R k beantwoording schriftelijke vragen MooiKB VSO steiger Kaag GEANONIMISEERD
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN
ZAAKNUMMER
704316
Datum indiening vragen
13 september 2024
Van
De fractie van Mooi K&B
Gericht aan
College van burgemeester en wethouders
Onderwerp
ingekomen stuk 2748 – Handhaven besluit Rechtbank en geheime vaststellingsovereenkomst.
Toelichting De vragen van Mooi K&B Vragen 1) a) Kan het college aangeven wat de argumentatie is waarom de vaststellingsovereenkomst omtrent dit dossier vertrouwelijk is? Klopt het dat bij het vastgestelde raadsbesluit, Inventariseer opgelegde geheimstukken30/10/23 deze vaststellingsovereenkomst niet bij de geheimhoudingen stond? Antwoord Een artikel met geheimhoudingsplicht is niet ongebruikelijk in VSO’s. Dit standaardartikel is ook in de bewuste VSO opgenomen. Het overzicht dat bij het raadsvoorstel in oktober 2023 was gevoegd, betrof voorstellen en documenten die het college onder geheimhouding naar de gemeenteraad heeft gestuurd en waarvan de gemeenteraad de geheimhouding heeft bekrachtigd. Het aangaan van de vaststellingsovereenkomst is een collegebesluit geweest en niet met de raad gedeeld. Daarom was deze inderdaad niet opgenomen in het overzicht. b) Klopt het dat de omgevingsvergunning 3 x geweigerd is van de belanghebbende? Wat is de argumentatie van het college om het de vierde keer wel te verlenen, immers het afgewezen derde verzoek, verlengen van aanlegsteiger met 5 meter en plaatsten van 2 meerpalen komt overeen met het vierde verzoek belanghebbende? Antwoord Er is eerst een vergunning aangevraagd voor 10 meter verlenging van de steiger. Na een negatief advies, is deze aanvraag bijgesteld naar 8 en deze is geweigerd.
Toen is een vergunning aangevraagd voor 5 meter en die is ook geweigerd. Er is dus sprake van 2 eerdere weigeringen. Later is hangende beroep de weigering voor 5 meter herroepen en is alsnog vergunning verleend. Op uitnodiging van de toenmalige advocaat van de heer XXX, heeft de gemeente de situatie ter plaatse op 8 november 2022 opnieuw beoordeeld. De aanleidingen voor deze uitnodiging waren dat de eerdere stedenbouwkundige afwegingen altijd waren gemaakt zonder de locatie te bezoeken en daarnaast om te zoeken naar een oplossing voor de vele juridische procedures. De gemeente deelde
de wens om tot oplossingen te komen en een goed afgewogen besluit te nemen en is daarom ingegaan op de uitnodiging. Tijdens het bezoek is een nieuwe stedenbouwkundige afweging gemaakt waarbij is geoordeeld dat de doorvaarbaarheid niet wijzigde door de extra steiger omdat de afstand tussen de uiterste punten van de steigers niet afnam. Daarnaast is aangegeven dat er voldoende parkeergelegenheid was. Op basis van deze nieuwe afwegingen is de eerdere weigering herzien en is alsnog vergunning verleend. c) Klopt het dat het college voorwaarden had gesteld bij het verlenen van de omgevingsvergunning belanghebbende en welke waren dit? Antwoord Ja, het voorschrift luidt: a. Het is de vergunninghouder niet toegestaan om aan de noordzijde van de verlengde steiger een (plezier)vaartuig af te meren dan wel daarmee een ligplaats in te nemen. d) Wie van het college heeft deze deal met belanghebbende gemaakt, ik lees uit de vaststellingsovereenkomst dat de deal met belanghebbende al gemaakt is voordat het in het college is besproken? Antwoord Er is ambtelijk gesproken met de belanghebbenden, vervolgens is een voorstel aan het college gedaan.
e) Waarom doet het college het verzoek bij de buurman om geen bezwaar te maken of rechterlijke stappen te nemen tegen belanghebbende? Wat is hier het doel van? Waarom is dit een taak van het college? Wat is de argumentatie waarom belanghebbende niet eerst de buren informeren van de voorgenomen plannen? Het vooraf informeren van plannen hebben we toch als raad afgesproken (participatie) Antwoord Zie ook het antwoord op vraag 1b. De uitnodiging voor een bezichtiging ter plaatse was mede ingegeven door het zoeken naar een oplossing voor de vele juridische procedures. De gemeente deelde de wens om tot oplossingen te komen. Gelet op de verstoorde verstandhouding tussen de buren, lag het voor de hand om de gemeente het hernieuwde besluit toe te laten lichten en niet vergunninghouder. Een wettelijk verplichte participatie geldt pas sinds de invoering van de Omgevingswet van 1 januari 2024. Dat wij als gemeente een poging hebben ondernomen om de kwestie zonder procedures op te lossen, neemt niet weg dat het een belanghebbende altijd vrij staat om toch zijn rechtsmiddelen aanwenden. En dit heeft hij ook gedaan. Wij zijn dus slechts een inspanningsverplichting aangegaan, geen resultaatverplichting.
