CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel_Maatschappelijke_Zorg_2023__198768__

Gemeenteraad 19 december 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Zienswijze ontwerp Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg 2023 Holland Rijnland4.044 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsavond Zaaknummer Portefeuillehouder Opsteller Onderwerp

06-09-2021 36022 P.C. van der Wereld-Verkerk Twan van der Burgh, tvanderburgh@kaagenbraassem.nl Doordecentralisatie maatschappelijke zorg 2023

Beslispunten De volgende financiële middelen op te nemen in de programmabegroting 2023 en conform de beleidskaders en afspraken in te zetten voor inwoners met een behoefte aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang, verslavingszorg en/of bemoeizorg: a. middelen voor huidige cliënten BW die hiervoor vanaf 2023 volgens door de colleges vast te stellen verdeling vanuit centrumgemeente Leiden worden overgedragen; b. middelen voor nieuwe cliënten BW die de gemeente rechtstreeks vanuit het Rijk ontvangt; c. middelen voor MO/VZ/OGGZ die hiervoor vanaf 2023 door centrumgemeente Leiden worden overgedragen.

Wat willen we bereiken Inwoners die door psychische of psychosociale problemen niet in staat zijn zich op eigen kracht te redden in de samenleving ontvangen vanuit de eigen gemeente ondersteuning gericht op: • het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie; • de stabilisatie van het psychiatrisch ziektebeeld; • voorkoming van verwaarlozing of maatschappelijke overlast; • het afwenden van gevaar voor de inwoner zelf of voor anderen. Deze ondersteuning kan in de eigen woonsituatie gegeven worden, op een specifiek daarvoor bestemde woonlocatie of op een tijdelijke opvangplek.

Wat gaan we daarvoor doen De gemeenten in Holland Rijnland besluiten om als gevolg van de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg met ingang van 2023 de opvang van inwoners die dak- en/of thuisloos zijn en ondersteuning voor inwoners met ernstige psychosociale problemen (sub)regionaal te organiseren. We hebben het dan over beschermd wonen, maatschappelijke opvang en taken op het gebied van (preventie) verslavingszorg en bemoeizorg (tezamen Maatschappelijke Zorg).

Pagina 1 van 10

Inleiding De gemeenten in Holland Rijnland besluiten om als gevolg van de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg met ingang van 2023 de opvang van inwoners die dak- en/of thuisloos zijn en ondersteuning voor inwoners met ernstige psychosociale problemen (sub)regionaal te organiseren. We hebben het dan over beschermd wonen, maatschappelijke opvang en taken op het gebied van (preventie) verslavingszorg en bemoeizorg. In 2015 hebben de gemeenten van Holland Rijnland Gemeente Leiden gemandateerd voor de uitvoering en financiering van deze taken. Met deze verandering kan elke gemeente ervoor zorgen dat benodigde hulp eerder, dichterbij de vertrouwde thuissituatie en meer in samenhang met andere sociale activiteiten en de lokale hulpverlening wordt georganiseerd. De ambulante taken van de maatschappelijke zorg, waaronder bemoeizorg en intensieve ambulante ondersteuning, worden per 1 januari 2022 uitgevoerd door de Coöperatie Dichtbij in de Rijnstreek. Ook hebben we de optie om de toegang tot de maatschappelijke zorg per 2023 te beleggen bij deze Coöperatie.

De Rijnstreekgemeenten zullen met ingang van 2023 de ondersteuning en opvang organiseren voor inwoners die door dak- en thuisloosheid en/of een psychische stoornis behoefte hebben aan een vorm van wonen (Ondersteuning met wonen), met uitzondering van de voorzieningen voor inwoners waarvoor de vraag in de Rijnstreek te klein is om te organiseren. Voor deze specifieke voorzieningen maken de gemeenten in Holland Rijnland afspraken over hoe deze in de regio Holland Rijnland beschikbaar zijn. De gecontracteerde Wmo-ondersteuning en -zorg zal er daarmee per 2023 als volgt uit zien:

Vanaf 1 januari 2023 worden de financiële middelen voor beschermd wonen door het Rijk geleidelijk naar de afzonderlijke gemeenten overgedragen. De financiële middelen voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg en bemoeizorg worden door het Rijk voorlopig nog aan de gemeente Leiden verstrekt ten behoeve van de hele regio Holland Rijnland. In Holland Rijnland maken we afspraken met elkaar om de middelen die de gemeente Leiden hiervoor ontvangt ook vanaf 2023 over de afzonderlijke gemeenten te verdelen. Om alle ondersteuning en benodigde samenwerkingsafspraken op (sub)regionaal niveau in 2023 goed geregeld te hebben is nu een raadsbesluit noodzakelijk zodat begin 2022 de inkoop van maatschappelijke zorg kan starten. Onderbouwing Doordecentralisatie Met de wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden voor het beschermd wonen van inwoners met GGZ-

Pagina 2 van 10

problematiek. De gemeenten waren al verantwoordelijk voor taken op het gebied van maatschappelijke opvang (MO), verslavingszorg en -preventie (VZ) en OGGZ (bemoeizorg) en de Wmo-taken. In Holland Rijnland hebben de gemeenten door middel van het verlenen van een mandaat destijds besloten om de taken voor beschermd wonen en voor MO/VZ/OGGZ te beleggen bij centrumgemeente Leiden. Hiermee werd gemeente Leiden in 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorg voor de meest kwetsbare inwoners, oftewel de maatschappelijke zorg, in de regio Holland Rijnland. Regionaal beleidskader Na de komst van de nieuwe taak van beschermd wonen bij de gemeenten is in de regio Holland Rijnland een regionaal beleidskader voor de maatschappelijke zorg opgesteld. Eind 2016, begin 2017 hebben alle gemeenteraden in de regio Holland Rijnland het Beleidskader Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland 2017-2025 vastgesteld. In het Beleidskader Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland 2017-2025 is vastgelegd dat het wenselijk is het beleid en de uitvoering van maatschappelijke opvang, verslavingszorg, (O)GGZ en beschermd wonen in onderlinge samenhang en in samenhang met andere gemeentelijke taken te transformeren. Zo kan subregionaal een integrale en doeltreffende ondersteuning van kwetsbare inwoners worden geboden.

Deze inwoners hebben immers veelal op meerdere levensgebieden, zoals woonvaardigheden en omgaan met geld, problemen. Op lokaal niveau kan het beste vorm gegeven worden aan vroegsignalering, preventie en ondersteuning op maat. Met dit beleidskader werd aangesloten op het advies dat de commissie Toekomst beschermd wonen (ook wel commissie Dannenberg genoemd) eind 2015 uitbracht. Voorbereiding op doordecentralisatie Op basis van dit beleidskader hebben de gemeenten en zorgpartijen in Holland Rijnland de afgelopen jaren hard gewerkt om te komen tot nieuwe, lokale vormen van opvang en wonen met ondersteuning (zie Bijlage 1). Zo is onder andere ingezet op versterking van preventie en ambulante ondersteuningsconcepten. Ook regionaal zijn er voorbereidingen getroffen op de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg. Er is een analyse gemaakt van de samenstelling van de (lange) wachtlijst voor beschermd wonen, van welke specialistische voorzieningen op regionaal niveau moeten blijven aangeboden en van de uitbreiding die daarin nog moet plaatsvinden na de overgang van cliënten naar de Wet langdurige zorg (Wlz). Ook wordt een nieuwe regionale MO-voorziening ontwikkeld. Voor deze voorbereidingen heeft centrumgemeente Leiden over de periode van 2018-2022 de financiële middelen (Investeringsfonds maatschappelijke zorg Holland Rijnland) aan de gemeenten beschikbaar gesteld.

Financiën Landelijke keuzes Landelijk gaan de komende jaren een aantal zaken veranderen in de verdeling van middelen voor maatschappelijke zorg. Er spelen ontwikkelingen op drie onderdelen: • de verdeelsystematiek beschermd wonen • verdeling middelen maatschappelijke opvang en • de wijziging van de Wet langdurige zorg (Wlz) I. Verdeelsystematiek beschermd wonen Het huidige verdeelmodel beschermd wonen is gebaseerd op de historisch gegroeide situatie van spreiding van BW-voorzieningen over het land. Dit voorjaar is een nieuw verdeelmodel ter consultatie voorgelegd, gebaseerd op objectieve kenmerken. De verwachting is dat het zal worden vastgesteld zodra er een nieuw kabinet is. Pagina 3 van 10

