NL.IMRO.1884.BPVRIEZENWEG10B-VAS1 toelichting
Tekst van het document
Hierbinnen geldt een aanlegvergunningstelsel, wat betekent dat voor verschillende grondroerende werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig is en deze pas wordt verkregen indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad, het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Ter plaatse van deze dubbelbestemming blijft de enkelbestemming uit het onderliggende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ van kracht. 5.2.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen de algemene bepalingen aan de orde. Het gaat om: Anti-dubbeltelregel (artikel 5) In dit artikel is opgenomen dat grond, welke eenmaal in aanmerking is of moest worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van een andere aanvraag buiten beschouwing dient te blijven. Algemene bouwregels (artikel 6) In dit artikel is bepaald welke afwijkingen van de bouwgrenzen mogelijk zijn. Ook zijn regels opgenomen ten aanzien van ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels (artikel 7) In dit artikel is bepaald welke vormen van gebruik in elk geval strijdig zijn. Algemene afwijkingsregels (artikel 8) De algemene afwijkingsregels zijn hierin opgenomen. Het gaat om minimale afwijkingen van maatvoering, bouwvlakken, e.d.
wanneer dit in de uitvoering nodig blijkt vanwege bijvoorbeeld een meetverschil. Algemene wijzigingsregels (artikel 9) Mocht een wijziging van de bestemmingsgrens nodig zijn, dan is met dit artikel de bevoegdheid voor het college van B&W opgenomen. Het dient te gaan om minimale wijzigingen.
Bestemmingsplan Vriezenweg 10B Leimuiden, Vastgesteld
25/30
Toelichting op de regels
Overige regels (artikel 10) In dit artikel is bepaald dat bij elke omgevingsvergunning voor bouwen en/of gebruiken er voldoende parkeergelegenheid dient te zijn. Er wordt getoetst aan de Nota Parkeernormen 2018, danwel een nieuwere versie wanneer deze wordt vastgesteld. 5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 11) Met betrekking tot bouwwerken en het gebruik van grond en bouwwerken wordt in dit artikel ingegaan op het daarop toepasselijke overgangsrecht. Slotregel (artikel 12) Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Vriezenweg 10B Leimuiden, Vastgesteld
26/30
Economische uitvoerbaarheid
6
Economische uitvoerbaarheid
Bij een bestemmingsplan dient op grond van artikel 6.12 Wro in de plantoelichting inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid. Ook is met de inwerkingtreding van de Wro de verplichting ontstaan dat bepaalde plankosten op de initiatiefnemer kunnen worden verhaald. Het gaat hierbij om de plankosten en de kosten van ontwikkelingen die gemeente redelijkerwijs moet maken, zoals de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. De Wro stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Dit bestemmingsplan maakt geen bij algemene maatregel van bestuur (artikel 6.2.1 Bro) aangewezen bouwplannen mogelijk. Het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk. De uitvoering van het plan komt voor rekening en risico van Liander.
Het garanderen van leveringszekerheid is een wettelijke taak van Liander op grond van de Elektriciteitswet. Nut en noodzaak van het plan is aangetoond met dit bestemmingsplan. Hierdoor kan Liander de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit.
6.1
Planschade
Planschade wordt in beginsel toegekend door het besluitvormend orgaan aan degenen die waardevermindering van onroerend goed ondervinden ten gevolge van het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan. De grondslag voor deze planschaderegeling wordt gegeven in artikel 6.1 Wro. In artikel 6.4 onder a Wro is bepaald dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met de initiatiefnemer een overeenkomst te sluiten ten aanzien van planschade. In de tussen de gemeente en Liander gesloten overeenkomst is opgenomen dat het planschaderisico voor rekening van de initiatiefnemer komt. Daarmee is het risico op planschade afgedekt voor de gemeente.
6.2
Conclusie
Gezien de tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten overeenkomst ten aanzien van planschade en het ontbreken van verhaalbare kosten voor de gemeente, wordt het project financieel uitvoerbaar geacht.
Bestemmingsplan Vriezenweg 10B Leimuiden, Vastgesteld
27/30
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Bijeenkomst voor omwonenden
De initiatiefnemer van het plan, Liander, heeft op 4 juni een bijeenkomst gehouden voor omwonenden op locatie. Er is een toelichting gegeven op de noodzaak tot uitbreiden en hoe dit gefaseerd gaat plaatsvinden. De aanwezigen hadden begrip voor het maatschappelijke belang van de ontwikkeling en hebben de bijeenkomst als prettig en nuttig ervaren. De omwonenden worden door Liander op de hoogte gehouden ten tijde van de bouwwerkzaamheden. Liander zal aandacht hebben voor het parkeren tijdens de bouw om mogelijk overlast te beperken.
7.2
Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro
Ten behoeve van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het bestemmingsplan toegezonden aan de vooroverlegpartners (o.a. de provincie en het hoogheemraadschap). Van de volgende partijen is een reactie ontvangen: • Hoogheemraadschap Rijnland • Veiligheidsregio Hollands Midden • Omgevingsdienst West-Holland 7.2.1 Hoogheemraadschap Rijnland Het hoogheemraadschap geeft in haar reactie aan dat voor de toename aan verhard oppervlak 15% watercompensatie nodig is binnen hetzelfde peilvak. Voor de werkzaamheden is een watervergunning nodig, zoals ook is aangegeven in de waterparagraaf. Gevraagd wordt om in het ontwerpbestemmingsplan in te gaan op waar de watercompensatie wordt gerealiseerd. Beantwoording De initiatiefnemer Liander is nog aan het onderzoeken waar de watercompensatie het beste kan worden gerealiseerd. De exacte plek is nog niet aan te geven. Ook wordt nog nagedacht over de mogelijke inzet van waterdoorlatende verharding om de infiltratiemogelijkheden te vergroten. Er wordt nog gewerkt aan een gedetailleerdere uitwerking van de inrichting van het terrein en de ligging van de kabels van het huidige onderstation en de uitbreiding. In het kader van de watervergunning wordt afgestemd met het hoogheemraadschap en wordt de watercompensatie-opgave uitgewerkt.
