JAARSTUKKEN 2025
Tekst van het document
Daardoor zijn knelpunten inzichtelijk gemaakt en kunnen we zorgen dat de openbare ruimte straks goed aansluit op het bestaande openbare gebied. - Voor “fase 4” – het energieconcept – is verder uitgezocht en uitgewerkt welke mogelijkheden er zijn om slim om te gaan met energie in het gebied. - Voor herontwikkeling van de vrijvallende locaties zijn de eerste voorbereidingen begonnen.
22
Financiën programma Programma 2 Sociaal domein
Primaire Begroting na begroting 2025 wijziging 2025
Werkelijk 2025
x € 1.000 Werkelijk versus begroting na wijziging
Totale lasten
38.661
46.370
45.719
-651
V
Totale baten Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten
-8.269
-12.393
-12.590
-196
30.392
33.976
33.129
-847
V V
Toevoeging aan reserves
0
905
2.065
1.160
N
Onttrekking aan reserves Gerealiseerd resultaat
-4.220
-4.953
-5.040
-87
26.172
29.928
30.154
226
V N
*De analyses per programma staan vermeld in de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
23
Programma 3: Ruimte en leefomgeving Thema: Wonen De druk op de woningmarkt neemt toe en de gemeenteraad erkent dat betaalbaar wonen een publieke verantwoordelijkheid is. In lijn met het raadsakkoord zetten we in op versnelling van woningbouw, onder andere in het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Onze ambitie is duidelijk: voldoende betaalbare woningen voor iedereen. Koers Meer en sneller realiseren van woningen in het sociale en betaalbare segment. Doelen • Sneller realiseren van woningen om passende huisvesting voor de juiste doelgroepen beschikbaar te stellen. • Met de realisatie van de juiste woningen optimale doorstroming realiseren. • Behoefte in kaart brengen voor aandachtsgroepen. Uitvoering • In de afgelopen periode is de woonzorgvisie opgesteld in samenwerking met de corporaties en zorgpartijen. Iedere gemeente diende voor 1 januari 2026 een woonzorgvisie opgesteld te hebben. De woonzorgvisie is in december 2025 vastgesteld. • Er wordt samen met de gemeente Nieuwkoop en in totaal vier woningcorporaties gewerkt aan een doorstroomregeling, om te zorgen voor meer passende huisvesting. Hierbij kan gedacht worden aan het voorrang geven en stimuleren van ouderen om door te stromen naar een seniorenwoning. Onderdeel daarvan is het gezamenlijk aanstellen van een doorstroomcoach. • De Nota Vereveningsfondsen is herzien en omgebouwd naar een programma onder de Omgevingswet.
Het beleid is herzien en aangescherpt om woningbouw binnen het sociale en betaalbare segment te stimuleren. Ook het middensegment maakt nu dus onderdeel uit van het Programma Vereveningsfondsen. • Voor de locatie Vlietpark in Hoogmade (dierenweide) is een projectleider aangesteld en wordt een uitvraag aan de markt voorbereid. Voor Hoogmade Noordwest (‘straatje erbij’) zijn er gesprekken gevoerd met de grondeigenaar. Op het moment van schrijven zit een conceptverzoek voor deze locatie vanuit de initiatiefnemer in de pijplijn. • Voor bijzondere doelgroepen is gewerkt aan passende huisvesting, waaronder statushouders en verschillende aandachtsgroepen. Daarbij is ingezet op tijdelijke en flexibele oplossingen in samenwerking met woningcorporaties en andere partners. • Er is hard gewerkt aan het actualiseren van de regionale huisvestingsverordening om deze op 1 januari 2026 van kracht te laten zijn. Hierin wordt gestreefd naar een zo goed mogelijke verdeling van sociale huurwoningen en mogelijk ook middenhuurwoningen. • In 2025 is de grondexploitatie Emmalaan geopend ten behoeve van de herontwikkeling van de voormalige scholenlocatie in Woubrugge en wordt de grondexploitatie Voormalig gemeentehuis Rijnsaterwoude afgesloten, omdat de woningen zijn opgeleverd en dit project in 2025 is afgerond.
• In de woningbouwprogrammering van de gemeente staan ruim 1.500 betaalbare woningen opgenomen, onderverdeeld in 934 sociale huurwoningen en 632 woningen in het middensegment. Van de totale programmering valt 37% in de categorie sociale huur en 25% in de categorie middensegment.
24
Thema: Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is onder de Omgevingswet een verplicht instrument voor gemeenten en vormt een integrale langetermijnvisie voor de fysieke en sociale leefomgeving, opgesteld samen met inwoners en maatschappelijke partners. Tot nu toe werd de visie eens per twee jaar (tweemaal per raadsperiode) herzien en op onderdelen aangepast. Koers Een integrale benadering met de Omgevingsvisie als overkoepelend document. Doelen Een geactualiseerde omgevingsvisie in lijn met het raadsakkoord. Uitvoering In de derde herziening van de Omgevingsvisie is vooral ingezet op meer participatie, onder andere via de dorpentoer en het online participatieplatform Denk Mee. Tijdens de dorpentoer, verspreid over zeven avonden, zijn met in totaal 537 inwoners uit alle dorpen gesprekken gevoerd over ruimtelijke en sociale thema’s. Het doel van deze toer was het ophalen van de trots, de zorgen en de maatschappelijke opgaven die in de dorpen leven. Ook is in Hoogmade een verdiepend traject doorlopen dat heeft geleid tot een afzonderlijke eindrapportage, en heeft Kaag een eigen proces gevolgd waarin inwoners zelf een dorpsvisie hebben opgesteld. Beide trajecten zijn vervolgens vertaald naar een dorpsperspectief. Via het online participatieplatform Denk Mee konden inwoners aanvullend hun ideeën en wensen delen. 101 inwoners hebben dit gedaan.
Daarnaast zijn in een later stadium nog jongerensessies georganiseerd om beter in beeld te krijgen hoe zij over bepaalde beleidsthema’s denken. Op basis van de opgehaalde input van inwoners zijn de dorpsperspectieven uit de Omgevingsvisie aangevuld en aangescherpt. Tegelijkertijd zijn de thematische hoofdstukken van de Omgevingsvisie voorzien van een update en beter op elkaar afgestemd. Ook zijn de eerder gebruikte ‘klokken’ vervangen door een rad dat per thema laat zien waar we als gemeente staan. Verder is de bestaande plan-m.e.r.-beoordeling geactualiseerd via een oplegger. Hiermee beschikt de gemeente over een Omgevingsvisie die zowel beleidsmatig als juridisch zorgvuldig is onderbouwd. Op deze manier blijft de Omgevingsvisie actueel en herkenbaar voor inwoners en een heldere richtlijn om mee te werken voor raad, college en ambtelijke organisatie. De geactualiseerde Omgevingsvisie is in december 2025 vastgesteld door de gemeenteraad.
25
Thema: Verkeersveiligheid, openbare ruimte en IBOR Onze kernen bereikbaar en verkeersveilig te krijgen en houden is een belangrijk aandachtspunt voor Kaag en Braassem. Door groot onderhoud van wegen te combineren met vervanging van riolering en vergroening van de openbare ruimte kan werk met werk gemaakt worden. Koers Al de kernen bereikbaar en verkeersveilig krijgen en houden. Een schone, hele, veilige en toegankelijke openbare ruimte is een belangrijke basis voor de leefbaarheid van de dorpen. Doelen • Een veilige gemeente. • Overlast voor inwoner beperken bij onderhoud en verbeteren. • Voldoen aan de door raad gestelde kwaliteitsnormen. • Duurzaam en klimaat adaptief onderhoud van de openbare ruimte. Uitvoering • In 2025 zijn meerdere grote reconstructie projecten van start gegaan, waaronder de Vriezekoop – Noord in Leimuiden, de Watergang in Oude Wetering, de Oud Adeselaan in Rijpwetering en in de omgeving van de Bateweg in Woubrugge. De eerste twee zijn inmiddels ook afgerond. • Met het afronden van weer twee grote civiele projecten en het van start gaan van twee nieuwe, is het een goed moment om de balans op te maken. Van de oorspronkelijke projectenlijst uit het CUP zijn inmiddels elf projecten gerealiseerd, zijn drie projecten in uitvoering en bevinden twee projecten zich in een vergevorderd stadium van voorbereiding.
