesten en te registreren. De taak voor goede huisvesting voor arbeidsmigranten ligt primair bij werkgevers, met name in de shorten midstay. Gemeente maken hier passende afspraken over met bedrijven en uitzendorganisaties. Gemeenten kunnen overwegen nieuwe bedrijven in sectoren die sterk afhankelijk zijn van arbeidsmigranten waarbij dit aantoonbaar zal leiden tot ongewenste huisvestingssituaties en/of verkamering te verplichten een huisvestingsplan op te stellen in lijn met de bevindingen van de commissie Roemer als voorwaarde voor vestiging van dit bedrijf. De uitstroom uit asielzoekerscentra komt niet goed op gang. Daarom is de taakstelling voor huisvesting van statushouders verdubbeld. Mensen met een zorg-of ondersteuningsbehoefte blijven steeds langer of gaan weer zelfstandig thuis wonen. Dit zorgt voor een stijgende behoefte aan zorg en ondersteuning in de thuissituatie.
Pagina 5 van 34
De huidige contingentregeling werkt goed. Wel gaat het aandeel contingenten om instroom te verlagen verhoogd worden. Daarnaast wordt het aantal te verdelen contingenten op basis van de inwoners bepaald in plaats van op basis van het aantal corporatiewoningen. •
•
• •
Gemeenten vormen eigen beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Het aantal arbeidsmigranten moet beter geregistreerd worden. Lokaal beleid wordt regionaal afgestemd en periodiek besproken. We verbeteren de kwaliteit van huisvesting door bij realisatie van woningen voor arbeidsmigranten de SNF-normen te hanteren. Gemeenten blijven in samenwerking met corporaties primair verantwoordelijk voor het regelen van huisvesting voor statushouders. Regionaal maken we ons hard voor de oplopende taakstellingen, zeker in relatie tot de algemene vraag naar woningen en de huisvesting van diverse doelgroepen. Dit signaal krijgen gemeenten vanuit de corporaties. Een passende woonplek in een toegankelijke omgeving, met aandacht voor preventieve gezondheid moet in elke gemeente en voor iedereen in Holland Rijnland mogelijk zijn. Voor 2026 stellen we een woonzorgvisie op. Er moeten meer kleine woningen met een lage huur tot de eerste aftoppingsgrens komen voor contingenten.
Het definiëren van ‘wat is passend in de omgeving?’ De bouwlocaties zijn schaars in onze gemeente. Provincie Zuid-Holland heeft het belang van het behoud van het Groene Hart altijd prominent uitgedragen en is altijd stringent geweest in haar beoordeling van het bouwen buiten BSD. Daarnaast zijn er veel andere ruimtelijke opgaven die een beslag doen op onze ruimte. We zetten ons in om, samen met een aantal andere gemeenten, met de provincie naar mogelijkheden te zoeken om ook buiten stedelijke gebieden – bescheiden en maatschappelijk – bij te mogen bouwen. Zo houden we onze kernen vitaal en proberen we in te spelen op de zowel lokale als regionale woonbehoefte. Provincie geeft het volgende aan in het nieuwe coalitie akkoord. We omarmen het principe ‘een straatje erbij’ (maximaal 50 woningen) en een ‘straatje ertussen’.” Daar waar het gewenst is vanwege leefbaarheid en het op peil houden van voorzieningen. •
• •
Samen met Holland Rijnland optrekken om met de provincie in gesprek te blijven over meer mogelijkheden om te bouwen buiten BSD. Daarbij zoeken we naar logische grenzen om dorpen ‘af te maken’, zodat de impact op het open landschap beperkt blijft. Aandacht voor bouwen in de kleinere kernen om de voorzieningen in deze kernen in stand te houden. De regionale versnellingstafel heeft vorm gekregen en vindt 6 keer per jaar plaats. Deze tafel is bedoeld om de huidige woningbouwplannen te kunnen versnellen.
Pagina 6 van 34
2. Mobiliteit in Kaag en Braassem De bereikbaarheid van Kaag en Braassem is een belangrijke voorwaarde voor het goed kunnen wonen en werken in de verschillende kernen. Met een goede aansluiting op (en doorstroming van) het hoofdwegennet kunnen inwoners en gebruikers gebruik maken van de voorzieningen. Ook deze voorzieningen hebben belang bij een goede mobiliteit om hun diensten en producten aan te kunnen blijven bieden. Daarnaast is het van belang dat de omliggende regio goed bereikbaar blijft vanwege onder meer het economische aspect. Daarbij houden we oog voor de verkeersveiligheid van inwoners en gebruikers. Op het gebied van mobiliteit zijn diverse ontwikkelingen gaande, zoals alternatief vervoer. Deze worden nauw gevolgd.
KAAG EN BRAASSEM BEREIKBAAR BLIJVEN HOUDEN Een goede bereikbaarheid tussen de kernen en naar de omliggende regio’s is van belang voor het prettig kunnen wonen en werken in de gemeente. Door het toenemende verkeer blijft het een uitdaging om het verkeer goed te laten doorstromen. Er is bijvoorbeeld sprake van sluipverkeer wat druk legt op de lokale wegen. Daarnaast zijn de A4 en N207 de grootste knelpunten in Kaag en Braassem. Beide knelpunten zijn in ontwikkeling om de doorstroming en bereikbaarheid te verbeteren. Als gemeente onderschrijven wij het belang van een verbeterde doorstroming op de A4, maar daarbij houden we oog voor het economische belang van de naastgelegen ondernemers. Bijvoorbeeld de aansluiting en ontsluiting van bedrijventerreinen is een blijvend aandachtspunt. Naar verwachting wordt de verbreding van de A4 uitgevoerd rond 2030 ,waarbij een nieuw aquaduct (ter hoogte van het oude aquaduct in de richting Den Haag) ervoor moet zorgen dat de A4 ter hoogte van Nieuwe Wetering en Roelofarendsveen geen flessenhals wordt/blijft. De N207 is inmiddels, door het aanleggen van een busbaan, verbreed tussen Alphen aan den Rijn en Leimuiden. Het resterende knelpunt op de N207 is de passage bij Leimuiden. In 2020 zijn quick wins uitgevoerd, waarvan is geconcludeerd (vanuit de studies) dat daarmee de doorstroming / ontsluiting is geborgd tot 2030.
