CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021 Holland Rijnland

Gemeenteraad 30 mei 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Begrotingen 2023 van de gemeenschappelijke regelingen19.519 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarstukken 2021

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding............................................................................................................................................3 Algemene beschouwing............................................................................................................ 3 Leeswijzer ................................................................................................................................ 4 Rekeningresultaat......................................................................................................................5 Regionaal Investeringsfonds ....................................................................................................6 Bestuur ..................................................................................................................................... 9

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Jaarverslag Programma verantwoording...................................................................................... 11 Ruimte en Energie.................................................................................................................. 13 Maatschappij en Jeugd........................................................................................................... 20 Strategisch positioneren..........................................................................................................27 Organisatie en samenwerking.................................................................................................29 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................. 30

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Jaarverslag Paragrafen................................................................................................................. 31 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.............................................................................31 Financiering............................................................................................................................. 33 Bedrijfsvoering......................................................................................................................... 35 Vennootschapsbelasting..........................................................................................................37 Heffingen en Leges................................................................................................................. 37 Onvoorzien.............................................................................................................................. 37

4.1 4.2

Jaarrekening 2021.........................................................................................................................39 Balans en toelichting op de balans........................................................................................ 40 Overzicht van baten en lasten................................................................................................ 53

5 6

Besluit............................................................................................................................................ 67 6.1

Bijlagen.......................................................................................................................................... 69 Subsidies................................................................................................................................. 69

1

2

1 Inleiding 1.1 Algemene beschouwing

Net als in het voorgaande jaar, deden wij in 2021 ons werk met inachtneming van de pandemie. In aangepaste vorm lieten we veel van onze werkzaamheden doorgaan en behaalden we resultaten. De meeste portefeuillehoudersoverleggen waren digitaal, een enkele fysiek en op 1,5 meter afstand van elkaar. In een korte periode tussen lockdowns konden we zelfs één vergadering van het Algemeen Bestuur fysiek organiseren. Gelukkig zijn we inmiddels allemaal zeer vaardig met digitale overleggen. Voor de zomer stelden we na intensieve trajecten een aantal belangrijke documenten vast: De Regionale Strategie Mobiliteit (RSM), de Regionale Omgevingsagenda (ROA) en de Regionale Energiestrategie (RES). Hiermee gaven we uitvoering aan de opdracht die de gemeenten ons gaven met de Regionale Agenda 2019-2023. Verder startten we met de actualisatie van de Regionale Woonagenda. Dit waren belangrijke slagen en voorbereidend op de stap van strategie naar uitvoering. De ROA en de RSM sorteren al voor op het realiseren van een integraal uitvoeringsprogramma. Deze strategieën zijn een belangrijke eerste stap voor het realiseren van een aantal grote maatschappelijke opgaven die integrale ruimtelijke afwegingen vragen op regionaal niveau. De strategieën zijn echter niet het eindproduct en daarom gaan we hiermee nu uitvoeringsgericht aan de slag. De ontvlechting van jeugdhulp is gestart.

Aanvankelijk zou dit eind 2021 gereed zijn, maar richting het einde van het jaar werd duidelijk dat dit niet haalbaar was. Daarom kozen we ervoor om van 2022 een overgangsjaar te maken, waarbij we de afspraken uit 2021 al zoveel mogelijk uitvoeren. Regionale samenwerking in Holland Rijnland begint bij de dertien gemeenten. Daarom zijn wij, de dertien gemeenten, doorlopend met elkaar in gesprek over welke opgaven er voor elke gemeente toe doen waarbij een regionale aanpak nodig is, in het verlengde van de genoemde regionale strategieën om echt iets voor elkaar te krijgen. Gegeven de grote uitdagingen waar we voor staan, bundelen we de krachten door scherpe keuzes in regionale prioriteiten. We vergroten hiermee onze uitvoerings- en lobbykracht en realiseren een multiplier op lokale investeringsmiddelen. We hadden dus volop aandacht voor de inhoudelijke strategische projecten, maar de samenwerking Holland Rijnland behelst ook terugkerende activiteiten die de gemeenten op regionaal niveau beleggen. Denk hierbij aan de jaarlijkse woningbouwprogrammering en het beheer van fondsen. En laten we de uitvoerende taken vooral niet vergeten, met het Regionaal Bureau Leerplicht, het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (Regiotaxi) en de urgentiecommissie woonruimteverdeling. Dit alles vond, waar nodig in aangepaste vorm, gewoon doorgang in het afgelopen jaar.

De organisatie Holland Rijnland kreeg het afgelopen jaar een nieuwe secretaris-directeur. Samen met twee kwartiermakers is hij begonnen om de organisatie waar nodig te herstructureren en zo een verbeterslag te maken.

3

1.2 Leeswijzer

In het vervolg van dit hoofdstuk leest u het rekeningresultaat, stemverhoudingen van het algemeen bestuur voor de deelnemende gemeenten en de samenstelling van het dagelijks bestuur. In hoofdstuk 2 vindt u per programma de inhoudelijke verantwoording. Per programma wordt aangegeven wat er in 2021 is bereikt, wat daarvoor is gedaan en welke kosten daarmee waren gemoeid. Voorheen werd binnen elk programma, bij elke paragraaf "Wat heeft dat gekost" verklaard wat de verschillen op de baten of lasten ten opzichte van de begroting na wijziging bij de Tussenrapportage 2021 zijn. Bij het hoofdstuk Jaarrekening werden de teksten bij de paragraaf Toelichting op het overzicht van baten en lasten letterlijk overgenomen. Om het boekwerk niet onnodig dik te maken en de lezer het lezen van dubbele teksten zoveel mogelijk te besparen, is er in overeenstemming met de accountant voor gekozen om de teksten in de jaarrekening op te nemen en in het jaarverslag hiernaar te verwijzen. Leeswijzer financiële tabellen: • Directe kosten: kosten voor leveringen, goederen en diensten die rechtstreeks ten laste komen van projecten in de programma’s; • Kosten werkorganisatie: kosten voor personeel, huur gebouw en dergelijke die via toerekening van uren worden verdeeld over de projecten in de programma’s; • Directe baten: baten die rechtstreeks ten gunste komen van projecten in de programma’s.

Het gaat voornamelijk om subsidies van Rijk en provincie, aanvullende bijdragen en subsidies van gemeentes of bijvoorbeeld leges; Onder het kopje paragrafen komt de bedrijfsvoering aan bod middels de thema’s die door het Besluit Begroting en Verantoording (BBV) worden aangedragen, zoals het weerstandsvermogen, kapitaalgoederen en PIOFACH. De jaarrekening is opgenomen in hoofdstuk 4, met de balans, de toelichting op de balans en het overzicht van baten en lasten. De overige staten en overzichten zijn opgenomen in de bijlagen.

4

1.3 Rekeningresultaat

De jaarrekening van Holland Rijnland bestaat in feite uit twee aparte onderdelen die elk een aparte financiering kennen: • Holland Rijnlands reguliere taken, gefinancierd uit de reguliere gemeentelijke bijdrage en • TWO Jeugdhulp, de inkooporganisatie Jeugdhulp, gefinancierd uit de jeugdhulpbudgetten van de gemeenten De kosten voor de uitvoeringsorganisatie voor de inkoop van jeugdhulp zijn onderdeel van de bedrijfsvoering van Holland Rijnland, maar worden apart in rekening gebracht bij de gemeenten die hieraan deelnemen. De gemeenten brengen dit ten laste van hun eigen jeugdhulpbudget. Het gaat hier dus niet om de besteding van het totale uitvoeringsbudget. Over de jeugdhulpbudgetten wordt door Holland Rijnland wel een eindverantwoording opgesteld, maar het resultaat wordt verwerkt in de jaarrekeningen van de individuele gemeenten. De jaarrekening van Holland Rijnland sluit in 2021 af met een positief resultaat van € 1,0 mln. Dit bestaat uit: • €271.000 nadelig resultaat op de TWO Jeugdhulp. Hierin zijn ook de relevante onder overhead verantwoorde kosten meegenomen en • €1,3 mln. positief resultaat op de Holland Rijnland activiteiten. De verdeling over gemeenten worden zowel voor het tekort op de TWO Jeugdhulp als het resultaat van Holland Rijnland, separaat aangeboden aan het Algemeen Bestuur. In de primaire begroting waren de lasten nog begroot op € 10,6 mln.

