Nota van beantwoording zienswijzen Karperhof, Woubrugge
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Karperhof, Woubrugge’
Nota van beantwoording zienswijzen
juni 2024
Pagina 1 van 18
Het ontwerpbestemmingsplan ‘Karperhof, Woubrugge’ heeft van 21 december 2023 t/m 31 januari 2024 ter inzage gelegen. In deze periode zijn in totaal 34 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn hieronder samengevat en beantwoord. Enkele punten uit de zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen van het bestemmingsplan. Zienswijze 1 1.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 2 2.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 3 3.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 4 4.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 5 5.1 Reclamant stelt dat er een toename zal zijn van verkeersoverlast. De bestaande infrastructuur is niet berekend op een dergelijke toename, wat zal resulteren in verkeersopstoppingen en vertragingen. Dit zal niet alleen leiden tot overlast voor de bewoners, maar ook tot een verslechtering van de leefbaarheid in de buurt. Reclamant verwijst hierbij naar de verkeersstudie die is uitgevoerd door HGCA.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Als gevolg van de ontwikkeling van het plan Karperhof zal de verkeersdruk in de Turfeiker toenemen met ca. 464 mvt/etmaal. In de huidige situatie worden op de wegvakken Turfeiker, Schouw en Praam ca. 1.250 mvt/etmaal gegenereerd. Met de realisatie van de ontwikkeling worden in de toekomst op deze drie wegvakken dus ca. 1.714 mvt/etmaal gegenereerd. Op basis van de Wegenscan bedraagt de maximaal wenselijke capaciteit op de Turfeiker/Schouw/Praam 2.200 mvt/etmaal. Dit betekent dat de Turfeiker, Schouw en Praam voldoende restcapaciteit hebben om de verkeerstoename op te vangen. De voorgenomen herinrichting van de Bateweg biedt bovendien de voorwaarden voor een veilige en acceptabele ontsluiting.
5.2
Reclamant stelt dat er een gevaarlijkere verkeerssituatie zal ontstaan. De bestaande wegstructuur in de Turfeiker is niet geschikt voor een verhoogde verkeersdichtheid. In het
Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. De Turfeiker kent ook in de huidige situatie een regime met verkeer in twee richtingen. Ook in de huidige situatie kan het dus voorkomen dat voertuigen elkaar moeten passeren. De Turfeiker heeft een
Pagina 2 van 18
bijzonder maakt reclamant zich zorgen over de veiligheid van de weggebruikers, aangezien de geplande weg mogelijk niet breed genoeg is voor twee auto's (en fietsers/bakfietsen) om elkaar veilig te passeren. Dit kan leiden tot gevaarlijke verkeerssituaties en verhoogt het risico op ongevallen. In de overwegingen moet ook meegenomen worden dat schoolgaande kinderen gebruik maken van de Turfeiker en Bateweg.
rijloper van ca. 4,25 meter breed. Voertuigen kunnen bij dit profiel elkaar met gepaste snelheid passeren. Daarnaast kan zo nodig uitgeweken worden naar uitritten, zijaansluitingen of leegstaande parkeervakken. De onderlinge passeerbaarheid is hiermee, ook gezien de lage verkeersdruk, acceptabel. Dit geldt ook in de toekomstige situatie. Zie hiervoor ook de beantwoording van zienswijze 3.1. Meer verkeersbewegingen zal automatisch zorgen voor lagere snelheden. Een afname van de verkeersveiligheid c.q. een toename van het aantal ongevallen wordt dan ook niet verwacht. De procentuele toename van de verkeersdruk blijft beperkt en de leefbaarheidseffecten worden gemitigeerd met de voorgenomen herinrichting van de Bateweg. Ook de impact op de beleving van de Bateweg, als hoofdontsluiting van het dorp, zal niet significant veranderen.
5.3
5.4
Reclamant stelt dat de wijziging van de bestemming Groen naar Verkeer van het gebied tussen de woningen op Turfeiker 38 en 40, ervoor zorgt dat de esthetische waarde van de omgeving zal verminderen, maar ook dat het nadelige gevolgen kan hebben voor de leefbaarheid van de direct aangrenzende woningen.
Reclamant stelt enkele alternatieve oplossingen voor: - Ontsluiting via de Vingerhoedtstraat naar de N446 (bijvoorbeeld via de Tuindersweg); - Ontsluiting via de Leidse Slootweg;
Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. De woningen aan de Turfeiker zijn in de periode 2001-2003 gerealiseerd. Tijdens de bouw is er reeds rekening gehouden met een extra ontsluiting tussen de woningen op Turfeiker 38 en 40. In het bestemmingsplan ‘Kernen Woubrugge-Hoogmade’ uit 2007 had dit perceel, net als de hoofdinfrastructuur, de bestemming VGT (Verkeersdoeleinden, Groenvoorzieningen en Tuinen). Aangezien die bestemming niet meer voorkomt in de meeste recente standaarden voor bestemmingsplannen (SVBP20212), is ervoor gekozen om de bestemming Groen toe te kennen aan dit perceel, omdat dat het meest overeenkwam met de feitelijke situatie. Dit doet verder niets af aan de voorzienbaarheid van deze ontsluiting. Er is bovendien sprake van een grasveld met één boom, dus er is geen sprake van hoogwaardig groen. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Er is in de voorfase in samenwerking met de projectontwikkelaar en adviesbureau HGCA zorgvuldig onderzoek gedaan naar de ontsluitingsmogelijkheden van het plan. Hiervoor wordt verwezen naar het document ‘Verkeersstudie Karperhof Woubrugge’ opgesteld door HGCA d.d. 24 oktober 2023.
