CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording Omgevingsvisie

Gemeenteraad 24 januari 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Wijzigingsdocument Omgevingsvisie4.998 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording – Wijzigingsdocument Omgevingsvisie November 2021 Het wijzigingsdocument van de Omgevingsvisie, inclusief gebiedsgerichte programma’s, heeft van 29 september t/m 9 november 2021 ter inzage gelegen. In deze periode zijn in totaal 13 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen worden in dit document verwoord en beantwoord. In de nota van beantwoording vindt u aan de linkerkant van de tabel een korte samenvatting van de zienswijze, in de middelste kolom wordt vervolgens antwoord gegeven op de vragen en opmerkingen. Per zienswijze is vervolgens in de rechterkolom aangegeven in hoeverre dit (mogelijk) heeft geleid tot een wijziging van de Omgevingsvisie of gebiedsgerichte programma’s. Doormiddel van de pictogrammen uit onderstaande tabel is direct inzichtelijk hoe deze zienswijze is verwerkt. In verband met de privacy zijn alle zienswijzen anoniem verwerkt in de nota van beantwoording.

Symbolen

Op welke manier meegenomen of opgenomen in Omgevingsvisie Puzzelstuk voor de Omgevingsvisie. Dit symbool geeft aan welke input uit de zienswijzen wij hebben verwerkt in de Omgevingsvisie. Als input voor de uitvoering. Dit symbool geeft aan welke input uit de participatie veelal te specifiek is voor de Omgevingsvisie. De input waar dit symbool bij staat is echter wel relevant en belangrijk. Om die reden wordt deze input gebruikt in de uitvoering. Denk hierbij aan de opdrachten die wij bij derden uitzetten en in de uitvoeringsdocumenten (zoals onderhoudsplannen gesprekken met de uitvoerders van ons beleid zoals de Driemaster, aannemers, etc.) meenemen. Voor kennisgeving aangenomen. Op dit moment zien wij geen aanleiding om deze input te verwerken in de Omgevingsvisie of om hier directe actie op te ondernemen. Als input om inwoners, organisaties, en/of interne organisatie te informeren. De gemeente is niet altijd aan zet. T.b.v. sommige opgaven is bijvoorbeeld de provincie of het Rijk eerst aan zet. De input aangeduid met dit symbool nemen wij bijvoorbeeld mee in overleggen met deze partijen. Dit is een (nieuw) idee dat (nog) niet past binnen de opgaven voor de gemeente. Deze zienswijze heeft betrekking op een onderwerp dat in het traject naar de Omgevingsvisie 1.0 (nadrukkelijk) is besproken en vastgesteld.

Zienswijzen – wijzigingsdocument Omgevingsvisie Samenvatting zienswijze

Beantwoording

Zienswijze 1: In de zienswijze van Stichting Groen Licht wordt er aandacht gevraagd voor het behoud van een deel van de Oostpolder te Roelofarendsveen, vanwege de belangrijke natuurwaarden die daar aanwezig zijn. Voorgesteld wordt om het gebied voor de toekomst te behouden en het in het wijzigingsdocument op te nemen als groene buffer tussen de nog verder toenemende verstedelijking. Ook wordt een opsomming gegeven van de waargenomen broedvogelsoorten in het gebied.

De gemeente deelt de mening van Stichting Groen Licht dat het behouden van natuurwaarde binnen onze gemeentelijke grenzen belangrijk is. Er zijn helaas alleen wel meer opgaven waar binnen de gemeente rekening mee gehouden dient te worden. De Oostpolder is een voormalig kassengebied waar er wordt gewerkt aan een van de grote regionale opgaven, namelijk wonen. Niet alleen de gemeente ziet dit als gebied waar woningen gerealiseerd kunnen worden maar ook de provincie ziet dit als zoekgebied voor ontwikkelingen. Een kassengebied bevat van nature weinig natuurwaarde door de inrichting en verkaveling. In de Oostpolder loopt alleen een langlopende gebiedstransformatie waarbij reeds enkele jaren kassen zijn verdwenen en het gebied braakliggend is achtergebleven vooruitlopend op de bouwplannen. Door deze inrichting en het verstrijken van tijd is zogenaamde “tijdelijke natuur” ontstaan. In deze tijdelijke natuur kunnen veel soorten een tijdelijk onderkomen vinden, maar dit zal de ontwikkeling niet tegenhouden. De gehele gebiedsontwikkeling met zowel private woningen alsook sociale woningen hangt samen en de verschillende fases zijn nodig om een financieel haalbaar plan te ontwikkelen. Het niet ontwikkelen van bepaalde fases ten behoeve van behoud van natuur zorgt ervoor dat andere fases ook in het gedrang komen of niet gehaald worden.

