Raadsvoorstel Financiële verordening 2024
Tekst van het document
Raadsavond Zaaknummer Portefeuillehouder Voorbereid door Onderwerp
16-12-2024 9-12-2024 financiële commissie 753477 Nick van Egmond Middelen Financiële verordening 2024
Beslispunten • De Financiële verordening van de gemeente Kaag en Braassem 2024 vast te stellen. Wat willen we bereiken Geactualiseerd wettelijk kader voor de financiële organisatie, het financiële beleid en het financieel beheer. Samenvatting Er geldt een wettelijke plicht voor de raad om een Financiële verordening vast te stellen. In de Financiële verordening zijn de kaders vastgelegd voor de financiële organisatie, het financiële beleid en het financieel beheer. Naast tekstuele wijzigingen zijn de wijzigingen die nu worden voorgesteld met name het gevolg van gewijzigde inzichten in: • de effecten van de wijzigingen van de BBV; • de rechtmatigheid op basis van de kadernota rechtmatigheid 2024; • het effect van de financieel-technische ombuigingen richtnota 2025: de toepassing van restwaarde bij circulair bouwen. Voor de wijzigingen wordt verwezen naar het was-wordt overzicht (Bijlage Financiële verordening (was – wordt)). De wijzigingen zijn technische aanpassingen die stroken met de laatste ontwikkelingen. Met uitzondering van wijzigingen in artikel 29 lid 5 (begrotingscriterium) en artikel 11b (waardering en afschrijving vaste activa) is geen sprake van beleidsmatige aanpassingen. Deze twee wijzigingen worden hieronder toegelicht. Het was-wordt overzicht eindigt met een korte vooruitblik voor wat betreft de verwachte aanpassingen in de financiële verordening 2025.
Met de actualisatie van de financiële verordening sluit deze weer aan op de laatste ontwikkelingen. Deze financiële verordening 2024 vervangt de financiële verordening van 2023.
Pagina 1 van 4
Inleiding Er geldt een wettelijke plicht voor de raad om een Financiële verordening vast te stellen. In de Financiële verordening zijn de kaders vastgelegd voor de financiële organisatie, het financiële beleid en het financieel beheer. Onze verordening is in 2023 gewijzigd onder meer naar aanleiding van de wetswijziging met betrekking tot de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast is gekozen voor de aanpassing van het toelichtingsgrensbedrag van € 15.000 naar 0,05% van het totale begrote bedrag aan programmalasten inclusief reservedotaties blijkende uit de door de raad vastgestelde oorspronkelijke primaire programmabegroting voor dat verslagjaar. Met als argumentatie dat sturing door uw raad op hoofdlijnen en op significante afwijkingen hierdoor ook beter mogelijk was. Naast tekstuele wijzigingen zijn de wijzigingen die nu worden voorgesteld met name het gevolg van gewijzigde inzichten in: • de effecten van de wijzigingen van de BBV; • de rechtmatigheid op basis van de kadernota rechtmatigheid 2024; • het effect van de financieel-technische ombuigingen richtnota 2025: de toepassing van restwaarde bij circulair bouwen Voor de wijzigingen wordt verwezen naar het was-wordt overzicht (Bijlage Financiële verordening (was – wordt)). De wijzigingen zijn technische aanpassingen die stroken met de laatste ontwikkelingen.
Met uitzondering van wijzigingen in artikel 29 lid 5 (begrotingscriterium) en artikel 11b (waardering en afschrijving vaste activa) is geen sprake van beleidsmatige aanpassingen. Deze twee wijzigingen worden hieronder toegelicht. Het was-wordt overzicht eindigt met een korte vooruitblik voor wat betreft de verwachte aanpassingen in de financiële verordening 2025. Argumenten Voor de wijzigingen wordt verwezen naar het was-wordt overzicht (Bijlage Financiële verordening (was – wordt)). De wijzigingen zijn technische aanpassingen die stroken met de laatste ontwikkelingen. Met uitzondering van onderstaande wijzigingen is geen sprake van beleidsmatige aanpassingen. Artikel 29 lid 5 Het huidige artikel luidt: “De na het moment van de door de raad laatst vastgestelde tussentijdse rapportage over het betreffend verslagjaar geconstateerde over- en/of onderschrijdingen van programmabaten-budgetten resp.
