Nota van wijzigingen Straathof Rijpwetering
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Straathof, Rijpwetering’
Nota van wijzigingen
december 2024
Pagina 1 van 12
Regels: Ontwerpbestemmingsplan
Vast te stellen bestemmingsplan Artikel 6 Wonen 6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.3 Voorwaardelijke verplichting vogelweidecompensatie Het gebruik van gronden en gebouwen overeenkomstig de in artikel 6.1 bedoelde functies is in strijd met het bestemmingplan zover niet binnen 12 maanden na de ingebruikname van de woningen uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van het vogelweidecompensatieplan als bedoeld in Bijlage 2 behorende bij deze regels. Artikel 6 Wonen 6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.4 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruik van gronden en gebouwen overeenkomstig de in artikel 6.1 bedoelde functies is in strijd met het bestemmingplan zover niet binnen 12 maanden na de ingebruikname van de woningen uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van het landschapsinrichtingsplan als bedoeld in Bijlage 3 behorende bij deze regels.
Soort wijziging Ambtshalve wijziging om de aanleg en instandhouding van het vogelweidecompensat ieplan te borgen
Ambtshalve wijziging om aanleg en instandhouding conform landschapsinrichtings plan te borgen.
Verbeelding: Geen wijzigingen. Toelichting: Ontwerpbestemmingsplan
Vast te stellen bestemmingsplan Soort wijziging 4.3 Regionaal beleid Ambtshalve wijziging 4.3.1 Regionale Woonagenda Holland Rijnland 2023 De gemeenten in de woonregio Holland Rijnland hebben op 1 mei 2023 de Regionale Woonagenda (RWA) vastgesteld. De RWA is een uitwerking van de Omgevingsagenda. Het doel van de Woonagenda is het wonen in de regio Holland Rijnland te versterken. Dit gebeurt door enerzijds meer te sturen op een goed evenwicht tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt. Anderzijds het maken van keuzes die de kwaliteit van wonen in de regio versterken. Daarbij worden specifieke Pagina 2 van 12
opgaven aan de orde gesteld, zoals het bouwen van voldoende sociale huurwoningen, het huisvesten van de vergrijzende bevolking en bijzondere doelgroepen als gevolg van de extramuralisering en de huisvestingsopgave voor groepen die tussen wal en schip vallen. Een nieuwe RWA helpt de gemeenten, door het geven van kaders en richting, bij het realiseren van deze opgaven. Vergeleken met de prognose uit 2019 valt de provinciale Woningbehoefte raming uit 2021 aanzienlijk hoger uit. De woningbehoefte komt uit op 30.500 nieuwe woningen vergeleken met 22.800 in de vorige prognose. Dit houdt in dat er per jaar 3.000 woningen netto dienten te worden toegevoegd. Het aantal te bouwen woningen op basis van de provinciale prognose zijn verdeeld over de drie subregio's. Voor de subregio Oost, waar de gemeente Kaag en Braassem onder valt, is er een woningbehoefteraming opgesteld met een bandbreedte van 9.500 tot 11.000 woningen. Planspecifiek Uit de regionale woonagenda blijkt dat voor de regio Oost de planvoorraad tot 2023 in de buurt komt van de ambitie als rekening gehouden wordt met 130% planning. Door een paar tegenvallers is het mogelijk dat de opgave voor regio Oost niet wordt gehaald. En juist in deze subregio wordt door gemeenten aangegeven dat het lastig is voldoende nieuwe plannen te ontwikkelen doordat de binnenstedelijke locaties beperkt zijn.
Ook blijkt dat slechts 60% van de ruimte voor woningbouw binnen bestaand gebied daadwerkelijk realiseerbaar is. Daarom is een plancapaciteit van 130% of meer nodig om woningbouwopgave te realiseren. Omdat de binnenstedelijke locaties schaars zijn, is naar locaties buiten bestaand stads- en dorpsgezicht gekeken. Ontwikkelen buiten bestaand stads- en dorpsgezicht is essentieel om te kunnen voldoen aan de woningbouwbehoefte in de regio.