Bij de herinrichting zal er gekeken worden naar de inrichting om voor de aanwezige soorten geschikt habitat te blijven behouden. Er worden groene laanstructuren aan gebracht en het openbaar groen krijgt een divers karakter. Het realiseren van een dergelijke inrichting valt ook onder de zorgplicht zoals die beschreven is in de Wet Natuurbescherming. Voor bepaalde soorten die onder een zwaardere beschermingscategorie vallen zullen daarnaast tevens mitigerende maatregelen getroffen worden buiten het te ontwikkelen gebied zodat een nieuw geschikt habitat ontstaat. Uiteraard zal er ondanks deze inspanningen gebied verloren gaan voor bepaalde soorten en zal de soortsamenstelling veranderen, dit is inherent aan het tijdelijke karakter van deze natuur. Het gebied zal na ontwikkeling ook weer ruimte gaan bieden aan andere cultuurvolgende soorten. Als laatste nog een korte reactie op de verwijzing naar het klimaat. Bij de planontwikkeling wordt rekening gehouden met het veranderde klimaat en worden maatregelen getroffen om op de lange termijn goed om te gaan met periodes van droogte, hitte en extreme regenval. Ook wordt er water gegraven om water te bufferen en vast te houden en het blauwe karakter van het gebied te behouden.

Hoe meegenomen

Zienswijze 2: In de zienswijze van Stichting Oud Leimuiden – Rijnsaterwoude wordt er aandacht gevraagd voor de natuur en landschappelijke waarden van de bovenlandjes aan de Vriezekoop-Zuid, welke onderdeel uitmaken van de Drechtzone. Gevreesd wordt dat met de zin "Het saneren van agrarische bedrijfsbestemmingen die incidenteel het lint doorbreken ten behoeve van kleinschalige woningbouw (bijv. ruimte voor ruimte) of natuurontwikkeling is wenselijk" deze waarden in het gedrang komen. Zienswijze 3: In de zienswijze van de Cumela bedrijven wordt aangegeven waar Cumela en haar leden voor staan. Er wordt aangegeven dat bedrijven die zijn aangesloten bij Cumela, zich met hun bedrijfsvoering richten op de toekomst en omgeving. Er wordt gevraagd of de gemeente rekening kan houden met huidige bedrijven en eventuele ruimte voor uitbreiding. Daarnaast wordt gevraagd om contact te houden met het lokale bedrijfsleven. Tot slot wordt in de zienswijze de uitnodiging gedaan in de toekomst het gesprek met elkaar aan te gaan bij andere stukken aangaande de Omgevingswet, zoals het Omgevingsplan. Zienswijze 4: In de zienswijze wordt er aandacht gevraagd voor een aantal onderwerpen, waaronder geluidsoverlast en luchtkwaliteit, veroorzaakt door de luchtvaart en de consequenties ervan voor de leefomgeving. Er wordt informatie

De zin moet niet geïnterpreteerd worden dat er elders in de gemeente een agrarisch bedrijf gesaneerd wordt om vervolgens een compensatiewoning op de bovenlandjes met natuurwaarden te realiseren. Met deze zin wordt aangegeven dat bestaande agrarische bedrijven aan de Vriezekoop gebruik kunnen maken van de ruimte-voor-ruimte regeling en dan op de locatie van het agrarische bouwvlak één of meerdere compensatiewoning zou kunnen bouwen. De ruimtelijke kwaliteit zal dan per saldo verbeteren. Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie of de gebiedsgerichte programma's.

Uit uw zienswijze begrijpen wij dat onze Omgevingsvisie in grote delen overeenkomt met de visie en uitgangspunten van Cumela. Dat doet ons deugd. We zien uw zienswijze dan ook als een aanmoediging voor ons beleid. Het economische welzijn van onze lokale bedrijven is voor ons belangrijk. Er is daarom doorlopend contact met lokale bedrijven en ondernemers. Bestaande bedrijven kan ruimte worden gegeven, mits dat past binnen de omgeving. In uw zienswijze biedt u verder aan om ons nader kennis te laten maken met Cumela en haar leden en om in de toekomst contact te houden bij ontwikkelingen rondom de Omgevingswet. We gaan graag in op die uitgestoken hand en stellen voor contact te houden bij verdere ontwikkelingen, bijvoorbeeld het opstellen van het Omgevingsplan.

