Ontwerpbegroting 2025 Holland Rijnland voor zienswijze
Tekst van het document
Begroting 2025 Ontwerp
Inhoudsopgave Inleiding ...........................................................................................................4 1.
2.
Algemene financiële beschouwingen .......................................................5 1.1
Inwonersbijdrage ...............................................................................7
1.2
Wijziging overheadtoerekening .........................................................7
Programma Strategie en Beleid ...............................................................9 2.1
Regionale Investeringsagenda .........................................................9
2.2
Toekomstverkenningen ...................................................................11
2.3
Projecten .........................................................................................12
2.3.1
Energieprogramma ......................................................................13
2.3.2
Doorfietsroutes ............................................................................14
2.3.3
Regio Deal Sierteeltregio ............................................................14
2.3.4
Kantoren- en bedrijventerreinenstrategieën ................................15
2.4
Fondsen en subsidies .....................................................................16
2.4.1
Regionaal Investeringsfonds .......................................................16
2.4.2
LEADER ......................................................................................17
2.4.3
Provinciale subsidieregeling mobiliteit .........................................18
2.4.4
Cofinancieringsfonds ...................................................................19
2.5
Regionaal beleid en monitoring ......................................................20
2.5.1
Wonen .........................................................................................20
2.5.2
OV-concessies ............................................................................21
2.5.3
Schiphol .......................................................................................21
2.5.4
Kantorenmonitor ..........................................................................22
2.5.5
Huisvesting asielzoekers .............................................................22
2.6 Wat mag het kosten? ...........................................................................24 3.
Regionale Uitvoering ..............................................................................27 3.1
Regionaal Bureau Leerrecht ...........................................................27
3.2
Woonurgenties ................................................................................29
3.3
Regiotaxi .........................................................................................29
3.4 Wat mag het kosten? ...........................................................................30 Pagina 2 van 59
4.
5.
6.
Algemene dekkingsmiddelen en overhead ............................................31 4.1
Algemene dekkingsmiddelen ..........................................................31
4.2
Overhead ........................................................................................31
4.3
Vennootschapsbelasting .................................................................32
4.4
Onvoorzien ......................................................................................33
Paragrafen .............................................................................................34 5.1
Lokale heffingen ..............................................................................34
5.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing .....................................34
5.3
Financiering ....................................................................................38
5.4
Bedrijfsvoering ................................................................................40
5.5
Wet open overheid ..........................................................................43
5.6
Wet gemeenschappelijke regelingen ..............................................44
Financiële begroting ...............................................................................45 6.1 Meerjarenbegroting 2025 – 2028 .........................................................45 6.2 Overzicht incidentele baten en lasten ..................................................45 6.3 Geprognosticeerde balans ...................................................................48 6.4 Ontwikkeling reserves ..........................................................................49 6.5 Overzicht baten en lasten per taakveld ...............................................50
7.
Besluit ....................................................................................................51
8.
Bijlagen ..................................................................................................52 Bijlage 1: mogelijkheden en gevolgen bezuiniging op gemeentelijke bijdragen aan Holland Rijnland ..................................................................52 Bijlage 2: ontwikkeling loon- en materiële lasten 2022-2025 .....................56 Bijlage 3: opgave van compensabele BTW voor gemeenten ....................58
Pagina 3 van 59
Inleiding De kracht van de 13 De regio kent een grote mate van veelzijdigheid aan landschappen, economische ontwikkelingen, woonmilieus en recreatiemogelijkheden. De Stedelijke As (van Katwijk via Leiden naar Alphen aan den Rijn), het Groene Hart en de Duin- en Bollenstreek zijn aan elkaar verbonden en versterken elkaar. In Holland Rijnland kun je wonen nabij de zee, in een bruisende en historische stad of in het groen. Je kunt er werken in de kenniseconomie, in een innovatief mkb, een agrarisch bedrijf of een internationaal opererende organisatie. Je kunt hier ook recreëren op het strand, in het grootste plassengebied van Nederland, in het Groene Hart en in de stad. En dit alles centraal gelegen tussen Schiphol, de Metropoolregio’s van Amsterdam, Rotterdam-Den Haag en Utrecht. Door samen te werken versterken de dertien gemeenten hun kracht. Hiermee dragen zij bij aan het versterken van brede welvaart door het bouwen van woningen, het creëren van banen en door het gebied duurzaam en toekomstbestendig in te richten. Eenvoudig is dat niet. De kernen in de regio kampen met verschraling door het wegtrekken van (zorg)voorzieningen en het afschalen van het openbaar vervoer. In bebouwd gebied wordt flink verdicht. Onze energievoorziening is nog niet toekomstbestendig.
De effecten van klimaatverandering vragen om meer ruimte voor groen en blauw, waarbij water en bodem sturend zijn, zowel binnen als buiten de stedelijke gebieden. We moeten kijken naar de problematiek van bodemdaling en grondwaterstanden. De beschikbaarheid van drinkwater staat onder druk. De regio moet bereikbaar en verbonden blijven, zowel binnen de regio als daarbuiten, waarbij onze mobiliteit verder verduurzaamt. De economie innoveren we verder zodat die mee kan gaan met de ontwikkelingen in een onzekere en complexe wereld. Deze opgaven stoppen niet bij de gemeentegrenzen. Daarom gaan de dertien gemeenten gezamenlijk deze uitdagingen aan door de krachten te bundelen en samen op te trekken richting provincie en Rijk. Deze ambitie is verwoord in onze Regionale Investeringsagenda. Zo zorgen we ervoor dat Holland Rijnland een prettige regio blijft om te leven, te werken en te recreëren.
Pagina 4 van 59
1. Algemene financiële beschouwingen De gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland voert uitvoerende en beleidstaken uit voor de deelnemende gemeenten. Naast de efficiencyvoordelen die het uitvoeren op regionaal niveau met zich meebrengt, zien we dat door taken en bevoegdheden regionaal te beleggen derden Holland Rijnland weten te vinden. Daarmee genereert de organisatie extra middelen uit bijvoorbeeld subsidies en rijksbijdragen. Voor de uitvoerende taken ontvangt Holland Rijnland onder meer een RMC subsidie en Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV). Op het programma Strategie & Beleid voeren we taken uit van de subsidiebijdragen van onder andere LEADER, de Regionale Energie Strategie en de Regionale Subsidie Mobiliteit. Met het aantrekken van een coördinator fondsen & subsidies zet Holland Rijnland in op het vergroten van het aantal subsidies. De vaststelling van de RIA kan als katalysator werken om extra subsidies aan te trekken. Tabel 1.1 biedt een overzicht van de in deze begroting opgenomen baten van derden. Baten van derden
Hoogte bijdrage 2025 Type (in €)
Programma
Regionaal Meld en Coördinatiepunt
1.039.223 Subsidie
Regionale Uitvoering
Collectief Vraagafhankelijk Vervoer
485.000 Subsidie
Regionale Uitvoering
LEADER
135.000 Subsidie
Strategie & Beleid
Regionale Subsidie Mobiliteit
455.200 Subsidie
Strategie & Beleid
Regionale Energie Strategie
423.374 Rijksbijdrage
Strategie & Beleid
Totaal Holland Rijnland
2.537.797
Tabel 1.1 Baten van derden Holland Rijnland Naast de baten van derden ontvangt de organisatie jaarlijks bijdragen van de deelnemende gemeenten, die ongeveer driekwart van de begroting uitmaken. De financiële kaders voor de begroting 2025 volgen uit de Kaderbrief 2025, vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 20 december 2023. Voor 2025 is deze reguliere gemeentelijke bijdrage bepaald op € 7.660.022. Tabel 1.2 laat zien hoe de reguliere bijdrage is opgebouwd.
Tabel 1.2 Bijdrage deelnemende gemeenten Pagina 5 van 59
Op de gemeentelijke bijdrage heeft met de Kaderbrief 2025 een drietal mutaties plaatsgevonden ten opzichte van 2024: •
•
•
De jaarlijkse bijdrage ter voorkoming van vroegtijdige schoolverlaters (VSV) is opgenomen in de reguliere bijdrage Met de begroting 2025 kiest Holland Rijnland ervoor de gemeentelijke middelen ter voorkoming van voortijdig schoolverlaten (€ 200.000) te laten lopen via de reguliere bijdrage van gemeenten. Hiermee kan de organisatie deze bijdrage efficiënter innen. Dit geldt enkel voor de aan het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL) deelnemende gemeenten. De formatie van het RBL is in lijn gebracht met de formatierichtlijn voor leerplichtorganisaties Op 20 december 2023 stemde het Algemeen Bestuur in met het voorstel om de formatie van het RBL op te hogen en zo meer in lijn te brengen met de formatierichtlijn voor leerplichtorganisaties. De structurele lasten hiervan worden gedekt uit een verhoging van de bijdrage van de aan het RBL deelnemende gemeenten met € 307.257. Indexatie gemeentelijke bijdrage conform advies Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (Werkgroep FKGR) Net zoals gemeenten wordt Holland Rijnland jaarlijks geconfronteerd met stijgende lonen en prijzen als gevolg van de inflatie, die de afgelopen jaren fors was. Voor deze prijsstijging worden gemeenten lopende het jaar gecompenseerd uit het Gemeentefonds. De Werkgroep FKGR heeft de benodigde indexatie 2025 bepaald op 3,7% voor de materiële lasten en 11,1% voor de personele lasten.
Het gebruikte gewogen indexcijfer is 7,56%. Als bijlage bij deze begroting maken we inzichtelijk hoe de kosten van Holland Rijnland zich hebben ontwikkeld en hoe we verwachten dat deze zich gaan ontwikkelen, voor de periode 2022 t/m 2025.
Jaarlijks zien we dat de uitdaging steeds groter wordt voor de organisatie om de dienstverlening op een gelijk peil te houden. Daar zijn een drie redenen voor: •
•
•
In de afgelopen begrotingsjaren zagen we dat de inflatie telkens hoger was dan aanvankelijk voorzien door de Werkgroep FKGR. Omdat Holland Rijnland hier niet lopende het jaar voor wordt gecompenseerd, heeft Holland Rijnland de afgelopen jaren een deel van de prijsstijgingen opgevangen in de eigen begroting; De baten van Holland Rijnland vanuit de gemeentelijke bijdragen worden niet gecorrigeerd voor de groei van het aantal inwoners in de regio. Met dezelfde omvang van beschikbare middelen moeten steeds meer inwoners, bedrijven en doelgroepen worden bediend; Structurele subsidieverstrekkers houden de subsidiebijdragen al jaren op een vast prijspeil. Dat betekent dat subsidiebijdragen niet worden geïndexeerd. Daardoor wordt de uitvoering van gesubsidieerde taken ieder jaar met minder financiële middelen uitgevoerd.
Pagina 6 van 59
Tot op heden lukte het Holland Rijnland om bovenstaande ontwikkelingen op te vangen binnen de eigen begroting en de basistaken te blijven uitvoeren. De grenzen aan de mogelijkheden komen echter in zicht, wat de rekeningresultaten van 2022 en 2023 onderschrijven. Door kritisch te kijken naar de bekostiging van de extra taken die de organisatie uitvoert en door een efficiënte bedrijfsvoering, lukt het om de begroting en meerjarenbegroting structureel en reëel in evenwicht te houden. Advies Werkgroep FKGR Vooruitlopend op 2026 heeft de Werkgroep FKGR Holland Rijnland gevraagd om voorstellen te doen om bezuinigingen te realiseren op de gemeentelijke bijdrage. In bijlage 1 hebben we uitgewerkt in hoeverre Holland Rijnland mogelijkheden ziet om te bezuinigen op de gemeentelijke bijdrage door middel van verhogen van efficiency. In 2015 heeft Holland Rijnland reeds een reorganisatie ondergaan om de bedrijfsvoering efficiënter te organiseren en is daarmee gekomen tot een besparing van 25% op de gemeentelijke bijdrage. Holland Rijnland ziet geen verdere mogelijkheden voor bezuinigingen door efficiencywinst. Eventuele bezuinigingsopgaven dienen te verlopen via de lijnen van een gesprek over de taken die Holland Rijnland voor de deelnemende gemeenten uitvoert. 1.1
Inwonersbijdrage
De dertien gemeenten in de regio Holland Rijnland bekostigen de organisatie Holland Rijnland. De gemeentelijke bijdrage wordt berekend aan de hand van het aantal inwoners van de gemeente en de taken die Holland Rijnland uitvoert voor deze gemeente. Het aantal leerlingen is het criterium voor de bijdrage voor de handhaving van de leerplicht. Voor het vaststellen van de bijdrage 2025 is 1 januari 2023 de peildatum voor het inwonertal (bron: CBS) en het aantal leerlingen (bron: landelijke leerlingenbasis-administratie). Door het verschil in taken verschilt de gemiddelde bijdrage per gemeente. Enkele gemeenten hebben de taken die Holland Rijnland uitvoert op een andere wijze georganiseerd. Zo zijn de gemeenten Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop niet aangesloten bij het Regionaal Bureau Leerrecht Holland Rijnland. In 2025 is de gemiddelde reguliere bijdrage per inwoner €13,11. In 2024 was dat €11,85 (inclusief de gemeentelijke VSV). Tabel 1.2 toont hoe de totale gemeentelijke bijdrage voor 2025 is opgebouwd. Tabel 1.3 geeft de totale bijdrage per gemeente weer.
1.2
Wijziging overheadtoerekening
Met vaststelling van de tussenrapportage 2023 is de wijze van toerekening van overheadkosten naar de twee programma’s gewijzigd, omdat de programma’s in verschillende mate een beroep doen op de personele inzet van de afdeling bedrijfsvoering. Deze wijziging werkt kostenverhogend voor het programma Strategie & Beleid en kostenverlagend voor Regionale Uitvoering, waaronder het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL) valt. Aangezien de gemeenten Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop niet deelnemen aan het RBL resulteert dit voor deze gemeenten in een Pagina 7 van 59
beperkt hogere bijdrage per inwoner dan voor de aan het RBL deelnemende gemeenten.
Tabel 1.3: Bijdrage gemeenten 2025 per gemeente en deelname
Pagina 8 van 59
2. Programma Strategie en Beleid Er spelen veel opgaven in de regio. Meer dan ooit zijn we ons bewust van onze gezamenlijke kracht en de wereld om ons heen. We moeten samen blijven optrekken waar dat meerwaarde biedt. Zo blijven we ons ontwikkelen als een sterke en toekomstbestendige regio. Om de samenwerking goed vorm te geven, hebben alle dertien gemeenten, naast het Algemeen Bestuur, zitting in de volgende regionale commissies: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Maatschappij Wonen Economie Ruimte Duurzaamheid, Energie & Groen Mobiliteit Bestuur & Middelen
Iedere bestuurlijke commissie van advies wordt voorgezeten door een lid van het Dagelijks Bestuur. In elke commissie neemt per gemeente één portefeuillehouder deel. We creëren ruimte en mogelijkheden voor beeldvorming en oordeelsvorming, alvorens besluitvorming plaatsvindt. Daarbij is een integrale benadering essentieel. In de inleiding benoemden we al in het kort de verschillende werkzaamheden die we uitvoeren binnen het programma Strategie en Beleid van Holland Rijnland. Grofweg vallen de werkzaamheden uiteen in: • • • •
• •
2.1
De projecten gebundeld in de Regionale Investeringsagenda (RIA) Holland Rijnland; Het uitvoeren van toekomstverkenningen op de thema’s uit de Regionale Investeringsagenda; Het uitvoeren van projecten, programma’s en processen zoals de bedrijventerreinen- en kantorenstrategie en het energieprogramma; Het beheren van de fondsen en subsidies LEADER, het regionaal investeringsfonds (RIF), het cofinancieringsfonds en de provinciale subsidieregeling mobiliteit Het ontwikkelen van regionaal beleid en het monitoren van gemaakte afspraken. Aan de hand van de vragen “Wat willen we bereiken” en “Wat gaan we daarvoor doen?” geven we aan waar we naartoe werken én welke activiteiten we ondernemen om dat te bereiken.
Regionale Investeringsagenda
Wat willen we bereiken? Nederland heeft grote opgaven in een beperkte ruimte. Dit geldt zeker voor onze de regio. Holland Rijnland is gesitueerd in een van de dichtstbevolkte delen van het land Pagina 9 van 59
en ook hier is de beschikbare ruimte schaars. Tegelijkertijd zien we veel opgaven waarvoor we plekken zoeken en hebben we grote ambities: • •
• •
•
•
Tot 2030 bouwen we 30.000 woningen. Ook na 2030 verwachten we een forse bouwopgave. We creëren 20.000 nieuwe banen in zowel de kennis- als de maakindustrie. Hiervoor zijn arbeidskrachten nodig met opleidingen die aansluiten bij de behoeften van deze sectoren. We werken aan duurzame bereikbaarheid, waarin openbaar vervoer en fiets prominente rollen spelen. Onze energie wekken we duurzaam op, zowel voor bestaande woningen en bedrijven als voor nieuwe locaties. Voldoende netcapaciteit is van groot belang. We maken de regio gereed voor de impact van klimaatverandering en zorgen ervoor dat we door een transformatie van de land- en tuinbouw deze vitale sectoren behouden. Tegelijkertijd verbeteren we onze bodem- en waterkwaliteit. We waken over onze waardevolle landschappen en vergroten de biodiversiteit in de regio.
De Regionale Investeringsagenda (RIA) laat zien hoe wij in Holland Rijnland bijdragen aan het oplossen van nationale en regionale opgaven. De kaders beschreven in de Regionale Omgevingsagenda (ROA), Regionale Energiestrategie (RES) en Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) concretiseerden we verder in het werkprogramma ‘Holland Rijnland 2022-2026’. Deze vormden een stap richting een overtuigend verhaal over de opgaven, veertien concrete investeringsprojecten en een nieuw Regionaal Fonds, gebundeld in de Regionale Investeringsagenda. Door in deze agenda een gezamenlijk verhaal op te stellen en veertien prioritaire projecten te definiëren, organiseren we schaalgrootte. Met een gezamenlijke inzet kunnen we onszelf als regio positioneren bij andere overheden en gericht aankloppen voor benodigde cofinanciering van de projecten. Wat gaan we daarvoor doen? In 2025 werken we aan het tot uitvoering brengen van de veertien prioritaire projecten en het cofinanciering van projecten met middelen uit het regionaal fonds. De besluitvorming hierover vindt plaats in 2024. De start van de regionale investeringsagenda markeert ook het aflopen van de stortingen in het Regionaal Investeringsfonds (RIF). In 2024 wordt de regionale investeringsagenda vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland.
Dit betekent dat we in 2024 met onbeklemde middelen uit het cofinancieringsfonds reeds starten met het tot uitvoering brengen van projecten. In 2025 zullen we daarmee doorgaan. Conform de werkwijze zoals geschetst in de RIA ‘hoe werken we samen’ zetten gemeenten hun capaciteit in om prioritaire projecten te realiseren. We zetten de bestaande capaciteit van Holland Rijnland in om de prioritaire projectenportefeuille hierbij te ondersteunen. Voor 2025 zijn gemeenten gevraagd om middelen bijeen te brengen voor de regionale investeringsagenda. Deze middelen komen bij positieve besluitvorming per 2025 beschikbaar. Hiertoe zal in december 2024 een begrotingswijziging worden Pagina 10 van 59
voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. De RIA-middelen worden vervolgens ingezet voor de uitvoering van de veertien projecten en voor het nieuwe regionale fonds. Dit gebeurt binnen de door het Algemeen Bestuur vast te stellen kaders (regionale investeringsagenda, verordening en thematische programma’s). Het is de bedoeling dat voor alle veertien prioritaire projecten uit de regionale investeringsagenda projectgroepen worden geformeerd. Deelnemende gemeenten en Holland Rijnland zullen met elkaar de projecten tot uitvoering brengen. Hieronder lichten we twee van de veertien prioritaire projecten toe. In de regionale investeringsagenda leest u meer over de andere twaalf projecten.
2.2
Toekomstverkenningen
Wat willen we bereiken? Naast de veertien prioritaire projecten, zijn in de Regionale Investeringsagenda vier thema’s opgenomen die om een gezamenlijke aanpak vragen, te weten:
Bereikbaar en verbonden De Regionale Investeringsagenda richt zich op projecten die onze regio duurzaam verbonden en bereikbaar houden. We streven naar een verbeterde (OV-)verbinding tussen stad en platteland, de bestrijding van vervoersarmoede, en de overgang naar duurzame vervoersmiddelen, waarmee we het duurzame mobiliteitsnetwerk van de toekomst vormgeven. Aangezien steden minder gericht zullen zijn op automobiliteit en er meer tijd- en plaats-onafhankelijk wordt gewerkt, concentreren we ons nu op hoogwaardig OV, goede fietsverbindingen, en infrastructuuraanpassingen om verkeersopstoppingen te voorkomen. We verbeteren autoverbindingen waar nodig, zoals de N206-corridor en de N207 bij Leimuiden, om zowel de huidige verkeersproblemen als de vraag naar (betere) bereikbaarheid bij woningbouwplannen aan te pakken. Daarnaast zetten we in op meer en beter OV , fietsverbindingen, en deelmobiliteit, waarbij automobiliteit niet langer het leidende principe is.
Duurzaam en Energiezeker Holland Rijnland ambieert een energieneutrale regio in 2050, vastgesteld in de Regionale Energiestrategie. Dit streven wordt extra uitdagend met de geplande nieuwe gebiedsontwikkeling en de bouw van 30.500 woningen. Een robuuste energieinfrastructuur is essentieel, waarbij energiebesparing, lokale warmte- en elektriciteitsopwekking, en uitbreiding van energie- en warmte-infrastructuur cruciaal zijn. Bovenlokale warmteprojecten zoals WarmtelinQ, en grote energie-initiatieven zoals Energy Lane Holland Rijnland en 150kV-onderstations in de Barrepolder en Sassenheim dragen bij aan dit doel. Als gemeente-overstijgende projecten investeren we in benodigde infrastructuur en ondersteunen we gemeenten financieel bij maatschappelijk en regionaal waardevolle initiatieven. Onze inzet is gericht op een eerlijke, betaalbare, betrouwbare en duurzame energievoorziening in Holland Rijnland.
Pagina 11 van 59
Economisch sterk en innovatief Onze regio heeft het potentieel om een bloeiende kennisregio te worden, met prominente locaties zoals het Leiden Bio Science Park, Unmanned Valley en de NL Space Campus. Echter, ondanks de diverse midden- en kleinbedrijven in Holland Rijnland is er gebrek aan onderlinge connectie. Er bestaat een kloof tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Om deze uitdagingen aan te pakken, willen we kennisinstellingen en uitvoerende partijen in de regio beter verbinden via het Regionaal Fonds dat investeert in human capital en innovatie bij mkb-bedrijven stimuleert. We streven naar een scherp economisch profiel voor de regio, in lijn met de ambities van het Rijk en de provincie.
Groen en klimaatbestendig Onze regio streeft naar toekomstbestendigheid, waarbij water en bodem de leidende factoren worden voor ruimtelijke inrichting. Versterking van natuur en klimaatbestendige inrichting zijn essentieel, met maatregelen, zoals het beter vasthouden van water tijdens droogte en het opvangen van hevige regenval. Slim gebruik van beperkte ruimte is cruciaal om onze grotendeels verstedelijkte regio gezond, groen en leefbaar te houden, terwijl ruimte wordt geboden aan woningbouw. Er wordt gebouwd aan een regionaal netwerk van groen en water, inclusief ecologische corridors, gebieden voor natuurrecreatie en uitbreiding van wandel- en fietsnetwerken. Dit zorgt voor een evenwichtige benutting van ruimte, bevordert de biodiversiteit, verrijkt het landschap en waarborgt de leefbaarheid en groenheid van de regio. Wat gaan we daarvoor doen? Dat deze vier thema’s belangrijk zijn voor de toekomstige ontwikkeling van de regio, stelden we met elkaar vast. Hoe we in 2025 aan de slag gaan met deze thema’s werken we in 2024 verder uit, samen met de gemeenten. Deze uitwerking resulteert in 2024 in vier thematische programma’s die de onderlegger vormen voor het nieuw in te stellen Regionaal Fonds. In de thematische programma’s leggen we, naast de concretisering van de doelstellingen op de thema’s, inhoudelijke criteria vast.
Op basis van deze criteria financiert Holland Rijnland vanuit het nieuwe fonds projecten in de regio. Dit gebeurt binnen de door het Algemeen Bestuur vast te stellen kaders (Regionale Investeringsagenda, verordening en thematische programma’s). Na besluitvorming in 2024 starten we in 2025 met de uitvoering van de vier thematische programma’s.
2.3
Projecten
Naast de projecten en programma’s in het kader van de Regionale Investeringsagenda, zetten we ons vanuit het programma Strategie en Beleid ook in voor andere programma’s, projecten of processen. Hierbij is sprake van een duidelijk begin en eind, met een concreet resultaat.
Pagina 12 van 59
2.3.1
Energieprogramma
Wat willen we bereiken? In de Regionale Energiestrategie (RES) spreken we als regio de ambitie uit om in 2050 een energie-neutrale regio te zijn. In onze voorbereidingen naar 2024 hebben we de doelstellingen van de RES 1.0 nauwlettend in het vizier gehouden. Deze richten zich niet alleen op duurzame elektriciteitsopwekking en de regionale warmte-infrastructuur, maar ook op energiebesparing. De ambitie om tegen 2030 1,14 TWh hernieuwbare elektriciteit op te wekken via zon op grote daken, velden en windturbines, blijft onze focus. Met de inbreng van amendementen op de RES 1.0 vanuit verschillende raden vielen veel zoekgebieden af. Om toch vast te houden aan ons regionaal RES-bod, besloten we dat elke gemeente zelfstandig onderzoekt welke bijdrage zij kunnen leveren aan het RES-bod en de eerder gemaakte afspraak voor een grotendeels energieneutrale regio in 2050.Tegelijkertijd ondervinden we, net als in de rest van het land, dat de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk tegen haar grenzen aanloopt. Hierdoor is aansluiting op het net voor zowel nieuwe woningen als bedrijven geen vanzelfsprekendheid meer. Met onze grote regionale ambities op het gebied van verstedelijking, wonen, economie en mobiliteit, is voldoende (duurzame) energie een randvoorwaarde. Er is meer opwek nodig, maar zeker ook een opwaardering van de onderliggende energie-infrastructuur.
Om een toekomstbestendig regionaal energiesysteem in Holland Rijnland te ontwikkelen, stelden we het Energieprogramma op. Dit programma, dat loopt tot 2026, is gericht op het optimaliseren van onze samenwerking en concentreert zich op gezamenlijke regionale inspanningen om de doelstelling van de RES 1.0 te behalen. Het energieprogramma biedt een kader voor de samenwerkende regiopartijen en vormt de basis voor verdere expertise-aanwerving in 2023-2026. Wat gaan we daarvoor doen? In 2023 is het RES-team versterkt en is het Energieprogramma volgens drie programmalijnen opgezet:
Strategie Samenhang aanbrengen tussen keuzes en mogelijkheden in enerzijds de ruimtelijkeconomische ontwikkelingen en anderzijds het integrale energiesysteem.
Uitvoering In samenwerking en samenhang effectief tot uitvoering brengen van energie-ambities, onder meer door efficiënte (regionale) inzet van mensen en middelen, de zogenaamde taskforce. Deze taskforce wordt ingezet op netwerkcongestie, invulling van de warmtevraag en het ruimtelijk proces zoekgebieden.
RES-proces + energieproces Coördinatie van de samenwerking tussen partijen bij uitvoering, monitoring en rapportage van energieprogramma.
Pagina 13 van 59
In 2025 gaan we verder met het coördineren en uitvoeren van het Energieprogramma. Hiervoor zetten we de bestaande middelen vanuit het energieakkoord Holland Rijnland in, aangevuld met SPUK-gelden en Rijksmiddelen.
2.3.2
Doorfietsroutes
In Holland Rijnland staan gezondheid en een energieke leefomgeving hoog in het vaandel. Daarom willen we, waar mogelijk, ruimte bieden voor gezond en energiek bewegen. Dit betreft niet alleen recreatie en recreatieve routes, maar ook fietsroutes om snel en comfortabel van A naar B te fietsen binnen de regio. Bijvoorbeeld van een woonadres naar een werkplek, studielocatie of OV-knooppunt. Daarom zetten we als Holland Rijnland in op het organiseren, optimaliseren en realiseren van een sluitend doorfietsroutenetwerk tussen woonkernen en werkgebieden in de regio. Dit betreft 150 à 200 kilometer nog te realiseren doorfietspaden. Hiermee benutten we het toenemend gebruik van de elektrische fiets en dringen we het autogebruik terug. Ook levert het netwerk een aanvulling op het openbaar vervoer, verbetert het de gezondheid en beperkt het wegcongestie en CO2-uitstoot. Begin 2024 is het onderzoek naar het doorfietsroutenetwerk afgerond. Dit onderzoek bracht de staat van de doorfietsroutes in de verschillende gemeenten van Holland Rijnland in kaart en waar extra inzet vanuit het regiobureau gewenst en nodig is. Sommige routes zijn in realisatie, andere in verkenning en weer andere in planvorming. Ook zijn de kwaliteitseisen die we hanteren op de regionale fietsinfrastructuur in het onderzoek meegenomen. En we hebben een globaal beeld van de kosten van de te realiseren routes.
Aan de hand van dit onderzoek hebben we een goed beeld op welke routes/routeonderdelen er vanuit de regio inzet is gewenst. Alle inzichten uit het onderzoek worden verwerkt in een programma Doorfietsen. Doel is om in 2025 een route/routeonderdeel richting uitvoering te brengen en een route richting ontwikkeling. Met de startnotitie Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek & Haarlemmermeer is er vanuit de provincie Zuid-Holland €10 miljoen euro beschikbaar gesteld voor fietsmaatregelen. In de eerste helft van 2024 verkenden we in samenwerking met de provincie en de Vervoersregio Amsterdam welke doorfietsroutes in het gebied in aanmerking komen voor deze middelen.
2.3.3
Regio Deal Sierteeltregio
Binnen Holland Rijnland zijn drie Greenports actief: Greenport Aalsmeer, Boskoop en Duin- en Bollenstreek. De drie greenportregio's lopen tegen dezelfde uitdagingen aan wat betreft innovatie, arbeidsmarktbeleid en verduurzaming. De toekomst van de brede welvaart van de greenportregio’s staat onder druk en vraagt om een impuls om de transitie te maken naar toekomstbestendige en circulaire regio. Dit doen we in de breedte van het gebied, we beperken ons niet tot de bedrijven en mensen die in de greenport zelf actief zijn. We werken aan de realisatie van een Regio Deal voor deze sierteeltregio, gericht op de versterking van de brede welvaart.
Pagina 14 van 59
De Regio Deal Sierteeltregio is een samenwerking tussen de veertien gemeenten binnen de drie greenportgebieden, het hoogheemraadschap van Rijnland, de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland, en veel verschillende triple helix partners waaronder de drie Greenports. Holland Rijnland geeft vorm aan de samenwerking tussen de drie greenportregio's en stelt samen met gemeenten en partners een plan van aanpak op voor de uitvoering van de inhoudelijke opgaven zoals gesteld in de Regio Deal. Het Rijk heeft in februari 2024 besloten onze regio niet te selecteren voor een Regiodeal. De opgave voor de transitie naar een toekomstbestendige en duurzame sierteeltregio is daarmee niet verdwenen. De komende tijd onderzoeken we met betrokken partners op welke wijze daar wel vorm aan te geven mogelijk door opnieuw een aanvraag te doen in een volgende tranche. In de periode 2025 tot en met 2027 willen we de Regio Deal uitvoeren. Ook wordt gekeken of we samen met de provincies en de verschillende Rijksdepartementen alsnog uitvoering kunnen geven aan de gestelde ambities los van het instrument Regio Deals.
