ODWH Begroting 2025 en MJR 2026 - 2028 (voor zienswijzen)
Tekst van het document
Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 28 maart 2024 Status (versie voor zienswijzen)
INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave
2
Voorwoord
4
1
Inleiding en leeswijzer
5
2
Financieel kader Algemeen Plan van aanpak Robuustheid Gemeenschappelijke Regelingen en het BBV Dienstplan Kadernota Financieringssystematiek Uurtarief 2.7.1 Uurtarief deelnemers 2.7.2 Uurtarief BIP
7 7 7 8 8 8 8 9 9 9
3
Programma’s algemeen Programma Milieu 3.2.1 Ondermijning 3.2.2 Controle op afvalstromen 3.2.3 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) 3.2.4 Wat mag het kosten? Programma Bodem 3.3.1 Aanvullingswet bodem Omgevingswet 3.3.2 Grondwatertaken 3.3.3 Digitalisering 3.3.4 Preventief toezicht 3.3.5 Wat mag het kosten? Programma Omgevingsadvies 3.4.1 Omgevingswet 3.4.2 Energie, ondergrond en archeologie 3.4.3 Schipholadvisering 3.4.4 Werken aan de planstructuur Omgevingswet 3.4.5 Wat mag het kosten? Programma Duurzaamheid 3.5.1 Duurzaamheidsvisie 3.5.2 Energietransitie en energietoezicht 3.5.3 Duurzaamheidsadvies en klimaatadaptie 3.5.4 Circulaire economie 3.5.5 Regionale samenwerking 3.5.6 Regionale Energie Strategie (RES) 3.5.7 Subsidies, leningen en energiescans 3.5.8 Wat mag het kosten?
11 11 12 12 12 12 12 13 13 13 13 13 14 15 15 15 15 15 16 17 17 17 17 17 17 17 18 18
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 2 van 48
Programma Bouwen 3.6.1 Bouwtaken 3.6.2 Asbestsanering 3.6.3 Geluidsanering 3.6.4 Bibob 3.6.5 Wat mag het kosten? Programma Randvoorwaardelijke taken 3.7.1 Plan van aanpak Programma Robuustheid 3.7.2 Strategienota 3.7.3 Werken aan innovatie 3.7.4 Bibob 3.7.5 Wat mag het kosten?
19 19 19 19 19 19 20 20 20 20 21 21
4
Begroting Omgevingsdienst Begroting Toelichting begroting 4.2.1 Toelichting op de lasten 4.2.2 Toelichting op de baten Ontwikkelingen in de begroting Meerjarenbegroting per taakveld Ontwikkelingen in meerjarenbegroting
23 23 24 24 25 27 28 28
5
Ontwikkelingen niet in de begroting
30
6
Bezuinigingslasten Bezuinigingslasten als gevolg van taakstellingen Bezuinigingslasten
31 31 31
7
Paragrafen Weerstandsvermogen 7.1.1 Omvang weerstandsvermogen 7.1.2 Risicomanagement 7.1.3 Financiële kengetallen Financiering Bedrijfsvoering Onderhoud kapitaalgoederen Lokale heffingen Grondbeleid Verbonden partijen
33 33 33 34 36 36 38 39 39 39 39
8
Ondertekening
40
Bijlagen
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
41
pagina 3 van 48
VOORWOORD Het is maart 2024 als we de Begroting 2025 opstellen. In het kader van het Interbestuurlijk Programma (IBP-VTH) ronden wij deze maand ook het plan van aanpak Programma Robuustheid af dat wij vóór 1 april 2024 aan het ministerie van I en W aanbieden. Met de uitvoering van het plan van aanpak hopen en verwachten wij op 1 april 2026 te voldoen aan de criteria die als minimum eisen voor robuustheid zijn gesteld. De criteria voor robuustheid zijn zowel kwalitatief als financieel van aard. Aan sommige voldoet de dienst al wel, aan sommige nog niet. Met name de financiële criteria waaraan we nu nog niet voldoen hebben een directe vertaling gekregen in deze Begroting 2025: er is een budget voor innovatie benoemd en het budget voor opleidingen is verhoogd. De dienst heeft gekozen voor een programmatische aanpak om twee redenen: we hebben als dienst goede ervaringen opgedaan met het systematisch aanpakken van verbeteringen (zoals het programma IM-in-control ter verbetering van onze informatievoorziening en ICT) en we willen aandacht besteden aan alle robuustheidscriteria omdat er mogelijk ook verbeteringen te realiseren zijn als we al wel aan een minimumeis voldoen.
Uiteraard zullen we ons in 2025 niet beperken tot het werken aan robuustheid, maar zeker ook inspelen op nieuwe ontwikkelingen en de lijnen die we zelf uitzetten in een strategie voor de langere termijn gaan uitvoeren. Daarbij kunnen we goed gebruik maken van de parallellen die er zijn met het Programma Robuustheid, maar ook met de uitkomsten van de recente visitatie die, eveneens in het kader van het IBP-VTH, heeft plaatsgevonden. Alles bij elkaar zijn er veel goede ingrediënten aanwezig om weer stappen ter verbetering van de dienst te kunnen zetten. Daarnaast draagt de samenwerking met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland in toenemende mate bij aan de versterking van de individuele diensten en biedt de versterking van OmgevingdienstNL mogelijkheden voor krachtenbundeling en efficiency, bijvoorbeeld op het gebied van het leveren van op het werk toegesneden opleidingen. Is de dienst dan op 1 april 2026 ook echt robuust genoeg om alle maatschappelijke ontwikkelingen en kansen en bedreigingen in het werkveld uitstekend aan te kunnen? Misschien wel niet, en is er meer nodig. Maar er staat dan wel een goede dienst, die al dan niet samen met anderen, is voorbereid op de toekomst. Daar gaan we weer hard voor werken!
Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 4 van 48
1
INLEIDING EN LEESWIJZER
Deze begroting en meerjarenraming is de uitwerking van de financiën voor de door de Omgevingsdienst West-Holland uit te voeren programma’s. Voor de begroting zijn de Kadernota en de regelgeving in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) de belangrijkste uitgangspunten. De begroting kent de volgende inhoudelijke hoofdstukken: 2. Financieel kader 3. Programma’s 4. Begroting Omgevingsdienst 5. Ontwikkelingen niet in de begroting 6. Paragrafen
LEESWIJZER Hoofdstuk 2. Financieel kader In het Financieel Kader beschrijven we de onderwerpen die de uitgangspunten vormen voor het opstellen van deze Begroting. In het Financieel Kader zijn de nieuwe tarieven opgenomen. Tevens lichten we de financieringssystematiek toe, zoals die ook in de Nota Planning en Control is opgenomen. Hoofdstuk 3. Programma’s De begroting is inhoudelijk opgebouwd uit verschillende programma’s: Milieu, Bodem, Omgevingsadvies, Duurzaamheid en Bouwen. Daarnaast kennen we Randvoorwaardelijke taken: taken die noodzakelijk uitgevoerd moeten worden voor verschillende of alle deelnemers, om de deelnemers goed te kunnen bedienen en de dienst goed te laten functioneren. Hoofdstuk 4. Begroting Omgevingsdienst De reguliere werkzaamheden en de uitvoering van de speerpunten leiden tot financiële consequenties in de begroting en in de meerjarenraming. Beide zijn opgebouwd uit taakvelden, die door het BBV zijn voorgeschreven. De verschillende posten lichten we uitgebreid toe. De uren en de bijbehorende lasten hebben we voor de verschillende deelnemers doorgerekend. Tot slot geeft dit hoofdstuk inzicht in de uitputting van reserves en de te behalen financiële resultaten. Hoofdstuk 5.
