CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

OBP Bateweg 25a en 25b, Woubrugge, toelichting en regels

Gemeenteraad 3 juli 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge.20.379 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan BATEWEG 25A/25B, WOUBRUGGE Gemeente Kaag en Braassem

STATUS:

ONTWERP

DATUM:

6 februari 2023

IMRO IDN:

NL.IMRO.1884.BPBATEWEG25-ONT1

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER Linima B.V. Vierambachtsweg 25 2481 KR Woubrugge

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 10 augustus 2022 24 oktober 2022 6 februari 2023

VERSIE 2e versie 2e versie 2e versie

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

4

Toelichting

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

7 7 7 7 8

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

9 9

Hoofdstuk3

11

3.1 3.2

Planbeschrijving

Nieuwe situatie Verkeer en parkeren

11 13

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

15 15 17 21 22

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland 5.4 Waterhuishouding

27 27 27 28 29

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

31 31 39 41 43

Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

45 45 45 45 47

Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

49 49

Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen

51 51 51 51

Regels

53

Toelichting

5

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

54 54 60

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

62

Artikel 3

Wonen

62

Hoofdstuk3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

64 64 65 66 67 68

Hoofdstuk4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

69 69 70

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Bezonningsstudie

Bijlage 2

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 4

Notitie stikstofberekeningen

Bijlage 5

Ecologisch onderzoek

Bijlage bij regels Bijlage 1

6

Nota Parkeernormen 2018

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De vestiging van een Rabobank aan de Bateweg 25a/25b in Woubrugge is al enige jaren niet meer in gebruik. De nieuwe eigenaar heeft de mogelijkheden onderzocht om deze locatie te herontwikkelen naar woningbouw, omdat het plangebied grenst aan het buurtwinkelcentrum in bestaand dorpsgebied. Deze planontwikkeling voorziet in acht appartementen in drie bouwlagen. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen woningbouw planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Bateweg in bestaand dorpsgebied. Ten noorden en oosten hiervan staan grondgebonden woningen. Aan de zuidzijde staat een appartementengebouw. Aan de overzijde van de Bateweg is een huisartsenpraktijk en tandartspraktijk gevestigd. In figuur 1 is een situatietekening van het plangebied en omgeving opgenomen.

Figuur 1: Plattegrond plangebied en omgeving (rood omlijnd).

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor onderhavig plangebied geldt het volgende bestemmingsplan: Bestemmingsplan “Kernen Woubrugge-Hoogmade"

Raadsbesluit 23 november 2020

Uitspraak ABRvS 13 april 2021

Het perceel is in het bestemmingsplan bestemd voor "Maatschappelijk" (figuur 2). Binnen deze bestemming zijn geen woningen toegestaan. Voorts wordt de maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 meter en 8 meter overschreden. Om aan de gevraagde planontwikkeling medewerking

Toelichting

7

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

te kunnen verlenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. De uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had geen betrekking op onderhavig plangebied.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Kernen Woubrugge-Hoogmade' (plangebied met rood gestippelde lijn omkaderd).

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Ontstaansgeschiedenis De kern Woubrugge is ontstaan langs watergang de Woudwetering, tussen twee droogmakerijen. De Woudwetering is in 1062 gegraven als een van de manieren om de problemen met de afwatering op te lossen die waren ontstaan door de verzanding van de Oude Rijn bij Katwijk. De Woudwetering maakte deel uit van de handelsroute Amsterdam-Dordrecht. Woubrugge ontwikkelde zich als een plaats waar zeilschepen goed weer konden afwachten, voordat ze de (gevaarlijke) Braassemer- en Haarlemmermeer overstaken. Hierdoor ontstond allerlei aan de scheepvaart gerelateerde bedrijvigheid langs de Woudwetering. Hiervan is nog een aantal jachthavens en -werven overgebleven. In 1652 werd de huidige kerk gebouwd. In het fundament van de kerk zijn stenen verwerkt die afkomstig zijn van een kerk in het verdwenen dorp. Ruimtelijke en functionele structuur In de bebouwing van het dorp zijn in feite vier perioden te onderscheiden. De oorspronkelijke bebouwing ligt alleen langs de Woudwetering, met als opvallend kenmerk dat de woningen georiënteerd zijn op het water. Daarna heeft, aan het begin van de 19e eeuw, de bebouwing zich in westelijke richting langs de provinciale weg naar Leiden uitgebreid. Na 1950 is een duidelijke keuze gemaakt om de bebouwing meer naar het westen uit te breiden, tussen het water, de provinciale weg en de Bateweg.

