CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

JAARSTUKKEN 2025

Gemeenteraad 6 juli 2026, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Jaarstukken 2025.38.150 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

21 alinea's met “verslag”: 13 19 620 621 623 651 653 663 665 671 673 683 685 693 695 705 707 763 974 1295 1296

Verloop van de kengetallen Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

netto schuldquote

41%

126%

58%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

31%

117%

49%

solvabiliteitsratio

44%

25%

38%

structurele exploitatieruimte

8%

1%

4%

grondexploitatie

-1%

3%

0%

belastingcapaciteit

122%

113%

113%

Kengetallen:

1. Netto Schuldquote

In dit kengetal wordt het bedrag van de financieringsmiddelen (schulden) minus de financiële activa (vorderingen) uitgedrukt in % van de totale baten in het jaar. Kengetal: netto schuldquote

Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

41%

126%

58%

Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de netto schuldenlast uitgedrukt in een percentage van de totale baten exclusief reservemutaties. Signaalwaarde Waarde < 90% 90% > 130% > 130%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: minst risicovol In 2025 is de netto schuldquote ruim onder de 90% en is daarmee een stuk gunstiger dan begroot. Het grote verschil wordt primair veroorzaakt door het planningsoptimisme van uitgaven op kredieten, kapitaalstortingen voor de VOF ten tijde van de begrotingsopstelling, en de meevallers in de reguliere exploitatie. We leenden uiteindelijk veel minder dan was begroot.

48

2. Netto Schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

In dit kengetal wordt het vorige kengetal gecorrigeerd met de aan derden doorgeleende gelden. Kengetal: netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

31%

117%

49%

Inzicht De gecorrigeerde netto schuldquote is in feite een nadere analyse van de netto schuldquote waarbij de invloed van afgesloten leningen die zijn doorbetaald aan derden is geëlimineerd. De gecorrigeerde netto schuldquote geeft hierdoor een gunstiger beeld. Signaalwaarde De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; draagt dezelfde signaalwaarden als de netto schuldquote. Oordeel: minst risicovol De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte lenigen; geeft hetzelfde beeld als de netto schuldquote. 3. Solvabiliteitsratio

In dit kengetal wordt het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Hoe hoger het percentage hoe beter de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Kengetal: solvabiliteitsratio

Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

44%

25%

38%

Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Signaalwaarde Waarde > 50% 20% > 50% < 20%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: neutraal De solvabiliteitsratio is ten op zichtte van de begroting verbetert. Dat hangt samen met het feit dat er minder is geleend (zie schuldquote), dit leidt tot een lager balanstotaal, terwijl anderzijds ook het eigen vermogen is toegenomen door onderbesteding bij de exploitatie (=positief jaarresultaat).

49

4. Structurele exploitatieruimte

In dit kengetal worden de structurele baten verminderd met de structurele lasten en dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten. Kengetal: structurele exploitatieruimte

Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

8%

1%

4%

Inzicht Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Een positief percentage geeft aan dat de structurele baten van de gemeente toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Hiermee kan worden beoordeeld of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Signaalwaarde Waarde Begrotingsruimte > € 0 Begrotingsruimte = € 0 Begrotingsruimte < € 0

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: minst risicovol Het jaarrekeningresultaat geeft een exploitatieoverschot en daarmee kwalificeert dit kengetal als minst risicovol. Maar bij de jaarrekening wordt slechts over een momentopname gerapporteerd. Er wordt niet meerjarig voorruit gekeken. Daarmee is het kengetal nu van beperkte betekenis. 5. Kengetal grondexploitatie

Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grondposities) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Kengetal: grondexploitatie

Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

-1%

3%

0%

Inzicht Dit kengetal geeft aan of een gemeente verhoudingsgewijze veel middelen heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit is geld dat nog terugverdiend moet worden uit de grondverkopen. Het risico of dit wel of niet lukt is afhankelijk van de vraag en het aanbod. Signaalwaarde Waarde < 20% 20% > 35% > 35%

Oordeel minst risicovol Neutraal meest risicovol

Oordeel: minst risicovol Uit de berekende kengetallen kan worden geconcludeerd dat de gemeente eind 2025 een gezonde grondpositie heeft. Het percentage ligt lager dan begroot en is in de afgelopen jaren steeds iets gunstiger geworden. Paragraaf 7 geeft meer inzicht in de grondexploitaties.

50

6. Kengetal belastingcapaciteit

Het kengetal belastingcapaciteit drukt de gemiddelde belastingdruk uit in een percentage ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Kengetal:

Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

belastingcapaciteit

122%

113%

113%

Inzicht Dit kengetal is voorgeschreven om inzicht te krijgen in de belastingcapaciteit. Hierbij wordt gekeken hoe de lokale belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Signaalwaarde Waarde < 95% 95% > 105% > 105%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: meest risicovol Bij deze indicator worden de woonlasten voor een huiseigenaar (OZB, riool- en afvalheffing) vergeleken met het landelijk gemiddelde. Een laag percentage suggereert weinig risico omdat er nog ruimte is om de belastingen te verhogen. De gemeente Kaag en Braassem zit met 113% boven gemiddeld. Daar hoort wel een nuancering bij. Het landelijk gemiddelde waarmee wordt vergeleken, is dat van het laatst bekende gemiddelde 2025 opgenomen in de meicirculaire 2025.

51

Paragraaf 3 – Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente beheert de openbare ruimte en gebouwen waarin wordt gewerkt en gerecreëerd. In beleidsvisies en beheerplannen geven we richting aan het meerjarig beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Voor een effectieve en efficiënte uitvoering pakken we het beheer en onderhoud zoveel mogelijk integraal op. Onderstaande tabel geeft inzicht in het te onderhouden areaal van de gemeente. Het beheerareaal Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR:*) Groen -

Hagen (omtrek in m1) Gras/Gazon (in m2) Gras/Berm (in m2) Gras/Bloemrijk (in m2) Cultuur beplanting (in m2) Natuurlijke beplanting (in m2)

Bomen (aantal) Water (m2)

Riolering: Kolken 20.956 229.379 341.304 197.437 135.932 148.828 10.225 174.184

Beschoeiing of natuurvriendelijke oever -

Beschoeiing (in m1) (beschoeid, palenrij en damwand. - Natuurvriendelijke oever (in m1) (NVO, onderwaterbeschoeiing) Straatmeubilair (aantal) -

-

Prullenbakken (Afvalbakken, containers, blikvanger en hondenpoepbak) Banken Overig

9346 stuks

Vrij verval riool Drukriool (incl. persleiding) Gemalen Pompputten (in beheer)

184 km 140 km 106 stuks 805 stuks

44.363 4.558 2.628 (totaal)

Verharding:

663

Elementen (m2) Asfalt (m2) Beton (m2) Halfverharding (m2)

758.622 672.785 9.422 16.778

Verkeersborden (aantal)

5.769

412 1.553

Speeltoestellen (aantal)

501

Lichtmasten (aantal) Kunstwerken (aantal): Aanleginrichting (remmingswerk) Aanleginrichting (pont) Steiger Bruggen (beweegbaar) Bruggen (vast) Dammen Damconstructies Grondkeringen Keermuur Schutsluis

5.500 7 4 22 11 156 7 1 26 4 1

52

Trappen Voetgangerstunnel RV Viaduct RV Waterreguleringswerken Duikers

4 1 1 4 399

* Eenheden zijn afgeleid van het IBOR en geactualiseerd op basis van de areaalvlakken in het beheerprogramma Geovisia. Gebouwen: Gebouwen waarvan: - Groep 1 (vaste voorraad) - Groep 2 (beheer door sportbedrijf) - Groep 3 (losse voorraad) - Groep 4 (reeds uitgefaseerde voorraad)