Ontwikkelingen niet in de begroting In dit hoofdstuk benoemen we een aantal ontwikkelingen die relevant zijn voor de dienst, maar die we nog niet in de begroting hebben verwerkt, omdat ze nog te prematuur of te onzeker en/of onduidelijk zijn. Mogelijk zal een enkele ontwikkeling alsnog aanleiding geven tot een begrotingswijziging. Hoofdstuk 6. Paragrafen De paragrafen geven op een aantal, door het BBV voorgeschreven, onderdelen toelichting op de beheersmatige aspecten. De paragrafen gaan over onderwerpen die van invloed zijn op de begroting en de financiële positie van de dienst. Daarbij is er aandacht voor bestuurlijke en financiële risicofactoren.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 5 van 48
Financieel kader
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 6 van 48
2
FINANCIEEL KADER ALGEMEEN
Voor deze begroting vormt het Dienstplan 2024 de basis. Het Dienstplan vormt de bundeling van de werkplannen voor de individuele deelnemers, en is daarmee de werkportefeuille voor de dienst. Het Dienstplan van een jaar is een vaste bijlage bij de Kadernota voor het volgende jaar.
PLAN VAN AANPAK ROBUUSTHEID In ‘Om de Leefomgeving’, het eindrapport van de commissie Van Aartsen, is geconcludeerd dat het VTH-stelsel onvoldoende functioneert. Volgens de commissie zijn daar veel oorzaken voor, die zij hebben gebundeld in tien aanbevelingen. Ter uitvoering van deze tien aanbevelingen is het interbestuurlijk programma IBP-VTH gestart, dat de aanbevelingen uitwerkt in zes pijlers. Eén van de zorgen van de Commissie Van Aartsen is dat de omgevingsdiensten onvoldoende robuust zijn. In de eindnotitie van pijler 1 over robuuste omgevingsdiensten wordt robuustheid als het volgende gedefinieerd: Een robuuste organisatie is een organisatie die wendbaar en daadkrachtig kan blijven in tijden van verandering en die onafhankelijk van externe omstandigheden of factoren naar behoren kan blijven functioneren. Dit betekent dat de diensten in staat moeten zijn: 1. de opgedragen taken op een dusdanige manier uit te voeren dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving, bijdragen aan het voorkomen van (vermijdbare) milieuschade en bijdragen aan het aanpakken van de (milieu)problemen; 2. hun rol te (kunnen) pakken in de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat. Op advies van de stuurgroep van het IBP-VTH heeft de Staatssecretaris van I&W besloten dat een omgevingsdienst robuust is wanneer deze voldoet aan een set van zes kritische prestatie-indicatoren (kpi’s).
Daarnaast moeten de omgevingsdiensten voldoen aan zes randvoorwaarden. Op 29 september 2023 heeft de Omgevingsdienst West-Holland een zelfevaluatie ingediend bij het ministerie van I&W op basis van de kpi’s en randvoorwaarden. Hieruit kwam naar voren dat de dienst op vier van de zes kpi’s robuust is. Op basis van de zelfevaluaties blijkt geen enkele omgevingsdienst volledig robuust te zijn. Vanuit het ministerie is daarom aan elke omgevingsdienst gevraagd een plan van aanpak in te dienen waarin wordt ingegaan op de acties die de dienst komende tijd uitvoert om robuust te worden. Dit plan van aanpak dient uiterlijk 1 april 2024 ingediend te zijn. De omgevingsdiensten hebben tot 1 april 2026 de tijd om volledig robuust te worden. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is het Programmaplan Robuustheid gereed, maar zijn de plannen van aanpak voor de concrete uitwerking van de verschillende randvoorwaarden nog niet tot in detail uitgewerkt. Er is nog geen totaaloverzicht van de benodigde uren en het benodigde geld voor de uitvoering. Voor een tweetal kpi’s zijn al wel financiële gevolgen bekend: het bij de innovatiekalender behorende budget van 1% van de omzet (€ 241.000 structureel) en de verhoging van het opleidingsbudget van 1,8% van de personeelslasten naar 3% (€ 184.000 structureel).
Ze zijn verwerkt binnen de Begroting 2025 respectievelijk door opname in het programma Randvoorwaardelijke Taken en onder de begrotingspost Overige Kosten.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 7 van 48
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN EN HET BBV Voor verbonden partijen, waaronder gemeenschappelijke regelingen zoals de Omgevingsdienst West-Holland, is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) van kracht geworden. Belangrijke aandachtspunten zijn de uniforme taakvelden en de berekening van de overhead. Uniforme taakvelden BBV Voor de begroting en de jaarrekening schrijft het BBV voor dat de baten en lasten worden ingedeeld naar uniforme taakvelden. De taakvelden kennen een indeling, die in overeenstemming is met de indeling die de gemeenten en de provincie hanteren. Het overzicht van de verschillende taakvelden die betrekking hebben op de dienst is hieronder opgenomen (de nummering is conform het BBV en uniform): 0.1 0.4 7.4 8.1 8.3
Bestuur Ondersteuning organisatie (Overhead) Milieubeheer (programma’s Milieu, Bodem en Duurzaamheid) Ruimtelijke Ordening (programma Omgevingsadvies) Wonen en Bouwen (programma Bouwen)
DIENSTPLAN Het Dienstplan 2024 is de basis voor deze begroting.
KADERNOTA De uitgangspunten uit de Kadernota 2025 hebben we in deze begroting verwerkt. De uurtarieven zijn met 9,25 % geïndexeerd, volgens de richtlijn van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden (FKGRHM). De provincie Zuid-Holland heeft daarnaast de Uitgangspunten begrotingskaders 2025 gemeenschappelijke regeling ODWH vastgelegd in haar brief van 11 december 2023. De Kadernota 2025 zal in het algemeen bestuur op 11 maart 2024 worden vastgesteld.
FINANCIERINGSSYSTEMATIEK De lasten van de dienst berekenen we door aan de deelnemers, op basis van werkelijk gerealiseerde uren tegen het geldende uurtarief, vermeerderd met materiële lasten. Aan het einde van het jaar vindt een afrekening plaats van het bedrijfsresultaat. Hierbij houden we eerst rekening met het bereiken van de minimale en maximale omvang van de algemene reserve.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 8 van 48
UURTARIEF De uurtarieven 2025 zijn aangepast conform de Kadernota 2025.
2.7.1 Uurtarief deelnemers Conform de vastgestelde indexering gaan uit van een standaard uurtarief van € 114,00 voor de deelnemers. Dit is als volgt opgebouwd:
Tarief begroting Vastgesteld tarief begroting t-1 Indexering in % Indexering in € Tarief begroting
2024 € 97,45 7,05% € 6,90 € 104,35
2025 € 104,35 9,25% € 9,65 € 114,00
2.7.2 Uurtarief BIP De dienst verstrekt bodeminformatie via het Bodem Informatiepunt. Vooral makelaars vragen bodeminformatie op. Hiervoor betalen zij een kostendekkende vergoeding per aanvraag.
Tarief per aanvraag BIP Vastgesteld tarief begroting t-1 Indexering in % Indexering in € Tarief begroting
2024 € 44,16 7,05% € 3,11 € 47,27
2025 € 47,27 9,25% € 4,37 € 51,64
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 9 van 48
Programma’s
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 10 van 48
3
PROGRAMMA’S ALGEMEEN
De Omgevingsdienst West-Holland is de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van en voor twaalf deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Wij leveren een bijdrage aan het verbeteren en bewaken van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving in Holland Rijnland. Om dit te bereiken voert de dienst alle wettelijke milieutaken uit voor de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude en voor de provincie Zuid-Holland. Daarnaast adviseert de dienst over milieuaspecten bij ruimtelijke planvorming en is de dienst actief op het brede terrein van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Hierbij gaat het om onderwerpen zoals bodem- en luchtverontreiniging, geluidhinder, gevaarlijke stoffen, natuur, omgevingsveiligheid en energie- en waterbesparing. Voor de gemeente Noordwijk en voor de provincie voert de dienst bouwtaken uit. De begroting is inhoudelijk opgebouwd uit vijf thematische programma’s: 1. Milieu 2. Bodem 3. Omgevingsadvies 4. Duurzaamheid 5. Bouwen Voor de programmastructuur is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij hetgeen gebruikelijk is bij onze deelnemers en het BBV (zie paragraaf 2.1).