Pagina 3 van 12
Onderhavige locatie wordt omringd door bestaande functies en vult een open locatie op. Hierdoor wordt aangesloten op de ruimtelijke structuur waardoor een aantrekkelijke dorpsrand wordt gerealiseerd. Het is daarmee een voorstelbare locatie voor woningbouwontwikkeling. 4.3 Gemeentelijk beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Omgevingsvisie Kaag en 4.4.1 Omgevingsvisie Kaag en Braassem 2021 Braassem 2024 Planspecifiek Planspecifiek De locatie maakt onderdeel uit van het De locatie maakt onderdeel uit van het gebiedstype 'Kernen'. De kernen zijn de gebiedstype 'Buitengebied'. Het gebieden binnen de gemeente waar buitengebied beslaat qua oppervlak het onder andere veel ruimte is voor winkels, grootste deel van de gemeente. De horeca, sport en wonen. Als het gaat om gemeente streeft ernaar om het het bouwen van woningen geven wij de buitengebied zo open mogelijk te voorkeur aan inbreiding, maar dit houden, maar wil de dorpsranden niet op betekent niet dat uitbreiden geen slot zetten. Hier moet bijvoorbeeld ruimte mogelijkheid is. Het buitengebied willen zijn voor woningbouw. De gemeente wij zoveel mogelijk open houden, maar Kaag en Braassem heeft de aan de randen van de kernen is ruimte verantwoordelijkheid om voldoende voor ontwikkeling. Dit geldt voor alle woningen te ontwikkelen voor haar kernen, dus ook Rijpwetering. Als inwoners.
Zij houdt de controle over de voorschot op het bouwen buiten de BSD- algehele woningbouwplanning en, gezien contour (de arceringen centrum dorps en het tekort, zet ze in op het meer, sneller landelijk dorps) is een tweede contour en betaalbaarder realiseren van opgenomen binnen dit gebiedstype. De woningen. De voorkeur heeft om binnen lichtere arcering ‘kernen’ op de kaart het bestaande stads- en dorpsgebied illustreert de logische uitbreidingsruimte (inbreiden) en in de nabijheid van bij de verschillende dorpen. openbaar vervoer te bouwen. Echter, het Onderstaande afbeelding geeft dit voor aantal geschikte en overgebleven de kern Rijpwetering weer, waaruit blijkt inbreidingslocaties is, zeker in de dat het plangebied binnen deze arcering kleinere kernen, te beperkt. Bovendien gelegen is. zijn inbreidingslocaties relatief duur, wat In de Omgevingsvisie wordt de de doelstellingen van de gemeente, maar woningbouwlocatie (waar voorliggend ook van het Rijk en de provincie, om bestemmingsplan voor is opgesteld) meer sociaal en betaalbaar te bouwen, Rijpwetering-Noord genoemd. Dat onder druk zet. Om deze reden zet de woningbouw binnen het plangebied gemeente in op de mogelijkheid om voorstelbaar is, is ook uitgewerkt in het buiten het bestaande stads- en dorpsperspectief Rijpwetering. Bij het dorpsgebied te bouwen.
Binnen de bouwen van nieuwe woningen is het van gemeentegrenzen heeft de gemeente belang dat alle doelgroepen die een huis enkele locaties aangewezen als zoeken worden bediend. Het beoogde potentieel gebied voor woningbouw. woningbouwprogramma bevat Onderhavig plangebied maakt onderdeel verschillende type woningen waaronder uit van zo'n potentieel gebied, zie ook sociale woningen, geschikt voor onderstaande afbeelding. Uit het verschillende doelgroepen. dorpsperspectief Rijpwetering/Oud Ade Geconcludeerd wordt voorliggend blijkt dat de beoogde locatie is aangewezen als 'potentiële bestemmingsplan in lijn is met de
Ambtshalve wijziging vanwege de vaststelling nieuw beleid. De Omgevingsvisie ‘2024’ heeft met ingang van donderdag 31 augustus 2023 tot en met woensdag 11 oktober 2023 als ontwerp ter inzage gelegen. Op maandag 5 februari 2024 is de Omgevingsvisie vastgesteld.
Pagina 4 van 12
omgevingsvisie van de gemeente Kaag en Braasem.