Stuks 34 15 3 7 8

Eind 2024 is het IBOR (Integraal Beheerplan Openbare Ruimte) door de gemeenteraad vastgesteld voor de periode 2025-2029. Doel van het IBOR is om de openbare ruimte schoon, heel en veilig te beheren, afgestemd op de behoefte van de (deelgebieden binnen de) gemeente binnen daarbij passend budget. Beheeronderdelen die niet in het IBOR zijn meegenomen, zoals civiele kunstwerken, riolering en gebouwen, zijn vastgelegd in aparte beheerplannen. Onderstaande tabel geeft de actuele stand van zaken van de diverse beheerplannen weer. Beheerplan

Datum raadsbesluit

Looptijd t/m

IBOR Watertakenplan Gebouwen Civiele kunstwerken

Q4 2024 Q4 2023 Q4 2025 2025

2029 2027 2030 2029

Financiële vertaling in begroting Ja Ja Ja Ja

Achterstallig onderhoud Nee Nee Nee nnb

Kwaliteit

In bovenstaande figuur zijn de door de gemeenteraad vastgestelde beeld kwaliteitsniveaus weergegeven waarmee de openbare ruimte in de verschillende deelgebieden wordt onderhouden. Aan de kwaliteitsniveaus zijn normbedragen en te onderhouden arealen gekoppeld, op basis

53

waarvan het totaal benodigde beheerbudget is vastgesteld en toegekend. Hierbij is A een hoge beeldkwaliteit aflopend naar D met een lage of onvoldoende beeldkwaliteit. Het is belangrijk om op te merken dat beeldkwaliteit en technische kwaliteit twee verschillende dingen zijn. Beeldkwaliteit C houdt bijvoorbeeld in dat de technische kwaliteit van de weg al fors verminderd is. Riolering De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de riolering en voor het invullen van de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Dit gebeurt binnen de kaders van het Watertakenplan 2024–2027. Daarbij gaat het om zowel het dagelijks beheer als om keuzes voor de langere termijn. In 2025 is, naast het reguliere beheer en onderhoud van het rioolstelsel, ingezet op het actualiseren en verbeteren van de informatie over het rioolstelsel. Dit is noodzakelijk om te beschikken over een betrouwbaar beeld van het stedelijk watersysteem en vormt de basis voor weloverwogen keuzes over beheer, vervanging en investeringen. Deze informatie vormt de basis voor het verder verdiepen van het inzicht in het stedelijk watersysteem. Voor een beter samenhangend beeld wordt gewerkt met het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW). In het SSW worden de verschillende onderdelen van het stedelijk watersysteem beschreven, inclusief hun functioneren en eventuele aandachtspunten.

Vanaf 2026 wordt gestart met de uitwerking voor de eerste dorpskern, waarna het overzicht gefaseerd wordt uitgebreid. Civiele kunstwerken De civiele kunstwerken binnen de gemeente Kaag en Braassem, waaronder bruggen, viaducten, duikers, kademuren, sluizen en veerstoepen vormen een essentieel onderdeel van de openbare infrastructuur. Gezien de waterrijke omgeving beschikt de gemeente over een aanzienlijk aantal van deze objecten, die bijdragen aan bereikbaarheid, veiligheid en waterbeheer. In 2025 is het nieuwe beheerplan voor de periode 2025-2029 voorgelegd aan het college en de gemeenteraad, en officieel vastgesteld. Dit plan bouwt voort op de bestaande strategieën en richt zich op verdere optimalisatie van het onderhoudsproces. Met de nadruk op kostenefficiëntie, duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Openbaar groen en water Binnen Kaag en Braassem bestaat het groenareaal uit elementen zoals bomen, hagen, grasrijke, natuurlijke en cultuurlijke beplanting (beplanting die onderhoud nodig heeft). Daarnaast onderhoudt de gemeente ook oevers, beschoeiingen en sloten. Er is veel werk uitgevoerd aan het in kaart brengen van al deze structuren. Dankzij deze inspanningen is er nu een helder en completer beeld van de omvang en de staat van het groen- en waterbeheer.

Ook zijn kansen in kaart gebracht voor het bevorderen van de biodiversiteit en het nemen van klimaatadaptieve maatregelen. De uitgangspunten en ambities voor het beheer en inrichting van het groen in de openbare ruimte zijn vastgelegd in het groenbeheerplan, dat eind 2025 is vastgesteld. Met behulp van dit plan en de groenstructuur- en kansenkaarten kan de gemeente beter plannen en prioriteiten stellen voor inrichtings- en onderhoudswerkzaamheden. Dit draag bij aan de realisatie van een fijne, groene en biodiverse leefomgeving voor inwoners.

54

Wegen (asfalt, elementen, beton en half verharding) In 2025 is er weer een weginspectie uitgevoerd welke als basis heeft gediend voor het uit te voeren onderhoud. Ook zijn de onderhoudscontracten opnieuw aanbesteed en ingegaan. Samen met een nieuwe contractant voor het elementen onderhoud en een bekende voor het asfalt onderhoud is er weer veel onderhoud uitgevoerd. Zo is er ook onverminderd aandacht voor het transformeren van verharding naar groen. Punt van aandacht voor het onderhoud van de wegen is (en blijft) de inflatie. Door hoge brandstof prijzen stijgen de prijzen voor bestrating en asfalt onverminderd door. Op de lange termijn heeft dit effect op de begroting. Vooralsnog is dit risico beheersbaar, maar in de toekomst zal dit aandacht vereisen. Gebouwen De gemeente bezit diverse gebouwen en bouwwerken. Deze zijn opgenomen in een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Per gebouw wordt maatwerk toegepast bij het bepalen van het onderhoud, afhankelijk van de specifieke situatie en de ontwikkelingen rondom het gebouw. Bij het ene gebouw streven we ernaar het onderhoud zo goed en duurzaam mogelijk uit te voeren, terwijl we bij een ander gebouw kiezen voor sober en doelmatig onderhoud vanwege lopende ontwikkelingen of toekomstige plannen. Dat is een bewuste keuze, die ook bepaalde risico’s met zich mee kan brengen.

We gaan er daarbij vanuit dat deze risico’s tot een minimum kunnen worden beperkt. Financieel In onderstaande figuur zijn de geraamde en de werkelijke kosten/opbrengsten voor 2025 van de exploitatie weergegeven:

*) Bedragen x € 1.000. Dit betreft de lasten en baten per taakveld, inclusief salarislasten en kapitaalslasten.

55

Paragraaf 4 – Financiering In de Financiële verordening van de gemeente Kaag en Braassem is in artikel 20 opgenomen dat de gemeente jaarlijks bij de begroting en de jaarstukken in de paragraaf financiering verslag doet van de wijze waarop de gemeente de treasuryactiviteiten uitvoert. Hierbij komen in ieder geval de volgende punten aan de orde: • de kasgeldlimiet; • de renterisiconorm; • de rentevisie; • het kredietrisicobeheer; • de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; • de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Hiermee is deze paragraaf het instrument voor het transparant maken van de treasuryfunctie. De uitgangspunten en richtlijnen voor het treasurybeleid zijn vastgelegd in de financiële verordening (artikel 16). De regels voor de uitvoering van de treasuryfunctie zijn opgenomen in het treasurystatuut.

Renterisicobeheer Wet Fido en financiering De wet Fido beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen langlopende leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de wet Fido om de renterisico’s te bewaken en te beheersen; de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering. Kasgeldlimiet De door het rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de korte schuld (looptijd < 1 jaar) tot 8,5% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Voor 2025 bedraagt de limiet voor de gemeente Kaag en Braassem € 7,7 miljoen. Bij het aantrekken van kortlopende financiering wordt bewaakt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet niet overschrijdt. In het onderstaande overzicht is zichtbaar dat de kasgeldlimiet in 2025 niet is overschreden, aangezien de gemeente gedurende het grootste deel van het afgelopen jaar een overschot aan middelen heeft gehad.