Nieuwe VTH-nota Milieu, bodem en duurzaamheid De dienst werkt met uitvoeringsbeleid voor de uitvoering van de vergunningen-, toezicht- en handhavingstaken (VTH) op het gebied van milieu, bodem en duurzaamheid, welke taken door de gemeentelijke deelnemers aan de dienst zijn gemandateerd. Het huidige beleid is de Nota Gemeentelijk Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening en Toezicht & Handhaving Omgevingswet (milieu en bodem) 2023 - 2024. Deze heeft een werking tot en met 31 december 2024. In 2024 wordt beleid opgesteld voor de periode 2025-2028. Ons doel is om te komen tot een gestructureerd beleid waarbij meer verantwoording aan de deelnemers wordt afgelegd over de werkwijze en resultaten en we meer met een projectmatige aanpak en met nieuwe vormen van toezicht willen gaan werken. Strategienota en robuustheidscriteria In het hoofdstuk Randvoorwaardelijke taken zullen we een toelichting geven op het vaststellen van de Strategienota 2024-2035 en het plan van aanpak voor de robuustheid (Programmaplan Robuustheid). De inzichten die hierin naar voren komen kunnen van invloed zijn op alle vijf de thematische programma’s.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 11 van 48
PROGRAMMA MILIEU
Het programma Milieu controleert bedrijven op milieuwet- en regelgeving. Daarnaast worden meldingen getoetst en vergunningen verleend. We werken samen met de deelnemers aan de belangrijke grote maatschappelijke opgaven zoals een gezonde leefomgeving, goede mobiliteit, een circulaire economie en duurzaamheid. Onze rol in deze ontwikkeling is proactief. 3.2.1 Ondermijning Ondermijning is de laatste jaren een belangrijk bestuurlijk thema vanwege de impact op de samenleving. Binnen verschillende taakgebieden van de dienst kunnen medewerkers situaties tegenkomen die verband houden met ondermijning. De dienst zet in op het signaleren van dergelijke omstandigheden en het doorgeven daarvan aan relevante partijen. Hierbij wordt nauw samengewerkt met onder andere het Haags Economisch Interventie Team (HEIT), het Regionale Informatie- en Expertise Centrum (RIEC), het Bestuurlijk Ondersteuningsteam (BOT), politie, Veiligheidsregio, Liander en gemeenten. Onze inzet bij de Ondermijningstafel zetten wij in 2025 voort om dit urgente probleem programmatisch aan te pakken.
3.2.2 Controle op afvalstromen Om het toezicht op de afvalstromen te intensiveren en eenduidiger te maken werken we nauw samen met de andere omgevingsdiensten in onze provincie en zoeken ook aansluiting bij IJmond en het Noordzeekanaalgebied. Via Administratief Toezicht (de AT-Pool) controleren we alle afvalverwerkende bedrijven in de hele provincie. We zetten ketentoezicht in om te onderzoeken waar afval in onze regio ontstaat en waar het naartoe gaat. Door de samenwerking met Provincie, gemeenten en omgevingsdiensten in heel Nederland hopen we administratief toezicht en ketentoezicht een stap verder te brengen.
3.2.3 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Alle actuele vergunningen worden in 2025 voor ZZS getoetst aan nieuwe vergunningsvoorschriften die we in 2024 opstellen voor (potentiële) ZZS, zoals onder andere PFAS en PFOS. Daarnaast werken wij samen met de andere vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland om onze kennis te delen en te versterken. We gaan ons ook inzetten om pilots te bedenken hoe wij (potentiële) ZZS kunnen opsporen. Wij kijken hierbij ook naar processen waarbij mogelijk ZZS vrijkomen na bewerking, zoals afvalverwerkers. Hierin zoeken wij ook de samenwerking met het Hoogheemraadschap van Rijnland.
3.2.4 Wat mag het kosten? Op basis van de uren en de materiele lasten in de werkplannen 2024 zijn de lasten voor het programma Milieu: Begroting programma Begroting 2025 Programma Milieu Totaal uren 55.126 Uren x tarief € 6.284.364 Materieel budget € 84.300 Totaal bijdrage deelnemers € 6.368.664 Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 12 van 48
PROGRAMMA BODEM
Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de primaire taken van het programma Bodem. Daarnaast informeren en adviseren we gemeenten en provincie vanuit onze expertise over landelijke en regionale vraagstukken. 3.3.1 Aanvullingswet bodem Omgevingswet De Aanvullingswet bodem Omgevingswet bepaalt dat de regels uit de Wet bodembescherming (Wbb) blijven gelden voor bodemsaneringen of maatregelen die voor 1 januari 2024, onder de Wbb zijn beschikt of gestart. Het overgangsrecht is van grote betekenis voor de uitvoeringspraktijk want bodemsaneringen konden al in volle gang zijn voordat de Omgevingswet in werking trad. Om te zorgen dat deze saneringen kunnen worden afgerond, is voor een aantal situaties in ‘eerbiedigend’ overgangsrecht voorzien. Dit betekent dat de Wbb en de Circulaire bodemsanering blijven gelden op situaties die in de Aanvullingswet bodem zijn aangegeven. Bodemsaneringen duren vaak lang, zeker bij saneringen met nazorgmaatregelen en beheermaatregelen. Daarom heeft het overgangsrecht geen vaste einddatum. De Wbb blijft gelden tot het besluit tot instemming met een evaluatieverslag of een nazorgplan onherroepelijk is geworden. De bijdrage van de Provincie Zuid-Holland zal wel geleidelijk worden afgebouwd, hierover zijn afspraken gemaakt in het kader van de ‘warme overdracht’ bodemtaken.
Vanaf 2024 zijn alle nieuwe gevallen van bodemsanering de verantwoordelijkheid van de gemeenten.
3.3.2 Grondwatertaken De Provincie is sinds 2024 het bevoegd gezag voor alle grondwatersaneringen en heeft daarvoor de Zuid-Hollandse verordening opgesteld. In opdracht van de Provincie voert onze dienst de grondwatertaken uit voor onze regio.
3.3.3 Digitalisering Binnen de regio vinden diverse toepassingen van secundaire grondstromen plaats. Om te voorkomen dat bodemverontreiniging kan ontstaan zetten we meer in op preventief toezicht. De digitalisering doet hier ook zijn intrede. Via Drone-toezicht en gebiedscontroles kunnen wij meer grondstromen volgen. Daarnaast wordt landelijk inzet gepleegd om ervoor te zorgen dat er een grondpaspoort wordt ontwikkeld. Het initiatief ligt daarvoor bij de Inspectie Leefbaarheid en Transport (ILT). Het landelijk overleg van omgevingsdiensten (Platform Bodem en Ondergrond) volgt deze ontwikkeling nauwgezet.