Er ontstonden vier kwadranten, waar ook de voorzieningen zijn gesitueerd. Vanaf 1980 is het dorp in noordelijke richting, langs de Bateweg, uitgebreid met onder meer sportvelden en woonbuurten. Deze weg vormt inmiddels de hoofdverkeersontsluiting van het dorp. Aan de westzijde van de Bateweg, ten noorden van de sportvelden, is vanaf eind jaren '90 de woningbouwlocatie "Oudendijk" gerealiseerd. De aanwezigheid van detailhandel beperkt zich voornamelijk tot het voorzieningencluster rondom de Bateweg in Woubrugge. In het overige deel van het plangebied is slechts op enkele plekken kleinschalige detailhandel aanwezig, waaronder een interieurzaak en bakkerij in Woubrugge.

Winkelplein aan Batehof.

Naastgelegen appartementen.

Achterzijde hiervan. Rechts woningen aan Schoolstraat.

Woningen aan overzijde.

Woningen naast plangebied.

Woningen aan Schoolstraat.

Planspecifiek Het plangebied ligt ten noorden van het buurtwinkelcentrum aan de Batehof. Op de verdiepingen wordt gewoond. Tegenover het plangebied (aan de overzijde van de Bateweg) zijn een tandartspraktijk en huisartsenpraktijk gevestigd. Aan de noord- en oostzijde staan grondgebonden woningen. Aan de

Toelichting

9

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

zuidzijde staat een appartementengebouw met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 9 en 10 meter hoog. In het plangebied zelf staat een voormalige vestiging van de Rabobank. In figuur 3 is de bestaande situatie weergegeven.

Figuur 3: Bestaande situatie plangebied. Bestaand kantoor.

Kantoor met links woningen aan Bateweg.

Schoolpad tussen plangebied en appartementen.

Achterzijde plangebied.

10

Toelichting

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Nieuwe situatie

In de nieuwe situatie wordt het voormalige bankgebouw verbouwd en uitgebreid tot een kleinschalig appartementengebouw. In hoofdlijnen is het bestaande basement opgebouwd met twee verdiepingen, waarin totaal 8 appartementen komen. Bij het bepalen van het volume van de opbouw is op de eerste verdieping de volledige omtrek/contourlijn van de begane grond aangehouden. Dit geeft aan de binnenzijde maximaal oppervlakte voor de appartementen. Op de tweede verdieping is rekening gehouden met de bezonning en aangezicht/ aanwezigheid van het grote volume in relatie tot de achtertuinen van de achtergelegen rijtjeshuizen. Door het volume terug te laten springen komt dit de bezonning sterk ten goede. Vanaf de voorgevel is het volume afgewerkt met een dakvlak/pannen dat al vanaf de eerste verdieping begint. Op deze manier ontstaat er een kleinschalig gevoel, omdat de gevel laag blijft. Verder is het grote volume opgedeeld in drie volumes die van elkaar verspringen, en gescheiden zijn door de glazen entree. Ook dit is schaalverkleinend ten behoeve van het aangezicht. De bouwhoogte is maximaal 9,5 meter met deels een goothoogte van 6,1 meter. De bebouwing sluit fraai aan op het zuidelijk gelegen appartementengebouw en de noordelijk gelegen woningen. Door de vormgegeven parcellering sluit het appartementengebouw naadloos aan tussen de bestaande bebouwing.

De openbare ruimte voor het gebouw met 8 (openbare) parkeerplaatsen waren eerder bestemd voor het bankgebouw. In overleg met de gemeente zullen 2 extra parkeerplaatsen worden aangelegd, omdat de oprit niet langer nodig is voor dit plan aangezien de Geldmaat verdwijnt. In figuur 4 is een situatietekening opgenomen van de nieuwe toestand. Aanzichttekeningen zijn weergegeven in figuur 5. Voorts is een artist impression van de nieuwbouw opgenomen (figuur 6).

Figuur 4: Situatietekening nieuwe toestand.

Toelichting

11

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Voorgevel.

Achtergevel. Figuur 5: Aanzichttekeningen nieuwe toestand.

Linker zijgevel.

Rechter zijgevel.

Figuur 6: Artist Impression nieuwbouw. 3.1.1 Woningbouwprogramma Het woonprogramma behelst de bouw van acht appartementen in de middenhuur voor met name de doelgroepen starters en senioren. Het programma is in overeenstemming met het regionale woonbeleid zoals opgenomen in paragraaf 4.3.2.