56

Kasgeldlimiet 2025 vlottende schuld: Kasgeldlening Liquide middelen (1) vlottende schuld: vlottende middelen: Deposito Liquide middelen (2) vlottende middelen: (3) netto vlottend (+) of overschot middelen (-) (4) gemiddelde van (3) kasgeldlimiet (7) begrotingsomvang (8) het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage (5) kasgeldlimiet (7x8) (6a) ruimte onder de kasgeldlimiet (5>4) (6b) overschrijding van de kasgeldlimiet (4>5)

1 jan 2025

1 feb 2025

1 mrt 2025

1 apr 2025

1 mei 2025

1 jun 2025

1 jul 2025

1 aug 2025

1 sep 2025

1 okt 2025

bedrag x € 1.000 1 dec 1 jan 2025 2026

1 nov 2025

5.000

5.000

0

1.371 1.371

2.446 2.446

3.288 3.288

5.000

5.000

0

0

0

0

0

0

5.000

784 784

0

0

0

11.525 11.525

8.957 8.957

18.345 18.345

13.359 13.359

19.886 19.886

18.200 18.200

12.835 12.835

9.334 9.334

421 421

-784

1.371

2.446 1.011

3.288

-6.525

-3.957 -2.398

-18.345

-13.359

-19.886 -17.197

-18.200

-12.835

-9.334 -13.456

4.579

5.000

90.234 8,5% 7.670

90.234 8,5% 7.670

90.234 8,5% 7.670

90.234 8,5% 7.670

-6.659

-10.068

-24.867

-21.126

Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijden van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moet worden aangepast. Het rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Het maximale bedrag aan aflossingen en renteherziening op de vaste schuld bedraagt daardoor in 2025 € 18,1 miljoen. In 2025 is voor € 10,9 miljoen afgelost; waardoor de renterisiconorm niet is overschreden. Op basis van de meerjarenbegroting is de verwachting dat de gemeente de renterisiconorm de komende jaren niet gaat overschrijden. 2025

2026

2027

2028

bedrag x € 1.000 2029

(1a) renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

0

(1b) renteherziening op vaste schuld u/g

0

0

0

0

0

(1) netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

0

0

0

0

0

10.894 10.894

13.438 13.438

12.127 12.127

8.883 8.883

6.804 6.804

90.234

99.526

91.420

90.954

92.029

20%

20%

20%

20%

20%

(4) renterisiconorm (4ax4b)

18.047

19.905

18.284

18.191

18.406

(5a) ruimte onder renterisiconorm (4>3)

7.153

6.467

6.157

9.308

11.602

Renterisico(norm) op vaste schuld renterisico op vaste schuld

(2) betaalde aflossingen (3) renterisico op vaste schuld (1+2) renterisiconorm (4a) begrotingsomvang (4b) het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

(5b) overschrijding renterisiconorm (3>4)

Rentevisie De rente voor langlopende leningen is afgelopen jaar weer iets gestegen en bedraagt ultimo 2025 3,58%. Voor de begroting werd altijd de rentevisie van de BNG (Bank Nederlandse gemeenten) gevolgd. De BNG deed een voorspelling van de rente over 1 jaar. Echter, de BNG publiceert sinds 2024 geen rentevisie meer. Daarom is gekozen om voor de begroting de actuele rente van de BNG als uitgangspunt te nemen. Voor de nieuwe leningen en herfinancieringen in de meerjarenraming hanteren we: 3,4%, op basis van een 10-jaars fixed lening, peildatum 1 augustus 2025.

Kredietrisicobeheer Regeling Schatkistbankieren voor decentrale overheden en uitgezette gelden De regeling Schatkistbankieren heeft tot gevolg dat de decentrale overheden verplicht zijn om financiële overschotten, als ze die hebben, bij het rijk onder te brengen. De maatregel is bedoeld om de EMU-positie van Nederland te verbeteren. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden (niet zijnde verticaal toezicht). Wel is er sprake van een bepaald drempelbedrag dat de gemeente maximaal buiten de schatkist van het rijk mag houden. De ondergrens van het drempelbedrag is verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal; wat 57

voor de gemeente Kaag en Braassem neerkomt op € 1,8 miljoen in 2025. Over de middelen die een decentrale overheid in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente (ESTER / daggeldrente (r/c) of inleenrente (deposito)). De stand in de schatkist per 31 december 2025 is voor de gemeente € 93k (r/c saldo) en € 0 (depositosaldo). In onderstaande tabel is zichtbaar dat gerekend over een heel kwartaal het op dagbasis buiten de schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger is dan het drempelbedrag ad € 1,8 miljoen. bedrag x €1.000 Gemiddeld buiten de schatkist aangehouden bedrag 2025

1e kwartaal

110

2e kwartaal

202

3e kwartaal

358

4e kwartaal

335

Verstrekte leningen en uitgezette leningen De gemeente Kaag en Braassem heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen (door)verstrekt aan woningcorporaties, verenigingen/stichtingen, SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) en personeel (hypothecaire leningen; er worden geen nieuwe hypothecaire leningen verstrekt). Eind 2025 is er aan (door)verstrekte leningen een boekwaarde van € 4,8 miljoen. Daarnaast is een converteerbare obligatielening aan Alliander beschikbaar gesteld van € 2,7 miljoen. Verstrekte gemeentegaranties De gemeente Kaag en Braassem staat eind 2025 voor een aantal geldgevers ten bedrage van € 0,2 miljoen borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die zijn aangetrokken door verenigingen of stichtingen die activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Tevens staat de gemeente garant voor hypotheken op woningen van inwoners ad € 0,1 miljoen. Dit betreft de afloop van in het verleden verstrekte garantstellingen, waarvoor de gemeente nog steeds garant staat. Al geruime tijd valt dit onder de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en de gemeente gaat sindsdien geen nieuwe garanties meer aan (voor hypotheken op woningen voor andere garantiestellingen stelt de gemeente zich terughoudend op).

Daarnaast staat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) borg voor leningen aan woningbouwcorporaties ten bedrage van € 53,2 miljoen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat. Het verlies dat achtervangers kunnen lijden, is beperkt tot de rentederving over leningen die ze bij een calamiteit aan het WSW moeten verstrekken. In het treasurystatuut is vastgelegd dat voor het verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak goedkeuring nodig is van het college (tot € 50.000) dan wel de gemeenteraad (hoger dan € 50.000). De treasurycommissie is bevoegd tot het aantrekken en uitzetten van gelden. Tot en met juli 2021 had het WSW met de gemeente een ongelimiteerde achtervangovereenkomst voor de twee in de gemeente werkzame corporaties ‘Stichting Woondiensten Aarwoude’ en ‘Stichting WYwonen’ (voorheen Meerwonen), tot een maximum van het door het WSW bepaald borgingsplafond (= wat een corporatie maximaal kan lenen gelet op de prognosegegevens van de corporatie (dPi)). WSW staat borg voor deze leningen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat. Het verlies dat achtervangers kunnen lijden, is beperkt tot de rentederving over leningen die ze bij een calamiteit aan het WSW moeten verstrekken.

In verband met de veranderde werkwijze van de achtervang heeft de WSW vanaf 1 augustus 2021 een nieuwe achtervangovereenkomst gesloten met alle gemeenten; waarbij alle contracten per die datum gelijk zijn getrokken. Hierbij worden de nieuwe leningen via een verdeelsleutel toegewezen aan de gemeenten waar de corporatie werkzaam is. Voorheen werd een lening één op één gekoppeld aan een gemeente.