5.11 Verkeer en parkeren 5.11.2 Onderzoek Verkeersgeneratie In het kader van de toenemende verkeersgeneratie zijn verkeersgeneratiecijfers van het CROW aangehouden. Voor de verkeersgeneratie is de stedelijkheidgraad van een gemeente van belang. Op basis van de demografische kencijfers (CBS, 2015) heeft de gemeente Kaag en Braassem
woningbouwontwikkeling'. In de omgevingsvisie wordt benadrukt dat het belangrijk is om aan de bestaande dorpsrand te bouwen, met als doel logische grenzen te vinden die het dorp 'afronden', zodat de impact op het open landschap minimaal blijft. Het belang van een goede landschappelijke inpassing is groot. Onderhavige locatie wordt omringd door bestaande functies en vult een open locatie op. Hierdoor wordt aangesloten op de ruimtelijke structuur, waardoor een aantrekkelijke dorpsrand wordt gerealiseerd. Het is daarmee een voorstelbare locatie voor woningbouwontwikkeling. Bij een eventuele ontwikkeling aan een dorpsrand moet dan ook extra aandacht besteed worden aan de geleidelijke overgang tussen woonwijk en open landschap. Voor onderhavige locatie is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld om het beoogde plan landschappelijk in te passen. Met de ontwikkeling ontstaat een geleidelijke en zachte overgang tussen enerzijds het verstedelijkte gebied en anderzijds het open landelijke gebied. De verkaveling is gebaseerd op zichtlijnen die het weidse karakter van de locatie benadrukken en accentueren. In Bijlage 3 is het landschappelijk inpassingsplan opgenomen. Ook is in artikel 6.3.4 een voorwaardelijke verplichting opgenomen betreft het uitvoeren van het landschappelijk inpassingsplan. Concluderend is de beoogde ontwikkeling in lijn met de omgevingsvisie van de gemeente.
5.11 Verkeer en parkeren N.a.v. een zienswijze en aanvullend 5.11.2 Onderzoek onderzoek naar Verkeersgeneratie verkeersgeneratie Door Goudappel is een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van het toenemende aantal verkeersbewegingen als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Het onderzoek is als Bijlage 11 opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. In het kader van de toenemende verkeersgeneratie zijn verkeersgeneratiecijfers van het CROW
Pagina 5 van 12
een omgevingsadressendichtheid van 555. Op basis van de CROW vallen gemeente met een omgevingsadressendichtheid van 555 in de categorie 'weinig stedelijk'. Wederom zijn de minimale normen aangehouden. Woningtype Norm Aan Totale verkee tal verkeer rgener won sgener atie inge atie n Vrijstaand 7,8 2 15,6 Twee7,4 8 59,2 onder-eenkap Tussenwoni 7 11 77 ng/hoekwo ning Sociale 5,2 9 46,8 huurwoning Totaal 30 199 (afgero nd) 5.11.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden voor de gewenste ontwikkeling. Op voorhand lijkt de toevoeging van afgerond 200 verkeersbewegingen makkelijk af te wikkelen binnen de bestaande infrastructuur van Rijpwetering. De gemeente en de initiatiefnemer zullen voor de vaststelling van het bestemmingsplan gezamenlijk beoordeling in hoeverre een aanvullende onderbouwing nog wenselijk is.
aangehouden. Voor de verkeersgeneratie is de stedelijkheidgraad van een gemeente van belang. Op basis van de demografische kencijfers (CBS, 2015) heeft de gemeente Kaag en Braassem een omgevingsadressendichtheid van 555. Op basis van de CROW vallen gemeente met een omgevingsadressendichtheid van 555 in de categorie 'weinig stedelijk'. Op basis van het personenautobezit in Kaag en Braassem in vergelijking met gemeenten met dezelfde stedelijkheidsgraad wordt voor de ligging binnen de bandbreedte uitgegaan van de gemiddelde verkeersgeneratiekencijfers. Met het gemiddelde kencijfer in de bandbreedte wordt de verkeersgeneratie niet onderschat maar ook niet overschat. Om de verkeersgeneratie van weekdag naar werkdag om te rekenen, wordt gebruikgemaakt van een omrekenfactor, opgenomen in CROW-publicatie 744. Voor woonfuncties bedraagt de omrekenfactor 1,11. In onderstaande tabel is de toekomstige totale verkeersgeneratie getoond. Woningtype
Norm verkeergeneratie Aantal woningen (gem.) Vrijstaand 8,2 2 Twee-onder-een-kap 7,8 8 Tussenwoning/hoekwoning 7,4 11 Sociale huurwoning 4,8 9 Totaal 30 Tabel 5: Verkeersgeneratie ontwikkeling 'Straathof'
Verder is per wegvak (Blijversweg, Buitenweg, Hertogsweg en Oud Adeselaan) getoetst of er sprake is van een duurzaam evenwicht tussen de functie van de weg, de vormgeving en het gebruik. Blijversweg Op de Blijversweg bedraagt de huidige verkeersintensiteit 650 motorvoertuigen per etmaal. Voor een woonerf, zoals de Blijversweg is vormgegeven, geldt binnen de huidige vormgeving een wenselijke Pagina 6 van 12
verkeersintensiteit van circa 1.000 motorvoertuigen per etmaal. Na realisatie van de ontwikkeling worden op het wegvak geen verkeerskundige knelpunten verwacht. Buitenweg Op de Buitenweg bedraagt de huidige verkeersintensiteit circa 650 mvt/etmaal. Door de ontwikkeling zal de verkeersintensiteit op dit wegvak toenemen met circa 120 motorvoertuig per etmaal (circa 50% van de totale verkeersgeneratie). Voor de Buitenweg geldt een wenselijke verkeersintensiteit van circa 2.000 motorvoertuigen per etmaal. Na realisatie van de ontwikkeling worden op het wegvak geen verkeerskundige knelpunten verwacht. Hertogsweg Op de Hertogsweg bedraagt de huidige verkeersintensiteit circa 680 mvt/etmaal. Door de ontwikkeling zal de verkeersintensiteit op dit wegvak toenemen met circa 120 mvt/etmaal (circa 50% van de totale verkeersgeneratie). Voor de Hertogsweg geldt een wenselijke verkeersintensiteit van circa 1.000 motorvoertuigen per etmaal. Na realisatie van de ontwikkeling worden op het wegvak geen verkeerskundige knelpunten verwacht. Oud Adeselaan Op de Oud Adeselaan bedraagt de huidige verkeersintensiteit circa 3.140 mvt/etmaal. Door de ontwikkeling zal de verkeersintensiteit op dit wegvak toenemen, aangezien de nieuwe buurt ontsloten wordt via de Blijversweg en Hertogsweg en uitkomt op de Oud Adeselaan.