3.3.4 Preventief toezicht Om bodemverontreiniging te voorkomen moeten we meer inzetten op preventief toezicht. In 2024 wordt in dit verband een nieuw handelingskader voor nieuwe bestrijdingsmiddelen opgesteld.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 13 van 48
3.3.5 Wat mag het kosten? Op basis van de uren en de materiele lasten in de werkplannen 2024 zijn de lasten voor het programma Bodem: Begroting programma Programma Bodem Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
Begroting 2025
€ € €
18.824 2.145.902 2.145.902
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 14 van 48
PROGRAMMA OMGEVINGSADVIES
Onder Omgevingsadvies vallen alle adviesproducten die betrekking hebben op ruimtelijke ordening, zoals bouwplannen, bestemmingsplannen en gebiedsontwikkeling. Ook advisering over Schiphol en de Omgevingswet horen bij Omgevingsadvies. 3.4.1 Omgevingswet Het adviseren en toetsen is onder de Omgevingswet veranderd naar gebiedsgerichte advisering met aandacht voor milieubelastende activiteiten. Onze inzet bij advisering start bij de Omgevingstafel van de gemeente. Hier zijn we actief bij betrokken. Daarnaast werken onze adviseurs een dag op het gemeentehuis/kantoor. Dit versterkt onze relatie en de samenwerking, één van de belangrijkste pijlers van de Omgevingswet. Samen met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland trekken we op om ervaringen en schaarse formatie te delen.
3.4.2 Energie, ondergrond en archeologie Tot 2029 hebben gemeenten de tijd om omgevingsplannen te maken en hierin zullen belangrijke thema’s zoals gezondheid, duurzaamheid en milieu worden meegenomen. Dit maakt dat er vanuit de deelnemers steeds meer behoefte is aan specialistische inzet op het gebied van energie, de ondergrond en archeologie. Om de werkprocessen goed te laten verlopen hebben onze specialisten hun kennis zowel verbreed als verdiept. Bovendien werken we intensief samen met ketenpartners zoals de GGD en de veiligheidsregio.
3.4.3 Schipholadvisering We adviseren gemeenten over beleid- en wetgeving rondom Schiphol met name op het gebied van geluid, veiligheid en stikstof. Met de data die we bij lokale meetpunten verzamelen maken we jaarlijks geluidsrapporten. Bovendien schrijven we bestuurlijke annotaties en bereiden reacties voor. Ook het faciliteren van een secretaris voor het cluster Zuidwest (Kaagbaan) hoort bij onze werkzaamheden.
3.4.4 Werken aan de planstructuur Omgevingswet De drie NOVEX-en en de Regionale Omgevingsagenda van Holland Rijnland moeten worden opgenomen in de nieuwe planstructuur van de Omgevingswet. Gemeenten hebben tot 2029 om beleidskeuzes te maken, wat resulteert in beslissingen op verschillende bestuurlijke niveaus met betrekking tot opgaven zoals: • de regionale woningbouwopgave • de verduurzaming van aanwezige bedrijvigheid • de transities in de landbouw • de versterking van het energienet • de verbetering van de leefbaarheid van de woonomgeving verhoogde zorg rond natuurbehoud en -herstel van, onder andere, kwetsbare duingebieden
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 15 van 48
Terwijl de Omgevingswet in meer lokale afwegingsruimte moet voorzien, passend bij lokaal beleid, zal deze afwegingsruimte met name via verschillende (bovenlokale) Uitvoeringsagenda’s inkleuring gaan krijgen.
3.4.5 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2024 zijn de lasten voor het programma Omgevingsadvies: Begroting programma Programma Omgevingsadvies Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
Begroting 2025
€ € €
33.378 3.805.035 88.000 3.893.035
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 16 van 48
PROGRAMMA DUURZAAMHEID
Het programma Duurzaamheid zorgt voor het uitwerken van de duurzaamheidsvisies van de deelnemers. Daarnaast fungeren we als kennisbank op het gebied van klimaatadaptatie en duurzaamheid. 3.5.1 Duurzaamheidsvisie Duurzaamheid is niet als losstaand element te zien, maar is verweven binnen de gehele organisatie. In 2024 zijn wij gestart met opstellen van de innovatiekalender Duurzaamheid. Voor Duurzaamheid worden brede ontwikkelingen gezien en zullen wij onze advisering en producten inbedden binnen onze werkprocessen. Vanaf 2025 maakt de duurzaamheidsvisie integraal onderdeel uit van de lange termijn strategienota die in 2024 wordt opgesteld: duurzaamheid kan niet als losstaand element worden gezien, maar is verweven in de hele organisatie.
3.5.2 Energietransitie en energietoezicht Het programma richt zich op de uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot energiebesparing en de informatieplicht van bedrijven. Steeds meer bedrijven vallen onder het energietoezicht, zoals glastuinbouw- en ETS-bedrijven. Om deze allemaal te controleren hebben we subsidie (de SPUK-THE) aangevraagd waarmee we ook in 2025 grotere bedrijven kunnen controleren op hun energiebesparingsplicht.
3.5.3 Duurzaamheidsadvies en klimaatadaptie We adviseren gemeenten bij omgevingsplannen op het gebied van onder andere duurzaam bouwen, gebruik van bodem en ondergrond en ecologie. Verschillende gemeenten hebben aangegeven een kader hiervoor te willen ontwikkelen en vastleggen en daarin kan ook het thema klimaatadaptatie worden meegenomen. In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie staat dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water-robuust moet zijn. Daarom zullen overheden maatregelen moeten nemen om hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen te beperken. We zetten onze kennis en kunde in om de deelnemers hierin te ondersteunen. Ook werken we samen met de Provincie aan de uitvoering van het strategisch plan voor het bijenlandschap.
3.5.4 Circulaire economie De opvolging van natuurlijke reststromen en bedrijfsafval die we nu uitvoeren voor de provincie, breiden we uit naar de gemeenten.
3.5.5 Regionale samenwerking Samen met de Provincie en de andere omgevingsdiensten werken we samen in netwerkstructuren zoals het Netwerk Nieuwe Energie, en het Netwerk Circulaire economie en Zeer Zorgwekkende Stoffen. Zo trekken we provincie breed op en ontwikkelen we samen onze kennis en kunde waarmee we bedrijven en deelnemers helpen duurzamer te worden.
3.5.6 Regionale Energie Strategie (RES) We continueren onze inzet voor de Regionale Energie Strategie en leveren input voor de geplande RES 2.0. Ook blijven we deelnemen aan de diverse werkgroepen.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 17 van 48
3.5.7 Subsidies, leningen en energiescans We continueren het behandelen, verlenen en vaststellen van aanvragen voor gemeentelijke duurzaamheidssubsidies, duurzaamheidsleningen en energiescans. Samen met de gemeenten ontwikkelen we strategieën om energiearmoede te voorkomen.
3.5.8 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2024 zijn de lasten voor het programma Duurzaamheid: Begroting programma Programma Duurzaamheid Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
Begroting 2025
€ € €
11.758 1.340.355 471.795 1.812.150
Deze kosten zijn exclusief de SPUK-uitkering van ruim € 1.000.000 die we krijgen uitgekeerd. Hierover wordt separaat verantwoording afgelegd aan het Rijk.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 18 van 48
PROGRAMMA BOUWEN
Het programma Bouwen heeft als kerntaken de behandeling van vergunningen en toezicht en handhaving op bouw- en gebruiksactiviteiten. Ook het project Sanering wegverkeerslawaai en sloopmeldingen (asbest) maken onderdeel uit van het programma. 3.6.1 Bouwtaken Na de woningbouwdip in 2023 is de verwachting dat er meer woningen gebouwd zullen worden in 2025. Na de invoering van de Omgevingswet en de bijbehorende Wet Kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) wordt de bouwbesluittoets door externe partijen gedaan, en dit heeft invloed op de hele VTHketen. We zetten ons in om de werkverplichtingen vanuit de Wkb onafhankelijk uit te voeren.