Het Rijk heeft voor de invoering van het nieuwe verdeelmodel beschermd wonen gekozen een ingroeipad te hanteren dat ingaat per 2023. De centrumgemeente blijft de middelen voor voorzieningen voor de huidige cliënten ontvangen volgens de huidige historische verdeling. De rijksmiddelen voor voorzieningen voor nieuwe (instroom) cliënten worden met ingang van 2023 gefaseerd aan individuele gemeenten verstrekt. Dit gebeurt aan de hand van het nieuwe, objectieve verdeelmodel. Omdat de huidige cliënten afnemen door uitstroom zal ook het budget van de centrumgemeente afnemen. Het budget van elke individuele gemeente voor nieuwe cliënten neemt toe. Dit ingroeipad neemt zeven jaar in beslag. Dit betekent dat gedurende zeven jaar de middelen voor beschermd wonen via twee geldstromen vanuit het Rijk verdeeld zullen worden (zie figuur op pagina 5). II. Verdeling middelen maatschappelijke opvang Medio 2019 heeft het Rijk besloten de middelen voor maatschappelijke opvang in elk geval tot 2026 aan de centrumgemeenten te blijven verstrekken. Op dat moment zal landelijk nader bekeken worden of ook deze middelen voortaan aan de afzonderlijke gemeenten wordt toegekend. De verdeling van deze middelen over de regio’s gebeurt reeds op basis van objectieve maatstaven. III.

Wijziging van de Wet langdurige zorg (Wlz) Sinds dit jaar is de Wlz opengesteld voor inwoners die ‘levenslang en levensbreed’ intensieve ondersteuning nodig hebben bij wonen en leven vanwege psychiatrische problematiek. Hierdoor komt een aanzienlijke groep inwoners die tot 2021 een beroep deden op BW vanuit de Wmo onder de Wlz te vallen. Met deze wetswijziging zal een deel van het BW-budget overgaan naar de Wlz. Op dit moment is het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) nog steeds bezig de indicaties hiervoor af te wikkelen. De verwachting is dat ca. 35% van de cliënten BW zal overgaan naar de Wlz. In 2021 Q4 zal definitief duidelijk worden om hoeveel cliënten en middelen het precies gaat. Deze overgang zal voor gemeenten kostenneutraal verlopen: de regio ontvangt minder geld, maar de kosten nemen met eenzelfde bedrag af. Deze ontwikkeling maakt echter dat de precieze omvang van het budget dat gemeenten ontvangen nog niet exact te berekenen/voorspellen is. Regionale ambitie I. Gelijktijdig decentraliseren MO en BW Een splitsing in het tijdpad voor de herverdeling van middelen beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt in onze regio onwenselijk geacht. Het gaat in beide gevallen om inwoners die lokaal het beste gekend worden en die lokaal laagdrempelig een ondersteuningsaanbod in de vorm van wonen en zorg in samenhang met ondersteuning op andere leefgebieden behoeven.

Een deel van de cliënten binnen BW en MO kampt met vergelijkbare problematiek. Door budgetten gelijktijdig te decentraliseren wordt ontschotting tussen het ondersteuningsaanbod BW en MO mogelijk, wat gemeenten beter in staat stelt lokaal tot passende integrale maatwerkoplossingen te komen. Door budgetten gelijktijdig te decentraliseren wordt ontschotting tussen het ondersteuningsaanbod BW en MO mogelijk, wat gemeenten beter in staat stelt lokaal tot passende integrale maatwerkoplossingen te komen. Daarnaast leidt doordecentralisatie van zowel BW als MO ertoe dat de regiogemeenten zich meer dan nu verantwoordelijk zullen voelen voor preventie, opvang en herstel van cliënten MO, wat de druk op de opvang in Leiden verder kan helpen verkleinen.

