Programmabegroting 2026
Tekst van het document
❖ Overlast voor inwoners beperken bij werkzaamheden in de openbare ruimte. ❖ Voldoen aan door de raad gestelde kwaliteitsnormen. ❖ Een gezonde groene leefomgeving met oog voor duurzaamheid en een klimaatadaptieve inrichting. Uitvoering 2026
❖ 2026 zal gekenmerkt worden door de start, afronding en ingebruikname van enkele grote reconstructie projecten. Zoals bijvoorbeeld de Oud Adeselaan in Rijpwetering, Roelofarendsveen – Noord fase 1 en de Vriezekoop Noord in Leimuiden.
❖ En wordt er een verdere uitvoering gegeven aan het onderzoeken van een nieuwe verbinding tussen het Noordeinde en de Flora/Geestweg. Buiten deze voortzetting van het verkeersveiliger maken van het Noordeinde – Zuideinde zal in 2026 een uitwerking gemaakt worden van het aankomende project Oud Adeselaan. Een project waarbij verkeersveiligheid voor fietsers en een rioleringsopgave gecombineerd wordt.
❖ Vanaf juli 2026 wordt er aangesloten bij een nieuwe concessie voor openbare laadpalen, waarmee duurzaam en elektrisch rijden gefaciliteerd blijft. Er zal tevens een pilot gestart worden met verlengde private aansluitingen (VPA's), waardoor elektrische auto's met eigen (zonne-)stroom opgeladen kunnen worden. ❖ Er wordt doorlopend ingezet op het “ontstenen” van de buitenruimte verharding wordt vervangen door groen om een fijnere leefomgeving te realiseren voor onze inwoners en om onze buitenruimte klimaatadaptiever te maken.
❖ Dieren zijn ook onderdeel van de buitenruimte. Via onze overeenkomst met de dierenambulance welke in 2025 afgesloten is, tonen wij als gemeente onze betrokkenheid bij dierenwelzijn. Dit zal verder vorm krijgen in 2026 door de continuering van deze samenwerking.
27
Thema: Recreatie In deze raadsperiode is een recreatievisie tot stand gekomen in samenwerking met ondernemers, inwoners, verenigingen en het recreatieveld. Om aantrekkelijk te zijn voor vrijetijdsbesteding voor onze eigen inwoners en de bezoekers is een recreatief netwerk nodig. Koers Kaag en Braassem wil zich profileren en manifesteren als recreatiegemeente voor zowel recreant, ondernemer en inwoner. Doelen ❖ Kaag en Braassem profileren en manifesteren als recreatiegemeente.
❖ Kaag en Braassem recreatief aantrekkelijk houden voor inwoners en (regionale) bezoekers. Uitvoering 2026 ❖ De (netwerk)posi e van S ch ng Kaag en Braassem Promo e blijven versterken, onder andere door middel van het versterken van relaties met diverse partners (zoals sponsoren, media, overheidsinstanties en andere promotieorganisaties), het uitbreiden van het netwerk en het bouwen aan het merk Stichting Kaag en Braassem Promotie. ❖ Fietspont Kaag – Oud Ade heeft in 2025 weer gevaren vanuit initiatief van Stichting Promotie Kaag. Wij hebben het conceptverzoek voor een structurele oplossing beoordeeld en wij vinden het aanleggen van een fietspad door de Kagerpolder met een afmeervoorziening aan de Keverplas een wenselijke ontwikkeling. De provincie en het hoogheemraadschap dienen ook in te stemmen met het initiatief. Wij steunen dit initiatief en vervullen een faciliterende en ondersteunende rol binnen dit project.
❖ In het afgelopen jaar hebben we, samen met de buitendienst, stappen gezet in het realiseren van diverse recreatieve voorzieningen in de openbare ruimte en dit heeft tot mooie projecten geleid. Voor 2026 zetten wij in op het verder uitbouwen van deze voorzieningen.
❖ Er is al een geruime tijd een inwonerswerkgroep betrokken bij het realiseren van een zwemstrand in Roelofarendsveen. Wij steunen dit initiatief en vervullen een faciliterende en ondersteunende rol binnen dit project.
❖ Het volgen van de ontwikkelingen van de tweede sluis in Roelofarendsveen welke onderdeel is van project Braassemerland.
❖ Om de recreatieve ontwikkeling in onze gemeente te verstevigen en inhoudelijk uit te breiden, zoeken we naar een vorm van structureel overleg met diverse recreatiepartners om diverse sectoren aan elkaar te verbinden en gezamenlijk kansen te verkennen en initiatieven te ontwikkelen voor het versterken van recreatieve voorzieningen. Door deze samenwerking willen we gericht investeren in een aantrekkelijk en divers recreatief aanbod.
❖ Het behouden en waar mogelijk gepast uitbreiden van recrea eve voorzieningen vanuit eigen grondposi es en par culiere ini a even. ❖ Plannen ophalen om de recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente te behouden door in te zetten op regiosamenwerking met diverse stakeholders.
❖ Opstellen van een beleidskader verblijfsrecreatie. Het doel van dit beleidskader is om een gestructureerde visie op verblijfsrecreatie te ontwikkelen. Hiermee willen we gebieden aanwijzen 28
om verblijfsrecreatie binnen onze gemeente te stimuleren, een duidelijk toetsingskader bieden voor de toetsing van plannen, en samenwerking bevorderen tussen gemeente, provincie en andere stakeholders.
29
Thema: Duurzaamheid
De doelstellingen op klimaat en energie zijn een grote opgave voor gemeenten waarbij Kaag en Braassem een Lokale Energie Strategie heeft vastgesteld. Het kabinet zet in op bestaande afspraken aan de hand van drie pijlers waaronder energietransitie en klimaatadaptatie. Het verminderen van uitstoot van broeikasgassen maar ook aanpassen aan, voorbereid zijn op en omgaan met klimaatverandering. Koers Kaag en Braassem doet actief mee aan de energietransitie en de verduurzaming van Nederland Doelen Een veilige groene en gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier door;
❖ Het beperken van de CO2 uitstoot in de gebouwde omgeving ❖ De uitstoot door verkeer en vervoer te verlagen ❖ Meer aandacht te hebben voor de gevolgen van klimaatverandering ❖ De biodiversiteit te verbeteren ❖ De bodemdaling te beperken en ❖ Bewuster om te gaan met energie, water, grondstoffen en voedsel Uitvoering 2026 ❖ De lokale energiestrategie (LES) wordt verder uitgewerkt naar een uitvoeringsagenda voor 2026. We werken aan het besparen en het opwekken van energie.
❖ Besparen Energie besparen is belangrijk. Hier waren we al mee bezig voordat er een LES was en wij blijven ons hiervoor inzetten bijvoorbeeld door: o Inwoners en ondernemers wegwijs maken in verduurzamen via onze online loketten in samen werking met Regionaal Energie Loket; o Inwoners een gratis adviesgesprek aan te bieden met één van de energiecoaches; o Particuliere huiseigenaren te ondersteunen met de subsidieregeling voor het isolatieprogramma in Kaag en Braassem; o Ondernemers ondersteunen met gratis energiescans en begeleiding in samenwerking met Klimaatroute; o Samen met ondernemers van het Veenderveld een energiehub op te zetten; o In twee/drie verschillende kernen te starten met wijkuitvoeringsplannen met als doel aardgasvrij te worden; o Het Warmteprogramma wordt opgesteld en zal in 2026 worden vastgesteld; o Een Soortenmanagementplan (SMP) wordt uitgevoerd. Dit is een plan om de instandhouding van beschermde diersoorten in een bepaald gebied te waarborgen.
30
❖ Opwekken Voor het opwekken van energie wordt een beleidskader wind- en zonne-energie opgesteld, om de spelregels voor het opwekken van energie vast te stellen. Daarbij wordt ook met andere partners, zoals gemeenten en Rijkswaterstaat, gekeken waar zon langs infrastructuur opgewekt kan worden.
❖ Communicatie In de communicatie over duurzaamheid maken we zichtbaar wat we al doen, wat beter of anders kan, wat nog lastig is en wat nog moet gebeuren. We communiceren ook waarom we aan de energietransitie werken en hoe daar we als gemeente zelf aan bijdragen. Door kennis en ervaringen te delen inspireren mensen elkaar, komen ze in beweging en gaan noodzakelijke veranderingen en ontwikkelingen sneller. Voor elk project binnen duurzaamheid maken we daarom een gerichte communicatiecampagne met als doel: o Verbinden: we betrekken inwoners en ondernemers en zijn samen in gesprek. o Verhelderen: we informeren op tijd en duidelijk en vertellen waarom, hoe, wat en wanneer. o De weg wijzen: we verwijzen naar betrouwbare bronnen o Inspireren: we laten zien wat er al gebeurt.
31
Thema: Land- en tuinbouw(gebieden)
De recente val van kabinet Schoof betekent dat de onzekerheid waarin boeren en tuinders nu al jarenlang leven, verder voortduurt. Ondanks de inzet van vele partijen om tot oplossingen te komen voor complexe dossiers zoals stikstof en vergunningverlening, blijft het concrete resultaat uit. Als gemeente hebben wij slechts beperkte invloed op landelijke besluitvorming, maar erkennen wij deze onzekerheid en zullen we ons blijven inzetten voor een stabiele en duurzame toekomst voor onze boeren en tuinders. Koers Een belangrijk deel van het grondgebied van Kaag en Braassem is in gebruik bij agrariërs en ook in de toekomst zal de land- en tuinbouw een grote rol blijven spelen. Duidelijke kaders om verrommeling van het land- en tuinbouwgebied tegen te gaan en een vitale innovatieve land- en tuinbouwsector zijn hierbij van groot belang. Doelen ❖ Bodemdaling tegengaan. ❖ Een vitale innovatieve land- en tuinbouwsector.
❖ Behoud openlandschap. Uitvoering 2026 ❖ In de eerste helft van 2025 is het rapport over de toekomstbestendigheid van de Geestweg en Floraweg opgeleverd. De uitkomst van dit onderzoek geeft aan dat het gebied niet toekomstbestendig is voor duurzame glastuinbouw. Deze resultaten worden meegenomen in een nieuw onderzoek, waarin wordt gekeken naar een nieuwe invulling van het gebied en de mogelijke opties. Dit onderzoek start in de tweede helft van 2025 en loopt door in 2026.
❖ In 2025 heeft de raad uitgesproken dat het gebied De Baan en Sotaweg de bestemming glastuinbouw zal behouden voor de komende 20 jaar. Om tot een goede invulling van het gebied te komen, blijft de gemeente ondernemers en inwoners ondersteunen bij het uitwerken van concrete deelplannen voor De Baan en Sotaweg.
❖ Na akkoord van de subsidieregeling worden in 2026 de biodiversiteitsmaatregelen en de waterinfiltratiesystemen geïnstalleerd in de Waterloospolder, Vlietpolder en Blauwe Polder welke vallen onder het polderproces van Kaag en Braassem “Peilen op de toekomst”.
❖ We betrekken ondernemers en hun vertegenwoordigers, zoals het Economisch Overleg Platform (EOP), LTO, Platform Tuinbouw Veenstreek en Boerenberaad, bij belangrijke ontwikkelingen en voeren regelmatig overleg.
32
❖ Een positieve grondhouding aannemen ten opzichte van nieuwe vormen van landschapsbeheer, agrarisch vastgoed en nieuwe vormen van boeren als dit bijdraagt aan nieuw perspectief voor de landbouw. Hierop zal maatwerk van toepassing zijn.
❖ De provincie Zuid-Holland zet de gebiedsgerichte aanpak vanuit het ZH-PLG voort, ondanks het beëindigen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en het bijbehorende transitiefonds. In juni 2025 is de Samenhangende Aanpak Natuurherstel en Economie (SANE) vastgesteld. Deze integrale aanpak richt zich op stikstofreductie, natuurherstel en het versterken van leefkwaliteit en economische vitaliteit. Provinciale Staten hebben via amendementen en moties gestuurd op een evenwichtige verdeling van verantwoordelijkheden tussen sectoren, conform de aanbevelingen van de ministeriële stikstofcommissie. Regiegroepen zijn gevraagd uiterlijk december 2025 gebiedsvoorstellen aan te leveren die bijdragen aan de provinciale doelen. De provincie werkt in het najaar van 2025 de maatregelen verder uit, met nadruk op participatie van betrokken partijen.
33
Thema: Economie en bedrijventerreinen Werkgelegenheid is een van de belangrijkste randvoorwaarden voor bestaanszekerheid van mensen. Daarom heeft de gemeente een belangrijke taak in het realiseren van voldoende mogelijkheid voor bedrijven om als werkgever en onderneming ruimte te krijgen voor deze ambitie. Koers Kaag en Braassem is een bedrijvige gemeente. Met bijvoorbeeld de ontwikkeling van bedrijventerreinen willen we in de aankomende jaren kansen benutten en onze lokale economie gezond houden. Doelen ❖ Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven bieden en behouden
❖ De economische sector de ruimte bieden om te ondernemen ❖ Werkgelegenheid vergroten voor onze inwoners Uitvoering 2026
❖ De actuele economische visie van de ondernemers uit de gemeente Kaag en Braassem wordt opgenomen in de Omgevingsvisie. ❖ We betrekken ondernemers en hun vertegenwoordigers, zoals het Economisch Overleg Platform (EOP), bij belangrijke ontwikkelingen en voeren regelmatig overleg.
❖ Wij zetten ons in om planologisch uitnodigend te zijn voor lokale ondernemers. Dit doen wij door proactief mee te denken bij nieuwe initiatieven, kansen te signaleren en te benutten, en door structureel overleg te voeren met ondernemers en hun verenigingen.
❖ We behartigen de belangen van onze lokale ondernemers op zowel regionaal als provinciaal niveau, zodat hun stem ook buiten de gemeente gehoord wordt.
❖ De bedrijventerreinen binnen de gemeente Kaag en Braassem vervullen een essentiële rol in het ondersteunen van de lokale economie. Bij de (mogelijke) uitbreiding van deze terreinen wordt nadrukkelijk ingezet op het faciliteren van de groei van lokale ondernemers, zodat zij binnen de gemeente kunnen blijven ondernemen en doorgroeien. De ontwikkeling van bedrijventerrein Drechthoek II is een stap dichterbij gekomen en vormt een belangrijk onderdeel van deze ambitie. Parallel hieraan onderzoekt de gemeente de haalbaarheid van een alternatieve locatie voor toekomstige bedrijvigheid. Deze verkenning vindt plaats in samenhang met het opstellen van een nieuwe gebiedsvisie voor het glastuinbouwgebied rondom de Geestweg en Floraweg.
❖ Op verzoek van lokale ondernemers ontwikkelt de gemeente Kaag en Braassem in nauwe samenwerking met de ondernemers een standplaatsenbeleid. Dit beleid heeft als doel om duidelijkheid en transparantie te bieden over de voorwaarden en mogelijkheden voor standplaatsen binnen de gemeente, zoals marktkramen, foodtrucks en andere mobiele verkooppunten.
❖ De ontsluiting van bedrijventerreinen, tuinbouwgebieden, winkellocaties en toeristische locaties vereist voortdurende aandacht. In het bijzonder geldt dit voor de N207. In samenwerking met onze verkeerskundigen, ondernemers en andere betrokken partijen onderzoeken we mogelijke verbeteringen.
34
❖ Voldoende beschikbaarheid van medewerkers en het aanbod van aantrekkelijke banen zijn van essentieel belang voor zowel de economische ontwikkeling van Kaag en Braassem als het welzijn van onze inwoners. We zetten ons actief in om betrokken partijen aan elkaar te verbinden. Inzicht in het programmabudget Programma 3 heeft een totaalbudget van afgerond € 19,90 miljoen aan geraamde baten en € 33,8 miljoen aan geraamde bestedingen (lasten). Binnen dit programma wordt een belangrijk deel van de lasten afgedekt door inkomsten uit afvalstoffenheffing, rioolrechten, leges omgevingsvergunningen en leges burgerzaken. Uitgaven in de sfeer van de bouwgrondexploitatie zijn in principe afgedekt door de opbrengsten uit grondverkopen en voor zover deze niet toereikend zijn door getroffen verliesvoorzieningen. Onderstaande tabel geeft inzicht aan welke taakvelden dit wordt besteed.