U stelt dat hoofdstuk 6 ‘Sociaal Kaag en Braassem’ zich enkel richt op het sociale aspect van gezondheid en niet het fysieke. Dat is echter ook de kern van dit hoofdstuk, om op deze manier in de Omgevingsvisie de link met het sociaal domein te maken. Ook worden er interessante cijfers en gegevens gedeeld over de geluidsnormen, dit is echter te gedetailleerd om in de Omgevingsvisie op te nemen. Met de Omgevingsvisie zetten we reeds in op het terugdringen van de hinder die inwoners van Schiphol ervaren.

gegeven over de geluidsnormen van Schiphol, die betrekking hebben op onze gemeente. Ook worden er een aantal (tekstuele) aanscherpingen en wijzigingen voorgesteld in de zienswijze. In de zienswijze wordt gevraagd waarom er nog niet gesproken wordt in de Omgevingsvisie over de herziening van het luchtruim (de nieuwe ‘ZO-ontsluiting’). Ook wordt gevraagd waarom er nog geen milieueffectrapportage aan de Omgevingsvisie is toegevoegd.

Voorgesteld wordt om een tekstuele wijziging door te voeren. Op blz. 33 staat: ‘De opgave voor de lange termijn is tot een evenwichtige ontwikkeling te komen van luchthaven en omgeving. Belangrijk is om de balans te behouden tussen leefbaarheid voor inwoners en het behoud van het internationale netwerk op Schiphol.’ Voorgesteld wordt om na het woord ‘behouden’ de volgende woorden toe te voegen: ‘en te streven naar verbetering’. Deze aanpassing wordt meegenomen in de wijzigingen van de Omgevingsvisie. Ook nemen we de volgende zinssnede mee in de wijzigingen van de Omgevingsvisie: ‘De gemeente draagt dit standpunt actief uit richting het ministerie en Schiphol’. Deze zin wordt toegevoegd na de zin in hoofdstuk 3: ‘In afwachting hiervan en van het onderzoek naar de herziening van het luchtruim en de Luchtvaartnota is voor verdere uitbreiding op de huidige locatie in ieder geval tot 2023 geen draagvlak.’ In de zienswijze wordt aangegeven dat er gesproken moet worden over de herziening van het luchtruim (de nieuwe ‘ZO-ontsluiting’). Wanneer er meer informatie beschikbaar is over deze herziening zullen we nagaan welke wijzigingen of toevoegingen in de Omgevingsvisie nodig zijn, dit nemen we mee in de verdere uitwerking. De milieueffectrapportage is niet in de Omgevingsvisie toegevoegd, omdat deze alleen van toepassing is op ontwikkelingen.

Op dit moment is dat niet nodig, wat het maken van een dergelijke rapportage waar veel inzet voor nodig is niet noodzakelijk maakt.

Zienswijze 5: In uw zienswijze stelt u dat de komst van windmolens afhankelijk is van toestemming van de Provincie. Daarnaast wordt gereageerd op de doelstelling van een energieneutraal Kaag en Braassem. U stelt in uw zienswijze voor om voorkeurslocaties voor windmolens te benoemen, rekening houdend met de natuur. U ziet graag dat we naast de rol van de agrarische sector ook de andere omwonenden en belanghebbenden toevoegen. U stelt dat in de Omgevingsvisie geen voorkeur zou moeten staan voor het

Wat wordt gesteld in de zienswijze klopt, bij de vaststelling van de RES 1.0 heeft de gemeenteraad aangegeven mogelijkheden te zien voor windturbines in onze gemeente. De provincie heeft de RES 1.0 ook vastgesteld, maar met uitzondering van nieuwe zoekgebieden voor opwekking door wind in het Groene Hart. De gemeenteraad heeft nog niet anders besloten dan dat hij binnen de eigen gemeentegrenzen zoveel duurzame energie wil opwekken als gelijk aan de eigen energievraag van de gemeente. In de Omgevingsvisie wordt bedoeld dat als er al sprake is dat er een nieuwe kerncentrale gebouwd wordt, dit niet gerealiseerd is voor 2030. Daarbij ligt het verlenen van een vergunning voor de bouw van een kerncentrale bij het rijk en niet bij de gemeente. De enquête in Rijnsaterwoude is benoemd in de stukken die naar de gemeenteraad zijn gestuurd voor de vaststelling van de RES 1.0. De uitkomsten van deze enquête en/of het participatietraject zijn te gedetailleerd voor de omgevingsvisie. Daarnaast is er op dit moment nog geen dorpsgerichte aanpak voor de energietransitie uitgewerkt.

opwekken van energie door middel van wind. Ook stelt u een tekstuele wijziging voor in het Dorpsperspectief Rijnsaterwoude, m.b.t. de grootschalige opwek van duurzame energie.