Pagina 3 van 18
-
Het aanleggen van een weg bij de Waterkering, want die grond is van de gemeente.
Conclusie van die variantenstudie was dat de huidige gekozen ontsluiting naar het noorden via de Turfeiker de voorkeur heeft. Dit wordt zowel door Goudappel als door HGCA voorgesteld en is dus niet het gevolg van enkel een financiële afweging/motivatie. Bij een extra ontsluiting via de Vingerhoedtstraat zou de capaciteit van de Van Woudeweg overschreden worden. Bovendien zou dit wel enkele tientallen motorvoertuigbewegingen op de Bateweg schelen, maar dit is niet dusdanig dat het de keuze voor die variant rechtvaardigt. Zo zullen de automobilisten die de kant van Alphen/Nieuwkoop op moeten, alsnog niet via de Tuindersweg naar de N446 rijden. In vrijwel alle ontsluitingsvarianten is de verkeersdruk op de Bateweg een punt van aandacht en wordt enkel bij het meest zuidelijke wegvak van de Bateweg de capaciteit overschreden. Met de voorgenomen herinrichting van de Bateweg is echter geen wachtrijvorming te verwachten. Op dit moment is het wegvak tussen de Van Woudeweg en de Julianalaan de grootste bottleneck met een capaciteit van 2.000 mvt/etmaal. Echter, met de aanpassingen aan de Bateweg wordt de weg hier verbreed en zal het parkeren naast de rijbaan plaats gaan vinden. Hierdoor wordt de capaciteit verhoogd naar 4.000 mvt/etmaal, zoals ook op de rest van de Bateweg het geval is. Wat precies met de Waterkering bedoeld wordt is onduidelijk.
Wellicht wordt hiermee het terrein van de voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie bedoeld. Deze grond is echter niet van de gemeente, maar van Nolina. Een ontsluiting door het duurzame glastuinbouwgebied is vanuit meerdere oogpunten niet wenselijk voor de bedrijfsvoering. Conclusie van de gemeente is dat de voorgestelde ontsluiting acceptabel en verdedigbaar is, en de voorkeur geniet boven de andere ontsluitingsvarianten. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt tot een aanpassing van het plan. Het rapport ‘Verkeersstudie Karperhof Woubrugge’ opgesteld door HGCA d.d. 24 oktober 2023 zal worden toegevoegd als bijlage bij de toelichting.
Zienswijze 6 6.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Pagina 4 van 18
Zienswijze 7 7.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 8 8.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 9 9.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 10 10.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 11 11.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 12 12.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 13 13.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 14 14.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen.
Zienswijze 15 15.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. 15.2 Reclamant stelt dat door de voorgenomen bouwplannen de waarde van hun woning zal dalen. Zij hebben destijds de woning gekocht vanwege de vrijheid en deze dreigt nu verloren te gaan.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.1, 5.2 en 5.4.
In de huidige situatie heeft het plangebied de bestemming Agrarisch – Glastuinbouw. Op gronden met deze bestemming mogen o.a. kassen gebouwd worden met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter. Overige bedrijfsgebouwen mogen zelfs tot een bouwhoogte van 12 meter gerealiseerd worden. Dat er op dit Pagina 5 van 18
moment sierteelt plaatsvindt op deze percelen en er zodoende sprake is van ‘vrijheid’ wil niet zeggen dat dit niet kan veranderen. Er moet gekeken worden naar de maximaal planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Bovendien bevindt er zich in de huidige situatie een haag rondom de sierteeltgronden als afscheiding tussen de woningen en het plangebied, dus dit is geen open terrein. Het is bovendien vaste jurisprudentie dat uitzicht geen recht is, dus het behoud daarvan kan nooit worden gegarandeerd. Als reclamant van mening is dat deze bestemmingsplanwijziging een waardevermindering voor hun woning tot gevolg heeft, dan staat het reclamant vrij om binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan een planschadeverzoek in te dienen bij de gemeente. Dit verzoek zal dan getoetst worden door een onafhankelijk adviesbureau. Mocht er inderdaad sprake blijken te zijn van planschade, dan zal de gemeente die kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit is op die manier vastgelegd in de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zienswijze 16 16.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen.
Zienswijze 17 17.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 18 18.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 23. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 19 19.1 Reclamant geeft aan dat dit woningbouwplan niet is opgenomen in de laatste door Gedeputeerde Staten vastgestelde actualisering van het regionale woningbouwprogramma van Holland Rijnland (begin 2023). Het bestemmingsplan kan daarom niet voldoen aan de in de Omgevingsverordening vereiste regionale afstemming. In het kader van de vaststelling
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 23.
In Kaag en Braassem c.q. samen met Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop hebben we te maken met ‘overprogrammering’. Dat betekent dat er meer woningbouwplannen zijn/worden opgevoerd dan het percentage dat de provincie als maximum aanhoudt. De gesprekken hierover lopen reeds met de provincie Zuid-Holland, zoals reclamant ook aangeeft in de zienswijze. In een ambtelijk overleg heeft de provincie al wel aangegeven dat zij dit an sich een kansrijk plan
Pagina 6 van 18
van de nu lopende actualisering van het regionale woningbouwprogramma van Holland Rijnland wordt de gemeente op de hoogte gehouden van wat de vaststelling gaat betekenen voor het woningbouwplan Karperhof.
achten, omdat het een hoog percentage betaalbare woningbouw bevat en dat er wellicht een mogelijkheid is om, buiten de (goedkeuring van de) planlijst om, kansrijke plannen in een bepaalde ‘pot’ te stoppen waardoor deze toch doorgang kunnen vinden. In de huidige tijden van woningnood en gezien de enorme behoefte aan (betaalbare) woningen in Woubrugge acht de gemeente het verantwoord om deze bestemmingsplanwijziging toch door te zetten. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan.