onderschrijdingen van programmalasten- en/of investeringskredietbudgetten voor dat verslagjaar betreffen op zichzelf acceptabele begrotingsonrechtmatigheden, mits deze soort afwijking(en) uiterlijk bij of met de jaarrekening over dat verslagjaar aan de raad worden gemeld en toegelicht.” In de kadernota rechtmatigheid 2024 wordt aangegeven dat begrotingsafwijkingen zijnde overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten op zichzelf niet onrechtmatig zijn, tenzij niet tijdig gemeld. Het advies is concreet vast te leggen in de financiële verordening wat niet tijdig concreet betekent. Dit is gedaan in de financiële verordening 2023 waarin is aangegeven dat het melden en verantwoorden van deze afwijkingen in de jaarrekening als tijdig worden geduid. Echter is toen opgenomen dat dit acceptabele begrotingsonrechtmatigheden betreffen. Nadere duiding in de kadernota rechtmatigheidheid 2024 leert dat deze afwijkingen
Pagina 2 van 4
rechtmatig zijn. Artikel 29 lid 5 is aangepast waarbij “betreffen op zichzelf acceptabele begrotingsonrechtmatigheden” is vervangen door “zijn rechtmatig”. Deze aanpassing is tevens in overeenstemming met het advies uit het accountantsverslag boekjaar 2023 van accountant Baker Tilly om de financiële verordening zodanig aan te passen dat acceptabele onrechtmatigheden niet meer gerapporteerd hoeven te worden. Artikel 29 lid 5 luidt nu als volgt: De na het moment van de door de raad laatst vastgestelde tussentijdse rapportage over het betreffend verslagjaar geconstateerde over- en/of onderschrijdingen van programmabatenbudgetten resp. onderschrijdingen van programmalasten- en/of investeringskredietbudgetten voor dat verslagjaar zijn rechtmatig, mits deze soort afwijking(en) uiterlijk bij of met de jaarrekening over dat verslagjaar aan de raad worden gemeld en toegelicht Artikel 11 b: Waardering en afschrijving vaste activa: restwaarde en circulair bouwen Bij de financieel-technische ombuigingen van de Richtnota 2025, is onder circulair bouwen & restwaarde een besparing ingeboekt. De kaders en uitgangspunten die nodig zijn voor de toepassing hiervan worden nu benoemd in deze verordening. Introductie van restwaarde bij circulair bouwen In de toekomst zullen primaire grondstoffen schaarser zijn, maar de vraag voor materialen blijft bestaan.
Bij circulair bouwen worden materialen toegepast die later weer opnieuw ingezet kunnen worden. Om dat te kunnen doen, wordt er gekeken naar de losmaakbaarheid van producten en/of elementen en hoe materialen goed van elkaar gescheiden kunnen worden. Wanneer producten en materialen uit elkaar gehaald kunnen worden, kunnen ze bij een nieuw project opnieuw worden toegepast. Hierdoor blijft het een materiaal met waarde. Wanneer een restproduct waarde heeft, hoeft er niet meer afgeschreven te worden naar nul, waardoor je extra bestedingsruimte creëert. Hoe beter materialen van elkaar gescheiden kunnen worden, hoe hoger de restwaarde is. Het gaat om het toepassen van een andere manier van bouwen, en in plaats van een gebouw slopen, materialen en producten oogsten. De restwaarde dient reëel en per actief te worden geschat. Het hanteren van een vast percentage restwaarde voor bijvoorbeeld het totale vastgoed doet onvoldoende recht aan de individuele kenmerken van de materiële vaste activa. De restwaarde mag niet zodanig hoog worden geschat dat feitelijk geen of te weinig afschrijving plaatsvindt. Bij de bouw van Kineo passen wij voor het eerst een (circulaire) restwaarde toe. Dat zullen wij ook doen voor de nog te realiseren kindcentra. Er zijn inmiddels daarvoor praktische handvaten ontwikkeld voor het bepalen van de restwaarde bij een gebouw.
Recentelijk is ook het beheer- en onderhoudsplan openbare ruimte geactualiseerd. Bij de eerstvolgende (tussentijdse) actualisatie van dit plan zullen ook uitgangspunten en spelregels worden opgenomen voor het bepalen van een circulaire restwaarde bij de aanleg van de buitenruimte zoals bijvoorbeeld wegen. Kanttekeningen N.v.t. Risico’s N.v.t.
Pagina 3 van 4
Duurzaamheid N.v.t. Participatie en inspraak N.v.t. Financiële consequenties Aan de vaststelling van de verordening zijn geen financiële consequenties verbonden. Regio N.v.t. Evaluatie Zodra het BBV of een andere wettelijke regeling wijzigt met mogelijke gevolgen voor de Financiële verordening, zullen we bezien of een voorstel tot wijziging aan uw raad moet worden voorgelegd. Roelofarendsveen, 19-11-2024 Burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, de gemeentesecretaris, de burgemeester, J.J. Démoed A. Heijstee-Bolt Bijlagen behorend bij het voorstel • •
Financiële verordening 2024 Was-wordt financiële verordening 2024
Pagina 4 van 4