Ten tijde van de tussenrapportage is dit verhoogd naar € 13,7 mln., waarbij de hogere kosten voornamelijk waren gedekt uit onttrekkingen van reserves. Uiteindelijk zijn de lasten uitgekomen op € 16,6 mln. Holland Rijnland heeft daarmee een hoge realisatiekracht. De voordelen worden veroorzaakt doordat projecten over meerdere jaren lopen en doordat conform nieuwe accountingsregels voor provincies en gemeenten de lasten van subsidies niet meer volledig in het jaar van de beschikking genomen mogen worden. In beide gevallen is er geen sprake van vrijbesteedbare gelden, aangezien er verplichtingen ten grondslag liggen aan de projecten en beschikte subsidies. Naar aanleiding van de Tussenrapportage 2021 is het besluit genomen om €2,1 mln. uit de reserves te onttrekken. Zonder deze onttrekking was het resultaat niet €1,0 mln. voordelig, maar uitgekomen op een nadeel van €1,1 mln. Het nadeel van €1,1 mln. bestaat voor een groot deel uit structurele kosten, die in latere jaren niet meer uit de algemene reserve gedekt kunnen worden aangezien deze in 2021 volledig is onttrokken. In de Tussenrapportage 2021 was ook reeds de verwachting op een nadelig resultaat, toen nog €150.000, op de TWO Jeugdhulp gemeld. Er is op dat moment besloten het bedrag vooralsnog niet bij gemeenten in rekening te brengen, maar dit op basis van de realisatie bij de jaarrekening plaats te laten vinden.

In de jaarrekening worden de resultaten per onderdeel nader geduid.

5

1.4 Regionaal Investeringsfonds

December 2007 is het Regionaal Investeringsfonds (RIF) ingesteld en de overeenkomst door de deelnemende gemeenten ondertekend. Het RIF benoemt de volgende vijf projecten: • Rijnlandroute; • HOV-netwerk Zuid Holland Noord (HOV-ZHN); • Programma Ontsluiting Greenport (POG); • Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM); • Regionaal Groenprogramma. Voor deze projecten zal de bijdrage vanuit het RIF in z'n totaliteit € 180.000.000 zijn. In onderstaande tabel staat de verdeling inclusief de bestedingen tot en met 2021: Project

Budget

Reeds besteed t/m 2021

Rijnlandroute

75.000.000

60.000.000

HOV-netwerk Zuid-Holland Noord

37.500.000

32.386.000

Noordelijke ontsluiting Greenport

37.500.000

7.000.000

Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM)

10.000.000

10.000.000

Regionaal Groenprogramma

20.000.000

14.195.778

180.000.000

123.581.778

Bovenstaande tabel toont aan dat er al een groot gedeelte van het RIF daadwerkelijk is besteed. Op een groot deel van het resterende budget rusten verplichtingen waardoor het nog vrij te besteden bedrag beperkt is. Voor de Rijnlandroute en het HOV Net Zuid Holland Noord zijn er overeenkomsten afgesloten waardoor dit budget in zijn geheel bestemd is. Voor de middelen in het POG is een deel van de maatregelen gerealiseerd, een deel in voorbereiding en de invulling van een deel van de maatregelen wordt heroverwogen. De uitgaven voor de vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek zijn verricht en het Groenprogramma is voor een deel gerealiseerd. Ten aanzien van het Groenprogramma, dat via de exploitatie van Holland Rijnland loopt, is nagegaan in hoeverre de projecten waaraan we bijdragen al zijn gerealiseerd. Hier is rekening meegehouden in de administratie. Ter illustratie: de lasten voor het Singelpark in Leiden zijn opgenomen in de administratie omdat het deel van het Singelpark waar Holland Rijnland aan bijdraagt, is afgerond, terwijl er door Holland Rijnland nog geen betaling gedaan is. De gemaakte kosten en bijbehorende baten voor het Regionaal Groenprogramma, zijn opgenomen in het Programma Ruimte en Energie.

6

In 2021 hebben de gemeenten de elfde bijdrage van € 9.454.331 voldaan. Dit bedrag is direct in het fonds gestort. Stand per 1 januari 2021

35.155.228

Ontvangsten: Totaal ontvangen van de gemeenten

9.454.331

Totaal opbrengst

9.454.331

sub-totaal

44.609.559

Uitgaven: Rijnlandroute

2.500.000

HOV-netwerk ZHN

2.488.600

Programma Ontsluiting Greenports (POG) Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM) Regionaal Groenprogramma

3.432.377

Totaal besteed in 2021

8.420.977

Stand per 31 december 2021

36.188.582

Verantwoording Verantwoord op ontvangen RIF-gelden

34.533.565

Rentcorrectie op ontvangen RIF-gelden

639.368 35.172.933

Rente saldo

1.015.649

Totaal

36.188.582

7

Overzicht RIF-bijdrage per gemeenten

Bijdrage t/m 2020

Kaag & Braassem

4.795.245

368.865

5.164.110

Hillegom

5.591.651

430.127

6.021.778

Katwijk

22.936.381

1.764.337

24.700.718

Leiden

39.996.476

3.076.652

43.073.128

Leiderdorp

7.423.286

571.022

7.994.308

Lisse

5.324.371

409.567

5.733.938

Noordwijk

12.532.078

964.006

13.496.084

Oegstgeest

5.211.440

400.880

5.612.320

Teylingen

9.514.765

731.905

10.246.670

Voorschoten

7.441.460

572.420

8.013.880

Zoeterwoude

2.139.150

164.550

2.303.700

Subtotaal

122.906.303

9.454.331

132.360.634

593.699

45.669

639.368

123.500.002

9.500.000

133.000.002

8.627.300

0

8.627.300

754.974

0

754.974

Katwijk: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute

0

0

0

Leiden: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute

16.372.700

0

16.372.700

Totaal

149.254.976

9.500.000

158.754.976

Rentecorrectie Totaal Katwijk: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute Leiderdorp: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute

8

Bijdrage 2021

Bijdrage t/m 2021

1.5 Bestuur

De regio Holland Rijnland bestaat uit dertien gemeenten, te weten: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Deze regiogemeenten worden vertegenwoordigd door de 33 leden van het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur vergaderde in 2021 driemaal, namelijk digitaal op 30 juni en op 22 december, en op 27 oktober vond de vergadering fysiek plaats op het Gemeentehuis van Alphen aan den Rijn. Algemeen bestuur en stemverhouding per 31 december 2021 gemeente

Aantal AB leden

Stem per lid

totaal

1.

Alphen aan den Rijn

3

2 x 16 stemmen 1 x 1 stem

33

2.

Hillegom

2

2 x 4 stemmen 1 x 1 stem

9

3.

Kaag en Braassem

3

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

4.

Katwijk

3

1 x 11 stemmen 1 x 10 stemmen

21

5.

Leiden

4

1 x 19 stemmen 1 x 18 stemmen 2 x 1 stem

39

6.

Leiderdorp

2

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

7.

Lisse

2

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

8.

Nieuwkoop

2

2 x 4 stemmen 1 x 1 stemmen

9

9.

Noordwijk

2

1 x 8 stemmen 1 x 7 stemmen

15

10.

Oegstgeest

3

2 x 4 stemmen 1 x 1 stemmen

9

11.

Teylingen

3

1 x 6 stemmen 1 x 5 stemmen 1 x 1 stem

12

12.

Voorschoten

2

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

13.

Zoeterwoude

2

1 x 2 stemmen 1 x 1 stem

3

Totaal

33

186

In 2021 deden zich geen wijzigingen voor in het Algemeen Bestuur. In het Dagelijks Bestuur tradt per 30 juni 2021 een nieuwe secretaris-directeur aan. De heer L.P. Vokurka verving mevrouw L.A.M. Bakker.