Zienswijze 20 20.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 21 21.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 22 22.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 23 23.1 Reclamant heeft zich verbaasd over het gekozen moment van publicatie. Net voor Kerst, in een tijd dat iedereen erg druk is met andere zaken. Inwoners zijn dan vaak op vakantie en missen dit soort belangrijke bekendmakingen. Daarnaast geeft dit tijdstip je als bewoner van Woubrugge maar weinig tijd om je hier goed in te verdiepen en bezwaar te maken.
23.2
Reclamant stelt dat het onderzoek van HGCA de Turfeiker niet betrekt in de scope van het onderzoek en dat hiermee niet voldaan wordt aan het genomen besluit van het college op het principeverzoek voor Karperhof (d.d. 14 maart 2023). Het onderzoek heeft
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Allereerst dient opgemerkt te worden dat het gekozen tijdstip van publicatie niet aan te rekenen valt aan de raad, omdat dit een collegebesluit betreft. Daarnaast kan begrepen worden dat het tijdstip wat ongelukkig overkomt. Echter, dit had te maken met het feit dat de initiatiefnemer graag de bestemmingsplanwijziging nog wilde doorlopen volgens het ‘oude’ recht van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en niet onder de nieuwe wetgeving van de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Om met het plan onder de Wro te blijven vallen, moest het ontwerpbestemmingsplan voor 1 januari 2024 gepubliceerd worden. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zie de beantwoording van zienswijze 5.1.
Pagina 7 van 18
23.3
23.4
23.5
23.6
23.7
onvoldoende aangetoond dat de Turfeiker (onderdeel van de bestaande infrastructuur) de toename van de verkeersbewegingen van de Karperhof op kan vangen. Reclamant stelt dat de verkeersstudie Karperhof Woubrugge onjuiste conclusies presenteert gebaseerd op onjuiste cijfers. Zoals gepresenteerd worden de gestelde normen voor de verkeersstromen voor de Bateweg met 13% ruim overschreden. Ook voor de Turfeiker geldt dat de verkeersnorm wordt overschreden met 25% als het verkeer van de Karperhof via de Turfeiker naar de Bateweg wordt geleid. Hierdoor komt de verkeersveiligheid van de bewoners en de kinderen in gevaar en is de voorgestelde oplossing voor de ontsluitingsweg via de Turfeiker naar de Bateweg volstrekt onverantwoord.
Reclamant stelt dat de verkeersveiligheid van alle bewoners aan de Turfeiker en de Bateweg in gevaar komt door de toename van verkeer door de hoofdontsluitingsweg van de Karperhof via de Turfeiker naar de Bateweg te laten lopen. Reclamant stelt dat de verkeersnormen (verkeersmodel Woubrugge, planjaar 2030) ruim worden overschreden door de toename van verkeer door het plan Karperhof.
Reclamant stelt dat de voorgestelde hoofdontsluitingsweg via de Turfeiker alleen gebaseerd is op financiële motieven van de projectontwikkelaar. Reclamant stelt dat de gemeente onvoldoende regie voert op de commerciële
De beoordeling van de verkeerssituatie is gebaseerd op prognoses uit het verkeersmodel Woubrugge voor het planjaar 2030. Echter, omdat er toevalligerwijs sprake was van een recente verkeerstelling is deze gedeeld met de initiatiefnemer als extra informatie/input. Uit de tellingen bleek dat deze goed in lijn waren met de prognoses uit het verkeersmodel. De betreffende verkeerstellingen (van 21 t/m 27 augustus) zijn uitgevoerd buiten de periode met de schoolvakanties voor de regio midden (deze viel in de periode van 8 juli t/m 20 augustus 2023). De metingen geven hierdoor een voldoende betrouwbare indicatie. De verkeerstellingen onderbouwen de resultaten van de prognoses uit het verkeersmodel, maar het verkeersmodel is dus leidend geweest. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zie de beantwoording van zienswijze 5.1, 5.2 en 5.4.
De conclusie van de verkeersstudie van HGCA d.d. 7 december 2023 is: “Per saldo heeft de ontwikkeling van ‘Karperhof’ naar verwachting dus een beperkte impact en komt de verkeersveiligheid van de weg niet in het geding. Ook de impact op beleving van de Bateweg (als hoofdontsluiting van het dorp) zal niet significant veranderen. De voorgenomen herinrichting van de Bateweg biedt de voorwaarden voor een veilige en acceptabele ontsluiting.” Van een ‘ruime’ overschrijding is geen sprake. De (theoretische) overschrijdingen zijn beperkt en leiden op een enkel wegvak van de Bateweg tot een intensiteit/capaciteitverhouding van 1,05. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zie de beantwoording van zienswijze 5.4.
Dit is onjuist. De gemeente heeft geen baat bij de eventuele winst die gemaakt wordt door een
Pagina 8 van 18
partijen waardoor er onvoldoende balans is tussen private belangen (winst) en publieke belangen (verkeersveiligheid en verkeersoverlast).