12

Toelichting

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

3.1.2 Bezonningsstudie Met een bezonningsstudie is het verschil tussen de bestaande situatie en de nieuwe situatie inzichtelijk gemaakt. Voor 4 verschillende data (21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december) zijn steeds 4 tijdstippen gekozen: 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur. Uit de bezonningsstudie van Bassie Architectuur & Interieur te Gouda van 3 augustus 2022 volgt dat door de voorziene bebouwing met name op 21 maart, vanaf 15:00 en 21 september, vanaf 18:00 uur een afname van de bezonning in de tuin van een woning kan worden geconstateerd ten opzichte van de huidige situatie. Wanneer wordt uitgegaan van de strenge TNO norm (3 uur zonlicht op de vensterbank binnen), dan blijkt het volgende: Kozijnen noordkant. Geen beperkingen. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen geen direct zonlicht. Kozijnen zuidkant. Bateweg 27: tenminste 3 uur in de periode 21 januari – 22 november. Kozijnen westkant. Schoolstraat 29: tenminste 3 uur in de periode 21 januari – 22 november (er is alleen een kozijn op de tweede verdieping). Kozijnen oostkant. Geen beperkingen voor schaduwwerking als gevolg van deze planontwikkeling. Voor het overige blijkt uit de vergelijking dat er nagenoeg geen schaduwwerking is. De bezonningsstudie is opgenomen in Bijlage 1.

Conclusie Gelet op de ligging van de planlocatie in binnenstedelijk gebied is vermindering van bezonning en privacy ten opzichte van de huidige situatie niet onaanvaardbaar. De belangen van omwonenden worden hierdoor niet onevenredig geschaad.

3.2

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied is gelegen aan de Bateweg. De ontsluiting van het appartementengebouw vindt aan de voorzijde plaats. De Bateweg is een ontsluitingsweg voor het dorp richting de zuidelijk gelegen Kerkweg (N446). De weg is ingericht als 30 km/ uur gebied. De N446 vormt een gebiedsontsluitingsweg richting de N207 (in oostelijke richting) en de A4 (in westelijke richting). Ten opzichte van de bestaande planologische situatie, een bankgebouw, zullen acht woningen worden gerealiseerd. De normatieve verkeersgeneratie voor een bankgebouw postsorteercentrum is gemiddeld 13,6 verkeersbewegingen per 100 m² bvo. Dit betekent een verkeersgeneratie van (210 m² bvo x 13,6 =) 28 verkeersbewegingen van klanten. In de nieuwe situatie zal er - uitgaande van een verkeersgeneratie van 6 verkeersbewegingen per appartement - sprake zijn van circa 48 verkeersbewegingen per dag. Deze geringe toename aan verkeersbewegingen zal geen consequenties hebben voor de verkeersgeneratie van de Bateweg en aangrenzende wegen. De planlocatie is bereikbaar met het openbaar vervoer. Aan de op circa 200 meter zuidelijk gelegen Kerkweg is een bushalte met een rechtstreekse busverbinding naar Alphen aan den Rijn en Leiden Centraal.

Bateweg.

Toelichting

Bestaande parkeerplaatsen voor bankgebouw.

13

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Parkeren Voor (nieuwe) ontwikkelingen wordt de Nota parkeernormen Kaag en Braassem 2018 aangehouden. De parkeerbehoefte van een nieuwbouwontwikkeling of functiewijziging wordt berekend op basis van de parkeernormen zoals genoemd in bijlage 2 van de Nota. De planlocatie maakt op grond van de gebiedsindeling onderdeel uit van 'Rest bebouwde kom'. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1: Parkeerkencijfers woningen Categorie rest bebouwde kom huur, appartement, duur (> 120 m²) huur, appartement, midden (65-120 m²) huur appartement, goedkoop ( < 65 m²)

Rest bebouwd kom (min.) 1,7 1,5 1,2

Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning waarvan 0,3 per woning waarvan 0,3 per woning

Op basis van deze uitgangspunten ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.2). Tabel 3.2: Parkeerbalans nieuwe situatie. Functies Typologie Woningen etage, duur Woningen etage, middelduur Woningen etage, goedkoop Totaal

Parkeernorm 1,7 1,5 1,2

Aantal

Totaal 1 7

1,5 8,4 10 pp (afgerond)