Voor de Oud Adeselaan geldt een wenselijke verkeersintensiteit van circa 4.400 motorvoertuigen per etmaal. Na realisatie van de ontwikkeling worden op het wegvak geen verkeerskundige knelpunten verwacht. Tot slot in de huidige situatie is de maximumsnelheid (50 km/u) niet passend bij de functie van de weg (erftoegangsweg). In 2025/2026 zal daarom de Oud Adeselaan
Pagina 7 van 12
gereconstrueerd worden, waarbij de maximumsnelheid wordt verlaagd van 50 km/u naar 30 km/u en de fietssuggestiestroken verbreed worden tot 1,5 meter. Daarnaast zullen de kruispunten gelijkwaardig worden gemaakt en snelheidsremmers op wegvak- en kruispuntniveau (plateaus) worden gerealiseerd. Met deze nieuwe inrichting voldoet de Oud Adeselaan aan de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Als gevolg van de ontwikkeling worden geen verkeerskundige knelpunten verwacht.
7.1 Economische uitvoerbaarheid
5.11.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden voor de gewenste ontwikkeling. Uit het onderzoek van Goudappel kan worden geconcludeerd dat in de toekomstige situatie op de wegvakken geen verkeerskundige knelpunten worden verwacht. De geringe verkeerstoename van ruim 200 motorvoertuigen per etmaal gaat op in het heersende verkeersbeeld. 7.1 Economische uitvoerbaarheid
7.1.1 Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld
7.1.1 Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld
N.a.v. een zienswijze
Pagina 8 van 12
welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De gemeente Kaag en Braassem en de initiatiefnemer zullen voor de gewenste ontwikkeling een privaatrechtelijke overeenkomst sluiten. Met het sluiten van een privaatrechtelijke overeenkomst is het niet langer noodzakelijk om een exploitatieplan op te stellen. 7.1.2 Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.
welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De gemeente Kaag en Braassem en de initiatiefnemer zullen voor de gewenste ontwikkeling een privaatrechtelijke overeenkomst sluiten. Met het sluiten van een privaatrechtelijke overeenkomst is het niet langer noodzakelijk om een exploitatieplan op te stellen.