23.8
23.9
23.10
23.11
23.12
Reclamant stelt dat er sprake lijkt te zijn van belangenverstrengeling, omdat er bewust niet gekozen wordt voor een hoofdontsluitingsweg die loopt naar de Tuindersweg waar Nolina is gevestigd en de eigenaar van Nolina zijn woonhuis heeft. Reclamant stelt dat de gemeente onvoldoende toetst of de verkeersstudie volledig is qua scope, aangezien de verkeersstromen van de Turfeiker en de verkeersveiligheid aan de Turfeiker niet zijn meegenomen in het onderzoek. Reclamant stelt dat het onderzoek van HGCA tevens strijdig is met de conclusies van het SPVE IKC, waarbij IMOSS stelt: “Het verkeersmodel toont aan dat het eerste gedeelte van de Bateweg al in 2030 de maximumcapaciteit overschrijdt (nog exclusief de ontwikkelingen).”
ontwikkelaar. De gemeente behartigt te allen tijde het algemeen belang en dat is in dit geval niet alleen de verkeersveiligheid, maar ook het toevoegen van woningen waar behoefte naar is. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zie de beantwoording van zienswijze 5.4.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.1.
Het document van IMOSS waar reclamant naar verwijst betreft een ruimtelijke analyse van het IKC Woubrugge. Dit document, en dus ook de verkenning op het gebied van verkeer, heeft verder geen status. In het rapport van HGCA staat overigens nergens dat de capaciteit van de Bateweg niet wordt overschreden.
Reclamant geeft aan dat er een vormfout in de procedure lijkt te zijn. Er wordt immers enkel benoemd dat het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ wordt gewijzigd. Er wordt niet ingegaan op de wijziging van het bestemmingsplan ‘Kernen WoubruggeHoogmade’.
Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. De toelichting is op dit punt onvolledig. De ontsluitingen aan de noord- en zuidzijde van het plangebied vallen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Woubrugge-Hoogmade’. Van een vormfout is echter geen sprake, omdat de toelichting van een bestemmingsplan niet juridisch bindend is.
Reclamant stelt dat met de wijziging van de enkelbestemming Agrarisch – Glastuinbouw t.b.v. het plan Karperhof voorbij wordt gegaan aan de uitgangspunten van het beleid van de gemeente. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ paragraaf 4.3 Wonen
Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt tot een aanpassing van het plan. Paragraaf 1.1 en 1.3 zijn aangevuld met het feit dat enkele delen van het bestemmingsplan ‘Karperhof’ in de huidige situatie in het bestemmingsplan ‘Kernen Woubrugge-Hoogmade’ vallen en de afbeeldingen zijn hierop aangepast. Het door reclamant aangehaalde citaat uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ is een beschrijving van wat het betreffende bestemmingsplan mogelijk maakt. Dat bestemmingsplan uit 2018 maakte namelijk geen nieuwe woningen mogelijk, maar dat betekent niet dat
Pagina 9 van 18
staat het volgende vermeld: “Nieuwe woningen worden in het buitengebied niet mogelijk gemaakt.” In paragraaf 4.3.1 Maatschappelijke Ruimtelijke Structuurvisie 2025 van het bestemmingsplan ‘Kernen Woubrugge-Hoogmade’ stelt de gemeente dat “het verder bouwen van woningen binnen de kern wordt ontmoedigd om de groene uitstraling en beleving te behouden.” Reclamant stelt dat er in strijd wordt gehandeld met het eigen gemeentelijk beleid.
23.13
23.14
23.15
Reclamant stelt dat de gemeente met de wijziging van Groen naar Verkeer voor wat betreft de strook tussen Turfeiker 38 en 40 eveneens handelt in strijd met het eigen beleid. Immers stelt de gemeente in paragraaf 4.3.1 Maatschappelijke Ruimtelijke Structuurvisie 2025 het volgende: “Toekomstige ontwikkeling van de kern zal erop gericht zijn om de bestaande groene ruimte tussen de uitlopers van Woubrugge en de nabijgelegen Alphense uitbreidingswijk te behouden en de groene ruimte rondom de kern waar mogelijk te versterken.” Reclamant stelt dat er een afname optreedt van het woongenot. Het vrije uitzicht op de sloot en het open terrein van Nolina komt te vervallen. Reclamant stelt bovendien dat er door deze ontwikkeling sprake zal zijn van waardedaling van zijn woning. Reclamant stelt dat de gemeente een duidelijk signaal heeft afgegeven door geen gebruik te hebben heeft gemaakt van het recht van eerste koop voor het bewuste stuk terrein van Nolina.
er überhaupt geen woning meer gebouwd zou mogen worden in het buitengebied. Wat betreft het citaat uit het bestemmingsplan ‘Kernen Woubrugge-Hoogmade’ dient allereerst opgemerkt te worden dat het gaat om woningen toevoegen binnen de kern. In het citaat hiervoor refereert reclamant nog naar het feit dat de locatie in het buitengebied zou liggen. Daarnaast staat het stukje tekst bij de paragraaf over de MRSV. Inmiddels zijn er reeds drie versies van de gemeentelijke Omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingsvisie is deze strook, het plangebied ‘Karperhof’, aangemerkt als mogelijke uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied en wordt dus gezien als logische locatie voor woningbouw. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zie de beantwoording van zienswijze 5.3.
Zie de beantwoording van zienswijze 15.2.