9

Samenstelling van het Dagelijks Bestuur per 31 december 2021: H.J.J. Lenferink

voorzitter en portefeuillehouder Algemeen Bestuurlijke Zaken

J.W.E. Spies

portefeuillehouder Arbeidsmarkt, Economie en Energie

E.R. Jaensch

portefeuillehouder Wonen, Natuur en Landschap, Bestuur en Middelen

A.L. van Kempen

portefeuillehouder Verkeer en Vervoer

F. Spijker

portefeuillehouder Ruimte

F.M. Schoonderwoerd

portefeuillehouder Maatschappij

C.van Starkenburg

portefeuillehouder Jeugd

L.P. Vokurka

Secretaris-directeur (per 30 juni 2021)

10

2 Jaarverslag Programma verantwoording De gemeenten in Holland Rijnland werken intensief samen. Daardoor kunnen zij flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen, hun effectiviteit vergroten, kosten verlagen en kennis en ideeën uitwisselen. Hiervoor is een slagvaardige en actiegerichte organisatie nodig die zich richt op, voor gemeenten, maatschappelijk relevante projecten. De organisatie Holland Rijnland maakt het mogelijk dat gemeenten elkaar ontmoeten en effectief samenwerken op ruimtelijk,economisch en sociaal gebied. De Regionale Agenda Holland Rijnland 2019-2023 onderscheidt hierin vijf rollen: • Platform voor ontmoeten en netwerken, het delen van kennis en ervaringen: De organisatie Holland Rijnland zorgt dat thema's die belangrijk zijn voor de regio ook regionaal worden afgestemd. Daarnaast organiseert zij uiteenlopende events voor de dertien gemeenten om ideeën te delen, kennis uit te wisselen, belangen in te brengen en thema's te agenderen. • Afstemming en coördinatie van beleidskaders en uitgangspunten: Als deze afstemming en coördinatie heeft plaatsgevonden, vindt uitvoering lokaal of subregionaal plaats. Gemeenten zijn veelal zelf verantwoordelijk voor het opstellen van voorstellen. Holland Rijnland faciliteert en coördineert de besluitvorming op ambtelijk en bestuurlijk niveau.

• Lobby en belangenbehartiging: De organisatiee treedt op richting provincie, Rijk en andere belangrijke gremia om de doelen van de regio - via lobby en subsidiewerving - te verwezenlijken. Holland Rijnland gaat hiervoor kansrijke allianties aan en fungeert als aanspreekpunt in formele trajecten, zoals bij de herziening van het provinciale omgevingsbeleid. • Signalering nieuwe ontwikkelingen: Het gaat hierbij om het signaleren en benoemen van nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving of maatschappelijke trends. Essentieel hierbij is inzicht in het subsidielandschap en een alert oog voor het signaleren van mogelijkheden voor cofinanciering. • Uitvoering programma’s, taken en opdrachten: Holland Rijnland voert ook enkele concrete taken uit, zoals de Urgentiecommissie Woonruimteverdeling, het Opdrachtgeverschap Jeugdhulp en het Regionaal Bureau Leerplicht. In dit hoofdstuk beschrijven we de verschillende programma’s, te beginnen met drie inhoudelijke en vervolgens twee ondersteunende programma’s. Dit zijn: • • • • •

Ruimte en Energie Maatschappij en Jeugd Strategisch positioneren Organisatie en samenwerking (overhead) Algemene Dekkingsmiddelen

11

Naar programma

Begroting 2021

Wijziging Begroting

Begroting na wijziging

Rekening 2021

Resultaat 2021

Lasten

3.271.891

396.739

3.668.630

7.217.754

-3.549.124

Baten

-1.466.277

-60.000

-1.526.277

-5.718.851

4.192.574

1.805.614

336.739

2.142.353

1.498.904

643.449

Lasten

4.347.618

2.069.293

6.416.911

5.835.338

581.573

Baten

-832.686

-855.905

-1.688.591

-1.384.038

-304.553

3.514.932

1.213.388

4.728.320

4.451.300

277.020

Lasten

287.504

-

287.504

30.000

257.504

Baten

-

-

-

-

-

287.504

-

287.504

30.000

257.504

Lasten

2.716.450

575.519

3.291.969

3.528.076

-236.107

Baten

-

-15.000

-15.000

-65.509

50.509

2.716.450

560.519

3.276.969

3.462.566

-185.597

Lasten

-

-

-

6.055

-6.055

Baten

-8.324.500

-

-8.324.500

-8.330.554

6.054

-8.324.500

-

-8.324.500

-8.324.499

-1

Lasten

-

-

-

-

-

Baten

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Totaal lasten

10.623.463

3.041.551

13.665.014

16.617.223

-2.952.209

Totaal baten

-10.623.463

-930.905

-11.554.368

-15.498.952

3.944.584

Saldo van baten en lasten

0

2.110.646

2.110.646

1.118.271

992.375

Storting in reserves

-

-

-

-

-

Onttrekking uit reserves

-

-2.110.646

-2.110.646

-2.110.646

0

Saldo reserveringen

-

-2.110.646

-2.110.646

-2.110.646

0

Resultaat

0

0

0

-992.375

992.375

Domein 1 Ruimte en Energie

Saldo Domein 2 Maatschappij en Jeugd

Saldo Domein 3 Strategisch positioneren

Saldo Domein 4 Organisatie en samenwerking

Saldo Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen

Saldo Resultaat

Saldo

Domein 4 Organisatie en samenwerking is gelijk aan overhead.

12

2.1 Ruimte en Energie 2.1.1 Integraal ruimtelijk kader

De gemeenten in Holland Rijnland kijken gezamenlijk naar ruimtelijke claims en maken hiervoor integrale afwegingen wanneer deze meerwaarde hebben op regionaal niveau. Zij maken strategische keuzes om deze regionale ruimtelijke opgaven ook op de agenda van provincie en Rijk te krijgen en maken afspraken over de realisatie van die opgaven. Zo draagt Holland Rijnland bij aan de gewenste ontwikkeling van de regio en het vergroten van de leefkwaliteit. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In 2021 stelden wij samen met de dertien gemeenten onze Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland op. Hiervoor werkten we vier sterk uiteenlopende ruimtelijke ontwikkelscenario's uit. We rekenden ze door op maatschappelijke meerwaarde en namen deze scenario's mee in de Regionale Omgevingsagenda. Voor de ontwikkelscenario's maakten we onder andere gebruik van het dashboard Verstedelijking en Landschap van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De Rijn- en Veenstreek en de Duin- en Bollenstreek leverden een aanvulling op de bestaande omgevingsagenda Hart van Holland. Ook deze documenten zijn meegenomen in de Regionale Omgevingsagenda. In de Regionale Omgevingsagenda laten we zien dat Holland Rijnland een sterke regio is die bijdraagt aan de brede welvaart van Nederland.

Holland Rijnland heeft veel te bieden: attractieve steden, een sterke kenniseconomie met hoogwaardige bedrijvigheid, verbindingen met andere economieën in de wereld, een uitstekend vestigingsklimaat en dat alles in een divers cultuurlandschap. Het is hier allemaal te vinden in balans met elkaar. Maar tegelijkertijd is deze balans kwetsbaar. Er is een enorme druk op de ruimte in de steden en vanuit die stedelijke gebieden naar de dunner bevolkte gebieden in onze regio. Transitieopgaven beïnvloeden zowel de stad als het landschap. Bereikbaarheid, waterbeheer en energievoorziening lopen nu al tegen allerlei grenzen aan. In de Regionale Omgevingsagenda beantwoorden we de vraag hoe we de druk op de regio kunnen benutten om de aantrekkelijkheid van de regio te behouden en te versterken. In de Regionale Omgevingsagenda ontwikkelden we daarvoor vijf ruimtelijke strategieen en gaven hieraan een eerste uitwerking. Met deze ROA zetten we zo een stip op de horizon. In de volgende bestuursperiode is een nadere onderbouwing nodig van de ruimtelijke strategieën en een vertaling naar concrete acties en investeringsopgaven.