Pagina 4 van 10

II. Geen ingroeipad Een gefaseerde doordecentralisatie zoals het Rijk voor ogen heeft bij beschermd wonen wordt in onze regio niet wenselijk geacht. Het zou betekenen dat nieuwe cliënten een directe relatie met de eigen woongemeente hebben en ondersteuning die stevig lokaal ingebed is, terwijl op dezelfde locatie ook bewoners zijn die een regionaal bekostigd ander aanbod kunnen krijgen. Daarnaast betekent het dat aanbieders op één locatie met meerdere verschillende contracten te maken kunnen krijgen. Regionaal is dan ook de wens om voor beschermd wonen géén ingroeipad te hanteren, maar per 2023 alle inwoners met een beschermd wonen-voorziening inhoudelijk en financieel onder de verantwoordelijkheid te brengen van de gemeente waar zij nu (beschermd) wonen. Dit brengt met zich mee dat ook het historisch budget voor BW dat de komende jaren nog naar de centrumgemeente blijft gaan, per 2023 verdeeld wordt over alle gemeenten. III. Regionaal verdeelmodel De gemeenten in Holland Rijnland hebben op basis van bovenstaande uitgangspunten een verdeelmodel ontwikkeld voor Holland Rijnland waarmee we in staat zijn om per 2023 de middelen en taken voor maatschappelijke zorg op een verantwoorde manier over te dragen vanuit de centrumgemeente (zie bijlage 2).

Adviesbureau AEF heeft ons ondersteund om te komen tot een regionaal verdeelmodel voor de maatschappelijke zorgtaken dat goed zal aansluiten op de nieuwe landelijke verdeling omdat zij ook die hebben ontworpen. In de bijgevoegde infographic wordt in beeld gebracht hoe de voorgestane aanpak in Holland Rijnland zich verhoudt tot het landelijke tijdpad (zie bijlage 3). Wanneer de uitkomsten voor de subregio’s negatief uitpakken zal het regionale verdeelmodel opnieuw onder de loep genomen worden en zo nodig aangepast worden. Regionale Afspraken a. Verdeling middelen beschermd wonen Zoals hierboven is toegelicht zal elke gemeente per 2023 rechtsreeks middelen ontvangen voor nieuwe (instroom) cliënten beschermd wonen. Er komt een landelijk objectief verdeelmodel voor de verdeling van deze middelen. De middelen voor de huidige cliënten beschermd wonen worden nog uitgekeerd aan de centrumgemeente op dezelfde wijze als nu het geval is, dit is een historisch verdeelmodel. Omdat gemeente Leiden de kosten van de huidige cliënten kent, kunnen de middelen voor deze kosten overgeheveld worden naar de individuele gemeenten waar deze cliënten wonen. De individuele gemeente moet dus in staat zijn deze kosten te dragen (budgetneutraliteit).

Samenvattend: voor de dekking van de lokale kosten beschermd wonen ontvangt de gemeente dus de middelen vanuit twee geldstromen, één vanuit het rijk, deze geldstroom neemt jaarlijks toe, en één vanuit gemeente Leiden, deze geldstroom neemt jaarlijks af en zal naar verwachting na zeven tot tien jaar wegvallen. b. Verdeling middelen MO/VZ/OGGZ

Pagina 5 van 10

Voor de verdeling van het landelijke Rijksbudget maatschappelijke opvang over de 44 regio’s bestaat al een objectief verdeelmodel. De maatstaven daarvoor zijn: • Aantal inwoners per leeftijdscategorie • Regionale aantrekkingskracht • Aantal huishoudens met een laag inkomen • Aantal uitkeringsontvangers • Aantal minderheden • Aantal eenouderhuishoudens Omdat deze kenmerken ook per gemeente beschikbaar zijn kan het regiobudget in lijn met de landelijke verdeelsystematiek verdeeld worden over de gemeenten van Holland Rijnland. c. Regionale specialistische voorzieningen Sommige inwoners hebben een specifieke ondersteuningsbehoefte die niet lokaal of subregionaal te organiseren of te bekostigen is. Voor deze vragen is het voorstel om deze gezamenlijk voor gemeenten in Holland Rijnland te contracteren. Concreet gaat het om voorzieningen voor de volgende ondersteuningsvragen. • Inwoners met een lichte verstandelijke beperking in combinatie met verslavingsproblematiek • Inwoners met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) in combinatie met chronische verslaving. • Inwoners met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) in combinatie met somatische aandoeningen • Inwoners met ernstige psychiatrische problematiek in combinatie met gedragsproblematiek en/of lichtverstandelijke beperking die aangewezen zijn op 24/7 ondersteuning.