En er zijn drie projecten zijn nog in een vroegere voorbereidingsfase. • In 2025 is er wederom verdere uitvoering gegeven aan het verkeersveiliger maken van het Noordeinde – Zuideinde in Roelofarendsveen. Het lang verwachte tijdelijke fietspad door fase 11 Braassemerland is gerealiseerd. En heeft een zichtbaar effect op de (fiets)drukte op het Noordeinde. Tegelijkertijd is er verder gewerkt aan een mogelijk nieuwe doorsteek die de problematiek verder zal moeten oplossen. • Eind 2025 is het groenbeheerplan vastgesteld. Via dit nieuwe plan zijn de ambities en uitgangspunten voor het beheer en inrichting van het groen in de openbare ruimte vastgelegd. • Er is, in samenwerking met de dorpsraad, een onderzoek uitgevoerd naar de bereikbaarheid van Kaag-eiland. Met name het functioneren van de veerpont is hierin een belangrijk facet. Er is een objectief beeld geschetst van de huidige (verkeers)situatie, wachtrijen, feitelijke bezetting op de pont door middel van het inzetten van camerabeelden. Daarnaast zijn ook alle bewoners geraadpleegd in de vorm van een enquête. • Eind 2025 is Algemene Plaatselijke Verordening 2012 gewijzigd en is het kapbeleid herzien. Het doel is een eenduidige en efficiënte bescherming van het waardevolle bomenbestand binnen de gemeente te borgen. • In 2025 is t het vervangen van overbodige verharding door groen in de openbare ruimte gecontinueerd.
Hiermee wordt een fijnere leefomgeving voor inwoners gecreëerd en de openbare ruimte klimaat adaptiever. Inwoners werden gestimuleerd hieraan bij te dragen door deelname aan het NK Tegelwippen en aan een regentonnenactie.
26
Thema: Recreatie In deze raadsperiode is een recreatievisie tot stand gekomen in samenwerking met ondernemers, inwoners, verenigingen en het recreatieveld. Om aantrekkelijk te zijn voor vrijetijdsbesteding voor onze eigen inwoners en de bezoekers is een recreatief netwerk nodig. Koers Kaag en Braassem wil zich profileren en manifesteren als recreatiegemeente voor zowel recreant, ondernemer en inwoner. Doelen • Kaag en Braassem profileren en manifesteren als recreatiegemeente. • Kaag en Braassem recreatief aantrekkelijk houden voor inwoners en (regionale) bezoekers. Uitvoering • De (netwerk)positie van Stichting Kaag en Braassem Promotie is versterkt in 2025. De organisatie is heringericht en werkt nu met meer focus en expertise op subsidies en regiosamenwerking. Met een nieuw partnerplan en stevige basis kan beter gestuurd worden op doelstellingen. Dit leidde tot meer bekendheid, ondersteuning bieden aan bestaande en nieuwe projecten en initiatieven (zoals onder andere de Kunstroute, Smakelijk Varen, Historisch Actief, de SAIL aanbrengtocht en de Museumhaven), en tot het faciliteren van verblijfsrecreatiebijeenkomsten met ondernemers om de samenwerking verder te versterken. • Logiesbelasting is ingevoerd per 1-1-2025, zoals bij het CUP 2.0 besloten door de gemeenteraad, zullen de verwachte opbrengsten worden geïnvesteerd aan recreatie.
• Er zijn nieuwe recreatieve voorzieningen gerealiseerd zoals een drinkwatertappunt, picknicksets, seniorenbankje en een recreatiebankje op het water. Ook is een bestaande kanosteiger opgeknapt. • Via gesprekken met diverse stakeholders zijn plannen opgehaald om de recreatieve aantrekkelijkheid te behouden en verder te versterken. In dit proces vervult de recreatiefunctionaris van de gemeente een belangrijke rol als verbindende factor, door partijen samen te brengen en samenwerking binnen het recreatieve netwerk te stimuleren. • De ontwikkelingen van de tweede sluis in Roelofarendsveen zijn gevolgd als onderdeel van het Project Braassemerland. • De inwonerswerkgroep zwemstrand Roelofarendsveen is in 2025 iets meer op de achtergrond aangezien er een zwemstrand ingetekend in op de huidige locatie aan de Galgekade vanuit het Project Braassemerland. Deze ontwikkeling is op de voet gevolgd. • Fietspont Kaag – Oud Ade heeft in 2025 voor het 2e jaar op rij gevaren vanuit initiatief van Stichting Promotie Kaag. De gemeente heeft dit initiatief gesteund en had een faciliterende en ondersteunende rol binnen dit project. Ook werd nauw samengewerkt met gemeente Teylingen. Er is in 2025 bijvoorbeeld belijning aangebracht, een spiegel vervangen en er heeft een heggenschouw plaatsgevonden met de boa’s op de Boekhorsterweg.
27
Thema: Duurzaamheid De gemeente Kaag en Braassem heeft zich, via de Regionale Energie Strategie (RES) HollandRijnland, verbonden aan de doelstelling om in 2050 een energie neutrale regio te zijn. Het is ook de doelstelling in het Klimaatakkoord om in 2050 aardgasvrij te zijn. Dit betekent dat alle elektriciteit, warmte en brandstoffen die in de regio gebruikt wordt, lokaal en duurzaam wordt opgewekt. In 2024 heeft de gemeente de Lokale Energiestrategie vastgesteld en in 2025 is gewerkt aan de uitvoering daarvan. Koers Kaag en Braassem doet actief mee aan de energietransitie en de verduurzaming van Nederland. Doelen Een veilige groene en gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier door: • Het beperken van de CO2 uitstoot in de gebouwde omgeving. • De uitstoot door verkeer en vervoer te verlagen. • Meer aandacht te hebben voor de gevolgen van klimaatverandering. • De biodiversiteit te verbeteren. • De bodemdaling te beperken. • Bewuster om te gaan met energie, water, grondstoffen en voedsel. Uitvoering In juni 2024 is na een uitvoerig participatietraject de Lokale EnergieStrategie (LES) vastgesteld (LES). In de lokale energiestrategie (LES) staan de doelen, taken en inspanningen van onze gemeente om bij te dragen aan de Regionale Energiestrategie Holland Rijnland (RES) en in het verlengde daarvan het Klimaatakkoord.
Energieopwekking • In 2025 heeft de provincie Zuid-Holland in het kader van de herziening Omgevingsbeleid, een Omgevingseffectrapportage (OER) uitgevoerd om zoekgebieden voor windturbines te bepalen. Op basis hiervan heeft GS in de conceptherziening twee primaire zoekgebieden binnen de gemeente aangewezen, goed voor in totaal 21 windturbines. • Dat aantal is voor de gemeente volstrekt onaanvaardbaar. Het staat haaks op de in de LES vastgestelde 1 tot 2 windturbines en heeft tot veel weerstand onder de inwoners geleid. Uiteindelijk heeft de gemeenteraad het College opdracht gegeven het RES-bod te herijken, de gevolgen voor de LES inzichtelijk te maken en de zoekgebieden voor grootschalige energie opwek uit de LES helemaal te verwijderen uit de Omgevingsvisie. • Daarom is in 2025 stevig ingezet op ambtelijke en bestuurlijke lobby richting de provincie. Dat gebeurde via brieven, overleggen, het bestuurlijk inspreken bij de provincie en het indienen van een uitgebreide zienswijze op de provinciale herziening. • Voor wat betreft zon heeft de gemeente onderzocht en is nog bezig te onderzoeken of het mogelijk is om gronden langs infrastructuur in te zetten voor energieopwekking via zon. Dat gebeurt in samenwerking met Rijkswaterstaat, de provincie Zuid-Holland en een aantal regiogemeenten.