In de ROA hebben we een eerste richting voor deze uitvoering bepaald: (1) versterken van het daily urban system Katwijk-Leiden-Zoeterwoude, (2) verder verstedelijken langs de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den rijn, (3) ontwikkeling van Alphen aan den Rijn tot volwaardig knooppunt en complete stad in het Groene Hart, (4) versterken van de leefbaarheid Duin- en Bollenstreek (5) ontwikkeling van een toekomstperspectief landschap.

13

De concept ROA legden we voor aan gemeenteraden voor wensen en bedenkingen. Deze zijn meegewogen bij de uiteindelijke vaststelling in het AB. Het AB stelde de Regionale Omgevingsagenda vast op 30 juni 2021. Hiermee creëerden we een goede basis voor het gesprek met en tussen gemeenten om vervolgens de stap te zetten van strategie naar uitvoering.

2.1.2 Regionale Woonagenda

Het doel van de bestaande Regionale Woonagenda is om 30.000 nieuwe woningen te laten bouwen voor 2030, waarvan 25% sociale huur en 20% in het middensegment. Het huisvesten van doelgroepen maatschappelijke zorg, heeft daarbij onze bijzondere aandacht. We stemmen de regionale woningbouwopgave af met andere regionale ruimteclaims. Vanuit het thema wonen leveren we input voor de Regionale Omgevingsagenda en omgekeerd. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Uit de evaluatie van de huidige woonagenda bleek dat, ondanks de inzet van de gemeenten, de druk op de woningmarkt blijft toenemen. Er is meer of andere inzet nodig om die druk te verlichten. Daarom startten we in 2021 met de actualisatie van de Regionale Woonagenda samen met de heroriëntatie van het woonruimteverdeelsysteem. Hierbij is zowel aandacht voor de toekomstige woningbouwopgave als voor de verdeling van de schaarste, kijkend naar de verschillende doelgroepen. In de zomer van 2021 voerden we hiervoor een kwantitatieve en kwalitatieve analyse uit. Daarnaast voerden we gesprekken met gemeenten en stakeholders. In november organsiseerden we een hybride Themacafé rondom het woningtekort, met name in het betaalbare segment, en over de woningbouwopgave. We stonden stil bij financieringskansen voor deze opgave en bij meer aandacht voor spoedzoekers bij de verdeling van de woningschaarste.

Bijna honderd raadsleden en andere belangstellenden namen deel aan dit Themacafé. De opbrengsten werkten we eind 2021 uit in twee hoofdlijnennotities. Deze notities delen we voor de verkiezingen met het AB. In 2021 actualiseerden we zoals elk jaar, met behulp van de planmonitor, de planlijst woningbouw en brachten we de voortgang van de nieuwbouwplannen in beeld in de monitor. De planlijst boden we na vaststelling in het DB aan de provincie aan. Eind 2021 werd deze aanvaard. Gemeenten werkten ambtelijk en bestuurlijk intensief samen, niet alleen voor de visievorming rond de actualisatie van ons regionale beleid op dit terrein, maar ook voor lobby en belangenbehartiging bij Rijk en provincie. De regio ondersteunde de gemeente Katwijk in haar lobby voor meer betaalbare woningen op Valkenhorst. Voor de opvang van asielzoekers en de huisvesting van statushouders zette de regio in 2021 een regionaal netwerk op om het gesprek hierover te faciliteren en de gemeenten te vertegenwoordigen aan de provinciale regietafel. Begin 2021 rondden we het behoefteonderzoek woonwagens af, met de vervolgafspraak om subregionaal afspraken te maken over de uitbreidingsopgave en regionaal een nieuwe werkwijze te ontwikkelen voor de inschrijving en toewijzing van woonwagenstandplaatsen. Hiervoor werkte de regio in 2021 een wachtlijstsystematiek uit en pastte de huisvestingsverordening aan.

De financiële haalbaarheid van de woningbouwopgave staat onder druk. Een nieuwe subsidieregeling voor sociale huur van de provincie werd door onze regio zwaar overtekend. De regio zorgde, samen met de betrokken gemeenten, voor een rechtvaardige verdeling van het beschikbare budget om zo veel mogelijk van de sociale huurwoningen te kunnen realiseren.

14

2.1.3 Huisvestingsverordening en uitvoering urgentieverklaring

Wij streven naar een rechtvaardige en doelmatige verdeling van de schaarse woonruimte in de sociale sector. Gemeenten stellen daarvoor de regionale huisvestingsverordening vast. Wij zorgen ervoor dat de afgesproken spelregels op een juiste, klantgerichte en efficiënte wijze worden toegepast. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Holland Rijnland verzorgt het secretariaat van de Regionale Urgentiecommissie Woonruimteverdeling. In 2021 behandelde de commissie 335 urgentieverzoeken. Hiervan werden er 136 toegewezen. Daarnaast werden 115 stadsvernieuwingsurgenties toegewezen. Verder zijn bezwaar- en beroepsprocedures voor de bezwarencommissie, rechtbank en Raad van State afgehandeld en is voorlichting gegeven aan medewerkers van woningcorporaties die de intakes verzorgen. Holland Rijnland stelt jaarlijks, in overleg met de woningcorporaties, het aantal sociale huurwoningen vast in het kader van de contingentenregeling. Deze woningen stellen corporaties beschikbaar met name voor mensen die uitstromen uit de maatschappelijke zorg. Daarnaast pasten we in 2021 de Huisvestingsverordening aan voor de nieuwe werkwijze van inschrijving en toewijzing van woonwagenstandplaatsen (wachtlijst woonwagens). Twee keer per jaar bespreken we met de beleidscommissie Woonruimteverdeling de ontwikkelingen rond de huisvestingsverordening en woonruimteverdeling.

De bouw van goedkope sociale huurwoningen blijft essentieel, naast een verdere heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem. In 2021 startten we daarom met de actualisatie van de Regionale Woonagenda in relatie tot de heroriëntatie van het woonruimteverdeelsysteem (zie paragraaf 2.1.2).

2.1.4 Regionale strategieën voor bedrijventerreinen en kantoren

We willen de vraag naar werklocaties zoveel mogelijk ruimtebesparend invullen. Daarom is het noodzakelijk dat de plancapaciteit én de gebruikte capaciteit goed aansluiten op de werkelijke ruimtebehoefte in onze intensief gebruikte regio. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Eind 2019 maakten we samen met gemeenten sub-regionaal (geformaliseerd in 2020) en regionaal keuzes over welke soort bedrijvigheid we waar in ons gebied willen bundelen. In 2021 was er geen aanleiding om de regionale bedrijventerreinenstrategie aan te passen. We monitoren de balans tussen vraag en aanbod van werklocaties. Daarvoor stelden we ook in 2021 de jaarlijkse kantorenmonitor Holland Rijnland op en bespraken deze ambtelijk. Daarbij waren er geen beleidsrelevante wijzigingen ten opzichte van 2020. Wel constateerden we een toename van de kantorenvoorraad in het Leiden Bio Science park die meteen werd gevuld vanuit de markt. Najaar 2021 heeft de provincie een actuele behoefteraming voor bedrijventerreinen opgeleverd en vastgesteld. Vanuit Holland Rijnland leverden we hiervoor input. Mogelijk geeft dit in 2022 aanleiding tot actualisatie van de regionale bedrijventerreinenstrategie van Holland Rijnland. Een van de strategische ruimtelijke vraagstukken in onze Regionale Omgevingsagenda was: hoe ruimte te reserveren voor bedrijvigheid naast de enorme druk op de woningmarkt.

Randvoorwaarden daarbij zijn een goede ontsluiting van bedrijventerreinen en kantoren en voldoende capaciteit op het electriciteitsnetwerk. In toenemende mate speelt ook connectiviteit een rol in verband met

15

de noodzakelijke digitalisering. Dat geldt ook voor mogelijkheden voor clustering met het oog op stimulering van circulariteit en campusvorming.