58

Gemeentefinanciering Wet Hof en EMU-saldo De wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) zorgt ervoor dat de schulden van de totale Nederlandse overheid niet te hoog worden. Het EMU-saldo van de decentrale overheden telt mee voor het EMU-saldo van de totale Nederlandse overheid. Om het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk te bepalen, moeten de decentrale overheden gegevens aanleveren zoals het opnemen van de meerjarige EMU-begrotingsgegevens in de begroting. Daarnaast wordt de ontwikkeling van het EMU-saldo gevolgd door middel van verplichte rapportages (Iv3) aan het Centraal Bureau van de Statistiek. Voor decentrale overheden is een gezamenlijk plafond voor de tekortnorm vastgesteld (macronorm). Bij een (dreigende) structurele overschrijding van de vastgestelde tekortnorm voor de decentrale overheden samen, kunnen maatregelen volgen via een correctiemechanisme (bestuurlijke afspraken over verbeterplannen EMU-saldo) en in uiterste geval kan het sanctiemechanisme in werking treden (zoals het faseren van investeringen of in uiterste instantie het opleggen van kortingen). Voor de gemeente Kaag en Braassem is het gerealiseerde EMU-saldo over boekjaar 2025 € 21,6 miljoen (negatief).

Het EMU-saldo is gebaseerd op het kasstelsel en doordat in 2025 grote investeringen zijn gedaan (met name op het gebied van nieuwbouw KINEO /infra Sportpad, IBOR, reconstructie wegen Vriezeweg/Vriezekoop Leimuiden, Watertakenplan, bouwgrondexploitatie Braassemerland GEM gebied), heeft de gemeente een tekort (meer uitgegeven dan ontvangen). Op dit moment zijn er geen consequenties. Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Voor het uitoefenen van de treasuryfunctie is inzicht nodig in de huidige en toekomstige kasstromen. Deze kasstromen bestaan uit: 1. de kasstroom uit operationele activiteiten (de exploitatie); 2. de kasstroom uit investeringen; 3. de kasstroom uit financieringsactiviteiten (aflossingen en stortingen van aangetrokken en uitgezette geldleningen). Het inzicht hierin wordt verkregen door het permanent actualiseren van onze liquiditeitsplanning. Uit de jaarcijfers 2025 is een financieringsoverschot van € 0,5 miljoen zichtbaar (excl. jaarrekeningresultaat). Dit zal voornamelijk ingezet worden voor de financiering van de bouwgrondcomplexen. In 2025 hebben we geldleningen afgelost en aangetrokken/geherfinancierd, samen € 30 miljoen (€ 25 miljoen voor project Kineo /Sportpad en € 5 miljoen herfinanciering). Daarnaast zijn er twee kasgeldleningen aangetrokken ad € 5 miljoen per lening; om tijdelijk het operationele exploitatietekort te overbruggen.

Het onderstaande overzicht geeft de mutaties weer in de leningenportefeuille 2025 ev: 2025

2026

2027

2028

bedrag x € 1.000 2029

Stand per 1 januari

45.502

64.609

120.370

133.244

138.111

(her)financiering

30.000

69.200

25.000

13.750

10.000

Reguliere aflossingen

10.894

13.438

12.127

8.883

6.804

Vervroegde aflossingen

-

-

-

-

-

Stand per 31 december

64.609

120.370

133.244

138.111

141.307

Gemiddeld rentepercentage

2,86%

3,21%

3,29%

3,30%

3,36%

Mutaties in de leningenportefeuille

In tegenstelling tot de groei van de schuld (die aan een maximum gebonden is door de Wet Hof) is de hoogte van de schuld een politieke keuze zolang de schuld beheersbaar blijft. Dat wil zeggen dat de gemeente bij een scenario met economisch slecht weer genoeg geld moet overhouden om aan de schuldverplichtingen (aflossingen en interest) te kunnen blijven voldoen zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. Daarnaast is het de samenhang tussen meerdere factoren – in dit geval de schuldpositie, de structurele weerstandscapaciteit en de rek in de belastingopbrengsten – die bepaalt of de gemeente financieel gezond is (zie voor nadere toelichting paragraaf weerstandsvermogen). 59

Financieringswijze Zolang de kortlopende rente lager is dan de rente op de kapitaalmarkt, wordt de ruimte die de kasgeldlimiet biedt zoveel mogelijk benut. Indien nodig worden langlopende leningen aangetrokken om een overschrijding van de limiet tegen te gaan. Bij de keuze van de looptijden van financieringsmiddelen is het uitgangspunt dat deze zoveel mogelijk aansluiten bij de financieringsbehoefte uit de liquiditeitsplanning.

Rentetoerekening en renteresultaat Het saldo van de externe rentelasten en -baten moet in eerste aanleg worden toegerekend aan de grondexploitatie en taakvelden die op projectbasis zijn gefinancierd. Het resterende saldo wordt samen met de rente die wordt berekend over voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd, omgeslagen naar de taakvelden die integraal zijn gefinancierd. Het renteomslagpercentage wordt vervolgens berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd (= 1,64%); waarbij het renteomslagpercentage binnen een marge van 0,5% mag worden afgerond (= 2,00%). Het financieringsresultaat voor 2025 komt dan uit op € 335.410 voordelig. Door de aantrekkende rente op de kapitaalmarkt en nieuwe investeringen; is de verwachting dat de rekenrente zal gaan stijgen door het aflopen en herfinancieren van langlopende leningen en het aantrekken van nieuwe langlopende leningen.

Renteschema 2025 De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/-

-/-

€ 1.495.430 € 390.632 € 1.104.797

€ 66.683 -€ 217.142 -/-

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-€ 150.459 € 1.255.257

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€0 € 247.807 € 1.503.064

1,64%

€ 1.838.474 -€ 335.410

2,00% -0,36%

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Gerealiseerde renteresultaat op het taakveld treasury

-/-

60

Paragraaf 5 – Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering van de gemeente heeft een belangrijke rol in de realisatie van de doelen van de gemeente. Bedrijfsvoering is een onderdeel van zowel de primaire processen, dienstverlening aan inwoners en van beleids- en bestuurlijke processen, als ook de ondersteunende processen, het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning. Hieronder lichten we de belangrijkste bedrijfsvoeringsonderdelen toe die in 2025, naast de reguliere werkzaamheden, extra inspanningen leveren om de doelstellingen van de bedrijfsvoering te realiseren. Organisatie en overhead Ultimo 2025 was de bezetting van de gemeentelijke organisatie van Kaag en Braassem 178,69 fte incl. 3 fte griffie. De vastgestelde formatie begroting 2025 was 183,98 fte. Ten opzichte van ultimo 2024 is de bezetting gestegen met 9,4 fte. Omgerekend naar fte per 1000 inwoners is de bezetting van de gemeentelijke organisatie ultimo 2025 6,06 fte per 1000 inwoners (benchmark 2024 gemeentegrootteklasse 20.000-50.000 inwoners 7,6 fte per 1000 inwoners (bron A&O)). Er wordt extern ingehuurd om de vacatures (deels) in te vullen. In een enkel geval wordt een (parttime) functie bewust extern ingevuld, zoals de functie van planeconoom. Voor een aantal vacatures blijkt het echter moeilijk om goed gekwalificeerde medewerkers te vinden.