• Er is bij de provincie Zuid-Holland een subsidie aangevraagd en gekregen om een haalbaarheidsstudie voor Energiehub Veenderveld uit te voeren. De volgende stap is een energiecoöperatie oprichten.
28
Energiebesparing en aardgasvrij • De gemeente zet in op structurele middelen voor de energiecoaches en initiatieven vanuit de dorpen om bewuster om te gaan met water, energie, voedsel en grondstoffen. • In 2025 ontvingen meer dan 100 huishoudens energieadvies van onze energiecoaches, dat is inclusief het werk van Leimuiden Duurzaam. • In 2023/2025 zijn er 1.400 huishoudens bezocht door het fix team en het Regionaal Energieloket. • Om lokaal zo veel mogelijk woningen te isoleren en inwoners daarbij te ondersteunen, is in 2025 gestart met het kijken naar relevante aanpassingen van de gemeentelijke subsidieregeling. • In 2025 is gestart met het ontwikkelen van het Warmteprogramma, dat de aanpak beschrijft van het isoleren en aardgasvrij maken van de omgeving. Hierin staat welke wijken, buurten en dorpskernen in de komende 10 jaar van het aardgas af gaan. • Sinds 2025 wordt er al aan drie Wijkuitvoeringsprogramma’s gewerkt. In RoelofarendsveenNoord met de gemeente als regisseur, top down. Op de Kaag, dit is een lokaal initiatief van inwoners, bottom-up, ondersteund door de gemeente. En in Leimuiden vindt een kleine pilot plaats, door de Energiecorporatie Leimuiden Duurzaam, dit wordt financieel ondersteund door de provincie Zuid-Holland.
Bodemdaling en biodiversiteit • Het versterken van het groen (impuls openbaar groen en meer bomen) door middel van deelname aan het programma steenbreek, het aanpassen van de LIOR met meer aandacht voor klimaatadaptatie. • Het biodiverser maken en beheren van het openbaar groen en de lijst met beschermenswaardige bomen actualiseren. • Openbaar groen staat hoog op de agenda van de gemeente. Op veel plekken wordt gewerkt aan vergroening van onze openbare ruimte. Dit o.a. met het programma steenbreek. • Met het vaststellen van de IBOR 2025-2029 zijn keuzes gemaakt voor het beheer van het openbaar groen. Biodiversiteit is een integraal onderdeel van ons onderhoud. In 2025 komt het college naar de raad met een nieuwe kapverordening, waarin de beschermenswaardige bomen worden meegenomen. • De gemeente werkt samen met grondeigenaren, waterschap en provincie aan het tegengaan van de effecten van bodemdaling en ontwerpen scenario's voor een pilot vanuit de middelen van provincie en waterschap. • De gemeente werkt toe naar een integrale aanpak van bodemdaling in samenwerking met grondeigenaren, het waterschap en de provincie. In de komende periode wordt in kaart gebracht waar de bodemdaling het grootst is. Op basis daarvan worden mogelijke maatregelen verkend en worden pilotlocaties, samenwerkingen en financieringsmogelijkheden verder onderzocht.
29
Thema: Land- en tuinbouw(gebieden) De landelijke koers van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) voor het landelijk gebied richt zich op meer ruimte voor boeren, innovatie, voedselzekerheid, en een integrale gebiedsaanpak waarin landbouw, natuur en economie samenkomen. Het Rijk speelt hierbij een richtinggevende rol door nationale doelen en kaders vast te stellen, toezicht te houden op de uitvoering en de samenhang met Europese verplichtingen te bewaken, terwijl de provincies zorgen voor de praktische invulling op maat. Koers Een belangrijk deel van het grondgebied van Kaag en Braassem is in gebruik bij agrariërs en ook in de toekomst zal de land- en tuinbouw een grote rol blijven spelen. Duidelijke kaders om verrommeling van het land- en tuinbouwgebied tegen te gaan en een vitale innovatieve land- en tuinbouwsector is hierbij van groot belang. Doelen • Bodemdaling tegengaan. • Een vitale innovatieve land- en tuinbouwsector. • Behoud open landschap. Uitvoering • In Q2 van 2025 is vastgesteld dat het glastuinbouwgebied De Baan en Sotaweg ook voor de komende twintig jaar wordt bestemd als duurzaam glastuinbouwgebied. Dit naar aanleiding van onder andere de gesprekken door de procesbegeleider uit Q4 2024. De uitkomsten van deze gesprekken zijn in 2025 verder uitgewerkt.
Dit besluit biedt duidelijkheid aan zowel de ondernemers als de inwoners in het gebied. Om te komen tot een toekomstbestendige inrichting en de transformatie naar een duurzaam glastuinbouwgebied te ondersteunen, worden richtlijnen en spelregels opgesteld. • In 2025 is het onderzoek naar de toekomstbestendigheid van het glastuinbouwgebied Geestweg–Floraweg voortgezet en afgerond. Uit dit onderzoek blijkt dat het gebied niet toekomstbestendig is en ook niet toekomstbestendig kan worden gemaakt. Om tot deze uitkomst te komen is er breed geparticipeerd met omwonenden en bewoners, ook via een aantal participatieavonden. In Q3 van 2025 is het rapport vastgesteld en is de opdracht gegeven om een gebiedsvisie voor dit gebied op te stellen, waarbij de reikwijdte wordt uitgebreid richting de rijksweg A4. In het Q4 van 2025 heeft een eerste inventarisatie plaatsgevonden; de verdere uitwerking volgt in 2026. • Update ZH-PLG: Hoewel het NPLG van de baan is, zijn de doelen tot nu toe overeind gebleven. Met het ZH- PLG stuurt de provincie op het realiseren van de doelen. De provincie heeft de gebieden gevraagd om bottom-up aan te geven wat er vanuit hen mogelijk is in het realiseren van een toekomstbestendig landelijk gebied. In december 2025 is Gebiedsplan Groene Hart Noord aangeboden aan de Provincie Zuid Holland.
Dit plan is een presentatie van goede ideeën en initiatieven aan de Provincie Zuid-Holland en daarachter aan het Rijk. Er kan pas besloten worden over daadwerkelijke uitvoering van het volledige plan als de reactie van de provincie ontvangen is en bekend is welke delen van het plan gehonoreerd zullen worden. • In 2025 is samen met een aantal gemeenten in het Veenweidegebied bestuurlijk een gezamenlijke inspraakreactie ingediend op de Provinciale Samenhangende Aanpak Natuurherstel en Economie (SANE), het integrale provinciale plan dat beoogt stikstofreductie en economische ontwikkeling in balans te brengen. De gezamenlijke reactie is nadrukkelijk onder de aandacht gebracht tijdens de hoorzitting over SANE. Daarbij is, vanuit de overtuiging dat voortgang noodzakelijk is, een kritische bijdrage geleverd. De inbreng vanuit de regio is in de daaropvolgende Statenbehandeling zichtbaar meegenomen. Via diverse moties en amendementen is SANE aangepast en verder verrijkt, waarbij meerdere door ons aangedragen punten onderwerp van debat zijn geworden. Dit heeft geleid tot een voorstel van Provinciale 30
•
Staten dat in december 2025 door de Provincie Zuid-Holland is vastgesteld. Tijdens de Statenvergadering van 10 december 2025 is het plan met een coalitiemeerderheid aangenomen, waarmee de weg is vrijgemaakt voor de verdere uitwerking. De subsidieaanvraag is goedgekeurd voor het gebiedsproces Vliet-, Waterloos- en Blauwe polder. Hier wordt ingezet op het tegengaan van bodemdaling en CO2-uitstoot met behoud van het perspectief voor de agrariër. In 2026 zal het aanbestedingstraject van start gaan.