• Alleenstaande ouders met ernstige psychiatrische problematiek die aangewezen zijn op 24/7 ondersteuning • Daklozen met zware problematiek waarbij 24/7 begeleiding nodig is • Acute opvang dak- en thuislozen en opvang dak- en thuislozen bij koude- of hitteregeling Voor de bekostiging van de regionale specialistische voorzieningen levert elke gemeente naar rato van het eigen budget een bijdrage. Bij gemeente Leiden is nu een reserve beschermd wonen aanwezig. Deze reserve omvat eind 2021 naar schatting 3,6 miljoen euro. Dit zijn regionale middelen. Deze reserve kan worden benut om enerzijds ontbrekende voorzieningen te realiseren en anderzijds om jaarlijkse schommelingen tussen begrote en werkelijke uitgaven van de regionale voorzieningen op te vangen. Op deze wijze worden gemeenten niet met jaarlijks wisselende bijdragen aan deze voorzieningen geconfronteerd. Hierover worden nog nadere afspraken vastgelegd, die meegenomen worden bij de besluitvorming in 2021. Op basis van de vraag en de inkooptarieven zal jaarlijks een begroting opgesteld worden voor de regionale kosten. d. Afspraken over frictiekosten centrumgemeente Nu bij gemeente Leiden de centrumtaken worden afgebouwd kan er sprake zijn van frictiekosten. Deze kosten worden in beeld gebracht en hierover worden zo nodig afspraken gemaakt .

Waar sprake is van personeel dat nu BW en MO uitvoert die na de doordecentralisatie wegvallen, kunnen afspraken gemaakt worden over overname van personeel vanuit de gedachte ‘mens volgt werk’. e. Afspraken over de regionale toegang, inkoop, monitoring en overige ambtelijke taken Ook na 2023 zullen de gemeenten in Holland Rijnland nauw blijven samenwerken in de maatschappelijke zorg. Samenwerking is om meerdere redenen van meerwaarde: • de contractering en het contractmanagement van regionale voorzieningen, het reguleren van de toegang tot deze voorzieningen en het monitoren van het Pagina 6 van 10

•

•

gebruik en de kosten kan het beste in regionaal verband gebeuren vanuit de efficiencygedachte. Voorstel is hiervoor een regionaal team in te richten met expertise vanuit de centrumgemeente en regiogemeenten; de opgave om tot een evenwichtige regionale spreiding van voorzieningen en meer ambulante vormen van beschermd wonen en opvang te komen vergt een lange adem. Samenwerking is nodig om het voorzieningenniveau in de regio op een goed peil te brengen en te houden en gezamenlijk de juiste plek voor een inwoner te kunnen bieden; vanuit het Rijk blijft de centrumgemeente het aanspreekpunt voor de huidige cliënten beschermd wonen en voor de maatschappelijke opvang.

Regionale en subregionale afspraken voor de samenwerking Landelijk is afgesproken dat gemeenten de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) hanteren. Deze geldt voor het jeugddomein en voor de Wmo-taken beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Deze norm gaat uit van regionale samenwerking om beschikbaarheid en continuïteit van zorg te garanderen. Onderdeel van deze NvO is het maken van niet vrijblijvende regionale governance-afspraken en een regionaal aanspreekpunt. Omdat de gemeenten in Holland Rijnland al beschikken over het regionale samenwerkingsverband Holland Rijnland waarbij ook taken op het gebied van de Jeugdwet zijn neergelegd ligt het voor de hand dit samenwerkingsverband eveneens te benutten voor de samenwerking op het terrein van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De samenwerking op de regionale taken zoals toegang, inkoop, monitoring etc. van maatschappelijke zorg dient een goede juridische basis te hebben. De vorm wordt nog nader onderzocht en uitgewerkt in de komende periode. Te denken valt aan onderbrenging bij de Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland, of bij de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp, via een centrumgemeenteconstructie of een gewone samenwerkingsovereenkomst. Bovengenoemde punten waarom afspraken binnen Holland Rijnland nodig zijn gelden eveneens, zij het op beperktere schaal, in de Rijnstreek.