2.3.4
Kantoren- en bedrijventerreinenstrategieën
Wat willen we bereiken? In ons werkprogramma ‘Holland Rijnland 2022-2026’ spreken we met elkaar de ambitie uit om naast 30.000 woningen ook 20.000 banen toe te voegen in de regio. Dat vraagt in de meeste gevallen ook om fysieke ruimte, in de vorm van bedrijventerreinen of kantoren. We zien van beide nu al een tekort, maar vooral bedrijventerreinen in de hogere milieucategorieën zijn schaars. Er is echter weinig ruimte in de regio en we zien dat veel van de nog wel beschikbare ruimte wordt ingezet voor woningbouw. Om de juiste afwegingen te maken, is het essentieel voor gemeenten om eerst goed inzicht te krijgen in de behoefte naar bedrijventerreinen en kantoorruimten. Op basis van dit inzicht kunnen we een gezamenlijke strategie opstellen voor welke bedrijvigheid we waar in de regio willen faciliteren. Voor bedrijventerreinen gebeurt dit in de regionale bedrijventerreinenstrategie. Wat gaan we daarvoor doen? In 2025 stellen we de kantorenmonitor Holland Rijnland vast om de balans tussen vraag en aanbod van kantoorwerklocaties in beeld te brengen en te houden. Op basis van die monitor stellen we vervolgens een nieuwe kantorenstrategie Holland Rijnland op voor 2025-2030. In 2024 is de bedrijventerreinenstrategie geactualiseerd.
In afstemming met provincie en gemeenten bepaalden we welke aandachtspunten voor de toekomst zijn en welke daarvan in de nieuwe bedrijvenstrategie zijn geland. De specifieke rol van Holland Rijnland bij de totstandkoming bestaat uit het faciliteren van de onderlinge afstemming tussen gemeenten. Daarbij fungeert Holland Rijnland ook als aanspreekpunt voor de provincie bij de actualisaties.
Pagina 15 van 59
2.4
Fondsen en subsidies
Holland Rijnland beheert een aantal fondsen en subsidies die bijdragen aan de realisatie van de ambities van de regiogemeenten. Dit zijn: het Regionaal Investeringsfonds, LEADER, de Provinciale Subsidieregeling Mobiliteit en het Cofinancieringsfonds,. Met bijdragen uit deze fondsen en subsidies is het mogelijk om een groot aantal concrete projecten in alle gemeenten te realiseren. 2.4.1
Regionaal Investeringsfonds
Wat willen we bereiken? Het Regionaal Investeringsfonds (RIF) is door het Algemeen Bestuur ingesteld om concrete stappen te zetten om de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de regio te verbeteren. Het RIF werd vanaf 1 januari 2008 via een separate geldstroom gevoed met bijdragen van de deelnemende gemeenten. (Dit waren gemeenten in de Leidse regio, inclusief de toenmalige gemeente Alkemade, en de Duin- en Bollenstreek). Het fonds werkt als katalysator en is een belangrijke motor voor cofinanciering van specifieke regionale projecten. De gemeenten brachten in twee tranches €180 miljoen bijeen. Deze middelen zijn belegd voor een vijftal projecten/programma’s:
RijnlandRoute In november 2013 sloten Holland Rijnland en Provincie Zuid-Holland een financieringsovereenkomst af. Holland Rijnland heeft op 1 april 2022 volledig aan de betalingsverplichting voldaan. De overeenkomst eindigt wanneer alle partijen van mening zijn dat wederzijds aan alle verplichtingen uit de overeenkomst is voldaan. Op 5 juli 2024 wordt de volledige RijnlandRoute geopend en kan Holland Rijnland dit project formeel afronden.
Hoogwaardig OV-netwerk Zuid Holland Noord Er vallen drie grote HOV-projecten onder dit programma: • • •
HOV-corridor Leiden-Katwijk-Noordwijk (HOV-bus) Spoorcorridor Leiden-Utrecht (trein) Alphen aan den Rijn – Gouda (trein)
Een deel van de maatregelen is gerealiseerd, een ander deel is nog in voorbereiding. Zo is voor de Spoorcorridor Leiden-Utrecht een bestuursovereenkomst vastgesteld in mei 2013 en een addendum in januari 2023.
Programma Ontsluiting Greenport Eind november 2010 stemde het Algemeen Bestuur in met de indicatieve verdeling van de gelden uit het Regionaal Investeringsfonds voor het pakket aan maatregelen voor de ‘Noordelijke Ontsluiting Greenport’ als inzet voor de financieringsstrategie die in overleg met de andere partijen was opgesteld. Op basis daarvan werd vervolgens het Programma Ontsluiting Greenport (POG) opgesteld. Het POG werd vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 29 juni 2011 en betreft de volgende maatregelen: •
Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek
Pagina 16 van 59
• •
Maatregelen Middengebied Duin- en Bollenstreek HOV-corridor Noordwijk-Schiphol
Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek Het Algemeen Bestuur stelde op 17 februari 2010 het programma vast (artikel 8 lid 1 van de RIF-verordening). Tevens mandateerde het Algemeen Bestuur het Dagelijks Bestuur om een projectovereenkomst met de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) af te sluiten. In juni 2010 tekenden de partijen de overeenkomst. Die liep eind 2022 af. De afwikkeling van de GOM is voorzien in 2024.
Regionaal Groenprogramma. In juli 2019 is het Regionaal Groenprogramma verlengd tot en met 2024. Het programma is de basis voor het afsluiten van uitvoeringsovereenkomsten (UO) tussen Holland Rijnland en de Landschapstafels/clusters van gemeenten (Leidse Ommelanden, Duin- en Bollenstreek en Duin, Horst & Weide) voor de realisatie van projecten op het gebied van landschap, recreatie en natuur. In een UO zijn projecten opgenomen met een regionaal belang, die gereed zijn voor uitvoering. Het fonds is een succes: elke euro uit het fonds heeft geresulteerd in een totale investering van ongeveer drie euro. In 2025 wordt het Regionaal Groenprogramma afgerond. Het Regionaal Investeringsfonds had initieel een looptijd tot 2023. In 2024 is de laatste storting gedaan voor het RIF. Aansluitend vanaf 2025 zijn middelen voor de RIA gevraagd. De middelen zijn grotendeels uitgegeven of verplicht en de projecten zijn vergevorderd. Van een aantal projecten is de looptijd verlengd. De looptijd van de RijnlandRoute en het Groenprogramma is verlengd tot 2025. In 2024 besluit het Algemeen Bestuur over de verlenging van het POG. De looptijd van het HOV-netwerk Zuid-Holland Noord en Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek is naar aanleiding van de tussenevaluatie uit 2020 verlengd tot 2027.De afloop van het RIF markeert tevens de start van de regionale investeringsagenda (RIA).
