CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1884.BPVEENWETERING2021-VAS1_REGELS EN TOELICHTING

Gemeenteraad 11 april 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan Veenwetering 202131.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Over het algemeen geldt dat de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan in de verbeelding is weergegeven ter plaatse van de aanduidingen ‘maximum goothoogte (m)’ en ‘maximum bouwhoogte (m)’. Naast bouwregels zijn er tevens gebruiksregels opgenomen. Daarin is onder meer een hoogtebeperking opgenomen voor buitenopslag van goederen. Bedrijventerrein Bij het opstellen van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen A4’ is abusievelijk een gedeelte van het perceel De Lasso 5 buiten het plangebied gelaten. Derhalve zijn de betreffende gronden in het voorliggende bestemmingsplan betrokken. Overeenkomstig het aangrenzende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen A4’ is het achterste gedeelte van het perceel voorzien van de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Deze bestemming is inhoudelijk een-op-een voorgenomen uit het aangrenzende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen A4’, zodat een eenduidige regeling voor het gehele perceel geldt. Gemengd – 1 De bestemming ‘Gemengd – 1’ is opgenomen voor het voorzieningencluster dat op de hoek Alkemadelaan – Sotaweg is gelegen. De gronden met deze bestemming zijn onder meer bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, wonen en kantoren of praktijkruimten. Daarnaast zijn de verschillende vormen van horeca specifiek aangeduid op de verbeelding.

Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, waarbij voldaan moet worden aan de maatvoeringseisen voor gebouwen. Daarnaast is er een regeling opgenomen voor bijbehorende bouwwerken bij woningen. Gemengd – 2 De bestemming ‘Gemengd – 2’ is onder meer opgenomen voor het voorzieningencluster rond De Watertoren. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, kantoren en wonen. De aanwezige detailhandelszaken zijn specifiek aangeduid op de verbeelding. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, waarbij voldaan moet worden aan de maatvoeringseisen voor gebouwen. Daarnaast is per bouwvlak het maximum aantal wooneenheden aangegeven. Voor grondgebonden woningen is een erfbebouwingsregeling opgenomen.

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Toelichting Vaststelling

Groen Voor structureel groen is de bestemming ‘Groen’ opgenomen. Aangegeven is dat ter plaatse geen gebouwen mogen worden opgericht. Het groene karakter van deze gronden dient, binnen in het plan gestelde voorwaarden, zoveel mogelijk behouden te blijven. Binnen de bestemming zijn de gronden onder meer bestemd voor de aanleg van groenstroken en beplanting, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Kantoor De bestemming ‘Kantoor’ is opgenomen voor het kantoor op de hoek Alkemadelaan – Stationsstraat. Binnen deze bestemming zijn de gronden uitsluitend bestemd voor kantoren. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, dat volledig mag worden bebouwd. De toegestane bouwhoogte is op de verbeelding weergegeven. Maatschappelijk Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn de gronden bestemd voor maatschappelijke voorzieningen. De begraafplaats en kerk zijn voorzien van een specifieke functieaanduiding. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, dat volledig bebouwd mag worden. De toegestane bouwhoogte is op de verbeelding weergegeven. Recreatie – Verblijfsrecreatie De verblijfsrecreatieve eenheden aan de Wilgenstraat 22 en Essenstraat 1a zijn overeenkomstig de geldende bestemmingsplannen voorzien van de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’.

Binnen deze bestemming zijn de gronden onder andere bestemd voor het uitoefenen van activiteiten gericht op dag- en/of verblijfsrecreatie, alsmede de daarbij behorende voorzieningen, verblijfsrecreatieve studio's en bedrijfswoningen. Daarnaast zijn de gronden mede bestemd voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep en aanlegfaciliteiten voor boten. De regeling is inhoudelijk een-op-een overgenomen uit de geldende bestemmingsplannen. Sport De sportvelden zijn voorzien van de bestemming ‘Sport’. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor sport- en recreatievoorzieningen, sportvelden voor buitensporten en bij deze voorzieningen behorende ondergeschikte horeca. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, dat volledig mag worden bebouwd. De toegestane bouwhoogte is op de verbeelding weergegeven. Tuin De voortuinen van woningen zijn zoveel mogelijk voorzien van de bestemming ‘Tuin’. Binnen deze bestemming zijn de gronden onder andere bestemd voor tuinen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en insteekhavens. De bouwmogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt. Verkeer De in het plangebied voorkomende wegen, straten en paden met een verkeers- of verblijfsfunctie zijn voorzien van de bestemming ‘Verkeer’.

Binnen de bestemming kan medewerking worden verleend aan een herinrichting/herprofilering en zijn onder andere parkeer-, groen- en speelvoorzieningen alsmede waterberging en watergangen mogelijk. Binnen deze bestemming zijn de bouwmogelijkheden zeer beperkt.

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Toelichting Vaststelling

Water De watergangen in het plangebied hebben de bestemming ‘Water’ gekregen. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor sloten, vaarten (en daarmee gelijk te stellen waterlopen) en waterpartijen. Ten behoeve van de bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht zoals duikers, bruggen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen voor de woningen in het plangebied. Voor de bebouwingsmogelijkheden wordt een onderscheid gemaakt in het hoofdgebouw van de woning, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met inachtneming van het toegestane woningtype. Uitgangspunt is dat het bestaande aantal woningen niet mag worden vergroot. De toegestane goot- en bouwhoogten van hoofdgebouwen zijn weergegeven op de verbeelding. Voor bijbehorende bouwwerken bij woningen is aansluiting gezocht bij de landelijke regelgeving. Binnen de bestemming zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen om incidenteel de bouwmogelijkheden te vergroten. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen, is een maximale maatvoering opgenomen. Hierbij is bepaald dat erfafscheidingen in het achtererfgebied tot een hoogte van 2 meter mogen worden opgericht.