Als een vacature te lang open blijft staan, is externe inhuur nodig. Ook wordt er extern ingehuurd als gevolg van (tijdelijke) projecten of ontwikkelingen die niet binnen de bestaande formatie kunnen worden opgevangen. Indien vacatures niet kunnen worden ingevuld, worden die vacaturebudgetten ingezet voor externe inhuur. In de afdeling Dienstverlening zijn alle taken met betrekking tot de bedrijfsvoering ondergebracht. Het merendeel wordt tot de overhead gerekend. Overhead is het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hierbij zijn BBV-regels en de uitgangspunten van de Notitie Overhead van de BBV toegepast. Onze overhead bedraagt in 2025 € 12,8 miljoen. Uitgedrukt in een percentage van de totale lasten, zijnde € 101,0 miljoen bedraagt dit percentage 12,8%. Zie verder ook de Regeling beleidsindicatoren op pagina 36. Rechtmatigheidsverantwoording Sinds 2023 is het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording een expliciete verantwoordelijkheid van het college. Bij beoordeling van rechtmatigheid wordt aandacht besteed aan drie criteria: het begrotingscriterium, het M&O criterium (Misbruik en Oneigenlijk gebruik) en het voorwaardencriterium. De commissie BBV heeft in de kadernota Rechtmatigheid 2025 beschreven wanneer er in de paragraaf Bedrijfsvoering een extra toelichting nodig is.

Dit is het geval indien: • Het totaal aan onrechtmatigheden (fouten en onduidelijkheden) boven de door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens komen (2% van de lasten exclusief dotaties aan de reserves); • Er fouten en onzekerheden geconstateerd zijn die individueel boven de door de raad vastgestelde rapporteringsgrens (€150.000) komen; • Er niet-financiële onrechtmatigheden worden geconstateerd in verband met het niet naleven van bepalingen in de wet Fido en bijbehorende regelingen. Voor elke onrechtmatigheid boven de rapportagegrens van 150.000 euro moet worden uitgelegd welke maatregelen zijn genomen, of nog worden genomen, om herhaling in de toekomst te voorkomen.

61

Toelichting onrechtmatigheden boven de verantwoordingsgrens Er zijn geen rechtmatigheidsfouten en onzekerheden constateert die gezamenlijk boven de door de raad vastgestelde grens komen van 2% van baten, exclusief dotaties aan reserves. Rechtmatigheidsfouten en onzekerheden groter dan €150.000 De realisatie van de lasten Programma 3 (Ruimte en Leefomgeving) zijn ten opzichte van de bijgestelde begroting overschreden met 654k. Deze overschrijding bestaat uit diverse positieve en negatieve mutaties, waarvan op individueel niveau één mutatie een negatief effect heeft op de lasten groter dan 150k. En daarmee in deze paragraaf toegelicht dient te worden. Dit betreft de actualisatie van de grondexploitatie. Deze valt 1.952k negatiever uit dan begroot. Actualisatie grondexploitaties vindt éénmaal per jaar plaats bij de jaarrekening. De begroting 2025 was gebaseerd op de voorlaatste actualisatie (jaarrekening 2024). De overschrijding wordt grotendeels verklaart vanwege een verhoging van de verliesvoorziening (1.191k negatief). Voor een nadere toelichting op de actualisatie van de grondexploitaties wordt verwezen naar paragraaf 7 (Grondbeleid) van deze jaarrekening. Genomen maatregelen om deze rechtmatigheidsafwijkingen in de toekomst te voorkomen: De actualisatie van de grondexploitaties vindt éénmaal per jaar plaats bij vaststelling van de jaarrekening.

Daarmee zijn overschrijdingen per definitie onrechtmatig, omdat deze niet voor 31-12 verantwoord zijn aan de raad. Desondanks kan de raad deze overschrijdingen bestempelen als acceptabele onrechtmatigheden indien het past binnen het beleid van de raad. Met de raad zal besproken worden of dat wenselijk is en of de financiële verordening hierop aangepast dient te worden. Tevens zal onderzocht worden of het gedurende het jaar mogelijk is om de grondexploitaties tussentijds te actualiseren zodat eventuele afwijkingen eerder aan het licht komen. Niet-financiële onrechtmatigheden i.v.m. niet naleven bepalingen wet Fido Er zijn op dit gebied geen onrechtmatigheden geconstateerd. Het systeem van risicomanagement In paragraaf 2 zijn alleen risico's weergegeven die een financieel materiele impact op het weerstandsvermogen kunnen hebben. Tegelijkertijd is dat maar een deel van het systeem van risicomanagement en kent de gemeente ook andere soorten risico's, zoals op het gebied van fraude, rechtmatigheid, politiek, juridische zaken. In 2025 is het risicomanagement binnen de gemeente Kaag en Braassem verder doorontwikkeld en versterkt. De nadruk lag op het vergroten van bewustwording en het voeren van het goede gesprek over risico’s.

Dit is op verschillende manieren gerealiseerd: Procesinterviews: Concerncontrol heeft in 2025 alle financieel kritische processen beschreven op basis van input van de procesexperts. Tijdens deze trajecten zijn direct risicogesprekken gevoerd: • Welke risico’s ziet Concerncontrol vanuit hun auditblik? • Welke risico’s zien de procesexperts zelf? Naast reguliere risico’s is tijdens deze gesprekken expliciet aandacht besteed aan mogelijke frauderisico’s. Deze risico’s zijn geïnventariseerd en vastgelegd. Frauderisicoanalyse: In het verlengde van bovenstaande heeft Concerncontrol in 2025 gemeente breed een frauderisicoanalyse opgesteld voor directie en college. Deze analyse beschrijft onder andere: • Wat onder fraude wordt verstaan?; • Hoe hard en soft controls kunnen bijdragen aan het verkleinen van frauderisico’s; • Wie welke verantwoordelijkheid heeft in het beperken van frauderisico’s.

62

Een belangrijk onderdeel vormt de lijst van potentiële frauderisico’s (circa 40 stuks). Deze lijst is gebaseerd op input uit de procesinterviews en aangevuld met input vanuit directie en management. Op deze manier is niet alleen gekeken naar frauderisico’s binnen financieel kritische processen (processen die binnen de scope van de accountant vallen), maar ook alle andere “niet financieel kritische processen” waarin wel dergelijk frauderisico’s kunnen voorkomen met een grote impact. Elk risico is gescoord (van zeer hoog tot klein risico). De “high risk”-risico’s zijn door Concerncontrol voorzien van aanbevelingen om deze te mitigeren. De resultaten zijn gedeeld met management, directie en college. Risicomanagement sessie met directie en management Tot slot heeft concerncontrol in 2025 een sessie met directie en management georganiseerd om de financieel grootste risico’s te identificeren en te kwantificeren. Het resultaat hiervan is terug te lezen in paragraaf 2. Fraude In 2025 zijn geen gevallen van fraude geconstateerd of gemeld. ICT en informatiebeheer In de afgelopen decennia heeft de snelle ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologie (ICT) een diepgaande invloed gehad op onze samenleving. Deze technologische vooruitgang biedt zowel kansen als uitdagingen voor onze gemeente.