3.6.2 Asbestsanering Voor alle deelnemers voeren we de wettelijke taken uit op het gebied van asbestsanering. Voorlopig is er nog geen sprake van afname van het aantal sloopmeldingen, en waar gesloopt wordt komt vaak ook asbest vrij. Hoewel asbestsaneringen op den duur zeker gaan afnemen verwachten we in 2025 nog geen sterke daling.
3.6.3 Geluidsanering Geluidsaneringsprojecten zijn langlopende projecten waarvoor ook in 2025 uitvoeringssubsidie beschikbaar is. Alle woningen die voor 1986 zijn gebouwd of die door de deelnemers zijn aangemeld worden akoestisch onderzocht om te bepalen of het voldoet aan de wettelijke norm. Is dat niet zo, dan komt de woning in aanmerking voor vanuit het Rijk gesubsidieerde gevelmaatregelen. Dit gebeurt in samenspraak met het programma Milieu.
3.6.4 Bibob Bij bouwactiviteiten waarbij grote bouwsommen aan de orde zijn voeren wij integriteitsonderzoeken uit, om te controleren of de bouw op een legale manier gefinancierd wordt. Daarnaast worden bij afval gerelateerde activiteiten ook integriteitsonderzoeken uitgevoerd. De financiële stromen bij afvalverwerking zijn anders dat bij het produceren van goederen. In het kader van het integriteitsonderzoek toetsen we omgevingsvergunningen bij bouwactiviteiten van speciale inrichtingen of bij grote bouwsommen. Hiermee helpen we de deelnemers zich te beschermen tegen het risico om criminele activiteiten te faciliteren.
3.6.5 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2024 zijn de lasten voor het programma Bouwen: Begroting programma Programma Bouwen Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
Begroting 2025
€ € €
45.034 5.133.876 40.000 5.173.876
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 19 van 48
PROGRAMMA RANDVOORWAARDELIJKE TAKEN
Het Programma Randvoorwaardelijke taken richt zich op een kwalitatief goede dienstverlening en verantwoording van de Omgevingsdienst. De taken worden uitgevoerd voor alle deelnemers en betreffen bestuursadvies, voorlichting, relatiebeheer, functioneel applicatiebeheer, bestuurlijk overleg, coördinatie Wet Bibob en algemene juridische advisering. 3.7.1 Plan van aanpak Programma Robuustheid Een van de aanbevelingen van de Commissie van Aartsen uit 2021 was dat alle omgevingsdiensten moeten voldoen aan zes criteria voor een robuuste organisatie. Deze robuustheidscriteria zijn essentieel omdat ze bepalen wat een omgevingsdienst minimaal moet kunnen. Het zegt ook iets over hoe stevig een dienst in zijn schoenen staat om grote uitdagingen aan te kunnen. Het gaat dus niet alleen om het voldoen aan de regelgeving, maar ook om het omgaan met complexe vraagstukken zoals de energietransitie, circulair werken en ondermijning. In 2023 is geconstateerd dat geen van de omgevingsdiensten in Nederland voldoet aan de genoemde criteria en dat alle diensten een plan van aanpak dienen op te stellen vóór 1 april 2024 om uiterlijk 1 april 2026 alsnog te voldoen aan de genoemde criteria. Onze dienst heeft er voor gekozen om alle criteria, ook al voldoen we wel aan de KPI’s, in het plan van aanpak Programma Robuustheid aan de orde te stellen, omdat we van mening zijn dat het altijd anders of beter kan.
3.7.2 Strategienota In 2024 zal de dienst gezamenlijk met de deelnemers de Strategienota 2024-2035 afronden en aan het algemeen bestuur voorleggen voor besluitvorming. Eén van de uitgangspunten van deze nota is dat het een flexibele nota wordt die inspeelt op de actualiteiten van het moment zonder het einddoel los te laten, gekoppeld aan een meerjarenprogramma. Tijdens het wordingsproces van de strategie is de aanpak van de robuustheid langszij gekomen. Deze aanpak kent, naast veel samenloop en zeer waardevolle aanvullingen, ook net andere ordeningsprincipes: de aloude scheiding van basistaken en plustaken kent nu ook verschil tussen milieugerateerde plustaken en niet-milieugerelateerde plustaken. Inmiddels is het plan van aanpak Programma Robuustheid gereed, en kan worden verwerkt in de Strategienota 2024-2035, die dan alsnog in 2024 kan worden afgerond.
3.7.3 Werken aan innovatie De ontwikkeling van producten en diensten voor de uitdagingen van individuele deelnemers en de regio gebeurt, als onderdeel van het Programma Robuustheid, aan de hand van een innovatiekalender. Deze kalender geeft inzicht in hoe innovatie is gepland en georganiseerd, zowel op maat voor individuele deelnemers als op breder niveau, zoals de ontwikkeling van een gelijk speelveld. Hierdoor worden prioriteiten in capaciteit en budget duidelijk en wordt voorkomen dat innovatie ten koste gaat van het primaire proces. De kalender wordt mede bepaald door gezamenlijke projecten met andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland, met als doel om niet alleen de innovatiekosten te beperken, maar ook waar mogelijk een multipliereffect te creëren. De middelen die nodig zijn om uitvoering te kunnen geven aan de innovatiekalender worden met name gevonden in de afbouw van het budget Omgevingswet, omdat de activiteiten in het kader van deze wet zich verplaatsen naar het reguliere werk in opdracht van de deelnemers. Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 20 van 48
3.7.4 Bibob De laatste jaren is ondermijning een belangrijk bestuurlijk thema geworden. Daarom werken we steeds actiever samen met diverse partners en andere omgevingsdiensten om het team Bibob nog beter te faciliteren. Ons doel is een integrale benadering van de opsporing van verborgen criminaliteit in de regio om zo de ondermijnende invloed tegen te gaan. Binnen het programma Randvoorwaardelijk is de dekking voor de coördinatie van deze onderzoeken geregeld.
3.7.5 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2024 zijn de lasten voor de Randvoorwaardelijke Taken: Begroting programma Programma Randvoorwaardelijk Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
Begroting 2025
€ € €
23.279 2.653.806 167.230 2.821.036
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 21 van 48
Begroting 2025
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 22 van 48
4
BEGROTING OMGEVINGSDIENST BEGROTING
Voor de begroting zijn de baten en lasten ingedeeld naar de uniforme taakvelden die zijn voorgeschreven in het BBV. Voor deze begroting is dit als volgt: Begroting 2025 (bedragen x €1000)
0.1 Bestuur
Baten Deelnemersbijdragen uren Deelnemersbijdrage materieel en projecten Overige inkomsten Subsidies
8.3 Wonen en Bouwen
12.709 1.111 1.256
3.805 88 -
5.207 40 -
21.721 1.239 350 1.256
350
15.076
3.893
5.247
24.566
3.908 3.280 629 777 664 155
9.147 7.675 1.472
2.739 2.298 441
3.748 3.145 603
222 338 1.111 978
67 101 88
91 138 40
19.542 16.398 3.144 777 1.044 793 1.239 978 193
350
Totaal Baten Lasten Personeelskosten Salarissen & soc lasten Inhuur Huisvestingskosten ICT Overige kosten Projectkosten Subsidies Afschrijvingskosten
8.1 Ruimtelijke ordening
0.4 Overhead
60
7.4 Milieubeheer
193
Totaal
Totaal lasten
60
5.698
11.796
2.995
4.017
24.566
Saldo Baten en Lasten
-60
-5.348
3.280
898
1.230
-
Bestemming resultaat Storting in reserves Onttrekking uit reserves Mutatie reserves Saldo na bestemming
-
De belangrijkste effecten die in deze begroting zijn verwerkt, zijn: 1. Er is een indexatie van 9,25% op de uurtarieven verwerkt vanwege de correctie van de loonontwikkelingen voorgaande jaren. 2. De vacatures zijn opgenomen in de salariskosten. Onze inzet is nog steeds om vaste mensen aan te nemen voor structureel werk en daarmee de inhuur te beperken. 3. In de begroting zijn mogelijke extra lasten die de voorbereiding en uitvoering van de nieuwe Strategienota met zich meebrengt, nog niet opgenomen. Als deze zich voordoen zullen ze apart aan het bestuur worden voorgelegd. 4. Het op 1 april 2024 in te dienen plan van aanpak Programma Robuustheid in het kader van het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP VTH) geeft aan dat de dienst een opleidingsbudget moeten hebben van 3% van de loonsom. Om hieraan te voldoen hebben wij het opleidingsbudget verhoogd van 1,8% naar 3%. 5. Een andere aanpassing op basis van het plan van aanpak Programma Robuustheid betreft het afzonderlijk benoemen van een innovatiebudget. Deze KPI is gesteld op 1% van de omzet. In de begroting 2025 is deze 1% opgenomen.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 23 van 48
TOELICHTING BEGROTING 4.2.1 Toelichting op de lasten Hieronder geven wij per lastencategorie en taakveld een toelichting op de begrote lasten. I.