Dit laat onverlet dat ook na 2030 de ontsluiting en bereikbaarheid gewaarborgd moet blijven. In samenwerking met de provincie Zuid Holland en o.a. gemeente Alphen a/d Rijn zal dit een speerpunt blijven. •
•
Het college pakt een actieve verbindende rol in het oplossen het verkeersknelpunt bij de Leimuiderbrug (N207) ter oplossing van zware en hinderlijke regionale doorstromings- en veiligheidsknelpunten. Wanneer we het knooppunt bij de Leimuiderbrug oplossen laten we economische clusters Greenport Aalsmeer, Flora Holland, Schiphol en de bedrijventerreinen van Hoofddorp profiteren. Daarbij bereiken we onder andere als doel een beperking van sluipverkeer door de kernen die langs de N207 liggen. Het college neemt een actieve en verbindende rol in dit dossier en lobbyt met Holland Rijnland bij diverse overheden. Ook wordt actief gelobbyd voor het project op de agenda te krijgen van een mogelijke Regionale Investeringsagenda (RIA) van Holland Rijnland. Samen met Holland Rijnland dragen we richting het Ministerie van I en W het belang van het vervolg van het MIRT-project verbreding traject A4 Burgerveen – N14. De A4 bij Roelofarendsveen (richting Den Haag) staat in de top 10 van de ANWB file-lijst. Dat geldt zowel voor de lengte van de file als de duur van de extra reistijd. Het opheffen van dit knelpunt moet leiden tot een beperking van sluipverkeer door de kernen gelegen langs de A4.
VERKEERSVEILIGHEID VERGROTEN Hoewel het aantal verkeersongevallen en verkeersslachtoffers in Kaag en Braassem onder het landelijk gemiddelde ligt, zien we toch mogelijkheden om de verkeersveiligheid te verbeteren. In lijn met de provinciale verkeersveiligheidscampagne ‘Maak een punt van nul’, is nul verkeersslachtoffers het uitgangspunt om de verkeersveiligheid en -beleving in Kaag
Pagina 7 van 34
en Braassem te verbeteren. Vanuit het Rijk is daarnaast het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV 2030) gelanceerd, waarin een meer risicogestuurde aanpak van verkeersveiligheid centraal staat. Als regio en gemeente gaan we hier ook in mee. Ook de gebruikers hebben een rol in de verkeersveiligheid, denk hierbij aan verlichting van vervoersmiddelen en gedrag in het dagelijkse verkeer. Landbouwverkeer zorgt voor conflicten in verkeersstromen en gevaarlijke situaties. Met name op de smalle wegen in het buitengebied en in de kern van Leimuiden. Uitgangspunt is om het zware landbouwverkeer zoveel mogelijk te scheiden van de kwetsbare weggebruikers. We onderzoeken met de provincie, buurgemeenten en de LTO mogelijkheden om de conflicten met landbouwverkeer te verminderen. Daarbij rekening houdend met bijvoorbeeld de ruimtelijke mogelijkheden die we als gemeente hebben. Daarnaast moeten we er ook rekening mee houden dat het zware (landbouw)verkeer trillingen in de bodem veroorzaakt. Dat kan vooral in dichtbebouwde gebieden leiden tot hinder of schade. • Het vergroten van het verkeersveiligheidsgevoel, door onder andere aan te sluiten bij de provinciale campagne en het strategische plan vanuit het Rijk. • Behoud van veilige wegen voor de inwoners en gebruikers, onder andere door, wanneer mogelijk, het scheiden van landbouwverkeer en de kwetsbare verkeersdeelnemers.
We verwachten binnenkort het nieuwe afwegingskader van Provincie Zuid-Holland voor toelaten van landbouwverkeer op provinciale wegen. DUURZAME MOBILITEIT We zien een toename van het aantal elektrisch oplaadbare voertuigen (e-rijders), die daarmee bijdragen aan de verduurzaming van Kaag en Braassem. Het brengt automatisch ook een extra vraag naar oplaadpunten met zich mee. We groeien mee in deze behoefte door mogelijkheden tot laden te faciliteren en houden toekomstige ontwikkelingen in de gaten, samen met de betrokkenen, bij het aanleggen van laadpunten. Concessie laadpalen We zijn als Kaag en Braassem aangesloten bij een concessie (vanuit Rotterdam/MRDH) voor het plaatsen van laadinfrastructuur (laadpalen) in de openbare ruimte. Hiermee faciliteert Kaag en Braassem e-rijders door gratis palen te laten plaatsen in de openbare ruimte, voor e-rijders die niet over parkeergelegenheid op eigen terrein beschikken. Dit betreft ‘normaal laden’. Een nieuwe concessie, vanuit dezelfde samenwerking, zal zich naar verwachting ook meer richten op nieuwe laadmogelijkheden, zoals snelladen, inductieladen, laden vanuit lantaarnpalen, waterstof, enzovoort. Het is moeilijk inschatten hoe deze vorm van mobiliteit zich gaat ontwikkelen in de komende jaren en wat voor effect dit gaat hebben op de openbare ruimte.
Door samenwerking te zoeken met huidige concessiepartners proberen wij op tijd in de trends en ontwikkelingen mee te gaan. Zo kan er een transitie plaatsvinden van fossiele brandstof naar elektrische aangestuurde voertuigen. •
blijven voorzien in de aanwezige laadbehoefte door het bijplaatsen van laadpalen waar nodig en mogelijk aansluiten bij regionaal initiatief voor het realiseren van snellaadpalen in de regio.
Openbaar vervoer Ook in het openbaar vervoer staan we voor een verandering. De coronapandemie heeft tot gevolg gehad dat de nieuwe concessieperiode intreed Per december 2024. Mogelijk leidt dit tot een nieuwe vervoerder in het concessiegebied Zuid Holland Noord. De pandemie periode heeft geleid tot een afname van het aantal OV reizigers. De vraag is of – en in hoeverre – deze vraag zich in de toekomst zal herstellen. Hierdoor is het aanbod van OV wat meer onder druk komen te staan. Het is niet uitgesloten dat dit een mogelijk effect zal hebben. In Pagina 8 van 34
2019 en 2020 heeft de provincie Zuid-Holland een Beleidskader en Programma Van Eisen voor de concessie opgesteld. De regio’s Holland Rijnland en Midden Holland zijn hier nauw bij betrokken. Het streven voor Kaag en Braassem is om de huidige kwaliteit te handhaven en waar mogelijk te verbeteren. Zo staan de landelijke gebieden op het gebied van OV al een tijd onder druk. Naar verwachting zal dit toenemen door ontwikkelingen als verstedelijking en vergrijzing en mogelijk dus ook door de afname van de vervoersvraag i.v.m. de hierboven genoemde corona periode. Echter blijft het doel om het huidige bedieningsniveau te handhaven en waar mogelijk te verbeteren voor alle inwoners. Een trend die naar verwachting op korte termijn groter zal worden is Mobility as a Service (MAAS). Door de technologische ontwikkeling en de beschikbaarheid van open data is het mogelijk om platforms, services en apps te creëren waar vervoersvraag en -aanbod samen kunnen komen. Particulieren kunnen dan via deze dienst hun ideale vervoersmogelijkheid samenstellen. Met een hoofdrol voor het OV, maar ook de aansluiting op het OV is belangrijk. Dit is vooral een marktontwikkeling, maar zal ook inzet en commitment vragen van overheden, door bijvoorbeeld het verstrekken van data. •
•
Minimaal behoudt van de openbaarvervoervoorzieningen op het huidige niveau. Het voorzieningenniveau van het OV moet voor onze gemeente gehandhaafd blijven. Zo zet onze MRSV (en concept-Omgevingsvisie) op het gebied van OV in op ‘houden wat we hebben’, dat is ook regionaal binnen Holland Rijnland en richting de provincie de insteek. We staan open voor initiatieven langs het provinciale netwerken als zich kansen voordoen voor het realiseren van hubs (verkeersknooppunt waar verschillende vormen van verkeer samenkomen).