31
Thema: Economie en bedrijventerreinen In 2025 is een nieuwe economische visie tot stand gekomen, opgesteld dóór en vóór de ondernemers uit Kaag en Braassem. In samenspraak met de ondernemersvereniging is deze visie overgenomen in onze herziene omgevingsvisie. Werkgelegenheid blijft daarbij een van de belangrijkste randvoorwaarden voor de bestaanszekerheid van onze inwoners. De verantwoordelijkheid van de gemeente om voldoende ruimte en ontwikkelmogelijkheden voor bedrijven te creëren, blijft dan ook een van onze ambities. Koers Kaag en Braassem is een bedrijvige gemeente. Met bijvoorbeeld de ontwikkeling van bedrijventerreinen worden in de aankomende jaren kansen benut en de lokale economie gezond gehouden. Doelen • Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven bieden en behouden. • De economische sector de ruimte bieden om te ondernemen. • Werkgelegenheid vergroten voor inwoners. Uitvoering • Het KVO-keurmerk op het bedrijventerrein Veenderveld is in mei 2025 met succes verlengd voor een periode van 3 jaar. • De gemeente werkt intensief samen met het Economisch Overleg Platform (EOP). Vanuit deze samenwerking heeft de ondernemersvereniging een nieuwe economische visie opgesteld voor de komende 5 jaar. Deze economische visie is in 2025 aangeboden. De visie is vervolgens verwerkt in onze herziende omgevingsvisie.
• In Q3 van 2025 heeft het omgevingsplan voor Drechthoek II ter inzage gelegen (eind augustus tot begin oktober). Dit betekent dat de realisatie van Drechthoek II weer dichterbij is gekomen. In 2026 wordt hier een vervolg aangeven. • In 2025 is de lobby voor Bedrijvenpark A4 voortgezet. In Q4 van dat jaar hebben meerdere statenleden een bezoek gebracht om de locatie zelf te beoordelen. Dit bezoek is als zeer positief ervaren. Er wordt ingezet op een constructief en positief vervolg in 2026. • In Q4 van 2025 heeft de gemeente, in samenwerking met Rijnvicus, een succesvolle banenmarkt georganiseerd. In totaal namen 15 lokale bedrijven deel, bezochten 191 mensen het evenement, vonden 57 vervolggesprekken plaats en zijn er 7 definitieve banen gerealiseerd. Vanwege dit succes is het voornemen de banenmarkt in 2026 te herhalen. • In 2025 is gestart met het opnieuw in de markt zetten van de buitenreclame, omdat de huidige contracten aflopen en een deel van de objecten verouderd is. Door digitalisering kunnen deze objecten straks beter worden ingezet, bijvoorbeeld bij calamiteiten, en kunnen nieuwe contracten mogelijk een hogere afdracht opleveren. In totaal vinden er drie aanbestedingen plaats.
32
Financiën programma Programma 3 Ruimte en leefomgeving
Primaire Begroting na begroting 2025 wijziging 2025
Werkelijk 2025
x € 1.000 Werkelijk versus begroting na wijziging
Totale lasten
28.849
30.183
30.859
676
N
Totale baten Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten
-15.794
-17.919
-20.571
-2.652
13.055
12.264
10.288
-1.976
V V
Toevoeging aan reserves
0
667
1.787
1.120
N
Onttrekking aan reserves Gerealiseerd resultaat
-338
-955
-1.785
-831
12.718
11.977
10.290
-1.687
V V
*De analyses per programma staan vermeld in de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
33
Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten van de gemeente waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Dat betekent dat de gemeente deze vrij kan besteden (in tegenstelling tot de specifieke dekkingsmiddelen). Hieronder vallen bijvoorbeeld lokale heffingen, waarvan de besteding van de opbrengst niet gebonden is (bijvoorbeeld OZB/RZB, forensenbelasting), de algemene uitkering uit het Gemeentefonds van het rijk, ontvangen dividend van een deelneming, saldo van de financieringsfunctie (ook wel renteresultaat genoemd) en overige inkomsten waar geen bestedingsdoel voor is bepaald.
Financiën algemene dekkingsmiddelen x € 1.000 Algemene dekkingsmiddelen
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Werkelijk versus begroting na wijziging
Werkelijk 2025
Totale lasten
5.669
6.280
2.516
Totale baten
-61.479
-65.220
-65.426
-205 V
Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten
-55.811
-58.940
-62.909
-3.969 V
-3.764 V
Toevoeging aan reserves
0
0
0
Onttrekking aan reserves
0
-595
-595
0
-55.811
-59.535
-63.504
-3.969 V
Gerealiseerd resultaat
0
*De analyses per programma staan vermeld in de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien Financiën overhead Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat gemeenten met ingang van de begroting 2017 de overhead niet langer meer mogen toerekenen aan de afzonderlijke programma’s. Onder overhead wordt het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van het primaire proces verstaan. Het doel is om de overhead bij gemeenten beter inzichtelijk te maken. x € 1.000 Overhead
Werkelijk versus begroting na wijziging
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Totale lasten Totale baten Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten
12.063 -71 11.992
12.890 -60 12.830
12.888 -57 12.832
-2 V 4 N 2 N
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Gerealiseerd resultaat
11.992
12.830
12.832
2 N
Werkelijk 2025
*De analyses per programma staan vermeld in de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
34
Financiën vennootschapsbelasting x € 1.000 Vennootschapsbelasting
Werkelijk versus begroting na wijziging
Primaire begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Totale lasten Totale baten Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten
1 0 1
17 0 17
-1 0 -1
-18 V 0 -18 V
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Gerealiseerd resultaat
1
17
-1
-18 V
Werkelijk 2025
*De analyses per programma staan vermeld in de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
Onvoorzien Bij het vaststellen van de begroting is het bedrag voor onvoorzien bepaald op € 0. Dit is beleid is voortgezet bij de meerjarenbegroting.
35
Regeling beleidsindicatoren Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 maart 2016, nr. 20160000177572 Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 1. Veiligheid 1. Veiligheid 1. Veiligheid 1. Veiligheid
Naam Indicator
Eenheid
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
Overhead
% van totale lasten Aantal per 10.000 jongeren Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners
Eigen gegevens Bureau Halt CBS CBS CBS
Aantal per 1.000 inwoners
3. Economie
Verwijzingen Halt Winkeldiefstallen Geweldsmisdrijven Diefstallen uit woning Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) Functiemenging
3. Economie
Vestigingen (van bedrijven)
4. Onderwijs 4. Onderwijs
Absoluut verzuim Relatief verzuim Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)
% Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar Aantal per 1.000 leerlingen Aantal per 1.000 leerlingen % deelnemers aan het VO en MBO onderwijs
Niet-sporters
%
1. Veiligheid
4. Onderwijs 5. Sport, cultuur en recreatie
Bron
2024
2025
6,10 fte
6,24 fte
5,77 fte
6,06 fte
€ 731
€ 831
14%
13%
12%
13%
1,6 0,2 2,9 0,5
1,9 0,3 2,7 0,7
CBS
3,4
3,6
LISA
47,7%
NNB
LISA
206
206
DUO DUO
5,8 25
NNB NNB
Ingrado
1,6%
NNB
Gezondheidsenquête (CBS, RIVM)
40,3%
NNB
Eigen gegevens Eigen gegevens Eigen gegevens Eigen gegevens
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 LISA 635,6 – 64 jaar Verwey Jonker Instituut % 12 t/m 21 jarigen NNB – Kinderen in Tel Verwey Jonker Instituut % kinderen tot 18 jaar 3% – Kinderen in Tel % van de werkzame beroepsbevolking ten CBS 76,0% opzichte van de beroepsbevolking Verwey Jonker Instituut % 16 t/m 22 jarigen 1% – Kinderen in Tel
6. Sociaal domein
Banen
6. Sociaal domein
Jongeren met een delict voor de rechter
6. Sociaal domein
Kinderen in uitkeringsgezin
6. Sociaal domein
Netto arbeidsparticipatie
6. Sociaal domein
Werkloze jongeren
6. Sociaal domein
Personen met een bijstandsuitkering Aantal per 10.000 inwoners
6. Sociaal domein
Lopende re-integratievoorzieningen