Toelichting per lastencategorie
Personeelslasten De personeelslasten zijn de lasten voor de salarissen, sociale lasten en overige personeelslasten voor vast personeel. De omvang van het vaste personeel is onvoldoende om de gevraagde capaciteit volledig te leveren, daarom is inzet vanuit de flexibele ruimte noodzakelijk. Deze kosten zijn opgenomen onder inhuur. Huisvesting Dit zijn kosten die betrekking hebben op kantoorruimten die voor algemene gemeentelijke taken worden gebruikt, zoals huur en onderhoud kantoorpand, fietsenstalling, schoonmaaklasten en belastingen en verzekeringen. ICT Dit zijn kosten die betrekking hebben op het aanschaffen van hardware- en software, licenties, onderhoud, systeem- en netwerkbeheer, helpdesk, applicatiebeheer en ondersteuning van medewerkers. Overige kosten Dit zijn kosten die organisatie gebonden zijn als contributies en lidmaatschappen, telefoonkosten, en kosten auto’s. Ook opleidingskosten vallen hieronder. Afschrijvingen De afschrijvingslasten zijn geactualiseerd op basis van de werkelijke gedane investeringen en de verwachte investeringen in de komende jaren. II.
Toelichting per taakveld
0.1 Bestuur Dit betreft de lasten van de accountant. Het BBV schrijft voor om de accountantscontrole onder het taakveld Bestuur op te nemen. 0.4 Ondersteuning organisatie Eén van de voorschriften in het BBV is het centraal begroten en ramen van de overhead. De definitie van overhead is beschreven in de “Notitie Overhead” van de commissie BBV. Onder overhead wordt verstaan alle lasten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De personeelslasten van de overhead en de huisvestings- en afschrijvingslasten zijn hieraan volledig toegerekend. ICT lasten en overige lasten zijn pro rato toegerekend. 7.4 Milieubeheer Milieubeheer bestaat uit de gemeentelijke en provinciale taken ter bescherming van het milieu. De personeelslasten van de primaire functies binnen de programma’s Milieu, Duurzaamheid en Bodem zijn hieraan toegerekend. De ICT lasten en overige lasten zijn pro rato toegerekend. De project-, subsidie- en materiële lasten zijn ook meegenomen. Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 24 van 48
8.1 Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ordening bestaat uit het adviseren over- en begeleiden van oplossingen voor ruimtelijke vraagstukken, met name op het gebied van milieu. De personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Omgevingsadvies zijn hieraan toegerekend. De ICT lasten en overige lasten zijn pro rato toegerekend. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. 8.3 Wonen en Bouwen Wonen en Bouwen bestaat uit gebiedsontwikkeling, woningvoorraad en huisvestingsvoorziening. De personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Bouwen zijn hieraan toegerekend. De ICT lasten en overige lasten zijn pro rato toegerekend. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen.
4.2.2 Toelichting op de baten Hieronder geven wij per opbrengstcategorie en taakveld een toelichting op de begrote baten. I.
Toelichting per opbrengstcategorie
Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen van de gemeenten zijn gebaseerd op de uren en materiële lasten die zijn gecommuniceerd via de werkplannen 2024 (Dienstplan 2024), tegen het tarief dat via de Kadernota 2025 is gecommuniceerd. Deelnemersbijdrage (x €1.000) Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal bijdrage deelnemers Overige inkomsten Provincie Zuid-Holland aanvullend Aanvullende opdrachten Subsidies Overige inkomsten Totale opbrengsten
Begroting 2025 982 1.354 890 3.849 687 894 1.434 5.922 722 1.253 411 886 2.933 22.217 686 57 1.256 350 24.566
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 25 van 48
Aanvullende inkomsten Dit betreft de inschatting van de aanvullende opdracht van de Provincie Zuid-Holland, inschatting van de subsidies en overige opbrengsten, bestaande uit rente inkomsten. De aanvullende opdracht van de Provincie Zuid-Holland bestaat uit:
Aanvullend budget PZH (x €1.000) Spoed en nazorg Briks-advisering gemeenten E-PRTR Bijenlandschap D - PZH - Monitoring bijenlandschap Totale opbrengsten
II.
Begroting 2025 450 50 6 150 30 686
Toelichting per taakveld
Overhead Baten verwacht vanuit renteopbrengsten. Milieubeheer De deelnemersbijdragen en de overige inkomsten alsmede de materiële- en projectlasten voor Milieubeheer zijn volledig toegerekend. Ruimtelijke Ordening De deelnemersbijdragen en de overige inkomsten alsmede de materiële- en projectlasten voor Ruimtelijke Ordening zijn volledig toegerekend. Wonen en Bouwen De deelnemersbijdragen en de overige inkomsten alsmede de materiële- en projectlasten voor Wonen en Bouwen zijn volledig toegerekend.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 26 van 48
ONTWIKKELINGEN IN DE BEGROTING De deelnemersbijdragen van de gemeenten zijn gebaseerd op de uren uit de werkplannen 2024. Voor de toelichting van de uren per deelnemer verwijzen we naar de betreffende werkplannen 2024.
Uren per deelenemer Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Provincie Zuid-Holland Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Totaal
Begroting 2025 8.438 11.709 7.676 33.014 5.827 7.644 12.361 48.626 6.155 25.075 10.798 3.438 6.640 187.398
Toelichting • Omdat toekomstige ontwikkeling in de uren nu niet nauwkeuriger zijn in te schatten zijn we voor de komende jaren van hetzelfde aantal uren uitgegaan. • Een uren inschatting voor aanvullende projecten en subsidies is in bovenstaand overzicht niet meegenomen.
De formatie die hiervoor benodigd is: Formatie Norm productieve uren Werkvoorraad (uren obv werkplan) Fte productief (incl flexibele schil) Fte overhead (20% van totaal) Totaal FTE
Begroting 2025 1.365 187.398 137,29 34,32 171,61
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 27 van 48
MEERJARENBEGROTING PER TAAKVELD (bedragen x €1000)
0.1 Bestuur 0.4 Overhead 7.4 Milieubeheer 8.1 Ruimtelijke ordening 8.3 Wonen en bouwen Totaal Bestemming resultaat Storting in reserves Onttrekking uit reserves Mutatie reserves Saldo na bestemming
Baten
Begroting 2026 Lasten
Saldo
Baten
Begroting 2027 Lasten
Saldo
Baten
Begroting 2028 Lasten
Saldo
350 15.499 4.037 5.442 25.328
60 5.933 12.103 3.088 4.144 25.328
-60 -5.583 3.396 949 1.298 0
350 15.684 4.168 5.619 25.821
60 6.148 12.257 3.141 4.215 25.821
-60 -5.798 3.427 1.027 1.404 0
350 15.946 4.304 5.803 26.403
60 6.344 12.419 3.236 4.344 26.403
-60 -5.994 3.527 1.068 1.459 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Korte toelichting op meerjarenbegroting De belangrijkste verwerkte effecten in de meerjarenbegroting zijn: 1. Het streven is om de inhuur terug te brengen en voor structureel werk mensen waar mogelijk in dienst te nemen. 2. De indexaties vinden plaats op basis van de meerjaren inschatting in lijn met het Financieel Kader Gemeenschappelijke Regelingen Hollands-Midden.
ONTWIKKELINGEN IN MEERJARENBEGROTING Deze meerjarenbegroting is uitgegaan van een vooralsnog ongewijzigd takenpakket. Wijzigingen in het takenpakket kunnen in de toekomst leiden tot een bijstelling van de begroting. Hieronder is een overzicht opgenomen van de urenontwikkeling en de daaraan gekoppelde deelnemersbijdragen.
Uren per deelenemer Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Provincie Zuid-Holland Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Totaal
Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 8.438 8.438 8.438 11.709 11.709 11.709 7.676 7.676 7.676 33.014 33.014 33.014 5.827 5.827 5.827 7.644 7.644 7.644 12.361 12.361 12.361 48.626 48.626 48.626 6.155 6.155 6.155 25.075 25.075 25.075 10.798 10.798 10.798 3.438 3.438 3.438 6.640 6.640 6.640 187.398 187.398 187.398
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 28 van 48
Deelnemersbijdrage (x €1.000) Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal bijdrage deelnemers Overige inkomsten Provincie Zuid-Holland aanvullend Aanvullende opdrachten Subsidies Overige inkomsten Totale opbrengsten
Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 1.018 1.051 1.086 1.404 1.450 1.498 923 954 985 3.991 4.121 4.255 712 735 758 927 957 988 1.487 1.536 1.586 6.131 6.323 6.520 748 773 797 1.299 1.342 1.386 426 439 453 915 941 968 3.040 3.139 3.241 23.021 23.761 24.521 686 59 1.212 350 25.328
686 49 975 350 25.821
506 51 975 350 26.403
Aanvullende inkomsten Dit betreft de inschatting van de aanvullende opdracht van de Provincie Zuid-Holland, inschatting van de subsidies en overige opbrengsten, bestaande uit rente inkomsten. De aanvullende opdracht van de Provincie Zuid-Holland bestaat uit: Aanvullend budget PZH (x €1.000) Spoed en nazorg Briks-advisering gemeenten E-PRTR Bijenlandschap D - PZH - Monitoring bijenlandschap Totale opbrengsten
Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 450 450 450 450 50 50 50 50 6 6 6 6 150 150 150 0 30 30 30 0 686 686 686 506
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 29 van 48
5
ONTWIKKELINGEN NIET IN DE BEGROTING
Een aantal ontwikkelingen is niet opgenomen in de begroting en de meerjarenbegroting. Van deze ontwikkelingen is nog onvoldoende bekend over de te verwachten inzet of er is nog onvoldoende afstemming met de deelnemers geweest. Hieronder beschrijven we deze ontwikkelingen. Gevolgen plan van aanpak robuustheidscriteria De gevolgen van het op diverse plaatsen genoemde plan van aanpak robuustheid zijn op het moment van het opstellen van deze begroting nog niet allemaal inzichtelijk. Waar dit wel het geval was zijn deze meegenomen in deze begroting. Bij de uitvoering van het definitieve Programma Robuustheid zullen de eventuele financiële gevolgen worden meegenomen en wanneer nodig worden verwerkt in de begroting 2025 door middel van een begrotingswijziging.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 30 van 48
6
BEZUINIGINGSLASTEN BEZUINIGINGSLASTEN ALS GEVOLG VAN TAAKSTELLINGEN
Bezuinigingslasten zijn niet aan de orde.
BEZUINIGINGSLASTEN In de Kadernota is geen taakstelling opgenomen.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 31 van 48
Paragrafen
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 32 van 48
7
PARAGRAFEN
In dit hoofdstuk staan de verplichte paragrafen conform de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Niet alle verplichte paragrafen zijn van toepassing op de dienst. De relevante paragrafen zijn in detail uitgewerkt en gaan over het weerstandsvermogen, risicomanagement en de financiering van de dienst, de ontwikkeling en verbeteringen in de bedrijfsvoering en het onderhoud van kapitaalgoederen.
WEERSTANDSVERMOGEN Het weerstandsvermogen geeft een indicatie hoe robuust de (meerjaren-)begroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van de Omgevingsdienst indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot maatregelen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid van de Omgevingsdienst West-Holland ook direct onder druk. Daarom heeft de Omgevingsdienst West-Holland op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig. In de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement die op 2 november 2015 door het algemeen bestuur is vastgesteld, zijn de uitgangspunten vastgesteld voor het bepalen van de risico's in euro's en de hoogte van het weerstandsvermogen. Hiermee wordt voldaan aan de wens van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In het plan van aanpak Programma Robuustheid is opgenomen dat de dienst een voorstel maakt voor een hernieuwde Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement, die meer aansluit bij de actualiteit. Het weerstandsvermogen is het saldo van de weerstandscapaciteit en de financiële gevolgen van de risico's.
Het weerstandsvermogen geeft samen met het begrotingsresultaat, het verloop van de investeringen, financiering, reserves en voorzieningen en de uitkomsten van de meerjarenraming een indicatie van de financiële positie van de Omgevingsdienst West-Holland. De paragraaf weerstandsvermogen bevat volgens de voorschriften vanuit het BBV ten minste: a. het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's b. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit c. een inventarisatie van de risico's.
7.1.1 Omvang weerstandsvermogen Uit de risico-inventarisatie in onderstaande paragrafen blijkt dat de omvang van het weerstandsvermogen boven de maximale omvang van de reserve valt, zoals die in de Gemeenschappelijke Regeling bepaald is. De maximale omvang van de algemene reserve mag 5% van de verwachte omzet bedragen. Dit bedraagt: Bepaling omvang weerstandsvermogen Verwachte omzet Norm weerstandsvermogen Maximale omvang algemene reserve
Begroting 2025 € 24.566.000 5% € 1.228.300
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 33 van 48
Op basis van de risicoanalyse en inschatting wordt de risico impact bepaald. Het weerstandsvermogen is ruim voldoende om deze impact op te vangen. Bepaling vrije ruimte algemene reserve Verwachte algemene reserve Risico impact Vrije ruimte in de algemene reserve
Begroting 2025 € 2.112.191 € 788.000 € 1.324.191
In de onderstaande paragrafen staat de volledige inventarisatie van de risico's nader uitgewerkt. Vervolgens is de verwachte omvang van de risico's ingeschat, rekening houdend met doorgevoerde beheersmaatregelen. Op basis van de spelregels in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement is vervolgens de financiële impact van het risico bepaald. De omvang van de risico impact geeft uiteindelijk de benodigde omvang van de algemene reserve weer. Het is niet de inschatting dat alle risico’s daadwerkelijk zullen plaats vinden. De dienst heeft de juiste beheersmaatregelen getroffen om de risico’s te beperken. Mochten de risico’s toch plaats vinden, dan zal de dienst deze proberen op te vangen binnen de exploitatie.
