Rapportage Mooi K&B aanvullende en tweede verantwoording.
Tekst van het document
Rapportage inzake verantwoording Mooi Kaag en Braassem A. Oorspronkelijke opmerkingen naar aanleiding van de “eerste” verantwoording;
Verantwoording van Mooi Kaag en Braassem Uitgaven (juridische)Bijstand Abonnement Leidsch Dagblad Abonnement Algemeen Dagblad Bloknoot/pennen etc
€ 1.500,00 € 210,00 € 460,32 € 50,00 € 2.220,32
Voorschot Uitgegeven Terug te storten
€ 2.635,00 -€ 2.220,32 € 414,68
Conclusie: Mooi K&B, heeft zijn verantwoording ingeleverd ruim nadat de inleverdatum is verstreken. Door familieomstandigheden is het inleveren ook daarna nog enkele weken uitgesteld. Uit de afschriften die ik aan Mooi K&B gevraagd heb om de betalingen te staven blijkt dat deze allemaal in 2025 zijn gedaan. Gezien het karakter van de betalingen, abonnementen en een vergoeding aan een medewerker in combinatie met de verantwoording van het vorige jaar, mag ik aannemen dat deze betalingen ook in 2024 zijn gedaan. Daarnaast heeft Mooi K&B de letterlijke tekst van de overschrijving overgenomen, waardoor ik heb moeten navragen waarover de overschrijving ging. Bij de betaling aan de medewerker staat niet expliciet vermeld waarom de betaling is gedaan, in dit geval dienen we Mooi K&B te vertrouwen dat deze betaling is gedaan als vergoeding voor werkzaamheden. Of de abonnementen in 2024 dezelfde abonnementsprijs als in 2025 hadden kan ik moeilijk nagaan. Al met Al laat de zorgvuldigheid van Mooi K7B te wensen over. Ondanks de slordigheid is er geen reden aan te nemen dat de verstrekte gegevens niet kloppen. Mooi K&B heeft niet aangegeven dat er een reserve moet komen en derhalve is van het gemeente voorschot € 2220,32 gebruikt en zal er €414,68 moeten worden teruggestort.
Aanbeveling: Mooi K&B wordt gevraagd de volgende verantwoording op tijd, dus vóór 1 april 2026, in te leveren en daarbij de omschrijvingen aan te passen zodat in één oogopslag duidelijk is waarover het gaat. Ook nemen we de volgende keer geen genoegen meer met een overschrijving waarbij de reden waarom het geld wordt overgemaakt niet is vermeld. Omdat de medewerker een nauwe familieband heeft met de fractievoorzitter zal de volgende keer ook een overeenkomst moeten worden overlegd, dit vanwege de strengere regels die in de vigerende verordening zijn opgenomen maar ook omdat een overschrijving zonder beschrijving onvoldoende is omdat het ook iets kan betreffen dat niets met het medewerkerschap heeft te maken maar juist met die familieband. Het had Mooi K&B gesierd wanneer daarover was nagedacht. Ook zal Mooi K&B worden gevraagd zorgvuldiger te werk te gaan met de overschrijvingen die als bewijs dienen, deze moeten in het jaar waarover de verantwoording wordt opgemaakt zijn gedaan.
B. Aanvullend informatieverzoek aan Mooi Kaag en Braassem: Mooi Kaag en Braassem De fractie van Mooi Kaag en Braassem heeft een uiterst summiere verantwoording ingestuurd. In het commentaar (zie link) van de griffier is al aangegeven dat de verantwoording beter had gekund. MK&B heeft ervoor gekozen om de betaling aan een natuurlijk persoon, zoals in artikel 8, lid 1b van de verordening genoemd, alleen te onderbouwen met een bankmutatie zonder toelichting, van 8 mei 2025. Gezien dat deze betaling niet in 2024 heeft plaatsgevonden en het feit dat het een betaling is op basis van artikel 8, lid 1b waarin is bepaald dat bij betalingen aan personen een gespecificeerde, reële declaratie wordt gevraagd. MK&B zal deze alsnog moeten aanleveren. Het kan ook zijn dat er afspraken zijn gemaakt met de betrokken personen, in dat geval is het logisch om deze schriftelijk aan de griffie te sturen.