Daarmee lopen de middelen naadloos in elkaar over en kunnen de nieuwe prioritaire projecten uit de RIA ontwikkelt worden naast de afronding van bestaande projecten uit het RIF. Bij de evaluatie van het RIF aan het einde van de looptijd zal bezien worden hoe de op dan moment nog niet voltooide projecten overgebracht kunnen worden naar de RIA. Wat gaan we daarvoor doen? Ook in 2025 dragen we zorg voor het beheer van de verschillende projecten opgenomen in het RIF. Als opvolger van het succesvolle RIF, wordt naar verwachting in 2025 een start gemaakt met een nieuw Regionaal Fonds (zie paragrafen ‘Regionale Investeringsagenda’ en ‘Toekomstverkenningen’). 2.4.2
LEADER
Wat willen we bereiken? LEADER is een Europees Plattelandsontwikkelingsprogramma dat initiatieven ondersteunt die bijdragen aan de versterking van de economie van het platteland. Projecten die eerder van deze middelen gebruikmaakten, zijn bijvoorbeeld het
Pagina 17 van 59
Voedselbos en Stadstuinderij de Kieviet in Katwijk en de Gras Groene verbinding (o.a. papierproductie van gras) in Alphen aan den Rijn. In de nieuwe periode 2023-2027 is LEADER weer onderdeel van het Europese landbouw- en plattelandsbeleid. Dit keer valt het binnen het Nationaal Strategisch Plan (NSP), wat grofweg bestaat uit: • Pijler 1: directe subsidies voor agrariërs, • Pijler 2: voor plattelandsontwikkeling. Het kan daarbij gaan om zaken als agrarisch natuurbeheer, verbetering waterkwaliteit en biodiversiteit of innovatie en samenwerking. Wat gaan we daarvoor doen? Voor de LEADER-periode 2016-2022 fungeert Holland Rijnland als kassier, rechtspersoon en inhoudelijk adviseur. In 2025 worden de laatste projecten van het programma afgerond. In 2025 starten en realiseren we diverse projecten uit het nieuwe programma LEADER Hollandse Plassen 2023-2027. Ook hierin vervult Holland Rijnland de rol van kassier, rechtspersoon en inhoudelijk adviseur om het programma mogelijk te maken.
2.4.3
Provinciale subsidieregeling mobiliteit
Wat willen we bereiken? Het aantal verkeersslachtoffers in Holland Rijnland nam de afgelopen jaren flink toe. Dat willen we reduceren. We zetten in op een permanente verbetering van de verkeersveiligheid. Dat doen we door educatie en voorlichting aan verkeersdeelnemers in alle leeftijdsgroepen. De basis hiervoor is het Actieprogramma Verkeersveiligheid, met behulp van subsidie van de provincie. Het Actieprogramma is de basis voor een effectieve, regionale aanpak van verkeersveiligheid. Het richt zich met name op gedragsbeïnvloeding. Er wordt aangesloten bij de uitgangspunten van permanente verkeerseducatie. Aan de onderwijsbegeleidingsdienst is opdracht verleend om scholen voor het basis- en het voortgezet onderwijs te werven voor een structurele aanpak van verkeerseducatie. Voor de basisscholen wordt een verkeersleerkracht aangeboden welke in opdracht van Holland Rijnland praktische lessen geeft in alle leerjaren van de scholen en de school ondersteunt en adviseert bij het zelfstandig vormgeven van praktische verkeerseducatie. Naast bovenstaande activiteiten rondom scholen vinden er jaarlijks praktijkdagen voor jonge autorijders plaats en zijn er rijvaardigheidsdagen voor senioren en scootmobielgebruikers. Op 235 campagneborden langs de wegen in Holland Rijnland worden vijf maal per jaar posters gewisseld waarbij wordt aangesloten op landelijke campagnes.
Ook vindt er een regionale fietsverlichtingscampagne over de gehele regio plaats en een BOB-sportcampagne. Daarnaast zijn er nog meer acties door het hele jaar heen.
Pagina 18 van 59
De Provincie Zuid-Holland stelt Holland Rijnland ook jaarlijks in de gelegenheid om, in het kader van de Subsidieregeling Mobiliteit (SRM), infrastructurele projecten aan te dragen voor subsidie. Deze zogenaamde regiovoordracht is nodig om provinciale subsidie te verkrijgen voor gemeentelijke projecten met regionaal belang, zoals het realiseren van doorfietsroutes. Wat gaan we daarvoor doen? Net als in voorgaande jaren ondersteunen we in 2025 gemeenten bij het verkrijgen van subsidies en fondsen voor infrastructurele projecten en voor gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid in het kader van de provinciale subsidieregeling mobiliteit. Ook vervullen we een coördinerende en aanjagende rol bij de aanpak van gedragsbeïnvloeding van verkeersdeelnemers in alle leeftijdsgroepen. Deze maatregelen zijn vervat in het Actieprogramma Verkeersveiligheid 2025-2027 2.4.4
Cofinancieringsfonds
Wat willen we bereiken? Het Cofinancieringsfonds is ingesteld in 2016. Het fonds is bedoeld voor regionale, bovengemeentelijke initiatieven die een innovatief karakter hebben en bijdragen aan het realiseren van de opgaven van Holland Rijnland. Om op een financiële bijdrage te kunnen rekenen, moet een initiatief actueel, kansrijk, op te schalen en duurzaam van aard zijn. Het deel dat Holland Rijnland financiert, is een multiplier om externe gelden aan te trekken. Een belangrijke voorwaarde is dan ook dat externe partijen (kennisinstellingen, ondernemingen of andere overheden) het grootste deel van de investering financieren. Vanaf de instelling van het fonds verstrekte het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland, met advies van verschillende commissies, financiële bijdragen aan veel verschillende initiatieven. Bijvoorbeeld recent nog aan het project schoonwatervoorziening Boskoop. Hier werken onder andere de Greenport Boskoop, het hoogheemraadschap Rijnland, de gemeente Alphen aan den Rijn en de provincie Zuid-Holland samen om met een innovatief procedé water te zuiveren. Dit voorkomt dat vervuild water in de grond komt. De financiële bijdrage van Holland Rijnland uit het cofinancieringsfonds kan binnen één jaar worden uitgekeerd, maar loopt soms ook over meerdere jaren. Per initiatief wordt jaarlijks gerapporteerd over de voortgang.
Net als het Groenprogramma bewijst ook het cofinancieringsfonds zijn succes: er is een gemiddelde multiplier van 10 gerealiseerd. Wat gaan we daarvoor doen? We beheren het Cofinancieringsfonds en stimuleren met dit fonds regionale, bovengemeentelijke innovatieve initiatieven. Met dit fonds financierden we de afgelopen jaren tal van succesvolle projecten. Dit succes willen we voortzetten en de middelen hiervoor nog beter benutten. Daarom werken we in 2024 een voorstel uit om het Cofinancieringsfonds per 2025 in vernieuwde vorm voort te zetten onder het nieuw in te stellen Regionaal Fonds, in het kader van de Regionale Investeringsagenda. Hiermee vergroten we de kans op cofinanciering van het Rijk en de provincie voor regionale projecten.
Pagina 19 van 59
2.5
Regionaal beleid en monitoring
Ook in 2025 houden we ons vanuit het programma Strategie en Beleid bezig met regionaal beleid en monitoren we gemaakte afspraken en ontwikkelingen. 2.5.1
Wonen
Wat willen we bereiken? De krapte op de woningmarkt is schrijnend. Starters hebben moeite met het vinden van een geschikte woning, er zijn jarenlange wachtlijsten voor sociale huurwoningen en ook huisvesting voor arbeidsmigranten, asielzoekers en statushouders is een uitdaging. De Nationale Woon- en Bouwagenda stelt dat van de 900.000 woningen die er tot en met 2030 moeten worden gebouwd, 30% in de sociale huursector moet worden gerealiseerd en nog eens 35% in het betaalbare segment (betaalbare koop en middeldure huur). In onze regio moeten circa 30.000 nieuwe woningen worden gebouwd voor 2030. In de Regionale Woonagenda maken we in regionaal verband afspraken hoe we dit kunnen bereiken. Met deze agenda stemmen we de regionale woningbouwopgave af met andere regionale ruimteclaims en anticiperen we op de gevolgen voor onder andere de mobiliteit en de elektriciteitsvoorziening. We besteden aandacht aan kwantiteit en kwaliteit: de juiste woning op de juiste plek. Net als op alle andere vlakken, is samenwerking met de provincie, het Rijk en andere partners cruciaal, aangezien dit procedures aanzienlijk kan versnellen. In de regionale woondeal Holland Rijnland zijn afspraken gemaakt met het Rijk, de provincie, het hoogheemraadschap, de gemeenten en de woningcorporaties over wat ieders rol en verantwoordelijkheid daarin is.