Voor het overige deel van het perceel (voor de voorgevel) geldt dat erfafscheidingen tot 1 meter hoogte mogen worden opgericht. Leiding – Riool Voor de aanwezige riool(pers)leiding(en) in het plangebied is de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ opgenomen. De betreffende gronden zijn primair bestemd voor een rioolpersleiding met de daarbij behorende bouwwerken en andere bouwwerken. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van de bouwbepalingen voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemming, op voorwaarde dat advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Ter plaatse van de dubbelbestemming is een (omgevings)vergunning vereist voor het uitvoeren van werkzaamheden die de belangen van de leidingbeheerder kunnen schaden. Waarde – Archeologie 1 en 3 De dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’ zijn opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden. Voor de verschillende verwachtingswaarden zijn verschillende bestemmingen opgenomen: ‘Waarde – Archeologie 1 en 3’ (zie ook paragraaf 4.10). Voor een aantal werkzaamheden op of in deze gronden is een omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) vereist in het kader waarvan een afweging kan worden gemaakt tussen de activiteit en de te beschermen waarden.

De voorwaarden voor wanneer een omgevingsvergunning is vereist is afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarden en gedifferentieerd in de verschillende dubbelbestemmingen. Waterstaat – Waterkering Deze dubbelbestemming is opgenomen voor de gronden die een waterkerende functie hebben. Voor de bestemming is sprake van een zogenoemde dubbelbestemming waarbij de waterkerende functie primair is gesteld ten opzichte van de andere aangegeven bestemmingen. Op deze gronden is tevens de Keur van het hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing.

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Toelichting Vaststelling

Eventuele toekomstige ontwikkelingen binnen de bestemming zijn slechts toelaatbaar indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de waterkering. Het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de secundaire bestemmingen is afhankelijk gesteld van een door burgemeester en wethouders te verlenen omgevingsvergunning voor afwijken. Alvorens bij omgevingsvergunning afwijking te verlenen wordt ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten advies ingewonnen bij het hoogheemraadschap. Naast de bepalingen van het bestemmingsplan zal, op grond van de keurbepalingen, bij het oprichten van bebouwing dan wel het uitvoeren van een aantal werken en/of werkzaamheden tevens een watervergunning van het hoogheemraadschap nodig zijn. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, diverse aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden.

Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen en kelders. Daarnaast zijn er regels opgenomen ten aanzien van ondergronds bouwen en bestaande afstanden en maten. Voor zover in de bestemmingsregels geen specifieke parkeernorm is opgenomen, is in de algemene bouwregels een regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Indien op grond van één van de in het voorliggende plan opgenomen bestemmingen wordt gebouwd, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het vigerende gemeentelijke parkeerbeleid. Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen 2018’. Indien deze parkeernota in de toekomst herzien wordt, dient getoetst te worden aan het meest recente gemeentelijke parkeerbeleid. Algemene gebruiksregels In dit artikel is in algemene zin aangegeven wanneer sprake is van strijdig gebruik met de regels uit het bestemmingsplan. Daarnaast is een regeling opgenomen voor aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven (afwijkingsbevoegdheid) Algemene aanduidingsregels Aanvullend op de (algemene) bouwregels gelden enkele bijzondere bouwbepalingen die met een aanduiding in de geometrische plaatsbepaling zijn weergegeven. Voor de Googermolen – ten noordwesten van het plangebied – is een vrijwaringszone opgenomen teneinde de windvang van de molen te waarborgen.

Deze regeling voorkomt dat binnen een afstand van 400 meter tot het middelpunt van de molen nieuwe bebouwing worden opgericht met een hoogte die meer bedraagt dan 1/100 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek.

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Toelichting Vaststelling

Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier onder meer een standaardregeling die beperkte afwijkingen in de maatvoering bij de uitvoering van bouwplannen mogelijk maakt. Daarnaast is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor de bouw van openbare nutsvoorzieningen, kunstobjecten en andere nutsgebouwen. Ook is er een algemene afwijking opgenomen voor de realisatie van openbare recreatieve voorzieningen en bed & breakfast-accommodaties. Algemene wijzigingsregels Een wijzigingsbevoegdheid is onder voorwaarden opgenomen voor geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmeting van bestemmingsgrenzen met niet meer dan 10%. Tevens is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van de realisatie van een bed & breakfastaccommodatie. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 6.3

Overig Geometrische plaatsbepaling en verbeelding Voor het tekenen van de verbeelding is een topografische ondergrond gebruikt. Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van geometrisch bepaalde bestemmingen. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Ook maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Toelichting Vaststelling

7

Uitvoerbaarheid

7.1

Economische uitvoerbaarheid

7.1.1

Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt het noordelijke deel van de samengegroeide kernen Roelofarendsveen en Oude Wetering van een actueel juridisch-planologisch kader voorzien. Omdat het voorliggende bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan worden door de gemeente gedragen.

7.1.2

Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ is opgesteld om te voorzien in een eenduidige en uniforme juridische regeling voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied. Er is qua systematiek aangesloten bij recente bestemmingsplannen binnen de gemeente. In de regeling die is opgenomen in het bestemmingsplan zijn de vigerende rechten gecontinueerd. Gelet hierop wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht.

7.3

Handhaving De aandacht voor handhaving neemt de laatste jaren sterk toe. Zowel de hogere overheden als de inwoners spreken de gemeente in toenemende mate aan op het handhaven van de eigen regels en de rechter spreekt zich nadrukkelijk uit over de verplichtingen die gemeentebesturen hebben om de eigen regelgeving te handhaven. Het bestemmingsplan vervult een aantal functies op het gebied van handhaving. Een bestemmingsplan is toekomstgericht. Het geeft een beeld van de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen en verwoordt het gemeentelijk beleid ten opzichte van de ontwikkelingen. Eveneens functioneert het bestemmingsplan als toetsingskader voor bouwplannen en andere werkzaamheden. Hierdoor is het bestemmingsplan bindend voor inwoner, bedrijven, instanties en overheid. Om ervoor te zorgen dat handhaving van het bestemmingsplan in de praktijk met succes kan worden afgedwongen, dient aan het volgende te worden voldaan: • De regels en het kaartmateriaal moeten duidelijk en overzichtelijk zijn; • Regels moeten zodanig zijn dat duidelijk is wanneer er sprake is van een overtreding en overtredingen moeten herkenbaar/zichtbaar én controleerbaar zijn; • Het plan dient uitvoerbaar te zijn.

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Toelichting Vaststelling

De grondslag voor een goed werkend handhavingsbeleid wordt gevormd door een grondige inventarisatie van de feitelijke situatie (grondgebruik, bebouwing) van het plangebied bij de opstelling van het bestemmingsplan en een deugdelijk mutatiesysteem bij de uitvoering van het bestemmingsplan. Onderdeel van dit mutatiesysteem is een goede registratie van verleende omgevingsvergunningen. Bij de opstelling van dit bestemmingsplan heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de feitelijke situatie. Daarnaast vindt registratie plaats van verleende omgevingsvergunningen. Handhaving kan plaatsvinden via publiekrechtelijke, privaatrechtelijke en strafrechtelijke weg. Dit laatste is afhankelijk van het Openbaar Ministerie. In het ruimtelijk bestuursrecht is de gemeente op grond van de Gemeentewet bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van ontwikkelingen die strijdig zijn met de bepalingen van het bestemmingsplan. Deze vormen van handhaving vallen onder de zogenoemde repressieve handhaving. Hiermee wordt gedoeld op de middelen en/of het instrumentarium waarmee de gemeente naleving kan afdwingen, dan wel tegen normafwijkend gedrag correctief kan optreden. Daarnaast wordt onderscheiden de preventieve handhaving. Deze komt voornamelijk tot uitdrukking in het toezicht op het gebruik van gronden en gebouwen.

Preventieve handhaving geschiedt over het algemeen door informele middelen waaronder bijvoorbeeld informeel contact tussen de met handhaving belaste personen en de grondgebruikers. Hoewel het effect van dergelijke middelen niet goed meetbaar is, wordt aan deze middelen toch zeker betekenis toegekend. Daarnaast zijn in het bestemmingsplan instrumenten van toezicht opgenomen. Gedoeld wordt op afwijkingsbevoegdheden, de bevoegdheid nadere eisen te stellen en de mogelijkheid omgevingsvergunningen te verlenen. Deze instrumenten maken een toetsing mogelijk voordat met de beoogde activiteit (bouwen, gebruiken, het verrichten van werken en/of werkzaamheden) een aanvang wordt gemaakt. De te nemen besluiten op basis van de genoemde bevoegdheden dienen te berusten op een deugdelijke motivering.

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Toelichting Vaststelling

8

Procedure

8.1

Voorbereidingsfase

8.1.1

Overleg Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en hoogheemraadschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het voorliggende bestemmingsplan toegezonden aan diverse overlegpartijen: de provincie Zuid-Holland, het hoogheemraadschap van Rijnland, de veiligheidsregio Hollands Midden en de omgevingsdienst West-Holland. De ontvangen reacties zijn verwerkt in dit bestemmingsplan.

8.1.2

Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan ligt gedurende zes weken ter inzage. Gedurende de tervisielegging kunnen inwoners en belanghebbenden schriftelijke of mondelinge inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan indienen. Deze reacties worden samengevat en van een reactie voorzien in de ‘Nota van inspraak- en vooroverlegreacties’, die als separate bijlage bij dit bestemmingsplan zal worden gevoegd.

8.2

Ontwerpfase Na afronding van het vooroverleg start de formele bestemmingsplanprocedure. De eventuele aanpassingen die volgen uit de ingediende reacties worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Indien nodig worden er ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ook moeten de stukken met de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties worden toegezonden (artikel 3:13 Awb), of er moet worden aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving).

8.3

Vaststellingsfase Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Toelichting Vaststelling

Bijlage 1 Nota inspraakreacties, oktober 2021

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Toelichting Vaststelling

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Nota inspraakreacties

oktober 2021

Pagina 1 van 3

Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ heeft van 15 juli t/m 25 augustus 2021 ter inzage gelegen. In deze periode zijn in totaal drie inspraakreacties ontvangen. De inspraakreacties worden hieronder verwoord en beantwoord. Twee inspraakreacties hebben geleid tot een wijzing van de verbeelding van het bestemmingsplan. De provincie Zuid-Holland, het hoogheemraadschap van Rijnland, de veiligheidsregio Hollands Midden en de omgevingsdienst West-Holland zijn akkoord. Inspraakreactie 1 – 50kV-kabelverbindingen 1. In de inspraakreactie wordt aangeven dat de Op basis van de informatie die door de indiener van de in het plangebied gelegen 50kVinspraakreactie is versterkt zal er een dubbelbestemming kabelverbinidngen niet zijn opgenomen in het worden opgenomen om de 50kV-kabelverbindingen te voorontwerpbestemmingsplan. Gevraagd beschermen. wordt om de verbindingen aan te duiden en daar vervolgens regels aan te verbinden Dit punt van de inspraakreactie leidt tot een aanpassing van waarmee gebruiksbeperkingen worden de verbeelding van het bestemmingsplan. gesteld aan de grond. Inspraakreactie 2 – Westeinde 10, Roelofarendsveen 1. In de inspraakreactie wordt gevraagd om de De bestemming Bedrijf doet geen recht aan de feitelijke bedrijfsbestemming ter hoogte van Westeinde situatie.

Daarom zal een gedeelte van deze bestemming 10 in Roelofarendsveen om te zetten naar een worden omgezet naar de bestemming Tuin en Wonen. De woonbestemming. Het gaat hier om een maatvoering van de bestaande bebouwing wordt ondervangen voormalige bedrijfswoning die niet meer als door artikel 21.4 van het bestemmingsplan ‘Veenwetering zodanig wordt gebruikt. Specifiek gaat het om 2021’. het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Alkemade, sectie B en nummer Dit punt van de inspraakreactie leidt tot een aanpassing van 6381. de verbeelding van het bestemmingsplan. 2. Vervolgens wordt nog de opmerking gemaakt Deze bestemming blijft gehandhaafd. dat de achterliggende percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Alkemade, sectie Dit punt van de inspraakreactie heeft niet geleid tot een B en nummers 5690 en 6362 wel de aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan. bestemming Bedrijf dienen te behouden met de nadere aanduiding aannemersbedrijf waarbij bedrijven t/m categorie 3.1 zijn toegestaan. Inspraakreactie 3 – Dijkstraat 16, Roelofarendsveen 1. De indiener van de inspraakreactie vraagt om De indiener van de inspraakreactie heeft eerder een een algemene regel voor het splitsen van principeverzoek ingediend voor het slopen van de bestaande woningen op te nemen, zodat hij zijn woning woning en wil daarvoor in de plaats een twee-onder-eenaan Dijkstraat 16 kan splitsen.

Vervolgens kapwoning te bouwen. Op 10 maart 2020 heeft het college een wordt verzocht om aan de Dijkstraat 16 in positieve grondhouding aangenomen t.o.v. dit verzoek, maar Roelofarendsveen de aanduiding ‘vrijstaand’ daar wel enkele voorwaarden aan verbonden, namelijk dat: te vervangen voor ‘twee-onder-een-kap’ en Het aantal type woningen passend dienen te zijn binnen het aantal toegestane wooneenheden te de Regionale Woonagenda van Holland Rijnland; vermeerderen naar twee Het initiatief milieuhygiënisch inpasbaar is; Het initiatief in een ruimtelijke onderbouwing nader uitgewerkt wordt waarin naast de woonfunctie ook ontsluiting, parkeren en overige inrichting van het perceel (o.a. met betrekking tot groen) ingevuld wordt; De initiatiefnemer verplichten om de door de gemeente opgestelde brief te versturen naar de belanghebbenden en een schriftelijk verslag toe te voegen, waarin de reacties van omwonenden zijn opgenomen en waarin

Pagina 2 van 3

wordt aangegeven welke invloed de reacties op het initiatief hebben (gekregen). Bij het indienen van de inspraakreactie is niet voldaan aan deze voorwaarden. Op het moment dat wordt aangetoond dat kan worden voldaan aan deze voorwaarden is het mogelijk om de bestemming te wijzigen ter hoogte van het perceel gelegen aan de Dijkstraat 16 in Roelofarendsveen. Daarnaast wordt opgemerkt dat de plannen van de initiatiefnemer zijn gewijzigd. Het is niet langer de bedoeling dat de bestaande woning wordt gesloopt, maar wordt verbouwd naar twee zelfstandige woningen. Dezelfde voorwaarden blijven gelden en de indiener van de inspraakreactie zou dit ten tijde van het ter visie leggen van het ontwerp kunnen aantonen middels een zienswijze.

Pagina 3 van 3

Bijlage 2 Nota van beantwoording zienswijzen, februari 2022

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Toelichting Vaststelling

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Nota van beantwoording zienswijzen

februari 2022

Pagina 1 van 6

Het ontwerpbestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ heeft van 21 oktober t/m 1 december 2021 ter inzage gelegen. In deze periode zijn in totaal vier zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn hieronder samengevat en beantwoord. Twee zienswijzen hebben geleid tot een wijziging van de verbeelding en regels van het bestemmingsplan. De provincie Zuid-Holland, het hoogheemraadschap van Rijnland, de veiligheidsregio Hollands Midden en de Omgevingsdienst West-Holland zijn akkoord. Zienswijze 1 betreffende Aak 79, Oude Wetering 1. Reclamant verzoekt de gemeente om de De gemeente heeft recentelijk een strookje grond naast bestemming van het stukje grond naast de woning op het adres Aak 79 te Oude Wetering hun woning dat zij recentelijk hebben verkocht aan de eigenaren van die woning. Het is aangekocht te wijzigen naar Wonen/Tuin. wenselijk de bestemming hier op aan te passen. De zienswijze leidt tot een aanpassing van de verbeelding van het bestemmingsplan. Zienswijze 2 betreffende De Alkeburcht (Noordhoek 19, Roelofarendsveen) 1. Reclamant stelt dat voor de horecaIn vergunning W2019/045 is een voorwaarde verbonden activiteiten bij de Alkeburcht (Wilgenstraat aan de omgevingsvergunning: dat de te vestigen horeca 38a-c en Noordhoek 19) de verkeerde aan de zijde van de Wilgenstraat (polderniveau) horecacategorieën zijn aangehouden.

Via maximaal mag voldoen aan de volgende omschrijving de vergunningen W2019/045 en “Een inrichting die is gericht op het verstrekken aan de W2019/137 zouden horecacategorie 2 en verbruiker van en het al dan niet ter plaatse gebruiken 3 van toepassing zijn i.p.v. 6 en 7. van al dan niet ter plaatse bereide, kleine etenswaren; het accent ligt op de verkoop van al dan niet ter plaatse bereide, kleine etenswaren;”. Deze definitie komt overeen met horecacategorie 6 van de Staat van Horeca-activiteiten. In vergunning W2019/137 is een voorwaarde verbonden aan de omgevingsvergunning: de omvang van de te vestigen (zelfstandige) horeca moet voldoen aan de volgende omschrijving “Een inrichting die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en waarvan het sluitingsuur later dan 21:00 uur ligt;”. Deze definitie komt overeen met horecacategorie 7 van de Staat van Horeca-activiteiten. Dit punt van de zienswijze leidt tot een aanpassing van de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan. De aanduidingen op de verbeelding zullen gewijzigd worden naar ‘specifieke vorm van horeca - horeca van categorie 6’ en ‘specifieke vorm van horeca - horeca van categorie 7’. In artikel 6.1 van de regels onder d en e zullen de volgende regels worden opgenomen: d.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca van categorie 6': tevens voor een horecabedrijf in categorie 6 zoals bedoeld in Bijlage 1 Staat van Horeca-activiteiten, uitsluitend op de begane grond (polderniveau);

Pagina 2 van 6

2.

Reclamant vraagt aanvullend om de functieaanduiding ‘horeca van categorie 2 en 3’ op te nemen. En gaat daarbij in op een tweetal aspecten, namelijk bedrijven en milieuzonering en verkeer en parkeren.

e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca van categorie 7’: tevens voor een horecabedrijf in categorie 7 zoals bedoeld in Bijlage 1 Staat van Horeca-activiteiten, uitsluitend op de tweede bouwlaag (1e verdieping). Voor dit verzoek is eerder een principeverzoek ingediend en op 13 juli 2021 heeft het college zich hier in principe positief over uitgesproken. Aan deze positieve grondhouding waren enkele voorwaarden verbonden, namelijk dat het parkeren conform de Nota Parkeernormen 2018 kan worden opgelost, de nieuwe horecafunctie verenigbaar is met de omliggende woningen en de woningen in het pand zelf (bedrijven en milieuzonering) en de buurt geïnformeerd wordt over het initiatief. Parkeren Voor het parkeervraagstuk is een berekening gemaakt. Gekeken is naar het moment ten tijde van de overname van de Alkeburcht door de huidige eigenaren. Op dat moment bedroeg de parkeerbehoefte 47,1 parkeerplekken. Vervolgens is er gekeken naar hoeveel parkeerplekken er nodig zijn als het theater in gebruik is en hoeveel als het restaurant is gebruik is. De functies kunnen nooit tegelijktijdig gebruikt worden, omdat dit qua ruimtes niet mogelijk is. Voor de theaterfunctie is er een parkeerbehoefte van 46,3 parkeerplekken en voor de restaurantfunctie is er een behoefte van 48,5 parkeerplekken.

Theoretisch gezien zou er 1,4 (dus eigenlijk 2) parkeerplekken extra gerealiseerd moeten worden om de restaurantfunctie toe te kunnen staan. Gelet op de bestaande situatie wordt het ingewikkeld om twee extra parkeerplekken te realiseren. Om de restaurantfunctie toe te staan zal er dus afgeweken moeten worden van de Nota Parkeernomen 2018. Dit kan op basis van de hardheidsclausule die is opgenomen in de beleidsregel. Onderbouwd moet dan worden waarom van de parkeernorm kan worden afgeweken. Hiervoor worden de volgende redenen aangedragen: - De locatie valt volgens de kaart die als bijlage bij de Nota Parkeernormen zit binnen het gebied ‘rest bebouwde kom’. Een uitsnede van deze kaart in op de volgende pagina terug te vinden. De locatie van de Alkeburcht is hierop met een groene cirkel aangegeven. Volgens de kaart valt de locatie dus in het gebied ‘rest bebouwde kom’ terwijl ook beargumenteerd zou kunnen worden dat dit feitelijk nog ‘centrum’ is. Dit gelet op de verschillende functies en de betreffende

Pagina 3 van 6

locatie van het pand. Als voor de berekening de normen die gelden in de zone ‘centrum’ gehanteerd worden, dan blijft de parkeerbehoefte van de restaurantfunctie wel binnen de oude situatie.

-

-

Het theater, de vergaderruimtes en het restaurant/de lunchroom kennen een lokale doelgroep van klanten. Dit betekent dat verhoudingsgewijs veel bezoekers naar verwachting wandelend en fietsend zullen komen. Vanuit de benadering van winkels op het Noordeinde en voor bezoek van het gemeentehuis wordt overdag regulier gebruik gemaakt van de parkeerplaats aan de Noordhoek. Parkeren voor de Alkeburcht (theater en evenementen) vindt plaats op dezelfde parkeerplaats, maar op andere tijdstippen.

Sec gezien kan dus niet worden voldaan aan de Nota Parkeernormen 2018. Wel wordt er aanleiding gezien om hier van af te wijken, zoals hierboven uiteengezet. Bedrijven en milieuzonering De argumentatie waarom de nieuwe horecafunctie passend is binnen de bestaande omgeving is opgestuurd naar de Omgevingsdienst West-Holland. In hun advies van 13 januari 2022 geven zij aan dat uit de motivering niet blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Naar aanleiding van dit advies

Pagina 4 van 6

heeft er op 20 januari 2022 een gesprek plaatsgevonden met de omgevingsdienst, gemeente en de initiatiefnemer. Hieruit kwam naar voren dat horecacategorie 2 kon worden opgenomen voor het gehele pand, maar horeca-categorie 3 (die ook gelegenheid geeft tot dansen) enkel mogelijk zou moeten zijn in het deel van het pand dat is ingericht als theaterzaal. Naar aanleiding van het gesprek van 20 januari heeft de omgevingsdienst opnieuw geadviseerd over de ingediende zienswijze. Horeca-categorie 2 kan worden opgenomen voor het gehele pand en horeca-categorie 3 kan enkel worden opgenomen voor het deel van het pand dat is ingericht als theaterzaal. Informeren omwonenden De initiatiefnemer heeft de buurtbewoners middels een brief op de hoogte gesteld van het initiatief. Aan dit vereiste is voldaan. Dit punt van de zienswijze leidt tot een aanpassing van de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca horeca van categorie 2’ wordt opgenomen voor het gehele pand en een functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca - horeca van categorie 3’ wordt opgenomen voor enkel de theaterzaal. Zienswijze 3 betreffende Spoorstraat 17, Roelofarendsveen 1. Reclamant streeft naar het verkrijgen van Bij optie 1 wordt de woning feitelijk verlengd en de kap een extra kamer op de eerste verdieping doorgetrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrens.