6. Sociaal domein 6. Sociaal domein 6. Sociaal domein
Jongeren met jeugdhulp Jongeren met jeugdbescherming Jongeren met jeugdreclassering Cliënten met een maatwerkarrangement WMO
NNB NNB NNB 76,4% NNB
CBS
132,3
126,2
CBS
43,8
NNB
CBS CBS CBS
13,9% 0,90% 0%
14,2% 1% 0,30%
Aantal per 10.000 inwoners
GMSD
NB
NB
Omvang huishoudelijk restafval
Kg/inwoner
CBS
122 kg/inw
122 kg/inw
Hernieuwbare elektriciteit
%
RWS
25,1% (2022)
29,6% (2023)
Gemiddelde WOZ waarde
Duizend euro
8. Vhrosv
Nieuw gebouwde woningen
Aantal per 1.000 woningen
8. Vhrosv
Demografische druk
%
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
In Euro’s
CBS € 464.000 Basisregistratie 0,082 adressen en gebouwen CBS 74,3% 638 geen koopwoning/ COELO 1121 wel een koopwoning
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
6. Sociaal domein 7. Volksgezondheid en Milieu 7. Volksgezondheid en Milieu 8. Vhrosv
Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar % van alle jongeren tot 18 jaar % van alle jongeren tot 18 jaar % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
In Euro’s
COELO
654 geen koopwoning/1137 wel koopwoning (deze bedrage gelden voor 2ersoonshuishoudens)
€ 487.000 0,087 75,2% 662 geen koopwoning/ 1159 wel een koopwoning 679 geen koopwoning/ 1175 wel een koopwoning (bedragen gelden voor 2persoonshuishoudens)
NB = niet bekend NNB = nog niet bekend
36
Paragrafen In dit onderdeel wordt op zeven belangrijke beleidsterreinen die niet programmagebonden zijn, inzicht gegeven in belangrijke ontwikkelingen van het jaar 2025. Conform het bepaalde in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn de onderstaande paragrafen opgenomen in het jaarverslag: • • • • • • • •
Paragraaf 1 - Lokale heffingen Paragraaf 2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf 3 - Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf 4 - Financiering Paragraaf 5 - Bedrijfsvoering Paragraaf 6 - Verbonden partijen Paragraaf 7 – Grondbeleid Paragraaf 8 – Wet Open Overheid
37
Paragraaf 1 – Lokale heffingen De Gemeentewet geeft een limitatieve opsomming van de belastingen die een gemeente mag heffen. Lokale heffingen vormen voor de gemeente een belangrijke inkomstenbron. Kaag en Braassem kent de onroerendezaakbelastingen (OZB), roerende zaakbelasting (RZB), forensenbelasting, en sinds 2025 ook logiesbelasting. Ook wordt een aantal rechten geheven: de riool- en waterzorgheffing, de afvalstoffenheffing, leges, marktgelden en lijkbezorgingsrechten. In deze paragraaf wordt nader aandacht besteed aan de lokale heffingen, het kwijtscheldingsbeleid en er wordt een overzicht gegeven van de diverse heffingen met de daarbij geraamde inkomsten en de lokale lastendruk in Kaag en Braassem. Beleid rondom belastingen De gemeente Kaag en Braassem hanteert het uitgangspunt dat de lokale heffingen de gemeentelijke kostenontwikkeling volgen. Voor de belastinginkomsten werd een inflatiecorrectie toegepast van 4,4%. Deze is gebaseerd op de loonvoet sector overheid voor 2025 uit de kerngegevenstabel van het CEP per februari 2024. De heffingen voor riool- en waterzorg en afval zijn maximaal 100% kostendekkend, waarbij rekening is gehouden met een eventuele btw-component in de kosten. Onroerendezaakbelastingen 2025 (OZB) De onroerendezaakbelastingen is na de uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron.
De grondslag voor deze belasting zijn de WOZ-waarden, die jaarlijks opnieuw worden bepaald. Voor de aanslagoplegging begin 2025 is gekeken naar de waarde van de woning (en gebouwen) op 1 januari 2024; de zogenaamde waardepeildatum. De gemiddelde WOZ-waarde voor woningen in Kaag en Braassem bedroeg in 2024 € 487.000 (waardepeildatum 1 jan 2024), terwijl dat een jaar eerder € 464.000 was. Dat is een stijging van 5%. Landelijk bedroeg deze stijging 9,5%. De totale WOZ-waarde van het areaal bedroeg in 2025 € 6,9 miljard en bestond voor 92% uit woningen en 8% uit niet-woningen. De Waarderingskamer controleert en beoordeelt of gemeenten de Wet waardering onroerende zaken goed uitvoeren. Voor Kaag en Braassem beoordeelt zij de uitvoering als ‘goed met 5 sterren’. Zie ook https://www.waarderingskamer.nl/gemeente/kaag-en-braassem Afvalstoffenheffing 2025 De afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan gebruikers van woningen en recreatieverblijven en voor het inzamelen en verwerken van grof huishoudelijk afval. Er wordt sinds december 2021 gewerkt met een vast tarief, waarbij er geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Daarnaast zijn er drie variabele tarieven gebaseerd op het aantal keer dat een container (afhankelijk van de grootte, 140 of 240 liter) of een zak restafval wordt aangeboden.
Een huishouden ontvangt één aanslag met het vaste deel voor het actuele kalenderjaar en het variabele deel (daadwerkelijke aantal ledigingen) van het jaar daarvoor. De opbrengsten van het variabele deel komen weliswaar een jaar later binnen bij de gemeente, maar worden als opbrengsten in de exploitatie van het lopende jaar worden verwerkt, omdat inwoners het variabele deel per einde belastingjaar verschuldigd zijn. Over 2025 was de heffing kostendekkend (103%). Riool- en waterzorgheffing 2025 De kostendekkendheid van de riool- en waterzorgheffing 2025 bedroeg 99%. Dat is iets minder dan de beoogde 100%. De kostenstijging (door hogere rente en personele inzet) ging in 2025 wat harder dan geraamd. Als gevolg was een toename van 6,2% van de riool- en waterzorgheffing benodigd. Het college koos ervoor de inkomsten te handhaven conform het vastgestelde Watertakenplan 2024 2027 en ook het nadeel niet te onttrekken aan de voorziening riolering.
38
Bouwleges 2025 In 2024 ging de nieuwe Omgevingswet van kracht. De wet omvat een ingrijpende stelselherziening van het omgevingsrecht. Vrijwel alle bestaande wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn opgegaan in de Omgevingswet. Doordat deze wet ook andere eisen aan omgevingsaanvragen en beoordelingen stelde, moest de legesverordening volledig worden herzien. Financieel werd in 2024 al gemerkt dat de legesinkomsten met 40% terugliepen. Het jaar 2025 diende definitief uitsluitsel te geven of dit een eenmalig of structureel effect was. Nu bleek 2025 een kalenderjaar met twee gezichten. In de eerste helft zagen we de trend van 2024 doorzetten, wat ook een begrotingswijziging op het onderdeel bouwleges tot gevolg had. Echter bracht de tweede helft van 2025 dusdanige legesinkomsten dat de begroting van voor de begrotingswijziging ruim gehaald werd. De nieuwe realiteit en grilligheid die de inkomsten bouwleges binnen de omgevingswet met zich meebrengen, vragen de organisatie dus om een nadere analyse. Deze analyse zal in 2026 doen plaatsvinden. Overzicht belastingdomein gemeente Kaag en Braassem De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van het lokale belastingdomein.
OZB eigenaren woningen OZB eigenaren niet-woningen OZB gebruikers niet-woningen RZB eigenaren woningen Inzameling grof huishoudelijk afval Afvalstoffenheffing Rioolheffing Logiesbelasting Forensenbelasting Precariobelasting Diverse rechten grafrechten marktgelden Diverse leges omgevingsvergunningen snelle motorboten burgerzaken Totaal
bedragen in € Realisatie 2025 5.683.665 997.950 671.388 22.887 171.775 4.582.999 4.678.886 58.442 440.452 15.473 130.235 16.697 1.317.822 57.189 723.781 19.569.641
Kostendekkendheid Bij de berekening van tarieven van heffingen mogen de baten de lasten niet overschrijden, deze baten mogen hoogstens kostendekkend zijn. Deze informatie wordt afzonderlijk in beeld gebracht voor de belangrijkste onderdelen binnen de gemeentelijke belastingen. De tarieven voor afvalinzameling, riolering, begraafplaatsen en omgevingsvergunningen worden ieder afzonderlijk berekend. De resterende opbrengsten betreffen de overige leges te weten het verstrekken van persoons- en reisdocumenten alsook de overige vergunningverlening op basis van de APV.