f) Wat is de argumentatie van het college waarom gemeente en belanghebbende ten opzichte van de buurman strikte geheimhouding betrachtten? Waarom wordt door de gemeente slechts aan de buurman medegedeeld dat de omgevingsvergunning aan belanghebbende is verleend? Antwoord Zie het antwoord onder 1a. Dat slechts is meegedeeld dat de omgevingsvergunning aan belanghebbende is verleend, komt voort uit het feit dat die vergunning op basis van een inhoudelijke stedenbouwkundige heroverweging tot stand is gekomen en de VSO slechts diende om de gemaakte afspraken over het intrekken van de beroepen vast te leggen. g) Klopt het dat een gemeentelijke ambtenaar hier zijn handtekening onder heeft gezet en is dit de ambtenaar waarbij Mooi Kaag en Braassem afgelopen voorjaar aangaf, als je de juiste mensen maar kent binnen het huis om iets voor elkaar te krijgen?
Antwoord Het college heeft besloten over het aangaan van de VSO, de ondertekening daarvan is gemandateerd. Het college neemt afstand van de uitingen van het raadslid over een ambtenaar. En gaat deze vraag dan ook niet beantwoorden. Op dit punt is het raadslid in het voorjaar al aangesproken op het schenden van de gedragscode integriteit. 2) a) Klopt het dat de rechtbank de verleende omgevingsvergunning van belanghebbende, 5 meter aanlegsteiger alsmede plaatsen 2 meerpalen vernietigd heeft? Mooi Kaag en Braassem ontvangt graag de uitleg van het college hierin? Antwoord Ja dit klopt. De uitspraak van de rechtbank is reeds toegezonden. U vindt de motivering in rechtsoverwegingen: 8.7 en 9.2. Kort samengevat oordeelde de rechtbank dat het bestreden besluit zowel voor wat betreft de parkeeroplossing als voor wat betreft de doorvaarbaarheid onvoldoende was gemotiveerd. b) Kan het college aangeven wat de kosten van de gemeente zijn geweest omtrent dit besluit rechtbank? Antwoord In de uitspraak is de volgende kostenveroordeling uitgesproken:
c) Hoe kan het dat het college van mening is, te lezen in het vonnis dat het verlengen van de aanlegsteiger acceptabel is maar bij een eerder verzoek dit geweigerd heeft, wat waren toen dan de argumenten? Antwoord In het collegevoorstel dat heeft geleid tot het alsnog verlenen van de vergunning is de volgende onderbouwing opgenomen: Onderbouwing Op 3 november 2022 zijn onze stedenbouwkundige en de behandelend ambtenaar door belanghebbende uitgenodigd om de situatie te bekijken en eventueel om een oplossing te bedenken. Tijdens dit bezoek heeft belanghebbende nogmaals uitgelegd waarom zij de verlenging aanvragen. Dit heeft te maken met de gevaarlijke situatie die is ontstaan als gevolg van de verlenging van de steiger van de eigenaar van XXX, te Kaag (hierna: de buurman). Dit probleem zou worden opgelost door het verlengen van de eigen steiger met de aangevraagde 5 meter. Zo wordt namelijk duidelijk wat de ingang is bij de buurman en wat de ingang is bij belanghebbende. Dit zal, aldus belanghebbende, voorkomen dat er aanvaringen komen. Als gevolg van het bezoek zijn wij tot de conclusie gekomen dat de ruimtelijke situatie aanvaardbaarder is dan aanvankelijk werd gedacht. Dit omdat het algemene gebruik van het water (de doorvaarbaarheid van deze trechter) al reeds onwenselijk is.