Bij het vaststellen van de RES 1.0 heeft de raad aan het college gevraagd om te onderzoeken of nieuwe zoekgebieden wind en/of zonnevelden (onder randvoorwaarden) mogelijk zijn bij bedrijventerreinen en/of glastuinbouwgebieden. Dit is echter nog niet concreet genoeg om nu al op te nemen in de Omgevingsvisie. Als gemeente gaan we ervan uit dat we gezamenlijk de duurzaamheidsopgaven moeten aanpakken en dat dit breed gedragen wordt. We zullen daarin met elkaar moeten zoeken naar de verbinding tussen inwoners, het bedrijfsleven, maar ook de agrariërs en eventuele andere stakeholder. De agrariërs zijn in dit hoofdstuk benoemd omdat het gaat over de economische ontwikkeling in de gemeente. De gemeente heeft nog geen specifieke uitspraken gedaan waar zij, onder voorwaarden, wel of geen windturbines vindt passen.

Zienswijze 6: In de zienswijze van Oasen wordt aandacht gevraagd voor de drinkwaterinfrastructuur. Ook geeft u daarbij aan dat de energietransitie risico’s bevat voor deze infrastructuur, met betrekking tot opwarming van de leidingen en het drinkwater. Zienswijze 7: In de zienswijze van de dorpsraad Rijnsaterwoude wordt gesteld dat de invulling van de energiebehoefte voor de toekomst een brede kijk op de toekomst vraagt. Daarbij stelt u verschillende alternatieve ontwikkelingen voor, die kunnen bijdragen in deze energiebehoefte. In tegenstelling tot zonnepanelen en windturbines die volgens u in het openlandschap niet wenselijk zijn.

Er is op dit moment geen aanleiding om op basis van deze zienswijze wijzigingen door te voeren aan de Omgevingsvisie. In uw zienswijze geeft u het belang van een goede waterkwaliteit aan. Dat onderschrijven wij en zowel in de Omgevingsvisie als in de gebiedsgerichte programma's wordt het belang en bescherming van een goede waterkwaliteit benoemd. Hierin zijn wij als gemeente natuurlijk niet alleen aan zet, met name voor het hoogheemraadschap van Rijnland ligt hierin een belangrijke taak. We nemen kennis van uw signaal over de eventuele invloed van warmtenetten op de drinkwaterinfrastructuur en zien het als een extra aansporing om alle facetten van een warmtenet goed te doorgronden. Overigens is er op dit moment geen concrete sprake van het op korte termijn aanleggen van een warmtenet. In de maatschappelijke discussie rondom de energietransitie worden nieuwe technologische ontwikkelingen geregeld geopperd als alternatief of aanvulling op wind- en zonne-energie. U geeft in uw zienswijze zelf al aan dat een aantal van deze keuzes bij het Rijk liggen. Voor kernenergie bijvoorbeeld klopt dat, als gemeente gaan we hier niet over. Op dit moment ligt de focus, ook vanuit het Rijk, op bewezen technieken zoals wind- en zonne-energie. Voor ons als gemeente liggen hierin ook kansen, bijvoorbeeld door in te zetten op zonnepanelen op daken.

Om nu ook andere vormen van energie in onze Omgevingsvisie op te nemen, draagt wat ons betreft weinig bij: soms omdat de bevoegdheid bij het Rijk ligt of omdat een nieuwe techniek zich nog niet heeft bewezen en/of op korte termijn niet haalbaar of inzetbaar is. Het betekent niet dat we als gemeente niet open staan voor andere energiebronnen. Zo hebben we in onze Omgevingsvisie staan dat we de technologische vooruitgang nauwlettend in de gaten houden. Het is natuurlijk wel een voorwaarde dat die energiebronnen dan ook duurzaam zijn. Verder benadrukt u de waarde van het open landschap en geeft u aan dat u

De indiener heeft vragen over het dorpsperspectief voor Rijnsaterwoude. Er wordt gevraagd wat er precies wordt tegengehouden door uit te gaan van behoud van bestaand karakter. Dan volgt de vraag of doorzicht open landschap (op de verbeelding weergegeven bij jachthaven Meerzicht) voor het gehele dorp geldt? Dit moet dan wel in evenwicht zijn met noodzakelijke woningbouw. Er wordt aangegeven dat hoogbouw niet in het karakter van het dorp past en zeker niet op dijksniveau. Uitgangspunt zou 2 tot max 3 woonlagen moeten zijn. Zienswijze 8: In de zienswijze van Tennet worden verschillende suggesties gegeven m.b.t. de toenemende vraag naar elektriciteit en de gevolgen daarvan. Zienswijze 9: In de zienswijze van het Economisch Overleg Platform (EOP) wordt aangegeven dat er gemist wordt dat we bedrijventerreinen willen laten groeien ten behoeve van primair lokale bedrijven en ondernemers. Ook wordt gevraagd hoe het tekstgedeelte ‘per individuele geval’ m.b.t. bedrijfswoningen op het Veenderveld geïnterpreteerd kan worden. Ten derde wordt gevraagd of de tekst ‘en is de inburgering van nieuwkomers vanuit het buitenland een belangrijke opgave’,