Het aantal inwoners dat een beroep doet op deze voorzieningen -in de Rijnstreek circa 150- maakt het zinvol en efficiënt om als Rijnstreekgemeenten gezamenlijk te contracteren. Daarbij zal Alphen aan den Rijn contracthouder worden. Dat betekent dat in de Rijnstreek soortgelijke afspraken gemaakt moeten worden als in Holland Rijnland. Uitvoering Kosten Met ondersteuning van AEF is berekend hoe de budgetten voor de regio en de subregio’s zich de komende jaren ontwikkelen op basis van onderstaande huidige gegevens (per juni 2021): - de hoogte van de uitname van middelen in verband met de overgang van cliënten naar de Wlz - de ontwikkeling van de Rijksmiddelen beschermd wonen - de hoogte van de Rijksmiddelen maatschappelijke opvang, verslavingszorg en bemoeizorg (MO/VZ/OGGZ) - de uitgaven voor BW en MO/VZ/OGGZ over het jaar 2020 - het nieuwe objectieve verdeelmodel voor BW. In onderstaande tabel zijn de totale middelen vanaf 2027 tot 2032 op basis van huidige gegevens en doorrekeningen voor de maatschappelijke zorg voor de regio Holland Rijnland te zien. Ook zijn de regionale kosten geraamd van de specialistische voorzieningen en Pagina 7 van 10

bijbehorende ambtelijke functies (zoals toegang, monitoring, inkoop). Hieruit volgt wat de komende jaren de budgettaire ruimte is om te investeren in transformatieopgaven. Uit de huidige voorlopige berekeningen van AEF blijkt dat de subregio’s vanaf een positief saldo overhouden. Voor individuele gemeenten is dit niet zeker. Op dit moment hebben alle gemeenten afspraken om in subregionaal verband nauw samen te werken. Bij de uitwerking van het regionale verdeelmodel is daarom het uitgangspunt dat subregio’s er niet op achteruit gaan met de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg en dat de uitvoering van de taken budgetneutraal plaatsvindt. Dus de uitvoering van de taken per 2023 past binnen de beschikbare financiële middelen. De wijze van contractering is zodanig dat hierop (nadrukkelijk) gestuurd wordt. (Sub)regio Duin- en Bollenstreek Leidse Regio Rijnstreek Regionaal

Inkomsten Inkomsten Inkomsten Budgettaire Budgettaire BW 2023 BW 2032 MO ruimte 2023 ruimte 2032 € 6.234.413 € 9.285.450 € 627.567 € 1.147.106 € 4.198.143 € 10.172.889 € 5.341.624 € 4.703.249

€ 14.414.162 € 7.969.987 € 5.703.249

€ 1.688.346 € 773.233 € 4.741.225

€ 1.185.708 € 766.334 -

€ 5.426.981 € 3.394.697 -

In Q1 2022 zullen deze voorlopige budgetten herijkt worden op basis van de cijfers over het gebruik in 2021 zoals die op dat moment bekend zijn inclusief de definitieve uitname Wlz. Deze gegevens zijn leidend bij de inkoop van de ondersteuning en bij het opstellen van de Richtnota 2023 en de begroting 2023. Wanneer het definitieve landelijke verdeelmodel BW bekend is (mogelijk bij de meicirculaire 2022), volgt een eventuele bijstelling in de (nog op te stellen) begroting 2023.

Participatie en tijdlijn Gemeenteraad De afgelopen jaren bent u als gemeenteraad op verschillende momenten geïnformeerd over de geplande doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg. Op verschillende bijeenkomsten is een afvaardiging van uw raad bijgepraat over de ontwikkelingen. Daarnaast bent u per brief geïnformeerd over verschillende stappen. Adviesraad sociaal domein De Adviesraad wordt betrokken bij en geïnformeerd over de verdere uitwerking en aanbestedingen. Stichting Lumen De onafhankelijke regionale cliëntenorganisatie Stichting Lumen Holland Rijnland heeft bij de uitwerking van diverse onderdelen aan tafel gezeten, dan wel op onderdelen geadviseerd. In de uitvoering wordt een belangrijke rol voor deze organisatie weggelegd als ‘kritische vriend’: vindt de uitvoering plaats zoals beoogd en is deze in het belang van de cliënten. Regionale werkgroepen De afgelopen twee jaar heeft er regionaal op Holland Rijnlandniveau en subregionaal op Rijnstreekniveau ambtelijk voorbereiding plaatsgevonden. In verschillende werkgroepen is en wordt gewerkt aan de voorbereiding voor de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg.