De digitalisering van diensten, de opkomst van AI en de groeiende afhankelijkheid van data en connectiviteit vereisen een proactieve en strategische benadering van ICT-beleid. De gemeente staat voor de taak om deze technologische veranderingen te omarmen en te integreren in onze dagelijkse werking en dienstverlening. Dit vraagt om investeringen in infrastructuur, opleiding van personeel en het waarborgen van digitale inclusie voor al onze inwoners. Daarnaast moeten we aandacht besteden aan cybersecurity en de bescherming van persoonsgegevens om het vertrouwen van onze burgers te behouden. De gemeente streeft ernaar om een slimme, veilige en inclusieve digitale omgeving te creëren die bijdraagt aan de levenskwaliteit van inwoners en de efficiëntie van de gemeentelijke diensten. Door middel van gerichte investeringen en samenwerkingen wil de gemeente de digitale transformatie vormgeven en ervoor zorgen dat niemand achterblijft in deze snel veranderende wereld. Dit is een doorlopend proces. Extra inspanningen heeft o.a. het volgende opgeleverd in 2025 door: • • • • • • •

een nieuw HRM systeem; 10 digitale E-diensten voor Burgerzaken; transitie van Windows 10 naar Windows 11; nieuwe mobiele toestellen voor alle medewerkers (keuze tussen Samsung of Iphone); VerSaaSing van Centric Key2Begraven; Travel Control van Fleet - kilometerregistratie voor het wagenpark; digitaliseren 55 meter bouwvergunningenarchief.

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) De wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) regelt dat inwoners en bedrijven hun zaken die ze met de overheid doen, digitaal kunnen afhandelen. De wet is op 1 januari 2026 ingegaan. We hebben het kanaalaanwijzingsbesluit geactualiseerd. Zo is duidelijk voor onze inwoners, bedrijven en instellingen welke kanalen beschikbaar zijn voor welke producten en diensten. Er wordt alleen om noodzakelijke gegevens gevraagd voor het aangevraagde product of dienst, we verstrekken een ontvangstbevestiging en sturen een afschrift van de aanvraag zelf toe. De klanten worden eventueel doorgeleid naar het juiste kanaal als zij het verkeerde kanaal gebruiken. Daarmee is de wet succesvol geïmplementeerd in 2025.

63

Een digitaal toegankelijke overheid Ieder mens heeft het recht om te leven als ieder ander. En om mee te doen in de samenleving. Meedoen in de digitale wereld hoort daar natuurlijk bij. Daarom is het belangrijk dat websites en apps digitaal toegankelijk zijn. Want als dat zo is, kan écht iedereen ze gebruiken. Eén van de doelen van de Wet digitale overheid is om websites en mobiele applicaties van (semi-) overheidsinstanties beter toegankelijk te maken voor iedereen, inclusief mensen met een beperking. Denk aan mensen met een visuele beperking, auditieve beperking, motorische beperking, cognitieve of neurologische beperking en ouderen. De gemeente Kaag en Braassem staat niet stil op dit punt. De volgende websites en apps waar inwoners veelal in contact staan met ons als gemeente zijn getoetst op digitale toegankelijkheid. Vijf websites en apps voldoen aan de wet en scoren een A of B status. Een A-status voldoet volledig en een B-status voldoet grotendeels met een aantal verbeterpunten. Hieronder het overzicht: Website gemeente Kaag en Braassem Klantenportaal website Kaag en Braassem Meldingen openbare ruimte (Fixi website) Meldingen openbare ruimte (Fixi app) Klantportaal belastingen

B-Status B-status B-status A-status B-status

Privacy In het verslagjaar zijn geen substantiële uitgaven gedaan op het gebied van privacybescherming. Dit laat onverlet dat binnen de organisatie blijvende aandacht bestaat voor de verdere professionalisering van privacy en gegevensbescherming. Uit het jaarverslag van de Functionaris Gegevensbescherming (FG) blijkt dat het ontbreken van een integraal Privacy Management Systeem (PMS) een terugkerend aandachtspunt is. Een dergelijk systeem faciliteert het gestructureerd en aantoonbaar uitvoeren van privacybeheer, waaronder het bijhouden van het register van verwerkingsactiviteiten, het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s), het registreren en afhandelen van datalekken en het ondersteunen van de uitoefening van rechten van betrokkenen. Op dit moment zijn deze processen nog niet geïntegreerd en systematisch ondersteund binnen één applicatie, hetgeen de mate van aantoonbare beheersing beperkt. De implementatie van een PMS wordt daarom beschouwd als een noodzakelijke randvoorwaarde voor het verhogen van het volwassenheidsniveau van de organisatie op het gebied van privacy en voor het duurzaam borgen van compliance met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Voor het komende boekjaar dient rekening te worden gehouden met een investering in de aanschaf en implementatie van een PMS.

NIS2 (informatiebeveiliging) De Network and Information Security Directive 2 (NIS2) is een Europese wet die aangescherpte eisen stelt aan de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen en legt expliciet verantwoordelijkheden bij het bestuur van organisaties. Hoewel de ICT-diensten en informatiebeveiliging zijn uitbesteed aan gemeente Alphen aan den Rijn in de vorm van de Centrumregeling, blijft de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid in het kader van de NIS2 onverminderd bij het bestuur van de gemeente Kaag en Braassem liggen, In 2025 is de gemeenteraad middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de implicaties van de NIS2-richtlijn en de reeds getroffen en voorgenomen maatregelen. Daarnaast is een externe quickscan uitgevoerd om de mate van NIS2-gereedheid te beoordelen. Op basis hiervan zijn enkele

64

verbeterpunten geïdentificeerd. De opvolging en implementatie van deze verbeterpunten zijn belegd bij het team informatiebeveiliging van de samenwerkende gemeente en zijn momenteel in uitvoering. De organisatie monitort de voortgang van deze maatregelen en blijft in overleg met de uitvoerende partij om te waarborgen dat tijdig wordt voldaan aan de vereisten die voortvloeien uit de NIS2richtlijn, met inachtneming van de eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid. Digitalisering van archieven De Gemeente Kaag en Braassem werkt steeds meer digitaal. De beschikbare informatie wordt ook steeds meer digitaal ontsloten en openbaar gemaakt volgens de archiefwet. Echter zijn er nog steeds fysieke archieven aanwezig die wel fysiek opvraagbaar en openbaar zijn, maar nog niet digitaal beschikbaar zijn. Deze informatie wil de gemeente ook digitaal beschikbaar stellen. In 2024 is 55 meter fysiek archief gedigitaliseerd. Het gaat om bouw- en sloopvergunningen. Om dit digitaal beschikbaar te maken is een e-depot (digitaal archief) nodig. In 2025 is geregeld dat dit per 2026 beschikbaar is. Er is een businesscase gemaakt om alle archieven van de gemeente te digitaliseren. Hiervoor zijn middelen beschikbaar gesteld voor 2026, 2027 en 2028 om alle archieven bestaande uit 632 meter te digitaliseren in 2026, 2027 en 2028.

De migratie van de digitale bestanden inclusief de 55 meter bouwvergunningen wordt in 2026, 2027 en 2028 uitgevoerd. Dit project is inmiddels gestart. Van BVO naar centrumregeling Sinds begin 2018 is de gemeenschappelijke regeling “Bedrijfsvoering organisatie (BVO) Rijn en Braassem” opgericht. Dit is het samenwerkingsverband tussen de gemeente Kaag en Braassem en de gemeente Alphen aan den Rijn dat zorg draagt voor de ICT-dienstverlening. Op 25 november 2024 heeft uw raad ingestemd met het opheffen van de gemeenschappelijke regeling per 31 december 2025. De BVO is overgegaan per 1 januari 2026 in een centrumregeling Alphen aan den Rijn. Dit vanwege de behoefte om de bestuurlijke last te verminderen en meer te gaan samenwerken op gebied van informatisering, automatisering en innovaties. Het grootste voordeel van een centrumregeling ten opzichte van een BVO is dat beslissingen sneller kunnen worden genomen, omdat het niet meer langs het BVO-bestuur hoeft. De gemeente Alphen aan den Rijn is de centrumgemeente en de gemeente Kaag en Braassem is regiogemeente. De regiogemeente neemt de diensten af van de centrumgemeente Alphen. In de eerste helft van 2026 werken de centrumgemeente en de regiogemeente de onderliggende stukken onder de centrumregeling verder uit. Hiervan wordt u op de hoogte gehouden zoals in de afgelopen periode ook is gebeurd.