39
Kostendekkendheid
Nr Afvalinzameling en -verwerking (taakveld 7.3) 1 Kosten op de taakvelden (netto) 2 BTW 3 Overhead 4 Toerekening rente 5 Totale kosten 6 Inkomsten 7 Netto-lasten 8 Kostendekking
1 2 3 4
bedragen in € Werkelijkheid 2025 3.259.802 652.468 644.871 39.018 4.596.159 4.754.774 -158.616 103%
Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in het taakveld afval. Extracomptabele toegerekende btw op kosten en investeringen op grond van de invoering van de btw-plicht gemeente. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt conform BBV-voorschriften extracomptabel toegerekend. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften.
Kostendekkendheid afval is 103%. Door een goed scheidingsgedrag en zo min mogelijk aanbieden van restafval kunnen inwoners hun werkelijke lasten lager houden. Nr Beheer rioleringsstelsel en waterzuivering (taakveld 7.2) 1 Kosten op de taakvelden 2 BTW 3 Overhead 4 Toerekening rente 5 Totaal kosten 6 Inkomsten 7 Netto-lasten 8 Kostendekking
1 2 3 4
Werkelijkheid 2025 2.866.233 403.075 708.204 701.373 4.678.885 4.678.886 0 100%
Betreft kosten zoals opgenomen in het geactualiseerde GRP aangevuld met de taakgerichte uren. Extracomptabel toegerekende btw op kosten en investeringen op grond van de invoering van de btw-plicht gemeente. Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond van de BBV- voorschriften. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften.
De kostendekkendheid van de riool- en waterzorgheffing bedraagt 100%.
40
Nr Begraafplaatsen (taakveld 7.5) 1 Kosten taakveld begravingen 2 Overhead 3 Toerekening rente 4 Totaal kosten 5 Inkomsten 6 Netto-lasten 7 Kostendekking
1 2 3
7 Kostendekking
2 3
7 Kostendekking
2 3
bedragen in € Realisatie 2025 1.090.732 261.197 0 1.351.929 1.317.822 34.108 97%
Betreft kosten zoals geraamd op de taakvelden behorend tot de fysieke leefomgeving (m.n. WABO). Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond de BBVvoorschriften. Toerekening van rente is niet van toepassing.
Nr Leges: Overige leges (Burgerzaken) (taakveld 0.2) 1 Kosten op de taakvelden 2 Overhead 3 Toerekening rente 4 Totaal kosten 5 Inkomsten 6 Netto-lasten
1
33%
Betreft kosten zoals geraamd op het taakveld begraafplaatsen Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond van de BBV-voorschriften. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften.
Nr Leges: fysieke leefomgeving en omgevingsvergunning (WABO) (taakveld 8.3) 1 Kosten op de taakvelden 2 Overhead 3 Toerekening rente 4 Totaal kosten 5 Inkomsten 6 Netto-lasten
1
bedragen in € Realisatie 2025 326.783 43.189 20.061 390.033 130.235 259.798
bedragen in € Realisatie 2025 1.029.999 178.276 0 1.208.275 783.489 424.786 65%
Betreft kosten zoals geraamd op de taakvelden die behoren tot dienstverlening. De nadruk ligt hier persoons- en reisdocumenten, alsmede vergunningverlening op basis van de APV. Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extra comptabel toegerekend op grond van de BBV- voorschriften. Toerekening van rente is niet van toepassing.
41
Totale woonlasten meerpersoonshuishoudens Onder de gemeentelijke woonlasten wordt het gemiddelde bedrag verstaan dat een huishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan OZB, riool- en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing. In onderstaande tabel worden de woonlasten van Kaag en Braassem weergegeven. Gemiddelde woonlasten meerpersoonshuishoudens Gemiddelde WOZ waarde Kaag en Braassem
€
2024 464.000 €
Onroerendezaak belasting Afvalstoffenheffing (vast tarief)* Riool- en waterzorgheffing Totale woonlasten per meerpersoonshuishouden
€ € € €
418 305 303 1.025
2025 487.000
€ € € €
434 310 322 1.066
(*): De werkelijke last per huishouden afvalstoffenheffing is afhankelijk van het scheidingsgedrag. Boven op het vast tarief wordt nog een bedrag per aangeboden zak of container in rekening gebracht. Kwijtscheldingsbeleid Een belastingplichtige met een inkomen van 100% of minder van het minimuminkomen komt in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Er kan uitsluitend kwijtschelding worden verleend voor de afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing. Alle andere heffingen zijn van kwijtschelding uitgesloten. In 210 gevallen met een bedrag van € 140.157,30 is automatische kwijtschelding verleend. Om hiervoor in aanmerking te komen is eerder volledige kwijtschelding verkregen en worden de nieuwe gegevens bij diverse instanties opgevraagd en automatisch getoetst. Daarnaast zijn er ook kwijtscheldingsverzoeken. Die zijn hierna inzichtelijk gemaakt. In 2025 zijn er 196 verzoeken ingediend waarvan 127 geheel of gedeeltelijk zijn toegewezen voor een bedrag van € 73.436,62. Het aantal afgewezen verzoeken is 66 voor een bedrag van € 43.170,00. Er zijn nog 3 verzoeken in behandeling met een bedrag van € 1.458,80. Ter vergelijking staan ook de aantallen voor de drie eerdere jaren. Omschrijving Toegewezen (geheel of gedeeltelijk) Afgewezen In behandeling Totaal ingediende kwijtscheldingsverzoeken
2022 128 61 1 190
2023 171 100 4 275
2024 165 174 1 340
2025 127 66 3 196
Bedrag 73.437 43.170 1.459 118.065
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
Bedrag
Toegewezen (geheel of gedeeltelijk) Afgewezen In behandeling
128 61 1
171 100 4
165 174 1
127 66 3
€ 73.436,62 € 43.170,00 € 1.458,80
Totale ingediende kwijtscheldingsverzoeken
190
334
280
196
€ 118.065,42
42
Paragraaf 2 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Voor een gezonde financiële positie moet de gemeente Kaag en Braassem beschikken over voldoende weerstandsvermogen. Dit betekent dat er genoeg middelen beschikbaar zijn om nietafgedekte financiële risico’s op te vangen. Zo wordt voorkomen dat elke onverwachte tegenvaller direct leidt tot bezuinigingen of dat er juist een onnodig grote financiële buffer wordt aangehouden. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit. Het beleid is erop gericht dat deze verhouding minimaal 1,0 bedraagt. Dit houdt in dat de beschikbare weerstandscapaciteit ten minste gelijk moet zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit, zodat de gemeente haar risico’s adequaat kan opvangen. Definitie In de beleidsnota "Integraal Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2024-2027" is beschreven welke risico’s moeten worden meegenomen in de benodigde weerstandscapaciteit. Het gaat om risico’s die niet volledig zijn afgedekt door interne maatregelen, binnen één jaar kunnen optreden en een financiële impact hebben van meer dan 50.000 euro. Met andere woorden: de gemeente reserveert niet voor risico’s die zich pas op de middellange of lange termijn kunnen voordoen. De financiële gevolgen daarvan kunnen namelijk worden verwerkt in de toekomstige (meerjaren)begroting.