7.1.2 Risicomanagement Algemeen De Omgevingsdienst West-Holland heeft een maatschappelijke doelstelling op het gebied van regulering en toezicht en handhaving op basis van milieu- en bouwwetgeving. Om deze doelstelling ook in de toekomst te kunnen realiseren, treft de dienst waarborgen voor een goede reputatie en een duurzaam gezonde financiële situatie. Dit vindt plaats in het kader van 'good public governance'. Een onderdeel van deze waarborgen is het opzetten en onderhouden van een systeem van risicomanagement. Daarbij wordt het begrip risico breed opgevat als de kans dat een gebeurtenis zich in de toekomst kan voordoen en die gevolgen heeft op de realisatie van de maatschappelijke doelstelling van de Omgevingsdienst West-Holland. Het risicomanagement is geïmplementeerd met het doel: identificatie van risico's, de kwantificering van deze risico's, het bepalen van bijpassende beheersingsmaatregelen en het inbedden in de reguliere planning en controlcyclus. De doelstelling is het borgen van risicomanagement in de organisatie, waarbinnen twee deeldoelstellingen zijn te onderscheiden: 1. Risicobewustzijn; het besef te laten doordringen dat ook (middel)grote en goed bekendstaande organisaties als de Omgevingsdienst West-Holland fouten maken en van die fouten ook kunnen leren.
En dat risico-management één van de instrumenten is om dat besef te laten indalen en fouten tegen te gaan. 2. Inbedden van risicomanagement in de reguliere planning en control cyclus. De basis voor ingebed risicomanagement is risicobewustzijn. Met die basis worden vervolgens verschillende fasen in systematisch en cyclisch risicomanagement onderscheiden: 1. risico's identificeren 2. risico's analyseren en kwantificeren 3. risico’s eigenaren benoemen en beheersingsmaatregelen vaststellen 4. risico's monitoren aan de hand van risico indicatoren
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 34 van 48
Benoembare specifieke risico's Uit het geheel van bedrijfs- en bestuur risico’s is een aantal risico’s specifiek benoemd. Dit zijn dus niet alle risico's, maar wel de risico's die in de komende jaren specifieke aandacht in de beheersing vragen. Beheersing De beheersing op de verschillende risico’s vindt plaats door de voortgangsanalyse op de risico’s periodiek te bespreken in het MT. Indien noodzakelijk en mogelijk worden in het MT aanvullende maatregelen afgesproken. De voortgang wordt periodiek besproken met het bestuur, indien nodig zal tussentijds contact gezocht worden met de betreffende vertegenwoordigers van de besturen. Inventarisatie risico’s In de tabel hieronder worden alle risico's volledig geïnventariseerd, de verwachte omvang wordt ingeschat met beheersmaatregelen in overweging. Financiële impact wordt bepaald volgens de regels in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, wat resulteert in de benodigde omvang van de algemene reserve. Beheersmaatregelen met een structureel effect zijn meegenomen in de financiële impact van de risico's, per risico staat de gekozen aanpak en het (structurele) effect vermeld. Risico Naam risico S1 Prijsontwikkelingen niet gecompenseerd in de indexatie.
S2 S3
S4
Vergoeding dwangsom door niet tijdig beslissing (Wet dwangsom en beroep). Risico’s die voortvloeien uit rechtsgedingen als gevolg van handelen.
Accepteren: Termijnen om te beslissen worden nauwlettend bewaakt. Overdragen: Hiervoor is een verzekering voor rechtsbijstand en aansprakelijkheid afgesloten met een daarbij gebruikelijke dekking. Gezien de inschatting zijn er geen extra maatregelen genomen. Heeft de organisatie voldoende kritische massa om haar Verminderen: De dienst werft actief op de arbeidsmarkt (wettelijke) taken te kunnen uitvoeren (robuustheid). via "Werken in het Westen" en digitale kanalen. De samenwerking "Betere Wereldbaan" bevordert de samenwerking tussen de vijf omgevingsdiensten.
0 5%
€
-
0 5%
€
-
700 50%
€
350
Accepteren: In samenspraak met onze partners evalueren we de implementatie en waar nodig sturen we bij. Verminderen: De organisatie stuurt op het verminderen van de stuwmeren op een verantwoordelijke manier.
200 25%
€
50
400 75%
€
300
Verminderen: Hoewel het huidige informatiseringsproject is afgerond, moeten we ons blijven aanpassen aan voortdurende veranderingen om de efficiëntie, effectiviteit en veiligheid van onze informatiesystemen te waarborgen en toekomstige uitdagingen en kansen te anticiperen. In Noordwijk is een onderzoek gestart naar het Overdragen: De nota Planning & Control voorziet in de functioneren van de dienst en het mogelijk terugnemen situatie dat een deelnemer zijn takenpakket wilt van de bouwtaken. Een definitief besluit hierover is nog terugnemen. Zij zullen dan frictiekosten dienen te niet genomen. Het terughalen van taken vormt een betalen aan de dienst van 5x het aantal uren * geldend risico voor de dienst op verschillende vlakken. uurtarief.
500 10%
€
50
0 75%
€
-
In het kader van het IPB VTH is de vraag naar een Verminderen: De dienst is van mening dat deze koepelorganisatie van de omgevingsdiensten sterker doorontwikkeling en bijbehorende geworden. Waar OD.NL in het verleden een vereniging financieringsvraagstuk een landelijk vraagstuk is, waar van directeuren was met een beperkte scope, wordt er aanvullende financiering vanuit het Rijk moet komen. nu meer verwacht. Dit vraagt ook een andere structuur Mocht dit niet het geval zijn is de dienst van mening dat en financieringsbehoefte. Dit zou voor de dienst kunnen de doorontwikkeling op een lager niveau moet worden betekeken dat er een hogere bijdrage wordt verwacht. doorgezet.
50 75%
€
38
€
788
I5
De implementatie van de omgevingsdienst is voltooid. We gaan ontdekken hoe hoog de risico’s zijn.
S6
De dienst heeft te maken met een stuwmeer niet opgenomen verlofuren.
S7
Ondanks de steeds toenemende automatiseringsgraad, ook in het kader van de diverse regelgevingen is het de vraag of de dienst in staat is om dit te realiseren (Informatiseringskosten).
I8
I9
Toelichting gekozen aanpak Risico X € 1.000 Risico-klasse Restrisico X € 1.000 Accepteren: Bij de vaststelling wordt het indexcijfer van 0 75% € de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen gebruikt, definitief vastgesteld door het Algemeen Bestuur in de kadernota.
Totaal risico impact •
I = Incidenteel en S= structureel
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (voor zienswijzen) (2024035564)
pagina 35 van 48
7.1.3 Financiële kengetallen Gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen moeten, in de paragraaf Weerstandsvermogen in zowel de jaarrekening als in de meerjarenbegroting, een set van vijf financiële kengetallen opnemen. Dit zijn kengetallen voor de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De laatste twee zijn voor de Omgevingsdienst niet van toepassing. Kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Realisatie 2023 -10% 15% -6%
Begroting 2024 0% 5% -3%
Begroting 2025 -7% 15% -4%
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de dienst ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen ten opzichte van de totale passiva en geeft aan in welke mate de dienst het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden (in hoeverre is de dienst in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen?). Hoe hoger dit percentage, des te groter de weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft antwoord op de vraag of de dienst voldoende structurele baten heeft om de structurele lasten te dekken. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Door de ontwikkelingen in het kader van het Interbestuurlijk programma VTH (IPB-VTH) en dan met name de robuustheidscriteria op het gebied van opleidingen en innovatie heeft de dienst te maken met een structureel tekort binnen de exploitatie. Dit kan voor nu worden opgevangen door incidentele baten, echter is dit in het meerjarig perspectief geen gezonde situatie. Die dienst gaat onderzoeken en met voorstellen komen hoe we weer tot een gezonde situatie kunnen komen.