Inspraak Omgevingsvisie Jan Veraart
Tekst van het document
Inspraak Omgevingsvisie K&B – 1 december 2025 Geachte leden van de gemeenteraad, mijn inspraak gaat over zoekgebieden. Het was zo duidelijk: er moeten (LES) 1 à 2 windturbines (5,6 MW) van 250 m hoogte komen langs de N207. Nu zijn de zoekgebieden van de kaart verwijderd om misverstanden te voorkomen. Maar in de tekst blijft de boodschap ongewijzigd en het college van B&W wil de motie om de zoekgebieden te schrappen niet uitvoeren. De zoekgebieden zijn niet verwijderd maar in dichte mist aan het zicht onttrokken. De gemeente neemt de zorgen en de onrust die in de samenleving leven serieus en gaat in de vervolgfase onderzoeken hoe die windturbines er veilig en verantwoord toch kunnen komen. Die vervolgfase blijft gepauzeerd tot de provincie haar Omgevingsvisie heeft herzien om verdere onrust en verwarring onder de inwoners te voorkomen. Maar de RES Holland Rijnland is nog steeds het uitgangspunt en daarmee ook de LES. De inwoners mochten in geen van beide trajecten (RES en LES) laten horen òf ze windturbines wensten, alleen wáár ze het beste konden worden geplaatst. Het zou logisch zijn de vervolgfase ook te pauzeren tot de regio de RES heeft herijkt. Herijken met echte inspraak? Ik betwijfel het. Wat komt er in de vervolgfase van de LES aan de orde? De gezondheidsrisico’s, afstandsnormen en landschappelijke impact.
Dat zijn onderwerpen die in de zienswijze van de werkgroep Bedreigd Open Landschap ook aan de orde zijn gesteld. En waar komen de antwoorden op neer? Dat zoveel mogelijk zal worden geprobeerd de nadelige effecten te minimaliseren. Wollige ongrijpbare taal, die tot niets concreets verplicht en waarmee men In de volgende participatiefase alle kanten uitkan. In de Nota van beantwoording staat dat de gemeente wat betreft de randvoorwaarden voor plaatsing verder wil gaan dan de landelijke ontwikkelingen. In de Omgevingsvisie vinden we dat voornemen helaas niet terug. In Flevoland staan al windturbines van 250 m hoogte. In opdracht van de gemeente Dronten zijn de gevolgen van het windturbinegeluid op de gezondheid onderzocht. Die zijn catastrofaal tot op kilometers afstand. Dat rapport is maandenlang geheim gehouden. En er zijn méér studies waaruit blijkt dat het RIVM en de GGD op dit gebied jaren achterlopen. Er is maar één conclusie mogelijk: hier is geen plaats voor windturbines. Hier wonen mensen. Antea schrijft: “In het buitengebied moet er ruimte zijn om duurzame energie op te wekken”. Van wie moet dat? Wie bepaalt dat? Antea? Op wiens gezag wordt dat beweerd? De zoekgebieden zijn dan wel van de kaart verdwenen, maar de droogmakerijen blijven toch zoekgebieden.
Nog steeds staat er: “Windturbines zien wij het liefst op plekken waar het landschap al is aangetast en waar dit ruimtelijk inpasbaar is, zoals langs infrastructuur binnen onze gemeente”. Op onze vraag wat er is aangetast? kwam er geen antwoord. De N207 is enkele jaren geleden zorgvuldig landschappelijk ingepast. Nogmaals de vraag: wat is er aangetast? En als er al aantasting zou zijn, is dat dan een vrijbrief voor nog meer aantasting? En wat wordt in de Omgevingsvisie het maatschappelijk toetsingskader voor de droogmakerijen? Luister naar de mooiste zin uit de Omgevingsvisie: “Nieuwe ontwikkelingen zijn passend bij de grote maat en rationele opzet van de droogmakerij en worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, binnen de strakke verkaveling, grootschalig, met groene omzoming, behoud van zeer ruime doorzichten met
ingetogen gebruik van kleur en gebiedseigen beplanting”. Met andere woorden: windturbines zijn in de droogmakerijen van harte welkom, als er maar een heg omheen staat. Elders staat: “De agrarische sector speelt ook een belangrijke rol in de energietransitie door het mogelijk plaatsen van windturbines of zonnepanelen”. Dat blijkt ook uit zienswijze 92, waarin zelfs 4 tot 6 windturbines worden aangeboden. De gemeente neemt dat gelukkig niet over, maar dat de lusten en lasten van windturbines eerlijk verdeeld kunnen worden tussen ondernemers (de lusten) en omwonenden (de lasten) door een local4local-aanpak (en dat kun je tussen de regels door lezen) is natuurlijk onzin. Toen het bestuur van Holland Rijnland, aangevuurd door burgemeester Spies van Alphen aan den Rijn, een ambitie voor duurzaamheid in de RES neerlegde, die aanzienlijk groter is dan overal elders, heeft dat bestuur onvoldoende nagedacht over de rampzalige consequenties: voor omwonenden, leefomgeving, natuur, milieu, vogels, vleermuizen, insecten, biodiversiteit. Datzelfde gebeurde opnieuw voor de LES. Ook die is vastgesteld zonder dat de gemeente zich voldoende rekenschap van de nadelen heeft gegeven. En nu voor de derde maal zelfs door de provincie. Kennelijk is iedereen ziende blind: inzicht ontbreekt en dus is voortschrijdend inzicht al helemaal niet aan de orde.
Behalve dan dat Kaag en Braassem tegenstander is van de grote provinciale windparken. Maar een klein windparkje in de eigen gemeente moet kunnen. Alsof de nadelen van windturbines wel gelden voor grote aantallen windturbines, maar niet voor kleine aantallen! Hoe consequent kun je zijn? Er is geen draagvlak voor megawindturbines en dat is logisch gezien alle nadelen. Er is maar één conclusie mogelijk: in de dichtbevolkte Randstad, in het Groene Hart, in Holland Rijnland, in Kaag en Braassem bestaan geen geschikte locaties voor windturbines. Zeker niet wanneer de gemeente inderdaad verder wil gaan dan de landelijke ontwikkelingen, wat onder meer inhoudt dat er grotere afstanden tot woningen moeten komen. De zoekgebieden en megawindturbines moeten uit de LES en de Omgevingsvisie van Kaag en Braassem verdwijnen. Het is aan de gemeenteraad om daartoe te besluiten. Ik dank u voor uw aandacht en reken op uw gezond verstand en uw wijsheid. Jan Veraart, mede namens de Werkgroep Bedreigd Open Landschap