0.2 0.3 1.2 2.1 2.5 3.1 3.3 3.4 5.5 5.6 5.7 7.2 7.3 7.4 7.5 8.1 8.2 8.3 Totaal
Ruimte en leefomgeving Burgerzaken Beheer overige gebouwen en gronden Openbare orde en veiligheid Verkeer en vervoer Openbaar vervoer Economische ontwikkeling Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Economische promotie Cultureel erfgoed Media Openbaar groen en (openlucht) recreatie Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) Wonen en bouwen Mutaties reserves
bedragen € 1.000 Begroting 2026 Lasten Baten Saldo 752 -334 417 81 -315 -235 1.184 1.184 6.459 -361 6.097 328 -60 268 1.063 -523 540 17 -11 6 162 -75 87 65 65 21 21 3.344 -51 3.293 4.448 -5.316 -868 3.989 -5.248 -1.259 1.494 1.494 169 -63 106 2.507 2.507 6.779 -6.837 -58 1.029 -683 347 -25 -25 33.891
-19.903
13.988
Meerjarenbegroting Het financiële meerjarenperspectief van dit programma wordt in onderstaande tabel aangegeven en is op deze wijze in de meerjarenbegroting 2026 – 2029 verwerkt.
35
Ruimte en leefomgeving Budget exploitatielasten Baten Saldo van baten en lasten Reservemutaties: toevoegingen Reservemutaties: beschikkingen Geraamd programmaresultaat
Toevoegingen Niet van toepassing Beschikkingen Regenboogweg Nieuwe Wetering Noord
bedragen € 1.000 Meerjarenperspectief
Programma budget 2026
2027
2028
2029
33.891 N -19.878 V 14.013 N 0 V -25 V 13.988 N
29.933 N -15.204 V 14.729 N 0V 0V 14.729 N
30.124 N -15.222 V 14.902 N 0V 0V 14.902 N
30.396 N -15.252 V 15.144 N 0V 0V 15.144 N
2026
2027
2028
2029
0 N 0 N
0 0
N V
0 0
N V
0 0
N V
-25 N -25 N
0 0
N V
0 0
N V
0 0
N V
36
Meerjarenbegroting en algemene dekkingsmiddelen
Het meerjarenperspectief van de algemene dekkingsmiddelen is in onderstaande tabel aangegeven en in de meerjarenbegroting 2026–2029 verwerkt.
lgemene dekkingsmiddelen Saldo van toe te rekenen overhead Geraamde vennootschapsbelasting okale heffingen Algemene uitkering Ontvangen dividend Saldo financieringsfunctie aldo van baten en lasten eservemutaties toevoegingen eservemutaties beschikkingen eraamd rogrammaresultaat
bedragen € 1.000 eerjaren ers ectie
Programma budget .
.
. .
.
.
N 1N 7.408 V 53.004 V 67 V 47 N . 0V 0V .
.
N 1N 7.408 V 52.3 4 V 67 V 171 V . 0V 0V .
.
N 1N 7.408 V 53.221 V 67 V 57 V . 0V 0V .
oevoegingen Niet van toepassing
0 N
0
N
0
N
0
N
eschikkingen Niet van toepassing
0 N
0
N
0
N
0
N
37
Overzicht kosten van overhead Onder overhead verstaan we het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van het primaire proces. Gemeenten mogen de overhead niet langer toerekenen aan de afzonderlijke programma’s. Het overzicht kosten van overhead is sinds 2017 een vast onderdeel van de gemeentelijke begroting. Met onderstaand overzicht is de omvang en de samenstelling van de overhead inzichtelijk gemaakt.
Overhead Beheer & projecten Bestuursondersteuning college Buitendienst luster belastingen luster I luster P&O (e cl. eigen loonlasten) oncernstaf Directie Gemeentehuis Huisvesting buitendienst uridische zaken en veiligheid Klantcontact & informa e Middelen uimte & sociaal ractiemiddelen otaal
asten 17 213 141 3.620 1.028 615 320 624 0 1.252 2.007 2.138 153 .
Bedragen € 1.000 egroting aten aldo
. .
15 54
3
. . .
.
Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 is vennootschapsbelasting voor overheidsbedrijven ingrijpend gewijzigd. Intussen hebben wij aangifte gedaan over de jaren 2016 tot en met 2023. De hoogte van de aangifte ligt onder het budget van € 1.000 per jaar, dat wij hiervoor hebben geraamd. Onvoorzien Bij het vaststellen van de begroting 2015 is het bedrag voor onvoorzien bepaald op € 0. Deze beleidskeuze is vastgelegd in de Financiële Verordening. Ook in deze begroting staat de post onvoorzien op € 0.
38
Lasten en baten per thema Hierna worden de lasten en baten per thema voor het jaar 2026 inzichtelijk gemaakt. Hoewel de thema’s in het programmaplan op inhoud, onder één specifiek programma worden toegelicht, zijn sommige thema’s financieel verweven. Een voorbeeld daarvan zijn thema’s als Financiën, Organisatie, Participatie en communicatie en egionale samenwerking, die meerdere programma’s raken of in elkaar verweven zijn. Ambtelijke inzet op thema participatie en communicatie of op thema Land- en tuinbouw(gebieden) is hier in het thema Organisatie verantwoord. Dit is dan ook een voorzichtige poging om een alternatieve relatie te leggen tussen het geld en de thema’s. Bedragen * € 1.000
Thema Lasten Baten Saldo Lasten Baten Bestuur 2.499 0 2.499 2,5% 0,0% Duurzaamheid 6.157 -5.765 392 6,2% 5,8% Economie en bedrijventerreinen 405 -17 388 0,4% 0,0% Financiën 4.938 -64.969 -60.031 5,0% 65,3% Jeugd 9.471 -5 9.466 9,5% 0,0% Land- en tuinbouw(gebieden) 1 1 0,0% 0,0% Omgevingsvisie 2.588 -315 2.272 2,6% 0,3% Onderwijs 4.337 -937 3.400 4,4% 0,9% Organisatie 13.040 -407 12.633 13,1% 0,4% Participatie en communicatie 21 21 0,0% 0,0% Recreatie 247 -43 204 0,2% 0,0% Regionale samenwerking 322 322 0,3% 0,0% Sociaal domein 21.956 -7.849 14.107 22,1% 7,9% Sport 7.562 -871 6.691 7,6% 0,9% Veiligheid en handhaving 3.718 -63 3.654 3,7% 0,1% Verkeersveiligheid, openbare ruimte en IBOR 14.456 -5.808 8.647 14,5% 5,8% Wonen 7.808 -7.520 288 7,8% 7,6% Mutatie reserves -4.957 -4.957 0,0% 5,0% Saldo 99.526 -99.526 0 100% 100%
39
Regeling beleidsindicatoren Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 maart 2016, nr. 20160000177572 aakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 1. Veiligheid 1. Veiligheid 1. Veiligheid 1. Veiligheid 1. Veiligheid 3. Economie 3. Economie 4. Onderwijs 4. Onderwijs 4. Onderwijs
aam ndicator
enheid
ron
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
6,33 fte
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
5, 7 fte
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
Eigen begroting
€
E terne inhuur
Kosten als van totale loonsom totale Eigen begroting kosten inhuur e ternen
Overhead
van totale lasten
Verwijzingen Halt Aantal per 10.000 jongeren Winkeldiefstallen Aantal per 1.000 inwoners Geweldsmisdrijven Aantal per 1.000 inwoners Diefstallen uit woning Aantal per 1.000 inwoners Vernielingen en beschadigingen (in Aantal per 1.000 inwoners de openbare ruimte) Functiemenging Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd Vestigingen (van bedrijven) van 15 t/m 64 jaar Absoluut verzuim Aantal per 1.000 leerlingen elatief verzuim Aantal per 1.000 leerlingen Vroegtijdig schoolverlaters zonder deelnemers aan het VO en MBO startkwalificatie (vsv ers) onderwijs
5. Sport, cultuur en recreatie
Niet sporters
6. Sociaal domein
Banen
6. Sociaal domein
ongeren met een delict voor de rechter
12 t/m 21 jarigen
6. Sociaal domein
Kinderen in uitkeringsgezin
kinderen tot 18 jaar
6. Sociaal domein
Netto arbeidsparticipatie
6. Sociaal domein
Werkloze jongeren
6. Sociaal domein 6. Sociaal domein 6. Sociaal domein 6. Sociaal domein 6. Sociaal domein