Fiets Met de komst van de elektrische fiets (en de speed pedelec) is de fiets steeds meer een duurzaam vervoersalternatief met een groeiend kilometerbereik. Daarnaast heeft de toename van het fietsen ook een positief effect op de gezondheid van inwoners. Regionaal wordt ingezet op een doorfietsroutenetwerk met als doel uniforme, brede en veiliger fietspaden te realiseren in Holland Rijnland. Voor Kaag en Braassem zijn hiervoor de verbindingen Alphen a/d Rijn – Leimuiden – Schiphol en Haarlemmermeer – Roelofarendsveen – Leiden in beeld. Hierbij is het streven om meer mensen op de fiets / in beweging te krijgen. Vooruitlopend op de uitvoering en uitwerking van dit voornemen zal in eerste instantie (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid in kaart gebracht moeten worden. Eventuele aanpassingen van deze routes zijn op dit moment nog niet in beeld. E.e.a. bevindt zich nog in de onderzoeksfase en heeft daardoor ogenschijnlijk een lage prioriteit ten opzichte van andere routes in de regio. Hierbij zal de veiligheid van alle gebruikers een belangrijk onderdeel blijven, bijvoorbeeld door het sturen op veilige oversteekplaatsen. Ook recreanten in onze gemeente hebben belang bij deze veilige, brede en toegankelijke fietspaden. • In samenwerking met de regio en omliggende gemeenten in Holland Rijnland stappen maken in een regionaal doorfietsroutenetwerk.
Pagina 9 van 34
3. Groen, water en lucht Groen en blauw is overal aanwezig in Kaag en Braassem: de weilanden met de vele sloten, de wuivende rietkragen langs de Kagerplassen en het Braassemermeer. Het veenweidegebied is van oudsher een uniek deel van het Groene Hart waar uitzonderlijke planten en dieren voorkomen. Maar dit staat onder druk: onze veenweidegebieden waren de kraamkamer van verschillende soorten weidevogels maar soorten als de kievit en de grutto worden ook hier steeds zeldzamer, andere soorten komen al niet meer voor. Typische planten in ons gebied zoals dotterbloem, echte koekoeksbloem, kattenstaart en rietorchis zien we steeds minder langs de slootkanten en ook de weilanden bevatten weinig kruiden als klaver en boterbloem. Ook het akkerbouwgebied kan bijdragen aan onze biodiversiteit: het biedt in potentie ruimte aan de veldleeuwerik en de patrijs, maar dit betekent wel dat we ons ook voor deze soorten moeten willen inzetten op behoud want ze worden nauwelijks meer waargenomen. Onze oevers met het vele riet herbergen diverse plantensoorten, bieden nestgelegenheid voor verschillende rietzangers en zijn een beschutte leefomgeving voor ontelbare insecten. Gezonde poldersloten zijn belangrijk voor vissen en amfibieën. Ook helpen de karakteristieke sloten bij het verwerken van al het regenwater: ze zorgen ervoor dat we minder overlast hebben tijdens een heftige onweersbui.
Een natuurlijke leefomgeving waarin het groen en blauw ecologisch gezond en in evenwicht is, is niet alleen goed voor planten en dieren. Het is ook goed voor ons als mens: het geeft ontspanning en vermindert stress, stimuleert bewegen en het versterkt onze veiligheid doordat we in de toekomst beter om kunnen gaan met extremer weer. We zijn trots op het landschap in onze gemeente, maar we moeten er ook met het oog op de toekomst zuiniger op zijn. Trots en zuinig zijn we ook op onze agrariërs die grotendeels verantwoordelijk zijn voor het huidige polderlandschap waar zoveel inwoners van genieten, waardoor dagjesmensen ons graag komen bezoeken. En juist omdat we trots en zuinig willen blijven op onze agrariërs en ons landschap, liggen hier verschillende uitdagingen op ons te wachten: het tegengaan van de verdere afname van dier- en plantensoorten, soorten terugbrengen in ons landschap, een dalende bodem die aandacht vraagt, een omgeving die zo ingericht moet worden dat het om kan gaan met extreem weer. BIODIVERSITEIT BEHOUDEN EN VERSTERKEN Biologische diversiteit, of biodiversiteit, verwijst naar het aantal, de verscheidenheid en de veranderlijkheid van alle levende dieren, planten en micro-organismen (o.a. algen en schimmels). Biodiversiteit is belangrijk voor onze leefomgeving. Sterker nog: we zijn er onderdeel van.
Als de biodiversiteit om ons heen afneemt komen natuurlijke processen, waarvan we ons vaak niet eens bewust zijn, vanzelf onder druk te staan. Bestuiving van planten (ook landbouwgewassen), schoon water, een vruchtbare bodem en fluitende vogels zijn namelijk niet vanzelfsprekend. Zonder voldoende biologische diversiteit houdt dit vanzelf op er ’te zijn’. We zien dit nu al in Kaag en Braassem gebeuren: plaagvorming, zoals de eikenprocessierups, ziektes (essentaksterfte) en troebele sloten zijn het directe gevolg van minder biodiversiteit in de buitenruimte. Ook treden deze onwenselijke situaties vaker op en kunnen ze grotere gevolgen hebben. Biodiversiteit is dus niet alleen belangrijk voor productieve landbouw: het verhoogt de (be)leefbaarheid van onze directe omgeving en kan ons onnodige uitgaven besparen. • We dienen een aanvraag in bij de Provincie Zuid-Holland voor de subsidieregeling ‘Realisatie leefgebied icoonsoorten, landschapselementen en voedselbossen’.’ Icoonsoorten zijn dier- en plantsoorten die iconisch zijn voor onze provincie en een graadmeter vormen voor de gehele biodiversiteit. In 2021 is reeds onderzocht welke icoonsoorten er in de gemeente voorkomen en zijn aanbevelingen gedaan hoe we het leefgebied van deze soorten kunnen verbeteren. De subsidieaanvraag biedt extra middelen om een gedeelte van de aanbevelingen over te nemen.