2.1.5 Regionale strategie natuur, landschap en recreatie

Met de realisatie van icoonprojecten dragen we bij aan versterking en behoud van natuur en landschap in de regio. Daarbij streven we naar een verhoging van de biodiversiteit, versterking van cultuurhistorische waarden en vergroting van de recreatieve aantrekkelijkheid van Holland Rijnland. Onze regio biedt een unieke combinatie van kust, stad, cultuurhistorie, plassengebied en veenweiden. Deze rijkdom van landschappelijke diversiteit vormt de basis voor toekomstige ontwikkeling. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In 2021 zijn veel (icoon)projecten opgenomen in de nieuwe vastgestelde uitvoeringsovereenkomsten 2021-2024 voor de Leidse Ommelanden en de Duin- en Bollenstreek. Het gaat in totaal om dertig projecten die we vóór 2024 willen realiseren. Er is in 2021 zowel ambtelijk als bestuurlijk bijgedragen aan de invulling van deze overeenkomsten, zoals bij de landschapsstrategie van het Nationaal Park Hollandse Duinen. Holland Rijnland leverde hieraan input als operationeel partner. In 2021 zette Holland Rijnland zich ook in voor de versterking van het recreatieve waternetwerk van de Hollandse Plassen en omgeving. Hiervoor stelden we ook de geactualiseerde Uitvoeringsagenda Hollandse Plassen vast. Verder leverde Holland Rijnland een bijdrage aan het project Ervaar de Romeinse Rijn rondom de Oude Rijn en de Vliet.

Centraal hierin stond (economische) verbetering van het recreatieve waternetwerk en de beleving daarvan. De regionale samenwerking rondom klimaatadaptatie kreeg vorm door het binnenhalen van subsidie voor noodzakelijke maatregelen. We haalden in 2021 voor circa 1,3 miljoen aan subsidie van het Rijk binnen op een totale investering van circa 3,9 miljoen. In 2021 realiseerden we verschillende projecten uit het succesvolle regionale Groenprogramma. In de Duin- en Bollenstreek is het uitkijkpunt Tespelduyn geopend. Het Lakenpark, als onderdeel van het Leidse Singelpark, kwam gereed. Bijzondere aandacht verdient het project Limes Bubble Barrier. Door de inspanning vanuit Holland Rijnland kwam de fianciering rond. Het innovatieve bellenscherm, dat plastics uit het water filtert, wordt nu daadwerkelijk gerealiseerd. Bij de Bubble Barrier komt tevens een educatiecentrum, dat de gevolgen van plastic vervuiling toont. De landbouwtransitie vraagt de komende jaren onze aandacht. Het Polderlab Vrouwe Venne is hierin een uniek project. Burgercoöperatie Land van Ons en de Universiteit Leiden werken samen om het veenweidegebied in de Vrouwe Vennepolder geschikt te maken voor duurzame landbouw. Holland Rijnland draagt hier 1,5 miljoen euro aan bij. Holland Rijnland was als lid van de Lokale Actiegroep (LAG) - uitvoerder van het Europese LEADERprogramma tot en met 2021.

Hieruit zijn twaalf projecten gecofinancierd en zijn zes projecten doorgeleid voor cofinanciering bij de provincie Zuid-Holland en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het draait hierbij om projecten voor de ontwikkeling van het platteland op het gebied van circulaire economie en gezondheid. Hieraan toegevoegd is het thema Stad-Land verbinding. Verder verleenden we verschillende opdrachten, onder andere voor onderzoeken, zoals de ontwikkeling van een ondernemersloket Circulaire Economie. Met het Landschapsfonds Holland Rijnland realiseerden we vele landschapsprojecten door middel van de restantbesteding van de middelen Zuidvleugel Zichtbaar Groener.

16

Vanuit het perspectief van natuur en landschap leveren we input voor de Regionale Omgevingsagenda en de ontwikkeling van de Landschapstrategie die daar uit voort gaat vloeien. Zo dragen we bij aan het vergroten van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van natuur en landschap en de versterking van de grote waarde ervan voor onze regio en anderen.

2.1.6 Regionale strategie mobiliteit

Met een strategie voor mobiliteit en agendering van urgente bereikbaarheidsopgaven, draagt Holland Rijnland bij aan versterking van woonmilieus, bereikbaarheid van recreatieve gebieden en economische ontwikkeling. Hierbij ligt de focus op de interne en externe bereikbaarheid van Holland Rijnland voor personen en goederen. We kiezen daarbij voor duurzame oplossingen met het oog op de afspraken in het Klimaatakkoord en zien erop toe dat mobitliteitskeuzes bijdragen aan een inclusieve samenleving. Verder stimuleert Holland Rijnland veiliger weggedrag en probeert zij verkeeronveilige situaties te voorkomen door aanpassing van infrastructuur en inzet op educatie en handhaving van verkeersregels. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In 2020 onderzochten we het functioneren van het huidige mobiliteitssysteem in verband met toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en technologische en maatschappelijke trends. Op basis hiervan schreven we in 2021 de Regionale Strategie Mobiliteit die is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Omdat de Regionale Omgevingsagenda en de Regionale Strategie Mobiliteit een sterke relatie met elkaar hebben, was een goede afstemming tussen beiden essentieel. In de Regionale Strategie Mobilteit zijn een aantal lopende en sleutelprojecten opgenomen.

Deze projecten zijn gericht op het verbeteren en verduurzamen van de bereikbaarheid van Holland Rijnland. Het gaat onder andere om de Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek, Beter Bereikbaar Gouwe, doorontwikkeling Hoogwaardig Openbaar Vervoer en verdere aanpak duurzame mobiliteit/smart mobility. Eind 2020 leverden we een tussentijdse rapportage op over de voortgang van projecten uit het Regionaal Investeringsfonds (RIF). We droegen in 2021 actief bij aan de voortgang van de realisatie van het HOV-net Zuid-Holland Noord, één van de RIF-projecten. Met name voor de verbetering van de spoorverbinding Leiden-Utrecht zetten we belangrijke stappen. Zo werd de realisatie van station Hazerswoude weer iets realistischer en is de frequentie-verhoging van treinen in de brede spits vanaf eind 2021 een feit. Voor de doorstart van de Mobiliteits Aanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek, één van de maatregelen uit het RIF-programma Ontsluiting Greenport, levert Holland Rijnland een strategische en inhoudelijk bijdrage en investeert in relevante relaties binnen en in de omgeving van de Duin- en Bollenstreek. Holland Rijnland verleent actieve steun aan de belangenbehartiging voor de ontwikkeling van de OVknoop Leiden.

Dit knooppunt is onderdeel van Metropolitaan Openbaar Vervoer en Verstedelijking (MOVV) en ontvangt financiele bijdragen uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) en het Nationaal Groeifonds. Holland Rijnland levert input op de idee- en planvorming voor de OV-knoop Leiden waarbij het belang van de regio nadrukkelijk meeweegt. Verder zorgen we voor afstemming van toekomstige maatregelen die deze OV-knoop versterken. Holland Rijnland leverde in 2021 een bijdrage aan de tussentijde ontwikkelingen in de OV-concessie Zuid-Holland Noord. Door de coronapandemie kwamen de voorbereidingen voor de aanbesteding

17

van een nieuwe concessie nagenoeg stil te liggen. Wel werkten we aan een Transitieplan en een noodconcessie om ook in het busvervoer de effecten van corona zo goed mogelijk op te vangen. Begin 2022 pakken we de werkzaamheden weer op voor de aanbesteding van de OV-concessie. Holland Rijnland beheert het contract voor de regiotaxi en coördineert het overleg tussen klantorganisaties en vervoerder. Door de coronacrisis ging er in 2021, net als in 2020, veel tijd zitten in het treffen van een continuïteitsregeling voor de vervoerders en kregen vervoerders meerkosten vergoed voor de aangepaste wijze van vervoer. Ook de communicatie met vervoerders en naar reizigers en gemeenten nam veel tijd in beslag. In 2021 startte de voorbereidingen van de aanbesteding voor dit vervoer. Het huidige contract loopt eind 2022 af. Om de continuïteit van het vervoer te behouden, moet een nieuwe aanbesteding tijdig starten. Hierin is onder meer aandacht voor emissieloos rijden. In 2019 deed de regio een eerste aanzet voor een regionaal doorfiets- (of snelfiets-)routeplan. In maart 2021 stelde de gehele regio dit regionale doorfietsrouteplan vast, inclusief kaart. Dit plan is tevens input voor het Nationaal Toekomstplan Fiets. Het voornemen voor het Nationaal Toekomstplan Fiets is in het Bestuurlijk Overleg (BO) MIRT van het najaar 2020 bevestigd.