6. Sociaal domein 7. Volksgezondheid en Milieu 7. Volksgezondheid en Milieu 8. Vhrosv
Personen met een bijstandsuitkering opende re integratievoorzieningen ongeren met jeugdhulp ongeren met jeugdbescherming ongeren met jeugdreclassering liënten met een maatwerkarrangement WMO Omvang huishoudelijk restafval
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 64 jaar
van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking
Eigen begroting
12
Bureau Halt BS BS BS
nnb nnb nnb nnb
BS
nnb
ISA
nnb
ISA
nnb
DUO DUO
nnb nnb
Ingrado
nnb
Gezondheidsen u te ( BS, IVM)
nnb
ISA
nnb
Verwe onker Instituut Kinderen in el Verwe onker Instituut Kinderen in el
nnb
nnb
nnb
Verwe onker Instituut Kinderen in el
nnb
BS
nnb
BS
nnb
BS BS BS
nnb nnb nnb
Aantal per 10.000 inwoners
GMSD
nnb
Kg/inwoner
BS
nnb
WS
nnb
BS Basisregistratie adressen en gebouwen BS
nnb
In Euro s
OE O
nnb
In Euro s
OE O
nnb
16 t/m 22 jarigen Aantal per 10.000 inwoners Aantal per 10.000 inwoners van 15 64 jaar van alle jongeren tot 18 jaar van alle jongeren tot 18 jaar van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
Hernieuwbare elektriciteit Duizend euro
8. Vhrosv
Nieuw gebouwde woningen
Aantal per 1.000 woningen
8. Vhrosv
Demografische druk Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
8. Vhrosv
nnb
BS
Gemiddelde WO waarde
8. Vhrosv
843
nnb nnb
40
Paragrafen In deze Programmabegroting zijn de onderstaande paragrafen opgenomen: 1)
Lokale heffingen
2)
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
3)
Kapitaalgoederen
4)
Financiering
5)
Bedrijfsvoering
6)
Verbonden partijen
7)
Grondbeleid
8)
Wet Open Overheid
41
1. Lokale heffingen De Gemeentewet geeft een limitatieve opsomming van de belastingen die een gemeente mag heffen. Lokale heffingen vormen voor de gemeente een belangrijke inkomstenbron. Kaag en Braassem kent de onroerendezaakbelastingen (OZB), de roerende-zaakbelasting (RZB), de forensenbelasting, logiesbelasting. Tevens wordt een aantal rechten geheven: de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, leges, marktgelden en grafrechten. In deze paragraaf wordt nader aandacht besteed aan de lokale heffingen, het kwijtscheldingsbeleid en er wordt een overzicht gegeven van de diverse heffingen met de daarbij geraamde inkomsten en de lokale lastendruk in Kaag en Braassem. Beleid rondom belastingen De gemeente Kaag en Braassem hanteert het uitgangspunt dat de lokale heffingen de gemeentelijke kostenontwikkeling volgen. Voor de belastinginkomsten wordt een inflatiecorrectie toegepast van 2,0 %. Dit percentage is gebaseerd op de loonvoet sector overheid voor 2026 uit de kerngegevenstabel van het CEP per februari 2025. De heffingen voor riool en afval zijn ten hoogste 100% kostendekkend, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele btw-component in de kosten. Onroerendezaakbelastingen 2025 (OZB) Jaarlijks wordt de WOZ-waarde opnieuw bepaald.
Zodra de nieuwe WOZ-waarden voor 2026 (peildatum 1-1-2025) bekend zijn zal bij het tarievenvoorstel in december 2025, na vaststelling van de begroting, het definitieve belastingtarief hierop worden aangepast. Bij het bepalen van het tarief voor 2026 wordt rekening gehouden met de met areaaluitbreiding over 2025, en met een inflatiecorrectie van 2,0%. Afvalstoffenheffing 2026 De afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan gebruikers van woningen en recreatieverblijven en voor het inzamelen en verwerken van grof huishoudelijk afval. Er geldt een vast basistarief waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Daarnaast zijn er drie variabele tarieven gebaseerd op het aantal keer dat een container (afhankelijk van de grootte, 140 of 240 liter) of een zak restafval wordt aangeboden. In december 2025 worden de vaste en variabele tarieven voor 2026 vastgesteld. Ons beleid is om de tarieven kostendekkend te laten zijn. Riool- en waterzorgheffing 2026 Naast de afvoer van water is er ook zorg voor beheer van het grondwaterpeil en voorkoming van droogte. De herziening van de verordening is uitgewerkt in het watertakenplan 2024-2027. De tarieven voor de riool- en waterzorgheffing zijn gebaseerd op dit watertakenplan 2024-2027. In december 2025 worden de tarieven voor de heffing definitief vastgesteld.
Bouwleges 2026 Voor de bouwleges wordt sinds jaar en dag een (historisch) basisbedrag geraamd in de begroting dat geen rekening houdt met grote projecten. In 2024 ging de nieuwe Omgevingswet van kracht. De wet omvat een ingrijpende stelselherziening van het omgevingsrecht en daarmee ook een nieuwe legesverordening. Financieel merken wij hiervan dat sinds 2024 de legesinkomsten sterk teruglopen. Wij zijn nog aan het evalueren of dit effect tijdelijk is, of structureel. De jaarcijfers 2025 moeten definitief uitsluitsel geven of dit effect tijdelijk of structureel is. Een mogelijke oplossing kan zijn om de legesstructuur en -tarieven aan te passen, waardoor alsnog kostendekkendheid wordt gerealiseerd. Dit
42
vraagt om nader onderzoek en afstemming. In 2026 zal het college aan de raad hiervoor een voorstel doen. Uit voorzichtigheid zijn de leges voor het jaar 2026 bijgesteld conform de realisatie van 2024.
Overzicht belastingdomein gemeente Kaag en Braassem De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van het lokale belastingdomein. Ook is vermeld hoe de ramingen voor 2026 tot stand zijn gekomen en waar nodig nog toegelicht per belastingsoort. De totale raming van eigen inkomsten is bepaald op basis van het bestaande beleid bij de lokale heffingen en als baat opgenomen in de begroting 2026. Aan de hand van de nog vast te stellen WOZ-waarden 2026 (peildatum 1 januari 2025) zullen de definitieve OZB-tarieven 2026 worden bepaald.
bedragen in € begroting 2026 OZB eigenaren woningen 5.564.791 OZB eigenaren niet-woningen 1.001.200 OZB gebruikers niet-woningen 913.138 RZB eigenaren woningen 21.691 Inzameling grof huishoudelijk afval 0 Afvalstoffenheffing 4.807.418 Rioolheffing 4.840.576 Logiesbelasting 75.000 Forensenbelasting 378.615 Precariobelasting 3.000 Diverse rechten grafrechten 63.090 marktgelden 11.000 Diverse leges omgevingsvergunningen 680.513 snelle motorboten 20.966 burgerzaken 310.947 18.691.944 Kostendekkend Sinds 2017 is extra informatie verplicht waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de baten de lasten niet overschrijden. Deze informatie wordt afzonderlijk in beeld gebracht voor de belangrijkste onderdelen binnen de gemeentelijke belastingen. De tarieven voor afvalinzameling, riool- en waterzorg, begraafplaatsen en omgevingsvergunningen worden ieder afzonderlijk berekend. De resterende opbrengsten betreffen de overige leges te weten het verstrekken van persoons- en reisdocumenten alsook de overige vergunningverlening op basis van de APV.