Pagina 10 van 34
OMGAAN MET BODEMDALING Een groot deel van Kaag en Braassem, circa 40% van het landoppervlak, bestaat uit veengrond. Deze grondsoort is gevoelig door bodemdaling die op twee manieren kan ontstaan: - Bodemdaling door veenoxidatie in het veenweidegebied. Wanneer veengronden worden ontwaterd en in contact komen met zuurstof, breken ze af en lost de veen als het ware op. Hierdoor zakken veel polders in ons veenweidegebied. Sinds kort is ook duidelijk dat deze vorm van bodemdaling niet alleen zorgt voor een lager maaiveld. Het zorgt er ook voor dat enorme hoeveelheden broeikasgassen worden uitgestoten. Bodemdaling door veenoxidatie draagt daarmee bij aan de opwarming van de aarde. - Belasting van de veengrond met zwaarder ophoogmateriaal zoals zand, beton of asfalt. Deze vorm van bodemdaling is vooral terug te zien in gebieden waar gebouwd wordt: de bebouwde kom en bij wegen. Deze vorm van bodemdaling kan (plaatselijk) oplopen tot centimeters per jaar een heeft grote gevolgen: wegen verzakken, rioleringsbuizen breken af, er ontstaat wateroverlast of hinder en er kan paalrot optreden in houten funderingen. De veenweidegebieden zijn van economisch belang voor Kaag en Braassem omdat een groot deel van de agrariërs er hun inkomen op verdient. Met name de melkveehouders en de daarvan afgeleide kaasmakerijen zijn afhankelijk van de groene polders.
Een continue kunstmatige verlaging van het grondwaterpeil, wat tot op heden vooral wordt toegepast, lijkt op lange termijn niet houdbaar en staat daarom dan ook ter discussie. Dit maakt bodemdaling in het veenweidegebied een uitdaging voor de toekomst waarin we voornamelijk met de agrariërs moeten zoeken naar innovatieve oplossingen en nieuwe kansen en verdienmodellen. Hiervoor moet ruimte komen. Ook omdat agrariërs, wanneer ze bodemdaling door veenoxidatie kunnen tegengaan, een enorme bijdrage kunnen leveren aan de vermindering van de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen. De opgave is dus groot, maar de kansen en mogelijkheden zijn ook groot. Eenvoudige oplossingen zijn er echter niet. De mogelijkheden om veenoxidatie en bodemdaling te beperken zijn uiteenlopend en hangen sterk af van het gebruik van het land. Zo zou een andere bedrijfsvoering die hogere waterpeilen mogelijk maakt en agrariërs tegelijkertijd, via een alternatief verdienmodel, een goede boterham oplevert, een mogelijke oplossing kunnen zijn. Drijvend bouwen om zo de belasting op de bodem te verminderen is een andere. Het is duidelijk dat het veenweidegebied een gebied is vol details, gemaakt door eeuwenlange interactie tussen mens, water en bodem en dat hierdoor gebiedskennis van wezenlijk belang is bij het vinden van de oplossing.
Wat betreft de bodemdaling die ontstaat vanwege belasting: ook daar zullen de oplossingen uit innovatie moeten komen. Het heeft geen zin door te gaan met het opnieuw opbrengen van de bodem met zwaarder ophoogmateriaal om de opgetreden bodemdaling te compenseren. Licht maar sterk of drijvend bouwen, om zo de belasting op de bodem te verminderen, kan het begin van een interessante oplossing zijn. Wat we zeker weten is dat we samen aan de slag moeten. Met de agrariërs maar ook met vrijwel alle overheden die bij bodemdaling en veenoxidatie betrokken zijn, zoals het hoogheemraadschap Rijnland, de provincie Zuid-Holland en de Omgevingsdienst WestHolland. • Kaag en Braassem participeert in een gebiedsproces gericht op bodemdaling samen met Holland Rijnland en de provincie Zuid Holland. Gezamenlijk met een Extern bureau, experts en de agrariërs wordt er plan gemaakt om bodemdaling tegen te gaan. Dit plan focust zich in eerste instantie op het aanleggen van water infiltratie systeem, (WIS) e.a. bodemdalingsmaatregelen. Deze wordt gedeeltelijk bekostigd door de provincie uit de klimaatgelden en gedeeltelijk door de boeren zelf. • In het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZHPLG) is het tegengaan van bodemdaling en CO2 uitstoot een belangrijk onderwerp. In het Veenweidegebied zijn CO2-emissies, bodemdaling, het watersysteem en landgebruik nauw met elkaar Pagina 11 van 34
•
verbonden. Maatregelen om de CO2-uitstoot uit veen te verminderen, zoals het verhogen van het grondwaterpeil, hebben directe invloed op het bovengrondse landgebruik. Bij het maken van keuzes om CO2-emissies te verminderen, moeten we rekening houden met andere aspecten, zoals zoetwaterbeschikbaarheid, waterbeheer, watersysteemontwerp, waterkwaliteit en economische waarden van het landgebruik. Gebiedsprocessen, zoals die in de Waterloos-, Blauwe- en Vlietpolder, onderzoeken hoe bodemdaling kan worden aangepakt en geïntegreerd met andere gebiedsaspecten. De komende periode worden de opgaves verder doorgrond en zullen er oplossingsrichtingen verkend worden. Dit zal gebeuren met alle belanghebbenden in het gebied. Land van Ons in Oud Ade laten op hun perceel in de Vrouwe Vennepolder het grondwaterpeil als proef met 2 tot 3 cm per jaar stijgen. Doelen zijn verzilting tegengaan en de uitstoot van CO2 tegengaan. De gemeente heeft geen actieve rol in dit project.
DE VEILIGHEID VAN HET GRONDWATER EN DE KWALITEIT VAN DE BODEM WAARBORGEN De bodem, de ondergrond, het grondwater en het water in onze sloten, gangen en plassen, allemaal zijn ze nauw met elkaar verbonden en reageren ze op elkaar. Met opgaven als bodemdaling, de energietransitie, het omgaan met extremer weer en het versterken van de biodiversiteit, is het belangrijk om verstandig om te gaan met onze bodem en ons water. Helemaal omdat het ‘trage systemen’ zijn die lang nodig hebben om te herstellen. Daardoor kunnen beslissingen van nu grote gevolgen hebben voor bijvoorbeeld ons grond- en drinkwater in de komende decennia. Het water komt in alle facetten van de fysieke leefomgeving voor. We leven en wonen ermee samen, verbouwen ons voedsel ermee, en gebruiken het om te douchen en om er op te varen. Water is zichtbaar aanwezig en lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. De ontwikkelingen en veranderingen in het klimaat hebben impact op het gebied. Klimaatverandering en de verschillende opgaven in deze regio zijn een enorme uitdaging waar verschillende overheden, bedrijfsleven en inwoners gezamenlijk aan moeten werken. •
•
De omgevingsdienst heeft voor alle deelnemende gemeenten, waaronder Kaag en Braassem, de nota bodembeheer opgesteld, die tot doel heeft om het gebruik van grondstromen te reguleren en te optimaliseren. De omgevingsdienst adviseert hierover, behandelt de meldingen en houdt toezicht. Daarnaast geeft de omgevingsdienst advies aan de gemeente over bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen. We werken samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland aan een strategische samenwerkingsagenda, waarin afspraken worden opgenomen over de samenwerking tussen beide partijen. De verwachting is dat de agenda in 2024 opgeleverd wordt.