C. De aanvullende informatie van M K&B: De aanvullende informatie van M K&B bestaat uit vier A4-tje beschreven met raadsonderwerpen per maand waarachter is aangegeven wat ermee gedaan is, er staan opmerking achter als: * bestudeerd en geadviseerd * vragen geformuleerd * meegelezen en geadviseerd * gelezen en geadviseerd * motie voorbereid * vragen geformuleerd Op de laatste blaadzijde staat: Concluderend 49 raadsstukken meegelezen/bestudeerd en van advies voorzien á gemiddeld half uur per raadsstuk, kom ik tot een bedrag van € 2450,-. 460,33 191,88 ______ 652,21 --> 2 kranten
652,21 ______ 3102,21
Concluderend: 5 bestemmingsplannen die door de rechter zijn terug geflote op dezelfde argumenten die Mooi K&B al tijdens de hoorzitting ter sprake gaf !!! Verder zijn nog twee kopieën van bankafschriften toegevoegd waarop alleen het maandtarief van de krantenabonnementen zichtbaar zijn. Een scan van het origineel met deze aanvullende informatie is toegevoegd als bijlage bij deze rapportage.
Conclusie over deze verantwoording In de brief die naar de fracties is geschreven inzake de aanvullende informatie staat het doel van de gevraagde aanvullingen als volgt beschreven:
Voorstel
Alle fracties krijgen tot 17 november 2025 de tijd om de eigen verantwoording aan te vullen met stukken (bonnetjes en bankoverschrijvingen) en een aannemelijke verklaring over de eventuele gemengde kosten die gezamenlijk met de partij gemaakt zijn. Met name gaat het dan over de zaken die beschreven staan in de verordening; Artikel 8 lid 1b: “Betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;” en Artikel 8 lid 1e: “Uitgaven ten behoeve van consumptie in de horeca;” en de verklaringen zoals aangegeven in artikel 10 lid 1 van de verordening “Bij gemengde kosten moet het aannemelijk gemaakt worden dat minimaal 50% van de kosten ten behoeve van de fractie is om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol versterken;”.
In genoemde brief is ook aangegeven dat ervan wordt uitgegaan dat de administratie op orde is, dit is als volgt geformuleerd: Daarnaast wordt ervan uitgegaan dat alle fracties op basis van hetgeen in de verordening staat in artikel 12, de administratie volledig op orde heeft, dit artikel luidt: Artikel 12. Administratieve verplichtingen 1.De fractie is primair verantwoordelijk voor een rechtmatige besteding van de ontvangen financiële bijdrage en het voldoen aan de verplichtingen zoals gesteld in deze verordening; 2.De fractie voert een financiële administratie welke volledig en juist inzicht geeft in de inkomende en uitgaande betalingen, zoals bankmutaties. Dit inzicht ziet tevens op eventuele schulden, verplichtingen, egalisatiereserves, alsmede overige gegevens die voor financiële verantwoording van belang zijn; 3.De administratie wordt zodanig ingericht dat op eerste aanvraag van de griffier nadere informatie kan worden gegeven en bescheiden of bewijsstukken met betrekking tot de uitgaven kunnen worden overlegd.
Dit alles overwegende heeft de griffier de aanvullende informatie van Mooi Kaag en Braassem uitvoerig bekeken en komt daarbij tot de volgende conclusies: 1. Het was M K&B wederom niet mogelijk binnen de gestelde termijn de aanvulling op de verantwoording in te leveren. Eerst op 20 november 2025 heeft de griffie de aanvullende informatie mogen ontvangen; 2. Gezien de aard van de aanvullende informatie die door M K&B is gegeven lijkt het erop dat deze fractie zijn administratie, zoals in artikel 12 van de verordening is beschreven, niet op orde heeft, het heeft immers ongeveer drie weken geduurd vooraleer de gevraagde informatie kon worden verstrekt; 3. Mooi K&B dient ten opzichte van de (eerste) verantwoording een gewijzigde verantwoording in. Op basis daarvan kan worden gesteld dat de eerste niet correct was; 4. In artikel 8, lid 1b staat: “De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: (b) Betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;”.
Er is een overzicht gegeven van werkzaamheden welke door een natuurlijk persoon zijn verricht, maar dit geldt niet als een reële declaratie, een declaratie is een verzoek om vergoeding van gemaakte kosten of een opgave van geleverde diensten. In dit geval is het geen van beiden, immers de fractievoorzitter schat zelf de tijdsbesteding op 30 minuten per “raadsstuk”. In de verantwoording staat geschreven: “49 raadsstukken meegelezen/bestudeerd en van advies voorzien á gemiddeld half uur per raadsstuk kom ik (de fractievoorzitter, sic) tot een bedrag van € 2450,-.”. Deze schatting wordt noch onderbouwd door een declaratie aan de fractie noch door een afspraak tussen fractie en dienstverlener. Daarmee is vastgesteld dat het hier niet om een reële declaratie gaat. 5. De vergoeding bekijkend komt het erop neer dat een uurtarief van € 100,- wordt gevraagd, dit lijkt ten opzichte van de aard van de werkzaamheden aan de hoge kant. Dit uurtarief komt namelijk neer op een bruto jaarinkomen op basis van een 40-urige werkweek van rond de €200.000,-. Hierover kan de vraag worden gesteld op basis van welke objectieve criteria tot dit bedrag gekomen is. 6. Volgens de berekening die door M K&B is gegeven werkt de natuurlijke persoon per jaar 24,5 uur (49 raadsstukken á 0,5 uur per stuk).