Het huidige pand heeft op de begane grond een bruto-vloeroppervlakte van afgerond 210 m²; de verdieping circa 25 m², totaal afgerond 235 m². Het pand heeft als huidige functie 'Commerciële dienstverlening, met baliefunctie'. Volgens de 'Beleidsregel Parkeernormen Kaag en Braassem 2018' heeft de huidige functie een parkeernorm van 3,3 parkeerplaats per 100 m² bvo (min.). Dit betekent een parkeernorm van afgerond 8 parkeerplaatsen. Deze 8 parkeerplaatsen zijn beschikbaar voor het bankgebouw. Voor de bestemmingswijziging naar Wonen zijn afgerond 10 parkeerplaatsen nodig. De parkeerbehoefte wordt gerealiseerd door gebruik te maken van de 8 parkeerplaatsen voor het pand die eerder nodig waren voor het bankgebouw. Het tekort van 2 parkeerplaatsen kan niet op eigen terrein worden gerealiseerd wegens ruimtegebrek. Met de naastgelegen grondeigenaren is onderzocht naar mogelijke oplossingsrichtingen, maar dat is niet het geval, temeer daar door de reconstructie van de Bateweg de parkeervakken ook breder worden (conform LIOR). Hierdoor ontstaat er direct voor het pand minder ruimte om extra parkeerplekken aan te leggen. In het kader van diezelfde reconstructie kunnen er in nabije omgeving wel twee extra parkeerplekken worden aangelegd in een cluster van parkeerplaatsen ten noorden van de Bateweg 16a.

Bij uitwerking van het bouwplan wordt (met inbegrip van de hierin opgenomen afwijkingsbevoegdheid) de aanleg van voldoende parkeerplaatsen geborgd in artikel 8.1 (parkeerregeling) van het bestemmingsplan.

14

Toelichting

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling

Toelichting

15

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

voorziet in de herontwikkeling van een voormalig bankgebouw met acht appartementen in bestaand dorpsgebied. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Op grond van jurisprudentie is hier geen sprake van een stededelijk ontwikeling.

Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Ad behoefte Er is sprake van een behoefte. Dit blijkt onder andere uit paragrafen 4.2.2 en 4.3.2. De invulling van het plangebied met acht appartementen voor de doelgroepen starters en senioren sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen in de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom (Bestaand Stads- en Dorpsgebied) van Woubrugge. De invulling van het plangebied met woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De woningbouw is voorts in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

16

Toelichting

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 2 december 2022 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd.

Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de Ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie.

Toelichting

17

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie maakt het plangebied op kaart 59 onderdeel uit van het bestaand stads- en dorpsgebied 2018. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht.

De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door een veencomplex - oude zeeklei. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt de Bateweg onderdeel uit van een droogmakerij (veen). Het plangebied zelf is niet specifiek aangeduid. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit steden en dorpen (figuur 7). Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap.

Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid.

18

Toelichting

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Figuur 7: Uitsnede Kwaliteitskaart; Laag van de stedelijke occupatie. Het plangebied is zwart omlijnd aangeduid. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het toevoegen van acht appartementen is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking, omdat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied ligt. De richtpunten zijn niet in het geding. De planontwikkeling maakt onderdeel van de lokale woningbehoefte en is als zodanig opgenomen in de Regionale Woonvisie en Omgevingsvisie In paragraaf 4.3.2 en 4.4.1 wordt hierop nader ingegaan. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 2 december 2022 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening.

Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toelichting

19

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van acht appartementen mogelijk in het bestaand stedelijk gebied. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het bouwen van 11 woningen is geen stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 16 september 2015, nr. 201308263/2/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan dient te zijn onderbouwd. De behoefte naar deze woningtypologie is volop aanwezig, zoals beschreven in paragraaf 4.3.2 terwijl deze herontwikkeling vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is, omdat de woningen worden ingepast tussen bestaande woonbebouwing. Een verdere toetsing aan de Ladder is niet nodig. Dit plan wordt opgenomen in het regionale woningbouwprogramma en hiermee passend binnen de Regionale Woonagenda 2017.

Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.

Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen'. Als richtpunten wordt onder andere het volgende aangehouden: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Deze planontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal tussen bestaande woonbebouwing nabij het buurtwinkelcentrum. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (Klimaatverandering) van het Provinciaal omgevingsbeleid 2020 zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering.

Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze

20

Toelichting

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

risico's. In paragraaf 4.4.2 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Het plangebied ligt binnen het Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD). Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is geen strijd met de provinciale belangen. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9, lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland De gemeenten in de Rijnstreek zijn vanaf 1 april 2010 aangesloten bij het Samenwerkingsverband Holland Rijnland. In verband hiermede is de eerste partiële herziening van de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland vastgesteld door het Algemeen Bestuur Holland Rijnland, waarin de Regionaal Strategische Agenda van het voormalige Rijnstreekberaad, de Transformatievisie Oude Rijnzone en de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Boskoop/ Rijnwoude vanuit de Rijnstreek zijn ingebracht. Deze visie is het gemeenschappelijke toetsingskader van alle Holland Rijnland-gemeenten, waartoe Kaag en Braassem behoort. Op basis hiervan worden de ruimtelijke ontwikkelingen in Holland Rijnland tot 2020 getoetst. De regionale structuurvisie bevat zeven kernbeslissingen die uitgaan van een evenwichtige ontwikkeling van wonen, recreatie, infrastructuur en intensief, meervoudig en duurzaam ruimtegebruik. De kernbeslissingen zijn: Holland Rijnland is een top woonregio; Leiden vervult een regionale centrumfunctie; concentratie van stedelijke ontwikkeling; groenblauwe kwaliteit staat centraal; de Bollenstreek, Veenweide en de Plassen blijven open; twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenport; verbetering van de regionale bereikbaarheid.

De woningbouwontwikkeling in de woonkern van Woubrugge levert een bijdrage aan uitwerking van de eerstgenoemde kernbeslissing om in de regio tot 2020 netto 33.000 woningen te bouwen. Op de visiekaart ligt het plangebied in 'Stedelijk gebied'. Conclusie De structuurvisie heeft een hoog abstractieniveau; op perceelsniveau worden hierover geen uitspraken gedaan. Het toevoegen van acht woningen levert een bijdrage aan het woningbouwprogramma in de regio Holland Rijnland. Er wordt ingespeeld op de behoefte aan huurwoningen voor de doelgroepen starters en senioren. Het planinitiatief is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland.

Toelichting

21

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

4.3.2 Regionale Woonagenda 2017 In het kader van de woningbouwprogrammering heeft Holland Rijnland de Regionale Woonagenda 2017 (RWA) opgesteld. In deze visie zijn de woningbouwbehoeften en de woningbouwlocaties met de aantallen woningen in regionaal verband beschouwd. Het doel van de RWA is tweeledig enerzijds willen partijen inzicht hebben in de behoefte naar woningen in Holland Rijnland en hun (gezamenlijke) woningbouwprogramma daar op af te stemmen. Anderzijds heeft de provincie verzocht op regionaal niveau inzicht te geven in de woningbouwbehoefte en het -programma. Tot op heden was dit vooral gericht op afstemming van het aantal te bouwen woningen. Met deze RWA voegt de regio daar de gewenste kwalitatieve richting aan toe. Enerzijds vraagt dit een goed evenwicht tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt, mede ten behoeve van de opgave om 30.000 huishoudens extra te huisvesten in de regio. Als onderbouwing voor de RWA is de werking van de regionale woningmarkt in beeld gebracht, waarmee er zicht is op mechanismen die de toekomstige vraag op de woningmarkt bepalen.

Dit vormt de basis voor een programmering waarmee de regio adequaat kan inspelen op de veranderende vraag: uitgaande van trends voor de korte en lange termijn, de woningbehoefte van de diverse inkomensgroepen, de behoefte onder bijzondere doelgroepen en tot slot de ontwikkeling van de behoefte aan woonmilieus. De RWA helpt gemeenten bij de juiste woning op de juiste plek en afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Daarmee biedt dit een onderbouwing voor plannen, passend bij de Ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Het toevoegen van acht woningen in de middendure huursector levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in Woubrugge voor de doelgroepen starters en senioren. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (acht woningen) niet te worden afgestemd met de Regio, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Woonagenda.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Kaag en Braassem De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft op 24 januari 2022 de 'Omgevingsvisie Kaag en Braassem' vastgesteld. De Omgevingsvisie betreft de strategische langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving van Kaag en Braassem. De toekomst van de fysieke leefomgeving wordt daarbij vanuit een integraal perspectief benaderd. Dat wil zeggen dat sociale, economische en fysieke vraagstukken in samenhang worden beschouwd en vervolgens vertaald naar de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie is onderverdeeld in verschillende thema’s die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en verschillende gebiedstypen. De Omgevingsvisie gaat in op zaken als recreatie, natuur, onderwijs, mobiliteit, gezondheid, wonen, landbouw, economie en duurzaamheid. Met de Omgevingsvisie wil de gemeente Kaag en Braassem samenwerking verder uitdragen en stimuleren tussen organisaties, inwoners en gemeente. Samenwerken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar ieder vanuit zijn eigen rol. Samenwerking is maatwerk en de rol van de gemeente Kaag en Braassem is afhankelijk van de rol die samenwerkingspartners (willen) pakken. Per situatie, per dorp, per buurt, per vraagstuk, per organisatie wordt bekeken welke rol de gemeente zal innemen.