Tot slot streven we, middels onze regionale Huisvestingsverordening, naar een rechtvaardige en doelmatige verdeling van de schaarse woningen in de sociale sector. Wat gaan we daarvoor doen? •
•
• •
Jaarlijks actualiseren we op grond van de huisvestingsverordening het contingent dat door de woningcorporaties beschikbaar wordt gesteld voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Dit gebeurt met name voor de uitstroom uit de maatschappelijke zorg, maar ook voor ambulante begeleiding ter preventie van instroom. We zorgen voor procesregie, monitoring en terugkoppeling over waar we staan bij de realisatie van de afspraken uit de Regionale Woonagenda, onder andere ten aanzien van het aandeel sociale huur, middeldure huur, goedkope koop en het bouwen binnen of buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Daarbij werken we nauw samen met gemeenten, provincie Zuid-Holland en woningcorporaties verenigd in Holland Rijnland Wonen. We dragen zorg voor een actuele Regionale Woonagenda waarin we afspraken maken over woningbouw in de regio (hoeveel, waar, voor wie?). We dragen zorg voor een toekomstbestendige regionale Huisvestingsverordening, waarin we afspraken maken over de verdeling van woningen in de regio.
Pagina 20 van 59
•
•
• •
2.5.2
We regisseren het proces van de jaarlijkse actualisatie van de planlijst woningbouw, waarin alle woningbouwplannen in de regiogemeenten opgenomen zijn. Deze bieden we ter aanvaarding aan bij de provincie. We signaleren kansen en knelpunten bij de realisatie van onze woonopgave in relatie tot andere maatschappelijke en ruimtevragende activiteiten (mobiliteit, landschap, energie, bedrijventerreinen en klimaatadaptatie) in onze regio. We voeren het secretariaat voor de Beleidscommissie woonruimteverdeling. We zorgen voor de secretaris, voorzitter en verdere staf van de Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland. Aan deze tafel maken waterschappen, provincie, Rijk, woningcorporaties en gemeenten afspraken over hoe we woningbouw in de regio versneld kunnen realiseren.
OV-concessies
Wat willen we bereiken? Een belangrijke schakel in het openbaar vervoersnetwerk van Holland Rijnland vormen de lijnbussen. Deze verbinden woonwijken, kleine kernen en stedelijke centra met elkaar. Samen met de regio Midden-Holland vormt Holland Rijnland het concessiegebied Zuid-Holland Noord. We streven naar een pakket dat voldoet aan de bereikbaarheidswensen van alle kernen in de regio. Andere schakels in het OVnetwerk zijn de spoorcorridors (trein). Samen met provincie Zuid-Holland, NS en ProRail streven we naar een frequentieverhoging gedurende de hele dag op de corridor Leiden-Utrecht. Wat gaan we daarvoor doen? Jaarlijks stellen provincie Zuid-Holland en de vervoerder een vervoersplan vast dat met de start van de dienstregeling medio december ingaat. In het vervoersplan staan de routes en frequenties van het busvervoer. Hiervoor halen we jaarlijks de wensen op bij gemeenten en brengen dit in bij de busvervoerder en provincie Zuid-Holland. Waar nodig volgen we ook de ontwikkelingen op het spoor.
2.5.3
Schiphol
Wat willen we bereiken? De nabijheid van luchthaven Schiphol zorgt voor werkgelegenheid en goede internationale bereikbaarheid van de regio. Echter ervaart de regio ook luchtvaartgerelateerde geluids- en luchtkwaliteitsoverlast. Recente ontwikkelingen, in het kader van de NOVEX Schiphol, maken inzet nodig van de organisatie Holland Rijnland op dit dossier. Enkele punten van de NOVEX Schiphol botsen mogelijk met onze regionale opgaven, zoals de woondeal en de RIA. De herziening van het luchtruim en de cumulatieregeling geluid als beoogd onderdeel van de Omgevingswet lijken op dit moment het meest van invloed op onze regio. Deze ontwikkelingen belemmeren woningbouw en bedrijfsvestiging op veel locaties in de regio. De hinder door deze regelingen op de ontwikkeling van de regio verminderen is het hoofddoel van onze inzet op het Schipholdossier.
Pagina 21 van 59
Daarnaast hebben we geconstateerd dat het huidige debat wordt gedomineerd door Noord-Hollandse partijen. Graag willen we, samen met de provincie Zuid-Holland en de Omgevingsdienst West-Holland, het gesprek aangaan met de relevante partijen. Wat gaan we daarvoor doen? Holland Rijnland helpt de gemeenten op een pragmatische wijze in het strategische luchtvaartdossier, waarbij de ondersteuning met name ligt op de regionale belangen die spelen rondom Schiphol en het luchtvaartdossier. De communicatie- en samenwerkingslijnen lopen al via de bestaande overlegstructuren van de Bestuurlijke Regie Schiphol (zowel Zuidwest als Groene Hart). Hiervan maken de betrokken gemeenten reeds onderdeel uit. Het grootste deel van onze inzet op het Schipholdossier zal gaan naar het verkleinen van de negatieve effecten van de cumulatieregeling. Ook zal Holland Rijnland zich inzetten op relevante punten van de NOVEX Schiphol zoals het borgen van de samenhang met andere nationale opgaven, in het kader van de RIA, de realisatie van de woondeals en de Realisatie van het Nationaal en Provinciaal Programma Landelijk Gebied. Verder zal Holland-Rijnland de samenwerking met de Noord-Hollandse partijen, de Omgevingsdienst en de provincie Zuid-Holland versterken. 2.5.4
Kantorenmonitor
Wat willen we bereiken? Jaarlijks maken we een kantorenmonitor om inzicht te krijgen hoe vraag en aanbod van kantoren zich ontwikkelt, waarbij speciale aandacht aan leegstand. . Sinds de coronacrisis werken we anders. Dat leidt tot een andere behoefte, die we eveneens met de kantorenmonitor inzichtelijk maken. Naast het jaarlijkse ijkpunt levert de kantorenmonitor ook input voor de regionale kantorenstrategie. Wat gaan we daarvoor doen? We monitoren jaarlijks de balans tussen vraag en aanbod aan werklocaties.
2.5.5
Huisvesting asielzoekers
Wat willen we bereiken? De capaciteit van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is niet toereikend om de huidige hoeveelheid asielzoekers op te vangen. Eind augustus 2022 sloten het Rijk, de VNG, het IPO en het Veiligheidsberaad een akkoord om te komen tot een duurzame oplossing voor de opvangcrisis. In 2023 hebben de gemeenten in Holland Rijnland afgesproken om 2200 duurzame asiel-opvangplekken te realiseren. Holland Rijnland zorgt voor de regionale afstemming en coördinatie tussen de gemeenten om die afspraak te realiseren.
Wat gaan we daarvoor doen? De primaire verantwoordelijkheid voor het huisvesten van asielzoekers ligt bij de gemeenten. Om hen echter zoveel mogelijk te ontlasten bij die taak, voert Holland Rijnland een aantal coördinerende, monitorende en faciliterende taken uit. Hieronder vallen: Pagina 22 van 59
• • • •
het opzetten en uitvoeren van monitoring op de realisatie van de taakstelling door individuele gemeenten en door de regio; het opzetten en onderhouden van de bestuurlijke en ambtelijke regionale governance; het duiden van (nieuw) provinciaal en Rijksbeleid; het onderhouden van contacten met belangrijke stakeholders als het COA, de provincie en de Provinciale Regietafel (PRT).
Nadat de gemeenteraden besloten om gezamenlijk 2200 plekken te realiseren, werd medio 2023 een regionaal procesbegeleider aangetrokken voor deze taken. De provincie stelt middelen beschikbaar voor de invulling van deze rol en de ondersteuning van het regionaal bestuurlijk overleg (Regionale Regie Team, RRT). De provinciale middelen zijn randvoorwaardelijk voor het uitvoeren van bovengenoemde taken. De provincie verstrekt de middelen momenteel vanuit de regierol die zij hebben in de Provinciale Regietafel (PRT). Deze financiering loopt vooruit op de te verwachten structurele financiering door het Ministerie van Justitie en Veiligheid met oog op de spreidingswet. Op het moment van schrijven van deze begroting is nog niet duidelijk hoe de financiering vanuit Rijk of provincie er in 2025 uitziet.