Op basis van een landelijk plan worden daaraan concreet gelden gekoppeld, naar verwachting in het BO MIRT van voorjaar 2022. Ook in 2021 investeerden we in verkeersveiligheid door de toekening van subsidies vanuit het Actieprogramma Verkeersveiligheid 2021. Binnen de mogelijkheden die de coronacrisis bood, werden projecten zoveel mogelijk uitgevoerd. Mede door de gedeeltelijke sluiting van de scholen in 2020 en 2021, gingen niet alle voorgenomen projecten door. Het actieprogramma bevindt zich momenteel in een overgangsfase. We werken toe naar een nieuwe aanpak van het Rijks Strategisch Plan Verkeersveiligheid. In 2020 hadden we daarvoor regelmatig contact met de provincie. Sinds enkele malen zijn wij aangesloten bij initiatieven van het ministerie van Infrastructuur en Mobiliteit (I&M) om de regionale plannen zoveel mogelijk te laten aansluiten bij die van Rijk en provincie. Doordat de concrete aanpak van het Rijk, waaronder duidelijkheid over subsidiestromen, enige vertraging heeft opgelopen, is er nog geen sprake van een afgestemd regionaal plan. Hiervoor is in 2021 wel voorwerk gedaan. Naar verwachting komt in 2022 een defintieve regionale aanpak gereed.

2.1.7 Regionale energietransitie

In 2017 stelden we met onze partners het Energieakkoord Holland Rijnland op met daarin ambities om in 2050 een energieneutrale regio te zijn. Na de totstandkoming van het landelijke Klimaatakkoord werden dertig regio's verplicht een zogenaamde Regionale Energiestrategie (RES) op te stellen. Holland Rijnland is één van die dertig RES-regio’s. Een RES beschrijft welke strategie een regio hanteert om regionale energiedoelstellingen te bepalen en te behalen. De RES heeft een horizon tot 2030 met een doorkijk naar 2050. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? De partners binnen de RES-regio stelden de RES op. Dit zijn de dertien Holland Rijnland-gemeenten, de provincie en het hoogheemraadschap. Holland Rijnland levert de programmacoördinator en vervult de functie van procesbewaker en kassier. Het budget voor de RES bestaat structureel uit een bijdrage van de dertien gemeenten en de provincie Zuid-Holland voor het Energieakkoord Holland Rijnland (€ 617.966,-). Daarnaast stelde het Rijk een rijksbijdrage vast voor de RES van in totaal € 1.258.000,-

18

(destijds als volgt verdeeld: €50.000,- in 2019, 708.000,- in 2020 en € 500.000,- in 2021). Dit budget loopt via de begroting van Holland Rijnland en verantwoording vindt plaats via de P&C-cyclus Holland Rijnland en via het PHO+ Energie. Medio 2020 was de Concept RES Holland Rijnland gereed. De raden bespraken het concept waarna de RES-partners het verder uitwerkten, mede op basis van de ingediende 'Wensen en bedenkingen' en de inbreng vanuit het participatieproces. De uitwerking en het grootste deel van het scrijfproces vonden plaats in de eerste maanden van 2021. De RES 1.0 werd vervolgens in maart 2021 opgeleverd, waarna rond mei - juni 2021 besluitvorming plaatsvond in de raden van de dertien gemeenten, de Provinciale Staten en de Verenigde Vergadering (hoogheemraadschap). Dit leidde tot meerdere moties en amendementen, vooral gericht op het thema grootschalige opwek van elektriciteit. De RES 1.0 is vervolgens, samen met de moties en amendenmenten, aangeboden aan het Nationaal Programma RES. In het najaar van 2021 werkten de partners aan de uitwerking en uitvoering van de RES. Dit leidde tot een Ondersteuningsprogramma RES 1.0 eind december. Uitwerking van de RES vindt plaats bij de (overheids)partners: gemeenten, provincie en hoogheemraadschap.

Deze partijen laten de RES landen in lokale energiestrategiën, uitvoeringsprogramma's, concrete projecten en maken de uitvoering ruimtelijk mogelijk door het op te nemen in bestemmings- en omgevingsplannen. De uitvoering vindt plaats door inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties, waarvan de vertegenwoordigers zitting hebben in de Programmaraad.

2.1.8 Wat heeft dat gekost? Domein 1 Ruimte en Energie

Begroting 2021

Wijziging Begroting

Begroting na wijziging

Rekening 2021

Resultaat 2021

Directe kosten

2.170.958

486.331

2.657.289

6.195.250

-3.537.961

Kosten werkorganisatie

1.100.933

-89.592

1.011.341

1.022.504

-11.163

Lasten

3.271.891

396.739

3.668.630

7.217.754

-3.549.124

Directe baten

-1.466.277

-60.000

-1.526.277

-5.718.851

4.192.574

-

-

-

-

-

Baten

-1.466.277

-60.000

-1.526.277

-5.718.851

4.192.574

Saldo van baten en lasten

1.805.614

336.739

2.142.353

1.498.904

643.449

Storting in reserves

-

-

-

-

-

Onttrekking uit reserves

-

-376.331

-376.331

-376.331

0

Saldo reserveringen

-

-376.331

-376.331

-376.331

0

1.805.614

-39.592

1.766.022

1.122.573

643.449

Bijdragen gemeenten

Resultaat

De duiding van het verschil op de baten en lasten is integraal opgenomen onder paragraaf 4.2.1. genaamd Toelichting op het overzicht van baten en lasten.

19

2.2 Maatschappij en Jeugd 2.2.1 Platform kennisdeling en beleidsafstemming sociaal domein

Het sociaal domein is continu in ontwikkeling. Om de taken voor inwoners zo goed en zo effectief mogelijk uit te voeren, delen gemeenten op regionaal niveau kennis met elkaar en stemmen zij, waar nodig, het beleid met elkaar af. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Holland Rijnland was ook in 2021 een platform voor bestuurlijk en ambtelijk overleg, waar gemeenten elkaar inspireerden, beleid afstemden en ervaring en kennis met elkaar deelden. Inclusieve arbeidsmarkt Holland Rijnland ondersteunde en adviseerde de arbeidsmarkregio. Hierin werken regiogemeenten, het UWV en sociale partners samen. In september 2020 lanceerde het Rijk een omvangrijk sociaal steunpakket met als belangrijk onderdeel het opzetten van regionale mobiliteitsteams om mensen van werk naar werk te leiden. Dit werd ook ingegeven vanwege de effecten die de coronacrisis had op de werkgelegenheid. Omdat er t een verloren generatie dreigde te ontstaan, zette de arbeidsmarktregio Holland Rijnland extra in op de aanpak jeugdwerkloosheid. We liggen in Holland Rijnland redelijk op schema om in de periode tot 2025 3.700 extra banen te realiseren voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Deze opgave komt voort uit het landelijke Sociaal Akkoord. In de arbeidsmarktregio zetten we in op harmonisatie van instrumenten en komen zo tot een eenduidige werkgeversdienstverlening.

Zo krijgen werkgevers niet te maken met verschillende maatregelen vanuit de deelnemende gemeenten in de arbeidsmarktregio. Onderdeel van deze benadering was de uniformering van instrumenten als jobcoaching en de opstapsubsidie. De arbeidsmarkt verandert snel door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Holland Rijnland ondersteunde ook in 2021 de aansluitingen van onderwijs en arbeidsmarkt en van arbeidsmarkt en economie, bijvoorbeeld met het cofinancieringsfonds. We speelden een actieve rol in de realisatie van het programma Kracht van de Verbinding in de Duin- en Bollenstreek. Ook startte het Centrum Innovatief Vakmanschap Bio Science Park. Verder beheerde Holland Rijnland ook in 2021 het scholingsfonds, dat scholingstrajecten in tekortsectoren financiert. Denk hierbij aan de installatietechniek, de metaalindustrie en de transportsector. Door de coronacrisis startten in 2021 geen nieuwe trajecten. Op het fonds rusten nu langer lopende scholingstrajecten, die door de coronacrisis zijn uitgelopen of opnieuw worden opgestart. Doordecentralisatie maatschappelijke zorg De gemeenten bereiden zich samen voor op de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg. Dat gebeurt binnen de regionale projectorganisatie maatschappelijke zorg.