Dit stuk grond betrof het terrein van de voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie van het hoogheemraadschap. De gemeente voerde op dat moment nog geen actief grondbeleid en was/is dus afhankelijk van ontwikkelaars die woningbouwprojecten realiseren. De gemeente vindt deze locatie, die grenst aan het bestaand stads- en dorpsgebied en buiten het duurzaam glastuinbouwgebied valt, een logische en wenselijke locatie voor woningbouw. In de gemeentelijke Omgevingsvisie is deze strook aangemerkt als mogelijke uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied.
Pagina 10 van 18
23.16
Reclamant stelt dat het college van B&W op 14-12-2021 negatief heeft besloten op een principeverzoek om 33 woningen te bouwen op de locatie Tuindersweg 1 te Woubrugge. Bovengenoemde beslissing wijst in de richting dat er geen nieuwbouw zal plaatsvinden binnen glastuinbouwgebied en nu wordt reclamant geconfronteerd met een bestemmingsplan Karperhof waarin het totaal tegenovergestelde wordt voorgesteld.
Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Het gaat hier om een andere locatie die niet te vergelijken is met deze locatie en hoe deze is opgenomen in het provinciaal en gemeentelijk beleid. De locatie van de ‘Karperhof’ grenst aan het bestaand stads- en dorpsgebied, valt buiten het duurzaam glastuinbouwgebied en is in de gemeentelijke Omgevingsvisie aangemerkt als mogelijke uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied. De door reclamant genoemde locatie aan de Tuindersweg valt binnen de zone die door de provincie als ‘duurzaam glastuinbouwgebied’ is aangemerkt. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan.
Zienswijze 24 24.1 Reclamant stelt dat het perceel naast hun woning nu in het vigerende bestemmingsplan de bestemming Groen heeft en dat dit zal worden gewijzigd naar de bestemming Verkeer. De planologische wijziging in het bestemmingsplan tast de bestaande kwaliteiten van de leefomgeving aan. Terwijl het huidige bestemmingsplan een breed scala aan natuur en recreatiegerichte voorzieningen biedt, verandert de voorgestelde bestemming Verkeer deze rustige, groene setting in een omgeving die primair is gericht op verkeersdoorstroming, met alle ruimtelijke gevolgen van dien. 24.2 Reclamant stelt de betrouwbaarheid van de verkeersstudie ‘Karperhof Woubrugge’ van 7 december 2023 ter discussie. De metingen zouden niet representatief zijn, omdat de meting plaatsvond in de vakantieperiode, het uitstekend fietsweer was en er door de vakantieperiode geen trainingen (voetbal en tennis) waren. De volgende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) worden hierbij genoemd ECLI:NL:RVS:2023:4256 en ECLI:NL:RVS:2019:2360. 24.3 Reclamant meent dat de verkeersstudie die uitgaat van een gemiddelde dagelijkse verkeersintensiteit van 3.722 mvt/etmaal, niet steunt op een representatieve meting. Het werkelijke verkeersvolume ligt in een representatieve situatie hoger dan de studie
Zie de beantwoording van zienswijze 5.3.
Zie de beantwoording van zienswijze 23.3.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.1, 5.2 en 23.3.
Pagina 11 van 18
24.4
24.5
aangeeft. Het gevolg hiervan is dat de prognose van 4.200 mvt/etmaal in het jaar 2030, na de geplande ontwikkelingen die de verkeersintensiteit met 464 mvt/etmaal vergoten, zal worden overtroffen. Dit heeft tevens implicaties voor de verkeersdrukte op de Turfeiker, aangezien deze weg direct verbonden is met de Bateweg en dus de verkeersstroom daarvan wordt beïnvloed. Reclamant stelt dat de toekomstige herontwikkeling van de Bateweg, waarover in de verkeerstudie wordt gesproken, nog niet kan worden betrokken bij de toets van de aanvaardbaarheid van het hier voorgestelde plan, omdat voor de herontwikkeling van deze weg nog geen concreet plan is vastgesteld. Verwezen wordt naar de volgende uitspraak van de Afdeling: ECLI:NL:RVS:2022:3234. Volgens de toelichting blijkt uit de verkeersstudie dat de toename van het verkeer via de Turfeiker en Bateweg aanvaardbaar is en geen negatieve impact heeft op de verkeersveiligheid. Afgaande op de bevindingen in de verkeersstudie meent cliënt juist dat de impact op de Turfeiker volstrekt onduidelijk is. De verkeersstudie specificeert niet de huidige en toekomstige verkeersintensiteit op de Turfeiker en of deze na de ontwikkeling nog binnen aanvaardbare grenzen valt.
Ook ontbreekt informatie over de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de verkeersveiligheid op de Turfeiker, waaronder de effecten van toegenomen verkeer door de mogelijk gemaakte verbindingsweg en de aldaar geprojecteerde zicht belemmerende en onoverzichtelijke parkeerplaatsen. Reclamant stelt dat een toename van verkeer gepaard gaat met diverse ruimtelijke effecten. Er zal sprake zijn van meer lichtoverlast door constante lichtinval van koplampen van auto’s in de avond- en nachturen. Dit is niet alleen storend, maar kan ook slaapstoornissen veroorzaken en het gevoel van privacy aantasten. Verder zal er ter plaatse van dit perceel meer geluidsoverlast zijn van passerende voertuigen en het frequente starten en stoppen van verkeer. Reclamant zal worden geconfronteerd met een verstoring van rust, die momenteel genoten wordt in de huidige – als zodanig bestemde – groene, vredige omgeving. Om dit punt kracht bij te
De planvorming omtrent de reconstructie van de Bateweg bevindt zich in een vergevorderd stadium. Er is sprake van een definitief ontwerp en de verwachting is dat de werkzaamheden zullen starten in het vierde kwartaal van 2024. Er is dus wel sprake van een vastgesteld plan dat betrokken kan worden bij deze planvorming. Zie verder de beantwoording van zienswijze 5.1 en 5.2. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan.