EEN KLIMAATADAPTIEF KAAG EN BRAASSEM We merken het steeds vaker: periodes van lange droogte, zeer warme zomers en regenbuien met enorme hoeveelheden water in een zeer korte tijd. Het klimaat verandert en dit heeft gevolgen: wateroverlast, het warmer worden van de gebouwde omgeving en een versnelde bodemdaling. Het opvangen en/of beperken van deze gevolgen noemen we: klimaatadaptatie. In Kaag en Braassem treffen we nu al maatregelen om in de toekomst beter om te kunnen gaan met extremer weer en klimaatadaptief te zijn. Net als bij het versterken van de biodiversiteit en het tegengaan van bodemdaling, vraagt ook het klimaatadaptief maken van onze gemeente een gezamenlijke inspanning van inwoners, agrariërs en andere bedrijven en de verschillende overheidsinstanties. •
Binnen Holland Rijnland hebben we een subsidie aangevraagd en ontvangen van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Voor de DPRA-werkregio Holland Rijnland
Pagina 12 van 34
Is tot en met 2023 € 4.745.491,- subsidie beschikbaar. Als Kaag en Braassem doen we in 2023 een subsidieaanvraag van ruimt €350.000 om in diverse projecten klimaat adaptieve maatregelen te nemen. Lucht en impact van Schiphol Kaag en Braassem ligt vlakbij de luchthaven Schiphol en onder de start- en aanvliegroutes van de Kaagbaan. De luchthaven heeft een grote impact op de omgeving en samenleving. Belangrijk is om te streven naar verbetering van de leefbaarheid en terugdringen van hinder voor inwoners. Dat houdt in: een gemeente waar onze inwoners goed en gezond kunnen wonen, leven en werken en een economisch sterke en bereikbare luchthaven die in samenhang met de omgeving en met behulp van innovatie kan worden ontwikkeld. Wij streven naar het terugdringen van de hinder die inwoners van Schiphol ervaren. • We sluiten daarbij aan bij de doelstelling ‘Minder hinder voor iedereen’ van de bestuurlijke regio Schiphol. Dat betekent een betere luchtkwaliteit en minder geluidsoverlast. • Het is van belang dat er geen aanpassingen van het baangebruik komen die nadelig uitpakken voor de bewoners in Kaag en Braassem. De Kaagbaan is één van de preferente banen en de meest ingezette startbaan van Schiphol. Het verplaatsen van vluchten naar de Kaagbaan moet niet als oplossingsrichting worden gezien.
De gemeente brengt dit standpunt in bij de diverse projecten en procedures die vanuit de rijksoverheid zijn gestart, zoals de Luchtruimherziening. Daarbij is de huidige norm, het aantal ernstig gehinderden, geen goede maatstaf. De gemeente pleit voor een eerlijke verdeling van overlast op basis van een nieuw normenstelsel, gericht op individuele rechtsbescherming. • De omgevingsdienst adviseert de gemeente over luchtkwaliteit en geluidshinder bij ruimtelijke ontwikkelingen, zodat deze aspecten worden meegenomen in de belangenafweging. • Ook is in dit hoofdstuk het uitgangspunt ‘zo min mogelijk lichthinder’ opgenomen. De omgevingsdienst controleert bedrijven op de milieuwetgeving, en lichthinder is hier ook een onderdeel van.
Pagina 13 van 34
4. Gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem Kaag en Braassem is een bedrijvige gemeente, mede door de strategische ligging van aan de rijksweg A4 en in de buurt van Schiphol. De gemeente is een aantrekkelijke vestigingslocatie voor zowel (groeiende) reeds gevestigde als nieuwe bedrijven. Behalve door verschillende bedrijventerreinen kenmerkt onze gemeente zich met name door de meerdere duurzame glastuinbouwgebieden en het grote aanbod aan recreatieve voorzieningen. Met de ontwikkeling van bedrijventerreinen, glastuinbouwgebieden en de recreatieve sector willen we in de aankomende jaren kansen benutten en onze economie gezond houden. Naast de ruimtelijke inpassing is ook van belang om het onderwijs aan te laten sluiten op de vraag vanuit de arbeidsmarkt en is de inburgering van nieuwkomers vanuit het buitenland een belangrijke opgave. Voor onze ondernemers is het ook van belang om samen in te zetten op (de gevolgen van) onder andere de energietransitie en klimaatadaptatie. EEN AANTREKKELIJK VESTIGINGSGEBIED VOOR BEDRIJVEN ZIJN EN BLIJVEN Bedrijventerreinen voor onze lokale ondernemers. Bij lokale bedrijven is behoefte aan zogenoemde ‘doorschuiflocaties’, waarbij zij kunnen uitbreiden of verplaatsen naar een nieuw bedrijventerrein. Bij (uitbreiding van) onze bedrijventerreinen willen we ruimte bieden aan (het doorgroeien van) lokale ondernemers.
Bedrijventerreinen dragen onder andere bij aan meer werkgelegenheid binnen de gemeentegrenzen. De huidige bedrijventerreinen Veenderveld, de Lasso en Drechthoek zijn over het algemeen goed bereikbaar en kennen een aantrekkelijk vestigingsmilieu. Er is alleen weinig ruimte om uit te breiden of te ontwikkelen in het ondernemen, terwijl ondernemers daar wel behoefte aan hebben. We streven naar optimaal ruimtegebruik van bestaande terreinen, stimuleren nieuwvesting van arbeidsintensieve bedrijven en zetten ook in op het zoeken naar geschikte locaties voor het realiseren van enkele hectares nieuw bedrijventerrein. • Voor het plangebied Drechthoek II is het omgevingsplantraject gestart. Net als voor heel de kern Leimuiden is de verkeerssituatie en de doorstroming van de N207 bij Leimuiden én de werking van de Leimuiderbrug van groot belang. • Bedrijvenpark Dwarsweg/A4 Roelofarendsveen: we blijven de mogelijkheden voor een bedrijventerrein ten westen van de N445 nabij Nieuwe Wetering en Rijpwetering onderzoeken; • Binnen Holland Rijnland werken we aan een actualisering van de regionale bedrijventerreinenstrategie. Voor regionale economische ontwikkeling biedt Holland Rijnland de juiste schaal en ingang.