Het systeem van risicomanagement Deze paragraaf gaat alleen over financiële risico’s op korte termijn (< 1 jaar) met een grote financiële impact (meer dan 50.000 euro). Het beschrijven en kwantificeren van deze risico’s is echter maar één onderdeel van risicomanagement. Integraal risicomanagement is breder en omvat ook niet-financiële risico’s en frauderisico’s. In paragraaf 5 (Bedrijfsvoering) is daarom kort toegelicht welke stappen in 2025 hierin zijn gezet. Risico-inventarisatie In 2025 heeft Concerncontrol een risico-inventarisatie uitgevoerd en de belangrijkste financiële risico’s in kaart gebracht. Deze risico’s zijn vervolgens besproken met de directie en het college. #
Risicogebeurtenis
Toelichting
Kans
1
Open einde regeling Participatiewet
75%
2
Open einde regeling WMO ondersteuning
50%
€ 200.000
3
Geschil zettingsproblematiek Grietpolderweg
De Participatiewet is een open einde regeling, waardoor het aantal uitkeringen per jaar kan fluctueren. In de begroting worden de kosten budgettair neutraal opgenomen: de geraamde uitgaven zijn gelijk aan de verwachte BUIG‑uitkering. Als de werkelijke kosten hoger uitvallen, moet de gemeente de eerste 7,5% van de overschrijding zelf betalen. Het deel daarboven kan – als aan alle voorwaarden wordt voldaan – worden gecompenseerd via de vangnetuitkering Participatiewet. De Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) kent een open einde regeling. Ondanks de opgebouwde ervaring en kwaliteit van de prognoses kan het voorkomen dat grote en/of complexe woningaanpassingen noodzakelijk zijn. Het geschil over de verantwoordelijkheid van de extra kosten voor de Grietpolderweg m.b.t. de zettingsproblematiek is nog niet beslecht. De gevolgen worden geraamd tussen de € 0 en 2,5 miljoen. Ondanks de in de ogen van de gemeente sterke positie, wordt in het kader van risicobeheersing rekening gehouden met een negatieve uitspraak.
Financieel Maximum € 500.000
25%
€ 2.500.000
43
4
Het niet (tijdig) kunnen invullen van kritische functies
5
Bovenmatige stijging bouwkosten, schaarste bouwproducten en brandstof/energieprijzen
6
Jeugdzorg: Ombuiging jeugdzorg rendeert onvoldoende en vervallen regionale solidariteitsprincipe
7
Discontinuïteit als gevolg van informatiebeveiligingsproblemen
8
Het risico op een naheffing vanuit de belastingdienst
9
Het risico op boetes vanuit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)
Wanneer een medewerker in een kritische functie vertrekt of tijdelijk uitvalt, is het vaak noodzakelijk om tijdelijk iemand extern in te huren. Ook bij minder kritische functies kan tijdelijke inhuur nodig zijn om extra werkdruk en verdere uitval binnen het team te voorkomen. Externe medewerkers zijn gemiddeld 30% tot 40% duurder dan interne medewerkers. In de risicoreservering wordt daarom rekening gehouden met deze extra kosten ten opzichte van het reguliere salarisbudget. Door de snel stijgende bouwprijzen is in de begroting rekening gehouden met indexaties voor investeringsprojecten, beheerprojecten en regulier onderhoud. Omdat de markt momenteel onvoorspelbaar is, bestaat de kans dat deze indexaties toch niet voldoende blijken. Hoewel de kans daarop laag wordt ingeschat (25%), wordt dit risico wel meegenomen in het kader van risicobeheersing. Ombuiging rendeert onvoldoende: De afgelopen jaren blijft het beroep op regionaal gecontracteerde jeugdzorg toenemen. De gemeente heeft in 2025, regionaal, een pakket aan bezuinigingsmaatregelen afgesproken. Het is mogelijk dat deze bezuinigingsmaatregelen niet snel genoeg en/of onvoldoende effect sorteren. Ook landelijk zijn, in de Hervormingsagenda jeugd, maatregelen afgesproken om de kosten van jeugdzorg terug te dringen. Als deze maatregelen niet of later worden doorgevoerd, kan dit ook effect hebben op het jeugdzorggebruik.
Vervallen regionale solidariteitsprincipe Binnen de regio werkten we met een solidariteitsprincipe: elke gemeente betaalde een deel van de regionale jeugdzorgbegroting op basis van haar aandeel in de jeugdzorgkosten t‑2. Vanaf 2025 is dit principe met terugwerkende kracht komen te vervallen. De begroting wordt dan nog steeds opgesteld op basis van t‑2, maar de uiteindelijke afrekening gebeurt op basis van de werkelijke kosten. Dit kan gunstig uitpakken, maar brengt ook risico’s met zich mee. Bij onverwachte en ingrijpende situaties in individuele casuïstiek – bijvoorbeeld wanneer meerdere kinderen uit één gezin moeten worden uithuisgeplaatst – kunnen de kosten voor de gemeente hoger uitvallen dan vooraf begroot. Uit recent onderzoek van het Ministerie van Economische Zaken blijkt dat het risico op cyberschade sterk toeneemt. Ter vergelijking: de kans op brand is 1 op 8.000, op inbraak 1 op 250, terwijl de kans op een cyberaanval voor bedrijven inmiddels 1 op 5 is. De gemiddelde schade per incident ligt rond de € 300.000. De maximale financiële impact van een hack is lastig te voorspellen, maar kan zeer hoog oplopen. Dit komt niet alleen door directe herstelkosten, zoals de inzet van technische en forensische experts, maar ook door indirecte kosten zoals extra investeringen in cybersecurity, training van medewerkers en imagoschade.
Op basis van een inventarisatie bij vergelijkbare gemeenten wordt een maximale impact van € 1 miljoen als realistisch beschouwd. Vanaf 1 januari 2025 gaat de Belastingdienst de Wet DBA handhaven. Dit betekent dat de gemeente, wanneer sprake is van schijnzelfstandigheid, alsnog de sociale lasten moet afdragen en mogelijk ook boetes kan krijgen. In 2025 is een risicoanalyse uitgevoerd voor alle zzp’ers binnen de gemeente. Zij zijn ingedeeld in drie risicocategorieën: laag, midden en hoog. Voor iedere zzp’er is berekend wat de maximale financiële impact zou zijn als de Belastingdienst oordeelt dat sprake is van schijnzelfstandigheid. In totaal komt dit neer op € 555.000. Daarnaast is per categorie een kans toegekend (laag: 20%, midden: 50%, hoog: 75%). Op basis hiervan is voor de totale groep een gemiddelde kans van 35% bepaald. Samen met de maximale impact vormt dit de risicoreservering. Er bestaat een risico dat de gemeente niet volledig voldoet aan de verplichtingen uit de AVG, zoals het tijdig afhandelen van verzoeken van betrokkenen, het melden van datalekken, het naleven van
75%
€ 200.000
25%
€ 2.900.000
75%
€ 750.000
20%
€ 1.000.000
35%
€ 554.876
20%
€ 300.000
44
10
Het risico dat de grondexploitaties negatiever uitvallen dan voorzien
bewaartermijnen, het uitvoeren van DPIA’s en het op orde hebben van verwerkerscontracten en het verwerkingsregister. Hoewel het aantal privacy‑incidenten historisch laag is en de processen goed zijn ingericht, blijft er een restrisico bestaan. Zelfs bij een beperkte feitelijke impact kan de Autoriteit Persoonsgegevens handhavend optreden, met een mogelijke financiële boete als gevolg. Er bestaat een risico dat grondexploitaties financieel gezien negatiever uitvallen dan verwacht, bijvoorbeeld door hogere plankosten, hogere uitvoeringskosten of andere onvoorziene omstandigheden. Hierdoor moet de gemeente mogelijk een extra verliesvoorziening treffen. Dit risico speelt vooral bij de grondexploitatie Braassemerland vanwege de omvang en complexiteit van het project. Hoewel de kans laag wordt ingeschat (20%) en er al risicovoorzieningen bestaan binnen de grondexploitaties, blijft de mogelijkheid dat het resultaat negatiever uitvalt dan voorzien. De maximale financiële impact wordt geschat op € 1 miljoen.