De regiogemeenten spraken met elkaar af om de maatschappelijke zorg zó in te richten, dat zeer kwetsbare inwoners zo zelfstandig mogelijk in de omgeving van hun keuze kunnen wonen en deelnemen aan de lokale samenleving. Dit doen zij door, samen met ervaringsdeskundigen en zorgpartijen, de zorg in de regio te veranderen. Dat komt neer op meer ambulante hulp en meer kleinschalige woonvormen met zorg. De coronacrisis zorgde in 2021 wederom voor een hogere instroom in de maatschappelijke opvang

20

(voor dak- en thuislozen) en een toename van jongvolwassenen met psychische problemen op de wachtlijst van beschermd wonen. Eind 2020 werd duidelijk dat de doordecentralisatie van maatschappelijke zorg per 2023 ingaat. Verschillende regionale werkgroepen gingen aan de slag om dit voor te bereiden. Zij richtten zich onder andere op de afstemming van de wetten Langdurige Zorg en Beschermd Wonen, de inzet van ervaringsdeskundigen, de inkoop van de regionale en subregionale voorzieningen en de de op- en afbouw van voorzieningen in de subregio's. Ook stelden zij een werkagenda op met samenwerkingsafspraken van gemeenten en het zorgkantoor voor de GGZ. Verder maakten zij afspraken over de governance van de inkoop en over een regionaal team voor de Maatschappelijke zorg. Daarnaast vond een integrale bestuurlijke sessie plaats over de aanpak van dak- en thuisloosheid. Holland Rijnland bood ambtelijke ondersteuning aan de besluitvorming in de regionale projectorganisatie, voerde het beheer uit van het het Regionaal Investeringsfonds Maatschappelijke Zorg uitgevoerd en was trekker van de regionale werkgroep Inkoop Regionale Voorzieningen. Daarnaast verzorgt Holland Rijnland het regionale platform voor ambtelijke advisering en bestuurlijke besluitvorming.

Jeugdhulp 2021 stond in het teken van de Inkoop Jeugdhulp en de veranderende regionale samenwerking op het terein van jeugdhulp. Gemeenten pakten de uitdagingen in de jeugdhulp steeds meer lokaal en subregionaal op, passend bij hun verantwoordelijkheid. Daardoor bouwden we, volgens afspraak, de inhoudelijke inzet van Holland Rijnland verder af. Op regionaal niveau werkten gemeenten en TWO Jeugdhulp intensief samen om te komen tot hernieuwde contracten met jeugdhulpaanbieders. Verder speelden ook de financiele tekorten in de jeugdhulp een grote rol. Gemeenten werkten gezamenlijk ideeën uit om tot een nieuwe, gemeenschappelijke regeling te komen voor de inkoop van jeugdhulp (Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland). Voor deze drie grote onderwerpen was veel afstemming en overleg nodig, wat grotendeels door Holland Rijnland werd verzorgd. Verder coördineerde en beheerde Holland Rijnland in 2021 het Transformatiefonds Jeugd, dat diverse inhoudelijke projecten op het gebied van jeugdhulp financierde. In december vond de overdracht plaats van de coördinatie- en secretariaattaken op het gebied van jeugdhulp naar de ondersteuningseenheid van de gemeente Leiden. Zo wordt in 2022 volgens de nieuwe governance gewerkt.

2.2.2 Aanjaagfunctie terugdringen laaggeletterdheid

In de regio Holland Rijnland wonen naar schatting 50.000 volwassenen (tussen de 16 en 65 jaar), die moeite hebben met lezen, schrijven en omgaan met de computer. Samen met de gemeenten stelden wij in 2020 het Regionaal programma integrale aanpak Laaggeletterdheid Holland Rijnland 2020-2024 op. Hierin spraken de gemeenten af om laaggeletterdheid te bestrijden en te voorkomen

21

langs de actielijnen Participatie en Werk, Armoede en Schulden, Gezondheid en welzijn en Ouderbetrokkenheid. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? De subregio's en hun relevante partners startten in 2021 met samenwerken op deze actielijnen gaan samenwerken en met taalpacten of uitvoeringsplannen, waarin zij hun ambities en concrete activiteiten uitwerken. Begin 2021 besteedden wij de volwasseneneducatie aan voor drie jaar. Deze werd gund aan drie taalaanbieders in de regio, één aanbieder per subregio. De coronacrisis verhinderde op bepaalde momenten in 2021 activiteiten en lessen bij aanbieders op locatie. De formele aanbieders van volwasseneneducatie werkten op die momenten weer online met hun deelnemers en taalhuizen zochten alternatieven, zoals taalwandelingen en online taalcafés. Holland Rijnland ondersteunde het proces en adviseerde inhoudelijk bij de totstandkoming van de taalpacten of uitvoeringsplannen en bij de aanbesteding en de uitvoering van volwasseneneducatie. Verder was Holland Rijnland trekker van de regionale werkgroep Vervolgaanpak laaggeletterdheid. We adviseerden de subregionale en lokale taalpacten en de taalhuizen over de integrale aanpak van laaggeletterdheid. Holland Rijnland vroeg tevens subsidies en co-financiering aan voor projecten ouderbetrokkenheid voor laagtaalvaardige ouders.

2.2.3 Vertegenwoordiging en coördinatie jeugdhulpregio

Regionale samenwerking op het gebied van jeugdhulp is van belang voor een effectieve uitvoering van de jeugdhulptaken van gemeenten en voor een beperking van de administratieve lasten voor jeugdhulpaanbieders. Het Rijk spreekt gemeenten niet individueel aan, maar als jeugdhulpregio. Daarom willen we een sterke gesprekspartner zijn voor het Rijk, de VNG en andere regio’s om onze doelen ten aanzien van jeugdhulp te realiseren. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Het afgelopen jaar stond, naast de inkoop, in het teken van het nieuwe regionale samenwerkingsmodel voor jeugdhulp. Gemeenten besloten daarop de jeugdhulptaken die de Strategische Eenheid van Holland Rijnland vervult op jeugdhulp anders (door de gemeenten zelf) te organiseren. Ook besloten gemeenten om een aparte Gemeenschappelijke Regeling op te richten voor de inkoop van jeugdhulp (TWO Jeugdhulp). Dit betekent dat Holland Rijnland per 2022 geen taken meer vervult in het kader van de vertegenwoordiging en coördinatie van de jeugdhulpregio Holland Rijnland. In 2021 startte daarom de afbouw hiervan. Voorgaande jaren veranderde de structuur in de regionale samenwerking al door de opheffing van het regionale beleidsteam in 2020 en door te werken met gemeentelijke trekkers van de zorginhoudelijke segmenten.

Gemeenten richten in 2021 een regionaal programmamanagementteam op dat verantwoordelijk is voor de inhoudelijke coördinatie van de regionale inkoop- en beleidsopgaven en voor de coördinatie van de projecten van het Transformatieplan Jeugd. Holland Rijnland vertegenwoordigde in 2021 de jeugdhulpregio in het landelijke netwerk J42 en het kennisnetwerk en samenwerkingsverband Werkplaats SAMEN en was betrokken bij de overgang naar het nieuwe woonplaatsbeginsel. Holland Rijnland beheert het werkbudget van het regionale Jaarplan 2021 en het Transformatiefonds Jeugd en vervult het formele opdrachtgeverschap. Ook dit jaar kreeg het inkooptraject prioriteit.