Klachten 2025 Conform de Algemene wet bestuursrecht heeft een ieder het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid tegenover hem of een ander heeft gedragen een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan. Een gedraging van een persoon werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan wordt aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan. Onder een gedraging valt elk handelen of nalaten, dit kan een feitelijke handeling betreffen of een rechtshandeling. Klachten kunnen zowel formeel als informeel afgehandeld worden. Waarbij een formele afhandeling bestaat uit het proces hoor- en wederhoor van de klager en de beklaagde en een grond dan wel ongegrondverklaring van de klacht. Een besluit op een klacht heeft geen rechtsgevolg. In elk stadium van de klachtenprocedure kan de klachtenprocedure worden stopgezet als een oplossing kan worden gevonden waarmee de klager genoegen neemt. Het oordeel van de klager is derhalve doorslaggevend, het initiatief kan bij het bestuursorgaan liggen. Dit resulteert in een snelle informele afhandeling van klachten. Als direct na ontvangst van een klaagschrift telefonische

65

opheldering of genoegdoening wordt geschaft en de klager daarmee tevreden is, is de klacht daarmee (informeel) afgedaan. In het jaar 2025 zijn er 16 klachten bij JZ ingediend. Drie van deze klachten zijn formeel afgedaan, de overige klachten zijn informeel afgedaan. Zaaknummer

Onderwerp

1

793518

Klacht over werkwijze ambtenaren afhandeling vergunningsaanvraag

2

776848

Klacht over behandeling verzoek tot verplaatsing lantaarnpaal

3

781509

Klacht over opleggen boete voor parkeren op invalideparkeerplaats

4

807286

Klacht over niet inschakelen bezwaarcommissie

5

818778

Klacht niet reageren terugbelverzoek

6

826004

Klacht stemmingmakerij media, niet serieus nemen verzoek

7

832151

Klacht vertraging doorgeven PGB-beschikking

8

844432

Klacht afwijzen sollicitant

9

850635

Klacht uitblijven/beperkte reactie Fixi-melding

10

856040

Klacht werkwijze PGB-begeleider

11

855827

Klacht niet reageren op terugbelverzoek

12

905365

Klacht over doornstruiken

13

909751

Klacht over plaatsing versperringsblok

14

910019

Klacht uitblijven reactie informatieverzoek

15

930736

Klacht uitblijven reactie handhavingsverzoeken

16

937961

Klacht werkwijze gemeente

66

Paragraaf 6 – Verbonden partijen Als zelfstandige gemeente zoekt Kaag en Braassem naar samenwerking als dit voordeel oplevert bij vraagstukken die erg complex of kostbaar zijn. In deze paragraaf worden de rechtspersonen beschreven waar de gemeente een bestuurlijk en financieel belang in heeft. Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan zeggenschap, via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Dit houdt concreet in dat er sprake is van een bestuurlijk belang als een collegelid, een raadslid of een ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt of namens de gemeente stemt. Van een financieel belang is sprake als aan een verbonden partij een bedrag ter beschikking wordt gesteld dat niet verhaalbaar is wanneer de verbonden partij in financiële problemen raakt of failliet gaat. Verbonden partijen voeren beleid uit van de gemeente. Als een taak uitgevoerd wordt door een verbonden partij, dan blijft de gemeente verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen. Kaag en Braassem rapporteert over de verbonden partijen in de begroting en in de jaarrekening. Beleidsvoornemen is dat Kaag en Braassem vooral een regiegemeente is.

Om regie te voeren is het van belang de grip op verbonden partijen te hebben en is een scherpe inhoudelijke focus binnen prioritaire thema’s nodig, deze focus is opgenomen in onze Regionale agenda Kaag en Braassem. Hierin staat ook opgenomen hoe we de diverse regionale samenwerkingsverbanden aanwenden bij het behalen van onze doelstellingen. De regionale agenda Kaag en Braassem is samen met een analyse van onze verbonden partijen in 2023 geactualiseerd en vastgesteld. Verbonden partijen Kaag en Braassem Gemeenschappelijke regelingen Holland Rijnland Omgevingsdienst West-Holland Veiligheidsregio Hollands Midden Hecht Hollands Midden BVO Rijn en Braassem Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland

Overig BNG NV Oasen NV Cyclus NV Alliander NV Sportbedrijf Kaag en Braassem BV GEM Braassemerland VOF Stichting Greenport Aalsmeer

Inzicht in de financiën van de verbonden partijen De raad beoordeelt alle begrotingen, tussentijdse rapportages en jaarrekeningen van de verbonden partijen. De raad stemt in met deze producten van de verbonden partijen of doet voorstellen voor aanpassingen hierin. Er zijn ook risico’s. Hierbij wordt gedacht aan consequenties van nieuw overheidsbeleid, wijzigingen in wet- en regelgeving en ontbreken van commitment. Risico’s kunnen beperkt worden door het functioneren van de verbonden partij goed te volgen qua budget en beleid. De risico’s zijn opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s. De (advies)processen binnen de gemeentelijke organisatie zijn gestroomlijnd door het aanwijzen van een driehoek van accounthouder, financieel adviseur en manager waarbij de accounthouder primair verantwoordelijk is voor alle zaken die met de verbonden partij samenhangen.

67

Ontwikkelingen verbonden partijen 2025 Regio Holland Rijnland Binnen Regio Holland Rijnland werkt de gemeente samen om de kwaliteit van wonen, werken, leren en leven van inwoners, ondernemers en instellingen te verbeteren. Regio Holland Rijnland profileert zich vooral als netwerkpartij van de 13 aangesloten gemeenten die zich sterk maakt voor beleidsmatige- en lobbywerkzaamheden. Daarnaast vervult Holland Rijnland ook diverse uitvoerende (soms wettelijke) taken. Denk aan de Regiotaxi, het Regionaal Bureau Leerrecht en op het gebied van wonen worden een aantal diensten in Holland Rijnland verband ingevuld, zoals de contingenten- en urgentieregelingen. Hierdoor kunnen woningzoekenden met een urgentie of spoedzoekers voorrang krijgen op het woningaanbod, deze situaties worden door commissies (van Holland Rijnland) beoordeeld. Daarnaast werkt de gemeente in Regio Holland Rijnland sinds 2024 aan een Regionale Investeringsagenda (RIA). De basis voor de RIA is in de vorige bestuursperiode gelegd waarin diverse strategische documenten (Regionale Energie Strategie, Regionale Omgevingsagenda en de Regionale Strategie Mobiliteit) zijn vastgesteld. Met de RIA worden middelen, kennis en capaciteit samengebracht om te werken aan projecten die onze regio versterken. Zo slaat de gemeente de brug van ambitie naar uitvoering.

Denk hierbij aan grote opgaven zoals: grote tekorten op de woningmarkt, de ontwikkelingen rondom het stikstofdossier, de steeds grotere impact van klimaatverandering en de noodzaak tot economische vernieuwing in een veranderende wereld. Een van de veertien prioritaire projecten in de projectenportefeuille van de RIA is de noordelijke ontsluiting Rijn- en Veenstreek met de Leimuiderbrug als verkeersknelpunt. Daarnaast wordt in de RIA ook gewerkt met een regionaal fonds waarmee kleinschalige concrete projecten worden gestimuleerd. Omgevingsdienst West-Holland De Omgevingsdienst West-Holland is de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van en voor de deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland. De dienst staat voor het verbeteren en bewaken van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving binnen het werkgebied in de regio Holland Rijnland. Om dit te bereiken voert de dienst in mandaat alle wettelijke milieutaken uit voor de gemeente. Daarnaast adviseert de dienst over milieuaspecten bij ruimtelijke planvorming en is ze actief op het brede terrein van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Hierbij gaat het om onderwerpen zoals gevaarlijke stoffen, bodem- en luchtverontreiniging, geluidhinder, natuur, omgevingsveiligheid en energie- en waterbesparing. In 2025 is de Nota Advies, Uitvoering & Handhaving (AUH) vastgesteld.