20%
€ 1.000.000
€ 9.904.876
Risicosimulatie Op basis van de hierboven beschreven risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. Hiervoor is gebruikgemaakt van Naris, een binnen gemeenten veelgebruikte applicatie voor risicosimulaties. Deze methode staat bekend als een Monte‑Carlosimulatie. Deze simulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale risico-bedrag (€ 9,9 miljoen) statistisch niet nodig is: de kans dat alle risico’s tegelijk én in hun maximale omvang optreden, is zeer klein. Naris berekent op basis van 100.000 verschillende scenario’s de benodigde weerstandscapaciteit. De berekening is gebaseerd op een zekerheidspercentage van 90%. Dit betekent dat met 90% zekerheid gesteld kan worden dat het berekende benodigde weerstandsvermogen voldoen is om alle risico's af te dekken. Deze 90%-norm wordt landelijk toegepast door gemeenten. Een hoger zekerheidsniveau zou onevenredig veel beslag leggen op de beschikbare weerstandscapaciteit. Onderstaande tabel toont de resultaten van de risicosimulatie. Uit de simulatie blijkt dat het voor 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3.227.25. Zekerheidspercentage
Benodigd weerstandsvermogen
25%
€
763.142
50%
€
1.264.865
75%
€
2.242.487
80%
€
2.538.298
85%
€
2.860.477
90%
€
3.227.026
95%
€
3.742.702
99%
€
4.921.018
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van gemeente Kaag en Braassem bestaat uit de algemene reserve en bedraagt momenteel € 33,4 miljoen. (jaarrekening 2025). Dit bestaat in het geheel uit middelen die de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.
45
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, wordt gekeken naar de verhouding tussen de financieel gekwantificeerde risico’s, de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde capaciteit die uit de risicosimulatie volgt, wordt vergeleken met de beschikbare capaciteit. De uitkomst van deze vergelijking vormt het weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 33.377.451 € 3.227.026
= 10,3
De onderstaande normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Met een ratio van 10,3 valt de ratio van gemeente Kaag en Braassem in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Structurele risico’s en nieuwe ontwikkelingen Zoals hierboven beschreven reserveert de gemeente niet voor risico’s waarvan de effecten zich pas op de (middel)lange termijn kunnen voordoen. Tegelijkertijd komen er ontwikkelingen op de gemeente af, met mogelijk financiële gevolgen, die vooralsnog geen plek hebben in de (meerjaren)begroting. Sommige ontwikkelingen vormen risico’s die lastig te beheersen zijn, terwijl andere ontwikkelingen beleidskeuzes zijn. Voor al deze ontwikkelingen moeten nog besluiten worden genomen over de wijze van beheersing, inclusief een doorrekening van de mogelijke (financiële) gevolgen voor de meerjarenbegroting. De meest prominente ontwikkelingen die op dit moment bekend zijn, worden hieronder weergegeven. Ontwikkeling
Toelichting
Sportpad
De ontwikkeling van het Sportpad is in uitvoering. Momenteel is er sprake van voortschrijdend inzicht vanwege (onvoorziene) nieuwe ontwikkelingen en prijsstijgingen, welke niet binnen de huidige risicoreservering opgevangen kunnen worden. De financiële gevolgen hiervan worden momenteel inzichtelijk gemaakt en dienen nog een plek te krijgen binnen de (meerjaren)begroting. Landelijk en regionaal wordt er gewerkt aan de Hervormingsagenda. Er is met name onzekerheid over de kostenontwikkeling in de jeugdzorg in relatie tot de beschikbaar gestelde middelen van het Rijk vanaf 2028. Daarnaast is er de herijking van het contract met Dichtbij in de Rijnstreek. Als gevolg van hogere zorgvraag komen de kosten vanaf 2027 t/m 2029 hoger uit dan is begroot. Deze kosten zijn nog niet meegenomen in de (meerjaren)begroting.
Kostenontwikkelingen in het sociaal domein
46
Ontwikkelingen in onderwijshuisvesting
(Verduurzaming) gemeentelijke huisvesting
Ontwikkeling bouwleges
Centrumregeling
IT-ontwikkelingen
In het najaar van 2025 is het Integraal Huisvestingsplan vastgesteld. Hierin is ook een financiële doorkijk gemaakt. Kineo en kindcentrum (KC) Woubrugge zijn de eerste KC’s uit dit plan en de bouw is in de begroting gedekt. Voor de komende jaren ligt er nog de uitdaging om financiële dekking te vinden voor bouwen/uitbreiding van meerdere KC’s: de Lei, de Kinderbrug, Kaskade. De financiële gevolgen hiervan zijn nog niet opgenomen in de (meerjaren)begroting. Het huidige gemeentehuis is verouderd. Het sluit niet goed meer aan bij de ambities op het gebied van duurzaamheid, dienstverlening en manier van werken, en vraagt daarnaast ook grote investeringen ten aanzien van onderhoud. Na grondig onderzoek is in 2025 gekozen voor renovatie van de oudbouw op locatie Westeinde, met het Programma van Uitgangspunten als basis. In 2026 volgt de verdere uitwerking hiervan, zowel in het kader van ontwerp, als ook van de financiële consequenties. Met de invoering van de Omgevingswet is de systematiek rond de verlening van omgevingsvergunningen veranderd. Dit heeft geresulteerd in een terugval in de inkomsten bouwleges. Naar aanleiding van deze terugval is er een onderzoek gestart om te bepalen of hier sprake is van een structureel effect. Voor de Programmabegroting 2026 zijn de inkomsten bouwleges incidenteel (eenmalig) met een bedrag van € 471.000 naar beneden bijgesteld.
Aan de hand van de data over 2024 en 2025, als ook het onderzoeken van onze tariefstructuur, zal worden bepaald of er sprake is van een structureel effect voor de (meerjaren)begroting. De samenwerking op IT-gebied is per 1 januari 2026 aangepast naar een centrumregeling met gemeente Alphen aan den Rijn. De huidige kostenverdeling (80% Alphen, 20% Kaag en Braassem) lijkt op de lange termijn niet houdbaar. Hoewel er nog onduidelijkheid is over welke verdeling dan wel reëel is, zullen de kosten voor Kaag en Braassem naar alle waarschijnlijkheid gaan stijgen. Met deze mogelijke kostenstijging is in de (meerjaren)begroting nog geen rekening gehouden. De ontwikkelingen op IT-gebied gaan hard en daarmee ook het gat tussen waar de gemeente nu staat en waar het wil staan. Onderwerpen als data gedreven werken, AI, digitalisering van dienstverlenging, het voldoen aan de NIS2, investeren in SaaS-oplossingen, etc. vragen om investeringen in middelen en tijd. Soms gedwongen omdat voldaan moet worden aan wet- en regelgeving. In de (meerjaren)begroting wordt beperkt rekening gehouden met deze ontwikkelingen, waardoor noodzakelijke investeringen al gauw een "onvoorziene" claim leggen op de begroting.
Conclusie De gemeente heeft ruim voldoende "vet op het bot" om de korte termijn risico's op te kunnen opvangen. Om ook op de (midden)lange termijn financieel gezond te blijven, is het belangrijk om regelmatig het gesprek te voeren over de ontwikkelingen die op de gemeente afkomen inclusief het inzichtelijk maken van de financiële gevolgen voor de meerjarenbegroting. Financiële kengetallen Al een aantal jaren maken de financiële kengetallen vast onderdeel uit van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van gemeentelijke jaarrekeningen. Er is vanuit het BBV geen normering aangegeven waaraan deze kengetallen kunnen worden getoetst. De provincies hebben in 2016 gezamenlijk met het ministerie van Binnenlandse Zaken signaleringswaarden benoemd. Deze signaleringswaarden worden hieronder toegepast bij de beoordeling van de kengetallen op zich en geven een indicatie over de financiële situatie van de gemeente.
47
Algemeen beeld Op basis van onderstaande beoordelingen kan worden geconcludeerd dat de gemeente in het verslagjaar 2025 een redelijke tot goede financiële positie heeft. De meeste kengetallen vallen in de categorie minst risicovol of neutraal. Pas als er meerdere kengetallen in de meest risicovolle categorie vallen, kan dit wijzen op een zwakke financiële positie. Onderstaande kengetallen geven alleen een beeld over het verslagjaar (begroot en werkelijk) en het voorgaande verslagjaar. In de begroting wordt het meerjarig toekomstbeeld geschetst. Het totaaloverzicht aan financiële kengetallen geeft het volgende meerjarenbeeld: Jaarverslag jaar 2025