In de Omgevingsvisie gemeente Kaag en Braassem staan de volgende thema’s centraal: Energie & grondstoffen in Kaag en Braassem; Natuur, water en lucht in Kaag en Braassem; Wonen in Kaag en Braassem; Gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem; Sociaal Kaag en Braassem; Mobiliteit in Kaag en Braassem; Veilig Kaag en Braassem. Thema Wonen in Kaag en Braassem Een dak boven je hoofd hebben is één van de basisbehoeften van de mens. Kaag en Braassem is een

22

Toelichting

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

mooie woongemeente en dat wil zij ook blijven. Een gemeente met aantrekkelijke kernen in het Groene Hart, die zich onderscheidt van andere gemeenten door haar unieke ligging en woonmilieus. Maar de druk op de woningmarkt is groot. Bijvoorbeeld door scheefwonen, een stagnerende doorstroming en een gebrek aan betaalbare koop- en huurwoningen; aspecten die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Bovendien vindt zij dat alle doelgroepen evenredig aan de behoefte aan bod moeten komen op de woningmarkt. Er is dan ook aandacht voor (het realiseren van) een grote mate aan diversiteit in woningtypes om betaalbaar en geschikt wonen mogelijk te kunnen maken. De leefbaarheid van en ruimtelijke kwaliteit in de kernen staan hoog in het vaandel. De focus voor bouwplannen ligt op 'passend in de omgeving'. Woningbouwprogramma Het woningbouwprogramma in Kaag en Braassem is, ook per kern, in lijn met de provinciale bevolkingsprognose. Om voor de juiste doelgroepen te bouwen, zouden volgens het onderzoek de nieuwbouwplannen tot 2025 voor twee derde moeten bestaan uit grondgebonden koop, 11% grondgebonden huur en de rest appartementen met lift of seniorenwoningen/gelijkvloerse woningen.

De gemeente ziet de volgende opgaven die bovendien niet los van elkaar kunnen worden gezien: woningbouwplannen richten op de behoefte; doorstroming bevorderen; huisvesting voor specifieke/bijzondere doelgroepen realiseren; het definiëren van wat passend is in de omgeving. Regionale afspraken sociale woningbouw De gemeente heeft met de regio Holland Rijnland afspraken gemaakt omtrent sociale woningbouw. 25% van het totale woningbouwprogramma per gemeente dient zodoende te bestaan uit sociale huurwoningen. De gemeente heeft zelf de doelstelling gesteld om 30% van de totale bouwproductie per jaar uit te voeren als sociale woningbouw: 25% sociale huur en 5% sociale koop. Die 5% sociale koop is eventueel in te wisselen voor 20% betaalbare koop (tot € 250.000). Echter, vanwege de vele eisen/voorwaarden omtrent (de toewijzing van) sociale woningbouw is het realiseren van sociale woningbouw binnen kleine woningbouwontwikkelingen (11 woningen of minder) ruimtelijk niet wenselijk of door regelgeving onmogelijk. Daarom wordt bij dergelijke plannen het percentage sociale woningbouw 'afgekocht' door de verschuldigde bijdrage te storten in het sociale vereveningsfonds. Met dit geld kan het fonds sociale woningbouwprojecten faciliteren door bijvoorbeeld grond te kopen of corporaties te helpen tot een sluitende exploitatie te komen.