Deze nota beschrijft het uitvoeringsbeleid en was voorheen vastgelegd in de Gemeentelijke Uitvoeringsnota VTH. Deze naamswijziging benadrukt het belang van advisering als vast onderdeel van de taken van de ODWH. De nota erkent dat deskundig advies een waardevolle aanvulling is op vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door advisering een centrale rol te geven, kan de dienst niet alleen handhaven bij overtredingen, maar ook bedrijven, gemeenten en de provincie proactief ondersteunen. De omgevingsdienst stelt ook zelf jaarlijks een jaarverslag vast en een eindrapportage per deelnemer, waarin uitgebreid de werkzaamheden worden beschreven. VRHM Veiligheidsregio Hollands Midden is (mede) verantwoordelijk voor de (fysieke) veiligheid van burgers, bedrijven en instellingen. Binnen de regio werken brandweer, politie, GHOR en de gemeenten gezamenlijk aan rampenbestrijding en crisisbeheersing. De Veiligheidsregio onderhoudt daarnaast nauwe samenwerking met diverse partners, waaronder waterschappen, milieudiensten en defensie. In reactie op maatschappelijke ontwikkelingen en de veranderende risico’s in de samenleving, heeft de Veiligheidsregio het Regionaal Risicoprofiel 2023-2026 opgesteld. In dit profiel worden belangrijke thema’s zoals klimaatverandering, de energietransitie en bevolkingsdichtheid nader onderzocht en

68

toegelicht. Het Regionaal Risicoprofiel vormt een essentiële basis voor het Regionaal Beleidsplan, waarin deze inzichten verder worden verwerkt. In de afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid regelmatig een beroep gedaan op de Veiligheidsregio’s, bijvoorbeeld voor de coördinatie van langdurige opvang voor vluchtelingen, crisisnoodopvang voor asielzoekers, het versneld huisvesten van statushouders, het beheer van de coronamaatregelen én de coördinatie van het vraagstuk rondom de weerbare samenleving. Deze taken worden in samenwerking met de gemeenten uitgevoerd. De hiervoor genoemde taken leggen een aanzienlijke druk op het personeel, waardoor regulier werk vaak blijft liggen. Tegelijkertijd hebben zich in het afgelopen jaar bezuinigingen voorgedaan en zal de Veiligheidsregio ook komende jaren scherp moeten blijven op de financiën. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen en beleidsmatige aandacht. Dit onderwerp wordt herhaaldelijk op landelijk niveau aangekaart. Hecht Hollands Midden (voormalig RDOG) De Regionale Dienst Openbare Gezondheid (Hecht) Hollands Midden beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van alle inwoners in Hollands Midden, in het bijzonder die van de meest kwetsbaren. Hierbij wordt actief samengewerkt met 18 gemeenten en andere partijen in het sociaal domein, veiligheidsdomein, gezondheidszorg en openbaar bestuur.

Het takenpakket van Hecht is divers en bestaat uit wettelijke GGD-taken en andere wettelijke en niet-wettelijke taken. Alle taken die gemeenten aan Hecht HM hebben opgedragen, zijn taken waarvoor de colleges van B&W in hun gemeente verantwoordelijk zijn, bijvoorbeeld op het gebied van de jeugdgezondheidszorg, de ambulancezorg, de reizigersadvisering, het Meldpunt Zorg en Overlast, het team Milieuhygiëne en Gezondheid en de spreekuren voor seksuele gezondheid. In 2024 is het programma Hecht2024 afgesloten. Dit programma had ten doel Hecht wendbaarder en efficiënter te maken. Inmiddels nadert het ravijnjaar en zal de rijks korting op het gemeentefonds ook worden gevraagd aan verbonden partijen. Vooruitlopend daarop is Hecht met de 18 gemeenten een bezuinigingsdiscussie gestart met de vraag of sommige producten kunnen worden geschrapt. In 2025 is besloten om een aantal bezuinigingen direct in te voeren en in 2026 een tweede bezuinig ronde door te voeren. BVO Rijn en Braassem In paragraaf bedrijfsvoering zijn de ontwikkelingen ten aanzien van de BVO Rijn en Braassem beschreven. Ook voor de ontwikkelingen met betrekking tot ICT verwijzen wij u naar de paragraaf bedrijfsvoering.

Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland In 2022 hebben de gemeenten in Holland Rijnland de Gemeenschappelijke Regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland ingericht ten behoeve van het uitvoeren van inkoop van en contractmanagement op jeugdzorg. De taken van deze serviceorganisatie zijn met name contracteren en contractmanagement, verwerking berichtenverkeer, betalingen, data-analyse en monitoring. In 2025 hebbende gemeenten in Holland Rijnland meerdere maatregelen vastgesteld om de kosten van regionaal gecontracteerde jeugdzorg terug te brengen en meer voorspelbaar te maken. De SOZ is één van de partijen die betrokken is bij de implementatie van de maatregelen. Eén van de maatregelen is het afschaffen van de verrekening van de jeugdhulpkosten op basis van de t-2 systematiek. Dit betekent dat vanaf 2025 de werkelijke kosten voor jeugdzorg per gemeente in rekening worden gebracht. In 2025 is ook het besluit genomen door Alphen aan den Rijn, de samenwerkende gemeenten en de SOZ dat Alphen met ingang van 1 januari 2027 volledig toetreedt tot de SOZ, en daarmee afnemer wordt van de volledige dienstverlening van de SOZ. Dit heeft grote consequenties voor de SOZ qua omvang van taken en daarvoor benodigde personele capaciteit. In 2026 zal dit veel aandacht vragen van de SOZ.

Tenslotte is in 2025 een nieuwe dienstverleningsovereenkomst (dvo) afgesloten met de SOZ voor de duur van één jaar. Dit is omdat de huidige dvo een looptijd had tot en met 2025. Regionaal gaat de 69

gemeente in 2026 de governance van de regionale samenwerking op jeugdzorg herijken. Dit zal leiden tot een nieuwe dvo met ingang van 2027. Cyclus Cyclus is een overheids-NV en verzorgt in opdracht van de gemeente de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. Hiervoor is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten. Cyclus werkt voor elf gemeenten en in de Cyclus-regio vindt afstemming plaats, niet alleen voor de inzameling en verwerking van het afval, maar ook voor beleidsmatige aspecten, zoals het bereiken van de landelijke afvalscheidingsdoelstellingen. Cyclus is een belangrijke partner van de gemeente voor het uitvoeren van het project Afval Anders, waarbij de afvalstoffenheffing variabel wordt opgelegd. In 2025 is een regionaal demontagebedrijf voor grof huishoudelijk afval opgericht. Hier wordt een deel van het grof huishoudelijk restafval, afkomstig van milieustraten, gesorteerd en gedemonteerd tot herbruikbare grondstoffen. In 2026 zal de vestiging in Alphen van start gaan en ook hier zal ook een deel van het grof afval van Kaag en Braassem gedemonteerd gaan worden. Verschillende gemeenten hebben in 2025 aangegeven zich te willen aansluiten bij Cyclus. De aanleiding hiervoor is het terugtreden van commerciële partijen uit de markt voor huishoudelijke afvalinzameling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=2ce14642-0050-4618-b67c-cfc2676a4f19