Pagina 8 van 10

AEF In 2020 is samen met AEF een regionale verdeelsystematiek uitgewerkt voor de verdeling van de budgetten over de gemeenten en de regio. Deze methodiek en daarbij behorende uitkomsten geven het vertrouwen dat de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg per 2023 een verantwoorde keuze is. Volgens deze ramingen zullen zowel op subregionaal als regionaal niveau voldoende middelen beschikbaar komen om te kunnen voorzien in een goed voorzieningenniveau. Rebel Group Rebel Group ondersteunt de gemeenten bij de keuze voor een bekostigingsmodel en een daaraan verbonden product- en tariefstructuur dat op regionaal en op subregionaal niveau kan worden gebruikt vanaf 2023. En dat bijdraagt aan het bereiken van de doelen op het vlak van de maatschappelijke zorg en dat zorgaanbieders positief prikkelt en zo min mogelijk administratieve lasten geeft.

• Visie en Advies 6 september 2021 • Raadsbesluit 20 september 2021 • Starten aanbesteding Maatschappelijke Zorg • Aanbesteding publiceren Q1 2022 • Aanbesteding gunnen Q2 2022 • Opdracht starten 1 januari 2023

Risico’s 1. Objectief verdeelmodel beschermd wonen is nog niet definitief vastgesteld Dit voorjaar is het nieuwe verdeelmodel beschermd wonen ter consultatie voorgelegd aan gemeenten en andere gremia. De verwachting is dat het zal worden vastgesteld zodra er een nieuw kabinet is. Wat betreft het definitieve verdeelmodel beschermd wonen zijn een aantal risico’s te benoemen: •

•

•

In het voorlopige verdeelmodel kunnen de precieze definities van enkele maatstaven nog veranderen. Dit kan leiden tot een herverdeling in de budgetten van alle gemeenten. Dit is een onzekerheid waar de gemeente geen invloed op heeft. Verwachting is dat de verschuiving niet dermate groot is dat het objectieve model in de regio Holland Rijnland lager uitvalt dan het historische model, aangezien het objectieve model BW momenteel bijna 50% hoger uitpakt dan het historische model. De Wlz-uitname wordt eind dit jaar definitief bekend. Bij een hogere Wlz-uitname is het overgebleven budget voor alle gemeenten lager. De hoogte van de uitname sluit aan bij de kosten van cliënten die naar de Wlz gaan, dus de kosten die gemeenten maken voor beschermd wonen worden in die situatie ook evenredig lager. Op het netto resultaat zal een hogere uitname dus geen effect hebben. Herverdeeleffecten zijn niet uit te sluiten. Dit heeft te maken met het feit dat er in de regio gemeenten zijn die relatief veel of juist weinig voorzieningen hebben. Om dit te ondervangen wordt subregionaal samengewerkt bij de inkoop en in de op- en afbouwopgave.

In de huidige verdeling is zoveel als mogelijk rekening gehouden met bovengenoemde risico’s. Tevens wordt bij de inkoop rekening gehouden met eventuele afwijkende uitkomsten

Pagina 9 van 10

en wordt ruimte gehouden voor mogelijke bijstelling naar boven of beneden als gevolg van het definitieve verdeelmodel. 2. Regionale overeenstemming nodig Regionaal moeten gemeenten tot overeenstemming komen over de inkoop en bekostiging van specialistische voorzieningen, de verdeling van de middelen en de wijze van samenwerking, sturing en monitoring. Regio Over dit hele traject is veelvuldig gesproken in het PHO Maatschappij, het afgelopen jaar zelfs maandelijks. Dit voorstel is dan ook tot stand gekomen in nauwe afstemming met alle betrokken regionale portefeuillehouders. Duurzaamheid Door inwoners met een hulpvraag bij psychische aandoeningen in de eigen omgeving en dichtbij het sociale netwerk te kunnen ondersteunen verbetert de leefbaarheid voor hen. Daarbij is ook oog voor de leefbaarheid van de sociale omgeving indien er sprake is van onbegrepen gedrag.

Roelofarendsveen, 24 augustus 2021 Burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, de gemeentesecretaris, de burgemeester, M.E. Spreij mr. K.M. van der Velde-Menting

Bijlagen behorend bij het voorstel Bijlage 1: Innovatie in Maatschappelijke zorg Holland Rijnland. Resultaten, ervaringen en lessen van 7 innovatieve pilots maatschappelijke zorg, 2020 Bijlage 2: Financiering van regionale kosten en verdeling regionale budgetten, AEF, juni 2021 Bijlage 3: Infographic verdeelmodel maatschappelijke zorg Holland Rijnland, juli 2021

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=c4f92b6f-93dc-4565-8233-7c79e12e3f10