Wanneer we de oorspronkelijke verantwoording, € 1500,- per jaar, als uitgangspunt zouden nemen komt dat neer op een uurvergoeding van ongeveer € 61,-. Ook dit bedrag is aan de hoge kant wetend dat bijvoorbeeld de burgemeester van onze gemeente een bruto uurloon heeft, op basis van een 36-urige werkweek, dat hier ongeveer 10% onder zit, terwijl de burgemeester 24/7 beschikbaar is. 7. In de eerste verantwoording wordt € 50,- opgevoerd voor “Bloknoot/pennen etc”, deze post komt in de tweede verantwoording niet meer terug. Mogen we dan ervan uitgaan dat deze ten onrechte is opgevoerd bij de eerste verantwoording, danwel dat deze kosten niet meer zijn opgevoerd omdat de nieuwe verantwoording reeds het volledige voorschot van de gemeente bettreft.? 8. In de bankafschriften, bij de tweede verantwoording gevoegd, staan slechts de bedragen die betaald zijn aan de twee krantenabonnementen. De betalingen aan de
natuurlijke persoon die de “(juridische)Bijstand” heeft geleverd zijn niet terug te vinden in deze afschriften. Omdat het over een aanzienlijk bedrag gaat en dus hoger is dan het bedrag dat op 8 mei 2025 aan deze persoon is overgemaakt mag worden verwacht dat over het verschil ook een bankafschrift te vinden is. Deze zat dus niet bij de stukken. 9. Op bladzijde 4 van de tweede verantwoording staat dat de natuurlijke persoon heeft “meegelezen en geadviseerd” bij het raadsvoorstel “Opheffen geheimhouding” (raad 25 november 2024). De werkwijze die daarbij wordt gehanteerd is volgens het raadsvoorstel; “Er wordt jaarlijks een voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd waarin wordt voorgesteld de geheimhouding op te heffen op documenten die daarvoor in aanmerking komen, omdat er geen grondslag vanuit de Woo meer van toepassing is om de documenten geheim te houden. Nadat de raad hierover besloten heeft, worden de betreffende documenten openbaar gemaakt.”. Dit houdt in dat zolang de raad nog geen besluit heeft genomen over het raadsvoorstel van het college de stukken geheim zijn. Dat roept de vraag op in hoeverre de fractie van M K&B met de betreffende natuurlijke persoon een afspraak over de geheimhouding van stukken heeft gemaakt. Zo nee, dan is de vervolgvraag of de fractie kan garanderen dat de betreffende persoon geen toegang heeft tot geheime stukken.
Zo ja, welke afspraken zijn daarover gemaakt en is er ook sprake van een geheimhoudingsovereenkomst met de betrokken persoon. 10. Deze “tweede” verantwoording voldoet niet aan de door in de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning K&B 2025 gestelde eisen. waarvan de financiële commissie op 8 september 2025 heeft aangegeven dat daar beter op gecontroleerd dient te worden. Het is daarmee onmogelijk om over deze tweede verantwoording van M K&B in deze vorm een positief advies te geven.
Algemene conclusie Uit de beide verantwoordingen van M K&B is niet vast te stellen dat er sprake is van een rechtmatige besteding van de ontvangen financiële bijdrage en het voldoen aan de verplichtingen zoals gesteld in de verordening. Daarom wordt geadviseerd alleen de twee krantenabonnementen als een rechtmatige besteding te zien. Derhalve zal de fractie worden gevraagd om €1982,80 (Voorschot van €2635,- minus de kosten van de twee krantenabonnementen, zijnde €652,20) aan de gemeente terug te storten.
Vervolg Mooi Kaag en Braassem is tot vrijdag 28 november 2025, 9.00 uur de kans gegeven om de omissies te herstellen en of aan te vullen met relevante informatie. Al hetgeen tot de deadline nog als aanvulling komt zal aan de commissie worden verstrekt en eventueel zal de algemene conclusie worden aangepast.