43
bedragen in € r
valinzameling en verwerking taakveld .
egroting
1 Kosten taakveld afval (netto) 2 B W 3 Overhead 4 oerekening rente
3.510.417 683.707 581.612 38.762
5
.
otaal kosten
6 Inkomsten 7 Netto lasten
.
4.807.418 .
8 Kostendekking 1 2 3 4.
Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in het taakveld afval. Extracomptabele toegerekende btw op kosten en investeringen op grond van de invoering van de btwplicht gemeente. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt conform BBV-voorschriften extracomptabel toegerekend. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV-voorschriften
r eheer rioleringsstelsel en waterzuivering taakveld . 1 Kosten taakveld riolering en waterzuivering 2 B W 3 Overhead 4 oerekening rente 5 otaal kosten 6 Inkomsten 7 Netto lasten
bedragen in € egroting 2. 12.861 50 .878 647.584 1.058.512 . . 4.840.576 .
8 Kostendekking
1 2 3 4
Betreft kosten zoals opgenomen in het geactualiseerde watertakenplan aangevuld met de taakgerichte uren. Extracomptabel toegerekende btw op kosten en investeringen op grond van de invoering van de btw-plicht gemeente. Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond van de BBVvoorschriften. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV- voorschriften.
De kostendekkendheid van de riool- en waterzorgheffing bedraagt 94%. Dat is iets minder dan 100%. De begrote kostenontwikkeling loopt niet synchroon met de opbrengststijging. Het college kiest er vooralsnog voor de inkomsten te handhaven conform het vastgestelde Watertakenplan, en ook het nadeel niet te onttrekken aan de voorziening riolering.
44
r egraa laatsen taakveld . 1 Kosten taakveld begravingen 2 Overhead 3 oerekening rente 4 otaal kosten 5 Inkomsten 6 Netto lasten
bedragen in € egroting 148. 20 24.711 20.56 . 63.0 0 .
7 Kostendekking 1 2 3
Betreft kosten zoals geraamd op het taakveld begraafplaatsen Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond van de BBVvoorschriften. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV- voorschriften.
Nr Leges: fysieke leefomgeving en omgevingsvergunning (WABO) (taakveld 8.3) 1 Kosten op de taakvelden 2 Overhead 3 Toerekening rente 4 Totaal kosten 5 Inkomsten 6 Netto-lasten
bedragen in € Begroting 2026 1.029.390 150.082 0 1.179.472 -680.513 498.959
7 Kostendekking 1 2 3
58%
Betreft kosten zoals geraamd op de taakvelden behorend tot de fysieke leefomgeving (m.n. WABO). Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond de BBVvoorschriften. Toerekening van rente is niet van toepassing.
r eges Overige leges urgerzaken taakveld . 1 Kosten op de taakvelden 2 Overhead 3 oerekening rente 4 otaal kosten 5 Inkomsten 6 Netto lasten
bedragen in € egroting 751.58 10 .580 0 . 334.413 .
7 Kostendekking 1 2 3
Betreft kosten zoals geraamd op de taakvelden die behoren tot dienstverlening. De nadruk ligt hier persoons- en reisdocumenten, alsmede vergunningverlening op basis van de APV. Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extra comptabel toegerekend op grond van de BBVvoorschriften. Toerekening van rente is niet van toepassing.
45
Totale woonlasten meerpersoonshuishoudens Onder de gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan OZB, riool- en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing. In onderstaande tabel worden de woonlasten van Kaag en Braassem weergegeven. Gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden 2025 2026 Mutatie O B bij een fictieve woz waarde van € 488.000 € 435 € 2,0 444 Afvalstoffenheffing vast tarief ( ) € 310 € 316 2,0 iool en waterzorgheffing € 322 € 334 3,8 otale gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden € 1.066 € 1.0 4 2,5 (*) De werkelijke last per huishouden afvalstoffenheffing is afhankelijk van het scheidingsgedrag. Boven op het vast tarief wordt nog een bedrag per aangeboden zak of container in rekening gebracht.
Voor ondernemers is de tariefsontwikkeling identiek, met uitzondering van de afvalstoffenheffing, die niet wordt geheven door de gemeente. Kwijtscheldingsbeleid Een belastingplichtige met een inkomen van 100% of minder van het minimuminkomen komt in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Er kan uitsluitend kwijtschelding worden verleend voor de afvalstoffenheffing en/of riool- en waterzorgheffing. Alle andere heffingen zijn van kwijtschelding uitgesloten.
46
2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Deze paragraaf geeft inzicht in het verwachte weerstandsvermogen voor het begrotingsjaar 2026 en geeft een doorkijk naar toekomstige ontwikkelingen. Ook geeft het inzicht in de financiële kengetallen in de begrotingsperiode 2026-2029. Hiertoe is informatie opgenomen over onderstaande onderwerpen: • Een inventarisatie van de risico’s met een risicoprofiel en een benodigde weerstandscapaciteit gebaseerd op risicosimulatie; • Inzicht in de beschikbare weerstandscapaciteit; • Beoordeling van het weerstandsvermogen; • Overzicht van structurele risico’s en toekomstige ontwikkelingen; • Inzicht in de financiële kengetallen. Risico-inventarisatie In het 2de kwartaal van 2025 heeft er een risico-inventarisatie plaatsgevonden en zijn de belangrijkste risico's ambtelijk opgehaald. De geïnventariseerde risico's zijn vervolgens besproken in het MT, waarna er een top 10 samengesteld is met de voor de gemeente belangrijkste risico's. Deze zijn hieronder weergegeven. Hierbij is tevens een inschatting gemaakt van de kans van optreden en de mogelijke maximale financiële gevolgschade. Het percentage geeft de invloed weer van het risico op het totaal benodigde weerstandsvermogen.
Kans Financieel Maximum 75% € 500.000
Invloed (%) weerstand 5%
# 1
Risicogebeurtenis Open einde regeling Participatiewet
2
Open einde regeling Wmo ondersteuning
50% € 200.000
2%
3
Geschil zettingsproblematiek Grietpolderweg
25% € 2.500.000
25%
4
Het niet (tijdig) kunnen invullen van kritische functies waardoor externe inhuur noodzakelijk is
75% € 200.000
2%
5
Bovenmatige stijging bouwkosten, schaarste bouwproducten en brandstof/energieprijzen
25% € 2. 00.000
29%
6
Jeugdzorg: * Ombuiging jeugdzorg rendeert onvoldoende * Vervallen regionale solidariteitsprincipe
75% € 750.000
8%
7
Discontinuïteit bedrijfsvoering als gevolg van informatiebeveiligingsproblemen
20% € 1.000.000
10%
8
Het risico op een naheffing vanuit de belastingdienst in het kader van de wet DBA
35% € 554.876
6%
9
Het risico op boetes vanuit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)
20% € 300.000
3%
10
Het risico dat de grondexploitaties negatiever uitvallen dan voorzien en de gemeente een extra verliesvoorziening moet treffen.
20% € 1.000.000
10%
€ .
100%
.
47
T.o.v. de laatst gepresenteerde inventarisatie (jaarrekening 2024) zijn er naar aanleiding van de laatste inventarisatie de volgende zaken aangepast/nieuw: - Risico 4: De kans is verhoogd van 70% naar 75%; - Risico 5: Het bedrag van dit risico wordt jaarlijks berekent en is daardoor aangepast. Daarbij is de kans verhoogt van 20% naar 25%; - Risico 7: Het bedrag is aangepast van 300k naar 1.000k. Hoewel de gemiddelde schade momenteel landelijk rond de 300k ligt, kan de maximale financiële impact vele malen hoger uitvallen. N.a.v. een analyse bij vergelijkbare gemeenten blijkt een maximale impact van 1.000k voor een gemeente van deze grootte realistisch; - Risico 8 t/m 10 zijn naar aanleiding van de inventarisatie nieuw toegevoegd. Hieronder volgt per risico een toelichting. 1. Open einde regeling Participatiewet De Participatiewet kent een open einde regeling. Hierdoor kan het uitkeringsbestand jaarlijks fluctueren. De begroting is budgettair neutraal opgesteld, de begrote uitgaven zijn gelijk aan de verwachte BUIG uitkering. Mochten er meer kosten zijn dan begroot, dan dient de gemeente de eerste 7,5% van de overschrijding te dragen. Het bedrag boven de 7,5% kan - indien voldaan wordt aan alle voorwaarden teruggevraagd worden via de vangnetuitkering Participatiewet. 2.