Binnen Holland Rijnland zullen we pleiten voor een bedrijventerreinenstrategie waarin Kaag en Braassem de ruimte krijgt om kerngebonden uitbreidingswensen van ondernemers te faciliteren door (relatief) kleinschalige uitbreiding van bedrijventerreinen en als subregio (Rijn- en Veenstreek) zoals in een eerder stuk slechts gedeeltelijk te voorzien in (extra)regionale vraag zoals groot-logistiek. Glastuinbouw Kaag en Braassem maakt onderdeel uit van de Greenport Aalsmeer en we willen werken aan nieuwe mogelijkheden om glastuinbouw een kansrijke toekomst te geven. Gemeente, ondernemers en belangenorganisaties zetten samen in op thema’s als duurzaamheid, kennis, intensivering, huisvesting, innovatie, onderwijs en specialisatie. Met innovatieve activiteiten stimuleren we ondernemers gezond te ondernemen. We bieden ook mogelijkheden voor kleine aan glastuinbouw gerelateerde bedrijvigheid, binnen de richtlijnen van verschillende overheidsinstanties. Pagina 14 van 34
•
Binnen Greenport Aalsmeer zetten we in op duurzame gebiedsontwikkeling (Baan Sotaweg – en Floraweg/Geestweg). Vanuit het Raadsakkoord wordt ingezet op gebiedsvisies waarin participatie van zowel ondernemers als inwoners in het gebied van belang is.
•
Daarnaast zoeken we naar mogelijkheden voor percelen binnen het duurzame glastuinbouwgebieden zonder toekomstperspectief. We gaan het gesprek aan met de provincie, de LTO en de Greenport om te kijken of we op dergelijke percelen andere activiteiten die te relateren zijn aan tuinbouw mogelijk kunnen maken. Uitgangspunt is wel dat bestaande glastuinbouwbedrijven niet beperkt mogen worden in hun bedrijfsvoering en potentiële planologische uitbreidingsmogelijkheden. Naast dit traject start de Greenport dit jaar ook een pilot waar informatie uit kan worden geput voor het opstellen van een gedetailleerde toekomstvisie. De drie Greenports in regio Holland Rijnland (Greenport Aalsmeer, Duin- en Bollenstreek en Boskoop) werken aan een gezamenlijke Regiodeal ter verbetering van de brede welvaart.
•
Landbouw Landbouw is van oudsher een belangrijke economische drager voor de gemeente. De agrariër is er niet alleen voor de productie van voedsel, maar heeft bovendien een belangrijke rol in het beheer van de natuur en het landschap. We erkennen de waarde van zowel de droogmakerijen als de veenweidegebieden voor agrariërs. We willen, in samenwerking met de agrariërs, de milieu- en klimaatdoelen behalen waarbij het verdienmodel van de agrarische sector overeind blijft. Met deze visie staan we aan het begin van een periode met grote (landelijke) uitdagingen voor de landbouw. Alle inzet door gemeente, provincie en vooral de agrariërs zelf die nu hierop wordt gepleegd, heeft gevolgen voor de komende periode. De provincies hebben de opdracht gekregen om plannen te maken voor het landelijk gebied. In Zuid-Holland heeft de provincie daarvoor het landelijk gebied ingedeeld in deelgebieden. De gemeente Kaag en Braassem is ingedeeld in het deelgebied Groene Hart Noord. Hiertoe behoren ook Alphen aan den Rijn, Zoeterwoude, Leidschendam-Voorburg, Teylingen, Zoetermeer, Leiderdorp en Leiden. Op het moment dat meer concrete maatregelen voortkomend uit wetgeving en/of ZH-PLG (Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied) bekend zijn, zal de omgevingsvisie hierop worden geactualiseerd. •
•
ZH-PLG: in het deelgebied Groene Hart Noord werken we samen met andere overheden, boeren en organisaties aan een toekomstbestendige agrarische sector die zorgt voor een gezonde en veerkrachtige leefomgeving. Momenteel worden de uitdagingen in Groene Hart Noord geïdentificeerd via onder andere keukentafelgesprekken. Dit vormt input voor het ontwerpgebiedsprogramma. Daarnaast is het van belang om daadwerkelijke stappen te maken met het oplossen van de knelpunten rondom de PAS-melders. Gebiedsproces bodemdaling: Melkveehouders in de Vlietpolder, Blauwe Polder en Waterloospolder zijn samen met de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Rijnland, coöperatie De Groene Klaver, LTO Noord en de gemeente Kaag en Braassem een plan maken om bodemdaling tegen te gaan.
DE ECONOMISCHE SECTOR VERBETEREN ZODAT IEDEREEN MEE KAN DOEN IN DE MAATSCHAPPIJ Iedereen in Kaag en Braassem moet zelfredzaam kunnen zijn en mee kunnen doen in onze maatschappij. Dat begint al door de jeugd een goede kans te geven, in te zetten op zorgeloos kind zijn en sport en bewegen mogelijk te maken voor iedereen. Voor een goede Pagina 15 van 34
aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt worden jongeren in de regio bewust gemaakt van de positie op de arbeidsmarkt. Jongvolwassenen en volwassenen kunnen, naargelang behoefte, ondersteunt worden in hun financiële vaardigheden. Daarnaast wordt er door nauwe samenwerking tussen partners ingezet op duurzame uitstroom uit de uitkering. Ook als betaald werk niet direct mogelijk is, kijken we per individu naar wat er wel haalbaar om iemand (laagdrempelig) te activeren. •
De arbeidsmarkt is per definitie regionaal. Werkgevers betrekken immers werknemers van verschillende gemeenten, en werknemers werken zeker niet alleen binnen de eigen gemeente. Voor werkgevers is het van belang dat zij niet te maken krijgen met verschillende afspraken met of werkwijzen van gemeenten en UWV. Dit vraagt om goede afspraken over eenduidige dienstverlening binnen de regio. Daarom werken we binnen de arbeidsmarkt regio Holland Rijnland samen aan het stimuleren van samenwerking en actie tussen werkgevers, brancheorganisaties, regionale netwerken, onderwijsinstellingen en overheden. We werken als Holland Rijnland mee aan de Human capital agenda van provincie Zuid-Holland.
KAAG EN BRAASSEM ALS RECREATIEGEMEENTE De recreatieve sector is een van de belangrijke economische motoren van de gemeente Kaag en Braassem. We hebben dit potentieel te danken aan de unieke ligging in het Hollands Plassengebied en het Groene Hart. Het gebied is aantrekkelijk voor zowel recreanten als inwoners die beleving, ontspanning, ruimte en/of rust zoeken. Recreatie in de groene openbare ruimte draagt bij aan de gezondheid, het welzijn, het sociaal welbevinden en de lokale identiteit van de inwoners. Kaag en Braassem heeft een uniek karakter als waterrijk gebied met een rijke historie. Recreatie in de gemeente is gericht op de volgende speerpunten: Onze recreatie-inspanningen zijn gericht op de volgende prioriteiten: • • • • •
Recreatief merk en identiteit: We willen ons recreatieve merk en onze identiteit versterken door samen te werken en netwerken op te bouwen met andere recreatieinitiatieven in de regio. Subsidies en mogelijkheden: We zullen subsidies inventariseren en beter benutten van o.a. de provincie Zuid-Holland. We zetten in op projecten zoals de Tweede Sluis en een zwemstrandje. Ontwikkeling van verblijfsrecreatie: We overwegen de locatie van Bootbeton voor verblijfsrecreatie, met speciale aandacht voor toegankelijkheid. Gesprekken met initiatieven en de provincie hierover zijn gaande. Gezondheid en welzijn: We willen gezondheid en welzijn bevorderen met initiatieven zoals Blue Zone en Rondje gezond. Natuur en landschap: We zullen nevenfuncties voor agrarische bedrijven mogelijk maken en investeren in de aanleg van wandel-, fiets- en ruiterpaden. We zullen ook routes verbinden en zorgen voor een goede bereikbaarheid van oevers, inclusief openbare passantenplekken.