Van lichthinder van koplampen van auto’s zal uitsluitend sprake zijn in de avonduren en in het najaar vanaf de namiddag. Bovendien zal dit enkel zijn van auto’s die van de Turfeiker het plangebied op draaien. Dit zal dus beperkt zijn en kan bovendien voorkomen worden door het aanplanten van bijvoorbeeld een haag. Op dit moment heeft reclamant zelf een haag van ca. 1 meter hoog als afscheiding van het woonperceel. Lichthinder van koplampen van auto’s wordt dan ook niet verwacht. Desalniettemin staat het reclamant vrij om een planschadeverzoek in te dienen. Ingeschat wordt dat er sprake zal zijn van een toename van ca. 464 mvt/etmaal door de ontwikkeling
Pagina 12 van 18
zetten wordt er verwezen naar de volgende uitspraak van de Afdeling: ECLI:NL:RVS:2019:2360.
24.6
24.7
24.8
Gesteld wordt door reclamant dat door de introductie van de doorgaande weg het risico op verkeersongevallen zal stijgen. Een verhoging van de verkeersintensiteit betekent een verhoogde interactie tussen voertuigen en voetgangers, wat de veiligheid van de buurtbewoners, inclusief die van kinderen, in gevaar brengt. De wijziging van de bestemming groen naar verkeer betekent een substantiële afname in de kwaliteit van leven voor cliënt en zijn omgeving. Waarbij het huidige open groene uitzicht komt te vervallen. Reclamant mist een zorgvuldige beoordeling van alternatieve mogelijkheden voor de ontsluiting van het Karperhof. Verwezen wordt hierbij naar enkele uitspraken van de Afdeling: ECLI:NL:RVS:2018:3362 en ECLI:NL:RVS:2020:1264. Onduidelijk is waarom er niet voor is gekozen om de nieuwe woonwijk Karperhof niet (uitsluitend) aan de zuidzijde via de Vingerhoedtstraat te ontsluiten. Vooral omdat dit de kortste route naar de N446 is. In een dergelijk scenario wordt extra verkeer over de Turfeiker vermeden, wat leidt tot een gelijkwaardig resultaat met aanmerkelijk minder bezwaren tegen het plan. Deze ontsluitingsoptie, zonder doorgaand verkeer, is daarnaast veiliger.
Nu deze alternatieve optie niet in de toelichting en de daarbij horende bijlagen is overwogen, lijkt het erop dat de ambities van de gemeente en de initiatiefnemer van het woningbouwproject boven die van de verkeersveiligheid en het welzijn van de inwoners op de Turfeiker worden geplaatst. Reclamant is ervan overtuigd dat een zorgvuldige evenwichtige aanpak mogelijk is, waarbij de planologische mogelijkheden voor de te realiseren woonwijk behouden blijven, terwijl tegelijkertijd de
Karperhof. Dat dit ook een toename van de reuring in de woonwijk tot gevolg heeft wordt onderschreven. Echter, voor reclamant zal dit beperkt blijven tot langsrijdende auto’s, verspreid over de gehele dag. De dichtstbijzijnde parkeerplaatsen bevinden zich op zo’n 30 meter van de woning van reclamant. Er is dus geen sprake van een onevenredige aantasting van de woonomgeving. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zie de beantwoording van zienswijze 5.2.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.3 en 15.2.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.4.
Pagina 13 van 18
belangen van de bewoners van de Turfeiker worden gerespecteerd en beschermd. De gemeenteraad wordt verzocht om de voorgestelde wijzigingen van het bestemminsplan te heroverwegen en aan te passen. Zienswijze 25 25.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 26 26.1 Reclamant stelt dat het enorm druk is met verkeer in hun straat (Schouw). Auto's die elkaar tegemoet komen kunnen niet langs elkaar rijden, maar moeten over de stoep rijden. Reclamant vreest dat als het hier nog drukker wordt, dat de wijk dan nog onveiliger wordt. Zienswijze 27 27.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 28 28.1 Reclamant stelt dat er wat betreft het aspect ‘verkeer’ sprake is van een gefragmenteerde werkwijze en dat er niet in zijn geheel wordt beschouwd welke cumulatieve effecten de verschillende bestaande alsmede toekomstige ontwikkelingen hebben op de verkeersveiligheid, ontsluiting en leefbaarheid van Woubrugge. De kern van de zienswijze betreft de wijze waarop het verkeer tijdens de gebruiksfase wordt afgewikkeld.
28.2
Reclamant stelt dat in het geval er alternatieve ontsluitingen uit het rapport van IMOSS (d.d. 08-06-2021) van de Karperhof worden toegepast, dat dit een significante toename van het (auto)verkeer op de Vingerhoedtstraat en omliggende straten op zal leveren. Dit verkeer zal zijn weg naar de Bateweg (via o.a. Vingerhoedtstraat en Van Woudeweg) moeten vinden. Reclamant stelt dat de gemeente
Zie de beantwoording van zienswijze 5.1 en 5.4.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.2.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.1, 5.2 en 5.4.
