CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen Vriezenweg 10b Leimuiden

Gemeenteraad 1 november 2021, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan Vriezenweg 10b te Leimuiden714 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Vriezenweg 10b, Leimuiden Nota van beantwoording zienswijzen

september 2021

Pagina 1 van 3

Het ontwerpbestemmingsplan ‘Vriezenweg 10b, Leimuiden’ heeft van 13 mei t/m 23 juni 2021 ter inzage gelegen. In deze periode is in totaal één zienswijze ontvangen. De zienswijze is hieronder samengevat en beantwoord. De zienswijze heeft geleid tot een wijziging van de verbeelding van het bestemmingsplan. De provincie Zuid-Holland, het hoogheemraadschap van Rijnland, de veiligheidsregio Hollands Midden en de Omgevingsdienst West-Holland zijn akkoord. Zienswijze 1 1. Reclamant geeft aan eigenaar te zijn van de grond waarvoor de bestemmingsplanwijziging is aangevraagd en nog geen overeenstemming te hebben bereikt met de initiatiefnemer. Reclamant stelt dat zolang die overeenstemming niet is bereikt, het wellicht wat voorbarig is om het bestemmingsplan te wijzigen.

Het is niet noodzakelijk dat een initiatiefnemer van een bestemmingsplanwijziging (al) eigenaar is van de grond waarop het bestemmingsplan betrekking heeft. De Belemmeringenwet Privaatrecht biedt ondernemers van openbare werken – zoals een leidingbeheerder – een wettelijk instrument dat de aanleg, instandhouding of wijziging van die openbare werken op andermans onroerende zaken mogelijk maakt. Dit instrument komt van pas als er geen overeenstemming wordt bereikt over het medegebruik van de onroerende zaken. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd tot het opleggen van een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht. Het proces dat leidt tot het gedoogbesluit wordt de gedoogplichtprocedure genoemd. De gedoogplicht houdt in dat een eigenaar (of andere rechthebbende) van een stuk grond moet toestaan dat bijvoorbeeld zoals in dit geval een energiebedrijf een transformatorstation op die grond aanbrengt. Wanneer het energiebedrijf in dit voorbeeld geen overeenstemming kan bereiken met de grondeigenaar of andere rechthebbenden, dan kan het energiebedrijf een verzoek indienen om de gedoogplicht op te leggen. De gedoogplicht kan alleen worden opgelegd indien het belang van dat werk van algemeen nut is. Deze gedoogplichtprocedure is voor dit traject inmiddels opgestart.

2.

Reclamant verzoekt, als de gemeente de bestemmingsplanwijziging wel voortzet, het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ te vergroten. Verzocht wordt om qua afmeting van het bestemmingsvlak dezelfde breedte aan te houden als van het huidige station. De verwachting is namelijk dat, net als bij het huidige station, het gehele terrein zal worden

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan. Het gebied dat met deze bestemmingsplanwijziging de bestemming Bedrijf en een bouwvlak krijgt, is het enige stuk grond dat bebouwd zal worden. Een omheining zal het transformatorstation afschermen van het agrarische grondgebied en de ontsluiting zal plaatsvinden via het bestaande onderstation. In de westelijke grondstrook zullen enkel kabels en leidingen komen te liggen op een vergelijkbare wijze als dat dergelijke leidingen overal in de gemeente liggen. Deze laagspanningsleidingen zijn

Pagina 2 van 3

benut door de leidingbeheerder en er dus in de toekomst ook daar bewegingen zullen zijn om de aan- en afvoerleidingen van het elektriciteitsstation te voeden c.q. af te voeren.

planologisch niet relevant en liggen ook diep genoeg om agrarisch gebruik (ten minste een meter diep) mogelijk te blijven maken. Het enige dat er na de aanleg logischerwijs op het stuk grond kan plaatsvinden is dat het weer wordt ingericht als grasland; conform de huidige situatie. Het blijft immers ook eigendom van de agrariër. Bij die enige gebruiksoptie past een agrarische bestemming. Het is dan niet logisch om die enige gebruiksmogelijkheid weg te bestemmen en te wijzigen naar de bestemming Bedrijf die op zichzelf niet noodzakelijk is voor enkel de kabels en leidingen die daar in de grond komen te liggen. De leidingbeheerder kan en gaat met deze grond niets anders doen dan kabels en leidingen aanleggen en daarop is ook de inmiddels gestarte gedoogplichtprocedure ingestoken. Het uitbreiden van het bestemmingsvlak Bedrijf ligt dan ook niet voor de hand. Aan de oostzijde is bovendien nog minder sprake van een mogelijk onbruikbare reststrook. Dat stuk grond kan in feite ongewijzigd worden gebruikt na de aanleg. In de oostelijke grondstrook komen echter de (50 kV) ‘voedingskabels’ binnen op het transformatorstation. In de huidige situatie hebben deze leidingen een dubbelbestemming (‘Leiding - Hoogspanning’). Het is consistent om dat in de nieuwe situatie ook te doen. Dit punt van de zienswijze leidt tot een aanpassing van de verbeelding van het bestemmingsplan.

Voor de (50 kV) ‘voedingskabels’ die vanaf het oosten binnenkomen op het nieuwe transformatorstation zal een dubbelbestemming opgenomen worden.

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=c86cc349-068c-4d8f-bca3-a42db77e1dec