7.2.2 Veiligheidsregio Hollands Midden De Veiligheidsregio Hollands Midden geeft in haar reactie advies om de kans op incidenten te verkleinen, de effecten te beperken en/of de zelfredzaamheid van de aanwezigen en het optreden van de hulpdiensten te verbeteren. Hiervoor geven ze twee concrete aandachtspunten: • Gevraagd wordt om meer informatie over hoe bij het bouwplan rekening wordt gehouden met het zo goed mogelijk in stand houden van de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening. Omdat het een dergelijke belangrijk vitale locatie is, is het wenselijk voor de realisatie en verlening van de vergunning met Liander B.V. in gesprek te gaan over de verdere uitwerking hiervan. In het bijzonder wordt gevraagd aandacht te besteden aan het overstromingsgevaar en de nabijgelegen propaantanks. Hiermee kan ook meer duidelijkheid ontstaan op de mogelijke keteneffecten voor de omgeving. • Ten aanzien van de bestrijdbaarheid van een gebouwbrand is het benodigd dat de gemeente nagaat of het open water bruikbaar is als bluswater.
Bestemmingsplan Vriezenweg 10B Leimuiden, Vastgesteld
28/30
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Beantwoording De initiatiefnemer Liander gaat in gesprek met de Veiligheidsregio Hollands Midden. Belangrijk is dat er in het ontwerp voor is gekozen om aan de westzijde, de zijde waar de propaantanks zijn gelegen, een dichte wand te plaatsen. De wand beschermt de transformatoren bij een incident met de tanks. Om dit aspect planologisch te borgen, is deze verplichting ook in de regels van het bestemmingsplan opgenomen. Voor het blussen van brand op het onderstation is water geen optie, gelet op de elektrische installaties. 7.2.3 Omgevingsdienst West-Holland De Omgevingsdienst West-Holland geeft advies over het bestemmingsplan. Ze concluderen het volgende: • De paragrafen 4.4 Bodemkwaliteit, 4.8 Bedrijven en milieuzonering, 4.9 Geluid en 4.11 Luchtkwaliteit van de toelichting zijn akkoord. • De paragrafen 4.6 Natuur, 4.12 Externe veiligheid en 4.13 Besluit milieueffectrapportage moeten aangevuld worden. o 4.6 Natuur: er dient in te worden gegaan op de zorgplichtmaatregelen om kolonisatie door de rugstreeppad te voorkomen. o 4.12 Externe veiligheid: Vanwege de risico’s van de propaantanks en het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N207 wordt geadviseerd om in de regels te borgen dat de opening van de transformatorruimte aan de oostzijde komt en de westzijde dicht is.
o 4.13 Besluit milieueffectrapportage: De Omgevingsdienst is van oordeel dat er wel sprake is van een activiteit de is genoemd in de in lijst C of lijst D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., namelijk ‘D9 Landinrichting’. In kolom 1 is aangegeven dat deze activiteit geldt ‘In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 1° een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of’. Omdat deze wijziging heel kleinschalig van aard is, zeker in relatie tot de drempelwaarde, betreft het hier uitbreiding waarvoor het Besluit m.e.r. niet is bedoeld. De eindconclusie dat geen m.e.r.- beoordelingsbesluit nodig is wordt onderschreven. • Er hoeft geen (vormvrij) m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen. • De planregels en verbeelding zijn akkoord. • Het uitgevoerde milieuhygiënisch vooronderzoek, het rapport toetsing natuurwetgeving en de uitgevoerde Aerius-berekeningen zijn akkoord. Beantwoording Paragraaf 4.6 Natuur wordt aangevuld met de zorgplichtmaatregelen om de kolonisatie van de rugstreeppad te voorkomen. Paragraaf 4.12 wordt aangevuld met de informatie die de omgevingsdienst heeft aangeleverd over het transport van gevaarlijke stoffen over de N207. En er is voor gekozen om planologisch te borgen dat de opening van de transformatorruimte niet aan de oostzijde komt.
Deze verplichting is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen. De opmerking van de omgevingsdienst ten aanzien van paragraaf 4.13 wordt niet opgevolgd. Het bestemmingsplan maakt geen water, natuur, recreatie of landbouw mogelijk. Het gaat in de beoordeling of de activiteit in de C of D-lijst staat om de activiteit die het bestemmingsplan mogelijk maakt (de realisatie van een transformatorstation), niet om de huidige functie. Zo gaat het ook om een beoordeling van de milieugevolgen van de nieuwe functie, niet de bestaande functie. De overige opmerkingen worden voor kennisgeving aangenomen.
Bestemmingsplan Vriezenweg 10B Leimuiden, Vastgesteld
29/30
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 13 mei tot en met 23 juni 2021 ter inzage gelegen voor eenieder om te reageren. In deze periode is één zienswijze ontvangen op het plan. De zienswijze is samengevat en beantwoord in de Nota van Beantwoording zienswijzen, welke als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. De zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Vriezenweg 10B Leimuiden, Vastgesteld
30/30
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl