NL.IMRO.1884.BPIRENELAAN3A‐VAS1 regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Irenelaan 3a, Kaag
Gemeente Kaag en Braassem
Plan ID: NL.IMRO.1884.BPIRENELAAN3A‐VAS1 Status: vaststelling Datum: 20-01-2022
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
INHOUD REGELS
1
Inleidende regels
2
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
2 10
2
Bestemmingsregels
12
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Groen Recreatie - Verblijfsrecreatie Verkeer Water Wonen-1
12 13 15 17 19
3
Algemene regels
22
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
22 23 25 26 28
4
Overgangs- en slotregels
29
Artikel 13 Artikel 14
Overgangsrecht Slotregel
29 30
1
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Irenelaan 3a, Kaag van de Gemeente Kaag en Braassem; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML bestand NL.IMRO.1884.BPIRENELAAN3A‐VAS1 met de bijbehorende regels; 1.3 aan huis verbonden beroep: de uitoefening van een beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied in een woning of bijgebouw, waarbij de woning overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 achtererfgebied: erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,0 m van de voorkant van het hoofdgebouw; 1.7 afhankelijke woonruimte: een onderdeel van het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.8 antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan
niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingspercentage: de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel;
2
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
1.11 bed and breakfast: de verzameling van voor publiek toegankelijke, besloten ruimtes waarin al dan niet bedrijfsmatig logies wordt verstrekt en in directe relatie daarmee ontbijt wordt aangeboden als nevenfunctie van de bestaande geldende bestemming; 1.12 bedrijf aan huis: een bedrijf of het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, waaronder een kappersbedrijf, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Detailhandel valt hier niet onder; 1.13 bedrijfsmatige activiteiten handelingen voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep; 1.14 bestaand gebruik: het op het tijdstip van het in werking treden van het plan legaal aanwezige en/of vergunde gebruik; 1.15 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen: legale afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die op het tijdstip van in werking treden van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.16 bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan zijn of (mogen) worden gebouwd krachtens een rechtsgeldig verleende omgevingsvergunning voor het bouwen dan wel een bouwvergunning; 1.17 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.18 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; indien en voor zover twee bestemmingsvlakken middels de figuur 'relatie' met elkaar zijn verbonden worden deze aangemerkt als één bestemmingsvlak;
3
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
1.19 bijbehorende bouwwerken: hieronder worden begrepen: aanbouw/uitbouw: een aan een hoofgebouw aangebouwd gebouw dat functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw is verbonden en door zijn verschijningsvorm een ondergeschikte bouwmassa vormt; bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.21 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.22 bouwlaag: een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en ruimte onder de kap; 1.23 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Bij woningen betreft dit het het gehele perceel inclusief voor- en zijtuinen; 1.24 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; indien en voor zover twee bouwvlakken middels de figuur 'relatie' met elkaar zijn verbonden worden deze aangemerkt als één bouwvlak; 1.25 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26 dagrecreatie: activiteiten gericht op ontspanning in de vrije tijd zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag, zonder overnachting en waartoe tevens kleinschalige horeca-activiteiten worden gerekend;
4
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
1.27 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf; 1.28 dienstverlening: het verrichten van arbeid ten behoeve van anderen; 1.29 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30 geschakelde woning: een woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijbehorend bouwwerk verbonden is aan een ander hoofdgebouw en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd; 1.31 hoofdgebouw: een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.32 kamerbewoning: het gebruik van een hoofdgebouw of met het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken door meer dan twee onzelfstandige huishoudens; 1.33 kampeermiddelen: niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.
Onder een kampeermiddel wordt geen stacaravan begrepen; 1.34 kantoren: een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard; 1.35 mantelzorg: het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorische verband; 1.36 ondergronds bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen beneden maaiveld;
5
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
1.37 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één wand en een (overwegend) gesloten dak; 1.38 peil: a. ten opzichte van gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdingang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; 1.39 perceelsgrens:
algemeen
grens van een perceel
voor
de grens van een perceel gelegen aan de zijde van de voorgevel van de woning
zij
de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt
achter
de van de weg afgekeerde grens van een perceel
indien meerdere zijden van het perceel van de weg afgekeerd zijn, wijzen burgemeester en wethouders een achterste perceelsgrens aan; 1.40 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.41 rijwoningen: bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden in de perceelsgrens zijn gebouwd, met dien verstande dat de eindwoning slechts aan één zijde in de zijdelingse perceelsgrens hoeft te worden gebouwd.
1.42 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang als zij het bedrijfsmatig, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische- of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt tevens verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub, (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
6
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
1.43 twee-aaneen gebouwde woning: een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen;
1.44 verblijfsrecreatie verblijfsrecreatie in ruimten, waarbij het recreatieve gebruik een bestendig karakter draagt zoals bij een logeergebouw, pension of recreatieverblijf of bij kampeermiddelen die langer dan gedurende het zomerseizoen een standplaats innemen op hetzelfde terrein, door personen die elders een vaste woon- of verblijfplaats hebben, hetgeen onder meer kan blijken uit het feit dat zij elders zijn ingeschreven in de administratie als bedoeld in de wet Gemeentelijke Basis Administratie. 1.45 verblijfsrecreatieve onderkomens: onderkomens bedoeld voor tijdelijk recreatief verblijf van personen die elders hun hoofdverblijf hebben; hieronder vallen onder andere kampeermiddelen, stacaravans, chalets en recreatiewoningen. De verblijfsrecreatieve onderkomens worden onderverdeeld in de volgende categorieën: a.
categorie 1: kampeermiddelen, geen gebouwen zijnde (bijv. tenten of caravans op seizoensplaatsen);
b.
categorie 2: verblijfsrecreatieve gebouwen tot 36 m² (bijv. stacaravans, trekkershutten);
c.
categorie 3: verblijfsrecreatieve gebouwen tot 60 m² (bijv. stacaravans, chalets, recreatiewoningen op daarvoor bestemde terreinen);
d.
categorie 4: verblijfsrecreatieve gebouwen tot 90 m² (bijv. vrijstaande recreatiewoningen).
7
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
1.46 voorgevel: tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
1.47 voorgevellijn: een denkbeeldige, dan wel op de verbeelding middels de figuur gevellijn aangegeven, lijn die direct langs een voorgevel van een gebouw of in het verlengde ervan is gelegen; 1.48 voorzieningen van openbaar nut: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.49 vrijstaande woning: een woning die vrij staat van een andere woning;
1.50 wonen: het gehuisvest zijn in een woning; 1.51 woning: een gebouw of gedeelte van een gebouw, geschikt en bestemd voor huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.52 zolder: zolder onder een kap voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 80 cm boven de vloer is gelegen; 8
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
1.53 zomerseizoen; de periode van 15 maart tot en met 31 oktober.
9
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
Artikel 2
Wijze van meten Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 De afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens De kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de (zijdelingse) perceelsscheiding van het bouwperceel, met daarin geen onderscheid tussen bodem of water. 2.2 Afstand tussen gebouwen De kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen zowel haaks als evenwijdig gepositioneerd. 2.3 De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouwen zijnde Bij bouwwerk op vlak maaiveld:
•
tussen bovenkant van het bouwwerk (bij beweegbare delen te meten in de uiterste stand) en het peil.
Bij bouwwerken op talud of dijk:
•
bovenkant van het bouwwerk (bij beweegbare delen te meten in de uiterste stand) en het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitend afgewerkt terrein.
2.4 Lengte, breedte en diepte van een bouwwerk Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of hart van scheidsmuren, gemeten 1 m boven peil. 2.5 De bouwhoogte van een gebouw Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6 Bebouwingspercentage Een in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van een bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden gebouwd. Hierbij worden ondergrondse bouwwerken die zichtbaar zijn boven peil meegerekend, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen.
10
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
2.7 De goothoogte van een bouwwerk Bij bouwwerk op vlak maaiveld:
•
de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan peil met uitzondering van dakkapellen.
Bij bouwwerken op talud of dijk:
•
de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitend afgewerkt terrein.
2.8 De oppervlakte van een gebouw Tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren op 1 m boven peil. 2.9 De oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, met inbegrip van de buitenste verticale projecties van overkappingen. 2.10 Vloeroppervlak van een gebouw Gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw. 2.11 Inhoud van een gebouw Boven peil tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, buitenzijde van de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren en de buitenzijde van daken dit met inbegrip van aangebouwde bijgebouwen en dakkapellen. 2.12 De inhoud van een bouwwerk, geen gebouw zijnde Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde aan de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.13 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzicht van het horizontale vlak. 2.14 Lengte en breedte van een steiger
Lengte
de afmeting van de steiger parallel aan de oeverlijn
Breedte
de afmeting van de steiger haaks op de oeverlijn
11
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
groenvoorzieningen;
b.
bermen en beplanting;
c.
wegen en paden;
d.
speelvoorzieningen;
e.
verhardingen;
f.
straatmeubilair;
met daaraan ondergeschikt: g.
waterlopen en waterpartijen;
h.
parkeervoorzieningen;
i.
primaire blusvoorzieningen.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a.
op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;
b.
de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 m;
c.
de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 15 m².
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 6 m bedragen;
b.
overkappingen zijn niet toegestaan;
c.
in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 12 m bedragen.
12
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
Artikel 4
Recreatie - Verblijfsrecreatie 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - categorie 3': uitsluitend een terrein voor verblijfsrecreatieve onderkomens zoals genoemd in lid 1.45 onder a en c;
b.
met dien verstande dat bedrijfswoningen niet zijn toegestaan.
met daaraan ondergeschikt: c.
tuinen, erven en terreinen;
d.
nutsvoorzieningen;
e.
parkeervoorzieningen;
f.
wegen, paden en bermen;
g.
waterlopen en waterpartijen;
h.
groenvoorzieningen.
4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a.
gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
b.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - categorie 3' is met de maatvoeringaanduiding 'maximum aantal recreatieve onderkomens' het toegestane maximum aantal verblijfsrecreatieve onderkomens aangeduid;
c.
indien de gebouwen niet aaneen worden gebouwd dient de afstand tussen de gebouwen ten minste 3 m te bedragen;
d.
overigens geldt het volgende: max. opp.
sanitaire voorzieningen en opslag 60 m² in totaal
max. goot-
max. bouw-
hoogte
hoogte
2,5 m
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie- categorie 3' verblijfsrecreatieve onderkomens
60 m²
4m
(incl. aan- en uitbouwen, bijgebouwen
ter plaatse van de aanduiding 'spe- en overkappingen) cifieke vorm van recreatie-categorie 3'
bijgebouwen bij verblijfsrecreatieve 50% van het hoofdgeonderkomens
bouw
3m
gelijk aan of lager dan het hoofdgebouw
overkappingen
13
3m
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
erf- of terreinafscheidingen - voor de voorgevelrooilijn
1m
- overige plaatsen
2m
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3m
4.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a.
het is verboden verblijfsrecreatieve onderkomens dan wel andere gebouwen te gebruiken voor permanente bewoning.
14
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
Artikel 5
Verkeer 5.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie of verblijfsfunctie;
b.
tuinen ten behoeve van aangrenzende percelen;
c.
ter plaatse van de aanduiding 'garagebox': garageboxen;
alsmede voor: d.
voet- en rijwielpaden;
e.
parkeervoorzieningen;
f.
straatmeubilair;
g.
oeververbindingen (bruggen);
h.
in- en uitritten;
met daaraan ondergeschikt: i.
bermen en beplanting;
j.
kunstwerken;
k.
waterlopen en waterpartijen;
l.
primaire blusvoorzieningen.
5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a.
op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;
b.
de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 m;
c.
de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 15 m².
d.
ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' mogen garageboxen worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 3 meter.
5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 m bedragen;
b.
in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van lichtmasten en geluidswerende voorzieningen maximaal 12 m bedragen.
5.2.3 Overkappingen Voor het bouwen van overkappingen geldt de volgende bepaling: 15
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
a.
16
op deze gronden mogen geen overkappingen worden gebouwd.
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
Artikel 6
Water 6.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
waterberging;
b.
waterhuishouding;
c.
waterlopen en waterpartijen;
d.
ter plaatse van de aanduiding 'steiger’, steigers;
alsmede voor: e.
groenvoorzieningen;
f.
infiltratievoorzieningen;
g.
kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende bepaling: a.
op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.
uitsluitend keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen mogen worden gebouwd;
b.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 2 m bedragen;
c.
ter plaatse van de aanduiding 'steiger’ zijn steigers toegestaan met dien verstande dat: 1.
de maximale lengte niet meer dan 6 meter mag bedragen;
2.
de maximale breedte niet meer dan 2 meter mag bedragen;
6.2.3 Overkappingen Voor het bouwen van overkappingen geldt de volgende bepaling: a.
op deze gronden mogen geen overkappingen worden gebouwd.
6.3 Wijzigingsbevoegdheid 6.3.1 Steigers Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen om een of meer aanduidingsvlakken met de aanduiding 'steiger’ op te nemen of te verruimen indien:
17
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
18
a.
het totaal aan steigers per bouwperceel niet meer dan 1 bedraagt;
b.
de steigers niet voor bedrijfsmatige doeleinden worden gebruikt;
c.
vooraf advies is verkregen van het Hoogheemraadschap van Rijnland;
d.
de totale breedte van de te realiseren steiger niet meer bedraagt dan 2 m.
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
Artikel 7
Wonen-1 7.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wonen;
b.
de uitoefening van een aan huis verbonden beroep;
met daarbij behorende: c.
tuinen en erven;
d.
parkeervoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt: e.
wegen, paden en bermen;
f.
waterlopen en waterpartijen;
g.
groenvoorzieningen;
h.
vlonders.
7.2 Bouwregels 7.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a.
hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd met dien verstande dat: 1.
de oppervlakte van het hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ niet meer mag bedragen dan 100 m2;
2.
de oppervlakte van het hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - geschakeld’ niet meer mag bedragen dan 120 m2;
b.
indien geen aanduiding is opgenomen mogen uitsluitend rijwoningen worden gebouwd;
c.
voor zover is aangegeven mogen tevens de woningtypen worden gebouwd: 1.
ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand', voor vrijstaande woningen;
2.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geschakeld' voor geschakelde of vrijstaande woningen;
d.
het aantal woningen bedraagt: 1.
ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden': het aantal woningen dat is aangeduid;
e.
de minimale afstand tussen geschakelde hoofdgebouwen of vrijstaande hoofdgebouwen 15 m bedraagt ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - geschakeld’;
f.
de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt:
g.
de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding;
1.
19
bij vrijstaande en geschakelde woningen 2 m;
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
h.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding.
7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevellijn maximaal 1 m mag bedragen;
b.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen.
7.2.3 Overkappingen Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende bepalingen: a.
overkappingen mogen, achter de voorgevellijn binnen het bouwvlak worden gebouwd;
b.
de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 m;
7.3 Specifieke gebruiksregels 7.3.1 Algemeen Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.
permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft;
b.
bewoning als afhankelijke woonruimte.
7.3.2 Aan huis verbonden beroep Gebruik van ruimten binnen de woning ten behoeve van de uitoefening van aan huis verbonden beroep wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.
ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van de woning tot ten hoogste 30 m² wordt gebruikt voor het aan huis verbonden beroep;
b.
degene die het aan huis verbonden beroep in de woning uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn;
c.
door degene die het aan huis verbonden beroep uitoefent, kan worden aangetoond dat de uitoefening van het beroep geen extra parkeerruimte vereist binnen het openbaar gebied;
20
d.
voorzien is in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
e.
er mag geen detailhandel, groothandel of horeca plaatsvinden.
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
7.4 Afwijken van de gebruiksregels 7.4.1 Omgevingsvergunning bedrijf aan huis Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7 lid 1 sub b voor het gebruik van ruimten binnen de woning en op het erf voor aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.
ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van – bij elkaar geteld – de woning en de bijgebouwen, tot ten hoogste 50 m², mag worden gebruikt voor het aan- huis-verbonden bedrijf;
b.
degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn;
c.
op eigen terrein dienen voldoende parkeervoorzieningen te worden gerealiseerd, overeenkomstig de ‘Nota Parkeernormen 2018’ van de gemeente Kaag en Braassem of de rechtsopvolger(s) daarvan;
d.
het bedrijf dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving;
e.
voor de activiteit is geen omgevingsvergunning milieu benodigd;
f.
er mag geen detailhandel, groothandel of horeca plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit in verband met de aan huis verbonden activiteit.
21
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
3
Algemene regels
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
22
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
Artikel 9
Algemene bouwregels 9.1 Algemeen Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 9.2 Ondergronds bouwen a.
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: 1.
ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
2.
het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²;
3.
in aanvulling op het bepaalde sub a en b is maximaal één niet - overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: •
het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 m van zijdelingse en achterste perceelsgrens;
•
het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijbehorende bouwwerken als bedoeld in artikel 4 Bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) in acht wordt genomen;
•
het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut;
• 4.
per perceel mag maximaal één zwembad worden gebouwd;
de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 m onder peil;
5.
bij het berekenen van de blijkens de deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen.
b.
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9 lid 2 sub a onder 4 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m onder peil onder de voorwaarde dat: 1.
de waterhuishouding niet wordt verstoord;
2.
geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
9.3 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevelen kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt.
23
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
9.4 Bestaande afstanden en maten a.
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
b.
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
c.
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in sub a en b uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
9.5 Parkeren
a.
Voor zover in hoofdstuk 2 geen specifieke parkeernormen zijn opgenomen, dient bij het wijzigen van het bestaande gebruik en/of het bouwen op grond van de regels in hoofdstuk 2, voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen 2018' van de gemeente Kaag en Braassem of het beleid dat daarop volgt.
b.
Van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
24
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
Artikel 10
Algemene gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.
het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
b.
het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
c.
seksinrichtingen;
d.
permanente bewoning van een verblijfsrecreatieve onderkomen;
e.
zelfstandig gebruik van een bijbehorend bouwwerk als woning of als een verblijfsrecreatieve onderkomen;
f.
inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
g.
bewoning van hoofdgebouwen ten behoeve van meer woningen dan op grond van de bouwregels is toegestaan.
25
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels 11.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a.
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft;
b.
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
c.
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat nutsgebouwtjes, kunstobjecten, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje maximaal 50 m³ bedraagt en een maximale hoogte van 3 m heeft;
d.
de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m;
e.
de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 m. Wat betreft zend- en ontvang- en/of sirenemasten gelden nog de volgende voorwaarden: 1.
losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan: i.
buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden;
ii.
binnen de bebouwde kom uitsluitend op bedrijventerreinen en sportparken.
2.
installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan: i.
op hoge gebouwen (minimale hoogte 14 m); bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zonodig in overleg met een door B&W aan te wijzen deskundige/commissie inzake monumenten of inzake beschermd dorpsgezicht;
ii.
tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten.
26
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
11.2 Openbaar recreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in hoofdstuk 2, ten behoeve van de realisatie van openbare recreatieve voorzieningen, zoals vis-, zwem- of aanlegsteigers, picknickplaatsen, speelvoorzieningen, informatiepanelen, fietsenrekken en soortgelijke bouwwerken, met inachtneming van het volgende: a.
de voorzieningen mogen geen afbreuk doen aan de bestaande landschaps- en natuurwaarden;
b.
de voorzieningen mogen geen onevenredig grote verkeersaantrekkende werking hebben en er mag geen verslechtering optreden in de verkeersafwikkeling ter plaatse;
c.
de voorzieningen dienen openbaar toegankelijk te zijn.
11.3 Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in hoofdstuk 2, ten behoeve van de realisatie van een bed & breakfast binnen bestaande bebouwing met dien verstande dat: a.
het maximaal aantal kamers niet meer dan 5 bedraagt;
b.
de uitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden dat: 1.
voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid;
2.
geen onevenredige toename van de verkeersbewegingen optreed, naar oordeel van een door het B&W daartoe aangewezen deskundige;
3.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan belangen van direct omwonenden;
4.
27
de gemeente gevrijwaard wordt van alle plankosten.
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels 12.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a.
overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein;
b.
overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft.
De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
28
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
4 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht voor bouwwerken a.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1.
gedeeltelijk worden vernieuw of veranderd;
2.
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 13 lid 1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 13 lid 1 sub a onder 1 van dit artikel met maximaal 10%.
c.
Het bepaalde in artikel 13 lid 1 sub a van dit artikel is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
13.2 Overgangsrecht voor gebruik a.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 13 lid 2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met het plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
c.
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 13 lid 2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
d.
Het bepaalde in artikel 13 lid 2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
13.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan grond en bouwwerken gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kunnen burgemeester en wethouders met het oog op beëindiging op termijn van die met het plan strijdige situatie, ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht met een omgevingsvergunning afwijken.
29
Regels bestemmingsplan Irenelaan 3a
Artikel 14
Slotregel Deze regels worden aangehaald als: ‘Regels van het bestemmingsplan Irenelaan 3a, Kaag’.
30