Bij woningbouwontwikkelingen van 12 woningen of meer is het percentage sociale woningbouw een harde eis en kan dit niet worden 'afgekocht'. Waar bouwen? De gemeente sluit geen enkel dorp uit van woningbouwinitiatieven. Grootschalige woningbouw – meer dan 11 woningen – concentreert zich voornamelijk in de kernen waar voorzieningen zijn (Roelofarendsveen, Oude Wetering, Leimuiden en Woubrugge) en die zijn aangemerkt als 'centrum dorps'. De gemeente bouwt bij voorkeur binnen het bestaand stads- en dorpsgebied ('inbreiden'), dan wel de bebouwde kom en in de nabijheid van openbaar vervoer. De definitie van bestaand stads- en dorpsgebied is "Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Deze definitie van de provincie Zuid-Holland is leidend, de BSD-kaart is indicatief. Wat (is passend in de omgeving)? Deze vraag bekijkt de gemeente per initiatief en het antwoord kan dus ook per geval verschillen. Ontwikkelingen zijn vaak maatmerk en hoofdmoot is dat de ontwikkeling fysiek gezien 'passend is in de omgeving'. Dat gaat bijvoorbeeld om bouw- en goothoogtes, woningtypes en de situering in de bestaande omgeving. Een stedenbouwkundige moet elk nieuwbouwvoorstel beoordelen en positief onderbouwen.

In specifieke gevallen kan er een beeldkwaliteitsparagraaf geëist worden. Het is goed om te beseffen dat uitbreiding en hoogbouw (hoger dan vier lagen dan wel 12/13 meter) geen doelen op zich zijn, maar voortkomen uit het volkshuisvestingsvraagstuk. De beschikbare ruimte voor woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied is zogezegd beperkt en dus sluit de gemeente hoogbouw met

Toelichting

23

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

name in de centrum dorpse kernen Leimuiden, Oude Wetering, Roelofarendsveen en Woubrugge niet uit. De kleinere kernen, aangemerkt als landelijk dorps, zijn minder geschikt voor hoogbouw. Gebiedstypen De gemeente Kaag en Braassem is in vier verschillende soorten gebiedstypen opgedeeld: Buitengebied Glastuinbouwgebieden Bedrijventerreinen De kernen Voor de verschillende gebieden zijn kenmerken en waarden bepaald zodat het duidelijk is hoe zo’n gebied eruit ziet en wat het beeld voor de toekomst is. Op de visiekaart maakt het plangebied onderdeel uit van de kernen met de aanduiding ‘Centrum Dorps’. Binnen deze kern is hoogbouw mogelijk, mits passend in de omgeving. Vanaf vijf bouwlagen, dan wel 12/13 meter, wordt er gesproken over hoogbouw. Toetsing plan aan Omgevingsvisie Het plangebied ligt in de woonkern nabij de centrumvoorzieningen van Woubrugge. Deze ontwikkeling is passend binnen de aard en schaal van de omgeving met een bouwhoogte van maximaal 9,5 meter. De woningen zijn bedoeld voor de doelgroepen starters en senioren waaraan een groot tekort is. Gelet op het kleine aantal woningen (< 12) is het vanuit financieel economische overwegingen niet haalbaar hier sociale huurwoningen te bouwen. In verband hiermede zal het percentage sociale woningbouw worden 'afgekocht' door de verschuldigde bijdrage te storten in het sociale vereveningsfonds.

Op de integrale kaart van de Omgevingsvisie is het plangebied aangeduid als 'Centrum dorps' binnen de kern van Woubrugge (figuur 8). Hoewel deze herontwikkeling niet concreet is benoemd kan worden gesteld dat deze planontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie staat het oprichten van acht woningen niet in de weg. De nieuwbouwontwikkeling levert een bijdrage aan de gewenste gedifferentieerde woonmilieus in Woubrugge voor de doelgroepen starters en senioren.

24

Toelichting

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Figuur 8: Uitsnede Integrale kaart Omgevingsvisie. 4.4.2 Duurzaamheid De gemeente Kaag en Braassem vindt het duurzaam ontwikkelen van het stedelijke gebied belangrijk. Daarom streeft de gemeente Kaag en Braassem ernaar bij elke ruimtelijke ontwikkeling de schade aan het milieu en de menselijke gezondheid op korte en lange termijn zoveel mogelijk te beperken. Zij wil daarmee de kwaliteit en duurzaamheid van de stedelijke ontwikkeling op een zo hoog mogelijk niveau brengen. In de duurzaamheidsagenda Kaag en Braassem 2016-2020 zijn de ambities en prioriteiten op het gebied van duurzaamheid voor de gemeente vastgelegd. Zo is de ambitie dat de gemeente in 2040 energie neutraal is, vervoerswijzen die het minst belastend zijn voor het milieu gestimuleerd worden, 75% van het huishoudelijke afval gescheiden wordt, nieuwbouw energieneutraal is (nul-op-de-meter woningen) en bij bestaande bouw wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk rendement, er samen wordt gewerkt aan het behoud en ontwikkeling van natuur en in het verlengde daarvan het vergroten van betrokkenheid van bewoners, bedrijven en organisaties bij de waarde van groen. In de Omgevingsvisie zijn ook ambities op het gebied van duurzaamheid en wonen opgenomen in het onderdeel 'Energie & Grondstoffen in Kaag en Braassem'. Het gaat om het stimuleren van duurzame nieuwbouw en verduurzaming van de bestaande voorraad.