De zorgen worden ter harte genomen, maar dit kan de initiatiefnemer van het plan Karperhof niet kwalijk genomen worden. Het is aan de initiatiefnemer om aan te tonen dat de toename in het aantal verkeersbewegingen (op een acceptabele wijze) afgewikkeld kan worden op de bestaande infrastructuur. Daar is hier sprake van. De cumulatieve effecten op het verkeer en de bijbehorende verkeersveiligheid in Woubrugge zullen door de gemeente meegenomen worden in het verkeersmodel en het verkeerscirculatieplan voor Woubrugge, alsmede bij de plannen voor de reconstructie van de Bateweg. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Het document van IMOSS waar reclamant naar verwijst betreft een ruimtelijke analyse van het IKC Woubrugge. Dit document, en dus ook de verkenning op het gebied van verkeer, heeft verder geen status. Een ontsluiting via de Vingerhoedtstraat is uiteraard overwogen, maar vanwege de noodzakelijke aanpassing van de Vingerhoedtstraat en overschrijding van de capaciteit van de Van Woudeweg is deze variant niet wenselijk.
Pagina 14 van 18
geen onderbouwing heeft geleverd over deze (eerder gepubliceerde) mogelijkheden. 28.3
Reclamant stelt dat ondanks het feit dat een ontsluiting via de Vingerhoedtstraat niet in het ontwerpbestemmingsplan staat, er niets is benoemd en aangetoond ten aanzien van: - Huidige verkeerscapaciteit en verkeersveiligheid van alle straten van Woubrugge op basis van het huidige verkeersaanbod. - Cumulatieve effecten op verkeersstromen bij de ontwikkeling van het IKC, Karperhof, Esselyckerwoude en mogelijke toekomstige ontwikkelingen, voor alle straten in Woubrugge. - Hoe de gemeente Kaag en Braassem voorziet in een toekomstbestendig ontwerp van de ontsluiting van Woubrugge. - Hoe er ten behoeve van noodzakelijke woningbouw (en verdere “inbreiding”) een gebalanceerde afweging wordt gemaakt ten aanzien van verkeersstromen, verkeersveiligheid (inclusief het gevoel van verkeersveiligheid) en leefbaarheid in Woubrugge. Reclamant verzoekt om de bestemmingsplanwijziging voor nu op te schorten totdat meer duidelijkheid wordt gegeven wat de cumulatieve effecten op het verkeer, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid zijn. Zienswijze 29 29.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. Zienswijze 30 30.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen.
Zienswijze 31 31.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen. 31.2 Reclamant doet als suggestie voor een alternatieve ontsluiting een oplossing met eenrichtingsverkeer, zodat de verkeersdruk gespreid wordt zonder dat de
Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zie de beantwoording van zienswijze 28.1.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.1, 5.2 en 5.4.
Een dergelijke oplossing zou enkel leiden tot minder verkeersbewegingen over de Turfeiker, Schouw en Praam en niet tot minder verkeersbewegingen op de Bateweg. In de beantwoording van zienswijze 5.1 is
Pagina 15 van 18
Vingerhoedtstraat overbelast raakt en het aantal autopassages op de Turfeiker en Bateweg aanzienlijk wordt verminderd.
reeds aangegeven dat de Turfeiker, Schouw en Praam voldoende restcapaciteit hebben om de verkeerstoename op te vangen. Daarnaast moeten er voor een éénrichtingsontsluiting alsnog aanpassingen aan de Vingerhoedtstraat/Van Woudeweg plaatsvinden. Daarmee vormt deze suggestie geen beter alternatief. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan.
Zienswijze 32 32.1 Reclamant heeft een zienswijze ingediend namens ca. 25 andere inwoners. Reclamant stelt dat het afvoeren van alle (auto)verkeerstromen via het perceel tussen de Turfeiker 38 en 40 als een zeer positieve ontwikkeling wordt gezien. Immers is bij de ontwikkeling van de woonwijk waar onder andere de Turfeiker gelegen is, dit perceel expliciet vrijgehouden om een toekomstige ontsluiting te realiseren van en naar het huidige plangebied van het plan Karperhof. De Bateweg is de primaire ontsluitingsweg van Woubrugge waarnaar al het bestemmingsverkeer naar toe- en afvloeit. 32.2 Het realiseren van een ontsluiting enkel voor langzaam verkeer (en het fungeren als calamiteitenroute) aan de zuidkant van het perceel van en naar de Vingerhoedtstraat en daaraan grenzende straten wordt acceptabel geacht en onderschreven. Op deze manier blijft de leefbaarheid in de Vingerhoedtstraat gelijk. 32.3 Reclamant verzoekt de gemeente om als reactie op de zienswijze de volgende zaken expliciet te maken: 1. Bevestigen dat wanneer de bestemmingsplanwijziging op de voorgestelde wijze doorgang vindt, er geen ontsluiting van autoverkeer via de Vingerhoedtstraat (en omliggende straten) plaats gaat vinden. 2.
Bevestigen dat wanneer de bestemmingsplanwijziging op de voorgestelde wijze doorgang vindt, een toekomstig initiatiefnemer als randvoorwaarde voor het ontwikkelen van dit perceel meekrijgt om dit via de Turfeiker en Bateweg te ontsluiten voor autoverkeer.
Dit punt van de zienswijze wordt onderschreven door de gemeente. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan.
Dit punt van de zienswijze wordt onderschreven door de gemeente. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan.