Het verlengen van de steiger zal deze situatie niet onwenselijker maken, zoals we reeds eerder dachten. Daarnaast heeft uw aangegeven
dat zij de steiger kunnen bouwen zonder aanmeervoorzieningen. Zodat er wordt voorkomen dat er aan deze steiger wordt aangemeerd. Dit heeft tot gevolg dat de trechter niet verstopt kan raken en het mogelijk blijft om er door heen te varen. Waardoor de algemene doorvaarbaarheid niet extra gefrustreerd zal worden. Daarnaast zal ook de parkeerdruk niet toenemen. Zo zal het gaan om maximaal 1 aanmeerplaats (aan de andere kant van de aanmeersteiger) en belanghebbende heeft voldoende parkeergelegenheid om dit op te vangen. Daarnaast zijn wij, zowel door de commissie als door het Rijksvastgoedbedrijf (de eigenaar van de grond) geadviseerd, om beide vergunningaanvragen gelijktijdig te behandelen en gezamenlijk te weigeren of te verlenen. Dit hebben wij toentertijd niet gedaan. Derhalve wordt uw college alsnog voorgesteld om het oorspronkelijke besluit te herroepen en de omgevingsvergunning alsnog te verlenen. d) Mooi Kaag en Braassem trekt de conclusie dat het college meerdere fouten heeft gemaakt met als gevolg dat de tegenpartij hoge advocaat kosten heeft moeten maken om hun gelijk te krijgen om hun inkomsten te kunnen behouden, Is het college bereid om hun advocaat kosten te vergoeden, immers als het college haar werk goed had gedaan, had de tegenpartij niet zulke hoge kosten hoeven te maken, graag toelichting? Antwoord Zie ook het antwoord onder 2b.
Er is door de uitspraak van de rechtbank al een tegemoetkoming in de advocaatkosten opgelegd. Er loopt op dit moment nog een hoger beroep en er moet nog een nieuwe beslissing op bezwaar genomen worden. Tijdens lopende procedures doen wij geen uitspraken over tegemoetkomingen. Als een procedure in zijn geheel is afgerond, kan de ‘tegenpartij’ de gemeente aansprakelijk stellen indien deze van mening is dat wij onrechtmatig hebben gehandeld en een eventuele proceskostenvergoeding de geleden schade niet (volledig) dekt. De gemeente is verzekerd voor dergelijke kosten en mag gelet op de verzekeringsvoorwaarden ook niet zelfstandig uitlatingen doen over aansprakelijkheid. 3) Kan het college toelichten wat er was afgesproken met belanghebbende in 2016 omtrent het plaatsen van de damwand en heeft belanghebbende zich daaraan gehouden? Antwoord Er is een vergunning uit 2015 (kenmerk W20150061) voor het realiseren van een aanmeer-, op- en aftuigsteiger en golfbreker op het perceel Julianalaan 44 te Kaag. Hier staat op tekening een damwand met daarbij op diverse plekken de opmerking ‘doorstroombaar’. Wij hebben geen gekoppeld handhavingsverzoek kunnen vinden of andere informatie waaruit zou blijken dat niet conform deze vergunning gehandeld zou zijn of er afwijkende afspraken gemaakt zijn met de vergunninghouder.
4) Op 12 mei 2021 geeft de stedenbouwkundige van de gemeente aan dat de doorvaarbaarheid van het water in het geding komt door de uitbreiding van 5 meter aanlegsteiger. Daarnaast speelt het parkeren ook een rol, er zijn niet voldoende parkeerplaatsen om te voorzien in deze toename. Ook geeft de stedenbouwkundige van de gemeente aan dat vanuit ruimtelijk oogpunt deze uitbreiding onwenselijk is. Na het lezen van deze mail wil Mooi Kaag en Braassem graag van het college weten waarom na deze mail stedenbouwkundige het college alsnog de omgevingsvergunning verleend heeft? Kan het college ook aangeven waarom er niet gehandhaafd is op een verzoek handhavingsverzoek parkeren? Wordt er nu geparkeerd op gronden wat de bestemming tuin heeft, graag een toelichting college? Antwoord v.w.b. de vraag waarom alsnog wel vergunning is verleend, zie het antwoord onder vraag 2c v.w.b. de vraag over het niet handhaven op het handhavingsverzoek m.b.t. de bestemming Tuin. Beide indieners van de handhavingsverzoeken woonden te ver weg van dit perceel en waren om die reden
geen belanghebbende. Een verzoek om handhaving (en dus om een besluit te nemen) kan alleen ingediend worden door een belanghebbende. Er is nu een melding gedaan over dit gebruik. Een melding kan wel door een ieder gedaan worden, maar hiervoor geldt geen beslistermijn. Door te weinig capaciteit is de melding nog niet opgepakt. 5) Kan het college aangeven waarom bij dit initiatief geen bestemmingsplanwijziging doorlopen hoeft te worden of een VVGB aan de raad gevraagd hoeft te worden, immers de stedenbouwkundige heeft aangegeven dat vanuit ruimtelijk oogpunt dit geen ruimtelijke kwaliteit winst is? Antwoord Wij nemen aan dat hier gedoeld wordt op de vergunning voor de steiger. De verlenging van de steiger paste (zowel bij de familie XXX als bij de familie XXX) niet in het bestemmingsplan. Er kon echter een vergunning verleend worden met de destijds nog geldende kruimelgevallenregeling. Hiervoor geldt de reguliere procedure waarbinnen een VVGB van de raad niet is vereist.