Dit en daarmee het vergroten van de heeft ruimtelijk gezien weinig impact op het straatbeeld. leefruimte in zijn woning op het adres Bij optie 2 wordt een gewijzigde dakvorm beoogd nadat Spoorstraat 17 te Roelofarendsveen. Om er aan de achterzijde een aanbouw is gerealiseerd. dit te kunnen realiseren heeft reclamant Vanuit ruimtelijk oogpunt is het niet wenselijk om een twee alternatieven bedacht: dergelijk wijziging toe te staan. 1. Het verlengen van de woning/kap aan de zijkant, richting het westen. In het kader van uniformiteit in het bestemmingsplan 2. Het anders vormgeven van de kap na wordt het bouwvlak echter ongewijzigd gelaten. Immers, het bouwen van een aanbouw aan de anders zouden – in het kader van precedentwerking – achterzijde van de woning. ook de bouwvlakken van de overige tweekappers in de Reclamant verzoekt om het bouwvlak van Spoorstraat vergroot moeten worden. Bovendien kan zijn woning uit te breiden richting het een dergelijke aanvraag vergund worden d.m.v. een westen (t.b.v. optie 1) of richting het buitenplanse afwijking (kruimelgeval). Dit is ook richting zuiden (t.b.v. optie 2), om zo de beoogde omwonenden een zuiverder proces. Zij kunnen bij een verbouwing mogelijk te kunnen maken. vergunning namelijk bezwaar maken bij de gemeente, terwijl zij bij een bestemmingsplanwijziging in deze fase direct beroep aan zouden moeten tekenen bij de Raad van State.

De zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan. Zienswijze 4 betreffende Maria Presentatiekerk (Pastoor Onelplein 1, Roelofarendsveen)

Pagina 5 van 6

1.

Reclamant geeft aan bezig te zijn met een nieuw bestemmingsplan voor de Maria Presentatiekerk aan het Pastoor Onelplein in Roelofarendsveen. Reclamant geeft aan dat er vorig jaar als een informeel overleg over is geweest en is op de hoogte van de beoogde herbestemming van het kinderdagverblijf op het aangrenzende perceel (Pastoor Onelplein 5). Reclamant verzoekt in overleg met hen de nadere uitwerking van de herontwikkeling van de kerk in het bestemmingsplan op te nemen.

Het potentieel van deze (her)ontwikkeling wordt gezien. Echter, het is niet mogelijk/wenselijk een dergelijke wijziging van de bestemming door te voeren in het bestemmingsplan zonder onderbouwing. Er dient minimaal een positief collegebesluit op een principeverzoek en een uitgewerkte ruimtelijke onderbouwing aan ten grondslag te liggen. Zodra een dergelijke onderbouwing is opgesteld zou de bestemming wellicht gewijzigd kunnen worden, maar voor nu komt dat nog te vroeg. De zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Pagina 6 van 6

Gemeente Kaag en Braassem Bestemmingsplan ‘‘Veenwetering 2021” Regels

April 2022

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

2 2 10

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20

Bestemmingsregels Bedrijf Bedrijventerrein Gemengd - 1 Gemengd - 2 Groen Kantoor Maatschappelijk Recreatie - Verblijfsrecreatie Sport Tuin Verkeer Water Wonen Leiding - Hoogspanning Leiding - Riool Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 3 Waterstaat - Waterkering

12 12 15 18 20 22 24 25 27 29 30 32 34 36 39 41 43 45 47

Hoofdstuk 3 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

48 48 49 51 53 54 56

Hoofdstuk 4 Artikel 27 Artikel 28

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

57 57 58

Bijlage 1

Staat van Horeca-activiteiten

59

Bijlage 2

Staat van Bedrijfsactiviteiten

60

Bijlage 3

Nota Parkeernormen 2018

82

2

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 1.1

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Veenwetering 2021 van de gemeente Kaag en Braassem. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1884.BPVEENWETERING2021-VAS1 met de bijbehorende regels en bijlagen.

Verdere begrippen in alfabetische volgorde: 1.3

aan huis verbonden bedrijf:

een bedrijf of het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, waaronder een kappersbedrijf, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Detailhandel valt hier niet onder; 1.4

aan huis verbonden beroep:

de uitoefening van een beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied in een woning of bijgebouw, waarbij de woning overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7

achtererfgebied:

erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,0 m van de voorkant van het hoofdgebouw; 1.8

antenne-installatie:

installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.9

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Regels Vaststelling

3

1.10

bebouwingspercentage:

de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel; 1.11

bed & breakfast:

de verzameling van voor publiek toegankelijke, besloten ruimtes waarin al dan niet bedrijfsmatig logies wordt verstrekt en in directe relatie daarmee ontbijt wordt aangeboden als nevenfunctie van de bestaande geldende bestemming; 1.12

bedrijfsmatige activiteiten:

handelingen voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep; 1.13

bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) één of meer personen, wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw en/of terrein; 1.14 

 

bestaand:

bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden krachtens een verleende bouw- of omgevingsvergunning; bij gebruik: het op het tijdstip van het in werking treden van het plan legaal aanwezige en/of vergunde gebruik; bij afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen: legale afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die op het tijdstip van in werking treden van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.15

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.16

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17

bijbehorend bouwwerk:

hieronder worden begrepen: aan- of uitbouw: een aan een hoofgebouw aangebouwd gebouw dat functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw is verbonden en door zijn verschijningsvorm een ondergeschikte bouwmassa vormt; bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; bouwwerken geen gebouwen zijnde: de categorie bouwwerken die niet onder de definitie van gebouwen valt. Voorbeelden daarvan zijn een vlaggenmast, terreinafscheidingen, standbeeld of een afdak met slechts één muur;

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Regels Vaststelling

4

1.18

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.19

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.20

bouwlaag:

een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en ruimte onder de kap; 1.21

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Bij woningen betreft dit het gehele perceel inclusief voor- en zijtuinen; 1.22

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.23

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.24

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.25

cultuur en ontspanning:

het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak en ontspanningen, waaronder begrepen: a. b. c. d. e. f.

culturele voorzieningen; muziek- en dansscholen, oefenruimten, creativiteitscentra; leisure; toeristische attracties; entertainment; wellness, fitness- en healthcentra (waaronder begrepen fitness, sauna's, beautycentra)

en naar de aard daarmee te vergelijke activiteiten, met uitzondering van horeca. 1.26

dagrecreatie:

activiteiten gericht op ontspanning in de vrije tijd buiten de eigen woning zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag, zonder nachtverblijf en waartoe tevens horeca-activiteiten in de vorm van een kleinschalig horecabedrijf worden gerekend;

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Regels Vaststelling

5

1.27

dakkapel:

een uitstekend dakvenster welke geplaatst is op een hellend dak en aan alle zijden omsloten is door dit hellende vlak. Een dakkapel is bedoeld om de nuttige ruimte in een kap te vergroten; 1.28

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf; 1.29

dienstverlening:

het verrichten van economische en maatschappelijke diensten ten behoeve van anderen; 1.30

extensieve dagrecreatie:

die vormen van openluchtrecreatie, waarbij in het algemeen het beleven van rust voorop staat en het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is. Voorbeelden zijn fietsen en wandelen; 1.31

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.32

geschakelde woning:

een woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijbehorend bouwwerk verbonden is aan een ander hoofdgebouw en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd; 1.33

gestapelde woning:

een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat al dan niet met daarbij behorende bergingen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.34

hoofdgebouw:

een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.35

horeca:

een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccommodaties; 1.36

huishouden:

een aantal door eerstegraads familie- of vergelijkbare band aan elkaar gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde gemeenschappelijke voorzieningen en de gezamenlijke toegang in één wooneenheid (zoals een gezin of een gezin met inwonende familieleden) die continue een eenheid vormt;

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Regels Vaststelling

6

1.37

kantoren:

een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het beroepsmatig/bedrijfsmatig verlenen van diensten van hoofdzakelijk administratieve aard en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, met geen of slechts een ondergeschikte baliefunctie; 1.38

maatschappelijke voorzieningen:

educatieve, sociale, medische, culturele, levensbeschouwelijke, sport en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening alsmede soortgelijke voorzieningen, of een combinatie daarvan, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.39

nutsvoorziening:

voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.40

ondergronds bouwwerk:

een gedeelte van een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen beneden maaiveld; 1.41

onderkomen:

voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuig, ark, kampeermiddel en soortgelijk verblijfsmiddel, voor zover deze niet als bouwwerk is aan te merken; 1.42

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één wand en een (overwegend) gesloten dak; 1.43  

peil:

voor een gebouw of bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatste van die hoofdtoegang; voor een gebouw of bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld voor het begin van de bouw;

1.44

perceelsgrens:

algemeen

grens van een perceel

voor

de grens van een perceel gelegen aan de zijde van de voorgevel van de woning

zij

de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt

achter

de van de weg afgekeerde grens van een perceel

indien meerdere zijden van het perceel van de weg afgekeerd zijn, wijzen burgemeester en wethouders een achterste perceelsgrens aan; 1.45

perifere detailhandel:

onder perifere detailhandel wordt verstaan: a. tuincentra; b. bouwmarkten; Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Regels Vaststelling

7

c.

meubelbedrijven (inclusief in ondergeschikte mate woninginrichting en stoffering) met een bruto vloeroppervlak tot 1.000 m² niet zijnde detailhandel in keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering en jacuzzi's;

1.46

permanente bewoning:

het gebruiken van een gebouw als hoofdverblijf, zijnde de vaste woon- en verblijfsplaats, waarbij de woning voor de bewoners het reële hoofdverblijf vormt en derhalve niet een adres is waar men tijdelijk recreatief verblijft; 1.47

productiegebonden detailhandel:

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.48

recreatieseizoen:

voor verblijfsrecreatieve ruimten met een bestendig karakter het hele jaar en voor het overige de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 1.49

rijwoningen:

woonbebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden in de perceelsgrens zijn gebouwd, met dien verstande dat de eindwoning slechts aan één zijde in de zijdelingse perceelsgrens hoeft te worden gebouwd; 1.50

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang als zij het bedrijfsmatig, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische- of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt tevens verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub, (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.51

Staat van Bedrijfsactiviteiten:

de staat van bedrijfsactiviteiten (lijst van bedrijven en instellingen) die als bijlage 2 bij deze regels onderdeel van de regels uitmaakt; 1.52

Staat van Horeca-activiteiten:

de staat van horeca-activiteiten die als bijlage 1 bij deze regels onderdeel van de regels uitmaakt; 1.53

stacaravan:

een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede, gelet op de afmetingen, niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen over grote afstanden als aanhangsel van een auto te worden voortbewogen, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond te worden, uitsluitend voor recreatieve doeleinden; 1.54

tent:

een constructie van (flexibele) stokken met daaroverheen gespannen doek waarin verbleven kan worden; 1.55

twee-aaneen gebouwde woning:

een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen; Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Regels Vaststelling

8

1.56

verblijfsrecreatie:

verblijfsrecreatie in ruimten, waarbij het recreatieve gebruik een bestendig karakter draagt zoals bij een logeergebouw, pension of recreatieverblijf of bij kampeermiddelen die langer dan gedurende het recreatieseizoen een standplaats innemen op hetzelfde terrein, door personen die elders een vaste woon- of verblijfplaats hebben, hetgeen onder meer kan blijken uit het feit dat zij elders zijn ingeschreven in de administratie als bedoeld in de wet Basisregistratie Personen; 1.57

verblijfsrecreatief onderkomen:

een onderkomen bedoeld voor tijdelijk recreatief verblijf van personen die elders hun hoofdverblijf hebben; hieronder vallen onder andere kampeermiddelen, stacaravans, chalets en recreatiewoningen. De verblijfsrecreatieve onderkomens worden onderverdeeld in de volgende categorieën:   

categorie 1: een kampeermiddel, geen gebouw zijnde (bijv. tenten of caravans op seizoensplaatsen); categorie 2: een verblijfsrecreatief hoofdgebouw inclusief bijbehorende bijgebouwen en bouwwerken tot 36 m² (bijv. stacaravans, trekkershutten, chalets en recreatiewoningen); categorie 3: een verblijfsrecreatief hoofdgebouw inclusief bijbehorende bijgebouwen en bouwwerken tot 60 m² (bijv. stacaravans, chalets, recreatiewoningen op daarvoor bestemde terreinen); categorie 4: een verblijfsrecreatief hoofdgebouw inclusief bijbehorende bijgebouwen en bouwwerken tot 90 m² (bijv. vrijstaande recreatiewoningen);