Open einde regeling Wmo ondersteuning De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kent een open einde regeling. Ondanks de opgebouwde ervaring en kwaliteit van de prognoses kan het voorkomen dat grote en/of complexe woningaanpassingen noodzakelijk zijn. 3. Geschil zettingsproblematiek Grietpolderweg Het geschil over de verantwoordelijkheid van de extra kosten voor de Grietpolderweg m.b.t. de zettingsproblematiek is nog niet beslecht. De gevolgen worden geraamd tussen de € 0 en 2,5 miljoen. De gemeente gaat een procedure starten bij de rechtbank. Ondanks de in de ogen van de gemeente sterke positie, wordt in het kader van risicobeheersing rekening gehouden met een negatieve uitspraak. 4. Het niet (tijdig) kunnen invullen van kritische functies waardoor externe inhuur noodzakelijk is Voor de gemeente blijft het een uitdaging om voldoende gekwalificeerde medewerkers te behouden en/of te werven. Bij vertrek van een medewerker op een kritische positie is tijdelijk inhuren vaak onoverkomelijk. Gemiddeld genomen is een externe medewerker 30% tot 40% duurder t.o.v. een vaste medewerker. Een medewerker kan ook tijdelijk uitvallen. In het geval de uitval een kritische functie betreft is tijdelijk inhuur ook in zulke gevallen vaak onoverkomelijk.
Maar ook in het geval van "minder kritische" functies is het soms noodzakelijk om tijdelijk in te huren om verdere uitval binnen een team te voorkomen. In de risico reservering wordt rekening gehouden met extra uitgaven voor komend jaar (de meerkosten t.o.v. het salarisbudget). 5. Bovenmatige stijging bouwkosten, schaarste bouwproducten en brandstof/energieprijzen Als gevolg van de snel stijgende bouwprijzen is in de begroting rekening gehouden met indexaties, zowel voor investeringsprojecten als voor beheerprojecten en regulier onderhoud. Omdat de markt op dit moment onvoorspelbaar blijft bestaat er een kans dat de begrootte indexaties ontoereikend blijken. Hoewel de kans hierop niet hoog wordt ingeschat (25%) wordt er voor 2026 - in het kader van risicobeheersing - wel rekening gehouden met dit risico. 48
6. Jeugdzorg Op het gebied van jeugdzorg spelen meerdere risico’s die we hier samenvoegen.
a. Ombuiging jeugdzorg rendeert onvoldoende De afgelopen jaren blijft het beroep op regionaal gecontracteerde jeugdzorg toenemen. De gemeente heeft in 2025, regionaal, een pakket aan bezuinigingsmaatregelen afgesproken. Het is mogelijk dat deze bezuinigingsmaatregelen niet snel genoeg en/of onvoldoende effect sorteren. Ook landelijk zijn, in de Hervormingsagenda jeugd, maatregelen afgesproken om de kosten van jeugdzorg terug te dringen. Als deze maatregelen niet of later worden doorgevoerd, kan dit ook effect hebben op het jeugdzorggebruik.
b. Vervallen regionale solidariteitsprincipe Binnen de regio werkten we met een solidariteitsprincipe. Dit houdt in dat elke gemeente een aandeel in de regionale jeugdzorgbegroting betaalt. Dit aandeel is gebaseerd op het aandeel in de jeugdzorgkosten t-2. Per 2026 vervalt dit solidariteitsprincipe en wordt nog wel begroot op basis van het aandeel van gemeenten in de jeugdzorgkosten t-2, maar wordt afgerekend op basis van werkelijke kosten. Dit kan positieve effecten hebben, maar brengt ook een risico met zich mee. Dit risico houdt in dat er uitzonderlijke, niet te voorziene, situaties in individuele casuïstiek gaan voordoen (bijvoorbeeld uithuisplaatsing van meerdere kinderen binnen een gezin) waardoor de gemeente te maken krijgt met hogere kosten dan voorzien. 7. Discontinuïteit bedrijfsvoering als gevolg van informatiebeveiligingsproblemen Uit recent onderzoek van het Ministerie van Economische zaken wordt het risico op cyberschade steeds groter ingeschat. De kans op een brand is 1:8.000, de kans op een inbraak is 1:250 en de kans op een cyberaanval is 1:5 voor bedrijven. Daarnaast is de gemiddelde schade per incident inmiddels gestegen naar € 300.000,-. De maximale financiële impact is lastig in te schatten maar kunnen bij een hack enorm oplopen.
Niet alleen vanwege de directe herstelkosten - zoals de inhuur van technische en forensische experts - maar ook omdat bedrijven na de herstelwerkzaamheden te maken krijgen met allerlei "indirecte" kosten. Voorbeelden hiervan zijn de noodzaak tot hogere investeringen in cybersecurity, kosten om medewerkers te trainen op gebied van cybersecurity, imagoschade, etc.). Op basis van een inventarisatie bij gemeenten van gelijkwaardige grootte wordt een ma imale impact van € 1 mln. realistisch geacht. 8. Het risico op een naheffing vanuit de belastingdienst in het kader van de wet DBA De belastingdienst gaat met ingang van 1 januari 2025 de wet DBA handhaven. Dit houdt in dat indien er sprake is van schijnzelfstandigheid de gemeente het risico loopt om alsnog de sociale lasten voor deze mensen te moeten afdragen. Daarbij kan de belastingdienst ook nog boetes opleggen. Er is gedurende 2025 een risicoanalyse gemaakt van alle zzp-ers binnen de gemeente, waarbij deze zzp-ers gecategoriseerd zijn in een hoog, midden en laag risico op schijnzelfstandigheid. Per zzp-er is een doorrekening gemaakt van de maximale financiële impact indien de belastingdienst van mening is dat er sprake is van schijnzelfstandigheid. Het totaal hiervan bedraagt 555k. Voor elke zzp-er is vervolgens ook de kans bepaald (Laag risico - 20%, Midden risico - 50% en Hoog risico - 75%).
Op basis daarvan is over de gehele populatie de maximale impact (555k) en de gemiddelde kans (35%) berekend. Dit is vervolgens als risicoreservering opgenomen.
49
9. Het risico op boetes vanuit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Er bestaat een risico dat de gemeente (al dan niet onbedoeld) niet volledig voldoet aan de verplichtingen uit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), zoals het tijdig reageren op verzoeken van betrokkenen, het correct melden van datalekken, het naleven van bewaartermijnen, het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s) en het op orde hebben van verwerkerscontracten of het verwerkingsregister. Hoewel het aantal privacy-incidenten binnen de gemeente historisch zeer laag is en processen goed zijn geborgd, blijft er een restrisico aanwezig op basis van wettelijke verplichtingen. Ook bij een geringe feitelijke impact kan bij nalatigheid formeel worden gehandhaafd door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), met een financiële boete als mogelijk gevolg. 10. Het risico dat de grondexploitaties negatiever uitvallen dan voorzien Er bestaat een risico dat door hogere plankosten, hogere uitvoeringskosten of andere onzekerheden/onvoorziene omstandigheden de grondexploitaties negatiever uitvallen dan voorzien en de gemeente hierdoor een extra verliesvoorziening dient te treffen. Dit risico zal gezien de financiële grootte van het project met name gelden bij de grondexploitatie Braassemerland.
Hoewel de kans laag wordt ingeschat (20%) - ook vanwege reeds bestaande voorzieningen - bestaat er de kans dat het resultaat van de grondexploitaties negatiever uitvalt dan voorzien en de gemeente een extra verliesvoorziening moet treffen. Het financieel ma imum is ingeschat op € 1 mln. Risicosimulatie Op basis van de bovenstaande risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de applicatie Naris, binnen gemeenteland een veel gebruikte applicatie voor het maken van risicosimulaties. Dit staat ook bekend als een Monte-Carlosimulatie. Deze simulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het ma imale bedrag (€ 9,9 miljoen) statistisch gezien onnodig is. Immers, de kans is zeer klein dat alle risico's tegelijk én in hun maximale omvang zullen optreden. Op basis van de ingevoerde risico's, de ingeschatte kans en de verwachte maximale financiële impact berekent Naris op basis van 100.000 verschillende scenario's de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij wordt een zekerheidspercentage van 90% gehanteerd. Dat wil zeggen dat de uitkomst van deze berekening 90% zekerheid geeft dat alle opgenomen risico's financieel afgedekt kunnen worden. Deze 90% norm wordt landelijk toegepast bij gemeenten. Extra zekerheid boven de 90% gaat naar verhouding een te groot beslag leggen op de weerstandscapaciteit.
Onderstaande tabel toont de resultaten van de risicosimulatie. Uit de simulatie blijkt dat het voor 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3.227.25. Zekerheidspercentage 25% 50% 75% 80% 85% 90% 95% 99%
Benodigd weerstandsvermogen € € € € € € € €
763.142 1.264.865 2.242.487 2.538.2 8 2.860.477 . . 3.742.702 4. 21.018
50
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Kaag en Braassem bestaat uit de algemene reserve en bedraagt momenteel € 26, mln. (jaarrekening 2024). Dit bestaat in het geheel uit middelen die de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven: Risico's:
Weerstandscapaciteit:
Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Kennisbank Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product
Kaag en Braassem Reserve
i i Weerstandvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 26.961.000 € 3.227.026
= 8,4
De onderstaande normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer Ratio Betekenis A >2.0 Uitstekend B 1.4-2.0 Ruim voldoende C 1.0-1.4 Voldoende D 0.8-1.0 Matig E 0.6-0.8 Onvoldoende F <0.6 Ruim onvoldoende Met een ratio van 8,4 valt de ratio van gemeente Kaag en Braassem in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.
51
Structurele risico’s en nieuwe ontwikkelingen Vanuit onze risicobeheersingss stematiek worden incidentele risico’s inzichtelijk gemaakt, inclusief het mogelijke effect op de beschikbare weerstandscapaciteit. Aangenomen is dat structurele risico’s niet worden verrekend. Met andere woorden, de gemeente reserveert niet voor risico’s met effecten die zich op middellange en lange termijn kunnen voordoen. Tegelijkertijd komen er ontwikkelingen op de gemeente af met structurele effecten die nog geen plaats hebben in onze meerjarenbegroting. Voor een deel zijn deze ontwikkelingen echte risico's, en voor een deel zijn die ontwikkelingen mogelijke beleidskeuzes. Voor deze ontwikkelingen dienen nog keuzes en besluiten genomen te worden in het kader van beheersing daarvan. Inclusief doorrekening van de mogelijke (financiële) gevolgen voor de meerjarenbegroting. De meest prominente ontwikkelingen – op dit moment bekend – die de gemeente op haar af ziet komen zijn hieronder benoemd: - Sportpad: Vanwege de voortgang van dit project zijn bepaalde risico’s niet meer aan de orde. Tegelijkertijd ontstaan er tijdens de uitwerking en realisatie weer nieuwe onzekerheden. Naar verwachting zal in het najaar een herijking van de resterende risico’s op basis van de voortgang van het project bekend worden. Mogelijke financiële gevolgen zijn nog niet opgenomen in deze (meerjaren)begroting.
- Kostenontwikkelingen in het sociaal domein: landelijk en regionaal wordt er gewerkt aan de Hervormingsagenda. Er is met name onzekerheid over de kostenontwikkeling in de jeugdzorg in relatie tot de beschikbaar gestelde middelen van het Rijk vanaf 2028. - Ontwikkelingen in onderwijshuisvesting: in het Integraal Huisvestingsplan dat in het najaar van 2025 aan de raad wordt aangeboden, wordt een doorkijk gemaakt van de benodigde huisvesting met een ruimtelijke en financiële paragraaf. De financiële gevolgen zijn nog niet opgenomen in deze (meerjaren)begroting; - Onderhoud gemeentelijke gebouwen: In het najaar van 2025 wordt het MJOP (meerjaren onderhoudsplan) gebouwen uit 2019 herzien, inclusief de (financiële) gevolgen daarvan. Mogelijke financiële gevolgen, bovenop de verwachte kostenstijging, zijn nog niet opgenomen in deze (meerjaren)begroting. Relevant daarbij is ook het geplande groot onderhoud van het gemeentehuis in het MJOP, in relatie tot de voorgenomen verduurzaming van het gemeentehuis. - (Verduurzaming) gemeentelijke huisvesting: het voorkeursscenario en financiële paragraaf is in voorbereiding. De financiële gevolgen zijn nog niet opgenomen in deze (meerjaren)begroting; - Bouwleges: met de introductie van de nieuwe omgevingswet is ook de legesstructuur herzien (grondslag en tarieven). Sinds 2024 blijven de legesopbrengsten achter t.o.v. de begroting.
Er komt steeds meer data beschikbaar om te kunnen analyseren wat de precieze oorzaak hiervan is. De uitkomsten van deze analyses inclusief eventuele oplossingen en te maken keuzes, hebben mogelijk een effect op de meerjarenbegroting. Zie ook de toelichting bij de paragraaf lokale heffingen. - Grondexploitaties: Tijdige sturing op grondexploitaties in het kader van renteontwikkelingen en grondprijzen is een continue proces met mogelijke (financiële) gevolgen voor de meerjarenbegroting; - Arbeidsmarkt: De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en gevolgen voor de gemeentelijke organisatie en dienstverlening brengen (financiële) risico's met zich mee op (middel)lange termijn; - Beheer en onderhoud: Tijdige keuzes in beheer en onderhoud zijn nodig ten aanzien van stijgende prijzen, areaaluitbreiding, beheerniveau ’s en klimaatimpact. Allemaal risico's die nog niet voorzien zijn in deze meerjarenbegroting; - Verbonden partijen: Het bijsturen of tijdige signalering van stijgende bijdragen aan verbonden partijen is een continue proces met mogelijke (financiële) gevolgen voor de meerjarenbegroting.
52
Conclusie Ons weerstandsvermogen kwalificeert als uitstekend voor de korte termijn risico’s. Wij hebben ruim voldoende buffer om incidentele tegenvallers op te vangen. Om ook op de langere termijn financieel gezond te blijven, is het belangrijk om regelmatig het gesprek te voeren over alle ontwikkelingen die op ons afkomen inclusief het inzichtelijk maken van de financiële gevolgen voor de meerjarenbegroting. De gemeente heeft genoeg "vet op het bot" om flinke tegenvallers te kunnen opvangen, maar dat heeft ook te maken welke keuzes er gemaakt worden. Om de risico's goed te kunnen monitoren is het van belang om het instrument van risicobeheersing breed in te bedden in de organisatie. Financiële kengetallen De financiële kengetallen maken een vast onderdeel uit van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen. Er is vanuit het BBV geen normering aangegeven waaraan deze kengetallen kunnen worden getoetst. De provincies hebben in 2016 gezamenlijk met het ministerie van Binnenlandse Zaken signaleringswaarden benoemd. Deze signaleringswaarden passen wij hieronder toe bij de beoordeling van de kengetallen op zich en geven een indicatie over de financiële situatie van onze gemeente. Het totaaloverzicht aan financiële kengetallen geeft het volgende meerjarenbeeld: Begroting jaar 2026 Kengetallen:
2024
2025
2026
2027
2028
2029
netto schuldquote
41%
84%
128%
145%
150%
152%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
31%
74%
118%
136%
141%
143%
solvabiliteitsratio
44%
35%
24%
23%
22%
22%
structurele exploitatieruimte
8%
0%
0%
0%
0%
0%
grondexploitatie
-1%
-1%
3%
-2%
-1%
-1%
belastingcapaciteit
115%
113%
104%
104%
104%
104%
Elk kengetal kent een signaalwaarde en wordt hierna toegelicht. Met groen wordt aangegeven dat we aan de zeer veilige kant van de signaalwaarde zitten, grijs staat voor veilig/neutraal, en rood staat voor risicovol. 1. Netto Schuldquote In dit kengetal wordt het bedrag van de financieringsmiddelen (schulden) minus de financiële activa (vorderingen) uitgedrukt in % van de totale baten in het jaar. Kengetal:
2024
2025
2026
2027
2028
2029
netto schuldquote
41%
84%
128%
145%
150%
152%
Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de netto schuldenlast uitgedrukt in een percentage van de totale baten exclusief reservemutaties. Signaalwaarde Waarde < 90% 90% > 130%
oordeel minst risicovol neutraal 53
> 130%
meest risicovol
De schuldquote verslechtert fors. Dit wordt primair ingegeven door het grote volume van investeringen in met name onderwijshuisvesting en sport, die inmiddels zijn geaccordeerd. In eerdere raadsessies is inzichtelijk gemaakt dat het voorgenomen investeringsvolume de komende 4 jaren een veelvoud is van het historisch gemiddelde. Wij gaan fors meer lenen voor de investeringen. Budgettair heeft dit geen effect, omdat wij reeds enkele jaren de beoogde rente en afschrijving van potentiële nieuwe grote investeringen, als stelposten, meerjarig ramen in de begroting. De schuldquote wordt tevens beïnvloed door leningen die zijn doorgeleend aan derden (bijvoorbeeld aan sportverenigingen, personeelshypotheken). Om inzicht te krijgen in de effecten hiervan wordt als kengetal eveneens voorgeschreven de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Deze is in het onderstaande overzicht weergegeven. 2. Netto Schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen In dit kengetal wordt het vorige kengetal gecorrigeerd met de aan derden doorgeleende gelden.
Inzicht De effectieve schuldquote is in feite een nadere analyse van de netto schuldquote waarbij de invloed van afgesloten leningen die zijn doorgeleend aan derden, en het geld dat is geïnvesteerd in nog te leveren bouwgrond, is geëlimineerd. De voor alle verstrekte leningen gecorrigeerde netto schuldquote geeft hierdoor een gunstiger beeld dan de netto schuldquote. Maar ook hier is nog steeds het effect te zien van onze forse investeringsambities.
3. Solvabiliteitsratio In dit kengetal wordt het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Hoe hoger het percentage hoe beter de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen.
Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Signaalwaarde Waarde > 50% 20% > 50% < 20%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
54
Ook de solvabiliteit daalt fors. Dit hangt samen met de eerdergenoemde investeringsambities. Door de leningen gaat ons balanstotaal omhoog, en maakt het eigen vermogen daar dus een kleiner deel van uit. Ook dit is met uw raad in eerdere sessies besproken waarbij met behulp van een knoppenmodel inzichtelijk werd gemaakt welke invloed de verschillende investeringsambities hadden op onze solvabiliteit.
4. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal worden de structurele baten verminderd met de structurele lasten en dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten.
Inzicht Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Hiermee kan worden beoordeeld of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Signaalwaarde waarde Begrotingsruimte > 0 Begrotingsruimte = 0 Begrotingsruimte < 0
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Omdat wij een sluitende structurele begroting presenteren, scoort dit kengetal neutraal. In werkelijkheid heeft de begroting nog steeds een structureel positief saldo. Uw raad kiest ervoor om het voordeel van de begroting, als nader in te vullen lastenpost op te nemen, de zogenaamde budgettaire ruimte. 5. Kengetal grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grondposities) is ten opzichte van de jaarlijkse baten.
Inzicht Dit kengetal geeft aan of een gemeente verhoudingsgewijs veel middelen heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit is geld dat nog terugverdiend moet worden uit de grondverkopen. Het risico of dit wel of niet lukt, is afhankelijk van de vraag en het aanbod. Signaalwaarde waarde < 20% 20% > 35% > 35%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
55
Uit de berekende kengetallen kan worden geconcludeerd dat de gemeente in het meerjarenperspectief een gezonde grondpositie heeft. De grondexploitaties worden jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening geactualiseerd. Bij deze actualisatie worden ook steeds de risico’s bij deze grondexploitaties geactualiseerd. Zie hiervoor paragraaf 7. 6. Kengetal belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit drukt de gemiddelde belastingdruk uit in een percentage ten opzichte van het landelijk gemiddelde.
Inzicht Dit kengetal is voorgeschreven om inzicht te krijgen in de belastingcapaciteit. Hierbij wordt gekeken hoe de lokale belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Signaalwaarde waarde < 95% 95% > 105% > 105%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Bij deze indicator worden de woonlasten voor een huiseigenaar (OZB, riool- en afvalheffing) vergeleken met het landelijk gemiddelde. Een laag percentage suggereert weinig risico omdat er nog ruimte is om de belastingen te verhogen. Wij zitten boven gemiddeld. Daar hoort wel een nuancering bij. Dit kengetal kijkt naar de woonlasten van het vorige begrotingsjaar, hier dus 2025. Algemeen oordeel Het lange termijn perspectief in deze begroting is nog steeds licht positief. De budgettaire ruimte 2029 bedraag 358.000,-. Het stevige investeringsprogramma dat nu spanning geeft op de kengetallen als solvabiliteit en schuldquote, past qua lasten echter gewoon keurig in deze meerjaren begroting. Maar er zijn in deze paragraaf ook structurele risico’s en ontwikkelingen benoemd, die nog niet zijn vertaald in deze begroting. Deels is dat omdat de netto omvang van de risico’s nog onzeker is, omdat er bijvoorbeeld ook oplossingen en keuzes zijn om de risico’s geheel of deels te mitigeren. En sommige ontwikkelingen kunnen ook nog worden geprioriteerd in de tijd. Kortom, in de structurele risico’s en ontwikkelingen die niet zijn opgenomen in de meerjarenbegroting, valt er vaak nog iets te kiezen of te prioriteren in de tijd.
56
3. Kapitaalgoederen De gemeente beheert de openbare ruimte en gebouwen waarin wordt gewerkt en gerecreëerd. In beleidsvisies en beheerplannen geven we richting aan het meerjarig beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Voor een effectieve en efficiënte uitvoering pakken we het beheer en onderhoud zoveel mogelijk integraal op. Onderstaande tabel geeft inzicht in het areaal dat door de gemeente beheerd wordt. Het beheerareaal Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR:*) Groen -
Hagen (omtrek in m1) Gras/Gazon (m2) Gras/Berm (m2) Gras/Bloemrijk (m2) Cultuur beplanting (m2) Natuurlijke beplanting (m2)
Bomen (aantal) Water (m2)
Riolering: Kolken (aantal) 20.956 229.379 341.304 197.437 135.932 148.828 10.225 174.184
Beschoeiing of natuurvriendelijke oever -
Beschoeiing (m1) (beschoeid, palenrij en damwand. - Natuurvriendelijke oever (m1) (NVO, onderwaterbeschoeiing) Straatmeubilair (aantal) -
-
Prullenbakken (Afvalbakken, containers, blikvanger en hondenpoepbak) Banken Overig
9346
Vrij verval riool (km) Drukriool (incl. persleiding) (km) Gemalen (aantal) Pompputten (aantal in beheer)
184 140 106 805
44.363 4.558 2.628 (totaal)
Verharding:
663
Elementen (m2) Asfalt(m2) Beton (m2) Halfverharding (m2)
758.622 672.785 9.422 16.778
Verkeersborden (aantal)
5769
412 1.553
Speeltoestellen (aantal)
501
Lichtmasten (aantal) Kunstwerken (aantal): Aanleginrichting (Remmingswerk) Aanleginrichting (Pont) Steiger Bruggen (beweegbaar) Bruggen (vast) Dammen Damconstructies