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan “Straathof Rijpwetering” is opgesteld om te voorzien in een eenduidige en uniforme juridische regeling voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied. Er is qua systematiek aangesloten bij recente bestemmingsplannen binnen de gemeente. In de regeling die is opgenomen in het bestemmingsplan zijn de vigerende rechten gecontinueerd. Bovendien past het voorliggende plan binnen het beleid van het Rijk, de provincie en van de gemeente. Gelet hierop wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. 7.2.1 participatie Vanuit de ambitie om een plan voor de nieuwbouw te ontwikkelen dat kan rekenen op draagvlak uit de buurt, is de omgeving vroegtijdig betrokken bij de plannen. Initiatiefnemer heeft vijf varianten voor de invulling van de locatie besproken tijdens een inloopavond. Op basis van de reacties is het plan verder uitgewerkt naar één concept. Ook zijn aanvullende ideeën en suggesties van de bewoners in de omgeving meegenomen. De omgeving zal gedurende het proces op gezette tijden worden geïnformeerd over de stand van zaken. Initiatiefnemer heeft ook een website (https://straathofrijpwetering.nl/participati e) waarop informatie over het plan wordt
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Ambtshalve wijziging Het bestemmingsplan “Straathof Rijpwetering” is opgesteld om te voorzien in een eenduidige en uniforme juridische regeling voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied. Er is qua systematiek aangesloten bij recente bestemmingsplannen binnen de gemeente. In de regeling die is opgenomen in het bestemmingsplan zijn de vigerende rechten gecontinueerd. Bovendien past het voorliggende plan binnen het beleid van het Rijk, de provincie en van de gemeente. Gelet hierop wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. 7.2.1 Participatie Vanuit de ambitie om een plan voor de nieuwbouw te ontwikkelen dat kan rekenen op draagvlak uit de buurt, is de omgeving vroegtijdig betrokken bij de plannen. Initiatiefnemer heeft vijf varianten voor de invulling van de locatie besproken tijdens een inloopavond. Op basis van de reacties is het plan verder uitgewerkt naar één concept. Ook zijn aanvullende ideeën en suggesties van de bewoners in de omgeving meegenomen. De omgeving zal gedurende het proces op gezette tijden worden geïnformeerd over de stand van zaken. Initiatiefnemer heeft ook een website (https://straathofrijpwetering.nl/participati e) waarop informatie over het plan wordt
7.1.2 Conclusie Tussen de gemeente Kaag en Braassem is een anterieure overeenkomst gesloten. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.
Pagina 9 van 12
gedeeld. Ook wordt daar de mogelijkheid geboden om op de hoogte gehouden te worden van de stand van zaken van de planvorming.
gedeeld. Via deze website zijn de diverse stakeholder informatiebijeenkomsten te raadplegen. Ook wordt daar de mogelijkheid geboden om op de hoogte gehouden te worden van de stand van zaken van de planvorming. Daarmee heeft de initiatiefnemer voldoende inzet getoond om mensen te betrekken.
Bijlagen: Ontwerpbestemmingsplan
Vast te stellen bestemmingsplan Bijlage 2, behorende bij de Regels van het bestemmingsplan, Landschappelijk inpassingsplan
Bijlage 7 Rapportage stikstofberekening Versie 16 november 2023
Bijlage 7 Rapportage stikstofberekening Versie 28 oktober 2024
Soort wijziging In het ontwerpbestemmings plan is in paragraaf 4.2.2 Omgevingsverordenin g Zuid-Holland ten aanzien van de beschermingscategori e Groene Buffer aangegeven dat in overleg met provincie, gemeente en initiatiefnemer een zo optimaal mogelijk landschapsinrichtings plan ontwikkeld kan worden. Het voorliggende landschappelijk inpassingsplan is de uitkomst van afstemming tussen gemeente en initiatiefnemer. Ambtshalve wijziging. Jaarlijks op 1 oktober 2024 vindt de jaarlijkse actualisatie van AERIUS Calculator plaats. Uit jurisprudentie volgt dat er bij lopende procedures een nieuwe berekening moet worden uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie. De uitkomsten van een berekening met versie Pagina 10 van 12
2024 (de versie na 1 oktober) kunnen namelijk anders zijn dan bij berekeningen in de versie van 2023. Bijlage 8 Aerius berekening: realisatiefase Versie 16 november 2023
Bijlage 8 Aerius berekening: realisatiefase en projectberekening realisatiefase Versie 28 oktober 2024
Amtshalve wijziging. Jaarlijks op 1 oktober 2024 vindt de jaarlijkse actualisatie van AERIUS Calculator plaats. Uit jurisprudentie volgt dat er bij lopende procedures een nieuwe berekening moet worden uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie. De uitkomsten van een berekening met versie 2024 (de versie na 1 oktober) kunnen namelijk anders zijn dan bij berekeningen in de versie van 2023.
Bijlage 9 Aerius berekening: gebruiksfase Bijlage 9 Aerius berekening: gebruiksfase Ambtshalve wijziging. Versie 16 november 2023 en projectberekening gebruiksfase Jaarlijks op 1 oktober Versie 28 oktober 2024 2024 vindt de jaarlijkse actualisatie van AERIUS Calculator plaats. Uit jurisprudentie volgt dat er bij lopende procedures een nieuwe berekening moet worden uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie. De uitkomsten van een berekening met versie 2024 (de versie na 1 oktober) kunnen namelijk anders zijn dan bij berekeningen in de versie van 2023.
Pagina 11 van 12
Bijlage 11 Motivering verkeersontsluiting Straathof Rijpwetering
Dit betreft aanvullend onderzoek dat is verricht naar aanleiding van enkele zienswijzen.
Pagina 12 van 12