Pagina 16 van 34
5. Energie en grondstoffen In Kaag en Braassem werken we samen aan een duurzame gemeente. Vrijwel iedereen uit het inwonerspanel van Kaag en Braassem (84%) vindt dat we aan de slag moeten met het thema duurzaamheid. Een grote meerderheid van hetzelfde panel (73%) geeft bovendien aan dat niet alleen de gemeente, niet alleen de inwoners en niet alleen de (agrarische) bedrijven aan de slag zouden moeten: We moeten allemaal onze schouders onder de verschillende duurzaamheidsopgaven zetten. Met duurzaam bedoelen we in dit hoofdstuk het besparen van energie, het zelf opwekken van groene stroom, het verminderen van afval en het recyclen en duurzaam gebruik van grondstoffen en materialen. We proberen hiermee samen de uitstoot van fossiele brandstoffen terug te dringen én zo min mogelijk nietduurzame materialen te gebruiken. Om zo in de toekomst net zoveel schone energie duurzaam op te wekken als dat we zelf gebruiken. Om zo op den duur een circulaire economie te realiseren waardoor een begrip als afval uiteindelijk tot het verleden behoort. ENERGIE: DE TOEKOMSTIGE ENERGIEVRAAG EN BIJBEHORENDE INFRASTRUCTUUR BETAALBAAR VERDUURZAMEN Om in de toekomst alle energie die we zelf verbruiken, duurzaam, veilig en betaalbaar op te wekken, zullen er dingen gaan veranderen: in onze huizen, bedrijven en op onze boerderijen, maar op den duur mogelijk ook in het landschap.
Voor de komende jaren zal de focus liggen op alle beschikbare daken bedekken met zonnepanelen en ons energieverbruik terugdringen door bijvoorbeeld te isoleren en ledverlichting te plaatsen. Dit omdat het maatregelen zijn die financieel aantrekkelijk zijn en de logische eerste stap om uiteindelijk van het gas af te gaan. Naast deze doelstellingen voor de komende periode is het ook verstandig om verder te kijken, naar een toekomst waarin we al onze energie zelf, lokaal en duurzaam opwekken. Daarom zijn we in 2023 gestart met het opstellen van een lokale energiestrategie in samenwerking met bureau Over Morgen uit Amersfoort. In de lokale energiestrategie leggen we allereerst vast waar we nu staan. We gaan dus meten hoeveel energie we op dit moment verbruiken, hoeveel CO2 we uitstoten en hoeveel energie we nu al opwekken uit zon en/of wind. Daarna maken we een stappenplan waarin staat hoe we de doelen gaan bereiken uit het Klimaatakkoord. Dit proces doen we samen met onze inwoners. Tot op heden geeft de provincie Zuid-Holland geen toestemming voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit via windturbines in het Groene Hart. Hoewel er de komende periode nog aanvullend gezocht wordt naar de mogelijkheden voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit, is de doelstelling een energieneutraal Kaag en Braassem, op dit moment, niet realistisch.
Te meer omdat we biomassa(centrales) niet als duurzame energie/opwek beschouwen en andere oplossingen, zoals kernenergie, niet toegepast kunnen worden voor 2030. Ondanks dit houden we de technologische vooruitgang nauwlettend in de gaten. In het vorige coalitieakkoord van Provincie Zuid-Holland (2019-2023) stond de volgende opstelling: “Energieopwekking uit wind op land heeft onze laatste voorkeur. Wij actualiseren onze plaatsingsvisie voor windmolens met de volgende voorwaarden: er is lokaal draagvlak; windmolens worden opgesteld in lijnopstelling langs infrastructuur en grote open wateren; geen plaatsing in het Groene Hart, Hoeksche Waard, Midden-Delfland en natuurgebieden. In het nieuwe coalitieakkoord van Provincie Zuid-Holland (2023 – 2027) staat niet meer nadrukkelijk vermeld ‘geen plaatsing in het Groene Hart’ •
We ontwikkelen een lokale energiestrategie Kaag en Braassem (LES) met als doel 49% CO2 reductie in 2030 (Klimaatakkoord)Daarmee leveren we onze bijdrage aan
Pagina 17 van 34
•
de regionale ambitie zoals is vastgesteld in de Regionale Energiestrategie van Holland Rijnland. Naast de bijdrage van elke gemeente aan de RES-regio Holland Rijnland, krijgt de regio extra rijksmiddelen toebedeeld om de energietransitie te versnellen. Dit is vertaald naar het Energieprogramma Holland Rijnland om de gemeente, naar wens, op onderdelen te ondersteunen. Op het moment dat de LES is vastgesteld, wordt duidelijk op welke onderdelen de gemeente ondersteuning wilt ontvangen uit het Energieprogramma Holland Rijnland.
Netcongestie: •
Het elektriciteitsnetwerk is een van de speerpunten die in het Energieprogramma Holland Rijnland wordt opgepakt. Dit thema wordt integraal benaderd: er wordt gekeken naar bedrijventerreinen, wonen en locaties voor duurzame opwek (zon en/of wind). Het elektriciteitsnetwerk is een randvoorwaarde bij alle ruimtelijke ontwikkelingen die hier spelen.
GRONDSTOFFEN: HET OP DEN DUUR REALISEREN VAN EEN CIRCULAIRE ECONOMIE De rijksoverheid streeft naar een circulaire economie in 2050. Een circulaire economie is een gesloten economie waarin er geen afval bestaat. Het is ook een economie waarin we alleen nog maar herbruikbare en duurzaam geproduceerde grondstoffen gebruiken. Een belangrijke tussenstap om dat doel te halen, is het streven vijftig procent minder primaire grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel) te gebruiken in 2030. De overgang van onze huidige economie naar een circulaire economie wordt hieronder schematisch weergegeven. In de toekomst zullen we zuiniger, slimmer en efficiënter om moeten gaan met materialen en grondstoffen. Dit willen we beter verankeren in het inkoopbeleid van de gemeente. • We werken mee met het ‘Vernieuwersnetwerk natuurlijke reststromen Zuid-Holland’ binnen het ‘Doorbraakproject bermgras op de wagen’. Doel van dit project is het onderzoeken of verwaarding van bermmaaisel tot grondstof voor de bodem, bouw en buitenruimte mogelijk is. • Binnen het Vernieuwersnetwerk is ook een Community of Practice (CoP) gestart over het circulair inkopen en aanbesteden van groendiensten. Gemeente neemt deel aan deze CoP, eind oktober ’23 is de eerste bijeenkomst over dit onderwerp. • In de Omgevingsvisie is opgenomen dat er energiebesparing bij bedrijven gerealiseerd moet worden.