1.58

verblijfsrecreatieve studio's:

accommodatieruimte ten behoeve van verblijfsrecreatieve onderkomens voor personen die elders hun hoofdverblijf hebben, met bijbehorende ontvangstruimte en sanitaire voorzieningen, alsmede ten behoeve van recreatieve nevenactiviteiten, zoals een ruimte voor workshops, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag; 1.59

volumineuze detailhandel:

onder volumineuze detailhandel wordt verstaan: a. detailhandel in volumineuze goederen zoals auto’s, boten, caravans, motoren, scooters, zwembaden, buitenspeelapparatuur, fitnessapparatuur, piano’s, surfplanken, tenten, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen; b. brand- en explosiegevaarlijke goederen; 1.60

voorgevel:

een op de weg georiënteerde gevel van een hoofdgebouw dat maximaal één voorgevel heeft;

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Regels Vaststelling

9

1.61

voorgevellijn:

een denkbeeldige, dan wel op de verbeelding middels de figuur gevellijn aangegeven, lijn die direct langs een voorgevel van een gebouw of in het verlengde ervan is gelegen; 1.62

vrijstaande woning:

een woning die vrij staat van een andere woning; 1.63

woning:

een gebouw of gedeelte van een gebouw, geschikt en bestemd voor huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.64

zolder:

zolder onder een kap voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 80 cm boven de vloer is gelegen.

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Regels Vaststelling

10

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1

De afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens

De kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de (zijdelingse) perceelsscheiding van het bouwperceel, met daarin geen onderscheid tussen bodem of water. 2.2

De afstand tussen gebouwen

De kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen zowel haaks als evenwijdig gepositioneerd. 2.3

De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde

Bij bouwwerk op vlak maaiveld: 

tussen bovenkant van het bouwwerk (bij beweegbare delen te meten in de uiterste stand) en het peil.

Bij bouwwerken op talud of dijk:  2.4

bovenkant van het bouwwerk (bij beweegbare delen te meten in de uiterste stand) en het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitend afgewerkt terrein. De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of hart van scheidsmuren, gemeten 1,0 m boven peil. 2.5

De bouwhoogte van een gebouw

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6

Het bebouwingspercentage

Een in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van een bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden gebouwd. Hierbij worden ondergrondse bouwwerken die zichtbaar zijn boven peil meegerekend, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen. 2.7

De goothoogte van een bouwwerk

Bij bouwwerk op vlak maaiveld: 

de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel (met uitzondering van dakkapellen) tot aan peil.

Bij bouwwerken op talud of dijk: 

2.8

de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel (met uitzondering van dakkapellen) tot het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitend afgewerkt terrein. De oppervlakte van een gebouw

Tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren op 1,0 m boven peil.

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Regels Vaststelling

11

2.9

De oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, met inbegrip van de buitenste verticale projecties van overkappingen. 2.10

Het vloeroppervlak van een gebouw

De gebruiksoppervlakte volgens NEN2580. 2.11

Inhoud van een gebouw

Boven peil tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, buitenzijde van de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren en de buitenzijde van daken dit met inbegrip van aangebouwde bijgebouwen en dakkapellen. 2.12

Inhoud van een bouwwerk, geen gebouw zijnde

Tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde aan de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.13

De dakhelling

Langs het dakvlak ten opzicht van het horizontale vlak. 2.14

De hoogte van een windturbine

Vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.15

De hoogte van een zendmast voor telecommunicatie e.d.

Gemeten tussen de onderkant van de voet van de mast en het hoogste punt van de mast, het antenneopstelpunt daaronder begrepen. 2.16

Lengte, breedte en diepte van een steiger

De lengte, breedte en diepte van een steiger gemeten zoals opgenomen in de onderstaande afbeelding.

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Regels Vaststelling

12

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die vallen onder de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. productiegebonden detailhandel; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1' het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten in categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf': tevens een aannemers- en/of bouwbedrijf in ten hoogste categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - drukkerij': tevens voor een drukkerij in categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; f. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg': tevens voor een verkooppunt van motorbrandstoffen zonder lpg; g. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend voor een nutsvoorziening; h. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': maximaal één bedrijfswoning; met daaraan ondergeschikt: i. de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; j. (ontsluitings)wegen en paden; k. groenvoorzieningen; l. parkeervoorzieningen; m. nutsvoorzieningen; n. speelvoorzieningen; met de daarbij behorende: o. tuinen, water, terreinen en erven; p. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Op deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; c. de goothoogte respectievelijk bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; d. kantoren behorende bij het bedrijf maken onderdeel uit van het bedrijfsgebouw en beslaan ten hoogste 50% van het bedrijfsvloeroppervlak van een bedrijf, zulks met een maximum van 2.000 m².

Bestemmingsplan ‘Veenwetering 2021’ Regels Vaststelling

13

3.2.2

Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. bedrijfswoningen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; b. het aantal bedrijfswoningen mag per aanduidingsvlak niet meer dan 1 bedragen; c. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt bij vrijstaande woningen 3 m, dit met in achtneming van het bepaalde in artikel 22.4; d. de goothoogte respectievelijk bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; e. de inhoud van een bedrijfswoning mag, inclusief bijbehorende bouwwerken, niet meer bedragen dan 650 m³. 3.2.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=578a70d9-5b24-433d-8d24-5afb4baaff0c