graag ziet dat het open landschap behouden zal blijven. Die waarde van het open landschap delen wij en hebben wij ook benadrukt in onze Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie staat omschreven dat voor Rijnsaterwoude de nadruk ligt op behoud van het bestaande karakter. Logischerwijs kan men zich afvragen wat voor soort ontwikkelingen er geremd worden door hierop in te zetten. Een eenduidig antwoord kan niet worden gegeven. Per situatie wordt bekeken of een initiatief een bijdrage levert aan het bestaande karakter van het dorp. Hierbij wordt gekeken naar stedenbouwkundige, architectonische, landschappelijke en cultuurhistorische aspecten. De ambitie ‘verbeteren verbinding met water en doorzichten open landschap’ heeft met name betrekking op de noordelijke entree van Rijnsaterwoude, zoals weergegeven op de verbeelding. In de Omgevingsvisie wordt aangeven dat woningbouw moet passen binnen de aard en schaal van de omgeving. De Omgevingsvisie stelt dat hoogbouw geen doel op zich is, maar voortkomt uit het volkshuisvestingsvraagstuk. Er wordt ook gesteld dat hoogbouw (alle bouwplannen hoger dan 12/13 meter) aannemelijker is in de grotere kernen die aangemerkt zijn als ‘centrum dorps’. Rijnsaterwoude leent zich minder voor hoogbouw, maar ieder initiatief zal op zijn eigen merites worden beoordeeld. We nemen kennis van de verschillende suggesties die u aan ons doet in uw zienswijze.

We herkennen het beeld dat u schetst over de toenemende vraag naar elektriciteit en welke gevolgen dit kan hebben voor het elektriciteitsnetwerk en kunnen uw vraag om op passende wijze rekening te (blijven) houden met uw infrastructuur plaatsen. Vanwege de toekomstige ontwikkelingen en in de invoering van de Omgevingswet met bijkomende veranderingen, verzoekt u om in de toekomst contact te houden, bijvoorbeeld bij het opstellen van het omgevingsplan. Daar zijn we toe bereid. In de gesprekken rondom het opstellen van de gebiedsgerichte programma’s hebben we met elkaar gesproken over de bedrijventerreinen en (het groeien van) lokale bedrijven. We snappen uw standpunt waarin u aangeeft dat u bedrijfsterreinen voornamelijk zou willen laten groeien ten behoeve van lokale bedrijven en ondernemers. Dit is echter moeilijk uit te voeren. Bij het opstellen van de gebiedsgerichte programma’s hebben we onderzocht of economische ordening op deze wijze mogelijk is. De uitkomst is hieronder weergegeven: Om aan de gewenste economische ordening te voldoen, moet voldaan worden aan de vereiste zoals beschreven in artikel 15, derde lid van de dienstenrichtlijnen: 1. Discriminatieverbod: de eis mag geen onderscheid maken naar nationaliteit; 2. Noodzakelijkheid: de eis moet gerechtvaardigd zijn om een dwingende reden van algemeen belang; 3.

Evenredigheid: de eis moet geschikt zijn, mag niet verder gaan dan nodig om het doel te bereiken en het doel kan niet met minder vergaande maatregelen worden bereikt.

vanuit de inleiding van hoofdstuk 5, betrekking heeft op arbeidsmigranten of over vluchtelingen.

Op basis van bovenstaande vereiste is het moeilijk uitvoerbaar om bedrijventerreinen alleen te laten groeien ten behoeve van lokale bedrijven. Daarom wordt geadviseerd dit niet op te nemen in de Omgevingsvisie. We willen dit onderwerp wel graag onderdeel laten blijven in de geregelde gespreksmomenten die wij met elkaar hebben. Dit is maatwerk; per (individueel) geval / aanvraag dient namelijk door de initiatiefnemer een motivering overgelegd te worden m.b.t. noodzakelijkheid en doelmatigheid van een bedrijfswoning voor de bedrijfsvoering in kwestie. Oftewel, per geval zal de noodzaak voor een bedrijfswoning aantoonbaar gemaakt moeten worden. Aan de bestaande rechten zal echter niet getornd worden. Dus de bestaande legale bedrijfswoningen op het Veenderveld behouden hun rechten.

Zienswijze 10: In uw zienswijze stelt u voor om de mogelijkheid tot afkopen van de verplichting tot sociale woningbouw (onder de 12 woningen) af te schaffen. Daarbij heeft u enkele inhoudelijke vragen en opmerkingen gesteld over de werkwijze van de Nota Vereveningsfonds Sociale Woningbouw. In uw zienswijze stelt u voor om op te nemen hoe de gemeente aankijkt tegen particuliere woningbouw, uitbreiding van het aantal toegestane te bouwen woningen op percelen waar reeds gebouwd mag worden, eventuele particuliere aanpassingen van bestaande bouw, woningsplitsing, etc. In de zienswijze wordt onder punt 3 en 4 ingegaan op dat het onduidelijk is wat er wordt bedoeld met het verbeteren van verkeersituaties en verbeteren en of creëren van nieuwe recreatieve routes

Met deze passage in de tekst worden statushouders bedoeld, die een verblijfsvergunning hebben ontvangen en langere tijd in Nederland zullen verblijven en/of vestigen. De Nota Vereveningsfondsen komt voort uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) waarin is bepaald dat een gemeente gerechtigd is om in een anterieure overeenkomst financiële bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen te verlangen. Het vereveningsfonds is opgesteld om met elkaar ervoor te zorgen dat we voldoen aan de opgave van sociale woningbouw, omdat in de praktijk blijkt dat vanwege de eisen/voorwaarden het niet altijd wenselijk en mogelijk is om sociale woningbouw te realiseren in een kleine ontwikkeling. Het fonds kan vervolgens ingezet worden om in andere ontwikkelingen extra sociale woningbouw te realiseren, dat is dus bovenop de realisatie van het minimale percentage sociale woningen. Voor sociale woningen geldt daarnaast de doelgroepenverordening, zodat de woningen terecht komen bij de doelgroep en daarvoor beschikbaar blijven. Naar aanleiding van dit punt zal de Omgevingsvisie niet worden aangepast. In de Omgevingsvisie is in het hoofdstuk ‘wonen’ onder ‘rol gemeente Kaag en Braassem’ reeds het volgende opgenomen: “Dit doen we in samenwerking met inwoners, ontwikkelaars, woningcorporaties en andere stakeholders.

Omdat we weinig grond in eigendom hebben en ervoor gekozen hebben een regiegemeente te zijn, zijn we hier vaak niet leidend in. Wel kunnen we kaders stellen en stimuleren door in gesprek te gaan met ontwikkelaars.” Ook is daarin de rol van de gemeente verder uitgeschreven en wat we ontwikkelaars en initiatiefnemers kunnen/moeten bieden gedurende het proces. Wat betreft uw idee van o.a. woningsplitsen, dat is een idee dat we zullen meenemen in de discussie met de raad over het onderwerp wonen en als input voor de uitvoering. Op het bijgevoegde kaartje wordt met symbolen aangeduid waar de verkeerssituatie verbeterd dient te worden en waar eventuele nieuwe recreatieve routes worden gezien. De

combinatie tekst en kaart geven voldoende richting voor dit visiedocument. Naar aanleiding van dit punt zal de Omgevingsvisie of de gebiedsgerichte programma's niet worden aangepast. Zienswijze 11: Uw zienswijze heeft betrekking op de drietal sub-gebiedstypen die van toepassing zijn op de Vriezekoop Zuid, namelijk de buitengebieden: Droogmakerij, De Drechtzone en Agrarische linten. In de zienswijze wordt een tekstuele wijziging voorgesteld en daarbij wordt het college verzocht zich in te zetten om het unieke en waardevolle karakter van de Drechtzone te behouden en behoeden voor initiatieven die afbreuk doen aan de waarden die deze zone kenmerken. Zienswijze 12: In de zienswijze van de Provincie ZuidHolland wordt aangeven dat de Provincie terughoudend is als het gaat om nieuwe woningbouwplannen buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. De provincie merkt op dat er potentiële uitbreidingslocaties zijn opgenomen buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Voor een tweetal locaties stelt de provincie vast dat deze in strijd zijn met het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader. Concreet gaat het om de noordrand van Rijpwetering en de zuidrand van Oud Ade. De provincie verzoekt om deze locaties niet langer op te nemen in de omgevingsvisie. In de zienswijze wordt aangegeven dat de provincie graag in gesprek blijft met de

De Omgevingsvisie stelt dat er ‘onderdijks’ ruimte is voor recreatie en er in principe recreatie mogelijk is die nadrukkelijk is gekoppeld aan de linten langs de Wijde Aa en de Drecht. Ook stelt de Omgevingsvisie dat aan de Drechtzone beperkte ruimte is voor recreatie met aandacht voor behoud van flora en fauna én dat er aan de andere kant van de dijk ruimte is voor kleinschalige recreatieve ontwikkelingen. De Omgevingsvisie stelt dan ook géén verplichtende voorwaarde dat ter plaatse enkel mogelijkheden zijn als de betreffende initiatiefnemer een agrarisch bedrijf heeft. Het feit dat er ‘ruimte is voor kleinschalige recreatieve ontwikkelingen’ brengt niet per definitie met zich mee dat dergelijke initiatieven een inbreuk opleveren op de karakteristieke kenmerken en landschappelijke waarden van de Drechtzone. Ook bij kleinschalige recreatieve ontwikkelingen moet gemotiveerd en onderbouwd worden dat het voornemen stedenbouwkundig inpasbaar is en per initiatief zal onderbouwd moeten worden op welke wijze milieutechnische aspecten gewaarborgd zijn. Dit geldt tevens voor aspecten als ontsluiting, parkeren en water. Voorgenoemde toetsings- en beoordelingsaspecten zorgen ervoor dat de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse voldoende gewaarborgd is. Er is dan ook op dit punt geen aanleiding de Omgevingsvisie aan te passen.

Net als de provincie geeft de gemeente de voorkeur aan inbreiding als het gaat om woningbouwontwikkelingen. Maar tegelijkertijd betekent dit in de ogen van de gemeente niet dat uitbreiding geen mogelijkheid meer is. Daarom is in de Omgevingsvisie, anticiperend op de toekomst, aangegeven waar het naar inziens van de gemeente logisch zou zijn om buiten BSD woningbouw te ontwikkelen. Bij het selecteren van deze locaties is met name gekeken naar de bestaande stedenbouwkundige opzet van de kernen en welke locaties op deze structuur zouden aansluiten. Het is bekend dat de provincie terughoudend is bij deze locaties, maar naar inzicht van de gemeente blijven de eerdergenoemde locaties nog steeds potentiële uitbreidingslocaties voor de toekomst. We nemen kennis van de opmerkingen over windturbines, de bijdrage aan de energietransitie en de energieneutraliteit van de gemeente. Het is begrijpelijk dat u aandacht vraagt voor 3D-ordening, het duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. In onze Omgevingsvisie en ook de gebiedsgerichte programma's gaan we daar tot op zekere hoogte ook al op in. U stelt een verdere verdiepingsslag voor. Gezien de vele werkzaamheden rondom de Omgevingswet heeft dat voor nu geen prioriteit, we kunnen ons voorstellen dat wij ons later buigen over de 3Dordening.

gemeente over de energietransitie en hoe gemeenten energieneutraal kunnen zijn. In de zienswijze wordt het belang van een goede kennis van de bodem en ondergrond aangegeven. De provincie stelt voor om een 3D-ordening op te stellen, hetgeen betekent een ‘kaart’ van de bodem en de mogelijkheden die de bodem en ondergrond daarbij bieden. In de zienswijze wordt opgemerkt dat het erfgoed van provinciaal belang aangaande de molenbiotopen is opgenomen in het hoofdstuk infrastructuur en beperkingenzones. De provincie ziet liever dat de molenbiotopen en daarmee de molens niet enkel worden gezien als een beperking maar ook als kwaliteit van het open veenweidelandschap. In de zienswijze wordt aangegeven dat ontwikkelingen binnen het Kagerplassengebied de kwaliteit van erfgoed en cultuurlandschap betrokken moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Gevraagd wordt om het kroonjuweel Kagerplassen toe te voegen aan de kwalificering van het landschap. Tot slot wordt nog in de zienswijze verwezen naar de recent verschenen landschapsbiografie van de Stuurgroep Groene Hart. Zienswijze 13: In de zienswijze van de Vereniging Veenderpolder en Wijde Aa wordt aangegeven dat men zich zorgen maakt over het feit dat de openheid, de belangrijkste kernkwaliteit van het natuuren cultuurlandschap de Droogmakerijen, wordt losgelaten. Men is verbaasd dat dit