1. Dat is inderdaad hoe het plan nu beschreven wordt in de toelichting van het bestemmingsplan. 2. De initiatiefnemer van de bestemmingsplanwijziging is ook de ontwikkelaar van het plan Karperhof, dus die zal het plan uit (willen) gaan voeren zoals omschreven. 3. Zie de beantwoording van zienswijze 28. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan.
Pagina 16 van 18
3. Welke onderzoeken, uitgangspunten en inhoud hiervan, zullen worden gedaan om aan te tonen dat er met het oog op deze en (mogelijk toekomstige ontwikkelingen) geen negatieve invloed is op onder andere het gebied van verkeersveiligheid, beleving van verkeersveiligheid en leefbaarheid van de bewoners van de Vingerhoedtstraat en daaraan grenzende straten. Zienswijze 33 33.1 Reclamant geeft aan dat de betaalbare woningen in diverse categorieën een welkome uitbreiding en goed zijn voor de vitaliteit van het dorp, maar dat de ontsluiting van de locatie traditioneel weer problematisch is. Reclamant stelt dat de Bateweg de enige uitvalsweg is en dat deze m.b.t. de verkeerscapaciteit niet eeuwig rekbaar blijft. Het is volgens reclamant terecht dat veel bewoners zich zorgen maken over het feit dat de afwikkeling van het snelverkeer vanuit de Karperhof via de Bateweg naar de N446 loopt. Berekeningen van HGCA geven aan dat dit allemaal nog kan, maar cijfers zijn altijd interpretabel en bewoners en gebruikers van de Bateweg zien met het blote oog dat er, met name op bepaalde delen van de Bateweg, meer en meer onveilige situaties ontstaan. Zorg van reclamant is dat het langzame verkeer zich tussen het autoverkeer moet laveren. In het rapport van HGCA is slechts een kleine alinea over de ‘oversteekbaarheid’ van de weg opgenomen.
De aandacht voor fietser en voetgangers als kwetsbare verkeerdeelnemers wordt gemist. 33.2 Reclamant stelt voor dat de gemeente samen met de ontwikkelende partij een plan uitwerkt waarbij er twee gelijkwaardige ontsluitingen komen. De verwachte verkeerstoename wordt dan wat beter verdeeld en gelet op de ligging zou de Vingerhoedtstraat dan wat meer verkeer richting de N446 kunnen verwerken, wat wenselijk is om de ontsluiting aan de Turfeiker en daarbij de Bateweg zo veel mogelijk te ontlasten. Reclamant geeft daarbij aan dat het geen gemakkelijke opgave is, maar momenteel wel de enige reële mogelijkheid om de te verwachten verkeersstroom van de Karperhof te kunnen verwerken.
Zoals reclamant aangeeft laten de onderzoeken zien dat er, na de reconstructie/herinrichting van de Bateweg, sprake zal zijn van een acceptabele verkeerssituatie. Er zal weliswaar sprake zijn van een overschrijding van de capaciteit, maar deze (theoretische) overschrijdingen zijn nog beperkt. Dat er in de toelichting van dit bestemmingsplan weinig aandacht is voor fietsers en voetgangers (inclusief oversteekplaatsen) valt de initiatiefnemer niet te verwijten. Zie verder de beantwoording van zienswijze 28.1. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.4.
Pagina 17 van 18
33.3
33.4
33.5
Reclamant stelt dat het zaak is om de Bateweg zo veel mogelijk te ontzien, omdat de weg al aardig op zijn limiet zit. In de toekomst zal de verkeersdrukte alleen maar toenemen als het IKC zijn deuren opent en er woningen op de Emmalaan worden gerealiseerd. Reclamant adviseert om de verkeersruimte, die er ‘op papier’ wellicht nog te vinden is, te gebruiken voor het IKC en de toekomstige woningen op de Emmalaan. Er is weinig aandacht voor het langzaam verkeer en de weg wordt steeds gevaarlijker voor deze belangrijke groep weggebruikers. Reclamant geeft aan dat er een balans dient te worden gevonden tussen de noodzaak van bouwen en werken aan een betere ontsluiting om het dorp leefbaar en vitaal te houden. Daarom vindt reclamant dat de Karperhof twee volwaardige ontsluitingen moet krijgen, waardoor de verwachte toename van het verkeer beter wordt verdeeld en het accent op de Vingerhoedtstraat komt te liggen.
Reclamant vraagt de gemeente om een verkeersplan op te stellen om in het bijzonder de veiligheid van het langzaam verkeer in het dorp beter te borgen. Daarnaast zou er met partijen een toekomstgerichte en realistische visie ontwikkelen moeten worden voor de mogelijkheden m.b.t. toekomstige bouw- en ontsluitingsplannen. Zienswijze 34 34.1 De inhoud van deze zienswijze is identiek aan/vergelijkbaar met zienswijze 5. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting van die zienswijze verwezen.
Zie de beantwoording van zienswijze 5.1, 5.2, 5.4 en 33.1.
De gemeente herkent en onderschrijft het zoeken naar een balans om enerzijds woningen te bouwen voor Woubrugge en anderzijds een acceptabele verkeerssituatie te creëren/behouden. In de ogen van de gemeente is daar sprake van bij dit plan. Zie verder de beantwoording van zienswijze 33.2. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. De zorgen en adviezen worden ter harte genomen, maar vallen buiten de scope van deze bestemmingsplanwijziging. Zie de beantwoording van zienswijze 28.1. Conclusie Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het plan. Zie de beantwoording van zienswijze 5.
Pagina 18 van 18