Hierin speelt de omgevingsdienst een rol. Er is namelijk een energiebesparingsplicht in de wetgeving opgenomen. De omgevingsdienst informeert bedrijven enerzijds over deze wetgeving en de mogelijke besparingsmaatregelen én de omgevingsdienst houdt anderzijds toezicht op het realiseren van energiebesparing bij bedrijven.
Pagina 18 van 34
6. Sociaal Kaag en Braassem De inwoners van Kaag en Braassem zijn betrokken bij elkaar en bij hun omgeving. Veel inwoners zetten zich in voor een ander of voor een vereniging. Wij waarderen deze betrokkenheid en dit enthousiasme. We willen hier de komende jaren meer ruimte aan bieden en deze betrokkenheid blijven faciliteren en ondersteunen. Toch zien wij ook dat steeds meer inwoners, al dan niet tijdelijk, in de knel komen; door de ontwikkelingen in de samenleving die ze niet meer bij kunnen houden, door fysieke, verstandelijke of psychische beperkingen, door financiële problemen of door andere omstandigheden. Vaak kunnen ze een beroep doen op familie en vrienden, maar soms is dat ook niet meer voldoende. Dan zorgen wij als gemeente ervoor dat er voldoende hulp en ondersteuning is waarop mensen een beroep kunnen doen. Zo bundelen we als inwoners, organisaties, professionals en gemeente onze krachten om samen te zorgen voor een sociaal Kaag en Braassem. Een gemeente waar iedereen erbij hoort en gelijkwaardig en volwaardig mee mag doen, ongeacht iemands beperking, chronische ziekte (zoals omschreven in o.a. het VN Verdrag Handicap), culturele achtergrond of seksuele oriëntatie.
GEZOND LEVEN MAKKELIJKER MAKEN In deze omgevingsvisie ligt het accent, als we het hebben over gezondheid, niet zozeer op (de afwezigheid van) ziekte en beperkingen, maar veel meer op de veerkracht van onze inwoners om om te gaan met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven (positieve gezondheid). Het gaat hierbij onder andere om regie op het eigen leven, kwaliteit van leven en het kunnen meedoen in de samenleving. De leefstijl van onze inwoners kan hier invloed op hebben. Bij leefstijl gaat het om gunstig gedrag voor de gezondheid zoals sport en bewegen, maar ook om ongunstig gedrag zoals roken, (overmatig) alcohol- en drugsgebruik en ongunstig gewicht (onder- en overgewicht). Wij willen een gezonde leefstijl voor jongen oud bevorderen, waarbij we erkennen dat ouders een belangrijke voorbeeldfunctie voor hun kinderen hebben. •
Gemeenten hebben van 2023 tot 2026 geschotte rijksmiddelen ontvangen na het sluiten van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Deze middelen zitten in het programma van de Driemaster. Met het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA) bouwen we aan het fundament voor een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis. We doorbreken de schotten en werken domein overstijgend vanuit samenhang om zo bij te dragen aan de beweging naar ‘de voorkant’ waarin een gezonde samenleving centraal staat. Naast lokale middelen wordt er voor zorgregio Zuid-Holland Noord voor de periode 2023 tot 2026 als regio middelen ontvangen om regionale inzet en ondersteuning te organiseren van gezondheidsbevordering waar de lokale aanpakken wat aan hebben. Onze regio heeft hier 4,2 miljoen euro voor ontvangen. Centrum gemeente Leiden beheert deze middelen. Het speerpunt van Kaag en Braassem is een regionale aanpak die ondersteunend is aan onze lokale gezondheidsdoelen en activiteiten.
HET VERGROTEN VAN KANSENGELIJKHEID Ongezondheid is niet alleen de uitkomst van ongezond gedrag, maar vooral ook van een complexe ongelijkheid in de samenleving. Niet iedereen beschikt over de kennis, vaardigheden en mogelijkheden om gezonde keuzes te maken. De overheid heef een grote rol bij het bevorderen van gezond gedrag in een gezonde leefomgeving, waarbij de inzet gedifferentieerd wordt en een aparte en toegespitste aanpak vergt voor kwetsbare groepen waarin de grootste stijging van gezondheidswinst te behalen is. Denk hierbij aan een samenhangend aanbod voor onze jeugd en jongeren organiseren, waarbij onderwijs (en kinderopvang), welzijn, preventie en jeugdhulp lokaal samenwerken. We zetten in op integrale kindcentra en laagdrempelige voorzieningen. Niet voor alle kinderen zijn een goede basis en gelijke kansen vanzelfsprekend. Door armoede, achtergrond, beperkingen of
Pagina 19 van 34
aandoeningen kunnen zij tegen grenzen aanlopen. Waar mogelijk willen wij deze grenzen slechten. •
Kansengelijkheid raakt verschillende thema’s, gemeentelijke en regionale opgaven. Zo draagt Kansengelijkheid bijvoorbeeld bij aan: Het bevorderen van de sociale cohesie, mentaal en lichamelijk welzijn, bevordering van diversiteit en het meedoen. Regio’s hebben door het sluiten van het GALA akkoord diverse middelen gealloceerd gekregen die regionaal geoormerkt zijn. Hiermee wordt regionale samenwerking flink gestimuleerd. Het is dus als regio zaak om de juiste aanpak op te stellen die van meerwaarde is voor alle lokale aanpakken. Dat maatregelen, beleid en initiatieven worden genomen om ervoor te zorgen dat iedereen, ongeacht zijn of haar achtergrond, dezelfde kansen krijgt in de maatschappij. Dit kan op verschillende gebieden relevant zijn, zoals onderwijs, werk, gezondheidszorg, en huisvesting,
HET VERSTERKEN VAN BESTAANSZEKERHEID Een integrale benadering van preventie is nodig, met aandacht voor achterliggende factoren die invloed hebben op gezondheid, zo ook bestaanszekerheid. Artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens formuleert dit als volgt: ‘Een ieder heeft recht op een levensstandaard die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen’. Deze invulling van Bestaanszekerheid vormt een belangrijk aspect van de menselijke waardigheid. Als gemeente zetten wij ons in om de bestaanszekerheid van onze inwoners te vergroten. Dit doen wij mede via de vraagsignalering schulden. Daar mensen die een achterstand hebben wij huur, gas, water en licht sneller in beeld te krijgen. We hebben in onze gemeente de papierwinkel als laagdrempelige voorziening om mensen te ondersteunen met financiële vragen. We hebben een jeugd en volwassenfonds, energiearmoede fonds en tal van andere potjes en fondsen waar mensen een beroep op kunnen doen. Met de sociale partners geven wij hier aandacht aan. Denk aan ‘appeltje voor de dorst. •