Pagina 23 van 59
2.6 Wat mag het kosten? De begroting 2025 is geïndexeerd conform de percentages zoals opgenomen in de Kaderbrief 2025. Dit is de voornaamste reden van een hogere saldo ná mutaties reserves t.o.v. het saldo 2024.
Tabel 2.1: Ontwikkeling begroting Programma Strategie en Beleid De programmakosten in 2025 nemen ten opzichte van 2024 af met name vanwege het vervallen van extra lasten voor Cofinancieringsprojecten. Hiertegenover staat in 2025 een lagere onttrekking van € 30.000 aan de reserve Cofinanciering ten opzichte van de € 265.000 in 2024. Een onderverdeling naar de lasten en baten van de producten van het programma volgt hieronder.
Pagina 24 van 59
Tabel 2.2: Ontwikkeling begroting Programma Strategie en Beleid per product Regionale investeringsagenda In 2024 besluit het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland over de Regionale Investeringsagenda. Eventuele gevolgen voor de meerjarenbegroting zullen dan worden opgenomen. Vooralsnog zijn onder het product regionale investeringsagenda uitsluitend de kosten van de werkorganisatie opgenomen. Overige producten Met het project ‘realistisch begroten’ zijn de lasten en baten op activiteitenniveau zo goed en volledig mogelijk bepaald. Dit is gebaseerd op toentertijd aanwezige inzichten en ontwikkelprioriteiten. Voor zover er geen harde verplichtingen of concrete beleidsafspraken bestaan, zijn middelen ondergebracht bij product Strategie en Beleid Algemeen, om op een later moment toe te delen naar de juiste activiteiten. Deze verdeling heeft in deze begroting vanaf 2025 plaatsgevonden. Dit maakt dat de lasten van product Strategie en Beleid Algemeen vanaf 2025 afnemen en van overige producten toenemen. De toedeling over de producten voor jaarschijf 2024 vindt plaats in de Turap 2024. Projecten Cofinanciering (onderdeel van product Fondsen en subsidies) Onderstaande tabel geeft de cofinancieringsprojecten vanaf 2021 weer, met de beschikte totaalbedragen en de hiermee gemoeide jaarlasten. Tot 2022 werden Pagina 25 van 59
verstrekte voorschotten direct in de jaarlasten opgenomen. Door aanpassing van de BBV-regels (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) zijn de genomen lasten gerelateerd aan de voortgang van projecten (als er bijvoorbeeld 50% van een project is gerealiseerd, wordt 50% van het beschikt bedrag als last opgenomen). Hierover vindt informatieoverdracht en afstemming plaats met de uitvoerende, gesubsidieerde, organisaties. Projectnaam
Organisatie
Beschikt bedrag € 100.000
2021
2022
Centrum voor Innovatief Vakmanschap - Bio Sciences Plasmatoorts - Circular Changes Groene Hart Waterstof
MBO Rijnland
€ 10.000
€ 10.000
Ram ing Ram ing 2024 2025 € 30.000 € 30.000 € 20.000
Grimbergen (Alphen a/d Rijn) Vermeulen
€ 100.000
€ 20.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 20.000
€ 100.000
€ 10.000
€ 40.000
€ 50.000
Talent op Maat
Coöperatie WIJIJ (Gem Voorschoten)
€ 50.000
€ 20.000
€ 30.000
Unmanned Valley Mobiliteit Fase 1 Techniekhuis Nieuw koop
Unmanned Valley
€ 30.000
€ 10.000
€ 20.000
Techniekhuis Nieuw koop Technolab Leiden
€ 10.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 10.000
€ 10.000
Stichting Greenport Boskoop Unmanned Valley
€ 75.000
€ 37.500
€ 75.000
€ 75.000
Unmanned Valley
€ 70.000
€ 35.000
Waterstofchallenge Schoonw atervoorziening (Circulaire w ateropslag) Pilot gew asbescherming Duinen Bollenstreek Unmanned Valley Mobiliteit Fase 2 Toekomstige projecten
2023
€ 20.000
€ 35.000 € 79.700
Effect projectfasering JR 2023 Totaal
-€ 7.500 € 620.000
€ 30.000
€ 95.000 € 302.500 € 234.700
Tabel 2.3: Subsidielasten projecten cofinanciering 2021-2025 Bovenstaande tabel geven de subsidielasten van de cofinancieringsprojecten weer. Aanvullend worden vanaf 2023 ook beheerskosten (kosten werkorganisatie) aan Cofinanciering toegerekend. Dit maakt dat de totale lasten voor Cofinanciering vanaf 2023 enigszins hoger zijn (en de verrekening met de reserve Cofinanciering).
Pagina 26 van 59
€ 17.500
€ 30.000
3. Regionale Uitvoering Gemeenten in Holland Rijnland hebben een aantal belangrijke uitvoeringstaken belegd bij de afdeling “Regionale Uitvoering” van Holland Rijnland. Het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL) is verreweg het grootste team binnen deze afdeling. Het RBL Holland Rijnland is belast met de taken rondom leerplicht en voortijdig schoolverlaten. Daarnaast verstrekt Holland Rijnland namens de gemeenten urgentieverklaringen voor sociale huurwoningen en beheert Holland Rijnland het contract met de vervoerder van de Regiotaxi. Gemene deler van deze drie verschillende taken: Holland Rijnland is voortdurend gericht op een hoge kwaliteit van dienstverlening tegen zo laag mogelijke kosten. 3.1
Regionaal Bureau Leerrecht
Wat willen we bereiken? Elf van de dertien gemeenten in Holland Rijnland organiseren samen de uitvoerende wettelijke taken rondom leerplicht en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten. De missie van het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL) Holland Rijnland, is vastgesteld in het beleidsplan RBL Holland Rijnland 2022-2025. Deze luidt: "Iedereen verdient kansen op onderwijs en ontwikkeling. Sommige kinderen en jongeren hebben steun nodig bij het grijpen van die kansen. Wij bieden die steun." Deze missie vertaalt zich in vier operationele doelstellingen: • • • •
Steeds meer kinderen en jongeren volgen onderwijs. Als onderwijs niet passend is, werken ze en/of krijgen ze (jeugd)hulp; Thuiszitters en voortijdig schoolverlaters worden vaker toegeleid naar onderwijs of, als onderwijs niet passend is, naar werk en/of hulpverlening; Verzuimende leerlingen volgen na onze interventies vaker de lessen; Jongeren, ouders, scholen en partners waarderen onze dienstverlening steeds beter.
Schooluitval is niet alleen maatschappelijk, maar ook economisch ongewenst. Net als een goede aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp, is een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt van belang om talenten optimaal te kunnen benutten. Hiervoor werkt het RBL intensief samen met onderwijs, zorg, opdrachtgevende gemeenten en andere ketenpartners. Wat gaan we daarvoor doen? Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs. Door het volgen van onderwijs kunnen jeugdigen zich ontplooien en ontwikkelen. Door het behalen van een startkwalificatie voldoen zij aan het minimale niveau dat nodig is om een goede kans te maken op de arbeidsmarkt en mee te doen in de samenleving. Als uitvoeringsorganisatie heeft het RBL de structurele taak voor het uitvoeren van de leerplichtfunctie (5- tot 16-jarigen), de kwalificatieplicht (16- en 17-jarigen) en de Doorstroompunt-functie voortijdig schoolverlaten (voor 18- tot 23-jarigen) . De kern van het werk bestaat uit het (aan)spreken en begeleiden van kinderen en jongeren (en hun ouders) die kort of langdurig niet naar school gaan, dreigen uit te vallen of Pagina 27 van 59