Duurzaam bouwen heeft ook een positieve weerslag op de leefbaarheid van de woningen en de woonomgeving en op de betaalbaarheid, woonlasten worden lager. Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d.

Toelichting

25

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

droogte. Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas van Zuid-Holland. Wateroverlast door overvloedige neerslag Bij de nieuwbouw is het zaak het vloerpeil zo te kiezen dat het water van het erf niet naar binnen loopt. Er zijn verder geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Overstroming In het plangebied is er op de Kaart Overstromingsbeeld geen knelpunt voor overstroming. Er zijn geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. De bergingen worden voorzien van een sedum dak. In het plangebied is er op de Kaart Hitte geen knelpunt voor hittestress. Droogte In het plangebied is er geen sprake van extra bodemdaling door droogte. De nieuwe woningen dalen niet, omdat de palen van beton zijn. Er zijn uit dien hoofde geen beperkingen. Toetsing planinitiatief De woningen worden volgens de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gebouwd. Op het dak worden zonnepanelen geplaatst. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen.

Onderhavig bestemmingsplan past binnen de kaders van de duurzaamheidsagenda, Omgevingsvisie en klimaatadaptief bouwen. Conclusie De woningen worden volgens de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gebouwd. Op het dak worden zonnepanelen geplaatst. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen en klimaatadaptatie.

26

Toelichting

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

Hoofdstuk 5 5.1

Water

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

5.2

Beleidskader rijk, provincie en gemeente

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. 5.2.1 Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken.

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust. Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. 5.2.2 Provincie Op provinciaal niveau heeft de provincie Zuid-Holland het beleid vertaald in het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021. Dit plan bepaalt het waterbeleid. Het gaat om waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en een robuust en veerkrachtig watersysteem.

In de Omgevingsvisie is veel ruimtelijk waterbeleid geïntegreerd. De visie omvat onder andere het wettelijk verplichte regionale waterplan als genoemd in artikel 4.4 van de Waterwet. Voor de provincie zijn naast de Waterwet (Omgevingswet in 2021) en de Drinkwaterwet ook andere kaders en plannen bepalend en richtinggevend voor het beleid ten aanzien van de drinkwatervoorziening. Provinciaal Waterplan 2010 - 2015 Een aantal onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 – 2015 blijft ongewijzigd van kracht. Dit heeft betrekking op een onderdeel van waterveiligheid, water en natuur en vismigratie. In dit Plan staat uitgebreid beschreven hoe de provincie, samen met waterschappen en andere partners, een duurzame en klimaatbestendige delta zal realiseren en behouden, waar het veilig en aangenaam wonen, werken

Toelichting

27

bestemmingsplan Bateweg 25a/25b, Woubrugge

en recreëren is. In het Provinciaal Waterplan zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationale waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Zuid-Holland. Het Waterplan heeft vier hoofdopgaven: 1. Waarborgen waterveiligheid 2. Zorgen voor mooi en schoon water 3. Ontwikkelen duurzame zoetwatervoorziening 4. Realiseren robuust en veerkrachtig watersysteem In het plan zijn deze opgaven verder uitgewerkt in 19 thema's én voor drie gebieden, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Dit leidt tot een integrale visie op de ontwikkeling van de Zuid-Hollandse Delta, het Groene Hart en de Zuidvleugel van de Randstad.

5.3

Beleid hoogheemraadschap van Rijnland

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Dit schap is in het gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen. Voor elk bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De opmerkingen van de waterbeheerder worden verwerkt in deze waterparagraaf. Taken en bevoegdheden van Rijnland als waterbeheerder Het Hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. De drie hoofddoelen van dit beheer zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft de veiligheid is het cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Voor voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten en te beheren. Daarbij wil Rijnland dat watergangen en kunstwerken, zoals gemalen, duikers en stuwen, op orde zijn en toekomstbestendig worden gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=ae1060c8-00ab-408d-a6b4-210ff980c348