Cultuur en erfgoed: Net als de provincie ziet ook de gemeente de molens als een kwaliteit van het open veenweidelandschap. Om die reden worden de molens ook genoemd in de gebiedsomschrijving van het Veenweidegebied op pagina 77. De intentie van de gemeente is zeker om de cultuurhistorische waarden van het landschap te borgen bij de belangenafweging van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Daarom is in het gebiedsgerichte programma specifiek voor het gebied rondom de Kagerplassen een landschappelijk toetsingskader opgenomen wat de cultuurhistorische elementen uit het landschap moet beschermen. Daarnaast zal naar aanleiding van deze zienswijze in de Omgevingsvisie onder het kopje wat willen we bereiken bij het gebiedstype BuitengebiedKagerplassengebied de zin ‘Het karakteristieke landschap van het kagerplassengebied behouden met extra aandacht voor (het herstellen van) de biodiversiteit.’ aangepast worden naar: ‘Het karakteristieke landschap inclusief de bijbehorende cultuurhistorische waarden van het Kagerplassengebied behouden met extra aandacht voor (het herstellen van) de biodiversiteit. Met interesse hebben wij kennisgenomen van de landschapsbiografie van de Stuurgroep Groene Hart. Bij het schrijven van de gebiedsgerichte programma's hebben wij ook eerdere versies van deze biografie bekeken om de cultuurhistorische waarden van ons gebied beter te kunnen definiëren.

In het toetsingskader voor het Veenweidegebied staat nadrukkelijk aangegeven dat nieuwe ontwikkelingen niet mogen leiden tot verdichting van het open landschap. Voorbeelden hierbij zijn het aanbrengen van hoog opgaande beplanting of bebouwing buiten bestaande erven. Voor de Droogmakerijen wordt ingezet op behoud van zeer ruime doorzichten. Het is begrijpelijk dat er een vergelijking tussen de kaders voor het Veenweidegebied en de Droogmakerijen wordt gemaakt, omdat in beide gebieden dezelfde activiteiten worden toegelaten. Toch is het voornamelijk de Droogmakerij waar mogelijkheden voor (uitbreiding van) agrarische activiteiten liggen. Vanwege bodemdaling en de grote natuurwaarde leent het

daarentegen wel verankerd is in het toetsingskader voor het Veenweidegebied. Het is de indiener onduidelijk wat de gemeente met de term integrale landschapsvernieuwing beoogt. De omschrijving voor wanneer nieuwe ontwikkelingen passend zouden zijn binnen de droogmakerij wordt als onduidelijk ervaren. Concreet vraagt men zich af waarom het landschappelijk toetsingskader voor de Droogmakerijen afwijkt van het Veenweidegebied als beiden behoud van openheid en natuurwaarden van belang zijn. Waarom men in plaats van polderbrede openheid over doorzicht praat. Daarna volgt de boodschap dat het landschappelijk toetsingskader voor interpretatie vatbaar is en dit geen effectief meetinstrument kan zijn. Tot slot heeft men nog een vraag over de manier van publiceren. Kunnen wijzigingen in plaats van in een bijlage apart gepubliceerd worden.

Veenweidegebied zich hier minder goed voor. Om die reden wil de gemeente binnen de Droogmakerijen meer ruimte bieden voor nieuwe initiatieven en spreekt men hier over 'zeer ruimte doorzichten’. Openheid van het landschap blijft ook hier belangrijk. Het begrip integrale landschapsvernieuwing wordt uit de zin “versnippering van de ruimtelijke eenheid wordt voorkomen door droogmakerijen als geheel te behandelen, bijvoorbeeld door per polder prioriteit te geven aan landschapsbehoud, integrale landschapsvernieuwing of waterberging” gehaald. Naar ons inzien kunnen we uit de voeten met het landschappelijk toetsingskader. Met de Omgevingswet wordt beoogd een meer kwalitatieve afweging te maken. Gevolg hiervan is dat er gewerkt wordt met begrippen die wellicht op meerdere manieren zijn te interpreteren. Er is geen sprake van dat de gemeente wijzigingen in een bijlage zou willen ‘verstoppen’, integendeel. De reden dat het in een bijlage staat is omdat het opstellen van gebiedsgerichte programma's een collegebevoegdheid is en daarmee niet ter inzage wordt gelegd. Omdat we eerder tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie nauw met inwoners, maatschappelijkeen belangenorganisaties en de gemeenteraad hebben samengewerkt en wat door alle betrokkenen als waardevol werd beschouwd, is besloten dit ook bij de gebiedsgerichte programma's te doen en dat daar een inzagemoment bij hoort.

Door de programma's als bijlage toe te voegen aan het wijzigingsdocument, een stuk dat wél verplicht ter inzage gelegd moet worden, kunnen er ook zienswijzen op de programma's worden ingediend. Daarmee hebben we juist een extra participatiemoment gecreëerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=a101f286-e7df-4509-b22a-af20cf2d0326