22

Gemeenten beschikten niet altijd over voldoende ambtelijke capaciteit om de regionale opgaven uit het Jaarplan op te pakken. Hierdoor is een deel van het werkbudget niet besteed. Om voldoende resultaten te krijgen en een aantal projecten door te laten lopen tot de de start van de nieuwe inkoop jeugdhulp in 2022, besloten we in 2020 om het Transformatieplan Jeugd door te laten lopen in 2021. De maatschappelijke business cases rondden we in 2021 af. Deze gaven inzicht in de mogelijke kosten en baten van projecten binnen de ontwikkellijn aansluiting jeugdhulp en passend onderwijs en voor de pilot Projectondersteuner Jeugd. Voor de pilot Samen Werken aan Veiligheid brachten we de maatschappelijke meerwaarde in kaart. Een verkenning van mogelijke bekostigingsmodellen verschafte informatie over een duurzame aanpak van het combineren van onderwijs en de inzet van jeugdhulp. Andere projecten van het Transformatieplan zijn geëvalueerd en/of krijgen de komende periode een vervolg. Gemeenten ontvangen zelf budget uit het Transformatiefonds om specifieke maatregelen en projecten op te zetten die lokaal of subregionaal bijdragen aan de transformatie van de jeugdhulp en ook een kostenverlagend effect hebben. Een deel van deze projecten loopt door in 2022. Het budget van het Transformatiefonds is in 2021 nagenoeg besteed en het beheer van Holland Rijnland eindigt in 2022.

2.2.4 Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO Jeugdhulp)

Sinds de decentralisaties in het sociaal domein in 2015, zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van jeugdhulp. Vanuit de Jeugdwet hebben gemeenten de taak om de toegang tot zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun ouders te verzorgen. Tevens zijn zij verantwoordelijk om passende zorg in te kopen bij zorgaanbieders. Gemeenten willen jeugdhulp effectief organiseren en de gewenste transformatie van het sociaal domein ook door de inkoop te versnellen. De transformatie van het sociaal domein is één van de grootste operaties in de verzorgingsstaat van de laatste decennia. De gemeenten hebben hierin een leidende rol. Zij zijn verantwoordelijk voor het bieden van hulp en ondersteuning aan hun inwoners in nauwe samenwerking met diverse partners. Zorgprofessionals maken de beweging naar meer integraal en lokaalgericht werken. Van inwoners wordt gevraagd de eigen kracht aan te spreken en regie te voeren op hun eigen hulp en ondersteuningsvragen. TWO Jeugdhulp koopt voor elf van de dertien gemeenten de specialitische jeugdhulp en de hulp in het gedwongen kader in. Voor de gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem koopt TWO uitsluitend de jeugdbescherming, jeugdreclassering en gesloten jeugdhulp in.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In 2021 verrichtte de TWO Jeugdhulp, een groot aantal activiteiten, deels uitgevoerd in een projectmatige aanpak en deels als structurele werkzaamheden. Veel van de werkzaamheden stonden in het teken van de inkoop 2022. Dit proces was omvangrijk. Waar in 2020 de inkoop vooral in een beleidsvormende fase zat, was 2021 het jaar waarin het inkoopproces concreet leidde tot contracten voor 2022 en daarna. In 2021 zijn de contracten 2022 opgesteld en getoetst, doorliepen we het inschrijvingsproces bestaande uit twee inschrijvingen, waarbij we 180 inschrijvers beoordeelden op (kwaliteits)eisen en hun ingediende plan van aanpak. Deze beoordeling voerden we in samenwerking met gemeenten uit. Uiteindelijk zijn de definitieve contracten en bijhorende bijlagen opgesteld en ondertekend. In het inkoopproces zetten we tevens in op het analyseren van en het adviseren over het nieuwe zorglandschap ten aanzien van de inschrijvingen.

23

Naast het inkoopproces pasten we diverse werkprocessen en instrumenten aan, aan de nieuw ingekochte segmentenindeling. Denk hierbij aan de herinrichting van het dashboard met data over de regionale jeugdhulp en het opnieuw inrichten van de backoffice (kostenplaatsen, productcodes, etc), allen passend bij de nieuwe contractering en inkoopdoelen in segmenten De financiële druk op de begroting was ook in 2021 weer voelbaar in het werk. 2021 startte met een hoog aantal cliëntenstops, wat nieuwe instroom bemoeilijkte. De ‘Nee tenzij'-regeling van 2020 bleek ook in 2021 nog nodig. In 2021 werkten we tevens een afwegingskader uit om maximale bestedingsruimtes te kunnen ophogen bij cruciale functies, dit in navolging van het ophogen van de begroting. Bestuurders vroegen aandacht voor het ‘piepen en kraken’ van ons financieel systeem. Dit vraagt verdere uitwerking in 2022, zoals het maken van financiele progonoses over de kosten van de jeugdhulp per gemeente. In 2021 startten we met de implementatie van het ‘nieuwe’ account- en contractmanagement. De eerste stappen hierin werden gezet, onder meer tijdens verschillende werksessies met gemeenten en TWO. In de werksessies verkenden we de rollen en de verantwoordelijkheden van het accounten contractmanagement, bijvoorbeeld aan de hand van casuïstiek.

In 2022 denken we deze taakverdeling verder uit, door te doen, te ervaren en te reflecteren op elkaars rollen en werkwijzen. In 2022 staan ook werksessies gepland. De nieuwe taakverdeling vraagt actief aandacht en verdere ontwikkeling. Versterking van de bedrijfsvoering van TWO Jeugdhulp was een belangrijk deel van ons werk in 2021. Ook de verandering in het woonplaatsbeginsel kostte veel tijd, met name voor projectondersteuning. De inzet in 2021 laat zich niet vangen in een paar regels. We constateren dat de reguliere werkzaamheden, naast bovenstaande onderwerpen, zijn uitgevoerd zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst. Het is goed om te benoemen dat de werkdruk of de beleving daarvan hoog was. De impact van de inkoop, het gereedmaken van nieuwe contracteren, de verandering in taakverdeling trok een sterke wissel op het personeel. Ook de gevolgen van corona waren voelbaar in 2021. Veel gesprekken met zorgaanbieders gingen over de impact van corona. Verder kreeg in 2021 ook de interne regionale samenwerking op jeugdhulp nadere invulling. Dit resulteerde in het besluit van de gemeenten om TWO Jeugdhulp op te laten gaan in een nieuwe gemeenschappelijke regeling: de Serviceorganisatie Zorg (SOZ) Holland Rijnland. De officiele overgang is nu voorzien per 1 januari 2023.

24

2.2.5 Uitvoering jeugdbeschermingstafel

De Jeugdbeschermingstafel (JBT) is de wijze waarop we (vanaf 1 januari 2015) zaken toeleiden naar de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Het doel van het JBT-overleg is om ouders en minderjarigen toe te leiden naar de meest passende vorm van hulp, hen weer in hun kracht te zetten en om te zware vormen van hulp te voorkomen (conform de Jeugdwet). Tijdens het overleg wordt bekeken of er nog mogelijkheden zijn in het vrijwillig kader of dat een onderzoek door de RvdK onvermijdelijk is. Daarnaast beziet de JBT of continuering van hulpverlening op het snijvlak tussen vrijwillig en gedwongen, nog op elkaar aansluit en wat dit concreet betekent voor de veiligheid van betrokken minderjarigen. Tevens signaleert de JBT knelpunten in de keten om zo de samenwerking te bevorderen en de veiligheid van minderjarigen te borgen. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In 2021 behandelde de JBT in totaal 183 nieuwe zaken. Hiervan waren er 161 reguliere Verzoeken Tot Onderzoek (VTO’s), vijf verzoeken tot hulpverlening en zeventien VTO’s waarvoor een verzoek tot een gezagsbeëindigende maatregel zijn ingediend. Van de 161 reguliere VTO’s zijn er veertien behandeld die in 2020 waren ingediend en uiteindelijk besproken in 2021. Naast bovengenoemde nieuwe zaken, vonden er in 2021 in totaal 36 evaluatieoverleggen plaats aan de Jeugdbeschermingstafel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=e2f9aa4b-6063-4afe-935e-ec6feeef126e